Naar de inhoud

Renaat's standpunten

over de sociale en politieke actualiteit en gebeurtenissen
akke.beakke.be
Kom meer te weten op http://www.rvp.be

Categorie: Politiek

Poetin, de moderne Napoleon-Tsaar

Met bezet houden van enkele gebieden in Georgië, de annexatie van het Oekraïense schiereiland, de Krim,, en de hulp met wapens en zogenaamde ‘vrijwilligers’ aan de pro-Russische rebellen in Oost- Oekraïne, heeft de Russische president Poetin, vorige zaterdag, met het sturen van zes militaire vaartuigen en manschappen naar de onlangs heropende militaire basis in het Noordpoolgebied. nog maar eens duidelijk gemaakt dat niet of niemand hem zal tegenhouden om het, op het einde van vorige eeuw ter ziele gegaan Sovjetimperium en de daaraan gebonden status van wereldmacht, terug herop te bouwen.

De Arctis

Rusland heeft zaterdag zes vaartuigen met manschappen en uitrusting gestuurd naar een militaire basis uit het Sovjettijdperk op de Nieuw-Siberische Eilanden, ten noorden van de Oost-Siberische kust in de Arctis. Moskou wil er zijn aanwezigheid versterken, want het gebied bevat veel natuurlijke rijkdommen.

Russisch president Vladimir Poetin had vorig jaar in september bevolen om de basis op de Nieuw-Siberische Eilanden, die sinds 1993 was verlaten, terug te heropenen. Toen rechtvaardigde hij de beslissing met de noodzaak om de noordelijke zeeroute te bewaken, een strategisch project bedoeld om een groeiende rol te spelen in de internationale handel.

De vloot die zaterdag de haven Severomorsk verliet, bevat twee grote ontschepingsvaartuigen en wordt vergezeld door verschillende ijsbrekers.

“De belangrijkste missie van de expeditie bestaat uit het leveren van manschappen, materiaal en voorzieningen voor het eerste detachement dat vanaf dit jaar de nieuwe permanente basis op de Nieuw-Siberische Eilanden zal bemannen”, verduidelijkte de commandant van de vloot, admiraal Vladimir Korolev.

In september hebben enkele Russische oorlogsbodems nog een eerste lading materiaal naar het gebied gebracht, voor de reconstructie van de basis en het vliegveld.

Oekrainïe
De ontkenning door Rusland dat het daadwerkelijk de Oekraiense rebellen met zware wapens en militairen steunt, wordt stilaan belachelijk.

Niet alleen de door het Westen geleverde satelioetbeelden, maar nu Amnesty International, een organisatie die bezwaarlijk als een Amerikaans bondgenoot kan worden aanzien, heeft via haar secrataris-gen,eraal, Salil Shetty gezegd afdoende bewijzen te hebben dat Rusland het conflict doet escaleren door rechtstreekse tussenkomst en door hun wapenleveringen en andere steun aan de separatisten in het oosten van Oekraïne.

Satellietbeelden
De beelden van Amnesty tonen nieuwe artillerieposities binnen de Oekraïense staatsgrens tussen 13 en 29 augustus. Er zijn 122-mm D-30 houwitsers te zien die op het westen zijn gericht. Er zijn ook ondersteunende voertuigen en bunkers te zien. Op 29 augustus verschijnen ook zes gepantserde wagens, wellicht BRDM-2’s, in beeld.

Een gelijkaardige artilleriepositie is te zien even verderop in het noordoosten, maar nog steeds op Oekraïens grondgebied. Beelden van 16 augustus tonen 6 houwitsers (2S19 Msta-S 152-mm) in schietpositie richting zuidwesten, waar zich op dat ogenblik Oekraïense strijdkrachten bevinden.

Tussen 26 en 29 augustus 2014 is de artillerie opschoven naar het westen. Op 29 augustus is een konvooi militaire voertuigen te zien tussen een bomenrij en een open veld.

“Deze satellietbeelden, samen met de verslagen van ooggetuigen en de berichten over Russische militairen die in Oekraïne zijn opgepakt, laten er geen twijfel over bestaan dat hier sprake is van een internationaal gewapend conflict”, aldus Shetty.

