houden van ...

houden van ...
een gesprek
AMSTERDAM

ik had je lief
maar in amsterdam was alles anders
ik had amsterdam niet lief
je was zo'n vlugge beweger
en rond jou was de stad
zo ziek als een kathedraal
waarin men eeuwen had gezwegen
de trams ijlden van koorts
en de straten lagen met serum
nee amsterdam had ik niet lief
amsterdam was anders
vandaag
souvenir van de vendange
DAG VAN DE KLANT...
champagne

champagne
DROEDEL
gisteren
ik zou je
ik wil met volle teugen
druivenpluk

paperclip
elke dagelke dag zie ik je staan
in de deuropening van mijn herinnering
dan boen ik glimmend de vloer van het verleden
boen boen boen
de muren wijken achteruit
maar al weten wij het niet
de kamer blijft klein
wij weten zo weinig van het vele
dat we weten
en zo weinig van elkaar
weet je wat
we zullen de zachte gele maan van die nacht
plukken en bewaren
er moet toch iets
bewaard worden
van toen
tot spijt van ...
eendje
bij het standbeeld van Erasmusjaren na zijn dood
stond hij daar te sterven
onopgemerkt onder de lindebomen van het plein
hij verweerde zich niet
en las met eeuwige ogen in zijn boek
terwijl de duiven op zijn schouder scheten
hij zei niets
en hij liep niet weg
alleen maar een doffe glimlach
toen ik voorbij was
hoorde ik hoe hij met zijn voet
trachtte een kuiltje te maken
maar het ging niet
daarom bleef hij staan
met een versteend excuus op zijn gezicht
in de avond
groeide de schimmel van de sterren
echo
als jij niet bij me bentals
jij niet bij me bent
mogen de schimmen van de nacht niet groter worden
niet met onnoembare angst mijn dalen
bewonen. ik ken geen toverwoorden meer.
laat mij niet dromen als een dief.
de dagen worden angstig. de avond
is steeds trager en mijn woorden liggen braak
en schaden mij
je bracht me leven, wees nu niet vreemd.
ontvang me in je opengevouwen lichaam
zodat ik zou weten
een speelse zon te plukken
uit je wijdvertakte twijgen.