Naar de inhoud

'een gans jaar maart?'

schrijfvloer 01 ~ afgerond, klaar
akke.beakke.be

Archief

567. --- afl. 034/121

afl. 034/121 ~ De aap komt stilaan uit de mouw

En nu zat hij tegenover mij. In mijn werkkamer. Met de deur zelfs op slot.
Op zijn aandringen nog wel!  

Hij grijnsde:
'Kijk, Max, wij zijn geen goede vrienden.
Je biedt me wel uit beleefdheid een glaasje Pomerol aan.
Maar je zou me liever de deur wijzen'.

'Dat zeg jij. Ik niet'

'Kom, laten we niet schijnheilig doen en de koe meteen bij de horens vatten.
Je weet waarom ik je alleen wil spreken!'

'Absoluut keine Ahnung, Serge.'

'Over Gerda en jou uiteraard. Vooral over jou.'

'Kom je ronselen, Serge? Ik treed niet toe tot jullie clubje, man!'

'Doe niet belachelijk, Max.
Onze kleine gebedsgenootschap bestaat uitsluitend uit dames en dat wil ik zo houden.

Je bent beter af met een beperkte, intens overtuigde kring
dan met een hoop onverschillige meelopers.

Maar dit terzijde. Je gedrag, Max.'

'Daar heb jij je niet mee toe bemoeien.'

'Toch wel, Max.'

'Jij hebt je kerk, je waanzinnig kliekje theomanisten en…'

'Hoe noem je dat?'

'…en wat er daarbuiten tussen Gerda en mij gebeurt, gaat jou geen moer aan!'

'Je beseft niet hoeveel ellende en wat een verdriet je je vrouw aandoet.'

'Ik heb haar een scheiding voorgesteld. Zij wil niet. Ze wil me alleen kloten.
Niet mijn woorden, de hare!'


'Dat zal Gerda wel op een andere manier gezegd hebben.'

'Ach wat! Als ze gelanceerd is, stort zij nog meer verbale vuilnis over mij uit.'

Serge zuchtte diep, fluisterde: 'Tendit in ardus virtus.'

'Hou op met die zever!'

Zijn stem zalfde vergevend: 'Kloekmoedigheid zoekt het moeilijke om het te overwinnen, Max.
Blijf je vrouw trouw. Duw haar niet in de miserie. Zij heeft je nodig.
Denk aan je zoon, zijn reputatie, de jouwe.'


'Wat kan mij die reputatie schelen, man!'

'In dit kleine dorp, de mensen…'

'Luister goed, Serge, ik ga open kaart met jou spelen en dan wil ik dat je het meteen aftrapt.
Is dat klaar?'


'Ik heb je nog veel te zeggen. Max, véél.'

'Ik wil Gerda verlaten. Scheiden. Voor goed. Wenst zij dat niet, dan zijn er andere oplossingen.
Ik blijf in geen geval bij haar. Gesnapt?'

'Die zogezegde minnares van jou … Gerda heeft me verteld wat zij weet
en dat is niet veel om fier over te zijn!'

'Wat weten zij en jij over Marianne! Wat weten Francis en Pat over haar.
Pat mag dan nog de speurhond spelen!'

'Max, die vrouw is slecht!'

'Slecht? Omdat zij van mij houdt. Omdat zij en ik seks hebben
waar jij in je natste dromen nog niet kan naar smachten!'

'Dit gaat te ver, Max.'

'Ik was net eenenzestig toen ik Marianne leerde kennen. Ga het Gerda maar vertellen.
Een tsunami van een vrouw; als jij in je impotentie kan snappen wat dat inhoudt.
Een vrouw, die je oppeuzelt of verslindt. Een vrouw als een gordel van smaragden.
Verblindend, passioneel, verrijkend. Een fenomeen met daarenboven een hart van goud, mijn…'

'Max …'

Hij stond op. Hij transpireerde. Zijn ogen waren glazig. Zijn mond halfopen.
Hij trilde als een espenblad. Als kreeg hij een wilde en onbeheerste zaadlozing,
giechelde denkduiveltje.

