Naar de inhoud

'een gans jaar maart?'

schrijfvloer 01 ~ afgerond, klaar
akke.beakke.be

Archief

618. zitbanken

zitbanken langs de straatweg

Gisterenmorgen ging ik naar het dorp en ergens onderweg stop ik al eens,
om efkes te rusten, om uit te blazen. Gewoon een minuutje blijven stilstaan.

Vroeger, toen ik jong genoeg was om te weten hoe het leven in mekaar zit,
vond ik de groene zitbanken langs de weg en bij plantsoenen iets voor peekes en meekes.
Die keken wat wij deden en gaven daar onderling commentaar op. Wij vonden hen moeiallen.
Sociale controle klinkt zinniger, maar die term moest toen nog uitgevonden worden.

Nu ik zelf op meekes-leeftijd begin te komen / gekomen ben en af en toe zo'n groen bankje zou willen zien staan,
nu staan er geen meer. Weg. Weggehaald vanwege de hangjongeren en de duiven. 
In het park staan er nog, maar daar moet ik niet door. 'k Moet er enkel langs. 
Om uit te blazen blijf ik dus al eens staan.
Op een muurtje gaan zitten kan ook niet, de voortuinen hebben geen muurtjes meer.
Hoe kan dat nu zo plots? Toen ik kind was hadden álle voortuinen muurtjes om op te zitten.

De muurtjes en de voortuinen zijn weg omdat de auto moet binnen kunnen.
En als er nog ergens een tuinmuurtje staat is het te hoog om op te zitten
of het heeft een afwerking die zitten onmogelijk maakt.
Daar is aan gedacht bij het ontwerp, daar is op gestudeerd: geen hang-ouderen op de muurtjes.

Uitblazen gebeurt nu staande. Maar niet gelijk waar! Staan uitblazen bij een kruispunt doet automobilisten stoppen.
Uit eerlijke schaamte steek ik dan de straat over, terwijl ik eigenlijk niet aan de overkant moet zijn.
Dan ga ik daar wat staan uitblazen.
Na een paar tellen komt diezelfde automobilist weer langs (hij was de baby gaan afzetten)
en doet weer hoffelijk teken dat ik mag oversteken.
Dat doe ik dan braafjes. Men stoot hoffelijke automobilisten niet voor het hoofd.
Goed. Ik sta terug op de juiste stoep. Maar nu ongeveer buiten adem door dat beleefd over- en weer- gedoe.

Zitbanken hier en daar zouden welkom zijn. Het mogen zelfs groene zijn.

m   – HiH-07/2015, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

617. --- afl. 059/121

afl. 059/121 ~ Blijvende angst, mijn angst

Ik hield halt bij een taveerne. Sanitaire stop eerder en gulzige dorst naar schuimend abdijbier. Ik wou tevens Francis bellen.
Hij was de vorige avond laat ontboden. Pat had er vanmorgen om negen uur moeten zijn. Hij grijnsde dat zijn vrouw panikeerde tot en met.
Net een bange wezel. Kalmeerpillen moeten slikken. Gedaan grote mond! Ze dacht dat Vloesberghe ook haar zou verdenken.
Zij bezat immers een sleutel en er was geen slot geforceerd. Dus …! Helemaal over haar toeren.

'Ondanks al de miserie deed het deugd haar zo te zien, pa.'

Tiens, zijn vrouw totaal van de kaart en Francis had binnenpretjes! Kalmer en ernstiger ging hij verder:

'Pa, je weet die magistraat, enfin een clubgenoot van mij, uiteraard mag niets lekken uit het onderzoek, maar omdat het om mijn moeder gaat …
Wel ze denken aan iemand uit de directe omgeving. Vloesberghe sluit echt niemand uit. Ook familie niet,
terwijl onze alibi’s nochtans kloppen als een bus, denk ik toch!'

