tong

Iemand over de tong halen.
Iets slechts over iemand vertellen.
Hij likt er vinger en duim naar.
Hij verlangt er erg naar.
Hij heeft de vellen gehad.
Hij heeft de straf achter de rug.
Zij heeft de tas op zij.
Zij beheert het geld.
Iemand naar de ogen zien.
Proberen te raden wat iemand denkt.
Hij bloedt als een medicijnzak.
Hij heeft een klein wondje.





















