Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9

akke.beakke.be

Archief

Keer op keer


vaak zie ik de mens, alleen
als ik hem passeer of hij mij
soms kijken we elkaar aan
dan hebben we iets gemeen

niet altijd zijn de ogen open
zeker, de leden zijn uit elkaar
maar kunnen zich nog tonen
als waren zij gebroken
of in een vluchtig wuif gebaar
groeten of hooghartig honen

aan een uiterlijke rimpel
herken ik iets meer in het gezicht
en de wenkbrauw is daarbij een wimpel,
al helpende op duiding gericht

hoe hij gaat, vertelt nog meer
waardig, soepel of verstijfd
toch blijft het een puzzel, keer op keer
immers mijn blik is nochtans ingelijfd

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:12

ken je ook

ken je ook
dat ontglippen
van wat je dacht
vast te hebben

of de idee je wereld
dagelijks uit de krant
te kunnen knippen,

dat het blijkt
niet meer te zijn
dan een farce,
iets dat was

mijn handen lijken
dan te trillen
alles, ja alles wil als zand
door mijn vingers slippen

zo voelt ook soms
de liefde dralend aan
haast stuurloos en vervreemd

het lijkt of ze de eigen weg
is gegaan

ken jij dat ook

ja, dan voel ik me
pas echt ontheemd

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:12

hoe ik ga


werwaarts ga ik
als deze kromme allee, aldaar
zich kruist met het pad
waar links en rechts
nog bramen rusten in de nevel

en het vocht van sappig gras
mijn blote voeten wassen
omdat najaarswarmte
zich laat gelden,
werwaarts ga ik

wat ligt ten grondslag
aan een te verkiezen richting
ga ik af op gevoel
dan wel het redelijk denken
u kent mijn aard,
doch, werwaarts ik

daar aangekomen
voelt het als
kiezen uit
"quattro stagioni"

het kind ligt ver achter mij
ouder ligt om de hoek, ginds,
onzichtbaar maar niet ongemerkt,
het lijkt balanceren in het nu,
werwaarts ga ik toch

spreid op het snijpunt
even de armen
ik ben een kruis
en vervolg mijn richting,
voorwaarts

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:11

Tot het einde van de tijd


de tijd gaat voorbij
aan mijn binnenbeeld
zij toont de varianten
van dezelfde ervaringen

van het begin tot nu
of al dan niet daarvoor geteeld
maar duidelijk van meerdere kanten
in een caleidoscoop van verklaringen

ik geraak dan dieper bewust
het leidt vaak tot plotse openbaringen
alsof ik uit een slaap ontwaak
er is dan even niets dat mijn onrust sust

het zijn vraagt om open ogen
maar het is echter niet zo
dat een voortschrijdend inzicht
eindigt bij een dragend gedogen

morgen wordt er weer iets opgelicht,
zo de adem dit kan dragen,
men wordt wel wijzer maar ik weet niet
of dit leidt tot al maar meer,
mij nog toekomende,
vreugdevolle nadagen

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:10

Ingebeeld (2)

hoe droog waren mijn lippen
toen ik, ten langen leste, dorstig
van stoffige wijsheid proefde

tandenknarsend viel
mijn wereldbeeld in duigen
toegedekt met droge blaren

zocht opnieuw,
gelijk de mens is,
een andere schim

*

ik was van mijn
schepping getuige
en kon wederom
de horizon verklaren

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:09

Zijn


vandaag stond ik langs de lijn
voor een dag geschorst of meer
vertoefde even nog in schone schijn

moest echter naar leegte uitwijken
aldaar ging de werkelijkheid
redeloos en onstuimig te keer

voelt u zich ook wel eens teveel
dat moet haast wel
iedereen neemt daar ooit aan deel