Het moordwapen was nog niet gevonden, ging hij verder, wel hadden ze een en ander meegenomen.
Ik hield mijn hart vast en wou weten wat ze precies hadden meegenomen.
Francis wist het niet:
'Ze zijn nog steeds bezig met buurtbewoners en vriendinnen van ma te ondervragen. Tot de melkboer en de postbode toe. Ik moet stoppen, pa.
Ik hoor geroffel boven. Pat ligt al een paar uur in bed met barstende hoofdpijn. De naweeën van de ondervraging.
Ik heb haar vanmorgen nochtans duidelijk gezegd: wees kalm, antwoord kort en precies op al de vragen. Zeg niets méér!'

Dat "niets meer" bleef hangen. Werd even een drukkende hand rond mijn hals. Wat bedoelde Francis?
Mocht ik het beschouwen als een van zijn onderduims dubbelzinnige vingerwijzingen?
Me doen inzien dat hij wél op de hoogte was van de dagboeken, maar Pat op het hart had gedrukt haar mond te houden?
Wou hij me schrik aanjagen?
Nee, ik stelde me alleen wat voor. Domme inbeelding, natuurlijk. Misschien geloofde Pat niet eens aan het bestaan van die dagboeken.
Had ze die nooit gezien en veronderstelde dat Gerda, in een wrekende driftbui, het haar zomaar op de mouw had gespeld.

Ik vroeg, gespeeld koel: 'Zou er wat gestolen zijn?'

'Vloesberghe is met mij vannacht naar de villa gereden. De mensen van het labo waren er nog.
Ik denk niet dat er iets verdwenen is, maar ja, er staat zo waanzinnig veel in de kamer van ma.
Een of twee stukken minder, geen mens die het merkt. Ik heb hem verwezen naar Madeleine en vooral Adrienne.
Ze zaten daar soms uren samen te bidden of whatever. Er was wel wanorde in de kamer. Enkele laden opengetrokken.
De kleerkast open en wat papieren op het parket. Kan zowel door de belager als door ma gedaan zijn.'

'Ik blijf erbij dat het die bende moet zijn geweest, Francis.
Een of ander smoesje en Gerda zal die gasten binnen gelaten hebben, goedgelovig als ze was.'

Francis wou weten of ik die namiddag nog naar de redactie ging. Als er iets was dat me nu hartgrondig tegenstond,
dan was het wel de redactie. Maar hoe dan ook, morgen of begin volgende week, moest ik erheen.
Ik wou met de raad van bestuur gaan praten en met Gerard van personeelszaken: pensioen aanvragen en
al mijn verlofdagen opnemen (en dat waren er een heel pak!). Vooral trachten een minnelijke schikking te bekomen.
Simonne zou dit nu misschien met veel plezier in overweging nemen. En dan salut en de kost! Max de hoofdredacteur was verleden tijd.

Ik, eens de stoere, steeds zelfverzekerde criticaster en betweter; nu een bange zwalper, verpest door vragen met klemmende antwoorden.
Schuldig zonder echt schuldig te zijn, gekweld door zelflast.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ computer-fitness

teveel computerspelletjes, te weinig lichaamsbeweging ?

In Japan hebben ze de oplossing gevonden.
Is er nog plaats voor zo’n toestel, in uw logeerkamer?

klank zachtjes houden:
http://www.youtube.com/watch?v=DNCVSiDbRBY
02min17 

m  - EZW-04/2013, bijgewerkt en buiten adem

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

616. telefoonboek

veel geduld en een beetje lijm, meer moet dat niet zijn

                   handleiding.jpg             

Een telefoonboek gebruiken we niet meer. Alle nummers zijn te vinden op het Net.
En alle toestellen hebben een geheugen.
Het is flink wat jaren geleden dat ik nog een telefoongids in handen gehad heb.
Er is al jeugd die er nog nooit een gezién hebben.

