Trein en bus, wandelen en weer, en van die hobby's meer
08-05-2023
8 mei 2023 Anzegem - Vichte (WNW Land van Streuvels)
De wandeling. We kozen deze keer voor een door onszelf uitgestippeld traject over het wandelnetwerk Land van Streuvels, en dat van Anzegem naar Vichte, beide stations op de lijn Brussel - Kortrijk, wat de organisatie een stukje eenvoudiger maakte. Het is een wandeling geworden van interessant punt naar interessant punt, met niet altijd even sprankelende verbindingstrajecten tussenin. Zo kwamen we in Tiegem, met de Sint-Arnolduskapel. Brouwers beschouwen deze heilige als hun patroon, maar de kans is groot dat ze hem met een andere Arnoldus verward hebben… Verder kwamen we voorbij het Lijsternest, waar de ooit erg bekende maar nu nog net niet vergeten Vlaamse auteur Stijn Streuvels door zijn raam het licht golvende landschap kon aanschouwen. Tot slot kwamen we in Vichte ook nog in het Beukenhof. Dankzij vele goed onderhouden voetwegen haalde de wandeling van ongeveer 15.5km een TWQ van 41%. Opvallend is wel dat twee voetwegen - een langs het Bassegembos en een langs de Kasselrijbeek - op de kaarten van het NGI ontbreken. Met oudere kaarten moest je behoedzaam omspringen omdat veel aangegeven veld- en voetwegen verdwenen waren, nu doet het omgekeerde verschijnsel zich voor: voetwegen die door de inspanningen van een gemeente opnieuw bruikbaar geworden zijn, komen (nog) niet voor op de recente kaarten. Alle gegevens vind je wel opdit kaartje.
Knooppunten: 3 2 1 99 98 97 96 34 33 36 35 83 84 89 88 87 90 91 58 59 74 73 62 63 64 65 8 9 13 7 6 5 4 99 98. En die laatste twee zijn echt niet die van in het begin.
Het Lijsternest: hier schreef Stijn Streuvels een flink deel van zijn literaire œuvre.
Hoe we er geraakten. Zowel Anzegem als Vichte wordt elk uur bediend door de L-trein Zottegem - Kortrijk. We stapten over in Oudenaarde, dat uiteraard rechtstreeks verbonden is met Brussel. Al bij al was dit dus een eenvoudige opgave.
Een beetje geschiedenis. Vichte krijgt zijn station bij de opening van de lijn Denderleeuw - Y. Zandberg (Kortrijk) in 1868. Het was één van de vele stations en halten tussen Kortrijk en Oudenaarde: Kortrijk - Stasegem - Deerlijk - Vichte - Sterhoek - Anzegem - Elsegem - Petegem en Oudenaarde. Heel lang had Vichte een bediening zoals zoveel plattelandsstations: met 8 à 9 treinen per richting werd het maximum bereikt. Dieptepunt was WO I met amper 2 treinen. Voor wie van verrassingen houdt: in het spoorboekje van 1892 vond ik een trein terug van Hazebrouck naar Brussel-Noord met stilstand in Vichte. Met de komst van IC-IR in 1984 werd driftig gesnoeid in de halten tussen Kortrijk en Oudenaarde: alleen Vichte en Anzegem bleven overeind, maar er echt in geloven deed de NMBS niet: Vichte kreeg een bediening met P-treinen, uiteraard niet op zaterdag en zondag. (Anzegem kreeg de zwaarste klop: de meeste directe treinen stopten in Anzegem, vermoedelijk omdat het een verleden had als overstapstation naar Waregem en Ingelmunster. Die stops vielen allemaal weg.) In 1988 (na de elektrificatie) kwam er dan toch een 2-uurdienst tussen Zottegem en Kortrijk. Die starre dienst werd aangevuld met enkele P-treinen; de P-treinen uit Brussel sloegen Vichte evenwel over. Het was wachten tot IC-IR 2.0 in 1998: er komt een uurdienst en de P-treinen uit Schaarbeek stoppen nu ook in Vichte. Vanaf 2012 wordt de L-trein Zottegem - Kortijk doorgetrokken tot Brugge, eind 2012 zelfs tot Blankenberge in de toeristische periode. Vanaf 2014 vervalt deze mogelijkheid: voortaan worden de L-treinen Eeklo - Ronse gesplitst in Oudenaarde, met een deel naar Ronse en een deel naar Kortrijk. Vanaf 2017 komt er opnieuw gewoon een L-trein Zottegem - Kortrijk. Deze treinen dragen het nummer 16xx, dat eigenlijk al sinds 1998 in gebruik is. Dat nummer maskeert dat de stellen die de dienst uitmaken eigenlijk uit Dendermonde en Brussel komen en vanaf Kortrijk als IC-trein naar Brugge rijden.
Een extraatje: Anzegem Station. Met het klassieke verhaal van de particuliere belangen…
De verbinding.
Halle - Brussel-Zuid
3208
10:03 10:15
+6
382 (FSD)
mr80 Break
controle: N
Brussel-Zuid - Oudenaarde
2333
10:39 11:27
+4
430 (FHS)
mr80 Break
controle: J
Oudenaarde- Anzegem
1682
11:46 11:53
stipt
08054 (FML)
mr08 Desiro
controle: N
-
Vichte - Oudenaarde
8958
16:34 16:48
stipt
380 (FSD)
mr80 Break
controle: J
Oudenaarde - Brussel-Zuid
5115
17:03 17:57
stipt
2703* (NK) - 58057 (FSR)
M4
controle: N
Brussel-Zuid - Halle
3788
18:03 18:19
+4
08161 (FML)
mr08 Desiro
controle: N
En wat we beleefden. De Walen en de Brusselaars genieten van hun lentevakantie en voor ons betekent dat, dat de bussen uit Brussel nog nauwelijks vertraging hebben. Regelmatig lopen sommige van deze bussen 20 à 30 minuten vertraging op door het gestremde verkeer in het Ukkelse. Maar vandaag loopt het vlot. Onze bus zou moeten aankomen om 10:03, maar we halen probleemloos de IC naar Sint-Niklaas, die om 10:03 zou moeten vertrekken. Het ziet er trouwens slecht uit in Halle: de S-trein naar Schaarbeek van 9:57 staat nog in het station, met gesloten deuren, op spoor 3 wordt de IC naar Tournai verwacht met 39 minuten! Op spoor 3 lijkt een enorme groep van enkele tientallen reizigers te staan, maar als je de ouders naar huis zou sturen, blijft er maar een beperkt groepje over, herkenbaar aan de obligate fluovestjes. Onze trein staat nog stil net voor Brussel-Zuid. Ik ben die plek door de jaren heen de halte Zennebrug gaan noemen, al moet ik toegeven dat het daar de laatste jaren toch iets vlotter loopt. Maar zo loopt onze vertraging toch op tot 6 minuten. IC 2333 lijkt er een probleemloze rit van te zullen maken, maar nog voor Burst vertraagt de trein. In Burst zelf staat S 2281 opzij: die heeft in het Brusselse vertraging opgelopen en moet nu voorrang verlenen aan de IC. Het is deze S trein die achteraf onze S 1682 zal worden. Van de 19 minuten vertraging bij aankomst in Zottegem blijft geen spoor meer over voor onze S 1682.
De terugrit begint met P 8958 Kortrijk - Zottegem. In Oudenaarde stappen we over op IC 5115 die als bestemming Brussel-Zuid heeft meegekregen. In werkelijkheid zal deze trein P 8304 naar Landen worden en niet eens zo lang stilstaan in Brussel-Zuid. Het M4-stel is over zo goed als de hele lengte ontsierd door willekeurige artistieke uitingen. In Anzegem had ik in de voormiddag al een gelijkaardig stel gefotografeerd; ik heb alle foto’s gewist. Ik denk dat het in de nadagen van deze rijtuigen onmogelijk geworden is om er nog een bruikbare foto van te maken. De IC komt stipt in Brussel-Zuid aan en we kunnen dus nog mee met de S-trein naar Braine-le-Comte van 18:03. Die zal - bijna klassiek - geen vertraging inlopen tussen Brussel-Zuid en Halle, integendeel, 3 wordt 4, nochtans zonder noemenswaardige hinder.
Het is al een tijdje geleden, een treinuitstap zonder noemenswaardige problemen. Hoewel, voor hetzelfde geld hadden we vandaag een uitstap richting Namur en verder gepland. Een aanrijding in Profondsart zorgde de hele voormiddag voor opgeschort verkeer tussen Brussel-Luxemburg en Ottignies. Met de alternatieve reisweg via Leuven zouden we er ongetwijfeld aan geweest zijn voor onze moeite… Maar laat ons genieten van het positieve…
De treinlectuur. Ali SMITH, How to be both. Emily BRONTË, De woeste hoogte.
Het is erg slecht gesteld met mijn geheugen. Zo meen ik me te herinneren dat Bpost tot voor enkele jaren geprezen werd om zijn goede beleid wat ondermeer resulteerde in een uitblijven van sociale spanningen, een voorbeeld voor de andere overheidsdiensten, kom. En van Poetin meen ik me te herinneren dat die nog langer geleden in de westerse pers werd onthaald als een leider met een visie…
Uitgedrukt… Ik ben niet van een haas gepoept. Ik weet het, het is de zoveelste uitdrukking met een geurtje aan, al is het niet het geurtje dat de Nederlanders er zich bij voorstellen. Poepen is hier bij ons seks hebben. Als iemand je aanzet om wat sneller te zijn, kun je deze uitdrukking gebruiken, want die haas die staat nu eenmaal bekend om zijn snelheid.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één over deBelgische spoorlijnenen een over de bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.
