Droomvijver

Deze nacht droomde ik van een tuin met een grote vijver .... en ja hoor deze morgen was hij daar .... maar alleen op een foto! Dus niet alle dromen komen uit.
Droomvijver
Deze nacht droomde ik van een tuin met een grote vijver .... en ja hoor deze morgen was hij daar .... maar alleen op een foto! Dus niet alle dromen komen uit.
Marmaris
de hemel kleurt grijzig blauw
geen Turks wolkje aan de lucht
het water, donker azuur en lauw
een zacht briesje, een wierookzucht
het afgelijnde Grand Azur-wit
spiegelt zich tussen wuivende palmen
wat blauw en groen samengeklit
hoor het lied van de Imam weergalmen
dat is hier het Ottomaanse paradijs
waar de reuk, van wierook branden
en het horen van een Turkse wijs
ons doet zweven over de stranden
vakantie genieten in geur en kleur
dommelen onder palm of sinaasboom
met een schat naast mij in levensfleur
ja, dit is genieten als in een droom
Jachthaven Gent
Eind april 2005 opening van de jachthaven van Gent.Op de foto zie je van links naar rechts;het gebouw van Belgacom;St.Baafs;Belfort;daarvoor het pleintje achter de Van Eyckzwemkom en de doorsteek van de Reep.Vóór;de politieboot (spijtig dat we deze nog niet hadden toen ik nog in dienst was)
De Reep
Abel

Abel, den oliebollenbakker is overleden. Hij werd 94 jaar want hij is geboren op 18 februari 1912 en waar is hij geboren, te Ledeberg natuurlijk alwaar zijn roots lagen.
De laatste jaren woonde hij op het Ledebergplein. Voordien woonde hij in de Borluutstraat te Sint Denijs Westrem, alwaar ik zijn wijkagent was. Geregeld sprak ik hem en vertelden we verhalen van vroeger.Dan werd zijn vrouw ziek en overleed zij wat later. Abel verhuisde naar Ledeberg maar zakte soms wel eens af naar Sint Denijs Westrem.
Wie kende niet zijn bekende kop, zijn schalkse uitlatingen, zijn tandengeknars. Hij zou de wereld verslaan tot op zijn laatste dag. Abel heeft een gevuld leven gehad maar het was alle dagen kermis.
Op alle kermissen en foren was het oliebollenkraam “ABEL” te vinden. Nadat hij zijn zaak overliet kwam je Abel nog steeds tegen en kon je een pintje drinken en soms een keer snelbieden op de hoek van de toog.
De verhalen waren niet uit de lucht. Na menige pintjes knarste hij steevast met zijn tanden. Zijn hoedje en zijn sigaar waren zijn handelsmerk. Abel ken ik van 1969 op het Bisschop Seghersplein. Na een woordenwisseling gingen we een pintje drinken in café “De Pijpe”
Abel had de gewoonte geregeld eens binnen te springen op ons politiebureel op de Poeljenmarkt te Gent.
Eigenlijk kwamen geen vreemden aan de dienst, in ons kantien, maar Abel was daar een uitzondering op.
De commissaris in die tijd was Camiel X. Op een dag kwam Abel in de kantien en trakteerde ons met een koffie (toen 1,50 fr) Plots kwam commissaris Camiel X binnen en Abel zei tegen hem “Es ’t waor dan ze zeggen Camiel den neuze tegen eu” Hilariteit alom natuurlijk.
In augustus 1990 is dan de reus “ABEL” gedoopt. De reus is in de carnavalgroep “De Boterlekkers” en stapt op in alle Ledebergse stoeten.
Oostende
Er even tussenuit
Yoghurt
Gevonden drenkeling
Het schijnt als het voorwiel in de Leie rijdt dan volgt de rest ook....maar het voorwiel bleef in het water.De Sint Michielsbrug te Gent doet dienst als decor.
Kasteel Borluut
De Gardonverdwijn
zes bogen torsen de brug
even vóór de brug schuimt het water
een reuzenlint van wemelend kant
over de volle breedte van de rivier
om in zes delen uiteen te vallen
het geruis van de waterval
meet zich met het krekelgesjirp
zalige geluiden, rustgevende muziek
concert van de Gardon en het krekelensemble
geen tak beweegt, geen blad verroert
een hagedisje sprint op de verticale muur
mijn ogen wandelen over de terrassen
tussen cipressen, kastanje-en olijfbomen
een zwarte mier verstoort mijn rust
deze kruidige berm is haar domein
even is ze weg, versterking zoekend
wie verdwijnt op deze stek ? de mier of ik !
