Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9

akke.beakke.be

Archief

Heimwee


over de jaren heen
groeit in mij
een verlangen
naar huis

niet dat mijn gevoel in
oude dromen blijft hangen
mijn hart gaat naar daar
waar ik nimmer ben geweest

plekken die mij
van verre raken,
het is mijn ziel, zo denk ik
die nog dieper zoekt

naar wat reeds in mij is
of toch wel
naar verwachtingen
die op mijn weg te vroeg
zijn opgedoekt

ik kan wel iets zeggen
hoe het daar is;

ik zal opgenomen zijn
in velden bij zonsondergang,
en verblijven in de stilte,
in de rust van de oude dag

het onaantastbare
roept mij dan al wenkend
en, dat weet ik zeker,
met een beminnelijke lach

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:08

De oude dag


zo laat nog in de avond
zeker, deze dag nadert zijn einde

prevelt al doende mijn stem
het gebed van wat was,
over vandaag,
dus haast het oude zijnde

ik ben nu en hier
in gedachten verzonken
doch ook zowaar reeds zwevend
op weg naar boven

al raak ik door de jaren
wel vaker verstrikt
in verder kijken,
soms gelijk aan staren

ik word dan door het gemoed
ongevraagd beproefd:
het wil in mij wat vuur doven

ik geraak dan verblind,
én kan onderwijl
niet in mijzelf geloven

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:07

Anne


morgen kom jij
zo vroeg al
in mijn huidige dagen

je armpjes zijn dan
wijd geopend
alsof jij mij zegt
zal ik jou dragen
dat doen je ogen ook
van nature, zo onbevangen

wie is nu bij wie te gast
of delen wij elkaar
voel je misschien
ook mijn verlangen

wie kan dan later
echt zeggen
heb ik op jou
of jij op mij gepast

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:06

Vluchtig


ik was vergeten
hoe groot je ogen waren
of hoe speels zij konden zijn
zag dat weer even
't wist opnieuw
mijn hartstocht te verklaren

was vergeten
hoe mooi je was
en mijn wereld
wist te bespelen
met de lachende flirt
die ik op je lippen las

en jouw woorden
mijn hart streelden
terwijl ik mij verbeeldde
dat jij enkel mij toebehoorde

*
ik onderging het weer
en verdwaalde,
zomaar,
net als die ene
eerste keer

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:05

Op weg naar de zin


de draagkracht van lijf en geest
kan het scheppend vermogen
allengs minder doen belonen

ik heb lang de rek kunnen gedogen
maar ontmoet thans de grens
waar het verstand moet tonen
dat mijn adem stilaan achterblijft

dat een nieuwe uitdaging
van haar vervulling wegdrijft
en ik gedwongen word
tot mijn aardse vertraging

ik zal ruimte moeten zoeken
in de kern van het bestaan;
de diepgang van de eenvoud,
immers die is, zo denk ik, met
eeuwige schoonheid begaan

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:05

Foto in de pas


niet zomaar keer ik
mijn gezicht naar je toe
en ditmaal zonder glas

je ziet het gewicht
onder mijn ogen
weliswaar gezakt
maar ik ben
geenszins levensmoe

ik betrap mezelf
op een lichte lach
althans zo neem ik het waar
het maakt, denk ik,
van naderend licht gewag

zij zegt, ik wil ook
uw oren zien,
de wet schrijft dit voor

het ijs is gebroken
mijn fantasie doet zijn werk
en werpt mijn sjaal in de hoek ;

mijn pose is zodoende
zondermeer sterk

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:04

Ta solitude

dagen dragen traag
over lege nachten heen
donker verslindt het licht
'k hoor stil geween
achter handen,
ze bedekken je gezicht

juist als dagen gaan lengen
en men verhaalt van hoop
zie ik je in jouw stilte zuchten
gevoelens laten zich mengen
kennen geen reinigende doop

het zijn die dagen
die traag dragen
en ik je hand wil omsluiten

ook om een morgen te vragen
met doorzichtige ruiten
waarin je ogen het wagen
rozen te ontwaren
en je oren luisteren naar
vogels die nog altijd fluiten

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:03

dromen


ja, ik zie u wel denken
in welke wereld vertoeft
hij, die turende grijze

zal hij naar gisteren wenken
of nu al naar de dag van morgen
in een golf van melancholie;
in koude of warmte geborgen

ik zie vlammen die vervliegen
uit brandend hout
dat haast tot as is teruggekeerd
en kijk in de haard naar mijn jeugd

waar ik met het woud
was vertrouwd en zinnen zocht
uit woorden die takken
mij hadden geleerd
uitmondend in klanken
van toenemende vreugd

ik zie nog kronkelende wortels
van de blauwe eik, daar,
met donzig mos toegedekt
ja, daar verblijf ik nu
totdat ik, zo mogelijk,
door een witte engel
uit het sluimeren word gewekt

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 13:02

ga ik diep


hoe voelt gij
vraagt iemand mij,
zomaar
"en plein public"

geef ik iets prijs
als ik in mijn diepste glij
en kond doe van roerselen
die ergens klinken als muziek
met tussen de balken
mijn eigen wisselende wijs

gister ging ik nog onbestemd
over wegen van verwachting
thans weer over paden
waar mijn zin wordt afgeremd
en hoop wordt uitgeladen

zo gaat het op en neer
van momenten vol tevredenheid
naar een tijde van pijnlijke
doch menselijke in verlegenheid

dat alles in wisselwerking
met de parate rede
en indrukken die schaven
of warmte printen op de huid

u ziet al
ik schrijf niet zomaar, het is geluk
dat ik ervaar
ook niet, het is heden nacht

hoe ik mij voel
ach, ik zeg het maar';
redelijk kwetsbaar, zacht
terwijl mijn lippen tegelijk
weet hebben van
woorden met een
gemeenzame stuwkracht

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:21

zie mij


ik zag voor het eerst diepte
in de verte van haar blik
ontmoette haar
even was er een kier

kijk mij hier
leek zij te zeggen
een open gebaar
met zuchtende slik

pas nu dringt het tot mij door,
hier keek een kind
even uit de wind
weg van een dwingend koor;
was zij wel ooit bemind
tot het moment, hiervoor

hoe zij dat ervoer
kan ik niet weten
alleen ik ving de glinstering
in een verlengd ogenblik
dat mag een tel van geluk heten;
een schijfje steen in mindering

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:20

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9

↑ Terug naar de berichten