tornen

Hij is niet bepaald op zijn mondje gevallen.
Hij weet goed wat hij zeggen moet.
Hij heeft het grof en groot.
Hij is van alles voorzien.
Peerden vallen ook al hebben ze vier poten.
Iedereen doet wel eens iets verkeerds.
Het kost maar een prikje.
Het is erg goedkoop.
Ergens aan tornen.
Iets proberen te wijzigen.
















