Naar de inhoud

Schriek

Verleden-Heden-Toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 augustus 2020 tot 31 augustus 2020

Oorlogsslachtoffers Schriek WO I

BV2

OORLOGSSLACHTOFFERS
 van SCHRIEK

Kerk_WO_I.jpg

Foto : Gedenkplaat van de oorlogsslachtoffers in de kerk van Schriek.

Met dit naslagwerk willen we allen eren, welke hun leven hebben gegeven voor ons leven in welstand en vrijheid waarvan wij nu kunnen genieten. Opdat onze kinderen en al hun nakomelingen nooit zouden vergeten, willen wij met deze bijdrage alle informatie van gesneuvelden, welke op enige wijze banden hadden met Schriek, voor het nageslacht bewaren. Jaren heeft kolonel op rust Joseph Vaes opzoekingswerk verricht naar de slachtoffers van beide oorlogen van Groot-Heist, dus ook van Schriek. Hij heeft alle informatie in zijn bezit over onze Schriekse zonen en dochters ter beschikking gesteld van ons blog. Ook mogen we het fotomateriaal van Alex Verschoren en de foto's en doodsprentjes van Marieke Janssens gebruiken. Mocht ook U in het bezit zijn van informatie, en u wil ook een steentje bijdragen, aarzel niet en neem contact op met de blogmaster via e-mail.

Monument_kerk_S.jpg

Foto : Monument der gesneuvelden aan de kerk te Schriek.
De namen op beide gedenkplaten zijn niet identiek, wat vroeger wel het geval was. Doch sinds men op het monument een nieuwe naamplaat heeft aangebracht met daarop ook de slachtoffers van WO II, heeft men ook de vergeten doden van WO I  hierop aangebracht.

van_styvoort_DP.jpg 


CEUPPENS Alphons, Antoon

Oudstrijder_Ceuppens_Ant.jpg

Soldaat 1906 - 5 Linie Regiment - Stamnummer 53584
° Schriek 15 december 1886
† Werchter-Rotselaar 12 september 1914

Graf_Ceuppens_Ant.jpg

Begraven te Veltem-Beisem - nr 397
Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Haechtsebaen A139 te Schriek
Zijn ouders :
Joannes (° Schriek 25.09.1842 zoon van Jan Baptist en Joanna Van Noten) en
Anna Elisabeth Goossens (° Schriek 02.06.1845 dochter van Franciscus en Catharina Storms)
Broers en zussen :
-Melanie ° Schriek 03.08.1883
-Elisabeth Julia ° Schriek 21.01.1885
-Joannes Franciscus ° Schriek 24.03.1889
Gehuwd te Beerzel op 27.12.1910 met
Anna, Maria, Catharina VAN HERCK (° Heist-op-den-Berg 03.03.1887 - † Beerzel 08.07.1936  dochter van Van Herck Franciscus (ex Beerzel) en Joanna Van Overstraeten (ex Heist-op-den-Berg)
Kinderen :
-Joannes Franciscus ° Putte 13.05.1911
-Franciscus Leopoldus ° Putte 10.07.1912
-Franciscus Gerardus ° Schriek 06.11.1914

Hij was de eerste van de familie Ceuppens die sneuvelde. Bij gevechten te Wakkerzeel-Werchter en Rotselaar in augustus 1914 zijn meerdere Belgische soldaten in de Slag van de Dijle vermist. Daar sneuvelde ook Alphons Ceuppens zo dicht bij zijn Schriek. Zijn jongste zoon zal zijn vader slechts kennen van een foto.
Hij sneuvelde voor België

CEUPPENS Filip, Jozef

Ceuppens_Gebr.jpg

Van links naar rechts : Ceuppens Louis, Emiel en Filip-Jozef

Soldaat – 18 Linie Regiment Stamnummer 2203
° Heist-op-den-Berg 10 oktober 1898
† Yvoire (Frankrijk – nabij Genève) 29 september 1918
Begraven te Schriek in een gezamenlijk graf ‘Drie gebroers soldaat’
Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Tuindijk B91 te Schriek
Zijn ouders :
Amandus (° Schriek 04.12.1863 zoon van Joannes Anthonius en Elisabeth Costers) en
Maria, Theresia Verbeeck (° Heist-op-den-Berg 05.10.1862 dochter van Petrus en Joanna Op de Beeck)
Broers en zussen :
-Petrus, Alphonsus ° Schriek 19.05.1889
-Louis ° Heist-op-den-Berg 25.01.1893 – soldaat
-Emiel, Lodewijk ° Heist-op-den-Berg 06.01.1895 – soldaat
-Leopold, Engelbert, Maria, Norbertus ° Schriek 09.03.1900
-Maria, Josephina, Bertha ° Schriek 15.06.1902
Ongehuwd

Filip Jozef heeft op alle fronten gevochten, de wapenstilstand mocht hij helaas niet meer beleven.
Korte tijd voor het einde van de oorlog bezweek hij in Frankrijk aan zijn opgelopen verwondingen. Jozef, wij bewonderen jou en je broers, voor de soms roekeloze durf en moed, die heden nog door mensenlippen worden verteld : “Boven op de loopgrachten de vijand durven tarten !” Het verdient onze bewondering, maar vooral onze dank voor jou strijd.
Deze soldaat sneuvelde voor België

DOM Jan Baptist, Prosper
Soldaat – 6 Linie Regiment Stamnummer 72066

Oudstrijder_Dom.jpg

° Putte 09 oktober 1892
† Werchter 26 augustus 1914
Begraven te Werchter, nadien overgebracht naar het Militaire Kerkhof te Veltem-Beisem - nr 742

Graf_Dom_JB.jpg


Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Hoogstraat 86 te Schriek
Zijn ouders :
Gommer, Eduard (°Beerzel 04.03.1873 zoon van Joannis, Isidorius en Maria Catharina Bogaerts)
Maria, Josephine Hellemans (° Putte 11.09.1873 dochter van Henricus en Joanna Catharina Van de Vijver)
Broers en zussen :
-Jan, Frans ° Putte 20.06.1895
-Constancia ° Putte 05.07.1898
-Eduard, Arthur ° Schriek 04.08.1901
-Maria ° Schriek 09.10.1902
-Augustinus, David ° Schriek 16.04.1904
-Clara, Maria ° Schriek 14.06.1906
-Desideria, Elisabeth ° Schriek 02.09.1908
-Florentina, Augustina ° Schriek 20.10.1909
-Celina, Maria ° Schriek 30.04.1913
-Melania, Clementina ° Schriek 03.09.1914
Ongehuwd

Op 19 augustus 1914 was Pros zijn eenheid betrokken bij de gevechten te Aarschot en werd ernstig gekwetst in Nieuwrode. Overgebracht achter de frontlijn sterft hij te Werchter. Bij de ontgraving te Werchter wenste zijn moeder dat hij bij zijn strijdmakkers op het Militair Kerkhof van Velthem werd bijgezet. Augusta en Bertha, een andere zuster, gingen menigmaal per fiets naar het graf van hun broer. Prosper werd in onze onmiddellijke nabijheid een held.
Hij stierf voor België.

OP DE BEECK Philibert
Soldaat milicien Machinist 4.L.A (1 Bon. Karabiniers wielrijders ) Stamnummer 40229
° Schriek 14 mei 1898
† Stuyvenskerke 18 maart 1918
Begraven te Steenkerke - nr 197

Graf_Opde_Beeck_Ph.jpg

Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Slootstraat C206 te Schriek-Grootlo
Zijn ouders :
Eduard (°Schriek 26.05.1864 zoon van Franciscus en Maria Theresia Geens)
Maria, Theresia Vertommen (° Putte 29.09.1864 dochter van Franciscus, Isidorius en Anna Catharina Cools (weduwe van Joseph Van Nuffelen))
Broers en zussen :
-Jan Baptist ° Schriek 09.10.1899 - oorlogsvrijwilliger
-Ludovicus, Henricus ° Schriek 19.12.1901
-Maria Stephania ° Schriek 21.12.1903
-Emilius, Julius ° Schriek 09.10.1905
Ongehuwd

Hij overlijdt aan zijn verwondingen opgelopen bij een obusinslag.

STEURS Frans

Oudstrijder_Steurs.jpg

° Schriek 17 februari 1893
† Antwerpen 5 juni 1919
Begraven op het Militair Kerkhof te Hoboken
Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Gommerijnstraat te Schriek
Zijn ouders :
Frans (° Bael 01.04.1868 zoon van Carolus en Catharina Delcon)
Anna Philimena Borglevens (° Schriek 06.09.1868 dochter van Franciscus, Ludovicus en Maria Theresia De Bie)
Broers en zussen :
-Ludovicus ° Schriek 12.07.1894
-Maria Josephina ° Bael 06.01.1898
-Anna Maria Elisabeth ° Schriek 24.06.1901
-Franciscus Marcellus ° Schriek 02.05.1903
-Bernardus ° Schriek 05.08.1905
-Joanna Maria Antonia ° Schriek 28.12.1906
-Florimondus Ludovicus ° Schriek 23.12.1908
-Alphonsus Antonius ° Schriek 17.02.1911
Ongehuwd

Op 24 augustus 1914 werd Frans reeds krijgsgevangen genomen te Namen. Hij verbleef gedurende vier jaar in een Kriegsgefangenenlager Soltau in de nabijheid van Hannover. Hij keerde ziek terug en werd verpleegt in het krijgshospitaal te Antwerpen alwaar hij overleed. Hij stierf voor België.

TORFS Frans

Oudstrijder-Torfs

° Schriek 21 januari 1894
† Caeskerke 28 juni 1915
Begraven te Kaaskerke, daarna overgebracht naar Schriek oud kerkhof rond de kerk op 24.03.1922 en nadien naar het nieuwe kerkhof. Het graf ligt naast dat van de gebroeders Ceuppens.
Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Leuvensebaan B9 te Schriek
Zijn ouders :
Jan Baptist (° Schriek 04.11.1856 zoon van Franciscus en Isabella Van Loock)
Maria Catharina Van der Weyer (° Nieuwrode 27.03.1861 dochter van )
Broers en zussen :
-Maria Josepha ° Schriek 14.01.1886
-Dorothea ° Schriek 21.03.1888
-Rosalia ° Schriek 28.05.1889
-Joseph ° Schriek 24.11.1890 - † Marcinelle 03.05.1920
-Maria Rosalia ° Schriek 25.09.1892
-Maria Ludovica ° Schriek 27.03.1895
-Ludovica Leonia ° Schriek 12.06.1897
-Alfons ° Schriek 27.07.1901
-Melchior ° Schriek 19.04.1903
Ongehuwd

Frans, soldaat van het 7e Linie Regiment, maakte deel uit van de vechtende troepen in de 'Dodengang' op 21 februari 1915. Later is hij gevallen in de gevechten van den Ijzer. Te vergeefs zal zijn verloofde zijn pasgeboren kindje en zijn familie wachten op een nooit weerkerende vader. Frans stierf als een held op het ereveld voor België.

TUERLINCKX Jozef Frans

Oudstrijder-Teurlinckx

° Schriek 05 december 1895
† Ijzerveld 6 augustus 1915
Begraven op het Militair kerkhof van Adinkerke – grafnummer 566.

Graf-Teurlinckx-J


Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Heistsebaan 19 te Schriek
Zijn ouders :
Karel Marcel (° Schriek 31.01.1872 zoon van Joseph Basiel en Antonia Bastiaens)
Maria Van Uytven (° Bonheiden 22.04.1867 dochter van )
Broers en zussen :
-Maria, Josepha, Ludovica ° Schriek 05.04.1897
-Emilius, Ludovicus ° Schriek 23.04.1899
-Julius, Florimondus, Joseph ° Schriek 19.03.1900
-Franciscus, Emilius ° Schriek 09.11.1901
- Josephina, Ludovica ° Schriek 19.03.1903
Ongehuwd

Jozef Frans, nog zo jong zoals zo velen van zijn strijdmakkers, heeft om het laatste stukje Belgisch grondgebied dapper gestreden. Helaas is ook hij gevallen op het ‘Ijzerveld’. Hij stierf in het HMB Cabour te Adinkerke aan zijn verwondingen opgelopen bij een obusinslag. Wij danken je vol eerbied om je jong geofferd leven. Hij sneuvelde voor België.

VAN STYVOORT Jan Baptist
Soldaat 17 Linie Regiment
° Schriek 24 mei 1894
† Crognie 3 juni 1917
Begraven op het Militair kerkhof van Oeren – grafnummer 87.

Graf-Van-Styvoort-JB


Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Trommelstraat 181 te Schriek-Grootlo
Zijn ouders :
Egidius (° Schriek 24.08.1850 zoon van Ferdinandus en Maria Theresia Scheerens)
Elisabeth Mathildis Geens (° Tremelo 24.03.1861 dochter van )
Broers en zussen :
-Antonia ° Schriek 08.02.1891
-Joanna ° Schriek 31.07.1892
-Joanna Julia ° Schriek 12.06.1893
-Virginia ° Schriek 11.10.1895
-Maria ° Schriek 24.07.1897
-Maria Virginia ° Schriek 09.06.1899
-Joannes Cornelius Augustinus ° Schriek 12.10.1901
Ongehuwd

Jan werd zwaar gekwetst en overleed twee uur later reeds aan zijn verwondingen. Hij was een dapper soldaat en viel op het veld van Eer voor God en zijn Vaderland. Hij stierf zo jong opdat wij zouden leven. ’t Vaderland is je dankbaar en zal je blijvend herinneren. Hij sneuvelde voor België.

Dit zijn de acht soldaten, vermeld op de gedenkplaat in de kerk, welke zijn gesneuveld of gestorven voor 1920, het jaar waarin deze plaat werd vervaardigd en geplaatst, en wonende onder de parochie Sint-Jan Baptist Schriek.

BURGERSLACHTOFFERS

GORIS Petronella

Burger martelares
° Schriek 29 mei 1840
† doodgeschoten te Schriek 26 september 1914
Begraven op 27 september te Schriek
Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde in de Zandstraat 230 te Schriek-Grootlo
Haar ouders :
Norbertus (° Schriek 06.06.1805 zoon van Franciscus en Anna Maria Ceulemans)
Anna Maria Van Poyer (° Schriek 08.06.1807 dochter van Verpoyer Adrianus en Theresia De Swert)
Broers en zussen :

Gehuwd te Schriek op 10.07.1878 met
Ferdinandus DE BIE ° Tremelo 10.01.1850 zoon van Petrus en Dymphna Van den Eynde
Kinderen :
-Anna Maria ° Schriek 01.08.1880
-Joseph ° Schriek 17.12.1881
-Rosalia ° Schriek 14.12.1883
-Catharina ° Schriek 12.06.1886

Als enige vrouw is Petronella in “Groot” Heist-op-den-Berg op een monument vermeld. Zij was in september 1914 aan het gras snijden met de sikkel op de grachtkant in de Langstraat, wanneer de Duitsers vanaf de Kruisbrug haar neerschoten. Zij was een onschuldig slachtoffer van het oorlogsgeweld. Als martelares stierf ze voor België.

NAGELS Petrus Franciscus
Burger aan de verwondingen van een granaatinslag overleden
° Putte 13 oktober 1898
† in het gasthuis te Antwerpen 30 september 1914
Begraven ?
Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde in de Heistsebaan 28 te Schriek
Zijn ouders :Frans Leopold (° Heist 27.07.1866 zoon van
Rosalia De Wullé (° Putte 22.10.1866 dochter van Joannes Baptist en Anna Van Roosbroeck)
Broers en zussen :
-Anna Clara ° Heist 20.09.1892
-Gommer ° Heist 03.01.1894
-Petrus Louis ° Putte 29.08.1895
-Carolina ° Putte 24.01.1897
-Petrus ° Putte 13.10.1898
-Philomena ° Putte 17.01.1900
-Maria Clementina ° Putte 21.02.1902
-Petrus Jozef ° Putte 10.03.1906
-Maria Rosalia ° Schriek 20.07.1908
Ongehuwd

Petrus stond als voerman naast zijn kar op de vlucht zijnde van Schriek naar Koningshooikt. Plots begon een beschieting van Duitse artillerie en er sloeg een artilleriegranaat in op de binnenkoer van de brouwerij te Koningshooikt, juist naast Petrus. Zijn zuster, een neef en Petrus werden gekwetst. Petrus werd overgebracht naar een gasthuis in Antwerpen alwaar hij overleed. Zijn zus en neef overleefden hun verwondingen.
Petrus was een onschuldig slachtoffer gestorven voor België.

VAN ESSCHE Corneel

Burger martelaar
° Bael 29 juli 1880
† doodgeschoten te Schriek 27 september 1914
Begraven op 29 september te Schriek
Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde in de Gommerijnstraat 132
Zijn ouders :
Felix ( ° Tremelo 30.01.1851 zoon van Franciscus en Anna Maria Nijs)
Maria Theresia Claes ( ° Betekom 10.01.1851 dochter van Ludovicus en Maria Dorothea Verbruggen)
Broers en zussen :
-Leonard ° Bael 06.11.1873
-Karel ° Bael 23.01.1877
-Maria ° Schriek 12.08.1882
-Mathildis ° Schriek 05.12.1884
-Joannes Baptist ° Schriek 23.07.1886
-Angelina ° Schriek 16.08.1888
-Franciscus ° Schriek 06.12.1890
-Leonia ° Schriek 06.12.1890
Ongehuwd

Corneel wil zich verstoppen en vlucht bij het zien van de Duitsers, helaas, hij wordt doodgeschoten op het huisveld in de Gommerijnstraat.
Zijn jong leven werd geofferd voor België.

VAN DEN ACKER Franciscus Alphonsus
° Schriek 24.11.1895
† Tamines 22.08.1914 waarschijnlijk samen met enkele honderden aldaar gefusilleerd.
Begraven “onbekend” in Tamines
Naam vermeld op het monument bij de kerk te Schriek
Woonde Haachtsebaan 121 Schriek in 1910
Zijn ouders :
gehuwd in Keerbergen
VAN DEN ACKER Joannes Baptist (° Putte 05.01.1847 - † Schriek 17.11.1931 zoon van Van den Acker Bernardus & Op de Beeck Joanna Maria ° Keerbergen 22.03.1812 - † Putte 14.11.1877) & VONCKX Virginia (° Heist-op-den-Berg 22.12.1861 )
Broers en zussen :
Van den Acker Joannes Franciscus ° Schriek 08.01.1886
Van den Acker Maria Theresia ° Schriek 07.10.1887
Van den Acker Paulina ° Schriek 22.04.1889
Van den Acker Joseph ° Schriek 24.07.1892
Van den Acker Leonardus Antonius ° Schriek 27.10.1897
Van den Acker Bernardus Amandus ° Schriek 23.12.1899
Van den Acker Florimondus ° Schriek 12.10.1901
Van den Acker Joannes Emilius ° Schriek 23.08.1903 Burgerslachtoffer WO II
Van den Acker Irma Anna Victoria ° Schriek 05.03.1907
Ongehuwd
Als mijnwerker verbleef Frans Alphons te Tamines in 1914 en werd daar op de 22 augustus samen met honderden andere burgers gefusilleerd door de Duitsers. Hij is daar begraven als een van de vele onbekenden te Tamines.
Hij stierf als een martelaar voor België.

SCHOOVAERTS Anne Maria

° Velaine-sur-Sambre 30.08.1912
† doodgeschoten in de Gommerijnstraat te Schriek op 28 augustus 1914
Waarschijnlijk begraven te Heist-Goor geholpen door de Zusters aldaar, omdat pastoor De Herdt zelf door de Duitsers was opgepakt.
Geen vermelding op een gedenkplaat of monument.
Haar ouders :
Edmond (° Schriek 17.05.1884 zoon van ) en
Maria Philippa JANSSENS (° Haacht 25.12.1894 dochter van )
Zij zijn getrouwd te Velaine-sur-Sambre op 12.07.1912 en woonden Rue Culot dubois, 9

Vader was soldaat bij het Belgisch leger, en moeder was met haar kind op de vlucht in haar geboortestreek, waaruit ze ook moest vertrekken wegens de grote onlusten in de streek rond Tremelo. Moeder , met het kind op haar arm bevond zich op het fatale moment in de Gommerijnstraat ter hoogte van het huis van Jan Van Essche. Duitse soldaten, komende vanuit Grootlo, openden vanaf de Kruisbrug het vuur in de richting van Heist-Goor. Het kindje werd door een kogel in haar mond getroffen, en was hoogstwaarschijnlijk op slag dood. De moeder vluchtte hals over kop richting Heist-Goor, niet beseffend dat voor haar kind geen hulp meer kon baten. Te Heist-Goor werden hoogst waarschijnlijk moeder en kind opgevangen door de Zusters aldaar, welke er ook voor gezorgd zullen hebben dat het kind, in de gewijde grond van het kerkhof kon begraven worden, daar pastoor De Herdt op datzelfde moment zelf was opgepakt door de Duitsers. Het zoveelste onschuldige slachtoffertje van deze barbaarse oorlog!

De dood en begrafenis van dit kind is waarschijnlijk in geen enkel register genoteerd.

COLLAER Hendrik
° Pellenberg 11.12.1890
† doodgeschoten in de omgeving van de Raambeek te Tremelo op 26 augustus 1914
Begraven te Schriek-Grootlo
Geen vermelding op een gedenkplaat of monument.

Zijn ouders :
Joannes Baptist (° zoon van )
Philomena MAY (° dochter van )

Vijf vluchtelingen brachten de nacht van 25 augustus door bij Louis Moris te Tremelo. De volgende morgen wilden ze terugkeren naar Kessel-Lo maar door de wegversperringen geraakten zij er niet door. In de namiddag kwamen ze terug bij Louis Moris aan, maar werden door een veertigtal Duitse ruiters onderschept en in een weide langs de Raambeek met de handen in de lucht onder vuur genomen. Collaer werd dodelijk getroffen en met een bajonet afgemaakt, de anderen onder wie de zoon van Louis Moris, Karel, konden zich al lopend in veiligheid brengen.

Oudstrijders vermeld op het monument voor de kerk maar niet in de kerk, omdat zij na 1920 zijn overleden of tot een andere parochie behoorden.

CEUPPENS Emiel, Lodewijk
Soldaat oorlogsvrijwilliger – 2 Regiment Karabiniers Stamnummer 25987
° Heist-op-den-Berg 06 januari 1895
† Schriek 24 mei 1923
Begraven te Schriek in een gezamenlijk graf ‘Drie gebroers soldaat’
Naam vermeld op het monument voor de kerk te Schriek
Woonde voorheen in de Leuvensebaan 76 nadien Tuindijk B91 te Schriek
Zijn ouders :
Amandus (° Schriek 04.12.1863 zoon van Joannes Anthonius en Elisabeth Costers) en
Maria, Theresia Verbeeck (° Heist-op-den-Berg 05.10.1862 dochter van Petrus en Joanna Op de Beeck)
Broers en zussen :
-Petrus, Alphonsus ° Schriek 19.05.1889
-Louis ° Heist-op-den-Berg 25.01.1893 – soldaat
-Filip, Jozef ° Heist-op-den-Berg 10 oktober 1898 – soldaat
-Leopold, Engelbert, Maria, Norbertus ° Schriek 09.03.1900
-Maria, Josephina, Bertha ° Schriek 15.06.1902
Ongehuwd

Emiel werd zwaar verminkt aan den Ijzer. Zij waren met drie broers en een kozijn in de strijd. Hij keerde terug met zijn broer Louis. Zijn andere broer Jozef en kozijn Antoon stierven voor ’t Vaderland op het veld van Eer.
De jaren bij de zijnen in Schriek waren van zeer korte duur. Deze soldaat oorlogsvrijwilliger, al was zijn leven kort, was zo rijk aan gulle goedheid. Zijn lichaam was getekend door de oorlog. Hij stierf voor België.

ROGGEMANS Petrus Leopoldus
Soldaat - 12 Linie Regiment, 3e bon/4 Cie stamnr 112/51960
° Putte 23 maart 1884
† Herstal 6 augustus 1914
Begraven : eerst op het kerkhof van Herstal, nadien op de gemeentelijke begraafplaats van Rhees
Naam vermeld op het monument voor de kerk te Schriek en te Putte, op de gedenkplaat in de kerk van Grasheide en op het monument te Rhees
Woonde voorheen in de Leemstraat 149 te Schriek onder de parochie Grasheide (Sinds 06-09-1916 verbleef het gezin in de Vogelstraat 219 te Putte
Zijn ouders :
Joannes Baptist (° Putte 26.09.1853 zoon van Petrus Joannes & Goossens Anna Maria )
Maria Theresia MARIEN ( ° Putte 22.09.1856 dochter vanPetrus Franciscus & Van den Broeck Antonia )
Broers en zussen :
Joannes ° Putte 29.08.1882
Melania ° Putte 28.04.1886
Victor ° Putte 09.11.1888
Carolus Cornelius ° Putte 02.07.1891
Maria ° Putte 25.01.1894
Petrus ° Putte 17.10.1896
Alphons ° Putte 12.03.1898
Leontina ° Putte 17.08.1901
Gehuwd te Putte op met
Antonia Regina Maria VAN DEN WEYNGAERT (° Putte 30.10.1891 dochter van
Kinderen :
-Ludovica Adelina Joanna ° Schriek 27.05.1911
-Karel Jules ° Schriek 21.02.1913
-Jan Jozef ° Schriek 02.11.1914

Opgeroepen bij het 12 Linie Regiment in juli 1914. Petrus was betrokken bij de gevechten rond Luik. Zijn Regiment onderscheidde zich door het eerste vijandelijke Vaandel buit te maken van het Duitse grenadiers regiment nummer 89. Soldaat Roggemans sneuvelde begin augustus 1914 te Herstal. Hij was het eerste Schriekse slachtoffer van deze WO I. Hij werd postuum vereerd met de orde Leopold II, het oorlogskruis, de overwinningsmedaille en herinneringsmedaille 1914-1918. Hij stierf voor België. Met onze dank om zijn heldenoffer.

