-4- Eigenlijk was de prachtige grote hof van onze grootouders altijd een...

-4-
Eigenlijk was de prachtige grote hof van onze grootouders altijd een feest en een zegen voor ons als peuters. Het gebeurde dan ook wel eens af en toe, dat daar een vriendje en twee vriendinnetjes kwamen kwamen meespelen. De ouders van dat vriendje, Jantje was zijn naam, hadden een zaak waar ze zelf hun ijskreem gereidden die zijn vader dan met paard en ijskar ging verkopen. Jos de ijsventer is daar in die tijd rijk op geworden. Omgekeerd ben ik bij Jantje in dat grote magazijn maar een vijftal keer gaan spelen... Trouwens we liepen daan zowat in de weg. Dus kwam Jante af en toe bij onze grootouders in de grote tuin spelen. Katrien was eigenlijk het vriendinnetje van Nelly, en Susane was dan mijn vriendinnetje in die tijd. Met ons viertjes hebben we dan ook supper toffe tijden beleefd in de grote hof, zoals hij genoemd werdt. Bij mijn ouders thuis kwamen namelijk geen vriendjes, ik weet niet hoe dat kwam... mijn ouders waren er niet zo tuk op zeker... Ook hadden we daar maar een een klein koertje aan de achterdeur. Aan de achterzijde van dat koertje was dan een poortje dat toegang gaf tot het klein wegeltje naar de groententuin van vader. Er waren daar zo twaalf van die tuintjes. Een soort gezamelijke tuin dus, die tussen haakjes alle twaalf samen maar even groot waren dan de grote tuin van onze grootouders. In die groententuintjes mochten we al helemaal niet spelen en in de wegeltjes ook niet. Want dan kregen we last met de buren. En geloof me af en toe was het daar tussen de buren wel eens Bal-Populaire!!! Dus moesten we op het koertje blijven en mochten we maar alleen langs de wegeltjes passeren om helemaal achteraan naar het toilet te gaan. Nouw ja toilet.., een plank met een gat erin.., en.., stinken dat het daar deed. Ik had dan als klein meisje nog schrik ook, om in dat stinkende hok met mijn kleine poepje op die viese plank met dat grote gat te gaan zitten. Gewoon het gedacht dat al, dat ik door dat grote gat in die diepe stinkende beerput zou vallen... Eek, wat heb ik daar uren versleten met een kloppend hartje van de schrik.., eek. En dan vlug langs het wegeltje naar het koertje want de buren konden daar, mekaar niet luchten! Alleen Celestine en Jef, drie huizen verder en Marie en Door vier huizen verder. Door had daar in zijn groententuintje enkel aardappelen staan. Trouwens zo'n acht op de twaalf hadden daar aardappelen staan. De rest waaronder mijn vader hadden een groententuin. Terwijl ik dit nu aan het schrijven ben.., is er nu echt een zeer duidelijke herinnering die in mijn geheugen gegrift staat bij de categorie 'allermooiste peuter-jeugdherinnerringen'!! Ik moet toen zo'n drie jaar-en half geweest zijn... De geur van de zoete pijptabak van Door! Wat was ik toen gefacineerd door Door, met zijn rokende krome pijp! Later wist ik dat hij feitelijk Isidoor heette en zijn vrouw was dus Marie. Er hing tussen de doordringende tabaksrook altijd een vrolijke sfeer! Ze moeten rond de achtenzeventig jaar geweest zijn in die tijd. En zelfs na zesenvijftig jaar wordt deze herinnering als maar levendiger en is er terug die lach om mijn mond.., als zat ik terug bij Door met zijn schoorsteenpijp... Door en Marie waren altijd goed gezind. Marie vertelde aan mij heel dikwijls wel eens een verhaaltje. Ondertussen trok Door aan zijn pijp en knikte en lachte goedkeurend. Er was ook wel eens bezoek en telkens had Marie het hoge woord en de grootste lach. Het enige wat Door vertelde was af en toe een korte mop. Door vertelde niet veel, hij was eerder een genieter! Tot...ik...hem op een keer eens vroeg waar hij die tabak voor zijn pijp haalde... Toen moest ik zo tussen de vierenhalf en vijf jaar geweest zijn. Hij legde zijn pijp opzij en begon met zijn verhaal, en zelfs nu kan ik me nog herinneren hoe gefacineerd ik was. Hij kweekte namelijk zijn tabak zelf! 