De wandeling. GR129 (Dwars door België - remember Arnout Houben) is ongetwijfeld een van de Belgische GR’s die het meest tot de verbeelding spreken, door haar lengte maar ook door de bijna constante hoge kwaliteit. Wij stapten 14 à 15km tussen Lobbes en Gozée. Het deel van vandaag is zonder meer veeleisend: het begint al met de trappen naar de Collégiale Saint-Ursmer in Lobbes, maar dat is maar klein bier in vergelijking met wat ons nog te wachten stond: een eerste klim uit de vallei van de Samber tussen Lobbes en Thuin, een tweede klim uit dezelfde vallei net voorbij Hourpes en omdat driemaal nu eenmaal scheepsrecht is ook nog een laatste klim voorbij Aulne. Als jehet kaartjebekijkt, kun je ook de grafiek oproepen en de drie forse klimmen zijn daar duidelijk afleesbaar. De TWQ ligt op 71% en dat cijfer ligt hoog dankzij de bostrajecten en een prachtige dreef naar Gozée toe. Wij quoteerden 17.5/20 en daarmee nestelt dit deel van de GR129 zich ongetwijfeld bij de betere wandelingen van dit jaar.
Alle foto’s vind je hier, maar de onderstaande geven al een voorsmaakje.
Een van de vele mooie boswegen.
Een prachtige dreef was het sluitstuk.
Het weer. Geleidelijk meer en meer bewolking, maar de zon kreeg toch bijna voortdurend vrij spel. De temperatuur moet even boven de 25° gelegen hebben en toen we thuis de waarnemingen deden, bleek deze 4 mei niet alleen de eerste lentedag maar meteen ook de eerste zomerdag! Het werd dus de eerste wandeling van 2023 in korte hemdsmouwen.
De stafkaarten. Je hebt er zelfs op 1:25.000 4 nodig: 52/1-2 Thuin (2018) - 46/5-6 Binche (2020) - 46/7-8 Charleroi (2020) en 52/3-4 (Ham-sur-Heure-Nalinnes (2018)
Hoe we er geraakten. Lobbes ligt op de lijn Charleroi-Central - Erquelinnes en dus was het in de eerste plaats nodig om in Charleroi te geraken. Uit Halle kan dat het gemakkelijkst via Brussel-Zuid, al is ook de verbinding via La Louvière-Sud denkbaar. Voor de terugrit verlaten we de GR vlak bij de halte Gozée Bout-là-Haut die voor ons interessante verbindingen belooft via Marchienne-au-Pont (bus 75) of Charleroi-Central (bus 109a). In beide gevallen is een terugrit via Brussel-Zuid de beste optie.
Een beetje geschiedenis. We kunnen vrij ver teruggaan in de geschiedenis van deze lijn, die ingehuldigd werd in 1895, uiteraard als stoomtramlijn. In 1936 werd deze relatief landelijke lijn zelfs geëlektrificeerd, maar in 1968 eindigt het sprookje van de tram. Opvallend is wel dat het traject over langere afstand constant bleef, maar dat het eindpunt in Charleroi wel eens wijzigde: in het spoorboekje van 1913 vinden we Boulevard du Nord of Dépôt, in 1925 is er sprake van Boulevard Paul Janson en in 1952 van Rue Turenne. Het lijnnummer 75 duikt voor het eerst op in de boekjes na WO II. Gozée had ook een telegrafische code: MGZ. Tegenwoordig rijdt lijn 75 tussen Thuillies en Goutroux. De kans dat de tram ooit gebruik heeft gemaakt van de rotonde vlak na de halte Bout-là-Haut is nul, want dergelijke rotondes zijn van veel recentere datum. De halte zelf is een constante sinds het inleggen van de lijn.
De verbinding.
Halle - Brussel-Zuid
1908
09:37 09:48
stipt
08566 (GCR)
mr08 Desiro
controle: N
Brussel-Zuid - Charleroi-Central
2031
10:15 11:08
+7
1821 (FSD) - 61021 (FCL)
M6
controle: N
Charleroi-Central - Lobbes
19832
11:24 11:47
stipt
4106 (GCR)
mw41
controle: J
-
Gozée - Marchienne-au-Pont
[75]
16:54 17:17
stipt
ab7504
Solaris Urbino 12 Hybrid
Jumet
Marchienne-au-Pont - Brussel-Zuid
4517
17:29 18:16
stipt
1879 (NK) - 61030 (FCL)
M6
controle: J
Brussel-Zuid - Halle
1739
18:25 18:34
+4
76022 (NK) - 73037 (NK)
M7
controle: N
En wat we beleefden. Eigenlijk kan de NMBS op dit ogenblik geen vlotte, betrouwbare dienst meer aanbieden. De IC naar Turnhout van 9:20 is afgeschaft, maar wij komen eigenlijk voor IC 1908 naar Brussel-Airport. Sinds een week of twee bestaat deze IC (?) uit Desiro’s i.p.v. de Deense neuzen die vroeger de dienst uitmaakten. Net voor onze trein passeert een goederentrein met twee diesellocs 77 en vermoedelijk is dat de reden waarom we net buiten Halle al meteen stilstaan, zonder veel erg, voor een keer. Minder vlot lijkt het te gaan met IC 2031: die loopt tussen Ekeren en Luchtbal 7 minuten vertraging op en die zal alleen maar toenemen, al zullen we Brussel-Zuid toch buitenrijden met maar 7 minuten vertraging, wat ook de vertraging zal zijn bij aankomst in Charleroi-Central. Trage wissels in Luttre maken dat inlopen van de vertraging zo goed als onmogelijk is. Overigens bestaat deze trein uit 4 rijtuigen i.p.v. 8: voor onze rit maakt dat niet echt veel uit, maar ik kan me voorstellen dat de vorige rit weer voor veel frustratie zorgde bij de spitsuurreizigers. We halen wel probleemloos onze aansluiting, met een mw41 voor een rit die niet doorrijdt tot Jeumont. De motorwagens van Châtelet herken je aan de graffiti… De eeuwigdurende werken op lijn 130A zijn nog altijd bezig, maar de dienstregeling is hier aangepast. In Lobbes moet een NMBS-personeelslid over de veiligheid van de reizigers waken die op spoor 2 aankomen en voor de trein (of beter na het vertrek van de trein) moeten oversteken.
De terugrit met bus 75 verloopt probleemloos: de dienstregeling vangt de beginnende files aan de vele verkeerslichten goed op. De overstap op de IC in Marchienne-au-Pont verloopt vlot: ik heb nooit geweten dat er bussen waren die vlak voor het station reizigers konden lossen. Dat is het moment om met mezelf drie weddenschappen aan te gaan: 1. de trein zal met een beperkte samenstelling rijden; 2. de baardige jongeman die de hele tijd telefoneert met de luidspreker aan zal in eerste komen zitten en 3. er zal geen controle komen. De eerste weddenschap wordt al snel bevestigd: IC 4517 bestaat uit 5 rijtuigen i.p.v. 9 - dat wordt lachen tussen Brussel en Antwerpen. Voor de tweede moeten we nog even wachten tot de trein aankomt en ik win mijn weddenschap. Gelukkig zal ik de derde weddenschap verliezen: na Nivelles komt er controle en blijkt meteen dat ik mijn tweede weddenschap win. De trein rijdt trouwens met 6 minuten vertraging bij vertrek uit Marchienne-au-Pont, maar toch komen we op tijd in Brussel-Zuid aan, waar ons een nieuwe verrassing wacht. Ik had onderweg op haltelink en hyperrail al eens gekeken hoe het met IC 1739 zat en dat leek erg goed mee te vallen, ware het niet dat beide apps volhielden dat deze trein uit 2 rijtuigen bestond: een Bmx en een B-rijtuig. Zo stond hij inderdaad ook aangekondigd op het perron: 2 rijtuigen i.p.v. 6. Dat leek me zo onwaarschijnlijk dat ik het nauwelijks kon geloven, maar veiligheidshalve keek ik toch maar al even naar de IC naar Binche: veel hielp dat niet, want die stond met 25 minuten aangekondigd. Toen de 1739 uiteindelijk het station binnenreed, bleek die echt wel uit 6 M7 te bestaan, al was 1 rijtuig AB niet toegankelijk: stickers lieten ons verstaan dat de deuren niet werkten. Dus toch een gewijzigde samenstelling, al was ze minder dramatisch dan de aangekondigde. Wel bleef er dus maar één bovendek eerste klas over en waren er reizigers die al snel vonden dat ze niet verder moesten zoeken naar een plaats in tweede klas. Die aankondiging is een typisch informaticaverschijnsel: “dankzij” de computer zijn we nu in staat om dezelfde fout eindeloos te herhalen en omdat geen levend mens de waarschijnlijkheid van het resultaat nog tegen de realiteit afzet, kan het dus gebeuren dat een verkeerd ingegeven samenstelling uiteindelijk ook op de perrons terechtkomt. Overigens: hoe je het ook draait of keert, het is niet zo een extreem ingekrompen samenstelling, maar uiteindelijk ontbreekt er toch een rijtuig, of het nu meerijdt of niet. Wat extra minuten vertraging maken tussen Brussel en Halle is bijna een constante geworden: de 2 minuten in Brussel-Zuid worden er uiteindelijk 4 bij aankomst in Halle. Ik denk dat er maar een oplossing is voor de problemen bij de NMBS. Stop er maand of drie mee, het kan alleen maar meevallen. De reiziger is niet langer de speelbal van een vierkant draaiend bedrijf, tb’s en tbg’s kunnen hun achterstallige verlofdagen opnemen en in de ateliers kan men oud én nieuw materieel klaarmaken voor een nieuwe start. We weet kan men zelfs de graffiti verwijderen… Wat kan sarcasme toch voor een heerlijke oude dag zorgen…
De treinlectuur. Ali SMITH, How to be both. Emily BRONTË, De woeste hoogte.
‘Als ik het niet goed doe voor een toets is dat de fout van de leraar die het maar beter had moeten uitleggen’ en ‘De meeste leraren weten niet goed waarover ze praten’. De stellingen maken deel uit van een bredere leerlingenvragenlijst die is toegevoegd aan de Vlaamse toetsen. En daarmee wil men dus de kennis van Nederlands en wiskunde testen. Ik kan er nog wel enkele bedenken: denk je dat politici in staat zijn om op een efficiënte manier onze centen te beheren? Is het de fout van de politicus of van de burger als er iets verkeerd gaat? Had de politicus beter moeten luisteren toen men hem in de lagere school de basisbegrippen van goed Nederlands uitlegde? Heb ik wel geleerd om de oorzaak van het eigen falen bij anderen te leggen?