OVERLEDEN VLUCHTELINGEN van WO I

EVERAERT Elisa Maria Hortensia
-wonende te Brussel
--tijdelijk verblijvende alhier in de Heystsche baan te Schriek in de woning van Margaretha Bruyneel, brouwerin.
-° Lichtervelde 17.03.1841
-dochter van wijlen Louis Joseph en van wijlen Rosalia Hursel
-weduwe van Jan Joseph Schaeverbek
 † te Schriek op 10.04.1917 om 8 uur
-aangifte gedaan door Louis De Mees ( buur – landbouwer – 39 jaar ) en Edmond De Bie ( buur – landbouwer – 57 jaar ) beiden woonachtig te Schriek

SOENEN Martha
-wonende te Oost-Nieuwkerke
-tijdelijk verblijvende ten gevolge van de oorlogsomstandigheden alhier in de Lauwrijkstraat te Schriek
-° Oost-Nieuwkerke 31.05.1912
-dochter van Henri ( arbeider - 46 jaar ) en Emma Crabbe ( huishoudster - 48 jaar )
 † te Schriek op 17.11.1917 om 10 uur
-aangifte gedaan door Henri Soenen ( vader ) en Isidoor Lapère ( buur - landbouwer ) beiden woonachtig te Oost-Nieuwkerke

SOENEN Elza Zoë
-wonende te Oost-Nieuwkerke
-tijdelijk verblijvende ten gevolge van de oorlogsomstandigheden alhier in de Lauwrijkstraat te Schriek
-° Oost-Nieuwkerke 11.11.1916
-dochter van Henri ( arbeider - 47 jaar ) en Emma Crabbe ( huishoudster - 47 jaar )
 † te Schriek op 16.03.1918 om 1 uur
-aangifte gedaan door Henri Soenen ( vader ) en Jacob Wybaillie ( buur - daglooner ) beiden woonachtig te Oost-Nieuwkerke

DEJONGHE Martha Maria
-wonende te Hooglede - kantwerkster
-tijdelijk verblijvende ten gevolge van de oorlogsomstandigheden alhier in de Heystsche baan te Schriek
-° Hooglede 01.11.1897
-dochter van Edmundus ( landbouwer - 58 jaar ) en Sidonia Uleyn ( huishoudster - 58 jaar )
 † te Schriek op 30.03.1918 om 16 uur
-aangifte gedaan door Edmundus Dejonghe ( vader ) en Marcel Van Mechelen ( buur - landbouwer ) beiden woonachtig te Hooglede

PETIT Jules
-wonende te Rijssel (Frankrijk)
-tijdelijk verblijvende ten gevolge van de oorlogsomstandigheden alhier in de Lauwrijkstraat te Schriek
-° Rijssel ( Frankrijk ) 28.05.1911
-zoon van wijlen Henri Petit en Maria Parquet ( huishoudster – 29 jaar )
 † te Schriek op 04.12.1918 om 22 uur
-aangifte gedaan door Maria Parquet ( moeder ) wonende te Rijssel en Maria Julia Schroyens ( buur – landbouwster – 46 jaar ) en wonende te Schriek

LAPERE Isidorus
-wonende te Oost-Nieuwkerke - landbouwer
-tijdelijk verblijvende ten gevolge van de oorlogsomstandigheden alhier in de Heystsche baan te Schriek
-° Oost-Nieuwkerke 10.11.1856
-zoon van wijlen Petrus en van wijlen Theresia Casteleyn
-Echtgenoot van Emilia Silvia Willaert ( landbouwster – 59 jaar )
 † te Schriek op 01.01.1919 om 21 uur
-aangifte gedaan door Ferdinand Jerome Lapere ( zoon – landbouwer – 24 jaar ) woonachtig te Oost-Nieuwkerke en Marcel Omer Vanmechelen ( buur – landbouwer – 26 jaar ) woonachtig te Hooglede

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Oudstrijders Schriek WO I

BV2

Hieronder volgen de namen van alle oudstrijders van WO-I welke geboren zijn te Schriek, en welke door ons zijn gekend. Wij beschikken nog niet over alle foto's, doodsbrieven of doodsprentjes, of gewoon weg de gegevens van huwelijk of overlijden van deze dorpsgenoten, welke hun leven en gezondheid op het spel hebben gezet voor onze vrijheid. Mocht U ons op welke wijze ook kunnen verder helpen aan deze ontbrekende informatie, het zou vele mensen plezieren. Dus : doen !
* na de overlijdensdatum betekent dat we beschikken over een doodsbrief of doodsprentje.


OUDSTRIJDERS 1914-1918

WO_I_1.jpg


CLAES Josephus Dionisius ° Schriek 10.10.1879 zoon van Claes Petrus Josephus (ex Schriek) & Lauwers Anna Catharina (ex Contich)
9e Linieregiment
Gehuwd te Schriek 09.03.1904 met Goovaerts Emma Catharina ° Heist-op-den-Berg (Goor St. Alphons) 01.01.1882- † Schriek 02.03.1960 en aldaar begraven 05.03.1960  dochter van Goovaerts Victor & Sallaerts Anna Catharina
Overleden te Schriek 28.09.1966 en aldaar begraven 01.10.1966

CLAES Josephus Theophilus ° Schriek 01.12.1883 zoon van Claes Joannes Baptist (ex Schriek) & Meys Virginia (ex Heist-op-den-Berg)
6e Linieregiment
Gehuwd met Van den Acker Emma Virginia ° Putte-Grasheide 17.08.1897 - † Schriek 14.02.1978  en aldaar begraven 18.02.1978 (woonde toen Schoolstraat 13) dochter van Van den Acker Jacobus & Claes Elisabeth Ludovica
Overleden te Schriek 15.10.1952 en aldaar begraven 18.10.1952  *

CLAES Ludovicus Josephus ° Schriek 02.01.1893 zoon van Claes Joannes Antonius (ex Schriek) & Goossens Maria Rosalia (ex Schriek)
11e Linieregiment, 3e Bat, 8e Cie
Gehuwd te Schriek op 24.05.1923 met Verhaegen Emma Maria ° Boechout 26.06.1899 dochter van Verhaegen Joannes Baptist & De Mees Maria Theresia
Overleden te Lier 21.10.1958 *

CROONEN Franciscus Ignatius ° Schriek 09.05.1891 zoon van Croonen Josephus (ex Putte) & Van Calster Anna Rosalia (ex Heist-op-den-Berg)
 7e Linieregiment
Gehuwd met Kog Maria Catharina ° Baal 19.02.1894 - † Putte 05.01.1971 dochter van Kog Felix & Claes Maria Theresia
Overleden te Putte 12.11.1940

WO_I_2.jpg

DANDEL Franciscus Alphonsus ° Schriek 15.05.1894 zoon van Dandel Marcus (ex Antwerpen) & Frederickx Theresia (ex Tremeloo)
7e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 23.03.1922 met Beyens Catharina ° Schriek 08.03.1901 dochter van Beyens Petrus Ludovicus & Verstraeten Anna Maria

DE GROODT Leonardus ° Schriek 01.04.1893 zoon van De Groodt Livinus (ex Schriek) & De Belser Scholastica Euphrasia Anastasia (ex Schriek)
Medische Dienst, Administratie

DE GROODT Petrus Alphonsus
° Schriek 31.08.1892 zoon van De Groodt Joannes Baptist (ex Schriek) & Vertommen Maria Josephina (ex Schriek)
17e Linieregiment, 6e Cie
Ongehuwd
Overleden te Schriek 15.04.1951 en aldaar begraven 18.04.1951  *

DE RYCK Petrus Ludovicus ° Schriek 29.11.1893 zoon van De Ryck Josephus (ex Heist-op-den-Berg) & Claes Anna Maria (ex Tremeloo)
5e Linieregiment

DE WEERDT Joannes Florimondus ° Schriek 30.12.1887 zoon van De Weerdt Petrus Josephus (ex Keerbergen) & Geerinckx Margarita (ex Kessel)
Vestingartillerie Antwerpen
Ongehuwd
Woonde Leuvensebaan 1
Overleden te Mechelen 30.12.1969 en begraven te Schriek 02.01.1970

WO_I_3.jpg


DOCKX Josephus Eduardus ° Schriek 29.03.1894 zoon van Dockx Joannes Norbertus Leopoldus (ex Schriek) & Goovaerts Melania (ex Tremeloo)
7e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 21.10.1920 met Peeters Josepha Elisabeth ° Schriek 30.09.1897 - † Schriek 26.12.1980 en aldaar begraven 31.12.1980 (woonde toen Schriekstraat 47) dochter van Peeters Ludovicus (ex Heist-op-den-Berg) & Jacobs Maria Josepha (ex Keerbergen)
Overleden te Schriek 07.09.1950 en aldaar begraven 11.09.1950 *

FEYAERTS Aloysius ° Schriek 23.05.1886 zoon van Feyaerts Franciscus (ex Schriek) & Meys Rosalia (ex Heist-op-den-Berg)
Vervoerkorps
Gehuwd te Schriek 29.09.1910 met Seymus Catharina Amelia ° Heyst 17.12.1887- † Schriek-Grootlo 17.06.1961 dochter van Seymus Remigius & Verbeeck Rosalia
Overleden te Booischot (Pijpelheide) 26.07.1962 en begraven te Grootlo 28.07.1962 *

FEYAERTS Franciscus Amandus ° Schriek 04.05.1884 zoon van Feyaerts Franciscus (ex Schriek) & Meys Rosalia (ex Heist-op-den-Berg)
5e Artillerie te paard
Gehuwd te Schriek op 10.03.1910 met De Bie Joanna Maria ° Schriek 16.06.1885 - † Schriek-Grootlo 21.03.1962 dochter van De Bie Judocus (ex Schriek) & Geens Philippina (ex Keerbergen)
Overleden te Schriek-Grootlo 04.05.1953 *

FEYAERTS Franciscus Augustus ° Schriek 10.02.1894 zoon van Feyaerts Franciscus (ex Schriek) & Meys Rosalia (ex Heist-op-den-Berg)
7e Linieregiment
woonde Trommelstraat 15
Gehuwd met Van Calster Silvia ° Keerbergen 30.03.1895 - † Bonheiden 11.04.1972 en begraven te Schriek 14.04.1972 dochter van Van Calster Franciscus Joannes & Coegnaerts Maria Theresia Joanna
Overleden te Schriek 24.12.1971 en alhier begraven 29.12.1971*

WO_I_4.jpg

GOOSSENS Carolus Josephus ° Schriek 17.10.1893 zoon van Goossens Josephus Cornelius (ex Schriek) & Van den Broeck Anna Maria (ex Schriek)
11e Linieregiment
Gehuwd met Terreyn Germana Augusta ° Kortemark 30.08.1903 - † Putte 25.07.1967 dochter van Terreyn Hector & Van den dorpe Alisa Irma
Overleden te Bonheiden 27.09.1973 en woonde toen Kapelstraat 26 Putte 2580

GOOSSENS Josephus ° Schriek 08.08.1880 zoon van Goossens Joannes Franciscus (ex Bael) & Van Hoof Catharina (ex Schriek)
2e Linieregiment

GOOVAERTS Victor ° Schriek 26.03.1884 zoon van Goovaerts Joannes Baptist (ex Schriek) & Elisabeth Wouters (ex Tremeloo)
10e Linieregiment
Gehuwd te Schriek 11.01.1913 met Van Essche Maria Anna ° Schriek 12.08.1882 - † Schriek 28.05.1952 en alhier begraven 31.05.1952 dochter van Van Essche Felices Guilielmus & Claes Maria Theresia
Overleden te Schriek 28.10.1944 en alhier begraven 31.10.1944 *

GORIS Josephus Alphonsus ° Schriek 30.10.1893 zoon van Goris Joannes Franciscus (ex Schriek) & Hendrickx Philomena (ex Putte)
8e Linieregiment
Gehuwd met Volckaerts Maria Catharina ° Baal 24.08.1895 - † Schriek 18.01.1989 en aldaar begraven 21.01.1989 (woonde toen Tuindijk 52) dochter van Volckaerts Ludovicus & Van Vlasselaer Josephina
Overleden te Leuven 23.09.1981 en begraven te Schriek 28.09.1981  *

HEREMANS Josephus Alphonsus ° Schriek 20.08.1887 zoon van Heremans Petrus Antonius (ex Schriek) & Serneels Joanna (ex Schriek)
22e Linieregiment
Gehuwd met Verhaegen Virginia ° Heyst-op-den-berg 26.08.1891 - † Schriek 05.12.1943 en aldaar begraven 08.12.1943 dochter van Verhaegen Aloysius & Wouters Joanna Maria
Gehuwd te Schriek op 26.06.1944 met Verhaegen Julia weduwe Jennen Julianus) ° Schriek 04.07.1893 dochter van Verhaegen Hieronymus & Bosmans Maria
Overleden te Schriek 27.01.1957 en alhier begraven 30.01.1957 *

WO_I_5.jpg

HOLEMANS Joseph ° Schriek 26.01.1891 zoon van Holemans Franciscus & Van Woensel Scholastica
11e Genie
Gehuwd met Cortens Anna Maria Adelia ° Booischot 19.09.1894 - † Schriek 19.10.1973 en aldaar begraven 23.10.1973 dochter van Cortens Joannes & Van Woensel Dymphna
Overleden te Lier 07.12.1967 *

HUYGENS Jacobus Leonardus ° Schriek 30.01.1881 zoon van Huygens Isidorus (ex Schriek) & Verstraeten Maria Theresia (ex Schriek)
7e Linieregiment, 1e bat, 1e cie

IMBRECHTS Augustinus ° Schriek 04.08.1890 zoon van Imbrechts Guilielmus (ex Keerbergen) & Van Rymenam Theresia (ex Schriek)
6e Linieregiment

IMBRECHTS Petrus Franciscus ° Schriek 26.02.1895 zoon van Imbrechts Guilielmus (ex Keerbergen) & Van Rymenam Theresia (ex Schriek)
6e Genie
Gehuwd te Schriek 09.04.1920 met Dom Maria ° Schriek 09.10.1902 - † Schriek 21.07.1951 en aldaar begraven 24.07.1951 dochter van Dom Gommarus Edmondus (ex Beerzel) & Hellemans Maria Josephina (ex Putte)

WO_I_6.jpg

JACOBS Antonius Alphonsus ° Schriek 24.12.1894 zoon van Jacobs Franciscus (ex Boisschot) & Van den Eynde Maria Theresia (ex Schriek)
9e Genie
Gehuwd te Schriek op 12.11.1921 met Jacobs Elisabeth ° Putte 01.04.1899 dochter van Jacobs Petrus Joannes & Verhaegen Maria Anna

JANSSENS Jozef Frans ° Schriek 19.08.1879 zoon van Janssens Joannes Baptist (ex Schriek) & Bruyndonckx Maria Frederica (ex Baal)
Vestigingartillerie Antwerpen
Gehuwd te Schriek op 04.11.1905 met Goovaerts Maria Joanna ° Schriek 24.04.1879 - † Heist-Goor 07.10.1950  dochter van Goovaerts Franciscus & Wouters Maria Theresia

JENNEN Livinus Theophilus ° Schriek 30.04.1883 zoon van Jennen Alphonsus Hubertus (ex Hulsen) & Vertommen Coleta (ex Berlaer)
6e Linieregiment
Gehuwd te Grasheide op 03.08.1912 met Van den Acker Maria ° Schriek 23.07.1883 dochter van Van den Acker Bernardus & Goossens Theresia

JENNEN Victor Augustus Isidorus ° Schriek 25.04.1889 zoon van Jennen Alphonsus Hubertus (ex Hulsen-Baelen) & Vertommen Coleta (ex Berlaer)
7e Linieregiment
Gehuwd met Delen Coleta Philomena
Overleden te Keerbergen 26.04.1956

WO_I_7.jpg

MEURIS Filip ° Schriek 05.02.1893 zoon van Meuris Joseph (ex Schriek) & Van Meerbeeck Theresia Ludovica (ex Schriek)
Medische dienst, administratie
Gehuwd te St. Albertus Schaarbeek op 30/04/1921 met Schreiden Catharina Elisabeth (° 30/11/1890)

MORIS Charel Albert ° Schriek 31.08 1889 zoon van Moris Ludovicus (ex Schriek) & Van Tricht Virginia (ex Boisschot) 
18e Linieregiment , 10e cie (Medische dienst)

MYLEMANS Guilielmus Emilius ° Schriek 01.02.1893 zoon van Mylemans Franciscus Ludovicus (ex Heist-op-den-Berg) & De Groodt Regina (ex Schriek)
1e Linieregiment
Gehuwd met Weyns Klara
Overleden te Lier 22.04.1961 *

NITOR Franciscus (geboren Heremans) ° Schriek 30.05.1891 zoon van Heremans Josephina Maria (ex Schriek) en Nitor Petrus
Gendarm
Gehuwd te Schriek op 26.05.1920 met Traban Angelina Felicia ° Schriek 06.05.1896 - † Schriek 14.05.1973 en aldaar begraven 17.05.1973 dochter van Traban Petrus Augustinus (ex Werchter) & Van Avondt Anna Maria (ex Keerbergen)
Overleden te Begijnendijk - Betekom 27.07.1978 en in Schriek begraven 31.07.1978 *
wordt vervolgd

WO_I_8.jpg

NYS Franciscus Theofiel ° Schriek 30.05.1893 zoon van Nys Franciscus (ex Schriek) & Bal Joanna (ex Boisschot)
11e Linieregiment
Gehuwd te Beerzel op 11.06.1920 met Seymus Emma Eulodia ° Beerzel 11.06.1902 - † Beerzel 27.11.1940 dochter van Seymus Joanna
Overleden te Lier 10.09.1968 woonde in de Armoedestraat 2 Beerzel

ONSIA Joannes Alphonsus (geboren Van den Broeck) ° Schriek 19.05.1890 zoon van Van den Broeck Philomena (ex Schriek) en Petrus Onsia
6e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 21.03.1919 met Ceuls Maria Catharina ° O.L.V.-Waver 25.03.1893 dochter van Ceuls Petrus Josephus & Van Nuffelen Joanna Francisca

OP DE BEECK Joannes Baptist
° Schriek 09.12.1899 zoon van Op de Beeck Eduard (ex Schriek) & Vertommen Theresia (ex Putte)
4e Lanciers

PAUWELS Franciscus ° Schriek 14.03.1887 zoon van Pauwels Henricus (ex Keerbergen) & Wouters Anna (ex Schriek)
1e Jagers te voet
Gehuwd te Schriek op 04.05.1916  met Michiels Maria ° Heyst 06.12.1883 - † Schriek 16.07.1933 en aldaar begraven 19.07.1933  dochter van Michiels Joseph & Van Itterbeeck Joanna
Overleden te Mechelen 08.02.1973 *

PELGRIMS Joannes Camillus ° Schriek 21.02.1891 zoon van Pelgrims Franciscus Livinus (ex Schriek) & Van Rompuy Emma Coleta (ex Schriek)
Medische dienst, administratie

SERNEELS Joannes Florimondus ° Schriek 13.07.1891 zoon van Serneels Petrus (ex Schriek) & Van Rymenam Regina (ex Schriek)
8e Linieregiment
Gehuwd met Van Woensel Fanny Maria
Overleden te Bonheiden 13.07.1971 en begraven te Schriek 16.07.1971 woonde Wuytjesstraat 14  *

WO_I_9.jpg


STORMS Joannes Philemon ° Schriek 24.01.1885 zoon van Storms Richardus Joannes Baptist (ex Schriek) & Heremans Rosalia (ex Berlaar)
7e Linieregiment
Gehuwd in Heist-Goor op 13.03.1915 met Bosmans Joanna Euphania (° Heist 17.04.1890)

THYS Joannes Bapist ° Schriek 07.01.1890 zoon van Thys Josephus (ex Heist-op-den-Berg) & Nitor Catharina Emma (ex Schriek)
2e Karabiniers
Ongehuwd
Overleden te Kortrijk 18.08.1927 *

THYS Victor ° Schriek 05.05.1894 zoon van Thys Josephus (ex Heist-op-den-Berg) & Nitor Catharina Emma (ex Schriek)
17e Linieregiment 6e cie
Gehuwd met De Hoef Virginia
Overleden te Heist-Goor 03.05.1983 *

TRABAN Petrus Antonius ° Schriek 05.03.1891 zoon van Traban Petrus Augustinus (ex Werchter) & Van Avondt Anna Maria (ex Keerbergen)
2e Artillerie 32e batterie
gehuwd in Beveren Waas op 02.12.1922 met Van Raemdonck Clementina

WO_I_10.jpg

VAN DEN ACKER Joannes Baptist ° Schriek 24.06.1887 zoon van Van den Acker Joannes Franciscus (ex Schriek) & De Haes Philomena (ex Betecom)
5e Artillerie
Gehuwd te Schriek op 09.07.1923 met Van Looy Maria Melania ° Schriek 04.07.1888 - † Schriek 12.01.1948 en aldaar begraven 15.01.1948  dochter van Van Looy Franciscus (ex Putte) & Adams Rosalia (ex Schriek)
Woonde Gommerijnstraat 9
Overleden te Mechelen 27.08.1974 en te Schriek begraven 31.08.1974

VAN DEN BOSCH Emilius Franciscus ° Schriek 27.09.1894 zoon van Van den Bosch Joseph Cornelius (ex Putte) & Claes Angelina (ex Heist-op-den-Berg)
11e Linieregiment 2e bat. 7e cie
Gehuwd te Schriek op 24.04.1920 met Lambrechts Rosalia ° Schriek 23.05.1892 - † Schriek 16.10.1973 en aldaar begraven 20.10.1973  dochter van Lambrechts Antonius & Gysemans Maria
Overleden te Bonheiden 29.01.1982 en begraven te Schriek 03.02.1982  *

VAN DEN BROECK Joannes Baptist Andreas ° Schriek 25.02.1886 zoon van Van den Broeck Carolus Josephus Jacobus (ex Schriek) & Coenaerts Dymphna Livina (ex Keerbergen)
?e Linieregiment

VAN DEN PUT Clemens Ludovicus ° Schriek 30.07.1893 zoon van Van den Put Joannes Baptist & Jordens Joanna (ex Antwerpen)
Vestingsartillerie Antwerpen

WO_I_11.jpg

VAN DEN PUT Franciscus Alphonsus ° Schriek 08.08.1888 zoon van Van den Put Joannes Baptist & Jordens Joanna (ex Antwerpen)
1e Artillerie 11e bat.
Gehuwd met Van Woensel Maria Rosalia
Overleden te Schriek 14.11.1920 *

VAN DER AUWERA Alfons ° Schriek 01.09.1892 zoon van Van der Auwera Petrus Franciscus (ex Putte) & Peeters Maria (ex Beerzel)
Soldaat 2e klas : 7e Linie regiment – stamnummer 57810
Vermeld te Borsbeek op het monument op het kerkhof + straatnaam
Vermeld te Mortsel op het monument der gesneuvelden aan de Liersesteenweg
Woonde als kind in het Dorp te Schriek – vanaf 1904 te Deurne Antwerpen. Nadien te Borsbeek en uiteindelijk in de Drapstraat 62 te Mortsel.
Broers en zussen :
-Sophia ° Beerzel 28.11.1889
-Mathilda ° Beerzel 01.02.1891
-Joseph ° Schriek 23.07.1893
-Melanie ° Schriek 27.05.1896
-Lodewijk ° Schriek 10.07.1899
Ongehuwd
† Reninge 23.06.1916

Alphons sneuvelde te Reninge, een jaar nadat hij zijn jongere broer Joseph zag sneuvelen te Sint Jacobs-Kapelle. Als eerbetoon voor hun moed en opoffering gaf de gemeente Borsbeek een straat de naam “Gebroeders Van der Auwera Baan”

VAN DER AUWERA Joseph ° Schriek 23.07.1893 zoon van Van der Auwera Petrus Franciscus (ex Putte) & Peeters Maria (ex Beerzel)
Soldaat 7e Linie regiment – stamnummer 1551/60451
Vermeld te Borsbeek op het monument op het kerkhof + straatnaam
Vermeld te Mortsel op het monument der gesneuvelden aan de Liersesteenweg
Woonde als kind in het Dorp te Schriek – vanaf 1904 te Deurne Antwerpen. Nadien te Borsbeek en uiteindelijk in de Drapstraat 62 te Mortsel.
Broers en zussen :
-Sophia ° Beerzel 28.11.1889
-Mathilda ° Beerzel 01.02.1891
-Alphons ° Schriek 01.09.1892
-Melanie ° Schriek 27.05.1896
-Lodewijk ° Schriek 10.07.1899
Ongehuwd
† St;-Jacobs-Kapelle 17.04.1915

VAN DER AUWERA Franciscus Alphonsus ° Schriek 07.06.1879 zoon van Van der Auwera Gommarus Ludovicus (ex Schriek) & Verstraeten Maria Theresia (ex Schriek)
8e Linieregiment
Gehuwd met Timmermans Maria Josepha ° Keerbergen 16.07.1880 - † Putte 14.03.1959 dochter van Timmermans Cornelius & Roeters Maria Theresia
Overleden te Putte 19.12.1939 woonde toen C137 Grasheide

VAN DUVEL Antonius ° Schriek 29.04.1883 zoon van Van Duvel Joannes Franciscus (ex Schriek) & De Reyck Franciscus (ex Schriek)
6e Linieregiment
Gehuwd in Pijpelheide op 07.03.1911 met Symons Catharina Leonia (° Pijpelheide)
Overleden te Schriek-Grootlo 31.10.1959 *

VAN HOF Isidorius Franciscus ° Schriek 26.02.1893 zoon van Van Hof Joannes Franciscus (ex Schriek) & De Belser Anna Catharina (of Maria) (ex Schriek)
1e Linieregiment
Gehuwd met Raets Irma Francisca Maria ° Wilrijk 10.11.1898 - † Schriek 02.03.1956 en aldaar begraven 06.03.1956 dochter van Raets Cornelius Franciscus & Wyns Maria Rosalia
Woonde Goorvoetweg 9
Overleden te Mechelen 22.01.1975 en begraven te Schriek 25.01.1975

WO_I_12.jpg


VAN PUYMBROECK Franciscus ° Schriek 06.05.1898 zoon van Van Puymbroeck Augustus Josephus (ex Beveren) & Ceuppens Joanna Philomena (ex Schriek)
Gehuwd te Schriek op 13.02.1919 met Van den Broeck Catharina ° Schriek 15.07.1894 - † Schriek 15.09.1969 en aldaar begraven 18.09.1969  dochter van Van den Broeck Josephus & Ruymaekers Joanna Maria
Gehuwd met Michiels Maria
Woonde Dorp 3 
Overleden te Bonheiden 02.02.1973 en begraven te Schriek 06.02.1973 *

VAN UFFEL Augustinus Dionisius ° Schriek 14.09.1894 zoon van Van Uffel Joannes Baptist (ex Schriek) & Verbeeck Catharina (ex Heyst-op-den-berg)
17e Linieregiment, 6e cie
Gehuwd te Tremeloo op 10.01.1920 met Van Cleynenbreugel Maria Regina ° Tremeloo 16.05.1900 dochter van Van Cleynenbreugel Victor Thomas (ex-Tremelo) en Stroobants Maria Justina (ex-Tremelo)

VERHAEGEN Eduardus ° Schriek 11.10.1888 zoon van Verhaegen Hieronymus (ex Schriek) & Bosmans Maria (ex Heyst-op-den-berg)
24e Linieregiment
Gehuwd te Pijpelheide op 12.06.1913 met Jacobs Catharina Pelagia ° Heyst-Goor 25.09.1892 dochter van

VERHAEGEN Georgius Eduardus ° Schriek 18.09.1897 zoon van Verhaegen Ludovicus (ex Schriek) & Quadens Juliana (ex Schriek)
2e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 16.10.1920 met Van Hof Maria Theresia ° Schriek 21.02.1898 - † Schriek 23.07.1990 en aldaar begraven 26.07.1990  dochter van Van Hof Joannes Franciscus (ex Schriek) & Vingerhoets Maria Melania (ex Heyst-op-den-berg)
Woonde Goorvoetweg 3
Overleden te Bonheiden 24.03.1985 en begraven te Schriek 28.03.1985