'Max, mocht je me nu een cognac inschenken, ook voor jou, onze laatste samen!'

'Ik wil dat je weggaat, nu!'

'Neen, ik moet je nog véél zeggen.'

'Houd je preken maar.'

'Het gaat over Marianne!'

'Wat?'

'Haal de cognac!'

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=120

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

566. kinderzomerbang

Mijn kindertijd heb ik op den-buiten beleefd, waar loslopende honden erbij hoorden.
Zij deden op een drafje hun toer. Zij waren accessoires in het decor,
in de zomer voor ons dagelijks aanwezig, vermits wij dan op straat speelden.

Op sommige honden kon men de klok gelijk zetten.
Ze deden plichtmatig de ronde van een territorium dat alleen zij kenden en dat nu niet meer bestaat.
De streek is verstedelijkt en het is er niet meer mogelijk, loslopende honden.

De boerderijhonden noemden we ze. Ze waren half-groot en zeer snugger.
Door hun drafje gaven ze te kennen dat ze met hun eigen zaakjes bezig waren
en zij hoopten van ons, de kinderen, hetzelfde.
Boerderijhonden en zomertijd … wij wisten nog voor de boerin dat het teefje weer drachtig was.

En dan waren er de huishonden. Dat was een gans andere categorie.
Huishonden zaten opgesloten in een tuin.
Ze blaften naar alles wat langs kwam omdat hun gebied niet groot genoeg was.

Op weg naar de kruidenier moest ik langs zo'n tuin.
In mijn leefwereld als kind waren er grotere dieren dan die hond.
Er waren koeien. Met horens. Maar van koeien was ik niet bang. Gewoon uit de wei blijven.
Er waren paarden met hoeven. Een paard laat men met rust.

Maar dus die hond. Dat gegrom en die tanden.
Die tanden keken mij elke zomer recht in het gezicht.
En ik moest daar telkens twee keer langs.
Een keer heen en een keer terug.

m  - EZW-06/2012, HiH-06/2015, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

565. --- afl. 032-033

afl. 033/121

Wegens ooit een vergissing in de nummering bestaat deze aflevering niet maar ik bewaar en volg de oorspronkelijke nummering
omdat anders de verwijzing/de link naar de bron niet meer klopt. En bronvermelding is ongeveer heilig, newaar? m

afl. 032/121 ~ Theomanistenclubje

Hij was een boom van een vent, die pastoor.
In feite een dorre boom die zichzelf overleefde en het duidelijk een loodzware last vond.
Hij leek vergroeid met het dorp. Een jaar of zestig schatte ik hem.
Nooit naar zijn leeftijd of achtergronden gevraagd. Interesseerde mij geen bal.

Vroeger, zo werd verteld, was zijn kerkje tijdens de zondagsmissen goed gevuld geweest.
Dan konden hij en Bernard, de onderpastoor die hij deelde met de parochies uit naburige dorpen,
hun salaris tegenover de gemeenschap verantwoorden.
Doch met het uitvlakken van de geloofstrouw en de steeds uitdeinende kerkontvolking,
verdween eerst Bernard en verloor -vreemd genoeg- pastoor Serge de belangstelling voor zijn afvallige parochianen,
om zich meer en meer toe te spitsen op een handvol koppig verslaafden aan het kruisbeeld.
Tot hen behoorde uiteraard Gerda.
In mijn ogen vormden ze een nieuwsoortige sekte. De sekte van de theomanisten.

Ze vergaderden een drietal avonden per week in de kerk.
Er werd verteld dat ze zich daar opsloten, in een nauwe kring bij het altaar zaten,
met alleen het flauw flikkerend licht van een enkele hoge kaars op hun van aanbidding gespannen witgrijze gezichten.
Gerda slofte, als een oude vrijster, iedere ochtend naar de kerk. Ze woonde trouw elke vroegmis bij.
Maar als tempel had de kerk voor haar toch een beetje afgedaan. De kerk leek meer bij- dan noodzaak.
De spirituele symbolieken met al de nieuwe, vreemdsoortige rituelen en eigen gezangen
die Serge van een kort verblijf in Salt Lake City had meegebracht,
overtuigden de theomanisten méér dan het gewone bijwonen van een mis of het samen voorlezen uit de bijbel.

