Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9

akke.beakke.be

Archief

Zij aan zij


in 't land van daar
onbereikbaar ver voor mij
ligt mijn heimwee, zo teder stil

waarom dat woont
in menig stap,
ik heb daarvan geen weet
het is niet uit vrije wil
noch in aanvang gedoopt
ik word zomaar meegesleept

is het haar dans
in kleine pasjes
of de krekel in de avond
die fluistert in mijn oor

is het de kleur groen
in een overweldigend koor
of ligt de smaak aldoor
in mijn mond

ik heb geen weet
doch het leeft wel in mij
't is een wezenlijk verlangen
eeuwig en waar ik ook in gedij

vraag maar niet verder
waarom ik ben bevangen
door het land van daar
over de verte heen, zij aan zij

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:04

Soms


soms ben je zelf
de stille vriend
die naar je luistert
even het beste gezelschap
dat je op enig moment verdient

immers de ander
is iemand die enkel fluistert
en niet jouw verte ziet

vreemde woorden doven
ook al is je weerstand week
ze raken niet je hart,
hoop laat je in de steek

het is vluchten
in een heelal
van verborgen zuchten
maar tegelijk vastzitten
in een klemmende val

zelfs een glimlach
mist zijn doel
er heerst een ijzig gezag;
samen voelt als koel

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:03

nummer 8

lucht van de lege straat
kent een stadse geur
de stilte is vreemd

ik ga voorbij
de verlatenheid,
aan de linkerzij,
deur voor deur

doeken dienen als luiken
immers de hitte speelt op

het beklede raam
sluit de wereld buiten
de oude man op nummer 8
ontmoet alleen zijn naam

hij denkt in dromen
over de wens naar morgen
als zijn naasten weer zullen komen,
nu leeft hij in zijn avond verborgen

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:03

groen blaadje


u lust nog een groen blaadje?
dat is niet aan mijn
dovemansoren gericht
doch enige rijpheid
van het groeiend zaadje
verhoogt de smaak wellicht

niet dat ik zou weigeren
bij het naderen
van mijn aangezicht
toch zal ik het wassen niet laten
het is niet iets
waar ik vaak over zal praten

maar ik maak me zorgen
over de onbevlektheid
toch voor het oog althans
vaak onzichtbaar verborgen

ik zal trachten
al was het maar uit fatsoen
enige afkeer te overwinnen
want al wordt het,
als zijnde vers gekeurd

de groenten van het land
blijken vaak met gif besmeurd

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:01

wat zegt u


dat het mooi weer is
ja, dan hoor ik het goed
met regen is het mis
had ik u ook niet gegroet
of enkel gewuifd

knikken kan ook
doch wegkijken is niet mijn stijl
verstoppen achter mijn sigarenrook
zou niet lukken
de wind waait het weg
o ja, ik zou nog kunnen bukken

veters aantrekken zogenaamd
maar dan loert spit om de hoek
dat heb ik soms,
maar dan zou ik me
ietwat hebben geschaamd

ik loop immers in korte broek
en dan kom ik in een houding
die mij, als heer van stand
niet echt betaamt

wat vertelt u me nou
oh, u moet al verder
het is goed u weer eens te zien
de groeten aan uw vrouw

is die met
de noorderzon vertrokken?
ja, mijn oprecht medeleven
het is geen ramp
zie ik in uw ogen
wel, geniet van het vrije leven

alles zelf doen nu?
ach, u loopt wel weer eens
tegen de lamp

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:00

Vibratie


soms is de diepte
zo ver en leeg
dat woorden weerkaatsen
op de bodem van de ziel

al staan duizenden op wacht
er is er niet een
die zich in het zwart
kan verplaatsen

dat zijn die momenten
in een dode lente
en de winter deuren sluit,

bruggen lijken opgehaald
ook oren verzwijgen dan
haast ieder uiterlijk geluid

toch verzachten klanken
gepaard aan het hart
het gevoel in kille mistbanken

meedrijven op een melodie
die het ritme van de adem
grenzeloos herkent
en zo het moment
uitspreidt en verzacht

ik gun ieder zo'n fragment
als de nacht overheerst
waarin een viool dan gelijk
met de stuurloze macht
op een zachte wind vibreert

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 12:00

Op 't vroege uur in Mokum


ik zie voor mij uit
over de oude gracht
waar aan beide zijden
rijkdom wordt herdacht

het is een verstard beeld
op dit te vroege uur
een enkele rimpel in 't water
laat mijn ogen iets bewegen;
het voorkomt leeg getuur

boten, ijzeren huizen
achter elkaar, groot in getal
liggen aan een verhoogde kade
daar woont men in het dal
verstild in de onderste stadslade

bolle bruggen, vaak beklinkerd
in diagonaal verband
verbinden beide oevers
ze leggen al eeuwen contact
met de huizen op stand

ieder met een eigen gezicht
dat wel, onderscheid moet er zijn
het duidt op onze lage landse aard
toch leven we naast elkaar
veelal in straten met aan weerszijde
een stilstaande stenen trein

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 11:59

Muze


the lady in blue
beschreeuwt ,
al beeldend,
haar schoonheid

die zich tevens doch
onvermijdelijk mengt
met sterfelijkheid

dat is wat ik voel,
het wonderbaarlijke
doet ook lijden,
wordt met melancholie
aangelengd

het is niet enkel
de schepping van een vreugd
vertaald in een sensuele zucht

het heeft ook de dood in zich,
verlies van de tanende jeugd
het omvat beiden
in een levenslange glijvlucht

het pure is ontegenzeggelijk
de dag èn de nacht

maar maakt ook van nature
van de nood een deugd
doorheen de ijzige koude
en vele hete vuren

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 11:58

Dochters in 't klein


jaren waren zij al onderweg
maar in toenemende mate
vroegen zij vaak, onbewust,
om meer ruimte en om
wat "zekerheid" achter te laten

ach, ik zag hen van klein
naar groter groeien
en toch, ze bleven zo teer
in mijn veel oudere hart

al doende zag ik ze bloeien,
en ze vaak met hun innerlijk
en uiterlijk stoeien.

de voordeur was tot voor kort
een poort van buiten naar binnen
nu is het niet meer om
de veilige thuishaven
van de wereld af te sluiten;
ze gaan aan de volgende
ongewisse reis beginnen

ook wel om zich door jonge
heerschappen te laten verleiden
of om nieuwe dromen te volgen
waar hun ziel van nature om vraagt
ja zeker, gepaard gaande met een
voorspelbare weerbarstigheid

ik zal ze missen, deze meisjes
maar met belangstelling volgen,
" naar vermogen "
op weg naar volwassenheid

*
(voor Dewi en Noa)

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 11:58

Over de kim


het wordt stil om me heen
of krimpt het buiten in mijzelf
heeft elke mens dat gemeen
een geringer en dalend gewelf

zal het de rijkdom zijn
die mij verblindt
en goed is gezind
dan wel de som van weerstand
en verlies
die altijd komt
maar ik niet verkies

het kan de telkens
kerende zandloper zijn
die mij vermoeid doet raken
en aan een uitgebalanceerde
eeuwige berusting bindt

ach, het is om het even
het uitzicht verdwijnt toch
als sneeuw voor de zon

mij maakt het niet zo uit
wat ik nu zeker weet is
dat altijd weer de lente komt,
naar verluidt,
achter mijn eindeloze horizon

Geschreven door Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9 om 11:57

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 9

↑ Terug naar de berichten