De oude fiets
Ik had een collega wijkagent (J.Bracke) Hij plaatste zijn dienstfiets tegen de gevel van een herberg. Na een verfrissing te hebben genomen kwam hij buiten en zijn fiets was verdwenen. Op het bureel maakte hij een verslag \" .....en ik kwam buiten en de naakte gevel staarde mij grijnzend aan ...\"
Verjaardag Lucas
Verwondering
Poème - witte sierwitte sier
sneeuwwitte zwanen glijden over baren
op de zilveren kasteelvijver
ze weerspiegelen hun contouren op de golfjes
herfstig weer, neergevleide blaren tussen eendekroos
ik zie door de lage zon mijn schaduw tot u reiken
mijn hoofd kabbelt vervormd
dicht tegen uw blankmaagdelijke reflexie
in uw waterwemeling zie ik schapige wolkjes spiegelen
hier in de graskant geniet ik van uw zweven
een symfonie voor mijn ogen
bij uw statig vertoon
liefdevol begeleidt je uw gade,
neemt ze in bescherming bij mijn naderen
plots in een sierlijke draai verdwijn je
samen met je langgerekte schaduw naar het veilig eiland
waar uw broedsel donzig veilig ligt
wachtend op de toekomst
Prins Boudewijn
Vlaamse jeugd
Poème - het geschenkhet geschenk
een geschenk dat alles overtreft
zo zacht als flanel
zo teer als een perzik
zo kleurrijk als een cameleon
maar eens wordt je een man
zo hard als staal
de manager van het jaar
met een klare kijk op de wereld
nu slaap je nog aan mama’s borst
nu ween je nog ongepast
maar de dag komt dat je alles vraagt
en dat je alles weet
drink nu maar lieverd
je mama’s melk geeft je kracht
en doet je slapen als een roos
je papa neemt je op en toont de weg naar later
beiden zorgen voor u
van jong tot oud, in kommer en in kwel
in vreugde en plezier
Boeren - vervolg(vervolg van 3/4)
De vader staat op, neemt het geweer van de plaats waar het langen tijd rustig gelegen heeft; hij onderzoekt den vuursteen, slaat de pan open en doet den haan knakken.
Nu stort hij kruit in den loop en de stamper jaagt den papieren prop en den zwaren kogel klingelend naar beneden.
“Wat gaat ge doen?” zegt de moeder op bangen toon.
“Zien waar onze jongen is” antwoordt hij aarzelend; doch de moeder heeft hem begrepen.
Het geduld is ten einde; de vreedzame wroeter wordt oorlogsheld. Hij zal strijden pro aris et focis, voor altaar en haardstee, voor vrouw en kind, voor God en Vaderland!
Bloed om bloed, leven om leven!
De vrouwen bidden den rozenkrans, en de boer blijft bij de deur staan, bidt blootshoofds mee, maar houdt zijn geweer omklemd. Hij bidt opdat God zijn gezin en zijne haardstee, zijn omdolenden zoon beschermen zou. “Amen!” zeggen de vrouwen en de boer opent de deur. “God zij met u” zegt hij en verdwijnt in den donkeren avond.
Na eenige dagen afwezigheid, ’s avonds keert hij naar de zijnen terug, haalt voorraad kruit en lood, zelfs levensmiddelen doch vóór het aanbreken van de nieuwen novemberdag, staat hij andermaal op den voorpost.
Indien de boer, in een der gedenkwaardige novembernachten van 1798, over het gansche land had kunnen staren, wat al lijden, wat al marteling, maar ook wat al heldenmoed zou hij aanschouwd hebben.””
(De aanleiding tot opstand, was de wet van 23 september 1797. De Fransen hadden besloten de toen zowat 200.000 dienstplichtigen op te roepen, de kerken te sluiten, en de priesters die weigerden de eed af te leggen, te deporteren. De bevolking reageerde met passief verzet, de verordening werd niet verspreid en niemand meldde zich aan voor militaire dienst. Affiches werden beklad of verscheurd. Bijzondere commissarissen werden uitgejouwd enz.)
BoerenUit “Onze boeren” van August Snieders.
August Snieders is geboren in Bladel in 1825 en overleden te Antwerpen in 1904.
““Het zijn gevloekte dagen! De Vlaamsche gewesten, door de Fransche republiek overrompeld, bukken onder de hatelijkste dwingelandij.
In het najaar van 1798 loopen er droevige maren tot in de meest afgelegen dorpen: de geëischte brandschattingen, corveeën en requisitiën, de eed en de verbanning der priesters, de weggevoerde gijzelaars, de gedwongen soldatendienst doen rampvolle dagen voorzien!
Men heeft den Vlaming uitgezogen, uitgemergeld, met geweld tot Franschman herdoopt, en eindelijk eischt men nog zijne kinderen, zijn eigen leven!
Met donkervlammend oog zit de boer ’s avonds in het vuur te staren en in zijn hart, zoo vreedzaam van aard, spookt de wraak.
Neen, hij wil niet, dat zijn zoon hem ontroofd en gedwongen soldaat worde – en de jongen heeft dan ook de vlucht genomen. Waarheen? Onverschillig: voor hem is het hier overal beter dan ginder in den vreemde.
Hij zal verborgen blijven in de uitgestrekte bosschen, in de ongenaakbare moerassen, blootgesteld aan de najaarsstormen: desnoods zal hij de grenzen oversteken!
De moeder kan het verdriet niet langer verkroppen: zij moet haar beklemd hart lucht geven: “God weet”, zegt ze, “waar de arme jongen in den nacht omdoolt!”
Ook bij de vader wordt het leed te zwaar om dragen. Hij slaat het oog op en ziet naar het roer, dat boven de bedstee hangt, in het zwartberookte rek ......
Het denkbeeld, dat in zijnen geest omwoelt, houdt ook de andere huisgenooten bezig.
Ziet in den hoek van den haard, zit de schaapherder: hij bindt eene blinkende zeis – waarin het haardvuur bloedige vlammen doet dansen – met een palingsvel aan een langen eikestok.
De knecht scherpt met den wetsteen de gaffel, eene tweepuntige lans, en buiten slijpt de oudste zoon de vreeselijke bijl, die, in zijn reuzenhand, eenen mensch gelijk eenen boomtronk klieven zal.
De boer begrijpt dat in aller gemoed, zooals bij hem, de wraak wakker is.
Vrij wil hij bidden, vrij werken, veilig aan eigen haard leven – maar gedwongen soldaat der republiek worden, neen, dat wil hij niet!