'Kom' zei hij 'ik zal het je tonen, we gaan naar de stallingen' Toen hij de deur opentrok viel me dirrekt een zoete aangename geur op. De ganse zoldering van die grote stal hing propensvol met iets wat op bladeren leek, sommige bussels waren nog groen, anderen waren geel tot bruin. 'Waw' dacht ik 'hopelijk valt er zo geen ding op mijn hoofd'. Maar voor de rest was het heus wel ordelijk in die grote stal. Opzij in een hoek stond een oude kast vol met gerief dat ik niet kende. Daar tegenover aan de andere kant stond een zeer grote houten tafel met een blijkbaar ongebruikte houten bankvijs. Op die tafel stond een ding dat ik niet kende... 'Hé Door wat is dat?' vroeg ik toen nieuwgierig. 'Hèwel dat is een tabaksnijder' antwoorde hij 'dat is om die bladeren in te snijden...' 'Snij je dan de steel van die bladeren hierboven?' vroeg ik weerom leergierig als ik was. 'Hahaha.., nee hoor Lutje...' lachtte hij. Toen legde hij me eerst nog eens uit, dat zijn pattatten hier op het hofje stonden, maar dat hij de straat hier tegenover, zoals hij het zelf noemde, nog een grote hof had. Hij nam me even mee naar die hof, waarachter een grote wei was vol met koeien. 'Voila.., hier staat nu mijne mais en tabak' zei hij fier. 'Mais en tabak???' prevelde ik vragend, nog steeds geboeid. Hihi, ik moet toen grote ogen getrokken hebben. Mais kweekte hij dus ook zelf voor zijn duiven.., maar de tabaksplanten, daar hingen er nu een deel van te drogen boven ons hoofd. Hij legde verder op een boeiende manier uit dat hij de droge bruine bladeren uit zo'n bussel plukte en deze allemaal sorteerde op die tafel. Ze moesten echt wel zeer droog zijn, dus werden ze nog een halve dag gedroogd in de hete zon op de stenen waarop eerst krantenpapier gelegd werdt. Het was volgens hem de kunst dat ze net lang genoeg in de zon lagen, dus geen twee dagen. 's Avonds deed hij dan die zeer droge tabaksbladeren in een grote kartonnen doos. De dag daarna was hij vrij vroeg uit de veren en begon met het versnijden van zijn zongedroogde tabaksbladeren. Ze mochten niet te fijn versneden worden maar ook zeker niet te grof. En zowaar deed hij het me voor hoe hij met zijn snijmachine enkele bladeren, die eigenlijk nog niet droog genoeg waren versneed. Hij vervolgde dat hij een paar speciale daarvoor kleinere jute zakken had die onmiddelijk gevuld werden met de juist versneden tabaksbladeren. Zo'n zak hing hij dan bij droog weer nog een dag aan de balk, bij wat vochtiger weer twee of drie dagen . Hij wees met zijn vinger naar omhoog naar een jute zak die daar hing vol met tabak die hij de dag daarvoor versneden had. Deze zak ging hij 's avonds rond negen uur binnen in huis halen en de dag daarna werden dan de bruine papieren zakjes gevuld. Toen gingen we terug binnen en hij toonde me zijn tabakskast die voor een deel gevuld was met de bruine zakjes. Fier deed hij zo een zakje open en liet er me aan ruiken. Klein als ik was vond ik het zowel een vreemde, als heerlijke geur. 'Moet je een ook boterham?' vroeg Marie die er plots was. We hebben toen met zijn drieën gegeten als waren we een gezinnetje. Na de maaltijd begon Marie de krant voor te lezen, en Door.., die vulde glimlachend zijn pijp met de tabak uit z'n bruin papieren zakje en dampte al gauw als een schoorsteen, maar luisterde geboeid. Als ik in die tijd mijn ouders had kunnen kiezen dan waren het Door en Marie!!!! Plots hoorde ik mijn moeder kwaad roepen op de hof, waar ik al die tijd wel gezeten had...!! Nog altijd is deze dag één van de mooiste uit mijn leven, een herrinnering die ik koester, ook al was het lang geleden dat ik me in gedachten naar die fijne dag verplaatste.., duizend maal dank Isidoor en Marie!!! Zelf rook ik niet, maar als ik zoete tabak ruik.., hm.., hééerlijk !!!! En nu.., terwijl ik dit schrijf.., moet ik een traantje wegpinken! Tijd voor een tas thee...