Voor ons was een oud telefoonboek onmisbaar om bloempjes en bladeren in te drogen.
Het nieuw telefoonboek werd gebruikt om Laura's zitje te verhogen, zodat ze mee aan tafel kon.
Haar kinderstoel was ze ontgroeid en voor een gewone stoel was ze nog wat klein.
Het tussenmodel -dat met de biezen zitting- vond mijn ma niet stabiel genoeg.
"Zo’n stoel staat niet stevig, die kiept om. Met zusje en al."

Dat klonk onheilspellend. Dat was een akelige gedachte. Nee, zo'n stoel wilden Tina en ik niet voor Laura.

Daarom legde Ma een telefoonboek op een gewone stoel, daarop kwam een kussentje en daarop troonde Laura.
Of ze dan gemakkelijk zat weet ik niet, maar ze kon tenminste zien wat er in haar bord lag.
Gewoon wat met vindingrijkheid.

En onthouden waar het telefoonboek lag natuurlijk. Maar dat viel mee.
Bij ons thuis verliep de chaos tamelijk vlot, ttz, voor ons, de vrouwelijke afdeling, zat er een lijn in het systeem.
Voor mijn pa veel minder. Die liep verloren in de specificiteiten van zijn eigen gezin.
Tegen dat hij eindelijk onthouden had waar het telefoonboek bewaard werd,
was Laura het verhoogje ontgroeid en lag het boek weer op zijn plaats.

Wie had toen kunnen denken dat het telefoonboek ooit overbodig zou worden.
Weer iets om nostalgisch over te doen.

m  – HiH-07/2015, herzien - https://lookofpaws.files.wordpress.com/2012/11/handleiding.jpg 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

615. --- afl. 058/121

afl. 058/121 ~ Tweede ondervraging

Ik reed weg om elf uur. Het motregende. Een motregen die dra overging in een bestendige, kille neerslag.
Ondanks het telefoontje van mijn vrouw daalde mijn stemming onder nul toen ik bij het politiegebouw parkeerde.
Een huid van leer was ik, een in boeien geslagen geest, die allesbehalve normaal functioneerde.
De mokerslagen kwamen evenwel terug: de dagboeken, de revolver, de uitspraken van Pat. Van haar hing zoveel af … en van Francis!
Wat als Vloesberghe merkte -en dat merkte zo'n ervaren man zeker- dat ik een kwelnacht achter de rug had?
Dat ik misschien iets te verbergen had? Dat ik opeens ontzettend nerveus, bang, paniekerig geworden was?

Inspecteur Vloesberghe ontving me zeker niet koel, eerder minzaam, correct.

'Dag, meneer Cijnens, gaat u toch zitten. Niet zo’n beste nacht gehad, zo te zien? U mag uw huis betreden, onze mensen zijn klaar.
Wat het vrijgeven van het lichaam van uw echtgenote betreft, daar heb ik nog geen uitsluitsel over. Ik vermoed begin volgende week.'

Ik vroeg benepen, trachtte kalm te spreken: 'Inspecteur, zijn uw mensen … hebben uw mensen al enig spoor gevonden?'

'Het onderzoek is pas gestart, meneer Cijnens, u moet geduld hebben.'

'Het wapen, inspecteur, … mag ik alstublieft weten wat er precies met Gerda is gebeurd?'

'Schedelfractuur, aangebracht door een stomp, zwaar voorwerp en een tweede fractuur aan de schedel.
Doordat het slachtoffer vermoedelijk van de trap is geduwd of gevallen.
Afgaande op de rigor mortis hebben de feiten zich voorgedaan tussen acht en twaalf uur.
Vertel eens, meneer Cijnens, hebt u dinsdagochtend vóór uw vertrek naar kantoor, een woordenwisseling gehad met uw echtgenote?'

'Ik zag haar ’s morgens vrijwel nooit. We ontbeten nooit samen. Gerda ging altijd naar de vroegmis. Vóór zij terugkwam,
was ik al weg naar de redactie. In de weekends trok ze zich terug in haar kapel. Wij liepen elkaar zo weinig mogelijk voor de voeten.'