Pastoor Serge, die zichzelf rechtstreeks afgezant van de Heer was gaan noemen
- in feite nog tamelijk braafjes vergeleken bij zestig ministers in Kongo,
die "ambassadeur de Jésus-Christ" op hun visitekaartje vermeldden-
oefende fysiek en psychisch een hypnotiserende invloed uit op Gerda en die enkele andere oudere vrouwen.
Twee van haar clubgenoten hingen elke zaterdag bij het piepen van de dag rond in de stationsbuurten van Brussel.
Daklozen opsporen, verworpenen, het gruis van de aarde, dat
tussen zijn vodden, plasticzakken en kartonnen dozen lag te vegeteren.
Ja, ze werden gevoed, de sukkels.
Geestelijk voedsel toegediend door twee begijnen: het noodzakelijk heil van hun Heer
doorspoelen met een slokje leidingwater, gewijd door Serge.

Hoe de vork met Gerda's sekte juist aan de steel zat, heb ik nooit willen weten.
Ik vermoed alleen dat Serge sluw genoeg was -en dat was hij zeker-
om er vooral eigen belang aan vast te knopen.
Doorgewinterde kerkcommerçant als hij was
en gelet op de explosie van de rijk makende geloofsbedrijvigheid in de States,
was het hem vóór alles om de poen te doen.
Dat zijn theomanisten hem niet in de steek zouden laten, wist hij zeer goed.
Die brave besjes waren door hem zorgvuldig geselecteerd: goedgelovig en goed bij kas.

Twee ongehuwde zussen -hun vader was destijds gekend als welgestelde veeboer dus grootgrondbezitter-,
de weduwe van de notaris,
een drietal dametjes, dat Serge graag en vaak met zijn wagen naar Nederland en Luxemburg voerde.
Buurvrouw Adrienne, manusje voor alle kerk- en pastorijwerk.
En Gerda niet te vergeten. Gerda, die na het overlijden van haar moeder, de laatst levende ouder,
meteen het huis had verkocht en de elf miljoen oude Belgische franken zéér voordelig bij Francis had belegd.

Ze deed met haar geld wat ze wou, maar ik was bijna zeker van dat zij een deel van haar halfjaarlijkse intresten
-en tegen 7.25% was dat in die tijd beslist niet te onderschatten- aan Serges werken spendeerde.
Wat zou die zich dan bekommeren om vijftig of honderd parochianen meer of minder in zijn missen!
Hij boerde op zijn eentje stukken beter met zijn dames van Maria en Inri. Die zaten op bankrozen stuk voor stuk.

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=120

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

564. auto na 70

Toen ik (’87) tijdelijk in Jette woonde (de Smet de Naeyerlaan) is daar een memorabel ongeval gebeurd.
Wel, voor mij is het nu nog memorabel.

Op het kruispunt met de Ferdinand Lenoirstraat werd een voetganger van het zebrapad geschept.
De bestuurder panikeerde, reed door en één zebrapad verder gebeurde hetzelfde, een tweede slachtoffer.

Binnen de minuut was het leven van twee mensen voorbij
en was het leven van de bestuurder definitief, onomkeerbaar veranderd.
En van deze drie mensen, was heel de naaste omgeving mede-slachtoffer.
De kringen van de steen in de vijver.

Achteraf bleek dat de bestuurder iemand was van 78 jaar.
En dat hij in shock was. Jahaa, men zou van minder. 
Moeten verder leven met het besef dat men twee mensen gedood heeft,
met de schuldgevoelens die daarmee gepaard gaan én
wat hij aan zijn kinderen wou nalaten ging nu naar de nabestaanden van de slachtoffers.
Mentaal, emotioneel en uiteindelijk ook financieel kapot, het bankroet van een leven.
Dat alles omdat de auto niet kon thuisblijven. Mijn auto, mijn vrijheid.

Ik hoopte toen dat, als ik een bepaalde kaap bereikt zou hebben,
ik nog voldoende zelfkennis en gezond verstand zou overhouden om de wagen weg te doen.
Om er een streep onder te trekken. Om er een punt achter te zetten.