of zou het zo zijn
dat het eigen is aan de mens
per saldo staat men alleen

en blijkt het verbinden,
onverhoopt,
een ingebeelde wens

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:08

Uur van de waarheid


zie mij als dichter bij de nacht,
gedachten van de dag
zijn bevlekt en bevracht
maar eindelijk zonder gezag
lossen op in het dagelijks zweet
zout, zuur, vreugd en leed
ik maak van de hemel gewag

de plek waar niets er toe doet
enkel de pendule tikt zijn gang
er is even iets wat niet moet
behoudens de letters die ik
nog even niet bevroed
maar zweven als een duif
die verlate brieven brengt
naar mijn nimf
die op dit uur niet met mij jaagt
of mij verleidt op de weg die ik
straks droom
mijn zin heeft haar niet gevraagd
de strijd haar niet uitgedaagd

dit is het uur van de waarheid
gelijk aan een etmaal gelee
ik word niet meer door mijn ik geleid
de leegte van het donker is gedwee
de tijd staat stil
het hart vertraagt
mij ontbreekt de wil
gister en morgen
zijn afgezaagd
van aardse zorgen

het is de verre slaap
en mijn laatste sigaret
die geluk vertalen in
laat mij
met gesloten ogen
in het ondermaanse verdwalen

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:07

Kerend getij


plots word ik mij weer gewaar
van het ruisen van de wind
een gevoel vol van verwondering
dat ik zo vaak als muziek heb bemind

bladeren laten de geliefde zomer achter
als ware het voortaan een vreemdeling
zij moeten zich van haar onthechten
om te vergaan op de bodem van verwachting
waar zij zich met het aardse zullen vervlechten

zelfs mensen moeten vaak hun thuis verlaten
vluchten dan voor natuurlijk of barbaars geweld
met de onzekerheid of anderen hen zullen dulden :
zij die leven in vrijheid en waar welvaart telt

dit kerend getij kent tevens vaak vele stormen
ook nu weer of nog steeds uit een verre hoek
met mannen, vrouwen en kinderen die zwerven :
velen zijn oprecht naar onze gastvrijheid op zoek

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:07

vluchten kan niet meer


nog altijd ontmoet ik
mannen en vrouwen die
iedere dag of nacht,
soms in het zweet, rouwen
als slachtoffer van toen;
wie had dat in '45 nog verwacht

"nooit meer" zeggen we op 4 mei
en gedenken dat vaak ook in stilte
ik ontmoet "de ver van mijn bed show"
en kilte, zelfs vernederende woorden
nu ik zoveel mensen zie op de vlucht
voor hen die wijken, soms verdrinken,
voor een moorddadige tucht
wie van ons zou nog

een schuilplaats bieden
aan een medemens in nood
wie is nog in staat
gastvrij te zijn, het brood
te delen met ontheemden:
wat is onze menselijk maat.

"nooit meer", staat op onze lippen
en vieren onze bevrijding groots
er zijn er nog maar enkele
die dagelijks echt weet hebben
van die oude oorlog,
voelt de herinnering voor ons nu doods?

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:05

wat niet is.


zeg nimmer dat ik er niet ben
of de indruk geef dat het mij koud laat,
al wat is van zachte waarde
wel is het zo dat ik niet ieder moment ken
als jij zweeft tussen hemel en aarde

dat je er bent is onmiskenbaar
in mijn hand geschreven
maar daarin staat niet elk gevoel
dat met jouw hart, al kloppend,
blijkt te zijn verweven

alleen pure krachten
kunnen uit onzichtbare gedachten
een stille verwachting zeven

een mens, zoals ik, is daartoe
doorgaans niet toe in staat
mijn armen zijn vaak te kort
oren neigen soms geluid te verzachten
en mijn gevoel staat met regelmaat
voor een gesloten poort;
ik weet me dan ook geen raad

we delen de verlatenheid
in het aardse bestaan
de hoop erkent echter niet de gelatenheid;
die duidt ons samen verder te gaan

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:05

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9

↑ Terug naar de berichten