
Wijzigingen - Aanvullingen
1963 – 22 oktober : Overlijden meester Victor Jozef SELLESLAGH
MEESTER VICTOR SELLESLAGH
Victor Jozef Selleslagh was te Leest geboren op 12 december 1895 als zoon van Jan Frans Selleslagh (°Leest 24/8/1857 , +Mechelen 29/2/1896) en Dominica Van den Brande (°Kapelle-op-den-Bos 6/1/1861, +Leest 19/12/1915). Zijn peter was Viktor De Greef, zijn meter was Josepha Van Camp. Doopvader was onderpastoor Pingnet. Victor Selleslagh was de jongste van tien, waarvan er twee kinderen zeer jong overleden. Hun vader kwam tragisch aan zijn einde. Hij was werkzaam als seingever aan de N.M.B.S en werd op 29 februari 1896 geplet tussen de buffers van twee treinstellen. Zolang hij zich tussen die buffers bevond kon hij praten maar toen die treinstellen uit mekaar werden getrokken overleed hij stante pede. Hij liet een weduwe na met acht kinderen, waarvan de oudste veertien jaar oud was en de jongste, Victor, nog geen drie maanden.
De tegemoetkomingen na het ongeval waren ontoereikend om de zware gezinslast te dragen en moeder kon de touwtjes aan mekaar knopen door de uitbating van een herberg, kruidenierswinkel en feestzaal tegenover de kerk van Leest. Zij runde ‘Feestzaal Eldorado’ tot aan haar plotse dood op 19 december 1915.
“Wij werden streng opgevoed,” vertelde Victor later, “basis voor een formidabele samenhorigheid in ons gezin, en algehele inzet voor mekaar. Ook aan leute ontbrak het zeker niet. Zij die ons genegen waren, en dat waren er zeer velen, keerden na bezoek geamuseerd huiswaarts. Het was bij ons echt de zoete inval. Sommigen suggereerden zelfs de naam ‘Eldorado’ te vervangen door ‘In de Zoete Inval’. Ons moeder was streng maar tevens een graag geziene figuur in onze Leestse leefgemeenschap.”
In zijn jeugdjaren was Victor ook misdienaar bij pastoor Verbist. Een anekdote is hem altijd bijgebleven : eens moest er een parochiaan, een zekere Geets van de Leestse Heide, berecht worden. De man was overleden aan het besmettelijke typhus. De pastoor raadde zijn misdienaar aan tijdens de berechting een snoepje in zijn mond te houden en dat nadien weer uit te spuwen. Dit zou besmetting voorkomen. Victor’s moeder kon daar later niet mee lachen en nam het de pastoor uiterst kwalijk. Voorspoed en tegenslag liggen vaak dicht bij mekaar. Op 14 augustus 1915 had Victor zijn onderwijzersdiploma behaald en op 19 december datzelfde jaar overleed plots en totaal onverwacht zijn moeder. Ze waren nog met z’n drieën thuis en zijn zussen Marie en Colette huwden op dezelfde dag. Victor ging bij zijn broer Ivo en schoonzus Hortans in Hombeek wonen. Toen bij dat echtpaar een derde kindje geboren werd verhuisden ze naar de Battelsesteenweg. Victor verhuisde mee en is daar uitgetrouwd.
Onderwijzer Victor Selleslagh doorliep alle klassen in de lagere school van Leest en haalde zijn diploma van onderwijzer in de Katholieke Normaalschool van Mechelen. Op 1 februari 1917 kwam hij, na 2 jaar in Tisselt les te hebben gegeven als tijdelijk dienstdoende onderwijzer, in dienst als hulponderwijzer te Leest, dit in de plaats van zijn leermeester Dumont. In de gemeenteraadszitting van 25 januari 1917 was hij met unanimiteit van stemmen (negen op negen) verkozen. Zijn jaarwedde : 1.200 fr plus 150 fr verblijfsvergoeding. Hij zou ononderbroken les geven aan het derde en vierde studiejaar.