Behalve Poetin zijn  natte droom voor een Groot-Russisch rijk, welke hij deelt met de voormalige Tsaren, maken, doen  niet alleen zijn gestalte en zijn stoïcijns voorkomen, maar vooral zijn strategisch inzicht en politieke intelligentie, aan Napoleon denken…

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De moeder aller schijndemocratieverkiezingen

Hoe dichter we bij 25 mei komen, hoe meer en intenser politici van alle partijen ons op het hart drukken dat onze toekomst afhangt van de keuze die wij maken op de dag van  'moeder aller verkiezingen'. Op vragen zoals, wie welke beleid na vijfentwintig mei gaat voeren, komt steevast het antwoord dat 'eerst de kiezer moet spreken'.

En alsof dat nog niet genoeg volksverlakkend is, gaan sommigen zelfs zo ver om de onachtbare burger wijs te maken dat hij op die dag eveneens zijn regering, ministers, en zelfs het te voeren beleid gaat kiezen. Waarschijnlijk om hem vooraf alvast te verwittigen dat als het achteraf niet naar zijn wens verloopt, dat uiteraard aan 'de kiezer' zelf te wijten is. Op die wijze gaat het reeds decennialang, ja, eigenlijk sinds mensenheugenis.

Zoals ik reeds eerder in een 'bedenking' aangaf, wordt 25 mei niet zozeer 'de moeder aller verkiezingen', maar eerder 'de moeder aller verkiezing-realityshows. Want zoals in een realityshow zijn verkiezingen via de kieswet zodanig geregisseerd dat de stem van de kiezer feitelijk niet door hemzelf, maar door spindokters, en reclame- en communicatiespecialisten wordt bepaald. Zowel de partijverkiezingsprogramma's als alle andere verkiezingmateriaal zijn er hoofdzakelijk op gericht, uitgezonderd een paar grote hoofdlijnen, alles zo aanvaardmaar mogelijk te maken voor een zo ruim mogelijk verschillend denkend publiek.

Tijdens de verkiezingcampagne drukt men de goegemeente op het hart dat het van hun stemgedrag afhangt welke regering en welk beleid men zal krijgen. Men gaat in de volksverlakkerij zelfs zo ver dat men stelt daardoor ook mee te bepalen wie de Eerste minister wordt. Uiteraard heeft dat alles een te verwaarlozen effect op de kleine minderheid die regelmatig het politieke gebeuren volgt, maar via het sluipend gif van reclame is het grootste deel van de bevolking vatbaar voor indoctrinatie. Het verschil tussen waarheid en leugen is daarbij volstrekt onbelangrijk.

Als wij dan op verkiezingsdag onze stem gaan uitbrengen, moeten wij er wel degelijk van bewust zijn dat die enigszins anders 'behandeld' wordt dan de politici ons doen geloven. Of wij nu op de partijkop of op een kandidaat hebben gestemd,  het enige wat daar mee gedaan wordt, is de krachtsverhouding mee-bepalen  tussen de verschillende kiesdrempelhalende partijen. En voor zover wij op kandidaat-volksvertegenwoordiger welke op een  niet-verkiesbare plaats staat gepositioneerd, hebben wij, indien nog voldoende anderen op diezelfde kozen, hem een zitje in de 'stemmachinekamer' gegeven.

Diegenen die er slim denken aan te doen door om het even welke reden niet, blanco of ongeldig te stemmen, dienen te weten dat niet niet-uitgebrachte stem in feite percentsgewijs (volgens de behaalde stempercentage) verdeeld wordt onder de kiesdrempelhalende partijen. Zij zijn, verwonderlijk genoeg, de enigen die feitelijk gestemd hebben volgens het algemeen kiesgedrag.

Het perverse effect van de kiesdrempel, is dat alle stemmen voor partijen die niet de kiesdrempel van 5% hebben gehaald, eveneens procentsgewijs naar de andere partijen gaan. Op die wijze is het dus best mogelijk dat de stemwaarde van bvb iemand die voor een radikaal linkse partij stemt voor 30% naar een rechtse partij gaat, terwijl de meer bij zijn gedachtegoed aanleunende partijen maar 15 of 10% ervan krijgen.