'Haar kapel? U bedoelt haar kamer, meneer Cijnens?'

'U hebt die toch gezien? Bij mij is het op z’n minst al vijftien jaar geleden. Na haar galblaasoperatie. Die kamer stond toen al overvol.
Je kon er amper in bewegen. Heiligen beelden, zelfs onder haar bed. Bidbanken, kerkstoelen, wassen beelden onder stolpen.
Allemaal onverkochte exemplaren uit de winkel van haar ouders en veel legaten van haar familie.
Niemand mocht in die kamer. Niet eens de poetsvrouw. Alleen haar bidgenoten en mijn zoon uiteraard.'

'Beschikt u over foto’s van de kunstvoorwerpen in die kamer?'

'Geen idee, nee. Tenware dat Francis … Nee, ik denk het niet.'

'Hoe is de verhouding met uw zoon, meneer Cijnens?'

'Goed. Bijzonder goed zou ik zeggen.'

'En met uw schoondochter?'

Plots was ik op mijn hoede. Kwamen nu de strikvragen? Zou hij de schriftjes te berde brengen? Werd ik binnen het kwartier naar een cel gebracht?
Ik slikte moeizaam, bracht niettemin toch een perfect gelukte, ontspannen glimlach rond de mond en gaf eerlijk toe: 

'Met Pat heb ik nooit goed kunnen opschieten, meneer Vloesberghe. Geen makkie en natuurlijk schandalig ontzet over
mijn relatie met een veel jongere vrouw. Pat is ervan overtuigd dat mijn vriendin alleen mijn geld op het oog heeft.'

'Ik heb met haar al gesproken. Zo, het kan dat we u nog nodig hebben. Ik weet u wel te bereiken. U kan beschikken, meneer Cijnens.'

'Inspecteur, voor de goede gang van zaken, dit nog: na de begrafenis zal ik bij mevrouw Dries, mijn vriendin, intrekken.
Mijn huis is … ik moet overleg plegen met mijn zoon, maar dat huis, neen, ik kan daar niet langer wonen.'

Vloesberghe knikte en noteerde iets op de documenten. Ik liep naar de deur.

'Meneer Cijnens, momentje nog …' 

Daar gaan wij! Columbo in Wemmel, altijd op het allerlaatste ogenblik de allerlaatste maar beslissende vraag.
Ik verstijfde maar denkduiveltje kalmeerde me: doe niet onnozel, vriend.
Een type van zo'n kaliber vergelijken met een Amerikaanse tv-kierewiet!

'… ik raad u echt aan om een en ander van de inboedel in bewaring te geven vooraleer u bij mevrouw Dries intrekt.
En absoluut de kunstvoorwerpen laten fotograferen en zeer duidelijk omschrijven. Uw makelaar kan u daarbij adviseren.'

God, mijn Heer, heb dank, heb duizendmaal dank, zou Gerda zeggen. Ik hoorde het haar roepen vanuit haar hemel bij een bord rijstpap.
Dat was dan opgelost! Geen dagboeken gevonden, geen revolver! Voorlopig blijkbaar niets bezwarends tegen mij ontdekt! Wat zouden ze ook!
Er was niets tegen mij te vinden. Ik had nergens enige schuld aan. Ik moest alleen Pat vóór zijn.
Ik belde Marianne. Deed het relaas van het verhoor. Ze slaakte keer op keer een zucht van opluchting. 

'God zij dank, sorry voor die uitdrukking, Max', zei ze 'maar er valt me een zware steen van het hart.
De dagboeken en die revolver … Jongen, jongen, hadden ze die gevonden!'

'En ze zijn er nog, dat weet ik zeker. Ik moet ze vinden lieveke. Ik ben onderweg naar het huis. Ik bel je straks nog. Daag! Kusje.'

