denkend aan Steven
de rolluiken van mijn lichaam op
en zoveel dagen later blijf ik zoeken
in het wrakhout van mijn woorden
urenlang heb ik hem gedragen
met mijn tederste handen
in het huis van de onschuldigen
waar de prijs te hoog is
ik wacht op de boodschapper
met het lied gesponnen uit de mist
van een land
dat nog niet werd ontdekt
zal hij nog lang wegblijven
vraagt iemand
en een ander zegt
misschien zal hij nooit terugkomen
misschien zijn het windwoorden
wij zullen gelaten wachten
aan de rand van de leeggeplunderde zinnen
die onze zeilen voor morgen zijn