Stel dat men medicatie moet nemen waarbij het gebruik van zware machines wordt afgeraden. 
Oh, maar ik gebruik geen zware machines hoor! Mijn zwaarste machien is de stofzuiger.
En vervolgens stap ik fluitend in een auto van een paar honderd kilo
die vanaf een bepaalde snelheid het impact heeft van een paar ton.

'Geen zware machines hoor, ikke. 'k Zou ommers niet weten waar, ikke …'

Er zijn een paar scharnierpunten geweest, ergens tussen 2008 en nu.
Ik weet, ik ben bijlange niet meer zo bij de pinken als zes of zeven jaar geleden.
Ik besef dat mijn reactiesnelheid verminderd is vergeleken met toen,
en die vertraging zal enkel nog toenemen, een realiteit ontkennen heeft geen zin.
Ik weet dat mijn probleem-oplossend vermogen aan het afnemen is.

Mijn zus Tina vraagt dan of ik ziek ben, of ik daar niet eens 'iets zou aan doen'. 
Het heet SLEET, Tina. En sleet is onomkeerbaar. (hoe dikwijls nog)

Dus over dat autorijden, ik dien mijn rijbewijs in wanneer ik er een streep moet onder trekken,
wanneer ik voel dat ik er een punt moet achter zetten.

Zelfkennis en besluitvaardigheid, daar blijf ik toch op hopen, om niet te eindigen
in een mentaal en emotioneel (en financieel) bankroet zoals die man van 78 toen in ’87.

m - EZW-06/2014, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

563. --- afl. 031/121

afl. 031/121 ~ Diplomatie en hysterie

En ze deed het. Ze schakelde niet alleen Francis en zijn vrouw in.
Ook haar zielenherder en hartenbroeder pastoor Serge, werd erbij betrokken.
Later ontdekte ik, dat Pat me op een woensdagnamiddag
in haar vlammend rode Honda als een oorlogsschip volgde.
Ze deed volstrekt geen moeite niet op te vallen. Integendeel.
Toen ik uitstapte bij het villaatje en achterom keek, stond ze al vlijtig het adres te noteren.
Och, om dat "huiveringwekkend" woord van Gerda te gebruiken: dat ze allemaal naar de kloten lopen!

Francis legde het diplomatischer aan boord.

Eerst met verontschuldigingen
'Echt, pa, ik meen het, dat was niet mijn bedoeling.
Maar ja, die insinuaties van Freya. Ik wou je geheim helemaal niet verklappen.
Ik wist wel wat een storm dat bij ma zou ontketenen.
Maar je moet ook inzien dat er door die toestand opeens bepaalde zekerheden voor mij wegvallen'.

Dan met een soort wijselijk overleg
'Pa, ik weet het, het vlees is zwak en zeker met een vrouw zoals je beschrijft.
Elkeen kent al eens een avontuur, een langere of kortere relatie.
Echtscheidingen zijn de doodgewoonste zaak van de wereld.
Maar ma is geen, tja, hoe moet ik het zeggen, ma is geen normale vrouw.
Dat overdreven religieuze heeft haar omzeggens teruggebracht naar de Middeleeuwen.
Je moet haar ontzien. Laat haar je naar de brandstapel wensen.
Verdraag haar gemeenste stemmingen. Zij is nu eenmaal een hysterica'.

Ja, dacht ik erbij, noem haar maar zo. Dat is de best passende omschrijving.
Een hysterica, een vrouw, die in een bestendig verkrampte en verlammende zenuwtoestand verkeert,
toestand die meestal voortkomt uit storingen in het geslachtsleven.
Voeg die afwijking bij haar erg overdreven godsdienstwaanzin
en je hebt het perfecte schrikbeeld van iemand, die niet meer van deze wereld is
en er toch haar gif wil blijven spuiten.