'En nu naar de villa', zei ik resoluut tegen mezelf, 'mijn zoekactie start!'

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ ijsbellen

en als een illusie helpt ?

Buiten is het 29°C, binnen 24°C. Vijf graden verschil.
'k Moet er wel bij vertellen dat wij hier actief proberen de hitte buiten te houden,
ramen en deuren open, gordijnen toe, luifel naar beneden. 
En ook heb ik ijsblokjes in mijn oren gehangen. Dat helpt om het hoofd koel te houden.
IJsbellen kan ik iedereen aanraden hoor! 

                                           Afbeeldingsresultaat voor ice cube earrings 
m  - EZW-06/2014, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

614. straatnieuws

straatmussenplezier

In de rustige straat hierachter zijn tot het begin van de grote vakantie de mensen van
de stoep-opbrekende bedrijven aan de gang geweest.
Die mensen hebben eind juni alles dichtgegooid, misschien omdat de werken voltooid waren,
misschien omdat ze zelf vakantie wouwe houwe, in elk geval, 't ligt dicht.   
Dus de kindjes kunnen deze zomer op de stoepen rolschaatsen of leren fietsen of
op andere wijze zichzelf in gevaar brengen en mij een hartstilstand bezorgen.
Van die zijde is alles zoals vorige zomers. 

Niet zo voor de ouders & de grootouders, want : er ligt nog zand.
Tussen de voegen van de stoeptegels, tussen de kasseien, in de goot ...
En 't is geen gewoon zand. 't Is ambetant zand. 
Vooral voor de grootouders die kinderopvang-van-dienst zijn.
Buikige opa's en zorgelijke oma's: 

- Ziet hé Medam, da’s allemaal zand.
- Eh, ja, tja ... zand.
- Van hier tot ginder hé ! Tot gínder hé !!
Dat bekijk ik dan gedwee - ja, streepjes zand hier &  daar. En ginder ook. 

- Dat waait wel weg, probeerde ik.

- Medam! dat waait maar tot in de goot.
- Allee, da's al iets, dan loopt ge dat zand niet tot binnen in huis ...
- Medam! Kijk goed! 

Ik keek eens goed. Ik zag streepjes zand. Geel zand. Heel fijn zand.
Het deed me aan iets denken, aan iets van lang geleden.   
Het was geen wit zand zoals aan het strand.
Het was geen geel zand zoals in de bouw gebruikt wordt. 
Het was beige. En heel fijn van korrel. Mul, pulverig en rul. Bijna talk, zo fijn. Leem? 
Zoals in de Zandweg?
Toen ik nog de straten en wegen rond het ouderlijk huis
onveilig maakte met  mijn trottinette was daar een zandweg.
Dé Zandweg. Daar deed ik stof opwaaien. In mijn eentje.
Nuja, met mijn trottinette natuurlijk. En dan achterom kijken naar die stofwolk. De prairie!   

Ik nam een paar vingers zand uit de goot en wist dat het leem was.
Op slag werd ik blij. En hoe komt die leem hier?

- En ge moest es weten wat een vuil dat geeft wanneer de mannen spuiten … 

Ter verduidelijking : in de namiddag brengen een paar Opa's van de schaduwzijde van de straat
hun tuinslang naar buiten en vernevelen water over de stoeptegels en een stukje gevel.
Het is zalig om dan door die koelte te lopen. 
De Opa's doen dat natuurlijk niet voor medammekes met een boodschappentas,
zij doen dat voor de kroost van hun kroost. Voor het nageslacht.

Daarna sproeien ze omhoog en dan mogen alle kinderen van de straat efkes door die waternevel lopen.
De nevel is een zeer zacht stortbad van heel kleine fijne druppels.
De eerste kinderen joelen de anderen naar buiten. Direct groot feest.   
En 't is daar regelmatig kinderfeest, geen subsidies nodig. Toffe Opa's en Oma's hierachter hé. 