Uitgedrukt… ’t Is triestig, zei de uil, en hij bezag zijn joenk. Dit is een typisch voorbeeld van een “zei-spreuk”. Het eerste deel bevat de boodschap, het tweede deel geeft er een komische, relativerende draai aan.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één over deBelgische spoorlijnenen een over de bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.
26 april 2023 - Ukkel Stalle - Anderlecht Goede Lucht (Groene Wandeling)
De wandeling. We zijn al enkele etappes ver met de Brusselse Groene Wandeling en vandaag staat een 12à13 km lang traject tussen Ukkel Stalle en Anderlecht Goede Lucht op het programma. Aanvankelijk leek dit een bijzonder zwak deel te worden van een lus die ons voordien eigenlijk nog nooit echt was tegengevallen: de industrie, de bedrijven en de invalswegen in Vorst zorgden voor een weinig aangenaam en druk intermezzo, maar plots brak de wandeling dan toch onverwacht open: de Vogelzangbeek is zowaar de attractie in een natuurreservaat dat zich overeind probeert te houden tussen drukke wegen, winkelketens en andere bedrijven van allerlei slag. En men slaagt er inderdaad vrij goed in om het beperkte natuuraanbod ten volle te gebruiken. Overigens, mijn boekje dateert nog van 2010 en sindsdien heeft men uitgebreid werk gemaakt van de aanleg van wandelpaden: het begint met het eerder genoemde reservaatje, maar ook de omgevingen van het UZ Erasmus en van de vijvers in Neerpede zijn op een aangename manier ingericht ten behoeve van de wandelaar die echt wel wat meer wil dan een voetpad langs een drukke weg. De TWQ ligt verrassend op 53%, wat niet wegneemt dat je toch wel erg vaak in een niet zo wandelvriendelijke buurt stapt.Het kaartjegeeft vermoedelijk een beeld van wat je kunt verwachten. Foto’s vind je dan weerhier.En natuurlijk ook hieronder.
De wandeling moet het wat hebben van de parken, zoals hier het Bemptpark in Vorst met stoomtreintje.
Maar ook in de omgeving van het Erasmusziekenhuis heeft men voor aangename accommodatie gezorgd.
Het weer. Licht tot half bewolkt, op deze prille lentedag.
De stafkaarten. Dat ik de wandeling nog heb voorbereid op kaarten op 1:10.000 bewijst dat corona toch al enkele jaren onze wandelplannen in de war heeft gestuurd. De gebruikte kaarten zijn dan ook verouderd, niet alleen door nieuwe wegen en spoorwegen, maar ook door de aanleg van nieuwe wandelpaden: 31/7N Ukkel (1994) - 31/6N Sint-Pieters-Leeuw (1994) en 31/2Z Anderlecht (1994). Wie de (recentere en actuelere) kaarten op 1:25.000 wil gebruiken, heeft er ook 3 nodig: 31/1-2 Dilbeek, 31/5-6 Halle en 31/7-8 Ukkel, alle uit 2020.
Hoe we er geraakten. Het lijkt wat op een thuiswedstrijd: bus 155 die ons naar de halte Ukkel Stalle Kruispunt brengt, passeert hier op 300 m van onze voordeur. Veel valt er over de rit niet te vertellen: ze bedient Dworp, Alsemberg, Sint-Genesius-Rode, Linkebeek en Ukkel en je mag echt niet gehaast zijn. Toch is de bezetting behoorlijk, veelal met klanten die over kortere afstanden meerijden. De terugrit is iets complexer, door de overstap bus/bus. Lijn 810 bedient de halte Anderlecht Goede Lucht en ook deze lijn is niet bijzonder snel. (Alternatieven met een bus van de MIVB of met de bussen 117 en 118 naar Brussel-Zuid zijn nauwelijks sneller en zouden ons een MIVB-rit en een treinrit extra kosten.) De aansluiting in Halle (11 minuten) komt zonder problemen tot stand.
Een beetje geschiedenis. Lijn 810 is er een van relatief recente datum (eind 2010) en werd dus eigenlijk ingevoerd op het moment dat de basismobiliteit al begon te tanen. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de eerst ingevoerde zondagritten minder dan een jaar later al afgevoerd werden en dat nog een jaar later het traject werd beperkt tot Dilbeek. Daarmee verdween de verbinding tussen Halle en het UZ Jette; het was lijn 820 die dat traject overnam, waardoor een overstap in Dilbeek nodig werd. (Het moet overigens gezegd: het ging veel sneller van Halle naar het UZ met de trein naar Brussel-Noord waar kon worden overgestapt op de bus van de MIVB.) In 2020 kwam de verbinding met het UZ dan terug, omdat de 820 op dat moment bediend werd met een trambus, met een bus dus, die vertrok aan het UZ. Daardoor viel de verbinding tussen Dilbeek en Jette opnieuw de 810 te beurt.
De verbinding.
Buizingen - Ukkel
[155]
13:18 14:07
-1
ab2323
VDL Bus & Coach Citea SLE
Het Rad
-
Anderlecht - Halle
[810]
17:38 18:29
stipt
ab3042-53
Van Hool New A360H
Sylvae Tours (VRBO)
Halle - Buizingen
[155]
18:40 18:57
stipt
ab2317
VDL Bus & Coach Citea SLE
Het Rad
En wat we beleefden. Zoals al gezegd valt er over de heenrit weinig te zeggen. De halte De Hoek Station ligt op de brug over lijn 124 en wordt niet bediend: door werken aan de spoorwegbrug regelen tijdelijke verkeerslichten hier het verkeer. Waarom men de halte in dit geval niet gewoon wat opgeschoven heeft - zoals men zo vaak doet - is niet duidelijk. De terugrit met de 810 is al even vrij van belangrijke gebeurtenissen. Die is op het einde van zijn traject nog maar eens het slachtoffer van een omleiding, maar de chauffeur is goed op de hoogte. Ondanks de omleiding komen we nog stipt aan in Halle. En ons ritje met de 155 behoort tot onze ongeveer dagelijkse geplogenheden.
We kruisten ook de spoorlijnen 50 A (Brussel - Oostende) en 50C (Brussel - Denderleeuw) die hier gewoon parallel lopen. Eerst kwam Desiro 08094 met nog 2 andere stellen als S 2287 Dendermonde - Zottegem.
En dan kwam een lang stel M6-rijtuigen met achteraan 1862 Brussels-Airport - Knokke als IC 2837.
En waarom eens geen bus van de MIVB bij zijn wachthalte aan de Goede Lucht?
De treinlectuur. Ilja Leonard PFEIJFFER, Grand Hotel Europa. Patrick de BRUYN, Hoog spel.
Kijk, dat Belgische vlaggetje naast de naam van Luca BRECEL, misschien op weg naar de finale van het Wereldkampioenschap snooker, daar springt mijn hartje van op.
Uitgedrukt… Arra! Ik hoor het de laatste jaren bijna nooit meer, maar dit tussenwerpsel drukt verbazing uit. Waar het vandaan komt? Mogelijk vindt het zijn oorsprong in het Franse allez, want allez gij betekent ongeveer hetzelfde.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één over deBelgische spoorlijnen en een overde bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.
De wandeling. De Via Mosana is een Compostelaroute die je naar keuze kunt beginnen in Aachen of Maastricht. Wij kozen destijds voor Maastricht en zijn ondertussen in Jupille-sur-Meuse aangekomen, dat een kleine 10 jaar geleden het eindpunt was van een tocht die begon in Visé. Vandaag willen we ons aan de waarschijnlijk niet zo denderende doortocht van Liège wagen, 10 à 11 km van Jupille tot Angleur, een niet toevallig gekozen eindpunt, gezien de aanwezigheid van een treinstation. De TWQ mag dan wel op 41% liggen, maar dat is een gevleid resultaat dat uitsluitend op het conto terechtkomt van de paden naast de Maas, bijna altijd parallel met drukke wegen. Tot overmaat van ramp moeten we door werken het mooiste deel van de route (Parc de la Boverie) rechts laten liggen. We hebben het wel aangeduidop het kaartje. Kortom, een topper is dit zeker niet (6/20) maar als we ooit Namur bereiken, zullen we tenminste kunnen zeggen dat we het boekje helemaal uitgestapt hebben… De bewegwijzering is naar Compostelatraditie te onvolledig om betrouwbaar te zijn. De aanleg van de tramsporen in Bressoux - hier komt de tram er wel en geen surrogaat als de trambus - kan daar ter plaatse een rol gespeeld hebben, maar ook verderop was het enkele keren zoeken en gokken.
Alle foto’s vindjehier. De volgende vat de wandeling redelijk goed samen: de Maas, de stad en een verre terril.
Het weer. Licht bewolkt en fris.