En dan was er natuurlijk pastoor Serge!
Ik zie hem nog die avond op de drempel van mijn huis staan.
Weifelend een verboden hand naar de mijne uitstekend.
Dan zorgvuldig de schoenen vegend en tussen de tanden mompelend:

"Mole ruit sua."
Hij begroette me af en toe met een Latijns gezegde.
Deze keer haalde hij Horatius aan: Het stort in puin door zijn eigen gewicht.

'Amen', knikte ik, 'Ze zit boven. Ga maar. Je kent de weg.'

'Nee, Max, ik kom niet voor Gerda.'

'Als je niet voor haar komt, dan kom je beslist voor een van mijn rode diamanten.
Clos l' Eglise zevenennegentig! Perfect gechambreerd. Die goddelijke voorzienigheid toch! Chapeau!'

'Deze keer geen wijn, niks. Ik wil slechts met jou praten, Max, onder vier ogen.'

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=120

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

562. trage dagen

niet altijd even boeiend

Er waren ook saaie dagen aan boord, zelfs monotone periodes, tijdens dewelke er echt niks gebeurde of te beleven viel.
Dan zou men van een simpel feit een evenement gemaakt hebben, gewoon om de bovenkamer wat te bemeubelen.

Dan moest ik mezelf er aan herinneren dat we die rust verdiend hadden.
Maar hoeveel rust verdraagt een mens eer het eentonig wordt ?
Mentale rust, bedoel ik, want fysiek waren we wel allemaal bezig.
Ongeveer allemaal.

Natuurlijk waren er boeken aan boord, en later ook videocassettes,
maar niet iedereen leest graag en het aanbod aan films was beperkt,
zowel in aantal stuks als in genre.

Saaie periodes overvielen ons eerder op een bulkcarrier dan op een tanker.
Bulk (stortgoed) is niet de meest dringende lading.
Er werd al eens doorgegeven aan het schip dat er moest vertraagd worden, omdat de terminal ons nog niet kon lossen.
De opslagcapaciteit aan de wal kon ons er efkes niet bij hebben, of er was een panne in de transportbanden …
De ware reden kregen we niet te horen natuurlijk, wij beneden al helemaal niet.
Maar dat er vertraagd werd merkten we wel.
Dat hoorden we ook van de matrozen van wacht natuurlijk, die vertelden beneden al eens wat er boven op de brug gebeurde.
Want het was toen nog echt upstairs-downstairs hé.

Terwijl ik dit zit te typen besef ik ineens dat het niet altijd even duidelijk is over welke vaar-periode ik het heb.
Over de 13j vóór ik LM kende en dus in mijn eentje monsterde, of
over de 17j erna, toen ik LM kende en samen met hem monsterde.
Want er is vóór 1992 de pre-LM periode en vanaf 1992 de LM-periode.

Het bleef varen op vrachtvaarders, maar het was een wereld van verschil,
want ik woonde plots een deck hoger en ik at in een andere mess.
Een kleine aanpassing jawel, maar na verloop van tijd
kreeg ik serieus heimwee naar mijn oude routine en de kameraadschap van 'downstairs'.
Vooral dan wanneer er 'oude' bekenden bij de crew waren.
Het heeft ongeveer twee jaar geduurd eer ik daar helemaal van af was.

In de pre-LM periode werd ik gemonsterd door de Pool der Zeelieden, dat was
de wervingsreserve waar de rederijen hun lagere bemanning betrokken.
Dwz dat we op elk soort vrachtvaarder konden geplaatst worden.
Later, met LM waren het vooral tankers.

Bulkcarriers (stortgoed) vaarden soms veel trager en
wanneer dat in de doldrums moest gebeuren, werd het helemaal saai.
Spiegelgladde zee en wolkeloze hemel. Dagen op een stuk.
De eerste dag is dat hemels. De derde dag voelt het leeg.
De vijfde dag wordt het onheilspellend, alsof het afstompend zicht nooit nog zou overgaan.
Niks dat de blik vasthoudt. Geestdodend.

Dan bleef ik op de poop al eens kijken naar het kielzog, om te kijken of er nog niet wat meer vaart in zat …
Dan hielden we mekaar bezig met flauwe bedenkingen : er zijn mensen die duur geld betalen voor een reis,
om dit soort weer te kunnen meemaken. Wij worden er tenminste voor betaald.