Edoch. Water + Leem = Modder. 

Ze ontzeggen de kroost van hun kroost de verkoeling en de waterpret niet, maar nadien hebben ze
extra-werk door de moddervoetjes in de gang en in huis. Omdat er dit jaar leem op de stoepen ligt.
'k Luisterde met gepaste ernst en gepast ontzag. Inderdaad ambetant dat extra-werk door modderzand.

En in de tuin kunnen ze niet spuiten want daar staat de zon nog op het gras te branden.
Daarbij, 't gebeurt al jaren aan de straatkant en … en zo nog wat gesakker. De kinderen trekken er zich niks van aan. 

Nóg een soort schepsels dat er zich niks van aantrekt, deze zitten aan de zonnekant van de straat in dat mulle zand in de goot
uitgebreid stofbadjes te nemen, met gespreide vleugels en spitse pennen, de straatmussen. 

                                               House Sparrow taking a dust bath (photo by Vishnevskiy Vasily via Shutterstock)

Daar wordt enorm druk, vinnig & uitgebreid gestofbaad. In tegenstelling tot kinderen nemen mussen hun badje in stilte. 

https://www.youtube.com/watch?v=QGCn37RXNeg – 00min52

m - EZW-07/2010, HiH-07/2015, herwerkt - https://www.birdsoutsidemywindow.org/2009/08/26/why-do-birds-take-dust-baths/

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

613. --- afl. 057/121

afl. 057/121 ~ De droom

Zij stond voor mij, in de opening van de terrasdeur.
De vleermuismouwen van haar zwarte lange jurk wapperend in de wind.
De felrood gelakte wijsvinger van haar knokige hand bezwerend in de hoogte:

'De sloor is tweemaal vermoord. De eerste keer was voor haar de ergste keer.
Ik wist het van die dagboeken. Ma had het mij verteld.
Als er iets me mij gebeurt, zei ze, zorg dat ze nadien in de juiste handen komen.
Jij zwijn, je hebt haar leven meer dan kapot gemaakt. Daar ga je voor boeten.
Ik zweer het op haar hoofd. Francis kan me niet tegenhouden. Iedereen, hoor je, iedereen zal het weten.
En overal waar je je poten nog zet, zal ik zorgen dat ze je met de vinger wijzen.
Ploert, misdadiger, 't is te hopen dat de ogen van haar dáár tijdig opengaan.'

Marianne zat stijf-deftig in mijn chesterfieldzetel. Deemoedig met gebogen hoofd.

'Het kan je eveneens overkomen, meisje. Nog enkele jaren, als het nieuwe eraf is, volgt jouw beurt.
Hij kan dan eentje zoeken van achttien, vijftien of nog jonger. Een kind verkrachten komt zeker nog op zijn palmares!'
Pat had er jaren op gewacht, nu triomfeerde ze. Ze was duidelijk buiten zichzelf van woede.

Francis liep er bij als een witte geestesverschijning. Zijn ogen staalhard. Vol afschuw en dan weer intriest.
Hij zei telkens opnieuw, verdrietig en gesmoord: 'Pa, dit moeten meemaken! Ik wil het niet aannemen.
Maar het staat zwart op wit. Ik weet niet hoe het met ons verder moet.'

Marianne met een blik vol misprijzen, betraand, helemaal van streek:
'Ik kan me niet voorstellen, Max, dat uitgerekend iemand zoals jij dit heeft gedaan!'

Ze herhaalde die woorden keer op keer. Zweeg plots. Hoofdschuddend, de rest van haar gedachten begravend.
Keek weg van mij als wou ze mijn beeld voor immer verdringen.

'Niet doen, mijn alles, niet doen. Iedereen maar jij niet … jij nooit', huilde ik rauw, opbrandend van ellende.