De stafkaarten. 42/1-2 Liège - 42/5-6 Seraing (allebei uit 2019)
Hoe we er geraakten. Achteraf bekeken waren we misschien beter van Visé tot Bressoux gestapt, zodat we vandaag konden beginnen bij het station van Bressoux, maar zoals gezegd stopten we al in Jupille, bij de halte Interbrew. Die halte is om het half uur te bereiken uit Liège-Guillemins met buslijn 140 (de vroegere vervangingslijn voor lijn 40 Liège - Visé, die een hele resem halten zag verdwijnen.) Andere mogelijkheden zouden buslijnen geweest zijn die in de buurt van Liège-Saint-Lambert vertrekken, maar dat zou de zaak nodeloos compliceren. Voor de terugreis rekenen we op een IC Welkenraedt - Kortrijk, die ons zonder extra overstap in Liège-Guillemins naar Brussel brengt. Alles bij elkaar konden we ons vandaag verkneukelen in vlotte en eenvoudige verbindingen. Edoch…
Een beetje geschiedenis. Ik heb er het treinboekje van 1970 eens bijgenomen: lijn 37 was toen al enkele jaren geëlektrificeerd en de bediening van Angleur was in een plooi gevallen die nog tot 1984 aangehouden zou worden. Angleur werd (uiteraard) bediend door de stoptreinen uit Liège-Guillemins die veelal tot Welkenraedt reden, al waren enkele ook beperkt tot Verviers-Central. De stoptrein bediende een hele reeks tussenstations en halten en anders dan voor de elektrificatie werden ze ook allemaal systematisch bediend: nogal wat halten zouden met IC-IR verdwijnen: Henne-Chèvremont, Chaudfontaine (later opnieuw ingevoerd), La Brouck, Fraipont (Banneux-Notre-Dame) en Goffontaine. Nessonvaux heette toen nog Nessonvaux-Fraipont. Van een vaste uurcadans was geen sprake. Opvallend waren de stoptreinen die bestonden uit de laatste motorstellen van de semi-directe treinen Quévy/Saint-Ghislain-Hornu - Brussel - Hasselt/Liège-Guillemins, waardoor al die stationnetjes ook nog eens een directe verbinding met Brussel kregen. (Later kwam daar ook nog een rechtstreekse trein Brussel - Spa bij, waarbij één motorstel van front wisselde in Pepinster!) Naast deze stoptreinen stopten ook de directe treinen uit Oostende veelal in Angleur, voor zover het niet de internationale treinen naar Köln betrof. In Angleur stopten op die manier treinen richting Verviers tussen 6.15 (op zondag 7.16) en 22.40 (op zondag 0.04!). In de andere richting stopten er treinen van 05.24 (op zondag 6.11) tot 22.24 (op zondag 23.15). Bovendien stopten in Angleur ook nog eens alle treinen van de lijn 43, m.n. de stoptreinen naar en uit Jemelle, de stoptreinen naar en uit Trois-Ponts of Gouvy. De directe treinen naar Luxemburg sloegen Angleur dan wel meestal over.
Angleur kon destijds bogen op een schitterend station, zoals er geen tweede was in België. Bekijk de prachtige foto’shier. En ook nog dit: de railbevestiging type Angleur is lange tijd de standaard geweest voor de hoofdlijnen. De rail lag daarbij op een metalen plaat die door middel van schroefbouten vastgeklonken werd aan de (houten) biels. Klemmen moesten de rails op de plaat vastleggen. In een latere fase werd de enkele schroefbout nog vervangen door een dubbele. Met de komst van betonnen dwarsliggers met verende hechting verdween deze manier van werken, al moet het mogelijk zijn om nog baanvakken te vinden die hiermee uitgerust zijn.
Ik heb me suf gezocht naar duidelijke afbeeldingen van het type Angleur maar uiteindelijk zul je het met deze foto moeten doen. Lijn 94, overweg 13!
De verbinding.
Halle - Brussel-Zuid
1558
09:58 10:07
+1
08114 (FML)
mr08 Desiro
controle: N
Brussel-Zuid - Liège-Guillemins
0409
10:28 11:33
+18
1854 (FSD) - 61070 (LK)
M6
controle: J
Liège - Jupille
[140]
12:16 12:38
+1
ab5003-12
Mercedes Citaro LE C2
Léonard Travel
-
Angleur - Brussel-Noord
0437
15:21 16:20
+5
1857 (FSD) - 61073 (LK)
M6
controle: J
Brussel-Noord - Halle
8574
16:29 16:54
+12
2141 (FML) - 51011 (FSR)
M4
controle: N
En wat we beleefden. Het leek er in Halle op dat we voor een keer een vrij zorgeloze reis voor de boeg hadden en ook IC 409 vertrok stipt uit Brussel-Zuid. Maar in Brussel-Noord liep het al mis: niet gespecificeerde problemen zorgden voor 10 minuten vertraging en toen we dan eindelijk vertrokken, liep het nog alles behalve vlot. Nauwelijks uit Brussel-Noord stonden we al opnieuw stil en in Diegem scheelde het ook niet veel. Het resultaat: 19 minuten vertraging in Leuven en uitzicht op een gemiste aansluiting in Liège. Overigens kregen we meteen na Brussel-Zuid al controle: één reizigster zit met een tweedeklasbiljet in eerste, een andere zit zonder biljet in de trein. Ik heb het even bekeken: uiteindelijk zullen bij aankomst in Liège-Guillemins precies evenveel reizigers hebben moeten verhuizen dan dat er mogen blijven zitten zijn. Toppunt is de “patj” die in Leuven ingestapt is en die eerst weigert te verhuizen omdat hij “een uur en half” in de kou heeft moeten staan. Verder vindt hij ook dat die eerste klas nergens op lijkt en hij zal niet verhuizen. Tot ik hem er met een snauw op wijs dat wij daar wel extra voor betaald hebben. De zwarte deerne (vroeger zou ik haar veel sympathieker hebben omschreven als negerinnetje, maar nu mag dat niet meer…) die hem vergezelt kan hem dan gemakkelijk overtuigen om toch maar te verhuizen. Maar kom: in Liège hebben we nog 18 minuten vertraging. De dag voordien is de dienstregeling van deze IC licht gewijzigd. Hij moet nu één minuut sneller in Ans aankomen - wat dus niet gelukt is, want in Ans tekenen we 20 minuten vertraging op - en heeft een minuut meer tussen Ans en de Guillemins. Vaak vraag ik me toch af wat de zin is van dat minutenspel. Ik kan me nog iets voorstellen bij wijzigingen wegens werken, maar hier lijkt het complete onzin.
De bus van 11:46 die we dachten te nemen is natuurlijk vertrokken. Van het halve uur maken we gebruik om onze boterhammetjes op te eten, zo maken we een deel van de verloren tijd goed, want anders zouden we dat voor we de wandeling begonnen gedaan hebben. De bus is goed bezet. Waarom die per se het traject binnen Liège samen met lijn 138 moet afleggen, is een van die eigenaardigheden waar vermoedelijk geen verklaring voor is. In plaats van een bus om het kwartier op het drukste deel, krijg je nu om het half uur 2 bussen die elkaar op de voet volgen.
Voor de terugreis kunnen we in Angleur de rechtstreekse IC naar Brussel en Kortrijk nemen. Deze rit lijkt perfect te zullen verlopen, althans tot Leuven. In Diegem vertraagt de trein al, in Schaarbeek staan we zo goed als stil. Blijkt dat er nog maar eens spoorlopers zijn geweest tussen Noord en Zuid. Voor Brussel-Noord staan inderdaad meer dan gewoonlijk treinen stil, het mag een wonder heten dat we maar 5 minuten vertraging oplopen. Maar eenmaal uitgestapt is de omvang van de verstoring van de schermen af te lezen. Eigenlijk is het zo goed als onmogelijk om de “beste” oplossing te kiezen - NMBS-personeel is nergens te bespeuren - en dus doen we gewoon wat we eerst van plan waren: de P-trein naar Geraardsbergen van 16:29 nemen: ik veronderstel dat we tevreden moeten zijn dat we maar met 12 minuten vertraging in Halle aankomen, op spoor 4, want meteen na onze aankomst rijdt op spoor 5 de IC naar Quiévrain binnen, met een 20-tal minuten vertraging. In de buurt van Saint-Ghislain zijn er trouwens ook personen langs het spoor gesignaleerd.
Eerlijk: ik denk niet dat ik nu als 16-jarige (of zo) plots geïnteresseerd zou geraken in treinen: eentonigheid is troef, graffiti maken alles nog groezeliger dan het al is, in de rijtuigen kiest men voor een begrafenisstijl en stiptheid is een onbestaand begrip geworden. Eerste klas is een lachertje, de bereikbaarheid van het personeel begint op de basisbereikbaarheid van De Lijn te lijken. Op de drempel van mijn zeventigste verjaardag zal ik tegen beter weten in nog maar een tijdje doorgaan, maar fotograferen zit er niet echt meer in en als ik onschuldige documentatie vraag-die ik al 40 jaar krijg! - word ik met een kluitje in het riet gestuurd, met de smoes dat gevoelige documenten niet vrijgegeven kunnen worden door de aldoor stijgende concurrentie.
De treinlectuur. Ilja Leonard PFEIJFFER, Grand Hotel Europa. Speciaal om deze klepper van bijna één kilo (en 546 pagina’s) mee te nemen, hebben we de grotere rugzak opgediept. En het is de moeite! Patrick de BRUYN, Hoog spel.
Wat is leven inbVlaanderen toch eenvoudig geworden. Ongeveer een jaar geleden stelden we tot onze spijt vast dat een van onze berken snel verdroogde, nadat hij normaal uitgelopen was. Eind augustus startte ik de procedure om de boom te vellen. Het duurde tot begin december nadat ik na heel wat over en weer geschrijf de toestemming kreeg om de boom neer te leggen, uiteraard nadat ik eerst op een gele affiche de eindelijk bekomen toestemming aan de passanten kond kon maken. De boom hield het ironisch genoeg sneller voor bekeken: de decemberwind zorgde ervoor dat de tuinman die de klus moest klaren de gevallen boom alleen nog in stukken moest zagen. Maar ondertussen hadden we natuurlijk de toestemming vast én de verplichting om de dode boom te vervangen door 1.5 exemplaren (dus 2) van een inheemse soort. Bovendien moesten we een groenwaarborg betalen van €300.00 per boom, die ons pas na controle terugbetaald zou worden. Dat laatste zou dus eerstdaags moeten gebeuren… Dat is ons althans beloofd. We hebben nog 4 berken die het waarschijnlijk geen jaren meer uithouden. Vier berken, te vervangen door 6 nieuwe inheemse exemplaren, met een groenwaarborg van €1800.00.
Uitgedrukt… Door hetzelfde gat schijten… Als je het proper wil houden, zeg je: het zijn twee handen op één buik. Voor de jongere lezertjes, die uitdrukking betekent: zij zijn het volkomen eens, trekken één lijn.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één over deBelgische spoorlijnen en een over de bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.