De volksvertegenwoordigers die wij kiezen zijn schatplichtig aan de partij welke hen op de lijst hebben gezet. Zij vertegenwoordigen in de eerste plaats dan ook het partijbelang. Hun stemgedrag bij wet-stemmingen wordt dan ook door die partijleiding opgelegd, en daar wordt enkel op afgeweken bij stemming over onderwerpen die voor de partij onbelangrijk zijn.

Behalve voor het Vlaamse en federale parlement, bepalen wij op 25 mei ook de verdeling van de 12 Vlaamse europarlementszetels in het 766-koppige Europees parlement.  12 op 766... dat is 1,5%. De Vlaamse bevolking heeft dus een vertegenwoordiging van anderhalf procent in de Europese volksvertegenwoordiging. Zelfs de grootste Vlaamse partij zal na 25 mei amper een vertegenwoordiging hebben van 'na de komma'. Indien men ook in Europa een kiesdrempel van zelfs maar 1% zou invoeren zou niet enkel Vlaanderen, maar zelfs gans de Belgische bevolking, zoals uit nog menig  ander klein Europees landje, uit de boot vallen.

Noch in Vlaanderen, noch in België, laat staan  in Europa, kiezen wij presidenten, eerste ministers, regeringen, of voor welk beleid dan ook. Wie dat worden, welke partijen de regeringscoalitie uitmaken, en welk beleid er al dan niet gaat gevoerd worden, maken de partijleidingen onderling uit, onafhankelijk wat de kiesuitslag is.

Van democratie is in ons systeem, dat feitelijk een particratie is, weinig sprake. Het heeft er hoogstens de schijn van...een schijndemocratie.

Deze 'moeder aller verkiezing-realityshows' kan men dus evengoed 'de schoonmoeder aller verkiezingen' noemen...

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De gesel van de godsdienstvrijheid

Het kan raar klinken, maar enige verbazing is mij toch niet vreemd bij het feit dat, zoals in meerdere zogenaamd ‘ontwikkelde’ landen, wij in de 21e eeuw ook in België nog steeds aan iedereen de (onvoorwaardelijke) grondwettelijke vrijheid verlenen om naar eigen goeddunken één van de erkende godsdiensten te belijden. Godsdiensten die gestoeld zijn op ideeën, inzichten, gewoonten, noodwendigheden, mogelijkheden, en levensomstandigheden, van twee of meer eeuwen geleden, en waarbij de elite binnen elke volksgemeenschap dankbaar gebruikmaakte van de beperkte bevattingsmogelijkheden van de toenmalige bevolking.Sinds de oertijden hebben opportunistische leiderstypen zich steeds bediend van mystieke, voor de mens onverklaarbare natuurfenomeen, zoals zon, maan, sterren regen, onweer, nacht, e.d. om hun onderdanen te domineren en te manipuleren. De daar uit ontstane verschillende religies zijn tot in de twintigste eeuw, zo niet de totale macht uitoefenend, dan toch steeds nauw verbonden met de machtstructuren.

In de westerse landen, waar sinds het einde van de 19de-, en begin van de twintigste eeuw, de scheiding van kerk en staat is doorgevoerd, werd, in de ene wat sneller dan de andere, de godsdienstvrijheid grondwettelijk gewaarborgd. Omdat in die landen de overgrote meerderheid van de bevolking de christelijkegodsdiensten aanhingen, en deze  mede als gevolg van  de ‘verlichting’  zich vanaf de 17de eeuw, weliswaar met vertraging, geleidelijk aanpasten aan de maatschappelijke evolutie, ontstonden er weinig of te verwaarlozen tegenstellingen tussen de wereldse en religieuze regelgevingen. Temeer omdat de burgerlijke regelgeving vaak in de religie haar oorsprong vond. De ietwat ‘afwijkende’ godsdiensten, zoals o.a. de Joodse, zijn steeds kleine minderheden geweest, welke hun ‘beleving’ grotendeels binnenskamers hielden, en de door tegenstellingen gegenereerde discriminaties er deemoedig bij namen.

Sinds de jaren zestig van vorige eeuw, noodzaakte de economische groei een immigratiestroom, vooral dan uit islamitische Noord-Afrikaanse, en Arabische  landen.  De daaruit voortspruitende gezinsherenigingen genereerde een  naar West-Europese normen relatief grote nataliteit. Mede daardoor is de moslimbevolking in de Europese Unie vandaag  explosief aangegroeid tot meer dan 16 miljoen.