De telefoon op het nachttafeltje rinkelde onophoudend:
'Goede morgen, meneer Cijnens. Het is half negen. Ontbijt wordt geserveerd in de Felicien Rops-zaal, eerste verdieping.'
Ontbijt? Half negen? Ik was klam van het zweet. Beukende hoofdpijn en maagzuur.

De brabançonne op mijn gsm: 'Heeft mijn venteke wat kunnen rusten?'
Die heerlijke, warme, bedwelmende stem van mijn Marianne.
Mijn geweldige vrouw, mijn godenkind, mijn beste medicijn.
Alleen haar stem en alle ballast, alle vragen, alle zorgen vielen van mij af.
Vooral de bittere herinnering aan die afschuwelijke nachtmerrie.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ 'witte rook'

vandaag kookt opa eens een keer

De nieuwslezeres vraagt ivm een topbespreking aan de correspondent ter plaatse:
"Ja Jan, verwacht je dat er vanavond al witte rook zal zijn?"

De Kleine vraagt vanuit de sofa
- Opa, 'witte rook', wat wil dat zeggen? 

Opa antwoordt verstrooid, hij volgt het nieuws van bij de keukendeur want
hij heeft potten op het vuur staan:
- Dat zeggen ze wanneer iets goed afloopt. 

Waarop Oma ook vanuit de sofa, laconiek :
- Behalve wanneer die witte rook uit de keuken komt hé man.

m  - EZW-07/2014, goed voor 1 glimlachje

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

612. Ray Franky

De naam Ray Franky deed een solide bel rinkelen en gisteren heb ik over hem het een en ander gevonden op 't Net.
De tekst van het nummer, om te beginnen. En de levensloop van de man.
Dat was interessant, het jaar '73 en later liep ik elke dag rond in zijn wijk en ik wist van niks.
'k Kende toen enkel nog vaagweg dat liedje. 

klank aanzetten,
https://www.youtube.com/watch?v=Sz44xbzrgGA 
03min02

Ray Franky - wat je naam was, dat ben ik vergeten 

Wat je naam was dat ben ik vergeten
Maar je kussen vergeet ik nooit meer
Van jouw liefde wou ik toen niets weten
Maar in dromen zie ik je nu weer

Want geen ander is er daarna nog geweest voor mij
Toen ik afscheid nam van jou ging het geluk voorbij
Wat jouw naam was dat ben ik vergeten
Maar jouw kussen vergeet ik nooit meer
't Was in een kleine badplaats
De zee was er blauw
Daar danste ik die avond
Een tango met jou
Wat je naam was dat ben ik vergeten
Maar je kussen vergeet ik nooit meer
Van jouw liefde wou ik toen niets weten
Maar in dromen zie ik je nu weer
Want geen ander is er daarna nog geweest voor mij
Toen ik afscheid nam van jou ging het geluk voorbij
Wat jouw naam was dat ben ik vergeten
Maar je kussen vergeet ik nooit meer
We zijn daarna nog even
Het strand langs gegaan
De zee lag als een sprookje
In 't licht van de maan
Wat je naam w as dat ben ik vergeten, Maar je kussen vergeet ik nooit meer
Van jouw liefde wou ik toen niets weten
Maar in dromen zie ik je nu weer, Maar in dromen zie ik je nu weer

1954, Tekst : Gerondal / Nelly Byl -  Muziek : Storch 
Een vertaling van Nellie Byl begot! Een successchrijfster/vertaalster.

Ray Franky (1917 - 2002) geboren als François-Victor De Paepe,
was een Vlaams charmezanger die zijn grootste successen in de jaren vijftig behaalde.
Hij was vooral bekend als zanger van de evergreen Oh Heideroosje.