VERHAEGEN Joseph ° Schriek 18.03.1896 zoon van Verhaegen Ludovicus (ex Schriek) & Quadens Juliana (ex Schriek)
1e Zware Artillerie
Gehuwd te Schriek op 06.08.1921 met Nagels Carolina ° Putte 24.01.1897 - † Bonheiden 13.11.1967 en begraven te Schriek 17.11.1967  dochter van Nagels Franciscus Leopoldus & De Wullé Rosalia
Woonde Heistsebaan 6
Overleden te Bonheiden 22.09.1972 en begraven te Schriek 26.09.1972 

WO_I_13.jpg

VERHAEGEN Petrus Antonius ° Schriek 22.01.1894 zoon van Verhaegen Joannes (ex Schriek) & Verstrepen Regina (ex Schriek)
Aerostation
Gehuwd te Boisschot op 10.06.1922 met Laenen Bernardina Maria ° Boisschot 03.10.1902 dochter van

VERSCHUEREN Joannes Josephus
° Schriek 16.09.1893 zoon van Verschueren Franciscus (ex Putte) & Frans Rosalia (ex Putte)
Ongehuwd
Woonde Haachtsebaan 5
Overleden te Schriek 10.04.1975 en aldaar begraven 15.04.1975 *

VERSCHAEREN Joannes Silverius ° Schriek 06.04.1888 zoon van Verschaeren Adrianus Franciscus (ex Schriek) & Van Hoof Anna Catharina (ex Schriek)
24e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 31.10.1922 met Van den Broeck Celina ° Schriek 01.10.1884 dochter van Van den Broeck Petrus (ex Schriek) & Torfs Maria Theresia (ex Koningshooikt)

VERSCHAEREN Joseph Alphonsus ° Schriek 18.02.1884 zoon van Verschaeren Adrianus Franciscus (ex Schriek) & Van Hoof Anna Catharina (ex Schriek)
6e Linieregiment

VERSCHAEREN Marcus Eduardus ° Schriek 19.04.1893 zoon van Verschaeren Adrianus Franciscus (ex Schriek) & Van Hoof Anna Catharina (ex Schriek)
1e Grenadiers
Gehuwd te Keerbergen op 14.08.1919 met Van Campenhout Juliana Elisabeth ° 28.12.1897

VERSTRAETEN Isidorius Augustinus ° Schriek 28.08.1879 zoon van Verstraeten Philippus (ex Schriek) & Gielis Maria Catharina (ex Herselt)
3e Jagers te voet
Gehuwd te Schriek op 07.04.1904 met Van Uffel Emma ° Heist-op-den-berg 24.06.1877 - † Schriek 21.01.1961 en aldaar begraven 25.01.1961 dochter van Van Uffel Joannes Baptist & Verbeeck Maria

VERSTRAETEN Joseph Silvester ° Schriek 31.12.1880 zoon van Verstraeten Philippus (ex Schriek) & Gielis Maria Catharina (ex Herselt)
Medische dienst
Gehuwd te Schriek op 06.11.1920 met Ceuppens Maria Elisabeth ° Schriek 27.05.1883 - † Mechelen 13.03.1956 en begraven te Schriek 17.03.1956 dochter van Ceuppens Joseph (ex Schriek) & Van Gysel Rosa (ex Schriek)
Overleden te Schriek 13.01.1955 en aldaar begraven 17.01.1955

WAUTERS Joannes Baptist
° Schriek 25.11.1881 zoon van Wauters Melchior (ex Schriek) & Van Herck Regina (ex Heist-op-den-Berg)
Vestingartillerie Antwerpen 5e bat. 19e escadron
Gehuwd te Schriek op 02.01.1908 met Van der Auwera Julia (weduwe Van Rompaey Joannes Andreas) ° Schooten 25.08.1873 - † Schriek 28.05.1941 en aldaar begraven 31.05.1941 dochter van Van der Auwera Petrus Antonius & Van Camp Anna Maria
Overleden te Schriek 19.12.1966 en aldaar begraven 22.12.1966 *

WOUTERS Josephus Alphonsus ° Schriek 18.02.1893 zoon van Wouters Josephus (ex Schriek) & Deleebeke Elisabeth (ex Schriek)
3e Artillerie
Gehuwd met Janssens Maria Rosalia ° Tremeloo 13.01.1890 - † Schriek 07.02.1969 en aldaar begraven 11.02.1969 dochter van Janssens Felix (ex-Schriek) en Bosmans Maria Theresia (ex-Keer/Tre)
Woonde Langstraat 17
Overleden te Schriek 11.06.1972 en aldaar begraven 14.06.1972 *

OUDSTRIJDERS 1914-1918 (deel 2)
In dit gedeelte vind je de oudstrijders welke te Schriek woonden bij de mobilisatie of er zijn komen wonen juist na de oorlog maar er niet zijn geboren.

WO_I_14.jpg

BLONDEEL Arthur Joseph ° Tielt 20.02.1888 zoon van
1e Zware artillerie
Gehuwd te Schriek op 04.05.1922 met Dockx Maria Paulina Josephina ° Schriek 31.01.1899 - † Schriek 31.05.1987 en aldaar begraven 04.06.1987 dochter van Dockx Joannes Norbertus Leopoldus (ex Schriek) & Goovaerts Melania (ex Tremeloo)
Woonde Dreef 2
Overleden te Schriek 19.09.1969 en aldaar begraven 23.09.1969

BOGAERTS Franciscus
7e Artillerie, 8e bataljon

BORREMANS Joannes Remigius ° Booischot 11.08.1892 zoon van Borremans Lodevicus & Melis Maria Juliana
2e Gidsen, 4e eskadron
Gehuwd  te Baal op 11.03.1920 met De Vries Dorothea ° Baal 05.01.1894 - † Baal 26.02.1953 dochter van De Vries Joannes (° Schriek 23/02/1861) en Van Dessel Josephina (° Schriek 19/06/1860)
Overleden te Baal 04.03.1963

BOSMANS Franciscus ° Heist-op-den-Berg 21.12.1879
5e Linieregiment

WO_I_15.jpg

CEUPPENS Ludovicus ° Heist-op-den-Berg 25.01.1893 zoon van Ceuppens Amandus & Verbeeck Maria Theresia
11e Linieregiment, 1e bat , 2e cie
Gehuwd te Schriek op 04.01.1923 met Goris Theresia Delphina ° Schriek 26.04.1897 - † Bonheiden 24.09.1981 en te Schriek begraven 29.09.1981 dochter van Goris Silverus & Nicolay Antonetta

DEASPE Jan Frans ° Putte 01.05.1888 zoon van Déaspé Franciscus Carolus (ex Beerzel) en Winckelmans Joanna Elisabeth (ex Beerzel)
1e Jagers te voet
Gehuwd te Schriek op 09.10.1913 met Ceulemans Josepha Nathalia ° Schriek 05.06.1890 dochter van Ceulemans Joannes Franciscus (ex Putte) & Van Hoof Philomena (ex Keerbergen)

DE WINTER Alfons ° Keerbergen 17.11.1893 zoon van De Winter Jozef & Huybrechts Rosalia
5e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 12.09.1923 met Eggers Elisabeth ° Schriek 15.03.1896 - † 29.12.1969 dochter van Eggers Amandus (ex ) & Storms Maria Joanna (ex )
Overleden te Schriek 23.05.1981 en aldaar begraven 29.05.1981

DOCKX Ludovicus ° Heist-op-den-Berg 06.09.1889
6e Linieregiment

DOM Jozef August ° Beerzel 16.09.1880 zoon van Dom Joannes Isidorus (ex Heyst-op-den-berg) & Bogaerts Maria Catharina (ex Berlaer)
1e Karabiniers
Gehuwd te Schriek op 27.04.1911 met Traban Irma Carolina ° Keerbergen 04.03.1887 - † Schriek 30.10.1959 en aldaar begraven 03.11.1959 dochter van Traban Petrus Augustinus (ex Werchter) & Van Avondt Anna Maria (ex Keerbergen)
Overleden te Leuven 15.07.1933

WO_I_16.jpg

GEENS Carolus ° Keerbergen 15.08.1893
13e Linieregiment

GEENS Victor Petrus ° Keerbergen 08.04.1891 zoon van Geens Joannes Baptist & Van den Eynde Dymphna Josephina
1e Karabiniers, G.C.
Gehuwd te Schriek op 19.09.1921 met Goris Maria Theresia Bertha ° Schriek 15.11.1898 dochter van Goris Joannes Alphonsus (ex Schriek) & Geens Coleta (ex Putte)

GOOSSENS Joseph Franciscus ° Keerbergen 11.11.1893
5e Linieregiment

HEREMANS Joseph Denis ° Heist-op-den-Berg 30.12.1894 zoon van Heremans Petrus Aloysius & Thys Dorothea
24e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 28.02.1920 met Goris Catharina Irma ° Schriek 26.03.1896 - † Mechelen 29.12.1972 dochter van Goris Leopoldus Franciscus (ex Rijmenam) & Wouters Maria (ex Tremeloo)
Overleden te Schriek 19.12.1951 en aldaar begraven 22.12.1951

WO_I_17.jpg

KEMPENAERS August Dominicus ° Berlaar 05.10.1890 zoon van Kempenaers Josephus & Van Hoof Joanna Catharina
Vestingartillerie Antwerpen
Gehuwd met Heise Martha Carola Dora Maria
Gehuwd te Schriek op 16.05.1925 met Michiels Emma ° Beerzel 26.05.1894 - † Schriek 04.03.1975 en aldaar begraven 08.03.1975 dochter van Michiels Carolina
Overleden te Schriek 12.08.1960 en aldaar begraven 16.08.1960

LIEKENS Franciscus Joseph
° Heist-op-den-Berg 08.05.1891
5e Linieregiment

MARIEN Joannes Augustinus ° Beerzel 23.10.1886 zoon van Mariën Franciscus (ex Berlaar) & De Cuyper Maria Theresia (ex Berlaar)
14e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 25.01.1912 met Uyterhoeven Maria Josepha ° Schriek 13.02.1888 dochter van Uyterhoeven Joannes Franciscus (ex Schriek) & Huybrechts Maria Catharina (ex Keerbergen)
Overleden te Schriek 06.07.1947 en aldaar begraven

OP DE BEECK Gerardus ° 1891

OP DE BEECK Julius Ludovicus ° Heist-op-den-Berg 26.10.1894 zoon van Op de Beeck Petrus Josephus & Van den Broeck Isabella Antonetta
8e Artillerie
Gehuwd te Schriek op 07.09.1918 met Van den Bosch Anna Maria ° Heist-op-den-berg 23.12.1891 - † Schriek 10.01.1932 en aldaar begraven 13.01.1932 dochter van Van den Bosch Aloysius & Verschaeren Maria Elisabeth

OP DE BEECK Petrus Alphonsus ° Heist-op-den-Berg 24.07.1893 zoon van Op de Beeck Ludovicus & Simaeys Emma Celesta
2e Karabiniers
Gehuwd te Schriek op 31.01.1914 met Van den Put Julia Joanna ° Schriek 17.06.1890 - † Leuven 21.07.1962 dochter van Van den Put Joannes Baptist & Jordens Joanna

WO_I_18.jpg

SCHROOS Eduardus ° Keerbergen 08.10.1896 zoon van Schroos Franciscus & Van den Eynde Regina Philomena
Artillerie
Gehuwd te Schriek op 17.01.1921 met Verlinden Catharina Euphania ° Heyst-op-den-Berg 08.07.1898 dochter van Verlinden Petrus Joannes & Verschoren Maria Ursula

STAESSEN Alphonsus
° Heist-op-den-Berg 30.07.1894 zoon van Staessen Hector Isodorus & Van Woensel Rosalia
Genie, 5e TAZ
Gehuwd te Schriek op 07.09.1922 met Zeders Maria Theresia ° Schriek 29.05.1896 dochter van Zeders Adrianus (ex Antwerpen) & Van Calster Philomena (ex Heyst-op-den-Berg)

UYTERHOEVEN Joseph August
° Keerbergen 05.02.1884 zoon van Uyterhoeven Hubert & Pardon Maria
1e Grenadiers
Gehuwd met Storms Maria Irma
Overleden te Putte 30.01.1955 woonde C 165

VAN DEN WIJNGAERT Alfons Emiel ° Putte 22.04.1891 zoon van Van den Wijngaert Joannes Franciscus (ex Putte) & Rymenams Maria Theresia (ex Putte)
7e Linieregiment
Gehuwd met Van Herck Anna Maria
Overleden te Putte 21.01.1975 woonde Lierbaan 46 Putte 2580 en begraven te Schriek

VAN DOORSELAERE Aloïs
° Evergem 12.03.1880
Vestingartillerie Luik

WO_I_19.jpg

VAN EYCKEN Frans ° Tremelo 04.07.1879 zoon van Van Eyken Petrus & Constantia Schoovaerts
13e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 21.01.1907 met De Preter Ludovica ° Schriek 26.04.1886 - † Schriek 26.02.1966 en aldaar begraven 02.03.1966 dochter van De Preter Amelia
Overleden te Schriek 26.11.1966 *

VAN HERCK Victor Alphons ° Booischot 13.12.1891
18e Linieregiment
Gehuwd met Goris Joanna Leonia ° Booischot 17.01.1894 - † Schriek-Grootlo 16.04.1965
Overleden te Bonheiden 07.06.1979 *

VAN HOOF Florimond ° Berchem 29.05.1881 zoon van Van Hoof Antonius & Frederickx Theresia
1e Jagers te voet
Gehuwd te Schriek op 28.11.1908 met De Swert Maria ° Tremeloo 10.12.1885 dochter van De Swert Ludovicus & Nys Anna Catharina

VAN HOOF Leonard ° 1888
17e Linieregiment

WO_I_20.jpg

VAN HOVE Jan Baptist ° Beerzel 14.09.1887 zoon van Van Hove Victor (ex Beerzel) & Geens Rosalia (ex Keerbergen)
2e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 15.09.1910 met Verbiest Rosalia ° Schriek 09.08.1892 - † Lier 14.07.1979 dochter van Verbiest Joannes (ex Beerzel) & Serneels Joanna (ex Schriek)

VAN NOTEN Victor ° Keerbergen 10.01.1889
4e TAG.

VAN OOSTERWYCK Petrus Alphonsus ° Heist-op-den-Berg 21.02.1886 zoon van Van Oosterwyck Aloysius & Torfs Maria Philomena
8e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 12.10.1911 met De Weyer Maria Ludovica ° Heist-op-den-Berg 14.07.1887 dochter van De Weyer Josephus & Van den Broeck Philomena

VERBEECK Willem Alphons ° Keerbergen 08 of 09.12.1888 zoon van Verbeeck Albertus & Van Woensel Joanna
2e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 07.04.1923 met Nagels Anna Clara ° Heyst-op-den-berg 21.09.1892 - † Schriek-Grootlo 12.01.1926 dochter van Nagels Franciscus Leopoldus & De Wullé Rosalia
Overleden te Schriek 22.11.1947 en aldaar begraven 27.11.1947

VERHAEGEN Jan Baptist ° Putte 11.05.1881 zoon van Verhaegen Josephus Dionysius (ex Schriek) & Nauwelaerts Joanna (ex Beerzel)
Vervoerkorps
Gehuwd te Schriek op 02.08.1906 met Claes Catharina Melania ° Schriek 01.07.1881 - † Schriek 01.09.1942 en aldaar begraven 04.09.1942 dochter van Claes Petrus Franciscus (ex Schriek) & Lens Angelina (ex Schriek)

WO_I_21.jpg

VERMEULEN Joannes Baptist ° Heist-op-den-Berg 21.05.1887 zoon van Vermeulen Joseph & Lemmens Philomena
Vervoerkorps
Gehuwd te Schriek op 04.09.1926 met Op de Beeck Isabella Amelia °Schriek 17.01.1893 dochter van Op de Beeck Ferdinandus & Tielemans Theresia Sylvia
Overleden te Schriek 05.12.1940 en aldaar begraven 09.12.1940

VERSCHAEREN Franciscus ° O.L.V.-Waver 15.12.1877
5e Linieregiment
Ongehuwd
Overleden te Schriek-Grootlo 13.08.1962 en aldaar begraven

VERSCHUEREN Ivo ° Baal 17.12.1879 zoon van Verschueren Franciscus (° Baal 05/11/1841) en Wouters Theresia (° Schriek 18/09/1844)
11e Linieregiment
Gehuwd te Schriek op 19.01.1909 met Van Craen Joanna Virginia ° Schriek 23.12.1877 - † Schriek-Grootlo 22.11.1962 dochter van Van Craen Joannes Baptist (ex Schriek) & Verschueren Antonetta (ex Heist)
Overleden te Schriek-Grootlo 03.07.1949 en aldaar begraven

VERVLOESEM Jozef Frans ° Beerzel 11.05.1881 zoon van Vervloesem Josephus (ex Putte) & De Clairfontaine Francisca (ex Lier)
4e Linieregiment

WOUTERS Emiel Vital Frans ° Keerbergen 19.05.1893
Vestingartillerie
Gehuwd met Van Herck Theresia
Overleden te Bonheiden 06.12.1986 en te Schriek begraven

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Jozef Viskens

BV1

Jozef Viskens, leraar, onderwijsdeskundige, frontsoldaat en flamingant (1881-1929)*

door Jan Vander Elst

De Frontblaadjes

Naast de week- en dagbladen, waarvan alleen de Belgische Standaard aan het front zelf verscheen, begonnen vanaf augustus 1915 aan het Belgische front zoals aan de andere fronten, allerhande kleine periodiekjes uit de grond te rijzen. Doel van de frontblaadjes (1) was het in contact brengen van zoveel mogelijk gelijkgezinden. De artikels in de frontblaadjes hadden ook als doel te informeren. Het hoofdonderwerp was vooral de frontsoldaat zelf en was meestal ook direct aan de soldaten gericht. De soldaten werden aangemoedigd en er werd geschreven over hun toestand.

Na de Slag om de IJzer en het vastlopen van het front waren vele soldaten volledig van hun geboortestreek afgesloten. Briefwisseling was uitgesloten, met uitzondering van enkelen die via Nederland brieven konden oversmokkelen. In verschillende eenheden kwamen aalmoezeniers en brancardiers, zoals aalmoezenier Jozef Casteels (2) uit Wespelaar (zij genoten een grotere bewegingsvrijheid en hoefden geen dienst te doen in de frontlinie), op het idee per streek alle nieuwtjes samen met nieuwtjes van het front te bundelen. Sommige frontbladen waren gehectografeerd, andere gedrukt, en soms waren het gepolykopieerde handschriften. De oplagen konden erg verschillend zijn. De oplage was grotendeels afhankelijk van de vrijwillige financiële steun. De grootste cijfers werden genoteerd bij frontbladen die voor een streek bestemd waren, zoals Het kanton Haacht onder wapens, Tusschen Brussel en Leuven, Ons Brugge, Ons Limburg, Het Soete Waasland, enz.

Het eerste nummer van Het kanton Haacht, dat verscheen in augustus 1917, werd gedrukt in de drukkerij van het Belgisch Tehuis voor Oorlogsinvaliden in het Normandische badplaatsje Sainte-Adresse,3 vlak bij de havenstad Le Havre, waar zich ook de voorlopige zetel van de Belgische regering bevond. Op de eerste bladzijde linksboven stond als beheerder Jos Casteels, aalmoezenier, D 21, M 75, daarnaast op de rechterzijde de leuze ‘Sta vuist en voet de vane omtrent!’. Casteels schreef het eerste artikel op de voorpagina met als titel ‘Ons Blaadje’. Op de laatste pagina: ‘Nagezien en goedgekeurd door de censuur te Le Havre.’

* Met dank aan Nick Peeters, stafmedewerker VOS-Vlaamse Vredesvereniging.
(1) Schepens L., ‘Frontblaadjes’, Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt: Uitgeverij Lannoo, 1973, 554-555.
(2) Casteels R., ‘Priester en Legeraalmoezenier Petrus Jozef Casteels uit Wespelaar (1884-1969)’, HOGT 7 (1992) 105-108.
(3) Sainte-Adresse is een gemeente in het Franse departement Seine-Maritime (regio Normandië). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Le Havre.

Op het Groot Hoofdkwartier van het leger (4) was een censuurdienst waar de frontbladen vooraf hun artikels moesten voorleggen om toelating tot publicatie te krijgen. Eisen voor zelfbestuur, te scherpe kritiek op het heersende taalregime en de benadrukking van de ‘Vlaamse ziel’ waren de belangrijkste redenen voor censuur, want in de ogen van de legerleiding brachten die drie onderwerpen tweespalt onder de militairen. De latere blaadjes werden gedrukt in de Westhoek, onder andere in Alveringem, Stavele en Veurne.

De Groote Oorlog

Na de moord op 28 juni 1914 op de Oostenrijkse troonopvolger Aartshertog Frans Ferdinand brak 'de Grote Oorlog' uit, die pas veel later de Eerste Wereldoorlog zal genoemd worden. België mobiliseerde zeer beperkt op 29 juli, in eerste instantie alleen om de grenzen te verdedigen. Op 31 juli stuurde Duitsland ultimatums aan Frankrijk en Rusland, waarop België de algemene mobilisatie afkondigde. Tegelijk verklaarde België uitdrukkelijk zijn neutraliteit te willen bewaren. Op 2 augustus nam koning Albert I het bevel van het leger op zich. Diezelfde avond bereikte een Duits ultimatum Brussel. Duitsland vroeg de doortocht van zijn legers door België, zo niet zou het België als een vijand beschouwen. Op 3 augustus verwierp België het ultimatum en op 4 augustus viel het Duitse leger ons land binnen. Maar het Belgisch leger was niet op een oorlog voorbereid.

De oorlogsvrijwilliger Jozef Viskens

Op 29 juli 1881 werd Franciscus Joseph Viskens te Schriek geboren in het gezin van de uit Werchter afkomstige onderwijzer Guilielmus-Ludovicus Viskens (5) en zijn vrouw Joanna Maria Claes uit Schriek. Zijn voornaam werd door zijn ouders vereenvoudigd tot Jozef.

Na de plaatselijke lagere school ging Jozef op internaat in Wallonië in de oude abdij van Malonne in de buurt van de stad Namen, gesticht rond 651 door Sint-Bertuinis, een Angelsaksische monnik. In 1841 werden de abdijgebouwen overgenomen door de Broeders van de Christelijke Scholen. Tot 2001 heeft dit complex een groot internaat gekend, waar veel Vlamingen een tijd hebben doorgebracht. Velen uit de Vlaamse intelligentsia, de politiek en het bestuursleven zijn hier perfect tweetalig geworden.

(4) Horvat S., ‘Wetgevende maatregelen betreffende de staat van oorlog en de staat van beleg in 1916’, De vervolging van militair rechtelijke delicten tijdens Wereldoorlog. I: De werking van het Belgisch krijgsgerecht, Brussel: VUB Press, 2009, 70-71.
(5) Viskens Guilielmus Ludovicus, geboren op 24-05-1840 te Werchter en overleden op 11-05-1902 te Werchter. Gehuwd op 30-09-1874 te Schriek met Claes Joanna Maria, geboren op 29-12-1839 te Schriek en overleden op 17- 03-1894 te Werchter.

Viskens-Jozef-1

Afb. 1. Familie Gustaaf DrijversMaria Alice Viskens, met oom Viskens. (Coll. Jan Van der Elst)
Achterste rij: 1. Louisa Drijvers 2. Jozef Viskens 3. Louis Drijvers
Voorste rij: 4. Prudentia Drijvers 5. Jozef Drijvers 6. Gustaaf Drijvers 7. Frans Drijvers 8. Maria Alice Viskens 9. Alice Drijvers 10. Jan Drijvers


Jozef Viskens studeerde af als regent en werd leraar aan de Rijksmiddelbare school te Gent; jaren later werd hij zelfs bestuurder van deze school. Omdat hij ongehuwd was bracht hij zijn vakanties altijd door in Werchter, waar hij in het gezin verbleef van zijn zus Maria-Alice Viskens en zijn schoonbroer Gustaaf Drijvers. (6) Op 3 augustus 1914, nadat België het ultimatum had verworpen van de doortocht van het Duitse leger naar Frankrijk, meldde Jozef Viskens zich aan als vrijwilliger bij het 1e bataillon de marche van de Karabiniers te Mechelen. Eind september werd hij ingelijfd in het Tweede Karabiniers te Wintham, een gehucht van Hingene dat tot de fusie 1977 een zelfstandige gemeente was.

Vervolgens nam hij deel aan de gevechten te Duffel. Op 27 september 1914 hadden de Duitse kanonnen immers het vuur geopend op de fortengordel tussen Lier en Mechelen, pal op Duffel. Een dagenlange strijd aan de oevers van de Nete kostte het leven aan meer dan 150 Belgische soldaten. Op 6 oktober trokken de Duitsers al plunderend door de straten van de gemeente. Met meer dan 420 zwaar beschadigde huizen was Duffel na Lier de zwaarst getroffen gemeente van de provincie Antwerpen.

Na de gevechten te Duffel vond de grote aftocht naar de IJzer plaats. Daar nam Viskens deel aan de bloedige gevechten van 22 oktober 1914 te Oud-Stuivekenskerke, onder leiding

(6) Gustaaf Gregorius Drijvers, geboren op 16 december 1879 te Werchter, overleden op 20 februari 1942 te Werchter. Gehuwd op 1 december 1906 te Werchter met Maria Alice Viskens, geboren op 27 januari 1877 te Schriek, overleden op 24 december 1939 te Werchter. (Vander Elst J., onuitgeven parenteel Gerard Drijvers).

van kolonel Biebuyck,(7) majoor Lauwens,(8) kapitein-commandant Van Beckhoven,(9) en de luitenants Lefèvre,(10) Labey en Windjes. Dit Belgisch offensief was zeer hevig en resulteerde in ongeveer 1200 doden. Op 15 augustus 1915 werd Jozef Viskens bevorderd tot korporaal. Vier maanden later, op 9 december 1915, werd Viskens wegens ziekte opgenomen in het hospitaal La Bucaille te Cherbourg (11) in Normandië.

JV2

Begin mei 1916 werd hij opgenomen in het Depot te Cherbourg en onbekwaam verklaard voor de velddienst. Op zijn vraag in dezelfde maand mei komt Jozef terecht in het kamp van Auvours (12) om er zich in de artillerie te bekwamen. Auvours, in het departement Sarthe, was een van de grootste opleidingskampen van het Belgische leger. Er was onder meer het Centre d’Instruction d’Anciens Militaires, het Centre d’Instructions des Brancardiers-Infirmiers, en het Centre d’Instruction de Mitrailleurs. Het kamp was ook berucht voor de daar gevestigde strafcompagnie, waarin talrijke Vlamingen terechtkwamen die al dan niet met de Frontbeweging te maken hadden.

