kleinzonen
zo legt een gedicht een arm om de woorden
die ik schrijf
een gedicht mag een paar maten
te groot zijn
zoals een regenjas
als ik hen zie
zie ik geen bomen
maar landschap
kleinzonen
foto jeff
een gedicht
treinperikelenik zag haar gisteren op een overvolle trein
en meteen stond ik perplex en paf
ik dacht een avond met haar dat zou wat zijn
maar in Herentals stapte ze af ...
ik denk
bloedrode bloemen

de bloedrode bloemen
gaan de perken te buiten
maar de grassen blijven rechtop staan
als messen in de vuist van de velden
kijk
ik heb een aardschok in mijn keel
de schim van je ogen wandelt door
mijn verbaasde woorden
de zon in stukken boven het mos is geen teken
bekijk me
voel me
nee, lees me toch niet
het was zomer
als ik dood ben
zomer

gedicht
in mijn keuken
fata morgana
denk aan een zwaluwvlucht schuin tegen
de zon die bevelen schreeuwt tot de zwellende druiven
in het veld
de van bloed doordrongen klaprozen
rijden zij aan zij
naar het gevecht van de zomer
en zie, daar slingert je lach als een lasso
tussen de bomen van mijn herinneren
nog steeds draag je de vreugde van champagne
gevangen in je lijf
zoals een ragfijn broekje zachte dijen
in de greep houdt
ja, je bent het verboden zijn
het paradijs in de omheining van je lichaam
je bent lang geleden en elk uur kortbij
je bent de nacht die we nu hebben dichtgevouwen
maar nog altijd
ken ik de voornamen van je gewillige borsten 
uitvlucht voor morgen
versje
jeff en lowie
deze morgendeze morgen was de zon een dag te laat
misnoegd
trok de regen onhoorbare sporen
in de plooien van het strand
tot ik jou aan de overweg van de regenboog zag
je was zo mooi als het satijn van je ogen
en je droeg bloemen in het strogeel van je haar
kom dicht bij me
fluisterden je ogen
je lichaam werd een krolse kat
en maakte de mieren wakker
in de straten van mijn bloed
ik besefte
je hebt nooit van me gekregen
wat je mij vandaag wilde geven
een trage vogel krijst de lucht open
de wolken trekken hun benen op
blauw
ligt het geluk met de armen gespreid
op de achterbank van de tijd
de zee lacht haar tanden bloot
en spoelt de wrange woorden
onder mijn oksels weg
ik denk
dit moment moet ik koesteren als een driekleurige vlag
gedrapeerd
over de dikke buik van een generaal
jij en ik
zoals je spreekt
Palmenmarkt

als ik ...als ik er niet meer ben
verdeel me dan als brood
onder de vogels
en herinner
tussen de korenbloemen
en de klaprozen
stond ik naar jou te wuiven
als graan
voel me
wanneer de korenhalmen zwaar worden van het rijpen
of de merels achter de hagen spreken
over de geheimen van de uitvliegende
koolmezen
luister naar het kreunen van de platanen
in mijn tuin
denk hoe ik hield van de slaperige geur
van de lavendel
onthou de rondom beukenhaag
de klimroos aan de muur
de clematis die blauw schrijft
langs de verweerde planken
maar vooral, liefste,
vergeet het wonder van het altijd groeiend mos
tussen mijn stenen niet