Liefde


Liefde
kon ik een gaaf der jeugd terugverkrijgen
ik vroeg de makkelijke ontroerbaarheid
van't hart dat nog niet heeft geleerd te zwijgen
maar vrijelijk bij de breuk der dromen schreit
nu ben ook ik gewend mij te gewennen
ik trek mij allengs in mijzelf terug
en ach, zelfs die mij beter moeten kennen
ik schijn hun wellicht liefdeloos en stug
toch ben ik vol verholen tederheden
gekneusde liefde die geen uitweg vond
oneindig medelijden met wie leden
bewogenheid die't zware leven schond
alleen wanneer ik neder ben gezeten
in avondeenzaamheid en lampgesuis
en al wat mij benauwde heb vergeten
begint eer in mijn hart een zacht geruis
dan wellen in mij nooit-overwonnen drangen
dan geet er een stroom van liefde van mij uit
die alle mensen in mij houd omvangen
nu zij zich eindelijk niet meer voelt gestuit
dan heb ik't hart weer van mijn jeugd gevonden
en ben ik warm van innerlijke gloed
al wat de wereld in zich houdt gebonden
dat voer ik de beminden tegemoet
dan schijnt het mij, bij 't zien van zoveel derven
van zoveel vleugels tot geen vlucht ontvouwd
dat ik alleen maar door voor hen te sterven
hun tonen kan,hoeveel ik van ze houd
een oogwenk - de bekoring is gebroken
ik meng het mijne weer met hun bestaan
ik heb hun van mijn liefde niet gesproken
en dit moet alles langs hen henen gaan.