In september 1917 liep Jozef Viskens door een hoefslag van een paard een ernstige een splitbreuk aan het linker scheenbeen op, met als gevolg drie maanden in de infirmerie en ten slotte een definitieve inlijving bij het hulpleger. Op 26 december 1918 kreeg hij zijn voorlopig verlof en op 1 februari 1919 kreeg hij zijn definitief ontslag uit het leger. Op 26 maart 1919 richtte hij een schrijven aan de minister van Landsverdediging waarin hij

(7) Biebuyck Aloïs, geboren op 20-06-1860 te Sint-Eloois-Vijve en overleden op 28-01-1944 te Elsene. Hij werd als zeventienjarige korporaal van het Vijfde Linie te Antwerpen. Als ‘elite officier’ werd hij in 1906 bevorderd tot majoor en op 26-06-1914 tot kolonel. Generaal-majoor op 11-06-1915, vleugeladjudant van koning Albert I op 01-08-1915 en luitenant-generaal op 30-03-1916. Hij was de neef van de impressionistische kunstschilder Emile Claus. (http://www.ars-moriendi.be/biebuyck.htm)
(8) Lauwens François, geboren op 09-03-1868 te Brussel. Op 13 januari 1888 werd hij toegewezen aan het Tweede Regiment Jagers te voet, en op 10 oktober 1890 aan het Regiment Karabiniers. Luitenant op 25 juni 1894, kapitein op 25 juni 1902, kapitein-commandant op 26 juni 1906. Majoor op 25-12-1915, luitenant-kolonel op 30-03-1916, kolonel 18-12-1916, generaal-majoor op 26-09-1919, luitenant-generaal op 26 juni 1922. (http://www.laurentii.be/1914WO1a.htm)
(9) Van Beckhoven Léonard François Félicien Marie Louise, geboren op 18-07-1871 te Berchem en overleden op 23- 10-1914 te Stuivekenskerke. www.wardeadregister.be/nl/content/van-beckhoven)
(10) Lefevre Robert Emile Leon, geboren op 22-03-1890 te Marcinelle en overleden op 31-05-1915 te Hoogstade Belgisch veldhospitaal. (www.wardeadregister.be/nl/content/lefevre-44)
(11) Cherbourg is een voormalige gemeente in het noorden van het Normandische schiereiland Cotentin in het departement Manche in de voormalige regio Basse-Normandie in het noordwesten van Frankrijk.
(12) Auvours ligt in het departement Sarthe vlakbij Le Mans in Frankrijk.

verklaarde dat hij van 15 tot 31 oktober 1914 aan het front gestreden had, maar dat tot op die dag ‘aucune réponse ne me fait accordée. Puis je en conclure que ma démarche n’ a pas abouti ou s’agitil d’ un oubli voulu ou non? En second lieu je me permets de vous signaler que sur mon congé définitif aucune mention n’ est faite de ma présence à l’ Yzer’.(13)

Op 29 november 1919 en 19 augustus 1920 richtte hij nog een schrijven aan het algemeen bestuur van Landsverdediging, aangezien hij geen antwoord kreeg van de minister betreffende zijn aanwezigheid aan het front.(14) Dankzij zijn schriftelijk aandringen ontving hij alsnog op 1 april 1920 de medaille van de IJzer en op 28 maart 1923 de Overwinningsmedaille en de Herinneringsmedaille van de oorlog 1914-1918. Jan De Belser (15) schreef in ‘Ons oorlogsdagboek 1914-1919’ een heel verhaal over Jozef Viskens en zijn wedervaren tijdens zijn militair leven:

Het kazerneleven heeft een sombere zijde: ruw- en zedeloosheid, zelfzucht, laag- en onbeschoftheid als daar heersen, kan men zich in het burgerleven niet voorstellen; maar men geraakt er ook aan gewoon. Met een fijnen opmerkingsgeest begaafd drukt hij in enkele woorden, als volgt, zijn oordeel uit over den toestand van het vaderlands leger: Moed en oprechte vaderlandsliefde vindt men veel meer bij de eenvoudige manschappen dan bij vele oversten. Bij vele onderofficieren is onkunde en onbekwaamheid, vreesachtig-, men zou soms zeggen, lafheid waar te nemen: een chef of sergeant o.a. gaf al stotterend van schrik, het bevel tot bereiding van de aanval. De regeling en uitvoering in zake van bevoorrading, laat veel te wensen. Meermaals ging een dag voorbij zonder uitdeling van levensmiddelen, meerdere dagen met een enkele, dikwijls gebrekkige uitdeling van mondbehoeften. Andermaal scheen de schietvoorraad schier uitgeput op het hoogst gewichtig ogenblik. Met de bewapening al even zonderling.

Een vaak verteld verhaal in de familie over Jozef Viskens betreft de Eerste Wereldoorlog toen hij soldaat was aan het IJzerfront. Hoewel het ‘Vlaams’ al een tijd een officiële taal was in België, was Frans in 1914 nog altijd de werktaal van het Belgische leger. Omdat hij in Malonne had gestudeerd beheerste hij de Franse taal goed. Hij heeft een keer aan zijn overste voorgesteld om de bevelen voor de gewone soldaten te vertalen en heeft als antwoord gekregen dat hij nooit meer verder zou promoveren dan korporaal. Een titel die hij zelf niet belangrijk vond, aangezien hij zelf op 20 juni 1917 gevraagd had om gedegradeerd te worden tot gewoon soldaat om samen met zijn makkers gewoon soldaat te zijn, hetgeen een aanvang nam op 31 juli 1917.(16)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtte het gezin Drijvers-Viskens uit Werchter naar het huis van schoonbroer en broer Jozef Viskens te Gent. In Gent kreeg Gustaaf Drijvers van zijn broer Emile het bericht dat de drukkerij en het huis in Werchter, zoals zoveel andere

(13) Viskens J., Brieven aan het Algemeen Bestuur van het ministerie van Landsverdediging. Legerarchief, dossier 8907.
(14) Ibid.
(15) De Belser Joannes Cornelis, geboren op 02-05-1863 te Schriek en overleden op 12-09-1949 te Wiekevorst. Schoolhoofd te Berlaar-Heikant 1882 tot 1927. (Ons oorlogsdagboek 1914-1918, p. 11.)
(16) Viskens J., Feuillet Matricule et de Punitions, 03-11-1918. Legerarchief, dossier 8907.

huizen, in puin lagen door de wraakacties van de Duitsers. De vernieling van hun huis durfde men aan de echtgenote Marie-Alice Viskens niet te vertellen. Jozef Viskens, de broer van Marie-Alice, had veel spijt over het verlies van de gedenkstukken en herinneringen aan zijn ouders zaliger.

‘Waarom we strijden’

Hieronder geven we de originele tekst van Jozef Viskens verschenen in het frontblaadje Het kanton Haacht nr. 2 van 1 oktober 1917, onder de titel ‘Waarom we strijden’:

Zoo dikwijls had ik ernaar getracht om een welgemeend woord van bemoediging te richten tot u, mijn goede vrienden, jongens van Werchter, jongens van het kanton Haacht die strijdt en lijdt in de loopgraven voor land en Vorst. Helaas, de gelegenheid ertoe bood zich niet aan. Doch nu het verschijnen van ons frontblaadje een allergeschikst middel daarstelt om met elkander in voeling te komen, acht ik me gelukkig mijn wensch te kunnen uitvoeren. Niemand van ons in de rampspoedige maand Augustus van 14, dacht dat de oorlog zoo lang zou geduurd hebben; en het stof van de eindelooze weken en maanden, die eengalig (17) kwamen en eengalig gingen, heeft misschien bij eenigen van ons den blik beneveld, zoodat hun niet altijd met de gewenschte helderheid voor oogen staat waarom we strijden. Herinnert u de laaiende geestdrift die op de onvergetelijke Augustusdagen als een ten hemel stijgende vlam over al onze gouwen voortliep en lot in het verste afgelegen gehucht, ook van ons kanton, de gemoederen tot strijdlust aanwakkerde. Toen zagen we klaar, waarom we naar de wapens grepen. Een onmeedoogende gebuur, die beweerde aan de spits der beschaving te staan, was zonder de minste aanleiding van onzentwegen over de linker grens getogen, legde in puin dorpen en steden, vermoordde, plunderde, en onteerde de weerlooze bevolking. Zijn matelooze hoogmoed, hoogtij vierend in den wilden kreet: «Deutschland über alles» wilde de gansche wereld in boeien slaan en ons heerlijk schier ongeëvenaard landeke zou het eerste slachtoffer zijn van zijn hebzucht en grootheidswaanzin. Ons dappere volk schaarde zich als een man rond den troon van onze geliefde Vorsten, waartegen de verpletterende duitsche vloed kwam aanrollen; fier en met een stalen vertrouwen in ons goede recht, voor de vrijheid van het land, voor de bescherming onzer haardsteden, voor de vrijwaring van onzen landaard, onze aloude zeden, het geloof onzer vaderen, stelden we tegenover de vijandelijke drommen den levenden muur onzer van heilige woede kloppende borsten. Onder de overmacht moesten we wijken, maar brachten den roofzieken aanvaller bloedige verliezen toe; van Luik, over Haelen, Haacht, Antwerpen, kwamen we vermoeid en uitgeput op de boorden van den kleinen IJzer, waar we na een laatste, bovenmenschelijke krachtinspanning den Reus deden stand houden en waar hij nu nog de blikken over de puinen van Nieuwpoort, Dixmude en Yperen naar den aanbeden grond, dien de hardvochtige overweldiger in zijn klauwen houdt en waar hij onze duurbare verwanten en vrienden naar lichaam en ziel foltert, maar den geest niet doodkrijgt die zoo bewonderenswaardig over 't gansche land blijft heerschen.

Vergeet niet, beste jongens, dat het nu nog meer dan ooit, gaat om 's lands hoogste belangen: onze geliefden ginds verlossen van het dwang-juk dat loodzwaar op hun schouderen weegt, vrij zijn, zonder de minste belemmering of hindernis over ons eigen lot mogen beschikken.


(17) Gelijkmatig (van het Franse égal).

We willen onder het wijs beleid van onzen heldhaftigen koning, eens het land gezuiverd van den snooden overrompelaar, we willen België weer heropbouwen en het voeren naar een voorspoedige toekomst. We willen daarbij ook in het bevrijde België, ons Vlaanderen naar eigen zede en wezen zien herleven; we willen vakscholen, beroepsscholen waar het onderricht worde gegeven in 't vlaamsch door bekwame leeraren, opgeleid aan de enige voor ons denkbare en aanneembare hoogeschool, we willen dat de klove worde toegehaald tussen de toonaangevende standen en het volk, we willen volledige berechtiging met onze broeders de Walen, we willen met één woord een herboren Vlaanderen in het vrije België. En daarom, trouwe makkers, strijden wij in de onwrikbare hoop dat het kostbare heldenbloed der velen, waarmee de vaderlandsche bodem werd gedrenkt, dat dit heilige pand ons het onvervreemdbaar recht zal schenken op eigen beschaving en grootheid in en door eigen taal. En in dat Vlaanderen, dat we ons groot droomen, in een groot, weergaloos België, zullen wij ervoor zorgen dat het kanton Haacht eene eereplaats inneme.

Daarom, goede vrienden, strijden wij. En al wordt van ons nog veel geduld en offervaardigheid vereischt misschien, met onversaagden moed, met een onwankelbaar betrouwen, volbrenge elk zijnen plicht in de algeheele vrijmaking van ons dierbaar Vaderland.

J. Viskens, (Werchter)


De Vlaming Jozef Viskens

De Vlaamsgezindheid van Jozef Viskens kwam waarschijnlijk door het huwelijk van zus Maria-Alice Viskens met Gustaaf-Gregorius Drijvers uit Werchter. Gustaaf-Gregorius Drijvers was de oudste zoon van Prudentius-Benedictus Drijvers en neef van de bekende sociaal bewogen Vlaams priester Frans Drijvers.(18) Na de oorlog steunde Viskens verschillende Vlaamse initiatieven. In een brief, gedateerd 11 november 1920, gericht aan het Strijdersfonds in Brussel, staat onderaan vermeld dat hij lid was van VOS,(19) de Vlaamse oud-strijdersbond, afdeling Gent. In het dagblad Ons Vaderland van 29 september 1918 staat vermeld dat hij in 1918 geld doneerde ter ondersteuning van het blad. Het dagblad verscheen vanaf 31 december 1914 te Calais, vanaf december 1918 te Gent, en in 1919 te Brussel, waar de publicatie in februari 1922 gestaakt werd. Eind mei was de redactie van het blad in de handen van een aantal flaminganten die later aan het IJzerfront de leiding van de Vlaamse Frontbeweging zouden vormen. Uit de financiële bijdrage blijkt duidelijk zijn sympathie voor het gedachtengoed van het blad.

Op 6 juli 1919 werd in Brussel het ‘Algemeen Vlaamsch Verbond’(20) opgericht, een genootschap van Belgischgezinde flaminganten om hun bedrijvigheid te coördineren naast en over de partijgrenzen heen. Begin 1919 was een voorlopig Vlaamsch Secretariaat

(18) Diser L., Frans Drijvers 1858-1914. Sociaal bewogen Vlaams priester, Leuven: Davidsfonds, 2008.
(19) De idee voor de oprichting van een Vlaamse oud-strijdersbond kwam van Jozef Verduyn. Vermoedelijk begin 1917 werd, samen met de leiding van de Frontbeweging, principieel beslist een oud-strijdersbond op te richten. Het doel was tweevoudig: de stoffelijke belangen van de oud-strijders behartigen en de Vlaamse strijd van de Frontbeweging voortzetten (NEVB [Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging] Online).
(20) Algemeen Vlaamsch Verbond (NEVB Online).

opgericht dat onder leiding stond van Vital Celen,(21) en kwam een Vlaamsch Fonds voor de financiering van de propaganda tot stand. In Het Nieuwsblad van 13 april 1919 staat dat de oud-strijder Jozef Viskens - op dat moment leraar - geld schonk aan het fonds. In het blad Ons Vaderland van 15 september 1921 staat vermeld dat Viskens doneerde aan het propagandafonds voor de eerste IJzerbedevaarten, en in september 1927 schonk hij geld aan het steunfonds voor de bouw van de IJzertoren in Diksmuide. Hij zou de voltooiing van het monument nooit meemaken.

De IJzerbedevaart van 1921

Jozef Viskens nam deel aan de tweede IJzerbedevaart, die plaats vond op 18 september 1921, en die voor een stuk bestond uit de huldiging van de gebroeders Edward en Frans Van Raemdonck(22) aan hun graf in Steenstrate. Na de plechtigheid trok een groot aantal personen met auto’s, fietsen en trams naar het station van Ieper om er een optocht te vormen: ‘De kleurige leeuwenvlaggen wapperen in de bries en overal, in de thans heroplevende puinstad, spaarde de bevolking haar blijken van sympathie aan de betogers niet.’ De manifestanten trokken naar een vergadering in de Victoriazaal, op korte afstand van de Menenpoort. Daar werden voordrachten gehouden en Vlaamse liederen gezongen. Na afloop begaven de bedevaarders zich stoetsgewijs, Vlaamse strijdliederen zingend, naar het station.(23)

Jozef Viskens gaf achteraf ruchtbaarheid aan zijn aanwezigheid op de IJzerbedevaart van 1921 door later die maand een brief te schrijven aan een aantal Belgische bladen. De tekst van zijn schrijven werd integraal opgenomen in Het Laatste Nieuws van 29 september 1921. Voorafgaand was op de voorpagina van Ons Vaderland van 25 september volgende oproep verschenen:

   Het incident van Ieper - De student, wiens optreden voor het hotel Excelsior j.l. zondag het zoo druk besproken incident in leven riep, gelieve zoo dra mogelijk zijn naam en adres op te geven aan J. Viskens, leraar met verlof, Werchter.

Was de optocht door Ieper minder vlot verlopen dan het in de pers werd voorgesteld?

(21) Celen Vital, geboren op 9 februari 1887 te Hulshout en overleden op 8 september 1956 te Antwerpen. Stamde uit een burgemeestersfamilie. Celen studeerde aan het college te Aarschot, promoveerde in 1913 in Leuven tot doctor in de Germaanse filologie en was nadien leraar in Doornik, Brussel en te Antwerpen. Van 1938 af doceerde hij Nederlandse letterkunde aan de Koloniale Hogeschool te Antwerpen (NEVB Online).
(22) Van Raemdonck Edward (Temse, 8 oktober 1895 – Steenstrate, 26 maart 1917) en Frans Van Raemdonck (Temse, 24 januari 1897 – Steenstrate, 26 maart 1917) waren broers die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden bij een nachtaanval op het Stampkot te Steenstrate. Zij waren toen allebei sergeant van de Zesde Compagnie van het 24ste Linieregiment. Hun dood maakte hen in Vlaanderen tot een symbool van broederliefde. Het stoffelijk overschot van deze twee militairen werd na de oorlog herbegraven in de crypte van de IJzertoren. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebroeders_Van_Raemdonck)
(23) ‘Tweede Gedenkdag aan den IJzer’, Het Laatste Nieuws, 19-09-1921, p. 3.

Viskens’ gepubliceerde brief handelde over hoe bepaalde kranten voortdurend hun lezers - al dan niet verzonnen - incidenten voorschotelden met als enige bedoeling de Vlaamsgezinden in België in opspraak te brengen. Berichtgeving over dergelijke voorvallen had volgens hem zeer nadelige gevolgen voor de goede naam van het hele land. Ter illustratie verwees hij naar een incident dat in Ieper zou hebben plaatsgehad, waarbij Vlaamse betogers de Franse vlag zouden hebben beledigd. Hoewel deze bewering achteraf door verschillende getuigen als een leugen werd afgedaan, bleven bepaalde bladen volhouden dat dit wel degelijk was gebeurd. Viskens was zelf aanwezig op de betoging in Ieper en schreef aan één van die Belgicistische bladen het volgende:(24)

JV3

Mijnheer de Bestuurder, Voor de derde maal schrijft gij over het incident te Ieper en op het woord van een ‘ooggetuige’ (?) behoudt gij het eerste verslag. De terechtwijzing in ‘La Libre Belgique’ verschenen, zoals gij dat schijnt te geloven, is niet herkomstig uit de martelaarsstad en de beweegredenen die, volgens U, den brief in kwestie, hebben beheerst, hebben niets te maken met de al of niet gewettigde vrees van inwoners van Ieper van in opspraak gebracht te worden in ’t buitenland. De enige bezorgdheid, die me daartoe dreef - want schrijver van dit artikel is eveneens schrijver dezes - is enkel de zaken tot hun onbevooroordeelde werkelijkheid terug te brengen en te beletten, dat onze goede naam zou in ’t gedrang komen door de verbeeldingskracht van een briefwisselaar, die van schandalen houdt. Ik bevestig dus opnieuw de getrouwheid van mijn verhaal en ben bereid onder eed te verklaren, dat het Frans vaandel er voor niets in betrokken was. Zou men het getuigenis van den h. Colaert,(25) burgemeester van Ieper, die ik onmiddellijk na het incident ter plaatse zag, niet kunnen inroepen? Ik weet niet of de geachte magistraat het verloop van het relletje, dat slechts enkele oogenblikken duurde, van binnen het koffiehuis ‘Excelsior’ heeft gezien: zoo ja, dan vrees ik niet weerlegd te worden over een enkel punt van mijn getuigenis. Wat denkt gij over de aanstelling van een onpartijdige jury, die, na mijn weerlegger en mij gehoord te hebben en daarbij een gelijk aantal getuigen voor en tegen (waarvan de bevoegdheid vooraf zou onderzocht zijn geworden), een verslag zou opstellen,

(24) ‘Stichters van verwarring’, Het Laatste Nieuws, 29-09-1921, p. 3.
(25) Colaert René (1848-1927), doctor in de rechten, Iepers gemeenteraadslid 1887, schepen 1891-1899, burgemeester vanaf 1900; volksvertegenwoordiger 1884-1926. (https://nl.wikipedia.org/wiki/René_Colaert)

waaraan de twee partijen zich zouden onderwerpen, zonder recht op beroep vanwege deze partijen die voor een dokument zouden staan dat bepaald het betwiste feit zou uitmaken en er de volledige echtheid van zou waarborgen? Hopende, heer Bestuurder, dat gij geen poging zult laten voorbijgaan om licht in dit incident bij te zetten en dat deze brief een welwillend onthaal zal genieten in uw volgend nummer, bied ik U de verzekering mijner hoogachting.

J. Viskens,
Leeraar, oud-strijder, oorlogsvrijwilliger.

In december 1922 schonk Viskens geld ter sponsoring van het sinterklaas- en kerstfeest voor Vlaamse kinderen in Brussel. Ook in november 1928 staat de man genoteerd als schenker aan hetzelfde initiatief.(26)

Verdediger van het Nederlands in het middelbaar onderwijs

Viskens’ inzet voor de Vlaamse beweging bestond uit meer dan het bieden van financiële steun uit sympathie of het in bescherming nemen van eventueel onstuimige jongeren. De man bekommerde zich daarnaast als flamingant immers ook om de Nederlandse taal in het middelbaar onderwijs. Dit blijkt onder andere uit de in 1924 door hem geschreven brochure Het Nederlandsch in de officieele scholen voor middelbaar onderwijs. In februari berichtte de gematigd Vlaamsgezinde en katholieke krant De Standaard over zijn benoeming tot dienstdoend bestuurder aan de middelbare school van Gent. In het Vlaams-nationalistische blad De Schelde van 1 augustus 1925 staat over deze brochure geschreven:(27)

Hij die meent dat er enkel in administratie met de taalwet geknoeid wordt, leze eens de gedocumenteerde brochure van den Hr. Viskens. Men staat eenvoudig verbaasd hoe menschen die zich opvoeders durven noemen, zoo schandelijk de volksziel durven verkrachten. Proeven tot algeheele vervlaamsching van het M.O. worden tegengewerkt. Wijl aan kortzichtige ouders een handje toegestoken wordt om hun kinderen van het voorgeschreven onderwijs af te houden. Niemand die belang stelt in onzen taalstrijd mag nalaten zich deze brochure aan te schaffen. Onzen besten dank aan schr[ijver] voor zijn durf.

Dat niet alleen de nationalisten van De Schelde zich positief uitlieten over de brochure blijkt onder meer uit een beknopte boekbespreking die een paar maanden eerder in De Standaard verscheen:

Een om- en bijwerking van schrijvers diepinslaande voordracht, gehouden op de algemeene vergadering van O.M.O [Ons Middelbaar Onderwijs] te Tienen in 1924. (…) Deze brochuur schreeuwt het uit aan al wie hooren wil, dat de tweetaligheid in het onderwijs (lager, middelbaar, hooger), erge en ergerende wantoestanden schept. (…) Een gezond betoog, zeer objectief, dat ten slotte verwijst naar gezaghebbende citaties die pleiten voor

(26) ‘Voor ’t Sinterklaas- en Kerstfeest der Vlaamsche kinderen’, Het Laatste Nieuws, 06-12-1922, p. 7; Het Laatste Nieuws, 03-11-1928, p. 2.
(27) ‘Benoemingen in het OMO’, De Standaard, 06-02-1925, p. 2; ‘Opvoedkunde en Onderwijs’, De Schelde, 01-08-1925, p. 2.

de vervlaamsching (…) Een sterk pleidooi voor het onderwijsprincipe: moedertaal-voertaal.(28)

Op zaterdag 19 september 1925 sprak Viskens op een pedagogisch congres van Ons Middelbaar Onderwijs (O.M.O.), het maandblad van de in september 1920 opgerichte ‘Vlaamsche Leeraarschbond’ van het officieel middelbaar onderwijs. De bond ijverde ervoor om van de moedertaal (het Nederlands) de voertaal te maken in het middelbaar onderwijs en kon hiervoor rekenen op onder andere de actieve medewerking van Viskens.(29) Op het congres sprak hij over het doel van het middelbaar onderwijs in Vlaanderen. Het moest ‘de harmonische ontwikkeling betrachten van de gevoels- en verstandsgaven van het individu. De wil moet gevormd worden in de richting van het goede. Men doet nu te veel aan utilitarisme. In de Vlaamsche gewesten wordt het doelmatig tegengewerkt door achteruitstelling van de moedertaal.’ Over de inhoud van Viskens’ redevoering schreef Het Laatste Nieuws verder nog:

Met vreugde heeft men vernomen dat de nieuwe minister [de socialistische flamingant Camille Huysmans] eenige

JV4

scholen van middelbaar onderwijs wil vervlaamschen. Dat deze proef moge slagen en in enkele jaren het middelbaar onderwijs Vlaamsch zij, naar eigen landaard, eigen leven en streven. (…) Spreker handelde dan over de vorming der leerlingen en beschouwde het middelbaar, het hooger onderwijs en de specialisatie. Hij had een open blik voor de gebreken der jeugd: materialisme, overdreven sportijver, al weet de heer Viskens ook dat een groot deel onzer jeugd idealistisch is.

In het middelbaar onderwijs was op dat moment het gebruik van de Nederlandse taal voor het laatst geregeld bij Koninklijk Besluit van 20 september 1924. In de middelbare scholen was het onderricht in het Nederlands uitgebreid, maar in feite bleef het Frans er nog steeds behouden als eerste taal. Toen Camille Huysmans(30) minister van onderwijs werd, maakte hij een einde aan deze toestand. Bij ministeriële circulaire van 26 februari 1926 werd voor de eerste keer het principe ‘moedertaal-voertaal’ toegepast op het middelbaar onderwijs.(31)

(28) Boekbesprekingen’, De Standaard, 26-05-1925, p. 5.
(29) ‘Stadnieuws’, De Schelde, 17-09-1925 p. 6; ‘Het pedagogisch Kongres te Antwerpen’, Het Laatste Nieuws, 21-09-1925, p. 3; ‘Vlaamsche Leeraarsbond van het officieel middelbaar onderwijs’, NEVB Online.
(30) Huysmans Camille, geboren op 26 mei 1871 te Bilzen en overleden op 25 februari 1968 te Antwerpen, Belgisch journalist, socialistisch politicus voor Belgische Werkliedenpartij/Belgische Socialistische Partij. Volks-vertegenwoordiger, gemeenteraadslid te Antwerpen, burgemeester van Antwerpen, minister, eerste minister, voorzitter van de Kamer.
(31) Elias H.J., 25 jaar Vlaamse Beweging, Antwerpen, 1969, 105.