Op een keer kwam ene Ludo laat aan het ontbijt. Die gast was uit zichzelf al een onverstoorbare slome,
en zelfs híj was uit zijn hum, al van ’s morgens vroeg. Hij bromde iets over 'die speedboot hier'.
Speedboot. Over een gevaarte van 75.000 ton laadvermogen op economische snelheid.
Heel de tafel schoot in een lach. Als het voor Ludo al traag ging, dan was er toch iets hé. 

Tja, van kleinigheden maakt men een gebeurtenisje, op zulke dagen.
Er waren de stormdagen, maar het andere uiterste bestond ook : de oersaaie dagen.

m  – HiH-06/2015, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

561. --- afl. 029-030

afl. 030/121

Wegens ooit een vergissing in de nummering bestaat deze aflevering niet maar ik bewaar en volg wel de oorspronkelijke nummering
omdat anders de verwijzing/de link naar de bron niet meer klopt. En bronvermelding is ongeveer heilig hé, m.

afl. 029/121 ~ Echtelijke verwijten

Het duurde geen week of Gerda onthaalde me krijsend en gillend met haar feestelijkste verwijten.

'Dat jij hier nog een voet durft binnen te zetten, jij schurftige hond. Ha, meneer heeft een hoer.
En dat duurt al jaren. Nu weet ik wat ik aan die toot van jou miszag. Afgeleefd! Rot weg, schoft.
O, ik wist het. God, mijn Heer, U bent mijn getuige dat ik het vermoedde.
Al vele jaren komt hij niet meer af, ben ik lucht voor hem.
Zelfs geen zoen met Nieuwjaar. Geen vriendelijk woord …
Blijf met je tengels van mijn deuren. Wie weet wat je er bij die hoer mee uitgespookt hebt.
Vies, vies, ik ben vies van jou. Door het hoofd zal ik je schieten en dat spel tussen je benen afsnijden.
O, God, Heer van mij, laat me toch zwijgen.
Maria, ons aller moeder, leg andere woorden in mijn mond, ik smeek U.
Je stinkt naar haar. Straks moet ik braken, zie.
Al jaren de nagel van mijn doodskist en nu hoerenloper ook!
Dat mankeerde er nog aan.'

Ze draafde maar door. Er kwam geen eind aan. Almaar heftiger.
Schreeuwend, met haar overslaande kraaienstem en maar dreigen met de vuisten.
Zo had ik haar nog nooit gezien.

'En denk maar niet dat ik jaloers ben! Ik geef geen sikkepit om jou.
Maar mijn zoon en Pat, de buren, pastoor Serge, de omgeving,
hoe gaan die allemaal tegen ons aankijken. Wij …'

'We kunnen scheiden.'

'O ja, dat zou meneer en zijn violet goed uitkomen. Wie weet, heb je nog tijd om te scheiden,
je kan tegen die tijd allang rondlopen met aids aan je gat.
Heer, vergeef mij dat laatste woord. Sta me bij, Heer, en heb begrip voor mijn woorden.
Scheiden nooit! Hoor je mij, nooit! Jamais! Wat de Heer verenigd heeft, kan niet gescheiden worden.'
'Laat je god er buiten en trachten we dit af te handelen als volwassen mensen, ja?'

'Hier valt niets af te handelen. Zelfs moest je me morgen vertellen dat het uit is met die troela, ik zou je niet geloven.
Serge zegt het ook: eens dat een man van die kelk gedronken heeft, is hij verloren.
Er zijn uitzonderingen, maar een leugenaar zoals jij, een geboren scheefmarsjeerder!
Je het leven zuur maken, ja, met plezier. Scheiden? Over mijn lijk!'

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=140

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

560. bruiloft

het perfecte feest

Een sprookjesbruiloft, alles moest perfect zijn. Een feestbuffet buiten, op een zoele zomeravond,
zo hadden de trouwers zich hun feest voorgesteld, ttz : zo heeft de moeder van bruid dat gewild.
Het buffet is er dus gekomen, de zoele zomeravond ook, want er werd getrouwd in een warm land.
Alle gasten in ceremoniële kledij. Sjiek volk hoor.