In tegenstelling tot  de naoorlogse immigratiegolf van Italianen en Spanjaarden, welke wegens hun compatibele cultuur en dezelfde godsdienst geen opmerkelijke integratieproblemen veroorzaakte, is de culturele kloof tussen de autochtone West-Europese bevolking en de maghrebijnse en Arabische immigranten, relatief groot.

De islamitische godsdienst is een grote hindernis voor een noodzakelijke integratie, omdat die religie (nog steeds) de  Arabische en Noord-Afrikaanse cultuur domineert.  Zelfs in het door het indertijd door Ataturk gesekuleerde Turkije is de invloed van de Islam terug van (nooit?) weggeweest, en zijn de Imams, via politieke partijen, aardig op weg om de scheiding tussen kerk en staat ongedaan te maken.

Het reguliere idee dat immigranten zich moeten integreren in de maatschappij waar zij in terecht komen, en hun oorspronkelijke cultuur er hoogstens een ‘bevruchtende’ invloed op kan hebben, gaat enkel op voor zover beide culturen daar vatbaar voor zijn.

Culturen, gebruiken, en gewoonten zijn in regel uiteindelijk ‘mengbaar’. Maar  religies zijn dat per definitie niet. Daarom is een cultuur waarvan zowel de basis als de beleving ervan op religie is gestoeld, niet integreerbaar in een, in de praktijk min of meer atheïstische samenleving. In onze westerse samenleving is bij de meerderheid van de bevolking de religie eerder gedegradeerd tot een voor iedereen interpreteerbaar en nostalgisch onderdeel van hun historische cultuur.

Na de mislukking van het integratie-idee, focust men zich tot op de dag van vandaag op het ‘multicultureel samenleven’. Een ‘multiculturele samenleving die, zoals het Van Dale-woordenboek omschrijft, ‘een samenleving is die bestaat uit elementen van de verschillende culturen’. Maar ook dat blijkt tot mislukken gedoemd.

Omdat voor de islamieten ‘vermenging’ door hun dominerende godsdienst onmogelijk wordt gemaakt, ontstaat er een problematisch ‘apart samenleven’ van culturen. Het écht  samenleven van verschillende culturen vereist  een reeks eenduidige regels die voor iedereen gelden, en duldt weinig tegenstrijdige gewoonten, levenswijzen en tradities van de ene cultuur, welke voor de andere onaanvaardbaar zijn.

En laat nu juist de zo geprezen vrijheid van godsdienst, de gesel zijn waaronder de allochtone bevolking in West-Europa gebukt gaat.

De gesel van de godsdienstvrijheid, waardoor men een godsdienst de vrijheid toebedeelt om zijn belijders te verhinderen zich te integreren in de maatschappij waar ze zijn ingeweken. De godsdienstvrijheid die verbiedt om vrij te zijn…

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De keuze van de kiezer

Politici doen ons graag geloven dat wij in ons democratisch stelsel de burger wel degelijk inspraak en invloed invloed heeft op het beleid van zijn overheid. Wie echter zijn ogen en oren goed openhoudt, weet wel beter. Want met zijn deelname aan de vier- vijf- of zesjaarlijks terugkerende parlements- of gemeenteraadsverkiezingen bepaalt de burger niets meer dan de machtsverhoudingen tussen de verschillende politieke partijen. Wat en hoe die partijen na een stembusdag al dan niet gaan uitvoeren, is het onderwerp van overeenkomsten die zij, zonder dat de kiezer daar enige stem in heeft, in besloten kring onderling bedisselen,

Reeds bij het bepalen voor welke partij hij gaat stemmen, blijft de kiezer eigenlijk in de kou staan omdat elke partij  in haar verkiezingsprogramma wel meerdere punten heeft staan waar men zich niet kan in vinden. In meerderheid wordt de keuze van de doorsnee kiezer meestal bepaald door de linkse-, centrum- of rechtse strekking van de partijen. Voor wie niet fanatiek aan een bepaald gedachtengoed vastend blijft dan ook niets anders over dan te kiezen voor de partij die het dichts bij het voor hem prioritair standpunt aanleunt.