Twee jaar voor het overlijden van Viskens was hij als bestuurder aanwezig op de feestelijke viering aangaande het vijfenzeventigjarig bestaan van de Rijksmiddelbare school in Gent. Op 28 mei 1927, om acht uur in de avond, werd een feestmaal aangeboden voor bestuurders, leraars, oud-leraars en oud-leerlingen van de school. De eretafel werd voorgezeten door dhr. Van Es, voorzitter van de Oud-Leerlingenbond van de Rijksmiddelbare school. Naast hem waren onder andere gezeten: dhr. Maurice Lippens,(32) eregouverneur van Congo, burgemeester Van der Stegen,(33) schepen Desaegher(34) én Jozef Viskens. Tijdens het nagerecht werden redevoeringen gehouden en ook Viskens nam het woord. De volgende dag - zondag 29 mei 1927 - mocht hij tijdens een feestzitting op de middelbare school een gedenkplaat in ontvangst nemen als hulde aan de tweeëndertig tijdens de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde leerlingen van de school. Kort daarna verzekerde hij de aanwezigen van zijn toewijding en die van het hele lerarenkorps voor de toekomst.(35)

In conflict met de franskiljons uit Gent

Viskens werd doorheen zijn carrière echter ook geconfronteerd met minder aangename situaties. Zo organiseerden de Gentse franskiljons in mei 1928 een referendum voor de ouders, opdat zij voor hun kinderen in de Rijksmiddelbare jongensschool voor het Waalse, Franstalige stelsel zouden kiezen. In juli van dat jaar traden ze opnieuw op door onder andere een brief te sturen met twee bijgevoegde formulieren. Eén daarvan was bestemd voor Viskens, wat erop wees dat de franskiljons hem niet vertrouwden en zijn gezag probeerden te ondermijnen. Het Laatste Nieuws was echter kritisch voor de organisatoren van de petitie:

… indien zij zich inbeelden, dat zij door dergelijke middelen afbreuk kunnen doen aan de wet Franck-Segers, die het Vlaamsch regiem voorschrijft voor de kinderen van Vlaamsche ouders, dan zullen zij van een kale reis thuis komen (…) zij steunen slechts op misleiding en drogredenen ingegeven door afkeer voor de volkstaal.(36)

Overlijden

Een dag na het overlijden van Jozef Viskens schreef Het Laatste Nieuws: ‘Wij vernemen het overlijden van den h. Jozef Viskens, bestuurder der Rijksmiddelbare school te Gent. De

(32) Maurice Auguste Eugène Charles Marie Ghislain graaf Lippens, geboren op 21 augustus 1875 te Gent en overleden op 12 juli 1956 te Elsene, was een Belgisch liberaal politicus en voormalig gouverneur-generaal van Belgisch Congo. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Maurice_August_Lippens)
(33) Alfred Théodore Marie Van der Stegen, geboren op 21-01-1869 te Gent en overleden op 07-01-1959 te Gent. Liberaal politicus, gemeenteraadslid 1907, burgemeester 1921-1946, senator 1936-1946. (https:// gentdekuip.com/vander-stegen-alfred-theodore-marie)
(34) Rodolphe Marie Auguste Desaegher, geboren op 28 oktober 1871 te Gavere – overleden op 25 februari 1941 te Gent. Doctor in de Rechten. Liberaal politicus. Gemeenteraadslid 1917, schepen 1921-1927, provincieraadslid 1904-1925, volksvertegenwoordiger 1925-1929. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Rodolphe_Desaegher)
(35) ‘In de Rijksmiddelbare School te Gent’, Het Laatste Nieuws, 30-05-1927, p. 3.
(36) ‘Misleidend werk te Gent’, Het Laatste Nieuws, 14-07-1928, p. 2.

geachte bestuurder, een overtuigd Vlaamschgezinde, was 48 jaar oud en zeer geëerd door het leeraarkorps. (…) Ten teeken van rouw is de school gesloten tot Maandag a.s.’(37) Het overlijdensbericht luidde als volgt:

Op woensdag 26 juni 1929 overleed te Werchter, voorzien van de HH. Sakramenten der stervenden: De heer Jozef Viskens. Bestuurder van de Staatsmiddelbare School te Gent. De lijkplechtigheden, gevolgd van de begrafenis zullen op zaterdag, 29 juni a.s., te 11 uur, plaats hebben te Werchter. Vrienden en kennissen, die door vergetelheid geen doodsbericht ontvingen gelieve dit als zoodanig te beschouwen.(38)

(37) ‘Schoolbestuurder Viskens overleden’, Het Laatste Nieuws, 27-06-1929, p. 3.
(38) Het Laatste Nieuws, 28-06-1929, p. 4.

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Schriek-Grootlo en Grasheide

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Vragenlijst en Stofindeeling.

1.- Bestuurlijke ligging. (Provincie, arrondissement, kanton, gemeente; dekenij).
Natuurlijke ligging der parochie voor zooveel deze ligging van aard is sommige feiten beter in 't licht te stellen. (Ligging belangrijk onder krijgsoogpunt op eene rivier, eene hoogte, nabij eene versterking, enz).

2.- Maatregelen bij den inval getroffen door de Belgische burgerlijke en krijgsoverheid en door de geestelijkheid. (Ontruiming door de bevolking, in veiligheid brengen van kunstschatten en kerkelijke voorwerpen; - vernietiging, door de oorlogsleiding, van beplantingen, huizen, kerktorens; - schade daarbij aan het kerkfabriek of aan godsdienstige stichtingen toegebracht).

3.- Houding der krijgsoverheid. - Gesteltenis der soldaten. - De vrijwillige dienstneming.

4.- Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste dagen van den oorlog. - Eenige feiten in 't bijzonder: kerkelijke diensten, 't bijwonen der Heilige Mis, 't naderen tot de Sacramenten.

5.- De inval van den vijand. - Gevechten op het grondgebied der parochie. - Schade gedaan aan de gebouwen, in 't bijzonder aan kerken, kloosters, pastorijen, scholen, en lokalen dienstig voor de werken. Korte opgave der huizen, in hun geheel of ten deele vernietigd.

6.- Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting: plunderingen, brandstichtingen, moordtooneelen. (Uitvoerige aanteekening nopens de slachtoffers). - De vernietigde gebouwen. - Belangrijkheid der schade, - Opgave der kunstschatten, vernietigd of gestolen en van deze welke in veiligheid werden gesteld (l).

7.- De dagen die op den inval volgden: belastingen, gijzelaars, enz. - Houding van het Duitsche gezag ten opzichte der plaatselijke overheid, der geestelijken en van den eeredienst.

8.- Latere gewelddaden. Inkwartiering, Inbeslagnemingen.

9.- De bezettingsjaren:
a)De kerk. (Herstellings- of hermakingswerken - tijdelijke kerken). De kerkbemeubeling. (Nieuwe aanwinsten, herstellingen). - De klooster- en andere kapellen op het gebied der parochie.
b)De goddelijke diensten. (Hernemen van den dienst na den inval). - Gebruik der kerk of der kapellen op de parochie door den Duitschen, katholieken of protestantschen, aalmoezeniersdienst.
c)De vrijheid van den eeredienst zoo binnen als buiten de kerk. (Lezing der bisschoppelijke brieven, sermonen; - processien, openbare berechtingen, bedevaarten, kerkelijke stoeten).
d)Het bijwonen der diensten en het naderen tot de Sacramenten gedurende de bezettingsjaren. (Plechtige communie der kinderen, vergelijkende tafels 1913-1918). - Buitengewone diensten. -De openbare zedelijkheid.
e)De toestand der vrije scholen. (Opgelegd programma, voertaal, gewoon en buitengewoon schooltoezicht, - uitkeering der schooltoelagen, - het onderwijzend personeel).
f)De patronaten, - werken voor schoolgaanden en werken voor de jeugd, - werken voor volwassenen. (Beperking der vergaderingen door de bezettende macht; - andere oorzaken van ontwrichting). - De liefdadigheidswerken.
g)Het onvoeren der werklieden. (Treffende feiten; - namen der werklieden in Duitschland overleden of later in België door ontbering omgekomen; - overzichtstafels).
h) Ondersteuningswerken. (Aard, bestuur, bijzonder doel, uitslagen). Overzichtstafels. Toestand van werk en nijverheid, armoede.
i) Gerechterlijke vervolgingen. (Namen der beschuldigden, grieven, gerechtsleiding, uitslag van het proces). De politieke gevangenen in Duitschland of in de gevangenis in België gestorven. Eene uitgebreide aanteekening zal aan de terechtgestelden gewijd worden. Oorlogsbelastingen, boeten, uitbuiting der bevolking.

10.- Naam, voornaam en dienststaat der parochiëele geestelijken en ook der andere, zoowel wereldlijke als kloosterlingen, in de parochie gevestigd, met inbegrip der leden der Congregatiën van Broeders, bij de voorvallen betrokken of die tot het leger hebben behoord, als soldaat, ziekenverzorger of aalmoezenier. Hun dienststaat in 't leger.
Korte overzichtstafel der parochianen onder de wapens geroepen of die vrijwillig hebben dienst genomen. - Getal en namen der gesneuvelden in den oorlog, der verminkten, en der soldaten in Duitschland of in Holland gestorven, der krijgsgevangen, der soldaten die zich in den oorlog onderscheidden. Vergelijkende tafel der geboorten en sterfgevallen bij de burgerlijke bevolking van 1913 tot 1918.

11.- Huiszoekingen in kerken of kloosters. - De opname of in beslagneming der klokken.

12.- Feiten van verscheiden aard. De grensversperring, - de aanwervingsdienst over den draad. -Daden van vaderlandsliefde of offervaardigheid. - Plichtverzakingen. - Vaderlandsche betoogingen.

13.- De ontruiming. - Houding der vijandelijke legers. - Voorvallen en misdaden.

14.- De bevrijding. - Intrede der Belgische of verbondene legers. - Godsdienstige plechtigheden. - Terugkeer der gevangenen en uitwijkelingen. - Gedenktekens.

(1) Het blijft verstaan dat de EE. HH. Pastoors, die in 1915 Ons een verslag deden toekomen over de gruwelen door de invallende legers begaan, er mogen bij blijven naar dit verslag te verwijzen, voor zooveel, tenminste, zij er niet aan houden sommige deelen aan te vullen of te wijzig

Schriek (Heist-op-den-Berg), Parochie van Sint-Jan-Baptist

Parochiaal verslag

Transcriptie René Lambrechts

 

Parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck

De parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck is gelegen in het zuiden der provincie Antwerpen, op de grens der provincie Brabant.

Vele maatregelen zijn er niet genomen tegen den inval der Duitschers, daar er geene kunstvoorwerpen bestonden, en ook daar de parochie nevens den weg lag, dien de Duitschers volgden om naar Frankrijk te rukken. Wel eenige Duitsche verkenners hebben zich in de parochie vertoond van het midden der maand Augustus 1914, doch die hebben geen kwaad verricht.

Onze gemeente had 90 manschappen in het belgisch leger en 11 vrijwilligers.

Onze belgische soldaten hebben van het begin af veel in onze parochie vertoefd. De overheid was zeer goed alsook de manschappen. Dagelijks waren zij te huis op de pastorij.

Ons volk was zeer rustig; doch vele uitwijkelingen van den omtrek: Wijgmaal, Rotselaer, Tremeloo, kwamen dagelijks onderkomen zoeken in het dorp.

In het begin was ons volk zeer godsdienstig en woonde met iever de goddelijke diensten bij; men naderde veel tot de H.H. Sacramenten; men deed openbare oefeningen van godsvruchtigheid die druk wierden bijgewoond én door de parochianen én door de vluchtelingen.

Op 28 Augustus staken de Duitschers het dorp Tremeloo in brand, ¾ uren van ons. Ook kwamen er dien dag Duitsche verkenners in 't dorp, en maakten 11 burgers gevangen die zij naar Duitschland voerden.

In het begin van September kwam ons leger om de Duitschers in de zijde aan te vallen, langs de streken van Leuven. Alsdan hebben er 900 soldaten in onze kerk vernacht en des anderen daags hebben er 34 priesters: almoezeniers en zieken verplegers, de H. Mis opgedragen.

De belgische soldaten op de vlucht gedreven, kwamen langs ons dorp terug, en alsdan zijn de honderde vluchtelingen die hier verbleven, alsook een groot deel er parochianen weggevlucht. De Duitschers hebben hunne achtervolging gestaakt op een ½ uur van hier.

Op Zaterdag 26 September 1914, waren de Duitschers rond ons dorp geschaard, om hunnen optocht naar Antwerpen te beginnen. Nu lag onze parochie midden in hunnen weg. Op Zondag 27 Oogst (september?) heb ik mijn dienst gedaan in de kerk, doch rond 8 uren kwamen de eerste Duitschers het dorp ingereden, en bijna gansch de parochie is op de vlucht gegaan. Het verslag daarover heb ik ingezonden in ‘t jaar 1915.

In het jaar 1915, heb ik de schade opgenomen, geleden door de familiën der parochie. De bewijzen rusten in de ?? commissie te Antwerpen. Ze beloopt 27.700 fr. Veel heeft onze parochie niet te verduren gehad van de Duitsche bezetting: van tijd tot tijd eene Duitsche bezetting van 10 of 12 soldaten, en eenige straffen voor de gemeente.

Op het einde van September en begin October zijn de goddelijke diensten 14 dagen onderbroken geweest. Ik heb altijd de diensten gedaan onder de bezetting zooals vroeger, behalve in 1918, dat de Duitschers mij zijn komen verwittigen dat ik geene processiën meer mocht doen, zonder bijzondere aanvraag. De bisschoppelijke brieven heb ik altijd ontvangen en ook afgelezen. Eens zijn de Duitschers mij komen verbieden, doch hij was reeds afgelezen. Berechtingen heb ik altijd gedaan, zelfe in 't bijzijn der Duitschers en nooit is mij eene opmerking gemaakt.

Het bijwonen der goddelijke diensten is stillekens aan verminderd, en de geest van godsdienstigheid neemt steeds af. De buitengewone diensten, zooals de wekelijksche mis voor de gesneuvelden, wierd goed bijgewoond, maar is ook niet meer goed bijgewoond. De zedelijkheid laat veel te wenschen.

In het begin 1917, bij het ontvoeren der werklieden, was er eene ware paniek onder ons volk. Onmogelijk alles te beschrijven, doch Pater Stanislas der Minderbroeders te Mechelen heeft dit alles breedvoerig beschreven.

Van een honderdtal die naar de laatste vergadering moesten gaan te Heyst op den Berg, zijn er maar een vijftiental gegaan: deze zijn door de Duitschers ingescheept en naar Duitschland gevoerd. Doch allen zijn gelukkiglijk gaaf en gezond wedergekeerd.

De anderen die niet gegaan waren, hebben zich verscholen. Eenigen zijn aangehouden, en bij allen was de eerste vraag der Duitschers: "heeft uw pastoor u niet aangezet om naar de vergadering niet te gaan?" Gelukkiglijk, niet één heeft mij verraden. Dan is hunne woede gevallen op de gemeenteoverheid, en de burgemeester 80 jaren oud, en twee schepenen, waarvan één 68 jaren, zijn naar het gevang of liever als gevangenen in het militair hospitaal opgesloten geweest van 10 Januari tot 17 Januari (1918). Daar heb ik ze doen verzorgen door mijne zuster die te Mechelen woont.

Politieke gevangenen hebben we niet gehad. De gemeente is in boet geslagen voor 5.150 marken, waaronder eene boet van 1.000 marken, voor het afsnijden van een telegraafdraad, die volgens het algemeen gevoelen door de Duitschers zelfs is afgesneden geweest. Verschillige burgers zijn in boet geslagen: alles te zamen voor 7.836 marken.

Van al onze soldaten zijn er maar 6 gesneuveld.

In onze kerk is er niet eene enkele huiszoeking gedaan: wel de opname der klokken en van 't orgel doch zonder gevolg.

Voor onze bevolking heb ik altijd van 't begin van den oorlog af, met behulp van onzen geneesheer Fl. Vermijlen, de briefwisseling gedaan tusschen de soldaten van 't front en hunne ouders.

De ontruiming is goed verloopen. Niets bijzonders is er gebeurd op hunnen doortocht. Twee nachten heb ik duitsche officieren op de pastorij moeten ontvangen, doch ze zijn zeer voorkomend geweest.

In de kerk hebben we een "Te Deum" van dankzegging gezongen, en een eerelijst met den naam der gesneuvelden is in de kerk opgehangen. Eerstdaags zingen we een plechtige uitvaart voor onze zes gesneuvelden, en de gemeenteoverheid en de burgers worden allen uitgenoodigd.

Onder den oorlog zijn de goddelijke diensten geschied zooals vroeger. Op de Plechtige Communie der kinderen ontbrak er nooit één.

Ziehier de tafel der geboorten en sterfgevallen van 't jaar 1913 tot 1918:

jaar

geboorten

overlljdens

1913

66

31

1914

58

36

1915

58

19

1916

58

48

1917

45

57

1918

43

39

Schrieck, 1 april 1919

Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

Document 2

Het aantal der binnengeroepen soldaten was 90, en het getal vrijwilligers 11.

 

jaar

pi. comm.

1913

32.911

49

1914

33.105

52

1915

32.874

55

1916

31.927

33

1917

32.675

55

1918

33.206

45

Schrieck, 7 Mei 1919

Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

Schriek-(Grootlo) (Heist-op-den-Berg), Parochie van de Heilige Naam Jezus

Parochiaal verslag

Transcriptie René Lambrechts

Parochie Den Soeten Naem Jesus te Grootloo

1. Parochie van Grootloo, gemeente Schrieck, Kanton Heyst op den Berg provincie Antwerpen. De parochie strekt zich ook uit op een gedeelte der gemeenten Tremeloo en Keerbergen, provincie Brabant. Door beslissing van Zijne Hoogwaardigheid den Aartsbisschop van Mechelen van 25 October 1906, werd dit laatste gedeelte aan de parochie toegekend.

2. Bij het begin der vijandelijkheden werden de registers en de kostbaarste heilige vaten in veiligheid gebracht.

4. Gedurende de eerste weken van den oorlog had het volk een groot betrouwen gesteld op het H.Hart. Het getal communiën vermeerderde merkelijk, de kerkelijke diensten werden druk bijgewoond; ’t was eenieders overtuiging dat deze streek ging gespaard blijven.

5. In den voormiddag van 19 Oogst vertoonen zich de eerste uhlanen. Het vijandelijk leger bezet het zuidelijk deel der parochie.

Op 21 Oogst wordt de parochie door enige Duitschers bezet die van hier dagelijks op verkenning uitgaan in de richting van Lier. Niemand wordt lastig gevallen.

Den 25 Oogst trekt de bezetting terug vervolgd door eene afdeeling belgische ruiterij en cyclisten. In Werchter en Haecht wordt er gevochten tot 's anderdaags in den namiddag. De Belgen worden teruggeslagen en tot hier door den vijand vervolgd.

Twee jongelingen werden door den vijand aangehouden, zij zouden onmiddelijk gefusilleerd worden. Op enige meters afstand van de soldaten geplaatst met de armen opgeheven wachtten zij het vonnis af. De 1e Henri Collaer werd op den slag dood, de 2e Karel Moris onderwijzer te Langdorp werd niet getroffen en vluchtte weg.

Op 28 Oogst terwijl gansch het dorp Tremelo in brand staat worden ook vijf huizen der parochie in brand gestoken. Ondertusschen worden talrijke huizen op den grooten weg van Tremeloo naar Heyst op den Berg leeggeplunderd. De bevolking is bijna totaal op de vlucht gegaan; de weinige mannen en vrouwen die hunne huizen niet verlaten hebben worden aangehouden en moeten het leger vergezellen. Tegen den avond worden eenigen losgelaten, anderen opgesloten in de kerk van Werchter, weinigen worden ’s anderendaags meegevoerd tot Saventhem en daar losgelaten. Eenige burgers die gevlucht waren naar den kant van Heyst op den Berg, werden daar denzelfden dag gevangen genomen opgesloten in de kerk van Aerschot en later naar Duitschland vervoerd.

 Op 29 Oogst blijven slechts kleine wachten Duitschers op de oevers van Demer en Dijle. Dagelijks worden hier schoten gewisseld tusschen Duitsche en Belgische patrouilles.

Op 3 september wordt in de nabijheid gevochten tusschen sterke patrouilles Duitschers en Belgische carabiniers.

Op 5 September wordt volgens bevel der Belgische overheid, het rundvee binnen den fortengordel van Antwerpen gebracht. Door dien maatregel wordt de bevolking ten zeerste getroffen. Het vee kwijnt weg omdat er noch stalling noch voeder voorhanden is.

Op 6 September worden de oudste en jongste burgers die te Aerschot opgesloten zitten vrijgelaten. Op 7 September botsing tusschen sterke patrouilles in de nabijheid van de parochie.

Van 9 September 's morgens tot 13 September 's avonds wordt de parochie door de Belgen bezet, en intusschen wordt er gestreden in de richting van Leuven en Mechelen. Toen op 13 7ber de kerk van Haecht en op 15 7ber de kerk van Werchter waren afgebrand, bleef de bevolking niet meer kalm, velen gingen op de vlucht en de diensten in de kerk hielden op. De parochie blijft tusschen de twee vijandelijke kampen tot op 26 7ber wanneer de Duitschers beginnen op te trekken tegen Antwerpen. Op dien dag werd eene vrouw der parochie Petronella Goris door eenen Duitschen soldaat neergeschoten toen zij over den steenweg wilde stappen.

Op 28 September werden nog twee inwoners der parochie die buiten hunne woning aangetroffen werden gevangen genomen en naar Duitschland vervoerd.

9. Tijdens den doortocht van het leger bleef de kerk gespaard. Ook werd er door de bezettende macht iets gedaan, om de vrijheid van den eeredienst te belemmeren. Nochtans om niet gedwongen te zijn de toelating der bezetting te vragen, werden de processiën buiten de kerk geschorst.

Gedurende de bezettingsjaren verminderde het bijwonen der goddelijke diensten en het getal communien. Velen hielden zich met smokkelhandel bezig ook op de Zondagen. ’t Verminderen van de communiën tijdens de week was meest toe te schrijven aan ’t vervroegen der officieele uur.

De plechtige communie der kinderen had plaats gelijk voor den oorlog, geen enkel kind ontbrak.

In 1913

getal kinderen  21

In 1914

getal kinderen  19

In 1915

getal kinderen  15

In 1916

getal kinderen  16

In 1917

getal kinderen  33

In 1918

getal kinderen  21

 

Werklieden werden ontvoerd: vier te Aerschot den 23 November 1915, drie te Heyst op den Berg den 6 Januari 1916, van deze drij laatsten waren twee in ’t geheel geen werkeloozen. Allen kwamen welbehouden terug, alhoewel zij veel hadden geleden. Geen enkele had een kontrakt geteekend. Zes anderen hebben zich niet willen aanbieden. Zij hebben zich verscholen gehouden totdat de bezetting verklaarde dat zij niet meer zouden ontvoerd worden. Toch werden zij veroordeeld tot eene boete van 40 mark omdat hun eenzelvigheidsbewijs niet was afgestempeld. Langen tijd heeft de bezetting nog onderzocht of deze laatste jongelingen niet weggevlucht waren op aanraden der geestelijken.

10. Van de parochie werden 20 jongelingen onder de wapens geroepen en drij hebben vrijwillig dienst genomen in ‘t leger. Een enkele is gesneuveld te Haecht den 12 September 1914.

11. Geene huiszoeking had plaats in de kerk, tenzij bij den doortocht van ’t leger in 1914, en voor de opname der klokken.

1913

overlijdens 11

geboorten 44

1914

overlijdens 20

geboorten 39

1915

overlijdens 11

geboorten 36

1916

overlijdens 13

geboorten 24

1917

overlijdens 21

geboorten 21

1918

overlijdens 13

geboorten 24

 

De ontruiming verliep rustig. Een verongelukte Duitsche soldaat werd op ’t kerkhof begraven. Al de gevangenen en uitwijkelingen zijn in hunne haardsteden teruggekeerd.

Schriek Grootloo 6 April 1919

F Vermeerberge pastoor

F. Storms P. Claes leden van den Fabriekraad der Kerk

 

 

 

Gesneuvelden of overleden aan de gevolgen van mosterdgas

August Van Calsteren, zoon van Frans en van Antoinette Van den Broeck, is gesneuveld te Haacht, op 12 september 1914.

Victor Janssens, geboren in 1883, gehuwd in 1910 en vader van 3 kinderen. Kwam na zijn huwelijk in Grootlo wonen. Tijdens zijn dienst aan het front werd hij in de loopgraven getroffen door mosterdgas. Sterft op 24 juli 1922 en werd begraven op het kerkhof te Grootlo,

Philibert Op De Beeck vluchtte bij het uitbreken van de oorlog, met zijn familie maar Frankrijk. Tijdens zijn verblijf daar werd hij opgeroepen om zijn militaire dienst te doen. Enkele maanden later vertrekt hij naar het front in de omgeving van Diksmuide. Hij komt om in de dodengang van Stuivekenskerke, op 18 maart 1918 Hij ligt begraven  op het divisiekerkhof te Steenkerke (grafnummer 197).

 De aftocht van de Duitsers in november 1918 verliep vrij rustig. Een verongelukte Duitse soldaat werd hier op het kerkhof begraven op 15 november 1918.

Om dat hoofdstukje af te sluiten volgen hier het aantal geboorten en overlijdens tijdens de oorlogsjaren 1914-1918.

Putte-(Grasheide), Parochie van de H. Gerardus Majella

Parochiaal verslag

Transcriptie René Lambrechts


Parochie van Grasheide (H. Gerardus Majella) - Gemeente Putte-Schrieck

1. De parochie is gelegen tegen de scheiding van de provinciën Antwerpen en Brabant en ten zuid-oosten gescheiden van de Parochie Keerbergen door de baan van Mechelen naar Schrieck, zij is maar op eenen afstand van eene uur vogelvlucht van Haecht, zoodat hier op den steenweg van Putte naar Keerbergen bij den uitval uit Antwerpen vele duizende soldaten zijn voorbijgetrokken.

2. Bij plakbrieven werden de inwoners aangezet zich kalm te houden, de wapens in te leveren en verboden aan de krijgsverrichtingen deel te nemen; de burgerwacht wierd opgeroepen doch heeft maar eenige dagen dienst gedaan. Een groot deel der bevolking is gevlucht op 18 alsook op 28 Oogst 1914, maar het overgroot gedeelte is een, twee dagen daarna weergekeerd. Door de Belgische krijgsoverheid is op mijne parochie geene schade toegebracht.

3. Wat de houding der Belgische Krijgsoverheid betreft, die was goed ten opzichte van onze soldaten. Eerst stond commandant von Stockhausen en later graaf de Renesse, kapitein, aan het hoofd der grenadiers hier ingekwartierd.

De gesteltenis der soldaten was in ’t algemeen uitmuntend wanneer zij naar Haecht optrokken, maar ongelukkiglijk waren er veele achterblijvers: gedurende vierdaagsche en viernachtsche slag van Haecht schat ik op een honderd vijftigtal de achtergeblevene op de parochie, en wanneer het Belgisch leger zich moest terugtrekken uit Haecht op Antwerpen, waren zij de eerste om te vertrekken. Pijnlijk was het voor ons die vlucht te moeten bijwonen. Soldatentroepen, uitgeput van krachten, met een droef uiterlijk, met stof bedekt, kleederen gansch verhakkeld en verschillende met eene klak op het hoofd, blokken aan de voeten, zonder ransels, zonder wapenen, trokken zij hier voorbij.

Op de parochie is er maar eene enkele vrijwilliger geweest, namentlijk Ernest Van der Borght, leerling-geneesheer die reeds twee broeders in het leger telde.