De wandeling. Net toen we deze tocht voor vandaag gepland hadden, las ik op de site van het Compostelagenootschap dat er in april, nu dus, een nieuwe versie uitkomt van de topogids van de Via Monastica. Wij waren ondertussen al ten zuiden van Geel beland en zouden nu naar Tongerlo stappen. Maar we lieten ons niet afschrikken door de eventuele wijzigingen en dat bleek achteraf ook niet nodig: het hele, iets meer dan 14 km lange traject, leek alleszins ter plaatse niet aangepast. Tenzij die kleine aanpassing, zeg maar duidelijke verbetering die we zelf hebben aangebracht door de Zandstraat net iets vroeger te verlaten, aldus een aardig stukje onverhard langs de Grote Nete meepikkend, zoals ook de GR dat doet, trouwens. Methet kaartjekun je niet missen - als je je alleen op de bewegwijzering zou baseren, zou je wel eens het spoor bijster kunnen raken. De vorige etappes langs de Via Monastica konden ons niet echt bekoren, maar dit stukje is duidelijk van betere kwaliteit, met een TWQ van 43%. Zeker de veldwegen tussen de Grote Nete en allerhande vijvers mogen er zijn. Tegen het einde toe verwatert (!) het wel wat, naarmate je in de bebouwing van Tongerlo terechtkomt. Maar ja, een Via Monastica moet ook af en toe langs een abdij passeren. We quoteerden 15/20.
Wandeltechnisch is het deel langs de Grote Nete ongetwijfeld het hoogtepunt.
Het weer. Eerst weinig cirrus, daarna wat meer altocumulus, maar die kunnen het kader alleen maar aantrekkelijker maken. Met 10° een ideale staptemperatuur.
De stafkaarten. 16/7-8 Geel (2016) - 17/5-6 Balen (2017).
Hoe we er geraakten. De vorige keer lag ons eindpunt bij de halte Geel Lissenvijveren die wordt elk uur bediend door bus 299 Geel - Hasselt. Bus 299 zouden we kunnen nemen in Hasselt, Diest of Geel, maar het laatste station biedt ongetwijfeld de snelste verbinding. Voor de terugreis kiezen we lijn 540 Westerlo - Herentals. Er zijn wat mogelijkheden met een overstap in Westerlo, maar Herentals lijkt betrouwbaarder en bovendien is die domme maatregel die een alternatieve terugreis onmogelijk heeft gemaakt, nog altijd van toepassing. Terugkeren uit Herentals met een seniorenbiljet Halle - Geel kan dus wel, uit Aarschot kan dat niet.
Een beetje geschiedenis. Het zal tot 1907 duren voor Tongerlo een trambediening krijgt: op dat ogenblik wordt de bestaande lijn uit Brasschaat en Brecht verlengd tot Westerlo. Ten zuiden van Tongerlo volgde deze tramlijn wat tegenwoordig de Guldensporenlaan is maar wat toen nog een eigen bedding was, ten noorden volgde de tram de weg: de Langstraat. Deze tramlijn had opvallend veel aansluitingspunten, in de eerste plaats met andere tramlijnen maar ook met het spoorwegnet. Dat mocht allemaal niet baten: de lijn sneuvelde al in 1950. In het tweede spoorboekje van 1949 kon je trouwens al lezen dat er voortaan een autobus zou rijden en dat je de affiches moest raadplegen. Volgens de Rail Atlas Vicinal zou de tram tussen Herentals en Westerlo nog gereden hebben tot 1950, terwijl het deel boven Herentals al gesloten werd in 1949. De sluitingsdatum 1950 wordt trouwens ook vermeld in De buurtspoorwegen in de Provincie Antwerpen, van Jos Neyens. In het spoorboekje van 8.10.1950 vinden we dan wel een dienstregeling terug, zij het een voorlopige, met 9 busritten (op vrijdag 10). Met de bussen kwamen ook de varianten.
Er werd geen lijnnummer vermeld, al is het mogelijk dat dit wel al gebruikt werd. Ik vind het lijnnummer 54 pas jaren later terug. Eind jaren 80 vinden we zelfs een tweede lijnnummer: 54 voor 2 varianten (Westerlo - Herentals via Voortkapel en Westerlo - Herentals via Oevel) en 54B (Tongerlo Dreef Abdij - Westerlo - Olen). Het huidige nummer 540 verschijnt in 2006. Een jaar later komen ook de nummers 541 en 543 in gebruik - 541 voor de bediening van Geel Bell, 543 als schooldienst). Met de basisbereikbaarheid verschenen ook 2 belbussen 944 en 946.
De verbinding.
Halle - Herentals
3408
09:20 10:36
+7
822 (GCR)
mr75 vierledig
controle: J
Herentals - Geel
4310
10:43 10:54
+5
4171 (FHS)
mw41
controle: N
Geel - Geel
[299]
11:05 11:19
-3
ab2107
VDL Bus&Coach Citea SLE
Hasselt De Crutzen
-
Tongerlo - Herentals
[540]
15:44 16:09
+2
ab2035
VDL Bus&Coach Citea SLE
Westerlo
Herentals - Halle
3438
16:23 17:41
+8
1924 (NK) - 61043 (FCL)
M6
controle: J
En wat we beleefden. Vlot kun je de heenreis niet noemen: IC 3408 staat stil in Ruisbroek (om van lijn 96N naar lijn 96 te gaan), voor Brussel-Zuid (classics op radio één), voor Brussel-Centraal (ook al bijna een classic), voor Schaarbeek. Hoewel de trein dus perfect op tijd vertrekt in Halle, zien we de vertraging vervaarlijk groeien, tot 10 minuten in Vilvoorde. Dat zou moeten “volstaan” om de aansluiting in Herentals met de IC naar Hamont de mist te zien ingaan. Maar we hebben geluk, in onze trein zit een tb die ook een deel van de 4310 moet overnemen en een tbg die ook al met de 4310 mee moet. Of de 4310 in normale omstandigheden zou wachten, weten we niet, maar nu krijgen we voorrang vanaf Lier en dus komt de aansluiting niet in het gedrang. We komen aan in Herentals met 7 minuten vertraging en de IC naar Hamont volgt, met 6 minuten vertraging. In de 4310 komt al snel een tbg aan het woord die op een verfrissende manier communiceert, zelfs zijn eigen voornaam. We komen met 5 minuten aan in Geel, waar de voetgangerstunnel nu de route naar het busstation via de overweg serieus inkort.
De bus van lijn 299 vertrekt precies op tijd. Er is wel een omleiding, die voor een keer geen verlenging van de reisweg inhoudt, maar een inkorting. Opvallend: op het scherm in de bus wordt de vervangingshalte vermeld, niet de reguliere.
Bus 540 komt met een kleine vertraging aan de halte Tongerlo Dreef Abdij; hij zal die 2 minuten vertraging ook houden tot Herentals. Blijkbaar is er een probleem met de achterste deur, die een alarm aanstuurt.
Ook IC 3438, die ons rechtstreeks naar Halle zal brengen, rijdt met een kleine vertraging. In Vilvoorde is die ingelopen en zelfs in Brussel-Noord vertrekken we nog met amper één minuutje vertraging. Maar daar komen er al snel 5 bij tot Brussel-Centraal, waar een gigantische groep jongeren instapt. Ik vraag me toch af hoe ze het klaarspelen: ik heb destijds tientallen groepsreizen georganiseerd en tegen het einde aan was dat zo moeilijk geworden dat ik het zo goed als opgaf. Zeker tijdens de spits was het bijna onmogelijk om het groepstarief vast te krijgen. In Halle blijkt deze trein trouwens meer dan vol te zitten, ook vooraan - de jongeren moeten allemaal achteraan zitten. Tussen Brussel-Zuid en Vorst-Zuid staan we weer zo goed als stil, blijkbaar om naar lijn 96N over te gaan. En ja hoor, ze zijn er weer de grijs- of zwartrijders die vinden dat ze heerlijk in eerste klasse mogen komen zitten. We hebben al controle gekregen voor Brussel en dat is blijkbaar genoeg. Ik vraag me meer en meer af hoeveel we jaarlijks zouden kunnen besparen als we ook gewoon systematisch met een tweedeklasbiljet in eerste zouden gaan zitten. Die enkele keer dat we dan een klasverhoging moeten betalen zouden we erbij moeten nemen. Maar er is een ander probleem: wij behoren nog tot de generatie die zich zou schamen als we zouden moeten verhuizen…
De treinlectuur. Karl MAY, Winnetoe bij de Bedoeïenen. Heerlijk jeugdsentiment en een goed verhaal, dat de link legt tussen Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi, de twee alter ego’s van Karl May. Julian BARNES, Het enige verhaal.
Als er afsluitingen langs de Zenne geplaatst moeten worden, moet men er misschien ook eens aan denken om wat stevige afweer te voorzien voor beroepsvoetballers die sportcentra binnenrijden…
Uitgedrukt… Het punt van Judas. Dat is het getal 13. Het is nu eenmaal de Goede Week.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één over deBelgische spoorlijnenen een overde bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.
De wandeling. De folder die ons vandaag ter inspiratie dient is niet eens zo oud: ik kocht hem in 2015. De wandelkaart Land van Eupen & Geuldal werd toen uitgegeven door het Toeristisch Agentschap Oost-België, in samenwerking met het NGI dat voor de kaart zorgde. Je vindt er niet minder dan 37 aangeduide (aanbevolen) wandelingen in, in een tiental gemeenten. Onze keuze viel vandaag op de Promenade des Pélerins, een bijna 10 km lange lus in Gemmenich. De keurig aangeduide wandeling (rode rechthoek) brengt ons in het Preuswald met een lange reeks kruisen (Pélerins!), naar het Drielandenpunt en terug naar Gemmenich. De TWQ ligt op 69% en wie minder streng is, kan ook twee afgesloten asfaltwegen in het bus als trage weg beschouwen. Maar wij gaan in dit geval nu eenmaal voor onverhard. Het is een erg aangename tocht geworden, met veel bos, veel prachtig verzorgde kruisen met paarse Vastenlinten en uiteraard is het Drielandenpunt een toeristische trekpleister. Voeg daar nog enkele mooie panorama’s bij en je krijgt een tocht die voor ons 18/20 waard was. Voor de treinliefhebbers is er ook nog lijn 24, een van de belangrijkste goederenspoorlijnen van het land en onderweg vind je zelfs een oriëntatiebord dat volledig aan deze lijn gewijd is. Op hetkaartjeis te merken dat je ook even in Nederland stapt en defoto’sgeven uiting aan de christelijke inspiratie die ook al in de naam van de wandeling terug te vinden is.