De keizer kan, al dan niet via een kandidaat-volksvertegenwoordiger, weliswaar voor een partij kiezen, maar krijgt daarbij helemaal geen keuze over het te voeren beleid. Het is namelijk niet het partijprogramma, maar de regeerovereenkomst tussen meerdere partijen met verschillende programma’s dat het te voeren beleid zal bepalen.

Wat op sociaaleconomisch vlak onder de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ thuishoort is vrij duidelijk. Voor wat betreft de sociaal-ethische kant is dat echter niet zo vanzelfsprekend. En voor mensen die zich niet door anderen (laat staan door  politiekers) laten vertellen of legalisatie van sofdrugs, euthanasie, soepele immigratiewetten, en vergaande tolerantie van godsdienstvrijheid, al dan niet typisch links is, is dat op zijn zachts gezegd een probleem.

Als gevolg daarvan is er een niet te versmaden kiezerspubliek welke in ons huidig politieke  partijlandschap feitelijk nergens terecht kan. Bij geen  enkele partij behoort het sociaal-economisch-’linkse’+ het sociaal-ethish-’rechtse’ (of omgekeerd) tot hun gedachtegoed, omdat wie dan ook ooit bepaald heeft dat die strekkingcombinatie niet samengaan. Eén en ander heeft te maken met de begrippen conservatief en progressief, waarbij Rechts als behoudsgezind en Links als vooruitstrevend wordt beschouwd. Vandaag gaat die etikettering echter niet meer op, gezien het op sociaaleconomisch vlak het nu eerder andersom is.

Misschien moeten wij ons lang voorbijgestreefde negentiende-eeuws kiessysteem (zoals ook het geval is voor ons sociaaleconomisch systeem)  volledig opbergen en vervangen met een 21-eeuws systeem, aangepast aan de noden van de moderne mens die, in tegenstelling tot overgrootvaders generatie, voldoende mogelijkheden heeft om zich van de benodigde informatie te voorzien (en te bevatten) ten einde zich een mening te vormen.

Weg met die politieke partijen die verworden zijn tot surrogaat semi-commerciele verenigingen welke volgens de ‘marktwerking’ te werk gaan, i.p.v. hun product te ‘verkopen’ op grond van de kwaliteit welke het te bieden heeft.

Weg met de zogenaamde ‘volksvertegenwoordiging’ welke in werkelijkheid niets meer is dan een partijenvertegenwoordiging, waarvan de ‘gekozenen’ niet praten en stemmen volgens de wil van het volk maar van de onderscheiden partijtoppen.

Weg met een politiek systeem welke de vernietiging van onze planeet, de bestendiging van de armoede, oorlog en ellnde,  en de verrijking van de kleine finanieel-economische elite, als enige prestaties op zijn palmares heeft.

Laat de kiezer in plaats daarvan over alles en nog wat, kiezen voor ideeën, stellingen, en meningen. Laat een regering gevormd worden door ‘technocraten’ wier daden, doen en laten conform moeten zijn aan het ‘stemgewicht’ dat aan de betrokken stellingen en meningen is gegeven. Vanzelfsprekend dient elk nieuw ‘probleem’ of item waar nog geen ‘volkswaardering’ over gekend is, aan de burger worden voorgelegd.

 Over hoe dat allemaal technisch uitvoerbaar kan gemaakt te worden, hoef en kan ik als ‘gewone man in de straat’ mijn hoofd niet te breken. Daarvoor is er wereldwijd waarschijnlijk meer dan genoeg talent en intelligentie aanwezig. Beweren dat dit onmogelijk is te bewerkstelligen of onwerkbaar is, ontkent juist de zo geroemde intelligentie van de intellectuele ‘elite’.

Een elite die, als het over commerciële producten en activiteiten gaat, steeds de mond vol heeft over de ‘noodzakelijke innovatie’. Daarentegen schijnt dat zelfde begrip blijkbaar onbestaande te zijn als het gaat om nieuwe ideeën m.b.t. ons sociaaleconomisch en politieke systemen, welke beide juist door hun oubolligheid en terminaliteit onwerkbaar zijn geworden en de menselijke samenleving langzaam de afgrond in sleuren. 

Ondertussen blijft de auteur dezes, sociaaleconomisch uitertst-links, en sociaal- ethisch centrum-rechts zijnde, politiek dakloos achter…

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Renaat's standpunten

↑ Terug naar de berichten