4. De burgerlijke bevolking was door schrik en angst overstelpt, te meer daar er zooveele vluchtelingen aan kwamen van Aerschot, Rotselaer, Tremeloo … die getuigen geweest waren van de moorden, brandstichtingen en andere wreedheden aldaar gepleegd, die ongelukkiglijk alles overdreven, ja zelfs feiten vertelden waar geen enkel woord van waar was.

Dagelijks was de kerk proppensvol gedurende de mis, en na de mis ging de kruisprocessie uit, opgevolgd van eene smeekende menigte. Dagelijks waren er menigvuldige communiën, bijzonder onder de kinderen.

5. Rond den 20ste Oogst 1914 hebben wij de eerste maal zes Uhlanen te paard gezien op het grondgebied langs den steenweg van Keerbergen en nu en dan terugkeerende in de richting van Haecht, zijn er gebleven tot den 27 September, dag van den grooten inval. Een inwoner van vertrouwen heeft verzekerd dat de overste der Uhlanen, op zondag 27 September aan het hoofd stond van een leger van ongeveer 5000 man. Op dien dag had hier volgens gewoonte de vroegmis plaats om 6 uren, waarin een weinig volk afwezig was, maar in de hoogmis van 9 uren was de helft niet aanwezig, daar de inwooners van Keerbergen, die de gewoonte hebben hier de goddelijke diensten bij te wonen, niet mochten passeeren. Na de hoogmis telden wij een vijftigtal Duitschers die bezig waren met loopgrachten te graven op een vijftal minuten afstand van den kerk, en de Belgische Grenadiers lagen op een tiental minuten langs de andere zijde.

Juist na den middag, rond één uur, verscheen er een Duitsche patroelje van ongeveer twintig man en reden in de richting van Beersel; op de steenweg van Putte naar Schrieck werden zij aangerand door een Belgische automobiel mitrailleuse, zij werden uiteengeslagen, peerden en velos in brand latende; de aanvoerder-commandant wiens peerd onder hem werd uitgeschoten, in eene gracht nevens den steenweg liggende, stak zijne armen omhoog en gaf zich over; hij werd op eenen automobiel geladen en geblinddoekt in de richting van Lier gevoerd.

Op 28 September rond 6 uren ’s morgens, zonder wederstand te ontmoeten, komen zij in onze parochie aan ten getalle van ongeveer vijftien honderd en blijven er tot twee uren in den namiddag. De twee derden der inwoners, verrast door dien onverwachte inval, waren thuis gebleven.

6. Opzichtens de achtergeblevene inwoners hebben de invallende troepen zich tamelijk wel gedragen. Uit de huizen der afwezigen hebben zij twee runderen en een zwijn gehaald dewelke zij geslacht hebben; in ander huizen zijn zij binnengedrongen, deuren en vensters verbrijzelende, alles meenemende wat niet te heet of te zwaar was.

7. De geestelijkheid heeft geen last gehad van wegens de Duitsche Overheid.

8. nihil

9.a. Alles op den ouden voet gebleven.

9.b. Den 21 October is de parochiale dienst opnieuw begonnen. Bij den terugkeer van het Duitsche leger alleen, heeft een Duitsche (Jezuit) katholieke aalmoezenier alhier mis gelezen.

9.c. Er is geen verbod geweest wegens ’t lezen der bisschoppelijke brieven, men is de vermaarde brief (n.v.d.r.: Kerstboodschap 1914 van Kardinaal Mercier) zelfs niet komen afhalen. De processiën zijn geschorst geweest omdat wij ons voor den invaller niet wilden vernederen met eene afzonderlijke aanvraag te doen, wat onze jaarlijksche bedevaart met den tram naar Scherpenheuvel betreft: wij hebben ze ook onderbroken om reden dat wij eene verbintenis moesten teekenen dat alles onder onze verantwoordelijkheid was.

9.d. Het bijwonen der diensten is zoo goed geweest onder de bezetting als te voren en het getal communiën is eerder geklommen. Al de kinderen zonder eene enkele uitzondering hebben hunne plechtige eerste Communie gedaan, zoowel tijdens als vóór den oorlog. De openbare zedelijkheid heeft veel te lijden gehad, menigvuldige diefstallen bijzonder van hout zijn er gepleegd, er is veel getuischt (n.v.d.r.: gegokt) voor groot geld in de herbergen, danspartijen hebben er gedurende gansch den oorlog plaats gehad, wat erger is: een viertal vrouwen, twee getrouwde waarvan de mannen in het leger, en twee ongetrouwde, hebben met den vijand geheuld.

9.e. Alles is gegaan op den ouden voet, wat meer is: de zusters onderwijzeressen der aangenomene school hebben hun traktement (loon, wedde) zien verhoogen.

9.f. niets te melden.

9.g. Werden gevangen genomen te Putte en vervoerd uit de kerk van Konings-Hoyckt met den trein uit Heyst op den Berg naar Soltau, de volgende parochianen van Grasheide:

Joannes Van de Vondel, Joseph Van de Vondel, Guilielmus Van de Vondel, Joseph Van den Vondel, Corneel Van Itterbeeck, Jan-Baptist Van Itterbeeck, Frans Vermeulen, Peer Moris en Lodewijk Geeraerts uit Putte; Edward Volkaerts, Clementina Volkaerts en Leontine Volkaerts uit Schrieck.

Zij werden gevangen genomen op 29 September 1914 en zijn ruim vier maanden opgesloten geweest in het kamp van Soltau, uitgenomen Clementina & Leontina Volkaerts die dry weken in een klooster van Duitschland hebben verbleven en dan zijn terug gezonden.

Op 11 Oogst is overleden Corneel Van Itterbeeck die na veel uitgestaan hebbende in het kamp, daar hij reeds ziekelijk was wanneer hij werd weggevoerd, bij zijne terugkeer eenigen tijd in het gasthuis van Antwerpen heeft verbleven. Na zijn terugkeer op Grasheide is hij niet meer gezond geweest.

Werden later weggevoerd als zoogezegde werkeloozen alhoewel zij nooit eenigen onderstand hadden genoten:

Alfons Heremans, Emiel Jennen en Alfons Volkaerts uit Schrieck; Norbert Van den Wijngaert en Jan-Baptist Van de Poel uit Putte.

9.h. niets te melden

9.i. niets te melden

10. In ’t geheel waren er op de Parochie opgeroepen 34 soldaten plus één vrijwilliger.

Gesneuveld reeds in Augustus 1914:

Leopold Roggemans, gesneuveld te Herstal;
Emiel De Keuster, gesneuveld te St-Marc, Namen;
Alfons Van Roosbroeck op 19 Oogst 1914 te Werchter;
Florimond Verstraeten, krijgsgevangen, overleden te Mannheim in 1918.

Gekwetsten: Alfons Jansens, Emiel Van de Wijngaert, Ernest Van der Borght.

Geboorten:  1913 – 49, 1914 – 51, 1915 – 29, 1916 – 41, 1917 – 24, 1918 – 24
Overlijdens: 1913 –   9, 1914 – 30, 1915 – 14, 1916 – 17, 1917 – 28, 1918 – 18

In de kerk werden geene huiszoekingen gedaan. De opname der klokken geschiedde.

12. niets bijzonders

13. niets bijzonders

14. De bevrijding werd aangekondigd door het gelui der klokken en het hijschen der Belgische drijkleur. Het Te Deum werd in de kerk gezongen. Al de vluchtelingen waren reeds terug begin November 1914, uitgenomen eene vrouw, Josephine Van Rompaey, weduwe van Joannes Van der Auwera, teruggekeerd in Februari 1919, vergezeld van zes kinderen. Haar man is verongelukt in de koolmijnen van Engeland.

Getekend: J.A. Van Eyck, pastoor Grasheide - Const. Vermylen

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Heist-Goor-Itegem

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Verslag van HEIST-GOOR

Transcriptie René Lambrechts

Parochie van Heist-Goor (H. Alphonsus) – Gemeente Heist-op-den-Berg

Document 1

Verslag of geschiedenis van de parochie Sint Alfons Goor (Heist-op-den-Berg) gedurende den oorlog 1914-1918

De ligging der parochie biedt niets merkweerdig aan betrekkelijk krijgsoogpunt : zij is eene effen oppervlakte zonder rivier, bergen ; daaruit volgt dat de krijgsoverheid alhier geene maatregelen genomen heeft tot verdediging of aanval. Niets is er weggeruimd, vernietigd of verbrand geweest.

Vol angst en kommer waren de inwoners bij het naderen der vijandelijke legers, en allen namen de vlucht, omdat zij vernamen de vreede baldadigheden en moorderijen elders gepleegd.

De parochie telt 5 vrijwilligers in het leger: Edm. Van Egdom, Verbist Josef, Van Tricht Adolf, De Preter Alfons en Goyvaerts Gustave.

Weinige dagen na den inval der vijandelijke legers, keerden de meeste vluchtelingen terug, bezorgd voor hunne huizen, bezittingen. Welk was hunne teleurstellingen! De huizen waren gespaard, maar het vee was weggevoerd of geslacht; het huisraad en kleederen waren gestolen door de duitschers of door wederkeerende vluchtelingen.

Bij den inval zijn maar drij huizen met aanhoorigheden vrijwillig in brand gestoken.

De parochianen, van de vlucht teruggekeerd, waren getrouw aan hunne Kristelijke plichtigen. Daar de E.H. Onderpastoor als brancardier in het leger was, en de E.H. Pastoor van de duitsche op 28 augustus 1914, naar Duitschland gevoerd was, deed de E.H. Kanunnik van Tongerloo den dienst tot nieuwjaar 1915.

Voor den inval der legers, door eenen kleine afdeeling soldaten, op 28 augustus 1914, zijn er vele parochianen uit hunne huizen, velden en straten medegenomen; zelfs moeders en kleine kinderen vonden geene genade bij de onmenschelijke soldaten.

Bl.2

Zij waren gedwongen in eene weide op hunne knieën te zitten, uren lang, bespot en bedreigt ; s’ avonds zijn zij als slachtvee naar de kerk van Aerschot gedreven. Daar waren, van ook andere parochie, omtrent 600 opgesloten, en verbleven daar 10 dagen. Dagelijks mochten vrouwen, kleine kinderen en oude grijsaard terugkeren.

Op 5 september wierden de 300 overblijvers in de kerk met den beesten trein naar Duitschland gevoerd. Na twee nachten en dag, in den trein doorgebracht, kwamen zij te Sennelager, s’ nachts, aan. Het eerste vertoon, in het bos, voor het kamp, was de bust van Willem verlicht : s’ morgens voor generaal Bach verschijnen met zijnen vervloekende, smadelijke en ongoddienstige aanspraak. Daar moesten de priesters hunne kleeding verwisselen tegen het kostuum van metsersdienaars : zij onderstonden den smaad van naakt, in eene kamer te samen, door kokende wateren zoogezegd, gezuivverd te worden.

Na eenige dagen, gebrek aan eten en slapen, versmaad en bespot wierden zij aanzocht zich naar Padenborg te begeven, maar de bisschop weigerde ons, priesters, aan te nemen ; dan naar Munster in Westphalen. Daar wierden wij door den bisschop aanveerd, en geplaast in het groot Seminarie, alwaar wij welkom waren ; goed verzorgd door de E.H. Zusters, en den E.H. Rector.

Alles was daar uiterst goed, eten, elk eene kamer, dagelijks de mis lezen, enz. : wij stonden altijd nog onder de bewaking der soldaten, die voor ons en bij ons, in het Seminarie verbleven, totdat de krijgsraad, na onderzoek, ons vrijsprak van de beschuldiging dat de priesters hadden geschoten, het volk opgehist, hunne soldaten vermoord hadden. Wij verbleven in het Seminarie tot den zondag voor Kersmis 1914 : dus van Augustus tot December.

De burgelijke gevangene van 't Goor (Louis De Cuyper, Aug. De Cuyper, Alf. Claes, Alf. Nijs, Leop. Liekens, Alf. Goossens, Jan Ooms, Alf. Wijns, Juul Wijns, Ant. Rens, Frans Van Nuffel) verbleven in het kamp van Senne tot hunne terugkeer Februari 1915. Beschrijven hunne ontbeeringen, mishandelingen, is onmogelijk : dit is immers het kenmerk der duitschers.

Bl.3

Bij de intrede der legers, werd alles door de soldaten geplunderd ; getuigen verklaren dat ze met wagens alles uit de pastorij vervoerd hebben : bedden, bedde goed, lijnwaad, meubelen en wijn. De pastorij was als een vuilen stal ; al de meubelen verbroken.

In de kerk, zijn zij langs eene opening in de kerk gebroken ; hebben het H.Sacrament onteerd, de HH. vaten, kelken, ciboriën, remonstratie meedegenomen ; deze zijn later, in 1915, geschonden en beschadigd bij de E. Paters Minderbroeders te Leuven teruggevonden. Al de kanten van communiekleden, alben, roketten, zijn afgesneden en verdwenen, en nooit meer wedergevonden. Al de juwelen van goud en zilver, toebehoorende aan O.L.V.beeld zijn ook geroofd.

Op 29 augustus 1918 bij den inval der duitschers zijn drij rustige burgers : Jan Cannaerts, Louis Vertommen, Alfons Vertommen, (twee maal, later nog met het meldambt). Zij vertellen met verachting hun ballingschap : zij zijn uitgeput teruggekomen en treuren nog met eene slappe gezondheid.

Wanneer de duitsche legers verder ons land binnen rukten, na den val van Antwerpen, heeft de parochie, het algemeen juk van verdrukking gedragen : zoo als opeisschingen, huiszoekingen, boeten, processen en zware betalingen. Later zijn al de gebouwen behouden gebleven, geene moorden maar wel gevangnemingen.

De diensten in de kerk geschieden volgens gewoonte met verbod van processiën, en wierden goed door de parochianen bijgewoond : In ’t algemeen allen volbrachten hunne Kristelijke plichten. Later is toegenomen het verzuimen der H. Mis op de zondagen ; ook het achterlaten der Paaschplicht, en dit is nu nog niet verbeterd, niettegenstaande dat er in Februari 1919 door de E. Paters Redemptoristen eene tiendaagsche missie gepredikt geweest is. De restitutie is ook niet bekend.

Bl.4

De plechtige communie is jaarlijks, gedurende den oorlog, door al de kinderen onderhouden geweest, gene enkele uitzondering, niettegenstaande de moeielijkheid der kleeding, is gebleken.

De scholen zijn, als voor den oorlog, goed, door al de kinderen, bijgewoond.

Alleen de staat van den burgerlijken staat, toont ons een klein staat van vermindering.
jaar Geboortens Overlijdens
1913   89   25
   14   82   29
   15   54   28
   16   74   30
   17   58   30
   19   58   39

Het wegvoeren, naar Duitschland, van de jongens van het meldambt is een der wraakroependste euveldaden van den duitsch. De acht volgende jongelingen zijn de slachtoffers geweest : Mylemans Melchior, en Florent, Verhaegen Emiel, De Hoe£ Corneel en Fons, Vertommen Alf. (voor de tweede maal), Verbeeck Jozef en Vervoort Alfons. Zij zijn allen teruggekomen, maar in hunne gezondheid gekrenkt ; zelfs treuren nog.

Alle huisgezinnen hebben geleden van de duitschers, van de verdrukking, opeisschingen ; eenige zijn gestraft geweest met eene mindere of meerdere geldboete, zelfs tot 4.000 fr. ; weinige door de duitsche tribunalen veroordeeld tot boete en gevang, zelfs tot verkoop van hunne haaf, dieren.

Volgens officiële tijding zijn gesneuveld :

1 Eerw.Heer Cannaerts,Priester in ‘t groot seminarie.
2 Denis Geuten, hulponderwijzer, brancardier.
3 Amandus De Haes, soldaat van de genie.
4 Alf. De Preter, vrijwilliger.
5 Leopold Van Loo, soldaat.
+1 Alfons Geens, soldaat, gehuwd, is nog niet teruggevonden, is vermist en vrees dat hij is gesneuveld.

Den 28 augustus 1914 is alhier een klein kind, in de armen zijner moeder doodgeschoten, begraven.*

* SCHOOVAERTS Anne Maria
° Velaine-sur-Sambre 30.08.1912
† doodgeschoten in de Gommerijnstraat te Schriek op 28 augustus 1914
Waarschijnlijk begraven te Heist-Goor geholpen door de Zusters aldaar, omdat de pastoor zelf door de Duitsers was opgepakt.


Bl.5

Bij die inval der duitschers is Gerard Verhaegen van ’t Goor te Berlaar doodgeschoten, omdat hij vluchtte.

De verwoesting aan bosschen is aanzienlijk ; de schoone steenwegen staan naakt, de velden zijn ontruimd : niets is er van de beplanting overgebleven.

Wij hebben getuigen geweest van den onbermertige aftoch der duitschers : het was eene burgerlijke begrafenis : arm en ellendig.

Wij hebben het geluk niet gehad van bij te woonen de intrede onzer legers, soldaten. Maar wij zijn getuigen geweest van de vreugde, geestdrift der Belgen bij het zien van de soldaat die bij zijne familie terugkwam.

In de kerk, bij de intrede, prijkt eenen schoonen lijst der gesneuvelde met hunne portretten : een schoon aandeken aan hunne heldenmoed en opoffering. Zij rusten bij den Heer. Leve België.

Getekend J. Wouters Pastoor
Sint-Alfons-Goor 29 maart 1919


Bl. 6-7 Document 2

Antwoord op de brief van kanunnik Laenen :

1. Het getal binnengeroepen soldaten : 61

2. Jaar Communiën
1913   27.400
1914   28.300
1915   36.700
1916   40.650
1917   36.250
1918 opgezonden voor de rekening tot goedkeuring.

3. Plechtige communie. Al de kinderen hebben elk jaar, hunne plechtige eerste communie gedaan.
Jaar Plechtige communicanten
1913   55
1914   62
1915   54
1916   58
1917   46
1918   49
1919   56

Getekend: J. Wouters, Pastoor
Goor, 13.5.19

Itegem, Parochie van Sint-Guibertus

Transcriptie René Lambrechts

Parochie van Itegem Sint-Guibertus - Gemeente Itegem ( Heist-op-den-Berg)

Document 1

Itegem is gelegen in de provincie Antwerpen arrondissement Mechelen kanton en dekenij Heist-op-den-Berg.

Het dorp is gelegen op de groote Nethe twee bruggen de Fonteynbrug en de Hellebrug verbinden de beide oevers. De groote baan Aerschot Lier alsook de ijzerenweg Aerschot Lier trekt door de gemeente maar niet door de parochie. Deze banen loopen door het gehucht Heeste dat deel maakt van de parochie St Rumoldus Berlaer.

In den nacht van 1 augusti luidt de stormklok de mobilisatie is aangekondigd. Geheel het dorp is te been. De E.Heer Janssens Albert onderpastoor moet ook opgaan als brancardier. Op 2 augusti wordt de oorlogsverklaring bekend gemaakt. Plakkaarten door de overheid aangeplakt manen de bevolking tot kalmte en leggen verplichting op de wapens ten gemeentehuizi binnen te brengen. Al de ingeroepenen soldaten vertrekken blijmoedig tot verdediging van ‘t vaderland een tiental vrijwilligers geven zich aan.

De inwoners stellen hunne hoop op God. God zal ons recht wreken zegt men eenparig. In groot getal naderen de geloovigen tot de HH Sacramenten. Dagelijks wordt de rozenkrans in de Kerk gebeden sÿnamiddags gaat eene groote menigte met het beeld van Sint Guibertus processie gewijs den gewonen processieweg.

Vanaf 10 augustus lag eene patrouillie gidsen op de beide bruggen den welke op 18 oogst komt een bataillon infanterie de wacht versterken. Deze dag was er een paniek in 't dorp men kondigde aen dat de Duitschers te Herselt waren verschenen en op Hulshout aanrukten. Geheel Hulshout kwam hier in ‘t dorp vernachten de inwoners onthaalden hen met ware christelijke broederlijkheid. Sÿanderdaags vernam men dat de Duitschers naar Aerschot getrokken waren. De inwoners van Hulshout trokken naar hun dorp terug. Op 19 oogst doortocht van het 3, 11 en 14 linieregiment de inwoners brachten de soldaten bier koffie brood al wat zij in huis hadden. Op 20 oogst trokken deze regimenten terug naar de forten vele inwoners uit schrik voor de geweldenarijen der Duitschers verlieten ons dorp. Op 21 oogst kwam een patrouillie Uhlanen door het dorp botsten 4 gidsen die de Hellebrug bewaakten een gevecht ontstond. 2 uhlanen werden gewond en naar het Belgisch leger gebracht een gids Gustaaf Van Reckem werd doodelijk gekwetst en stierf een uur na den aanval. de E. H. Van Tendeloo pastoor van Bevel diende hem de laatste sacramenten toe. Op zondag werd de dierbare gesneuvelde plechtig begraven. Al de inwoners burgemeester Verbist aan hun hoofd vergezelden den gesneuvelde naar zijn laatste rustplaats op het kerkhof.

Op 24 oogst eerste uitval uit Antwerpen naar Aerschot en Leuven.

Bl.2

Gedurende deze dagen heerschte de grootste ongerustheid in het dorp.

Op 27 september na den tweeden uitval uit Antwerpen hoorde men zeer duidelijk het gevecht tusschen de Duitschers en de Belgen te Heist-op-den-Berg - Goor. Op 28 september waren er te Itegem nog 24 Belgische soldaten die overnacht hadden in de zaal bij Louis Sprengers. Deze zonder munitie vonden het geraadzaam naar Lier te vertrekken de commandant berichtte den pastoor dat de belegering van de forten van Antwerpen begonnen was en dat voor den avond de Duitschers Itegem zouden ingenomen hebben. Hij raadde hen aan om te vertrekken met het volk zoals de E.H. Deken en de E.H. Pastoor van Hallaer gedaan hadden. De pastoor vertrok een der laatste inwoners naer Antwerpen en Bergen op Zoom. Er waren ten hoogste 30 menschen in geheel het dorp gebleven. Het was niet te verwonderen van Heist-op-den-Berg werd het dorp gebombardeerd. in de Hallaerstraat werden beschadigd het kasteel van notaris Coen en de huizen van K. Wouters, kinderen Wouters, L. Van Rompaey, Haverals Torfs w Heylen. Een burger werd gedood: P. Van Hoof. Deze werd na de terugkomst ontgraven op de plaats waar hij getroffen werd door een schrapnel en op het kerkhof begraven. Veel bommen die niet ontploft waren werden nog gevonden na de terugkomst der parochianen in de schuur en stal op Bernum. In het park van M. J. Hannens plaatsten de Duitschers na met verschillige duizenden hier te zijn binnengevallen één der groote Oostenrijkse mortierkanonnen. Van daar beschoten zij de forten van Antwerpsen. De weinige inwoners die in het dorp gebleven waren werden door de Duitschers mishandeld ouderlingen zoals Ruymakers een bieltje van 70 jaar en P. Grenier getuigden mij dat ze op de plaats voor de Kerk verplicht waren te dansen. De uitgestane schrik was de oorzaak dat deze Ruymakers eene sleepziekte begon waaraan hij stierf. Joanna Bauwens en Angelina Bauwens oude juffrouwen getuigden mij op onmenschelijke wijze behandeld te zijn geweest. beide stierven eenige maanden nadien en getuigden dat zij ziek zijn geworden van dien dag. Dorothea Vervloet (Sanders), weduwe van in de zestig jaren wierd verkrachtigd zoals ze getuigde door 2 Duitschers in het bijzijn van hare dochter onnoozel meisje van 40 jaar. Ze zijn beide nu ook gestorven in 1918.

In vele huizen werd alles geplunderd wat mede te nemen was. In de pastorij stool men huisgerief en al de wijn, zoals het opschrift getuigde boven den ingang der kelders "Froliche Kriegsgrusse beim herliche rebesaft geleden Renkste” Zoo werd gedaen in al de kelders van de welhebbende burgers. Een oorlogsbon door de Duitschers later gegeven bekent de zaak.

Na de val van Antwerpen keerde de pastoor in het dorp terug en de goddelijke diensten ernamen in de Kerk op 24 oktober. Een klein derde der inwoners was terug, langzamerhand kwamen de meeste terug naar hunner aard.

Onder de bezetting . Itegem werd bewaakt door het duitsche garnizoen

Bl.3

van Heist-op-den-Berg waar er gewoonlijk rond de 200 duitschers verbleven. In ‘t jaar 1917 werd eene bezetting van een twaalftal duitschers hier gevestigd. Voor de goddelijke diensten hier in de kerk hebben de Duitschers onverschillig geweest.

In 1915 kreeg ik soms de eene of andere aankondiging van den commandant van Heist op den Berg om deze op den predikstoel aan te kondigen. Hetgeen niet gedaan werd. Wanneer Zijne Eminentie de Kardinaal zijn brief schreef om de geloovigen aan te zetten tot kalmte en vertrouwen in ons leger werd dezen brief door een officier weggehaald uit de sacristij. De publieke processieen werden verboden zonder bijzondere toelating. Deze werd niet gevraagd. De processie heeft nog plaats gehad in 1915 maar zonder maagdekens in 't wit en zonder muziekkorps. Al diegene welke de processie vergezelden waren in ’t zwart gekleed. Na vermaning zonder toelating uit te gaan, bleef de processie in de kerk. De Kruisprocessie hebben wij altijd gedaan zonder toelating;

d. Bijwonen der diensten. De bevolking kwam goed naar de Kerk maar in ‘t begin van den oorlog beter dan onder de laatste jaren der bezetting. Het smokkelen der waren bracht bij sommigen der werkende klas soms veel geld van daar het ontwikkelen van ‘t spel voor groot geld.

Communiën Eerste communicanten jongens - Meisjes
1912  30.000
1913  30.000
1914  29.000* 29 34
1915  52.000   29 28
1916  50.500   23 29
1917  45.000   27 24
1918  43.000   30 37
*Kerk gesloten gedurende 26 dagen verder 1/3 van het volk afwezig november en december
Vormsel toegediend door Z. E. H. Crets, prelaat van Averbode.
1915  237 Kinderen van 4 jaar 1911-12-13-14
1917  181 Kinderen van 3 jaar 15-16-17
Doopsel toegediend aan kinderen
1913  85 normaal cijfer
1914  69
1915  74
1916  71
1917  80
1918  57 !

In ‘t begin van den oorlog liet de zedelijkheid niets te wenschen buiten andere jaren maar in 1916 en bijzonder in 1917 namate meer geld bij de buitenbevolking in kwam

Bl.4

klom de zucht naar vermaken. De Duitschers gaven de toelating tot dansvergadering twee bazen Jos Vermeulen en Jef Roziers vroegen de toelating danszalen te openen. Op den predikstoel werd tegen deze toelating publiek geprotesteerd. Weinige zelfs zeer weinige meisjes van het dorp bezochten den danszaal maar de vreemde jongens en meisjes hielden den dans in ‘t gang. Een cinema werd opgericht maar door het publiek verbod in congregatie werd deze cinema weinig bezocht en na weinige weken moest hij sluiten. Een vermindering van zedelijkheid werd ook bestatigd door de gemakkelijkheid dien men vond in het zich toeeigenen van andermans goed. Afzagen van boomen om ze als brandhout te gebruiken. het aanvoeren van kolen was zeer lastig en de prijzen zeer hoog.

Verscheidene malen werd er in afgelegene hoeven met gewapenderhand door benden van zwart gemaakten mannen geplunderd. De duitschers deden niets om de daders op te sporen. Op zekeren dag kwam een duitsche onderzoekrechter van Antwerpen mij op de pastorij orde geven van wat ik op den predikstoel en in den biechtstoel moet aan het volk voorhouden.

e) toestand der vrije scholen bleef zoals vroeger. de uitkering der toelagen leed merkelijke vertraging

f) niets te melden. alles bleef zoals vroeger.

g) Het ontvoeren der werklieden. Het aankondigen der ontvoering veroorzaakte diepe opschudding. Het comiteit over de namen der ondersteunden ondervraagd weigerde deze te geven. Het gemeentebestuur met het comiteit riep al de werklieden op om ze aan te zetten voor de commissie der Duitschers hun recht tot vrijheid te handhaven. Een groot getal gelukte de vrijheid te behouden. Een twintigtal werden verplicht te vertrekken. Het comiteit zorgde voor warme kleederen en voedsel. Eene rondhaling in de kerk bracht bij de 700 fr. op dit geld werd besteed om de vrouwen en ouders der weggevoerden ten bijvoegsel van onderstand boven dees der comiteit te verleenen. Allen waren eensgezind te verklaren dat zij in Duitschland niet zouden willen werken. Droevig was het zicht der parochie op het oogenblik van ‘t vertrek. Mannen die men zou gezegd hebben een steenen hart te bezitten gingen al wenend over de straat. Te Heist op den Berg vertrok den trein onder het zingen der brabanconne. Na enkele weken kwamen allen terug als vodden en lappen van menschen. Op 3 na hadden allen geweigerd te teekenen.

h) Zoo haast de oorlog was uitgebarsten werd er in de gemeente .een comiteit gesticht zoals Zijne Emmenentie de Kardinaal had aanbevolen.

Bl.5

Dit comiteit was samengesteld onder voorzitterschap van A. Haemels pastoor, eerevoorzitter Verbist burgemeester, schrijver A. Hendrickx en schatbewaarder A. Van Herck, ondervoorzitter D. Coen notaris, leden Aug. Heylen, L. Boeckx. J.B. Buellens, Fl. Vanderauwera, F. Van Noten, F. Vekemans, K.V.d. Eynde, L. Torfs. Werden onderverdeelingen gesticht. Voor de schoolsoep en soep der ondersteunden bestuurder Kindermans. Voor de oorlogsweezen: bestuurder D. Coen. Voor de kinderen kinderheil bestuurster Me Van den Eynde. Voor de vluchtelingen bestuurder advocaat Caluwaerts. De heer Aug. Heylen stelde zijn fabriek ter gebruike voor de comiteit. Vergadering alle maan- en dinsdagen.

De volledige overzichtstafels zijn niet afgewerkt. De tabellen door het provinciaal Comiteit bewerkt geven voor al de dorpen volledige inlichtingen.

i) Werden tot een jaar gevangenis in Duitschland veroordeeld Domien Decauter en zijn zoon alsook Konstant D'Joos om aan een zoogezegde Duitsche deserteur burgerkleederen gegeven te hebben. Vrouw Joo Dupont werd voor briefwisseling met haar zoon Frans Belgisch soldaat tot 25 mark boete gestraft.

10. Pastoor Andreas Haemels.

Onderpastoor Albert Janssens, opgegaan als brancardier in september 1914, aalmoezenier genoemd bij het 15 linieregiment vereerd met het Oorlogskruis en het Kruis van den Ijzer.

Werden ingeroepen 92 soldaten daarbij boden zich aan 10 vrijwilligers aan. Daarvan zijn tot nu toe gekend 11 gesneuvelden.

11. Tot drijmaal toe werden er huiszoekingen gedaan naar wol en koper. Huiszoekingen naar levensmiddelen bij de boeren schier alle maanden. Voor de klokken is men komen de naam gewicht opnemen.

12. De grootste vreugde mogelijk heerste bij het vernemen van den wapenstilstand al de huizen waren gevlagd als bij torenslag men zong en danste op de straten van vreugde de Te Deum werd in de Kerk gezongen, terwijl de groote klok een uur lang de blijde mare over veld en huis verkondigde.

De ontruiming gebeurde op tamelijke bevredigende wijze gedurende acht dagen trokken van 's morgends 4 uren tot 's avonds 6 gedurig legerkorpsen voorbij. Des s’avonds werden de huizen opgepropt van soldaten. De inwoners hadden de grootste moeite om hun have en goed te vrijwaren van plundering. Verscheidene boeren moesten tot aan de grens met kar en paard meetrekken Maar dit alles werd blijmoedig gedaan men was immers nu zeker dat dit gehaat en veracht en verdrukkend Duitsch gespuis ons vaderland voor eeuwig - laat ons het hopen - verliet!

Dit alles echt verklaard (getekend) A. Haemels, pastoor
Itegem 23 mei 1919

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Bierbeek

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Verslag van Bierbeek

Parochie van Bierbeek (St. Hilarius) – Gemeente Bierbeek

De eerste oorlogsdagen

De parochie Bierbeek is de hoofdplaats van een Dekenaat, en is gelegen in het kanton Leuven, op ruim 6 kilometers afstand ten Oosten van deze stad.

Geene groote verkeerswegen lopen door de parochie. Van het middenpunt dezer, tot aan den staatspoorweg Leuven-Thienen, is er een afstand van omtrent 4 kilometers noordwaarts; en zuidwaerts, tot aan den buurtspoorweg Vossem-Hamme-Mille-Thienen, is de afstand 5 kilometers. Zo komt het dat de doortrek van troepen hier zoo druk niet geweest is als in andere plaatsen van deze streek.

Toch zag men, in het begin van Augustus 1914, hier dagelijks Belgische troepen voorbij trekken, meestal van degene die met den vervoerdienst gelast waren, en di hier niet lang stil bleven, maar meer oostwaarts optraden naar de Duitscheg rans.

Van de parochie waren 83 man onder de wapens geroepen, en allen hebben de oproep beantwoord. Vijf jongelingen zijn als vrijwilligers opgegaan, en eenigen hebben later beproefd hetzelfde te doen, maar zonder erin te gelukken, daar de grenzen reeds sterk bewaakt werden.

Daar het burgerlijk leven in de eerste dagen van den oorlog hier weinig stoornis onderging, bleef het volk in ’t algemeen, zijne kalmte behouden; slechts een tiental inwoners vonden het toen reeds geraadzaam zich verder het land in te begeven. De meesten echter toonden niet anders hun onrust dan met meer te bidden, hetzij in de kerk, waar dagelijks eene bijzondere godvruchtige oefening verricht werd, hetzij afzonderlijk of in groepjes op de gehuchten waar zij woonden. Ook hadden velen reeds verborgen wat zij het kostelijkste bezaten.

Doch wanneer de forten van Luik gevallen en de vijanden tot nabij Thienen doorgedrongen waren, en vooral wanneer op den 16 Augustus de postdienst was afgebroken, en de treinen van den spoorweg niet verder meer dan tot Leuven kwamen, werd het volk koortsachtig, in de afwachting van hetgeen zou gebeuren. Dat durrde drij dagen; en als in den nacht van den 19 Augustus het Belgisch leger, na eene korte poging van wederstand te bieden, door de overmacht der vijanden verstrooid was, en achteruit trok, gevolgd door duizenden vluchtelingen van de streek tusschen Leuven en Thienen, nam het grootste deel der bevolking van Bierbeek insgelijks de vlucht.

Wat er bij den inval der vijanden op den 19 Augustus en de volgende dagen hier merkweerdigs gebeurde, hebben wij gezegd in ons verslag daarover opgemaakt en naar het Vicariaat van het Aartsbisdom gezonden in 1915. Er werd insgelijks verslag gegeven over de pogingen door de bezettende macht gedaan, om het aflezen van den Herderlijken brief te verhinderen, dien Zijne Eminentie de Kardinaal Aartsbisschop voor het Kerstfeest van 1914 had uitgegeven.

Over de processiën

In 1915, eerste jaar der Duitsche bezetting, zijn de processiën van Sint Marcus, van de Kruisdagen en van de plechtigheid van ’t hoogweerdig Sakrament volgens gewoonte uitgegaan; alleenlijk werd deze laatste met minder praal gedaan.

Een verordening van de commandantur in dien tijd verschenen, zegde dat de parochiale processiën toegelaten werden, op voorwaarde dat er niets in geschiedde hetwelk aan eene nationale betooging zou gelijken. Kort daarna kwam er nog een verordening, betreffende de bedevaarten (Wahlfarten). Opdat deze zouden toegelaten zijn, wierden vooreerst voorgeschreven dezelfde voorwaarden als voor de processiën, en er wierd daarbij nog vereischt dat men acht dagen te voren aan de Duitsche Overheid eene beschrijving zou geven van den af te leggen weg, met aanduiding van dag en uur des vertreks en der terugkomst.

Welnu, het schijnt dat dit alles zeer willekeurig werd toegepast door de soldaten die de politiedienst waarnamen.

In een naburig dorp (Corbeek-Loo) mocht de pastoor zijne parochiale processie niet doen, indien hij niet eerst dag en uren en af te leggen weg opgaf, juist gelijk het voor de bedevaarten voorgeschreven was.

In een andere parochie der dekenij (Opvelp) had de pastoor, om met eenige parochianen eene bedevaart te kunnen doen, de vereischte beschrijving ingezonden; maar hij kreeg moeilijkheden met de Duitsche politie, omdat deze beweerde dat hij schriftelijke toelating noodig had.

Te Bierbeek had de pastoor deken in 1916 acht dagen te voren op den preekstoel aangekondigd, dat de processie van ’t Hoogweerdig Sakarament zou uitgaan gelijk het vorige jaar – zonder muziek, vlaggen, enz. Doch ziet de Duitsche soldaat, die de politie in het dorp hield, het door tusschenkomst der gemeenteoverheid aan den pastoor weten, dat alle processiën buiten de kerk verboden waren. Van dan af hebben wij, om alle moeilijkheden te voorkomen, ons tevrede gehouden met processie te doen binnen de kerk, gelijkvormig den brief van Zijne Eminentie den Kardinaal Aartsbisschop van den 25 Meert 1915.

Gijzelaars

Bij den inval der vijandelijke legers werden de pastoor deken en de burgemeester te Bierbeek als gijzelaars gevat, eerst tusschen soldaten rondgeleid om stallen voor de peerden aan te wijzen, en daarna opgehouden in de wachtzaal tusschen de soldaten; de eerste gedurende éénen nacht, want ’s anderendaags had hij den generalen staf te logeeren en had circa 40 officieren en soldaten te voorzien van voedsel en nachtverblijf; de tweede werd drij nachten achtereen in de wachtzaal gehouden, want bij hem waren geen soldaten gelogeerd.

Later, toen een bom op den spoorweg van Leuven -Thienen ontplofd was, werden de mannelijke inwoners van Brempt-Heide, gehuchten van Bierbeek niet verre van den ijzeren weg gelegen, gedwongen om beurtelings, dag en nacht, den spoorweg te bewaken.

Toen ook werd de pastoor deken gedwongen een aantal plakkaten, hem door soldaten tegen ontvangstbewijs besteld, aan te plakken op de kerkdeur en op een zichtbare plaats in elk der bijzonderste wijken van het dorp, waarin de strengste straffen werden toegezegd aan degenen die den spoorweg zouden beschadigen, en waarin tevens de geestelijke en wereldlijke overheden verantwoordelijk verklaard werden, in geval de daders niet zouden gevonden worden.

Opeischingen

Peerden en vervoertuigen, haver, hooi en strooi werden in de eerste dagen van den inval veel opgeëischt. De opeisching van peerden werd later van maand tot maand in kleinere hoeveelheden voortgezet; en toen de wapenstilstand geteekend werd, bleven er maar weinigen meer over, en het waren nog dieren van mindere weerde.

Kopere voorwerpen van allen aard (behalve kunststukken en voorwerpen dienende tot uitoefening van den godsdienst) moesten op bevel van de commandantur ingeleverd worden, en in geval men dit bevel niet nakwam, zou de militaire macht ze nemen zonder schadevergoeding. De meeste inwoners gaven niet aanstonds gehoor aan dit bevel, en een troepje soldaten kwam en ging van huis tot huis het koper opteekenen dat iedereen op een gestelden dag moest inbrengen.

In de pastorij werden de klinken der deuren en de kippen der vensterramen geëischt en, op aanraden van den voorzitter des kerkfabrieks en van de gemeenteoverheid gedeeltelijk ingeleverd.

In vele huizen, omdat de inlevering niet voldoende gevonden werd, is men tot tweemaal komen opzoekingen doen.

Wolle matrassen ondergingen hetzelfde lot als het koper. Er kwam eerst bevel van het getal ervan op te geven, en daarna van ze in te leveren. Bijna iedere inwoner heeft wat afgegeven en het overige verborgen gehouden.

Boomen tot een zekere dikte gekomen werden eerst gedeeltelijk volgens de soorten aangeslagen, en daarna alle en in massa.

In den hof der pastorij zijn twee schoone notenboomen uitgekapt en weggevoerd geworden. Op twelf populiers werd beslag gelegd, maar zij zijn blijven staan, waarschijnlijk omdat het geene schoone stammen waren.

Drij volwassen bukenboomen, verkocht om tot brandhout te dienen, omdat er een algemeen gebrek aan steenkolen was, lagen uitgekapt en gingen door de koopers weggehaald worden, toen de Duitsche soldaat, met het toezicht over de boomen gelast, er de hand oplegde en het weghalen verbood. Daar men heeft kunnen bewijzen dat de verkoop had plaats gehad vooraleer die soort bomen werd opgeëischt, heeft men eindelijk, na verschillige weken wachten, de toelating bekomen om die bomen weg te voeren.

Vee tot slachting bestemd werd in beslag genomen en opgeëischt volgens goedvinden van de militaire macht.

Boeten en andere straffen

Enkele keeren werden kleine boeten geslagen voor ontijdig uitvliegen der duiven. Andere keeren was het voor het verkoopen of vervoeren, zonder toelating, van slachtvee, fruit, enz, en deze boeten waren zwaarder

Zeer menigvuldig zijn de boeten geweest die opgelegd werden voor onvoldoende levering van graan, aardappels, boter, enz. Sommige van die boeten beliepen tot verscheidene duizenden marken.

In de maand December van het jaar 1917 werd er beslag gelegd op al het graan dat nog in de schuren voor handen was, zoowel van degenen die reed alles geleverd hadden wat zij moesten, als van degenen die met leveren nog achteruit waren. De Duitschers deden het graan dat nog niet uitgedorscht was, naar de dorpsplaats voeren, en deden het daar, onder open lucht, bij middel van een dorschmachine uitdorschen, en in zakken steken, dewelke dan onmiddellijk naar Leuven gevoerd werden. Wanneer zij alzoo de hoeveelheid graan bekomen hadden voor dewelke de gemeente Bierbeek getaxeerd was, werd het dorschen gestaakt, en ieder mocht zijn strooi in zijn hof terug halen, indien hij het vinden kon.

Veroordelingen tot gevang zijn nogal eenige keeren voorgekomen

Een pachter heeft verscheidene weken vastgezeten, omdat hij, naar Leuven rijdende, onderwege door eenen brakenier eenen zak met wild op zijne kar had laten leggen, en, aangehouden zijnde, den naam van den wildstrooper niet kunnen of niet willen zeggen had. Voor wildstroperij zijn nog vier mannen veroordeeld geweest tot gevangzitting gaande van zes maanden tot één jaar: een die op heeter daad betrapt was geweest, en drij bij dewelke men huiszoeking gedaan en bewijzen van plichtigheid gevonden had. Een pachter heeft eene maand gevang gedaan, omdat hij betrapt werd in graan te verbergen, en een andere ook een maand, om eetwaren te vervoeren zonder toelating: maar het schijnt dat er in beide gevallen tegenstand geweest was.

Een jongeling uit eene der voornaamste familiën der parochie, werd aangehouden en gedurende meer dan eene maand opgesloten, eerst te Brussel en daarna te Antwerpen, omdat hij verdacht was van te willen de grens over te steken en het Belgisch leger te vervoegen.

Nog twee voorname mannen, van de bijzonderste familiën van Bierbeek, zijn tot gevang veroordeeld geweest; wij zullen in het volgende hoofdstuk ervan spreken.

Inkwartiering van een schadron kurassiers

In 1917, vanaf 18 Februari tot 1 Mei, hebben vele inwoners van Bierbeek groote moeilijkheden doorstaan vanwege de Duitsche bezetting. Een schadron kurassiers van circa 150 à 200 man en 160 paarden werd in het centrum der parochie geinkwartiereerd. Ieder huis had zooveel soldaten te loggern als er maar konden gelegd worden, en moest hun huisraad en bedden leveren. De inwoners deden wat zij konden, maar in de scholen en in eenige onbewoonde gebouwen moesten ook soldaten logeeren, en voor dezen moesten de burgers dan nog afstaan het weinige dat zij tot hun eigen gebruik hadden gehouden.

Alzoo, b.v. in de pastorij moesten vier man gelogeerd, en aan deze vier man werden gegeven: eene geschikte plaats om te koken, eene slaapkamer met de noodige bedden en met alles wat ertoe behoort. Doch de luitenant van Bülom eischte nog, of liever, nam met geweld de twee bedden van pastoor en onderpastoor met matras, ressort, bedgestel, sargiën en lakens: alles werd op zijn bevel door vier soldaten weggedragen; de bedgestellen bleven nochtans ongebruikt, en sommige soldaten konden twee of drij matrassen op elkaar leggen tot hun gebruik, terwijl de bewoners der pastorij gedurende bijna drij maanden mochten op stro slapen en zich dekken met oude kleren.

De heer Taymans van Bierbeek, die met zekere heftigheid het bed zijner twee jonge kinderen verdedigd en tegen de luitenant eene klacht bij de commandantuur van Leuven ingediend had, werd deswege tot drij maanden gevang veroordeeld.

De heer Denonville, schepene der gemeente, omdat hij meende zijne slaapkamer te mogen gesloten houden ten einde het bed zijner vrouw te bewaren, werd zes weken gevangen gehouden voor weerstand aan de militaire overheid.

De burgemeester van Bierbeek werd door denzelfden luitenant in het aangezicht geslagen, omdat hij niet spoedig genoeg op diens vragen antwoordde.

Vele andere plagerijen had het dorp van wege den luitenant te verduren. In de pastorij nam hij de laatste kamer die nog beschikbaar was, in beslag, en deed ze inrichten om er zijne soldaten te oefenen in het afweren van stikgazen. In den hof der pastorij deed hij lange loopgrachten delven, en de soldaten kwamen er zich oefenen in den strijd met handgranaten.

Eens kwam hij met vier soldaten de pastorij binnen en deed al de steenkolen die er nog voor handen waren, wegdragen.

Daar hij de dorpsplaats, waar de kerk staat, tot oefenplein zijner soldaten genomen had, deed hij, iederen keer dat de oefening geschiedde, de plaats afsluiten en de toegangen ervan door de burgers bewaken. Zoo gebeurde het nogal eens dat het bijwonen der goddelijke diensten bemoeilijkt wierd, en wij zagen ons verplicht de Catechismuslessen der kinderen in de kerk voor eenen tijd op te schorsen. Dit jaar hebben wij de plechtige Communie der kinderen verschoven tot op Palmenzondag, om de voorbereiding te kunnen voltrekken. De kerk is ook tweemaal, zonder voorafgaande verwittiging en buiten de weet van den pastoor, gebruikt geweest dor den protestantschen dominé, die er eene preek hield met zang door de soldaten. Eene derde maal waren zij gekomen met hetzelfde inzicht; maar toen was de kerk vol volk dat eene lijkdienst bijwoonde, en de dominé met de soldaten onverrichterzake terug getrokken. Buiten dit hebben wij altijd alle de goddelijke diensten kunnen verrichten, behalve dat wij, in de eerste dagen van den inval, drij dagen achtereen in de week de H. Mis hebben gedaan zonder voorafgaande gelui, omdat wij gehoord hadden dat op sommige plaatsen het gelui der klokken was verboden geweest. Wij hadden echter ’s zondags te voren de parochianen van de zaak verwittigd, en gzegd dat in alle geval de H. Mis zou gecelebreerd worden op de gewone uur.

De scholen

Het onderwijs der kinderen is nogal dikwijls onderbroken geweest door tijdelijke sluiting der scholen.

De eerste maanden van den oorlog waren de schoollokalen bijna aanhoudend belemmerd door doortrekkende troepen.

De opeischingen en verordenningen der bezettende macht vergden vanwege het gemeentebestuur veel schrijfwerk, en dikwijls waren het de onderwijzers die voor dit werk moesten aangesteld worden.

Gedurende de inkwartiering van de kurassiers in Februari, Meet en April 1917, waren de schoollokalen der jongens in beslag genomen, en in 1918, toen hier bijna dagelijks weggevoerde jonge mannen voorbij trokken, werden deze meest in de klaslokalen gelogeerd, zoodat de klassen weer moesten opgeschorst worden.

Het programma van het onderwijs werd hier ook, gelijk overal, uit dwang gewijzigd volgens de voorschriften van den zogezegden raad van Vlaanderen. Het schoolopzicht werd door de gewone inspecteurs gedaan, slechts eenmaal is een Duitscher in de scholen gekomen en heeft er een sloort van inspectie gedaan, die niets beteekende.

Nopens de patronagen werd aan het gemeentebestuur gevraagd, of er zulke inrichting voor jongelingen bestond, welke het getal leden was, en welke de bestuurders ervan waren. Doch vermits hetgeen te Bierbeek in dien zin bestond voor jongelingen veeleer eene zondagschool voor volwassenen was, en dat ten andere het lokaal aan het hulp- en voedingskomiteit was afgestaan, heeft men geantwoord dat er geen patronage voor jongelingen bestond.

Werken van liefdadigheid

Zoodra de oorlog begon, werd, volgens de voorschriften van Z. Em. Den Kardinaal Aartsbisschop, een parochiaal komiteit gesticht tot onderstand der vrouwen en kinderen der soldaten. De beginnende werking van het komiteit werd onderbroken door den inval der vijandelijke legers en door de verwarring die hierop volgde; dan nog, eer de orde weer hersteld was, werd de onderstand der soldatenvrouwen officieel opgedragen aan het gemeentebestuur, en later heeft het nationaal steun- en voedingskomiteit zich ermede gelast.

Het getal ondersteunde werkeloozen der parochie is niet groot geweest; doorgaans bleef het tusschen tien en twintig.

Arme huisgezinnen die van het voedingskomiteit onderstand ontvingen, gingen doorgaans in getal op of af tusschen vijftien en vijf-en-dertig.

Gesneuvelden en andere slachtoffers van den oorlog

Van de 83 militairen der parochie zijn er vijf op het slagveld gevallen; te weten:

Julius Struyf

Guilielmus Dupont

Petrus Janssens

Henricus De Neys,

en Camilius Ceuterick.

Deze laatste woonde voor den oorlog te Blauwput; maar zijne vrouw, toen haar man vertrok naar het leger is met hare kinderen zich voor goed te Bierbeek komen vestigen, waar zij geboren was en waar hare moeder woonde.

Twee der militairen zijn in het hospitaal gestorven, in Frankrijk, te weten:

Theophiel Schepers,

en Theophiel Verzwijmelen

De vijf vrijwilligers der parochie zijn allen zonder erge letsels teruggekomen.

Nog twee militairen werden nogal erg verminckt, te weten:

Emiel Huybrechts,

En Julius De Bruyn, die hier koster-orgelist geweest is, maar na den oorlog verhuisd is.

Hooger spraken wij van twee burgers, te Bierbeek door de Duitschen doodgeschoten; hunne namen zijn:

Marcus Vaes,

en Paulus Verreidt.

Na den wapenstilstand

Na den 11 November, en gedurende 14 dagen, passeerden hier bijna dagelijks Duitsche troepen, die naar hun land terugtrokken. Nogal dikwijls bleven zij voor eenen nacht in de huizen logeeren.

Daar zij niet zelden honderden koppen rundvee mede stuwden, en dat deze dieren moesten gevoederd worden, verloor menige boer hierbij het veevoeder dat hij thuis of op het veld nog staan had.

Peerden en wagens werden ook nog opgeëischt om het materiaal der Duitsche troepen verder te voeren.

Op drij plaatsen der parochie lieten de Duitschen hoopen bommen en granaten achter, die daarna door de zorgen der gemeente overheid werden ingedolven, en later door soldaten zijn weggehaald geworden.

Wanneer de laatste Duitschen weg waren, werd de Belgische vlag op den kerktoren geheschen, en aan de huizen uitgestoken, en als de eerste Fransche troepen hier binnen kwamen werden zij door het gelui der groote klok verwelkomd.

Op de dagen door de kerkelijke Overheid voorgeschreven, werd plechtiglijk de “Te Deum” tot dankzegging gehouden, en een plechtige lijkdienst voor al de gesneuvelde soldaten gecelebreerd. Met dezelfde gevoelens van dankbaarheid jegens God en jegens onze bevrijders, werd de maand Meert en vooral de feestdag van den H. Joseph gevierd, en den eersten vrijdag van April begonnen de godvruchtige parochianen de generale Communiën der negen laatste maanden van het jaar1919.

Godsdienstige beweging

In het begin van den oorlog, en in het bijzonder wanneer een groot getal vluchtelingen uit Leuven en andere geteisterde streken nog in de parochie verbleven, was het bijwonen der zondagmissen op zichtbare wijze geklommen, en het getal communiën was buitengewoon groot. Doch als de eerste schrik voorbij was, als de vreemdelingen het dorp verlaten hadden, en als nieuwe zorgen en bekommernissen van wege de bezetting het volk bezig hielden, kwam alles weer omtrent op het gewone peil; en hier ook, gelijk elders, hoorde men sommige verdwaalden die de Voorzienigheid dorsten aanvallen. Toch hebben wij geene afvallen te betreuren gehad, en de godsdienstoefeningen die de bevrijding van ons Vaderland voor doel hadden, alsook de missen en diensten voor de gesneuvelde soldaten, zijn altijd zeer goed bijgewoond geweest.

Vergelijkende tafel der plechtige Communiën der kinderen

Jaar 1913 – 62 kinderen

Jaar 1914 – 51 kinderen

Jaar 1915 – 61 kinderen

Jaar 1916 – 62 kinderen

Jaar 1917 – 45 kinderen

Jaar 1918 – 55 kinderen

Vergelijkende tafel der geboorten en overlijdens

Jaar 1913 – 63 geboorten – 40 overlijdens

Jaar 1914 – 62 geboorten – 43 overlijdens

Jaar 1915 – 52 geboorten – 26 overlijdens

Jaar 1916 – 51 geboorten – 27 overlijdens

Jaar 1917 – 36 geboorten – 22 overlijdens

Jaar 1918 - 39 geboorten – 84 overlijdens

Van de 84 personen die in het jaar 1918 overleden zijn, stierven er 41, in de maanden October en November, ten gevolge van de Spaansche grip.