Nog maar net vertrokken en al meteen topklasse.
Zo kwamen we er 8-tal tegen.
Het weer. Cirrusbewolking kon de zon op momenten volledig versluieren. Fris maar rustig.
De stafkaarten. 35/5-6 Plombières (2019). Hoe langer ik deze nieuwe reeks van het NGI op 1:25.000 gebruik, hoe meer ik er ontgoocheld over geraak. De vorige reeks kaarten (op 1:20.000) was eigenlijk té volledig voor de gebruikte schaal en met de nieuwe kaarten probeerde men met minder gegevens toch volledig te zijn, maar daar wringt het schoentje. Waar dient een topografische kaart anders voor dan om zo veel mogelijk gegevens te bevatten? Nu ontbreken toch wel erg veel boswegen. (Het probleem met de kaarten op 1:20.000 was hun overvloed en door deze kaarten ook op 1:10.000 beschikbaar te maken, werd dat mooi opgelost, maar dat zal wel voorgoed verleden tijd zijn. Belet me niet om er met heimwee aan terug te denken.)
Hoe we er geraakten. Gemmenich is bereikbaar met lijn 396 (Eupen - Vaals) en met lijn 710 (Eupen - Welkenraedt - Kelmis). De verbinding via Welkenraedt is duidelijk de snelste en dus verlopen heen- en terugreis met overstap in Welkenraedt dat gemakkelijk te bereiken is met twee IC’s per uur.
Een beetje geschiedenis. Uiteraard verwijs ik met plezier naar de website van Paul Kevers (link onderaan). Meer specifieke informatie over Gemmenich vind jehier. Daaruit leren we o.a. dat Gemmenich nog jaren (15!) moest wachten op zijn station, eerst onder het mom van een ongunstige ligging die het moeilijk maakte om een voldoende vlakke en grote ruimte vrij te maken, later omdat de douane gevestigd was in Plombières en er geen station of halte tussen de Duitse grens en Plombières mocht liggen. In 1876 kwam het (voorlopige) station er dan toch. Aanvankelijk werd Gemmenich opgenomen in een tabel Verviers - Aachen - Elberfeld. Eigenlijk is de geschiedenis van de reizigersinformatie altijd een zootje gebleven: in het spoorboekje van 1924 vind ik een lijn 39A Plombières - Aachen terug, al rijden de meeste treinen door tot Herbesthal, eentje zelfs tot Raeren. Bij het begin van WO II is de tabel gewoon 39 geworden: Aachen - Montzen - Gemmenich - Plombières - Moresnet - Birken -…- Herbesthal. Zo verschijnt de lijn ook opnieuw na WO II, maar daar roert entwat: in het spoorboekje van 1952 vinden we eigenlijk geen dienstregelingen voor Gemmenich meer: er wachten grondige hervormingen en er wordt geen dienstregeling gepubliceerd. Dat geldt zowel voor de NMVB als voor de NMBS. Uiteindelijk verschijnt een buslijn 39a (en een lijn 396 Malmédy - Eupen - Vaals, vandaag drastisch ingekort tot Eupen - Vaals.) Het is een toestand die meer dan 20 jaar zou aanhouden, maar nog voor de splitsing van de NMVB wordt het lezen van tabel 39a een stuk eenvoudiger (?): al blijft de 39a behouden, er komen nu per variant nieuwe lijnnummers 10 - 10 - 11 - 11 - 15. Voor Gemmenich zijn alleen de lijnen 10 en 10 van belang. De laatste is de huidige lijn 710, lijn 10 volgt grotendeels hetzelfde traject maar er is een traject Verviers - Welkenraedt aan toegevoegd. Het aantal varianten (schooldiensten) neemt nog toe, maar tegenwoordig is de tabel 710 - 711 vrij overzichtelijk geworden, precies door aparte tabellen te voorzien. De nummering met honderdtal 7 kwam er bij het begin van deze eeuw en is typisch voor de hele regio Verviers - Eupen. Ons interesseert vandaag vooral lijn 710 (de vroegere 10) van Kelmis via Gemmenich, Plombières, Montzen, Birken, Henri-Chapelle naar Welkenraedt en Eupen. Het dorp Moresnet wordt veelal bediend door lijn 711 met aansluiting op de 710 in Montzen.
De verbinding.
Halle - Brussel-Zuid
3407
08:21 08:32
+1
1850 (FSD) - 61040 (FCL)
M6
controle: N
Brussel-Zuid - Welkenraedt
0507
08:55 10:34
stipt
1853 (FSD) - 73009 (FSD)
M7
controle: N
Welkenraedt - Gemmenich
[710]
10:57 11:22
stipt
ab5013-26
Mercedes Citaro G II
SADAR
-
Gemmenich - Welkenraedt
[710]
14:34 15:01
stipt
ab5013-24
Mercedes Citaro LE
SADAR
Welkenraedt - Brussel-Noord
0538
15:25 16:50
+1
1832 (FSD) - 73042 (FSD)
M7
controle: N
Brussel-Noord - Halle
1938
17:01 17:23
+8
1888 (NK) - 61002 (FBMZ)
M6
controle: N
En wat we beleefden. Vlot reizen mag ook wel eens en de heenreis verloopt inderdaad bijna zoals het hoort. IC 3407 rijdt ongehinderd van Halle naar Brussel-Zuid en slaagt er zelfs in 2 minuten vertraging in te lopen. Tot Leuven rijdt IC 507 met wat vertraging en de afdaling naar Liège-Guillemins verloopt toch wel traag, maar Welkenraedt bereiken we stipt. Overigens zaten we in rijtuig 73009 eerst in de kou: toen we wilden verhuizen naar het volgende rijtuig stelden we vast dat het elders in het rijtuig wel aangenaam warm was. De bus moet maar zonder Aribus vertrekken want zwart is de hoofdkleur - de enige kleur - op het scherm. Bij de voorbereiding had ik gevonden dat er een omleiding was in Gemmenich door werken op het kruispunt van de Place Peckham. Alternatief was de niet zo ver gelegen halte La Forge. Die werken waren begonnen in… 2019 en dat leek me toch wel lang geleden. Ik nam dus contact op met de TEC-LV en kreeg snel antwoord: toevallig waren de werken enige dagen tevoren beëindigd en kon de vermelding in de dienstregeling dus verdwijnen. Ik was er eigenlijk van overtuigd dat mijn mailtje een of andere verantwoordelijke wakkergeschud had, maar… ter plaatse bleek de omleiding nog altijd van toepassing. Voor de richting Kelmis ontbrak een voorlopige haltepaal, maar plaatselijke busgebruikers wisten blijkbaar waar ze moesten wachten. Aan de haltepaal van de Place Peckham hing nog een geplastificeerde mededeling in een plastieken hoes die uiteraard na bijna 4 jaar nog nauwelijks leesbaar was. De werken waren inderdaad nog aan de gang en anders dan je zou kunnen verwachten werd geen gebruik gemaakt van kruiwagens, pikhouwelen, spaden in alle vormen en formaten… De arbeiders gebruikten goed materieel dat gericht is op snelle afwerking…
Als je de terugrit opzoekt in de app van de TEC lijkt deze rit beperkt tot Montzen Église, waar dan moet worden overgestapt. Ook de website splitst deze rit op in 2 delen, zij het dat men daar vermeldt dat beide ritdelen met hetzelfde voertuig worden uitgevoerd. (Waarom dan splitsen?) We zijn er dus vrij gerust in, zeker als het grootste deel van onze medereizigers ook gewoon blijft zitten. Het valt trouwens op dat dit een goede lijn is: zowel vanmorgen als vanmiddag is de bezetting behoorlijk. Misschien is dat de reden waarom de bus ondanks de sportieve rijstijl van de chauffeur langere tijd met enkele minuten vertraging rijdt. Maar Welkenraedt bereiken we wel op tijd.
IC 538 vertrekt met 2 minuten vertraging in Welkenraedt, maar in Verviers is die vertraging al weggewerkt. In Liège-Guillemins moeten we wel vertrekken na IC 1738, een zo goed als volledig ontsier rijtuigenstel M4, dat met 7 minuten vertraging vertrekt. Wij houden er nog 3 aan over. Maar voor de rest verloopt de rit zonder geschiedenis, zoals ons onderwijs. Ook IC 1938 komt vrij moeiteloos door de NZV, maar dan loopt het snel fout: de 2 minuten vertraging bij vertrek in Brussel-Zuid worden er uiteindelijk 8 in Halle. Al meteen bij het buitenrijden van Brussel-Zuid rijden we tegen een slakkengangetje, vermoedelijk achter S 1588 naar Geraardsbergen en Denderleeuw aan: die heeft 25 minuten vertraging bij elkaar gesprokkeld. Vanaf Lot rijden we op tegenspoor. In mijn achterhoofd broeit ondertussen een verhaaltje: 3 treinen hebben ons vandaag laten vermoeden dat het werk van de tbg is overgenomen door artificiële intelligentie: geen controle, meer: we hebben ook geen tbg gezien, alleen heel af en toe gehoord. Maar dan komt hij: de spelbederver, die net voor Halle opduikt en controleert. Daar gaat mijn anekdote, al raakt hij niet ver genoeg om ook ons nog te controleren…
De treinlectuur. Werner BRÄUNIG, Rummelplatz. De DDR meteen na de opsplitsing. We volgen enkele personages die al dan niet vrijwillig tewerkgesteld zijn in fabrieken en mijnen waar het halen van productienormen belangrijker is dan de arbeiders die daar voor instaan. Spijtig genoeg hebben sommige van die personages ook de neiging om uitgebreid te filosoferen over het communisme dat hen door middel van Russische pantsers wordt opgedrongen. Het inzicht groeit dat de strijd tegen het kapitalisme verloren is: de arbeider blijft een speelbal in de handen van de happy few, die zich tot de zwalpende communistische partij bekennen.
Julian BARNES, Het enige verhaal.