Levensloop

De Paepe werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk geboren. Zijn ouders verbleven er in
het Normandische Bois-Guillaume na hun vlucht vanuit België. Na de oorlog keerde het gezin terug
en ging in Mechelen wonen. De Paepe was er tijdens zijn jeugd kerkzanger. 
Na de Tweede Wereldoorlog begon hij samen met de Mechelse accordeonist Pol Loos te zingen in diens café.
In 1949 startte zijn zangcarrière en De Paepe nam de artiestennaam Ray Franky aan.  
In dat jaar volgde zijn eerste plaatopname: de song Domino die in Parijs werd opgenomen.
Hij begon te toeren en kon van het zingen zijn beroep maken. 

Zijn eerste grote succes volgde in 1953 met Zing signorita.
Zijn allergrootste succes kwam er een jaar later met Oh, Heideroosje,
een Vlaamse vertaling van Oh, Heideröslein van de Duitse componist Gerhard Winkler
die Ray Franky samen met Jetty Gitari zong. Hierdoor werd hij ook in Nederland populair.

Ray Franky  Rayfranky.jpg     R-8789534-1468800899-3574.jpeg.jpg  Jetty Gitari

Ray Franky bracht vanaf dan een dagelijkse uitzending op Radio Luxemburg waar hij presentator bleef tot in 1959.
Zijn populariteit bleef groeien en zijn fanclub telde op het toppunt van zijn populariteit ruim 6000 leden. 
Ray Franky bleef aan de lopende band platen opnemen en hij kreeg in 1959
als eerste Vlaamse artiest een gouden plaat voor zijn 10-jarige carrière.

In het begin van de jaren zestig opende Ray Franky een café aan het Brusselse Zuidstation,
waardoor hij gedwongen werd om zijn optredens te beperken en zijn plaatopnames te stoppen.
Hij bleef wel voor zijn fans optreden in zijn café. In 1973 verkocht hij het café en begon opnieuw op te treden.
Ray Franky behaalde echter nooit meer de successen van weleer.
In 1975 ging hij dan ook noodgedwongen in het postsorteercentrum Brussel X werken tot aan zijn pensioen in 1982.
Er kwam een nieuwe comeback en hij bleef zingen en nieuwe plaatopnames maken tot einde 1989,
toen hij zijn 40-jarige carrière vierde. Kort daarna werd bij hem de ziekte van Parkinson vastgesteld
waardoor Ray Franky gedwongen werd zijn carrière te beëindigen. http://nl.wikipedia.org/wiki/Ray_Franky  

Ray Franky (1954) Hoe Je Naam Was Dat Ben Ik Vergeten
Eddy Christiani (1954) Hoe Je Heette Dat Ben Ik Vergeten
Camillo Felgen (1954) met Barbara Kist
Bob Benny (1976) Wat Je Naam Was Dat Ben Ik Vergeten
Corry Konings (1978) Hoe Je Heette Dat Ben Ik Vergeten

Kussen of ogen?

Bij Eddie Christiani & Corry Konings: Hoe je heette dat ben ik vergeten, maar je ogen vergeet ik niet meer,
wat preutser klinkt dan het Duitse origineel: Deine Name den hab' ich vergessen, deine Küssen vergesse ich nicht.

Toen we kind waren kon mijn zus
Tina het nummer enorm goed nazingen. Of toch het refrein.
Met de nodige uithalen, die tango werd een smartlap en het woord 'kussen' kweelden wij mee tot onze adem op was of
tot we niet meer konden van het lachen.

Afbeeldingen van ray franky :
Toen ik onderstaande foto zag, vroeg ik me af wie eerst was met dit kapsel. Eddy Wally of Ray Franky?

Deze foto zou dateren van '85.RAYFRANKY-web.jpg Een charmezanger zal hij alleszins geweest zijn.

m  – EZW-06/2014, herwerkt - http://users.skynet.be/berckmans2/media.htm57.htm
http://muzikum.eu/nl/123-111-10091/jo-vally/wat-je-naam-was,-ben-ik-vergeten-songtekst.html#ixzz33jjuesqP , http://www.ultratop.be/nl/song/66af3/Ray-Franky-Wat-je-naam-was-dat-ben-ik-vergeten

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een gans jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten