verarming
Neen, deze keer niet over armoede, maar misschien toch wel over DE armoede. Nogal wat mensen leven eigenlijk alsof er niets meer te verwachten is. Men werkt hard en sluit de nodige verzekeringspolissen af voor het geval er iets misgaat - (maar tegen werkverlies o.a. bestaan geen polissen). Er zijn geen idealen meer waarvoor kan geleefd worden en dit brengt ergens zowel een verhitting mee als een verkilling. Verhitting van een soort werkalcoholisme: werken en nog eens werken, want hier moet het gebeuren. En toch een kilte en een verlamming: waarom werken we dan eigenlijk. We sterven toch. Is dit één van de redenen van het wilde koopgedrag en de consumptiedrang in deze kerstperiode? Of worden we juist doorheen de kerstsfeer heel diep vanbinnen aangesproken door het Jezuskind dat in ons is blijven leven, ondanks alles. Misschien tonen wij het niet genoeg. In de huiselijkheid van de feestdagen kan het dan gebeuren dat de liefde wordt gewekt, misschien door een eenvoudig woord, een kaart, een wens. Want is het niet ten diepste uit vriendschap en liefde dat we als familie samen willen Kerst vieren, die liefde die mobiliseert en de mens de sterkste energie geeft, de hoop dat al ons werken en doen - indien in liefde gedragen - toch zijn waarde blijft behouden. Neen, wij zijn niet gemaakt voor de dood, maar voor het leven.
Hoe zou God iets kunnen maken om het weer teniet te doen ?
En toch brengt ook laatste mij op een andere gedachte, een nieuwjaarswens van een ondertussen overleden vriend, aan mij destijds gericht, verlangend naar eeuwige rust en dit tegen het einde van het jaar. Ik laat je in een volgende bijdrage even meelezen.













