archief
Naast mijn eigenlijke taak op de werkvloer vonden verschillende directieleden dat ik de geschikte persoon was om er nog wat neventaken bij op te nemen, al behelsden deze neventaken soms een verpletterende verantwoordelijkheid. Naast badgegheeerder van een paar duizend badges met al hun mogelijke toegangscombinaties, werd ik o.m. in vertrouwen genomen om het archief te beheren. Op zich niet zo moeilijk al was het wel één van de mindere aangename bijtaken. Want een archief werd altijd zo klein mogelijk gehouden. Het werd dus vaak wringen en op gevaarlijk plaatsen reiken juist naar die stapel, of die doos waar een directielid zeker van was dat ze de inhoud zou bevaten waar hij zelf al dagen had naar gezocht. Dus dan maar roepen naar zijn vertrouwenspersoon, ondergetekende dus. Het zou me te ver brengen verder uit te wijden over dit onderwerp. Toch nog deze. Het was tussen deze rekken en dozen, in deze smalle gangen dat ik een verpleegkundige moest zien om te toveren tot de heilige man; las je eerder wel. Maar wat me nu voor ogen komt na al die jaren is het beeld van de aaneengesloten rijen archiefkasten van grijs staal. Overal stonden mappen in verschillende afmetingen en uitvoeringen. Ze hadden ruggen van stof, ruggen van plastic, ruggen van metaal. Er stonden ingenaaide boeken, gebonden boeken en oude documenten - heb daar zelfs mijn eigen geboortegegevens gevonden -, fraai en zorgvuldig bijeengehouden met touwtjes en zelfklevers die over de schappen gingen. Nu ik eraan terug denk stonden er ook gepensioneerde elektische typemachines van Triumph en Facit. Er stonden grote ladekasten voor stadsplattegronden. Fotodozen (die ooit spoorloos waren verdwenen en nog altijd niet terecht zijn!) en archiefboxen van bruin karton - laatste moest ik jaarlijks bijbestellen toen het verlof er aan kwam- stonden tegen elkaar opgestapeld. Er stonden zelfs verrijdbare stalen archiefkasten. En er waren vooral de stevige baxterdozen waarvan ik de naam hier niet mag noemen ... Hoe dan ook, in alle bescheidenheid, ik vond alles terug, soms met spinnewebben in het haar of een hoest van die droge lucht. En eens gevonden vonden die heren directieleden het vanzelfsprekend, net zoals ze hun verloren sleuten terug kregen eens ik had gegrasduind in de sleutelkast die ook aan mij was toevertrouwd. En dat alles naast mijn hoofdbezigheid waar ik uren voor te kort kwam. Maar ik klaag niet, wat men ook nodig had en nergens meer kon vinden, dan klopte men bij me (letterlijk) aan, al dan niet in paniek. "Je bent zo een engel, moesten wij jou niet hebben ..." Maar wat doe je daar mee voor het verdere leven?!












1 reactie op dit bericht
Hallo ....