Meester Jan Dumont was gehuwd met Anne Jepherina Matterne. Tijdens de schoolstrijd in 1879, onder burgemeester Livinus De Laet, was hij naar Leest gekomen en werd hier schoolhoofd. Voordien was hij onderwijzer te Zemst-Laar. Hij woonde in het schoolhuis en had drie kinderen : Stefanie, Albert en Raymond en zoals hun vader stapten ze allemaal in het onderwijs. Victor Selleslagh vertelde later dat zijn voorganger zijn eigen methode had : ‘wie niet horen wil, moest voelen !’, maar hij was een buitengewoon flinke leerkracht : ge moest het leren en het ging er
in ! Voor hem was De Keersmaeker onderwijzer en hij werd door de gemeente betaald. Rijkelijk was die betaling van de schoolmeesters echter niet : ‘La misère an redingote’, zo werden ze toen bestempeld. (Ze droegen gelijk de burgemeester en de dokter de ‘redingote’ of lange jas, maar voor de rest was ’t miserie. Voor 14-18 kregen ze 900 tot 1100 frank per jaar en daarbij moesten ze soms lang op hun centen wachten). Hoofdonderwijzer Jan Dumont verliet Leest voorgoed om zich te Evere te gaan vestigen. Hij vertrok uit het dorp met 300 kg aardappelen, waarvan 100 kg plantaardappelen en 8 kg boter, door hemzelf ingezouten. Niet vergeten het was oorlog. Van die dag af werd Constant Moons hoofdonderwijzer. Remi Kets verving de overleden meester Moons in augustus 1918 maar in 1920 was er opnieuw een vacature voor hoofdonderwijzer. Meester Kets was immers veroordeeld tot 15 maand gevang wegens aanslag op de goede zeden. Victor Selleslagh weigerde zijn kandidatuur te stellen, hij vond zich te jong voor deze functie en zo werd Jan-Baptist De Leers hoofdonderwijzer en schoolhoofd.
Meester Meyers, het latere schoolhoofd, leerde bij meester Selleslagh het sentimentele gedicht : ‘hij trok het schuifke open’ en voegde er aan toe : ‘ik heb bij deze meester veel plezante uren beleefd.’
Boer Wannes Spruyt uit de Winkelstraat cumuleerde zijn beroep met agent van de ABB maar vond dat laatste werk te zwaar om dat te delen met het boerderijleven. Op aandringen van Spruyt en met bijzondere goedkeuring van het ABB bestuur uit Leuven, startte Victor op Kerstmis 1925 als agent ABB, echter op naam van zijn echtgenote.
Vervolgt.
Foto’s :
-Victor Selleslagh zoals de meeste mensen hem gekend hebben.
-Bovenaan als 2de van links meester Selleslagh in 1915 met zijn afgestudeerde collega’s.
-Victor met zijn onderwijzers diploma.
-Zijn klas in 1918. Bovenste rij v.l.n.r. : Frans Spoelders, Edward Selleslagh, Jan Nuytkens, Frans Van Rompaey, Felix Verbeeck, Fons Huysmans, Jan De Muyer, Gust Geerts, Frans Hermans.
Tweede rij : Albert Beullens, Theofiel Spruyt, Edward Siebens, Louis Fierens, Handrik Lauwens, Louis Diddens, Fred De Muyer, Alfons Keulemans, Siebens, Frans Van Winghe, Emiel Keuleers. Derde rij : Louis Van den Broeck, Victor Boey, Jan Beullenss, Jan De Quint, Jef Peeters, Remi Fierens, Ferdinand De Prins, Constant Fierens, Spruyt, Jaak Van Herp, vluchteling naam onbekend.
Vierde rij : Rik De Bruyn, Constant Huysmans, Fred De Rooster, August De Win (boven), Louis Van Roey, Hendrik Spoelders, Juul Peeters, Marcel Spoelders, Victor Selleslagh, Florent Van Praet, Jef Beullens, Frans Van der Taelen, Albert Janssens (boven), Guillaume Diddens (boven), Constant Van Hoof, Jan Selleslagh.
Onderste rij : Gust Nuytkens, Edward Vloeberghen, Jaak Voet, Constant Van den Branden, Karel Verbeeck, Spruyt, Keulemans, Frans Leemans (“Luppe”). (“LG”, blz. 145)
-Meester Victor verving meester Jan Dumont die zich te Evere ging vestigen.
-De jongensschool bezat in de tijd van meester Selleslagh nog een overdekte koer die aan de Scheerstraat grensde.
Met dank aan Rafke Selleslagh voor de foto’s en verslagen.



















































