Men moest dat buffet gezien hebben om het de vatten, zo weelderig, zo luxueus.
Met driedelige chocolade-cascade en al. De dessertafdeling van het buffet was fa-bu-leus!

Tot er een zucht wind langs kwam:

                                        een chocoladecascade + wind =  Chocolate Fountain + Wind = Bad Time                      

'k Beklaag werkelijk de mensen die benedenwinds stonden.

m - EZW-01/2014, herzien - https://www.pinterest.com/pin/327777679101501002/ 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

559. --- afl. 028/121

afl. 028/121 ~ Almaar mokerslagen

Voor Marianne was mij trouwen geen utopie.
Ze wilde nog alleen haar Max, met haar en huid.
En ze had mij.
Mijn frustraties en muizenissen lachte ze weg. Ja, soms voelde ze de tijdsklok tikken.
Een kind, hoe graag ook, bijna op haar veertigste? Pure waanzin of egoïsme, beweerde ze.
Zij, Marianne, had geen kind als ultiem bindmiddel nodig om haar man vast te pinnen.
Ik was er en ik bleef er.
Als hij dat nu nog niet wist, tja …
dan zat haar maatje met een groot probleem, zij lekker niet.

Natuurlijk had ik haar graag een kind gegeven.
Liefst een meisje. Marianne in miniformaat.
Verhaaltjes vertellen, luiers verversen, poppenkast spelen,
nachten oplopen terwijl haar moeder sliep, ’t zou geen probleem zijn.
Maar stel dat een klasgenootje nadien zou roepen: "Kijk daar is je opa!"
Tien jaar jonger en ik had onmiddellijk ja gezegd. Slechts tien jaar en even vrij als Marianne.
We hadden wellicht met z’n drietjes de trouwzaal betreden.
Gerda was er echter nog. En die wou niet scheiden.

'Over mijn lijk', gilde ze, 'hoerenloper, varken, duivelsjong, Frankenstein!'
Ik loop het verhaal echter vooruit. Sorry.

De eerste tijd na mijn confidenties over Marianne zinspeelde Francis met geen syllabe over haar.
We spraken mekaar ook niet zoveel toen. Het werk slorpte hem totaal op.
En zijn huwelijksleven! En het gekibbel met zijn vrouw over
enkele financiële uitschuivers, die hij ontwijkend niemendalletjes noemde.
Enkele maanden gingen voorbij.

Ik bleef me super voelen. Gerda bestond niet meer.
Ik leefde nog uitsluitend voor de lange namiddagen met Marianne,
mijn gedichten voor haar, onze hijgtelefoontjes ’s avonds.

Nu meer dan eens per maand een etentje in La Maison du Boeuf, de Sea-Grill
of Le Croûton, haar lievelingsrestaurant in Anderlecht,
waar Rudy en Michel haar oprecht bewonderden en complimenteerden,
haar als mevrouw Cijnens aanspraken, iets wat haar neusje de ganse avond deed krullen.
Voor Marianne keek ik op geen briefje van honderd zelfs geen twee van vijfhonderd euro.
Ik kon het me veroorloven, Marianne was me alles waard.

En toen, een late namiddag op kantoor, dat telefoontje van Francis.
Eerst de gebruikelijke blablabla over de rentevoeten en dan, als terloops,
op een wat jongensachtige-spottende toon van twee ervaren mannen onder mekaar:

'En, hoe staat het met de liefde?'

'Uitstekend,' was mijn spontaan antwoord.

'Dus ’t blijft duren tussen jou en die … hoe heet ze ook weer?'

'Marianne. Dat weet je maar al te goed. Verder?'

'Mmm ja, zeg … Pat beweert …'

Ik, stekelig geprikkeld: 'Wat beweert Pat?'

'Bah, niks eigenlijk.'

'Wat heb je Pat verteld over Marianne en mij?'

'Ik? Geen woord, echt niet.'

'Francis, wat is er gaande?'

