Naar de inhoud

Julius Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 8

akke.beakke.be

Archief

Enfin

 

mijn haar
nog immer lang,
over oren op weg
naar schouder
verdunt in allerijl,

havens komen in zicht,
op het slagveld
ruist het voorlaatste riet
het wordt er kouder

is het vizier
op mijn zwanengezang
gericht

raakt dan ook
de geest gekweld,
wordt mijn kijken
naar nog meer staren overgeheld

dicht ik almaar dichter dan verlicht
en strooi ik verder naar de einder uit
totdat er zes geschaafde vierhoeken
uit een catalogus worden besteld

ja, zo'n winteravond
deelt geen lentegebaren

enfin,

zo overdenk ik het geringste
en tracht de aanval op de uitval
van een pronkjuweel
met ledigheid te verklaren,
tokkelend langs mijn
ijdele citersnaren

dat wel!

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:15

Icht

 

een open blik was gericht
op uiterlijk gewicht
ik verloor tijdelijk zicht
op een innerlijk gedicht

werd in een droom gelicht
waar zwaartekracht om niet is gezwicht
voor pronkend schaduwlicht:
ik raakte gaandeweg ontwricht

*
de dag stuurde een bericht,
“van ijdelheid wordt u beticht,
als verblind door een nakend wicht,
hervat derhalve uw aardse plicht “

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:12

Vooruitzicht

 

een bloem draagt bloesem
in het avondrood
verzacht het ademend lood
vertraagt een onbekende dood

het daglicht schijnt zich
toch wijder te verspreiden
zelfs over een grijze berg heen
die al metselend gedacht
een toekomst dicht

ergens gloort het weten
groter dan de zwaartekracht
waarvoor een droom
menselijkerwijze zwicht

het eeuwige bewegen
gaat verder dan mijn droge huid
het is in doorgaand zaad gelegen
soms gaat het zelfs bij mij te rade

ik draag nu al de buit, vooruit
het lijkt dat ik
in hoop mag baden

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:12

Hemelbed

 

stormen jagen water op
tot onstuitbare krachten
tegelijk en niet alleen
in herhalende nachten
komen dromen de ziel bestuiven

vol met opspelende wenken
snellen mijn cellen voorbij
zonder te groeten, te wuiven
of aandacht aan mijn ego te schenken

alsof ze samenspannen
om dwaze geesten uit te bannen
en slechts doelgericht naar
onbevangenheid wenken

scheuten schieten door mijn lijf
als ik mijn dorre droogte zie
hoe is het zover gekomen,
door wie of wat
gaan bevroren weerstanden
plots
weer vol
met maagdelijke warmte denken

opdat nu al een te vroege lente schreeuwt
terwijl mijn winter toch geeuwt?

roept er dan een muze of
zuigt een bevrijdende leegte,
zo maagdelijk uitgespreid,
waarin oplichtende beelden vibreren

in mijn hemelbed met pauwenveren

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:11

Morgen

 

ik treur niet om
verleden seizoenen
als immer
zijn zij vergankelijk
ik blijf ze echter wel benoemen

hoe tel ik anders mijn dagen
op de meetlat van gedachten
die vooruitzichten dragen
en nog op onbekende
gevoelens wachten

zullen mijn herinneringen
nog verder vervagen?

“ the past will start again tomorrow”

het heden zal zeker
de spreidzit verzachten


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:10

Stilleven

 

in volheid van leegte
vormt een opgerekte schaduw
smalle strakke strepen over zand,
in uiteinden verbonden,
wijzend naar een verhoogd terras
daar, verder, onder azuur
waar zicht in ongrijpbaarheid landt

een transparant glas,
verguld met aangeslagen licht,
reikt over eigen lengte heen
opweg naar een bindend slot
echter door de zonnestand van heden
lijken karaf en liggende loper
in de ruimte samen alleen

alwaar een desolate sfeer
over stilte schreeuwt
bedekt de strakke blauwe kroon
een einderloos korrelig tapijt
dat onverstoorbare hitte geeuwt
en bijgevolg alles nog in heelheid vrijt

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:09

Meer van Julius Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 8

↑ Terug naar de berichten