Zomertijd, oei oei ons bioritme. Maar drie dagen en nachten wallebakken onder de noemer carnaval, of zelfs het gewone uitgaansleven: geen enkel probleem!
Uitgedrukt… Doe het licht branden dat we zien wat we zeggen. Absurd en grappig.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één over deBelgische spoorlijnenen een overde bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.
De wandeling. In 2010 publiceerde Stan Verelst in het tijdschrift van Pasar een wandeling met als titel Op de terril van Beringen-Mijn. Die terril is dan ook de pièce de résistance van een 10.3 km lange tocht, die ook nog een tijdje via een mooie voetweg langs de Zwarte Beek voert. Zo komt de TWQ uit op 57%. De klim naar de top van de terril is een uitdaging langs goed onderhouden paden. Destijds was het parcours onberispelijk beschreven en zo konden we ongehinderd naar boven, zonder ons te laten verleiden door de olifantenpaadjes die her en der ontstaan zijn. Wil je zeker spelen, dan gebruik jedit kaartje. Eenmaal boven krijg je een vrij uitzicht maar oogkleppen zijn aan te raden: de vele woonwijken aan de voet zijn niet bepaald wat je van een panorama verwacht. We quoteerden 15.5/20. Foto’s vind jehier.Deze zorgen hopelijk voor de nodige appetijt.
Voor eeuwig aan de ketting.
Oude trots.
Het weer. Regen toen we uit de bus stapten en meteen nadat we opnieuw in de bus gestapt waren, maar het grootste deel van de wandeling bleef het droog. Wel somber, winderig en relatief fris.
De stafkaarten. 25/1-2 Tessenderlo (2017) - 25/3-4 Heusden-Zolder (2017).
Hoe we er geraakten. Bij Beringen-Mijnen zou je meteen aan de treinhalte Koersel denken - zeker als je wat afweet van de spoorweggeschiedenis en de stations in Beringen - maar de apps waren het voor een keer met me eens: met de trein naar Schulen reizen en daar overstappen op lijn 90 Donk - Beringen was een vlotte en tamelijk snelle oplossing. En dat deden we dus voor heen- en terugreis.
Een beetje geschiedenis. Buslijn 90 Donk - Beringen is er een van relatief recente datum: ik vond ze voor het eerst terug in het busboekje van 30.06.2003; ze moet beschouwd worden als een van de zegeningen van de toen pas ingevoerde basismobiliteit. Voordien werd Schulen Station o.m. bediend door lijnen 30 Sint-Truiden - Beringen en 35c. Dat laatste was logisch: die lijn 35c was de vervangingslijn voor de geschrapte halten op lijn 35. Ik vermeldde dit al in de bijdrage van 25 januari 2020, toen we in Meldert stapten. Lijn 90 werd een deels nieuwe verbinding tussen Donk, Herk-de-Stad, Lummen en Beringen. Zoals dat bij de basismobiliteit gangbaar was, kon men niet klagen over de dienstregeling:
N67: uurdienst van 6:05 tot 20:12
R6: uurdienst van 8:07 tot 20:07
R7: 2-uurdienst van 9:07 tot 21:07
Overigens betekende het invoeren van lijn 90 wel dat lijn 35c verschrompelde tot wat men eufemistisch een functionele lijn is gaan noemen.
Dat was de toestand op een ogenblik dat De Lijn onweerstaanbaar groeide en bloeide, maar zoals wel vaker (altijd?) is het voor het OV in ons land erg belangrijk wie er aan het roer zit. Opeenvolgende besparingsoperaties snoeiden vooral sterk in de zondagsdienst: er werden op zondag nog 4 ritten ingericht, tussen 10:57 en 17:16. Van een vaste cadans is er op zondag geen sprake meer. Op weekdagen is er trouwens een opvallend verschil tussen de dienstregeling voor en na de middag, zoals we die wel vaker hebben zien invoeren. De uurdienst bleef wel behouden, maar meteen na de middag is het toch wat langer wachten.
De verbinding.
Halle - Brussel-Zuid
1908
09:37 09:48
stipt
518 (FHS)
mr96 Deense neus
controle: N
Brussel-Zuid - Leuven
0508
09:55 10:23
+5
1892 (NK) - 73026 (FSD)
M7
controle: J
Leuven - Schulen
2461
11:13 11:54
stipt
396 (FHS)
mr80 Break
controle: N
Schulen - Koersel
[90]
12:11 12:43
+2
ab2081
VDL Bus & Coach Citea SLE
Beverlo
-
Koersel - Schulen
[90]
15:14 15:50
-2
ab4423-08
Mercedes Citaro G II
De Valk
Schulen - Leuven
2486
16:05 16:46
+1
405 (FSD)
mr80 Break
controle: J
Leuven - halle
1738
16:53 17:33
+6
2705 (NK) - 58005 (NK)
M4
controle: N
En wat we beleefden. De bus van lijn 155 die bij ons komt om 9:07 heeft de vertraging vandaag binnen de perken gehouden (+7) en dus kunnen we sneller naar Leuven dan voorzien. Dat verklaart de onnodig lange reserve. IC 1907 rijdt tamelijk vlot naar Brussel-Zuid, waar we IC 508 naar Eupen kunnen nemen. Dat is een verbinding met een aansluiting van 7 minuten waaraan we ons lot anders niet zouden verbinden. Maar vandaag lukt het dus probleemloos, wat ons met een lange wachttijd in Leuven opzadelt. Tijd voor een koffie dus. De rust van het Grand Café wordt verstoord door iemand die zichzelf zo belangrijk vindt dat het gesprek - in het Engels - door de gelagzaal knalt. Na een tijdje heeft een kelner of de eigenaar er genoeg van: het volume van de laptop gaat drastisch naar omlaag. Na de laatste wandeling had ik een twintigerse dame in de trein nog zelf aangemaand om haar elektroniekske wat zachter te zetten - waar halen ze het in hun hoofd om radio- of tv-programma’s met hun medereizigers te delen? En straks zal ik in de L-trein een jongeman aanspreken die ook gretig gebruik maakt van een speeldoosje dat veel te veel gerucht maakt. De info in IC 508 lijkt nergens op: we zitten in een trein naar Oostende en de halteaankondiging zit er compleet naast. Hoewel we Brussel-Noord buitenrijden met amper 2 minuten vertraging, vallen we meteen na het noordstation stil: een Thalystrein heeft voorrang gekregen en tot Schaarbeek gaat het tegen een slakkengangetje. We komen in Leuven met 5 minuten vertraging aan, wat niet eens slecht is. De L-trein naar Hasselt rijdt zonder veel problemen zo goed als op tijd, vanaf Diest zelfs helemaal op tijd.
Ook bus 90 doet het trouwens erg goed. Ook hier loopt het fout met de info op het scherm. Blijkbaar blijft die hangen, zodat we zelfs even denken dat we in een bus van de verkeerde richting zijn ingestapt, maar op een bepaald moment raakt de info toch gecorrigeerd, tot de volgende halte waar gestopt moet worden. In Lummen maakt de bus op het eerste gezicht gekke rondjes, maar hier is een goed uitgekiend aansluitingspatroon van kracht. Tijdens de wachttijd ruimt de chauffeur een achtergebleven drankflesje op - dat zie je bijna nooit meer.
Voor de terugrit krijgen we zelfs een gelede bus. Behalve aan de school Sint-Ferdinand zijn er weinig instappers, al moet de bus natuurlijk nog naar Herk-de-Stad. Ook nu staan aan de halte Frederickxstraat in Lummen de bussen van een aantal lijnen onderlinge aansluitingen te geven.
De aansluiting bus/trein (een kwartier) verloopt volgens het boekje. Drie minuten voor het voorziene aankomstuur van onze L-trein passeert nog een goederentrein, getrokken door een 77. Die lijkt ons niet te hinderen en we komen zo goed als stipt in Leuven aan. De grap van de dag moet dan nog komen: IC 1739 wordt aangekondigd. Ik had eerder al gezien dat de samenstelling van deze trein niet correct doorkwam in haltelink en hyperrail, maar dat dergelijke fouten ook doorgegeven worden aan het informatiesysteem is potsierlijk. Voor een hele reeks stations worden de laatste 4 (of zelfs 5!) rijtuigen verboden. Als de eersteklasrijtuigen ook nog eens gesitueerd worden in het 2de, 9de, 14de en 15de rijtuig is het duidelijk dat 2 samenstellingen werden samengevoegd: een met M4 en een met M7. De trein bestaat uiteraard alleen maar uit een lang stel M4-rijtuigen en helemaal achteraan hangt het enige eersteklasrijtuig. Tot Brussel-Zuid doet de trein het erg goed (+2), maar vanaf Lot vertraagt hij: hij bereikt Halle met 6 minuten vertraging en doordat we helemaal achteraan zitten hebben we veel overstaptijd nodig voor de bus van 16:40. We zien hem nog net wegrijden… Gelukkig verkondigt men al 30 jaar dat de aansluitingen verbeterd moeten worden, maar ik heb het opgegeven. Een uur wachten zien we niet zitten en dus voegen we nog 3.850km toe aan onze inderdaad niet zo lange tocht van vandaag. En we blijven stappen met de vraag: is geen informatie eigenlijk niet beter dan foutieve informatie?
De treinlectuur. Werner BRÄUNIG, Rummelplatz. Julian BARNES, Het enige verhaal.
Onze Natuur, met Wim Opbrouck die keurig Nederlands praat. En ook oog heeft voor de natuur ten zuiden van de taalgrens. Hoe het zat met Het verhaal van Vlaanderen hoef ik waarschijnlijk niet te vermelden. Overigens is Opbrouck ook in Arcadia (samen met Gene Bervoets) zowat de enige Vlaming die zich behoorlijk in het Nederlands uit de slag trekt. De reeks toont door het naast elkaar plaatsen van Vlaamse en Nederlandse acteurs nog maar eens hoe lamentabel het met de Vlaamse acteurs gesteld is.