Mijn stem sneed korzelig. Het bleef seconden stil aan zijn kant.
Buiten, op de laan naar het centrum, zoemde het verkeer bijna geruisloos voorbij.
Ik staarde door het raam naar de opflikkerende lichtreclame van het Queen-Annehotel.
Ik werd almaar wreveliger, ontstemder, bijna gekwetst om het gevoel van verraad.
Dat had ik van hem niet verwacht.

'Francis?

'Sorry, ik ben er weer. Wat vroeg je daareven?'

'Wat weet je vrouw over Marianne en mij? Je weet verdomd goed wat ik …'

'Toe, pa, je hoeft daar geen drama van te maken, ’t Sop is de kool niet waard.
Freya, een van mijn klanten, heeft jullie gezien.
Tja, je loopt niet in zakken. Zeker niet op een zaterdagnamiddag in Antwerpen.
In de Schuttershofstraat nog wel.
We waren eergisteren uitgenodigd voor een drink bij Carlos en Freya thuis.
Ze hebben een drietal boetieks in het Antwerpse.
Weet je dat Freya je haast niet meer herkende toen je de winkel binnenstapte?
By the way, Carlos was een en al lof over je vriendin.
Prachtige vrouw en de manier waarop zij voor jou enkele danspasjes maakte in dat zwart voile kleed!
Kon zo een scène zijn uit "Pretty Woman" zijn. Pat heeft dit niet gehoord hoor.
Carlos deed me het ganse verhaal in zijn bureau. Op de terugweg kwamen de opmerkingen.  
Ik liet me domweg iets ontvallen en zij pikte er meteen op in.
Je weet hoe vrouwen zijn? En dan natuurlijk de onderste pieren naar boven willen halen.
Niet aan mij besteed, hoor!’

'Wat zei ze precies, Francis?'

'Precies? Weet ik niet meer.
Iets in de zin van: hoe ouder hoe gekker.
Enfin, het verbaasde haar niet.'

'En jij?'

'Ik? Pff…we hebben eens hartelijk gelachen. Niet direct om jou, pa, ook niet om de situatie.
Zo maar in ’t algemeen om oudere bokken, die nog graag een groen blaadje lusten.'

Hij lachte opnieuw. Ik niet.

'Bye, Francis.'

Ik legde de hoorn neer, stak een sigaret op, schakelde mijn pc en het felle bovenlicht uit
en bleef in de opkomende schemer voor mij uit staren.
Dat was de eerste deuk, die mijn zoon me gaf. Er zouden er nog volgen.
Onder de gordel, welbewust en zonder genade.
Natuurlijk, hij had gelijk. Ik moest er niet te zwaar aan tillen.
Au fond kon het me eigenlijk geen barst schelen.
Elkeen mocht weten dat ik een kanjer van een lief had,
van wie ik zoveel was gaan houden dat ik haar nooit meer wou opgeven.
Laat ze maar kletsen en grappen over oude bokken.
Maar het was zijn klikspaanachtig gedoe, vooral tegenover Pat.
Zijn weloverwogen verraad. Een zomaar licht ontvallen woord!
Mijn kloten! Uit opgekropte verontwaardiging of opstandigheid?
Omdat hij niet kon aanvaarden dat ik zijn moeder bedroog?
Omdat hij me opeens zag als een stiekeme lafaard, een smeerlapje in maatpak.
Een op seks beluste oudere vrouwengek.

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=140

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

558. blije uren

vader en zoon, vier handen op één klavier

'k Was op zoek naar iets voor Vaderkensdag
en ik kwam onderstaand filmpje tegen : iets over vader & zoon en over handen. 
Want deze twee zijn wel vader en zoon, maar misschien gaat het filmpje
eerder over handen, over wat handen samen kunnen.

Het zijn ook de handen die in beeld komen. Niet de hoofden, enkel de handen.
De grote en de kleine. Mooi om zien. Ik denk dat ze samen nog veel blije uren zullen meemaken.

klank aanzetten :
https://www.youtube.com/watch?v=Tk6HNXqs0y4 
02min04

m – HiH-06/2015 - voor meer van Brian Lockard : http://www.brianlockard.com/

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een gans jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten