kracht

Iemand te grazen nemen.
Iemand beetnemen.
De bout op de kop krijgen.
De schade moeten betalen.
Hij is er de man niet naar.
Hij doet zoiets niet.
Balken onder de ogen hebben.
Wallen onder de ogen hebben.
Kracht naar kruis.
God zorgt ervoor dat ook het zwaarste leed nog draagbaar is.
Hij heeft een rijke dochter aan de haak geslagen.
Hij is gehuwd met een rijke vrouw.





