Uitgedrukt… Morgen ga ik op den blok… Dus niet Block, zoals je misschien verwacht in deze blog waar treinen toch een belangrijke rol spelen. Je hoort het wel eens gebruiken door iemand die geopereerd moet worden. Vermoedelijk is het een verwijzing naar het kapblok (of hakblok in Nederland): een massief blok hout waarop de slager kleinvee slacht of vlees met het hakmes snijdt.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één overdeBelgische spoorlijnenen een overde bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.
15 maart 2023 Tielt-Winge - Sint-Pieters-Rode (GR512)
De wandeling. Het is zowat de derde keer dat we GR512 lopen en dat is niet verwonderlijk: we stappen ondertussen al zo een halve eeuw en dan moet je reprises inlassen, wat we niet eens erg vinden. Vandaag stappen we van Tielt-Winge naar Sint-Pieters-Rode. Dat laatste zegt misschien niet zo veel, maar Horst doet dat waarschijnlijk des te meer. Zo een 10 à 11km met een TWQ van 70%, het is een stukje GR dat er best mag wezen. Bij ons is er in 10 dagen dik 70mm neerslag gevallen en dat zal hier in het Hageland wel niet anders zijn: dat hebben we aan den lijve ondervonden. Met name de lange stroken bos (Walenbos en het Kasteeldomein van Horst) liggen er bepaald drassig bij: probeer deze tocht niet te stappen op balschoentjes. Zo je dat toch mocht overwegen, laat je dan overtuigen doorde foto’s. Het kaartjeen de bijhorende grafiek laten een vrij vlakke wandeling zien, op één stevige klim na: de Houwaartse Berg.
Met goed onderhouden wandelbottines kom je hier probleemloos door: het Walenbos.
Tot voor enkele decennia zo goed als ondenkbaar: wijngaarden.
Het weer. Frank is spijtig genoeg stilaan aan zijn zwanenzang begonnen, maar belooft een droge dag. Op een korte bui met wat hagel is het inderdaad droog gebleven. De wolken toonden zich van hun beste kant, de temperatuur was aangenaam en de wind hield zich koest.
De stafkaarten. 24/7-8 Aarschot (2020)
Hoe we er geraakten. De vorige keer sloten we het stukje GR af bij de Blerenbergstraat, maar dat zal vandaag niet lukken. De Lijn waarschuwt voor een omleiding en dus zit er niets anders op dan uit te stappen bij de halte Tielt Stelplaats en dat is niet eens zo erg: een voetweg brengt ons in de onmiddellijke buurt van ons eerdere eindpunt. Het wordt dus Halle - Leuven en dan een bus van lijn 370. Voor de terugrit kiezen we de halte Horst op lijn 310 Aarschot - Leuven. De rechtstreekse IC komt deze keer niet in aanmerking en dus wordt het overstappen in Brussel-Noord.
Een beetje geschiedenis. We kwamen eerder al aan in Horst en dus heb ik de geschiedenis van buslijn Leuven - Aarschot daar al behandeld. Toen schreef ik dit:
Dankzij zone01 vond ik al een buslijn Leuven - Aarschot terug die haar opwachting vermoedelijk maakte tijdens het interbellum. In een busboekje kwam deze lijn voor onder tabel 33: de meeste bussen (op 1 na) zijn beperkt tot een traject Leuven - Sint-Pieters-Rode. Die ene vreemde eend in de bijt reed door tot Aarschot. In een boekje uit 1948 blijft de tabel het nummer 33 dragen, de meeste ritten rijden nu tot Aarschot. In het spoorboekje van 1950 verschijnt tabel 725, in de sectie NMVB. Met 4 ritten op N67, 3 op R6 en 5 (!) op R7 lijkt het geloof in deze lijn niet erg groot te zijn. Later zal de lijn opgenomen worden in tabel 599, nog later in 596. De bussen rijden als 10 (of één enkele als 10), eerst nog vrij onregelmatig gespreid over de dag, later met een soort 2-uurdienst, op alle dagen van de week. Tot de NMVB moet besparen: het aantal rechtstreekse ritten tussen Leuven en Aarschot wordt gedecimeerd: reizigers moeten bijna altijd in Holsbeek overstappen van of naar de Leuvense stadslijn 2. Aan die besparingstruc komt gelukkig na enkele jaren een eind en in 2005 verschijnt het huidige lijnnummer 310. Tegenwoordig wordt van maandag tot zaterdag ongeveer een uurdienst gereden, op zondag rijden de bussen slechts om de 2 uur.
Als toemaatje deze dienstregeling uit de tijd: het busboekje van 01.06.1986. Holsbeek is meestal overstappunt naar stadslijn 2.
De verbinding.
Halle - Leuven
1708
09:26 10:08
+13
76043 (NK) - 73069 (NK)
M7
controle: N
Leuven - Tielt-Winge
[370]
10:24 10:52
stipt
ab304-604
VDL Bus & Coach Citea LE
Teyssen
-
Sint-Pieters-Rode - Leuven
[310]
14:48 15:15
stipt
ab2718
VDL Bus & Coach Citea SLFA Hybrid
Tielt
Leuven - Brussel-Noord
1537
15:20 15:38
+8
76031 (FSD) - 61028 (FHS)
M6
controle: N
Brussel-Noord - Halle
3786
15:53 16:20
+8
08194 (FSR)
mr08 Desiro
controle: N
En wat we beleefden. Eigenlijk is het echt droef gesteld met ons OV. Lees maar. Dat de bus van lijn 155 die hier bij ons om 8:37 doorkomt, vertraging zal hebben staat als een paal boven water. Gisteren was dat 36 minuten, vandaag beperkt het zich tot 14 minuten - de chauffeur is ook nog even op de reisweg van lijn 153 terechtgekomen, maar vermoedelijk hebben oplettende reizigers haar daar op gewezen. Anders hadden we naar onze bus kunnen fluiten.Een kwartiertje wachten in Halle zorgt weer voor frustrerende toestanden. Eigenlijk zou ik de laatste tijd geblinddoekt in stations moeten ronddwalen, want tegenwoordig zijn de toestanden slecht voor de bloeddruk en dus voor de algemene toestand van goedvoelen. Een bloemlezing: IC 3230 rijdt met een dik half uur vertraging als gevolg van problemen tijdens de voorgaande rit. IC 3408 vertrekt op dubbel geel en is gehalveerd: dat gebeurt zo 1 keer per week. Het enige vierledige stel is duidelijk niet tegen zijn taak opgewassen. Tussendoor moet ook het lege stel van de 7444 nog passeren en dat veroorzaakt dan weer vertraging aan IC 1708. IC 1930 rijdt wel op tijd, maar daar is het eerste rijtuig dan weer niet toegankelijk van: defecte deuren. Als IC 1708 binnenrijdt, is het nummer (B en UIC) van het trekkende M7-rijtuig onleesbaar door graffiti. Het nummer van het eerste AB-rijtuig is wel leesbaar en aan de hand daarvan kan ik uit een eerdere samenstelling afleiden dat het BMx-rijtuig waarschijnlijk het nummer 76043 draagt. We vertrekken in Halle met 8 minuten vertraging, staan zo goed als stil in Ruisbroek en later ook nog eens op lijn 36N ter hoogte van kp 20.1 (buurt Veltem): in Leuven klokken we af op 13 minuten. De voorziene aansluiting met de bus van lijn 370 houdt dus nog stand.
Om een of andere reden rijden er woensdag enkele bussen extra tussen Leuven Station en Tielt Stelplaats. Het is zo een bus die we nemen, langs de saaie N2. Maar de rit verloopt zonder problemen.
De terugrit met lijn 310 is ook stipt. De chauffeur moet wel aardig doorduwen.Maar we krijgen zicht op een aansluiting met de IC naar Blankenberge die 5 minuten na aankomst van de bus zou moeten vertrekken.
Tielt Stelplaats. Wachten op een volgende rit.
Zou moeten want deze trein heeft 10 minuten vertraging, door problemen bij de koppeling. Er gaat wel nog wat vertraging af; de aansluitende trein is S3786, op tijd, in Brussel-Noord dan toch. Want we zitten achter IC 2435 (Liège-Saint-Lambert - Namur - Brussel - Tournai). Met 4 minuten bij vertrek uit Brussel-Zuid lijkt de schade beperkt te blijven, maar net buiten Brussel-Zuid moeten we nog voorrang geven aan P 8800 Schaarbeek - Saint-Ghislain. In Vorst-Zuid tekenen we al 8 minuten op en de ervaring leert dat daar geen minuut meer af gaat voor Halle. De zwart- of grijsrijders (2 jongeren met roots buiten België) komen de boel verder verpesten: ze zijn er duidelijk niet gerust in en zijn waarschijnlijk daarom zo ver mogelijk naar voren doorgeschoven. De ene stapt uit in Ruisbroek, de andere in Buizingen. Die van Ruisbroek heeft met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen treinbiljet.
De treinlectuur. Werner BRÄUNIG, Rummelplatz. Ik heb al heel wat Duitse romans gelezen over West-Duitsland, maar dit is de eerste over Oost-Duitsland, in het begin van de jaren 1950. Julian BARNES, Het enige verhaal.
Stikstoffen: stikstof, onderwijs,woonzorgcentra, kinderdagverblijven, basisbereikbaarheid. Als we de politici nu eens een naaicursus cadeau deden?
Uitgedrukt…
Een wijsheid van mijn allereerste dorpspastoor: burenruzies beginnen altijd met de kinderen en de kippen. Wist de brave man veel dat daar 60 jaar later oneindig veel aanleidingen bij zouden komen.
Waar Abraham de mosterd haalde. Voor het schrijven van deze bijdragen maak ik vaak gebruik van twee zeer waardevolle sites, één over deBelgische spoorlijnenen een overde bussen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het grootste probleem is dat van de informatisering: in de voorbije 20 jaar is het vrijwel onmogelijk geworden om nog aan papieren dienstregelingen te geraken en op het internet verdwijnen de oude dienstregelingen naarmate er nieuwe ingevoerd worden. Voor de trams maak ik nog al eens dankbaar gebruik van de Rail Atlas Vicinal van Stefan JUSTENS en Dick van der SPEK en van The Vicinal Story - Light Railways in Belgium 1885 - 1991 van W.J.K. DAVIES.