(ondertekend) Fr. Nackaerts J. Jacops

Voorzitter van het kerkfabriek past. Deken

 

Bijvoegsel aan het Verslag over den toestand der parochie gedurende den grooten oorlog

Aantal communiën gedurende het jaar 1913 en volgende jaren.

1913 – 16390

1914 – 22200

1915 – 25050

1916 – 22700

1917 – 20995

1918 – 18800

 

Bierbeek, den 19 April 1919

(ondertekend) J. Jacops

past. Deken

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Lovenjoel - Haasrode

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Verslag van Lovenjoel

Parochie van Lovenjoel (H. Lambertus) – Gemeente Bierbeek

1. Provincie Brabant, Arrondissement Leuven Tweede Kanton Leuven; Gemeente en Parochie Lovenjoul – Dekenij Bierbeek.

Lovenjoul heeft eene halte op de ijzerbaan Leuven - Thienen, en ligt bij den staatssteenweg Leuven – Thienen.

Van 19 Aug. 1914 tot 3 Sept. 1914 zijn onophoudelijk Duitsche troepen in de richting naar Leuven over den steenweg doorgetrokken. Talrijker nochtans was de terugtocht naar Thienen van 13 Nov. 1918 tot 19 November.

2. Belgische troepen zijn van begin Augustus 1914 tot 18den Augustus in de parochie gelegerd geweest. Op dien dag had de aftocht van het vaderlandsch leger plaats. Een groot getal familiën is mede achteruit geweken, de meesten in de richting van Bierbeek en Haesrode. Veel kwamen reeds denzelfden avond of s’anderendaags terug. Drij of vier familiën zijn voor goed weg gebleven en vertoefden in Frankrijk of in Engeland.

Gedurende hun verblijf in de parochie hebben de duitsche troepen het kasteel bewoond door Mr Callemien, leeggeplunderd en vele meubelen stukgeslagen. De schade eraan toegebracht wordt beraamd op rond de zeventig duizend franken. In eenen brief later gevonden werden twee burgers van het gebeurde beschuldigd.

3. De houding der Belgische krijgsoverheid was bezonder moedig en eerlijk. Op voornoemd kasteel verbleven er rond de twee honderd, zij genoten er vanwege Mr Callemien een gulhartig onthaal.

De binnengeroepen soldaten der parochie zijn meest allen moedig en opgeruimd vertrokken – van vrijwillige dienstneming is er geen spraak geweest; dit komt hierbij dat het overgroot deel der bevolking uit boeren bestaat die hunne zonen moeilijk konden en wild en missen.

4. De burgerlijke bevolking is lang onder den indruk van den schrik gebleven. In afwezigheid van den E.H. Pastoor Noeninckx werd de Kerkelijke Dienst gedaan door eenen E. Pater Minderbroeder van Leuven. Van 19 Augustus tot 23 Augustus is men zonder mis geweest, de meeste parochianen gingen den zondag ter mis naar Brempt een gehucht onder Bierbeek.

Van 29 Aug. af zijn de Kerkelijke Diensten regelmatig geschied en werden de sacramenten zooals voorheen ontvangen.

De vijand is in Lovenjoul gekomen op 19 Augustus 1914. Onmiddelijk begon de opeisching bij de boeren van hooi, strooi en haver. In bijna al de woningen gelegen naast den Steenweg stool men de kiekens, zelfs hier en daar een zwijn of kalf.

Bij Emmanuel Wouters aan de statie sliepen 300 soldaten, de boer werd met zijne familie in eene kamer gesloten. Burgemeester Pijpen en de E Pater minderbroeder werden als gijzelaars in de pastorij opgesloten – de welvoorziene winkel van Felix Peeters werd leeggeplunderd en daarna afgebrand.

Op 22 Augustus nam men het paard van Burgemeester Pypen en hij ontving een krenpel (nota van de transcribant: ik kan er niks anders van maken) in de plaats.

Vanaf 24 Augustus rijden de duitsche treinen en voert men al het gestolene van hier en elders naar Duitschland. De kasteelen van Corbeek-Loo en Pellenberg – de woning van Dokter Honnorez te Lovenjoul worden ledig gestolen en daarna ten gronde afgebrand. Op 25 Augustus was het de beurt aan de pastorij van Lovenjoul, men hield er leelijk huis: Kruisbeelden en OL. Vrouwbeelden werden stuk geslagen; priestergewaden en kerkgerief in ’t slijk vertrapt, men ging zoo ver dat men met priestergewaad omhuld te paard door het dorp reed. Op 30ste Augustus werd eene mis gelezen te 6.30 ure, waarin veel vluchtelingen van de stad Leuven tegenwoordig waren.

Zondag 6 Sept. Te 6.30 ure gelezene mis bijgewoond door 38 duitsche soldaten.

Woensdag 9 Sept. Na de mis wil de EH. Pater de H. Communie naar eenen zieken dragen doch durft niet voorbij de statie en keert terug – ’s namiddags geschiedt zulks zonder dat er iets wordt opgemerkt.

Donderdag 10 Sept: Slag van Pellenberg. De kogels vliegen tot in Bruulbosch. Het huis van de Wwe Cockx gestaan op de grooten steenweg wordt in brand geschoten, de huizen van de Wwe P. Lenaerts Wwe Mart Oversteyns – Louis van den Hoeck beschadigd door de schrapnels – Bij laatstgenoemden werd zelfs eene koe in den stal gedood. Twee aan den Steenweg gedoode duitschers werden ter plaatse begraven en later naar het kerkhof van Corbeek Loo overgebracht, een gekwetste Pruis werd met eenen kruiwagen naar de statie gevoerd.

Dinsdag 29 Sept: Ontploffing eenen bom neergelegd op den ijzerenweg door Belgische soldaten.

Woensdag 30 Sept: Een officier komt met revolver in de vuist den Burgemeester halen. Men zegt aan de menschen dat het dorp gaat in brand gestoken worden, zij jagen hunne beesten uit de stallen, en werpen hunne meubels in de hoven. Er wordt inderdaad vuur gestoken aan de huizen van Francis Cauberghs – Wwe K Seldeslachts – Ang. Struyf – P. Van Goidsenhoven P. Van Den Broeck – Fr. Hermans – Guill. Overstyns – Kinderen Seldeslachts – Marie Gilbert– Leo Roeckaerts – Felix Gerssens - Gemeentehuis en woning der zusters – de jongensschool, onderwijzerwoning en Pastorij. Werden als gijzelaars genomen De E. Pater – de gemeentesecretaris en twee burgers die op den steenweg vertoefden.

Donderdag 1 Oct: De burgers worden verplicht het hout op de kanten van den ijzerenweg af te kappen.

Zaterdag 10 Oct: Drij gijzelaars A. Van Den Broeck J. B. Seldeslachts en Em. Van Goidsenhoven werden naar Leuven in het Klooster der E Pat. Dominikanen overgebracht.

Zondag 11 Oct: In afwezigheid van Pat Alexis was een andere Pater gekomen om de Kerkelijke Diensten te doen. Om 1 uur werd de Pater door twee soldaten bij den Kommandant geleid en moest er bewijzen geven wie hij was, en wat hij kwam doen.

Maandag 19 Oct: De E. Zusters herbeginnen de school.

Donderdag 17 Dec: De bevolking wordt beschuldigd op eenen soldaat die de wacht hield aan den ijzerenweg geschoten te hebben.

De waarheid is deze: Het was pikdonker dien nacht – de soldaat was dronken had zich in de bramen verward, was gevallen, door den val was zijn geweer afgegaan en het schot kwetste hem in ’t been. De gemeente werd met duizend mark boet bestraft, er werden opnieuw gijzelaars geeischt die gedwongen waren samen met de duitsche soldaten de ijzerbaan te bewaken.

Maandag 18 Jan 1915. De duitschen zijn gekomen om de notenboomen die door hen aangeslagen waren te kappen.

Donderdag 21 Jan. Aanstelling van den nieuwbenoemden pastoor EH. De Groote

Bij die gelegenheid mochten de klokken voor de eerste maal luiden.

Zondag 28 Feb: Men is den EH. Pastoor komen vragen de kerk te mogen gebruiken om den protestantschen dienst te verrichten. Op dezes weigering hebben ze daarvoor de groote zaal eener herberg gebruikt; deze heeft er drijmaal voor gediend.

Woensdag 19 April. Mr A. Van Ben Broeck wordt voor het duitsch gerecht geroepen om geweigerd te hebben een feldwebel te ontvangen en gezegd te hebben dat men voor de duitschen niet mag werken. Hij werd bestraft met 75 mark. Later werd Frans De Vroey voor twee maanden gevangzitting gestraft om eenen brief mede gegeven te hebben aan drij jongeren die over de grens trokken en bij hem vernacht hadden – Steph. Morren kreeg drij maanden gevang als gevolg eener beschuldiging zijner geburen zich aan wildstrooperij plichtig gemaakt te hebben. Verders werden nog eenige boeren met een aantal marken gestraft om te kort gebleven te zijn aan leveringen voor het nationaal komiteit.

Gewoonlijk verbleven in de parochie een dertigtal soldaten die den ijzerenweg bewaakten – zij bewoonden gedeeltelijk het gebouw der statie, het huis van den barreelwachter en het ledigstaande groot kasteel waar de overste verbleef. Laatstgenoemd kasteel werd door hem ontruimd einde Juli 1915 nadat ze er veel schade hadden aan toegebracht en het voor de anderen onbewoonbaar geworden is, zoodat het ledig is gebleven tot 1 Jan 1918. Op dien datum zijn de E Zusters van Liefde uit Kortrijk gekomen om het bewonen, nadat zij het in orde hadden doen brengen. Buiten de dertig gewone soldaten waarvan hooger spraak zijn er in Februari 1917 150 soldaten toegekomen uit Roemenie zij namen hunnen intrek bij de bevolking en verbleven er tot in het begin der maand Mei. De school werd te dier gelegenheid gedurende eene maand opgeschorst.

De pastorij van Lovenjoul werd door de duitschen ten gronde afgebrand, aan de kerk werd geene schade toegebracht.

De kruisweg geenszins met de gothieke kerk overeenstemmende werd in 1916 door eenen nieuwen vervangen. Elke statie kostte 175 franken werd vervaardigd door Mr Van Uytvanck, beeldhouwer te Leuven en plechtig gewijd door eenen Pater Minderbroeder van Leuven op 29 October 1916 Feest van St Ermelindis geboorteheilige van Lovenjoul.

Gedurende den oorlog namelijk 2 Januari 1918 kwamen op het groot kasteel, vroeger toehoorende aan de graven de Spoelbergh, thans eigendom der Hoogeschool van Leuven, eenige zusters van Liefde uit Kortrijk. Half Februari werd er na de noodige toelating bekomen te hebben eene huiskapel ingericht. Het Allerheiligste Sakrament wordt er bewaard en alle veertien dagen wordt er mis gelezen door eenen Priester van Leuven.

Hetzelfde jaar, in de maand april, kwamen in een ander gebouw staande in ’t park van voornoemd kasteel, dichter bij de parochiekerk, elf zusters van de zelfde orde met een zestigtal zieke of oude vrouwen. In 1916 December waren zij door de duitschen genoodzaakt hun gesticht te Brugge te verlaten en vertrokken toen naar de Kolonie van Merxplas. Het leven was er hun zeer onaangenaam en kostelijk, aldus kwamen ze naar Lovenjoul vanwaar zij rond Paschen hopen te vertrekken naar hun vorig gesticht te Brugge. Ook die zusters bekwamen de toelating om eene huiskapel in te richten – alle veertien dagen wordt er ‘t H. Misoffer opgedragen.

9-b. Zie hooger

9-c Nooit is de vrijheid van den eredienst binnen de kerk belemmerd of gestoord geweest. De bisschoppelijke brieven zijn er allen geleezen geweest – uitgenomen het 2de deel van den Brief – Jan 1915 Vaderlandsliefde en standvastige lijdzaamheid” deze brief werd gedrukt en in alle huizen uitgedeeld. Ook de sermonen zijn nooit onderbroken geweest – zijn altijd regelmatig geschied.

In ’t jaar 1915 deed de processie ter gelegenheid van H. Sakramentsdag haren gewonen omgang deels slechts met maagdekens in ’t wit en lichtdragers, bijna al de voorwerpen zijn verbrand geweest of moedwillig vernield. Nadien is er geene H. Sakramentsprocessie meer uitgegaan – De openbare berechting der zielen en de Kruisprocessie zijn altijd geschied, zonder dat er kennis van gegeven werd of toelating gevraagd aan de duitschen – en zijn ook altijd gebeurd zonder stoornis of andere gevolgen.

Het bijwonen der goddelijke diensten heeft sedert Januari 1915 niets te wenschen gelaten, heeft integendeel bijgewonnen. De Communiën zijn grootelijks vermeerderd zoals hierna kan bestatigd worden – dank aan de inrichting van eenen Bond van J.H. Hert voor mannen die thans 95 leden telt en wier leden iedere maand te communie gedaan ten minste met 80. – dank aan de herinrichting der Congregatie van OLVr. die van 22 tot 75 leden geklommen is en die ook maandelijks gezamenlijk te communie gaan – dank aan het beter vieren van den 1sten vrijdag der maand waarop het getal communiën gestegen is van 40 tot 150.

Aan de plechtige Communie der kinderen zijn geene uitzonderingen geweest – dit komt hierbij dat er geene schamele armen zijn en dat de armsten eenigszins door toedoen van den EH Pastoor ondersteund geweest dank aan de vrijgevigheid van eenige parochianen.

Plechtige Communie

1913 1914 1915 1916 1917 1918

Jongens 17 8 13 18 10 12

Meisjes 16 12 10 11 15 8

Totaal 33 20 23 24 25 20

 

Als buitengewone diensten mogen aangezien worden: De Triduum ter eere van t H Hert van Jesus voorgeschreven door de Geestelijke Overheid – gepredikt door de E Pat. De Smet Redemptorist – die waarlijk als eene zending mag aanzien worden voor het bijwonen der sermonen en het naderen tot de HH Sakramenten. Er waren bij het sluiten van den Triduum geen vijftig personen die niet te communie zijn geweest.

De openbare zedelijkheid is in ’t algemeen goed geweest, er zijn nochtans twee vrouwen van soldaten geweest die tot ergernis der parochianen gediend hebben, buiten hen nog twee meisjes van de lichste soort maar zij werden algemeen met de vingeren gewezen.

Tot in Juli 1918 was er te Lovenjoul geene kermis geweest, maar dan is zij door de gemeenteoverheid toegestaan.

De begoede en brave bevolking heeft deze handelwijze afgekeurd en de EH Pastoor heeft zulks ook van op den preekstoel ten zeerste betreurd, hij vond daarin de goedkeuring van alle weldenkende parochianen. Het hoeft niet gezegd dat zulke kermis aanleiding gegeven heeft tot veel ontstichting en veel gemeen volk uit de omliggende dorpen naar Lovenjoul heeft doen komen. Later als het kalf verdronken was, heeft de gemeenteoverheid hare onbezonnen daad beklaagd.

e. De beide scholen van Lovenjoul zijn gemeentescholen.

f. Er bestaat in Lovenjoul geen patronaat noch voor jongens noch voor meisjes.

Er bestaat enkel: Een Boerengilde met 58 leden – eene Boerinnengilde met 70 leden – eene Pensioenkas met 70 leden. In den Boerenbond bestaat ook eene spaar en leenkas.

g. Er werden geene werklieden naar Duitschland ontvoerd.

h. Ondersteuningswerken werden allen verricht door het Plaatselijk Komiteit.

i. zie hooger

10. Michiels Augustus

Taverniers Frans

Oversteyns Edward gesneuveld

Bavin Jules

Bavin Emile

Alberts Louis

Van Emelen Engelbert – gekwetst aan de hand

Execelmans Norbert

Seldeslachts Justin

Furman Theophiel vermist – waarschijnlijk gesneuveld

Vignero Frans gekwetst aan den voet

Demia Pet.

Lacroix Kamiel

Mertens Desiré

Delronge Emmanuel

Taverniers Jaak

Bottu Frans

Rummens Frans

Bottu Emiel

Beuckelaers Jules

Rummens Armand

Van Billoen Jules

Van Veeckhoven Jan

De Winter André

Rummens Gustaaf

Bruelmans Pet Gevangen in Duitsland

Hybels Pet Gevangen in Duitsland

Kempeneers Desiré Gevangen in Duitsland

Nys Alfons Gevangen in Duitsland

Stroobants Frans Gevangen in Duitsland

Van Den Broeck Pascal Gevangen in Duitsland

Stuckens Alfons Gevangen in Holland

Van Den Broeck Maurice Gevangen in Holland

Persoons Jan Gevangen in Holland

De Vroey Ant. Gevangen in Holland

 

11. In de parochiekerk is nooit een duitscher geweest om opzoekingen te doen. Men is alleen bij den EH. Pastoor geweest om inlichtingen te nemen aangaande de klokken. Deze heeft hem gezegd dat hij de sleutels der kerk niet bezat, dat die bij den koster waren maat dat deze tot afwezig was tot laat in den avond. Daarop zijn zij heengegaan zonder nog weer te keeren.

Geboortecijfer

1913 1914 1915 1916 1917 1918

33 35 27 28 13 28

Overlijdens

18 18 12 16 12 36

12. Alhoewel de landbouwers in ’t algemeen meer naastenliefde zouden hebben kunnen tonen mag gezegd worden dat een groot getal zeer vrijgevig zijn geweest, en slechts de prijzen van het Komiteit gevraagd hebben. De Leuvensche bevolking zal daar best kunnen over oordelen.

In 1917 werd eene omhaling gedaan tusschen de leden van den Boerenbond, zij bracht 500 franken op. De opbrengst bestemd tot ondersteuning der kleine burgerij werd aan de geestelijke overheid gestuurd.

13. Twee dagen na den wapenstilstand 13 Nov 1918 kwamen hier de eerste duitsche troepen in groote massa voorbij, dit duurde tot 19 November. Iederen avond bleven er hier overnachten, de eersten droegen roode vlaggen en gingen in de grootste wanorde, de officiers hadden hunne kenteekens afgedaan en werden niet meer gehoorzaamd veel officieren hadden zelfs schrik van de gewone soldaten die hen onbeleefd en zelfs dreigend dierven antwoorden. De twee of drij laatste dagen was er nog orde in ’t leger, ’t waren de troepen die van het front terugkeerden – aan hunne spraak te hooren waren het keizerlijken of keizersgezinden, nochtans schenen zij allen met schrik bevangen om naar hun land weer te keeren.

Hun aard van stelen waarmede de duitschers bij hunnen inval bezield waren was bij hunnen terugtocht bijgebleven. Zoo stolen zij bij Em. Van Goidsenhoven een schoon paard; de landbouwer had binst de nacht gerucht gehoord, stond op en bemerkende dat zijn paard weg was nam aanstonds de richting van Thienen en vond gelukkiglijk zijn paard te Bautersem waar hij het na veel moeite eindelijk terug kreeg.

Bij Francis Struyf stolen zij een verken, bij Aug Overstyns eene koe – bij Karel Vercammen ging het zoo ver dat zij, terwijl de vrouw het bemerkte – in den kelder drongen en er een versch geslacht verken uit de kuip haalden. De vrouw die weerstand bood werd met den revolver bedreigd. Bij nog andere boeren namen ze eetwaren voor hunne paarden zonder dat zij er iets voor betaalden.

1ste November dus vóór den wapenstilstand werd van uit eenen voorbijrijdenden trein de koe doodgeschoten der zusters van Liefde. Deze stond in het park te grazen – bij onderzoek bleek dat zij door eenen duitschen kogel werd gedood.

14. 15 november: Nationale Feestdag werd bij eenige dorpelingen de Belgische vlag uitgestoken zonder dat de duitschers ze deden intrekken. Bij de intrede der Belgische en verbondene legers werd er algemeen gevlagd. Op 15 en 23 november werd het Te Deum plechtig gezongen. Al de gevangenen uit Holland en Duitschland zijn weergekeerd.

Ook van de uitwijkelingen is niemand achter gebleven.

Ter gelegenheid van de bevrijding van ons vaderland deed de EH. Pastoor een sermoon waarin hij bezonder drukte op de tusschenkomst van ’t Hert van Jesus als bezondere belooning der godsvrucht die de parochianen negen achtereenvolgende 1ste vrijdagen hadden getoond. Hij rekende dan ook op de dankbaarheid en verzocht de inwoners mild bij te dragen in den aankoop van eenen troon tot versiering van ’t beeld van ’t H. Hert op de 1ste vrijdagen, en van de 12 Beloften van ’t H. Hert voorgesteld op vaandels te dragen in de Processie. De rondhaling bracht de ronde som op van 700 franken het H. Hert van Jesus ter eere.

DGR

Edm De Groote

Pastoor

Al Seldeslachts A. V.d.Broeck

Gemeentesecretaris onderwijzer

 

M Uytvanck is waarschijnlijk Joseph François Benoit Van Uytvanck ° Leuven 25/07/1884, zoon van Benoit Van Uytvanck en van Marie Adolphine Hutsebaut.

 

Bijlage

Gevangenneming van Pater Raynerius Snel, minderbroeder (van het klooster te Leuven) door de invallende Duitsche Troepen te Lovenjoul, op Donderdag, den 27n Augustus 1914.

Verslag

Donderdag, 27 Augustus 1914, te ruim 9 uren ’s morgens, werden de Paters en Broeders van het klooster der Minderbroeders (Vlamingenstraat) te Leuven, door de bel der gemeente samengeroepen en hun werd door Pater Gardiaan aanzegging gedaan, dat al de inwoners der stad moesten vluchten, omdat de Duitsche militaire overheid had afgekondigd dat Leuven ging gebombardeerd worden. Op de vraag van eenige kloosterlingen: “waarheen moeten wij vluchten?” antwoordde Pater Gardiaan: “Naar Roosbeek (Thienen) op.”

Ik vroeg dan aanstonds aan Pater Gardiaan of ik naar de Zusters Clarissen-Coletienen (bij wie ik de biechtvader ben) mocht gaan, en zoo de zusters nog in hun klooster waren – daar dan mocht blijven. Pater Gardiaan stond mij aanstonds mijn verzoek toe.

Na eerst met de andere kloosterlingen de heilige speciën genuttigd te hebben, ging ik dan langs de Frederik-Lintstraat, de Vesaliusstraat en de Marie Theresiastraat tot in de Bogaardenstraat, waar ik echter het klooster der bovengenoemde zusters gesloten vond. Ik belde twee- driemaal aan, doch niemand kwam opendoen. Dan zei mij iemand van de geburen, dat de zusters allen reeds weggevlucht waren.

Daarop ging ik heen en zette mijn weg voort tot aan het begin der Maria Theresiastraat, d. i. aan het statieplein. Dit was ledig en afgesloten: het moet rond 10 uren geweest zijn toen ik daar aankwam. Met nog een 20 à 30 vluchtelingen, ging ik meer op rang, de een na de anderen, dan wel naast elkander, rechts den boulevard op naar de Thiensche Poort. Wij volgden het voetpad onder de boomen, daar de steenweg of staat versperd was door puinhopen van omvergevallen muren of neergekomen daken en schoorstenen. De huizen op den boulevard, te beginnen op de hoek de Maria Theresistraat, waren reeds grootendeels door den brand vernield, die zelfs nog niet gansch uitgedoofd was.

In de Maria Theresiastaart, tusschen de Blijde Inkomst- en de Bogaardenstraat, had ik een dood paard op straat zien liggen en op den Thienschen Boulevard lagen op de straat vvan den boulevard, langs den ijzerenweg, stonden op korte afstand van elkander, schildwachten met geladen geweer, gericht naar de vluchtelingen.

Aan de Thiensche Poort kwamen groote massa’s volk de stad uit, die den Thienschen Steenweg opgingen. Ik vervoegde mij bij hen, hopende onderweg dan wel mijne medebroeders aan te treffen? (Zie N.B. onder de bldzijd) Niet ver buiten de stad lag op den steenweg een dood paard, dat reeds in ontbinding verkeerde.

Welhaast zag ik eenige zusters Clarissen-Coletienen, die zuster Bonaventura, jubilarisse, in een stoel op rolletjes gezeten, voorttrokken. Wat verder ontmoette ik Eerw. Moeder Abdisse met 3 of 4 zusters bij haar. Al gaande kwamen mij eenige priesters voorbij, o.a. ook de ZZ. EE. Heeren Neyens en Tielemans, pastoor en oud-pastoor van Sint Jozefsparochie te Leuven. Terwijl zij voorbijgingen wisselden wij eenige woorden met elkander, maar dachten er toen niet aan, dat wij na een goed half uur later, te zamen zouden gevangen zijn.

Wat verder, een half uur buiten de stad, rechts van den steenweg tegenover de gemeenteschool van Corbeek-Loo, op het gehucht genaamd “De Mol” is er een steenbakkerij. Ik zag daar op een berg leem bestemd om er steenen van te bakken - drie Paters Dominicanen, (ZZ/ EE. PP. Rolin, Parijs en Tuyaerts) die mij toeriepen dat zij als gijzelaars waren genomen en als ik goed verstaan heb, vroegen zij mij ook of ik ook geen lust had om bij hen te komen. Dààrboven, op die hoogte of dien leemberg, stonden nog al veel kanonnen, waarbij zich ook veel soldaten bevonden.

Nota bene. De Paters en Broeders zijn wel het klooster uitgegaan, maar nauwelijks buiten op straat zijnde, raadden de menschen, geburen vooral, hun aan toch maar niet te vluchten. Zij hebben dien raad gevolgd en zijn gelukkig thuis gebleven, want noch het klooster noch de kerk hebben iets te lijden gehad van het “zoogenaamde bombardement”, d.w.z. van de in de stad aangerichte verwoesting.

Een weinig verder, op een vlak stuk land, altijd rechts van den steenweg en gelijk met dezen, d.i. niet hooger of lager gelegen, waren ook vele soldaten gekampeerd. Eén van hen, dicht aan den steenweg staande, sprak mij aan en zeide, dat hij ook katholiek was en dat Leuven ging gestraft worden, omdat er ’s nachts te voren drie duitsche soldaten door de inwoners de hals waren afgesneden. Ik had er volstrekt niets van gehoord en het was ook niet waar; maar zoo iets moesten de duitsche officieren hun mannen wijsmaken, om hun laffe plunderingen en brandstichtingen, die zij te Leuven gingen aanrichten, te rechtvaardigen.

Ook hadden de Duischers afgekondigd, dat de stad Leuven zou gebombardeerd worden, doch op heel den weg naar Thienen heb ik dikwijls met aandacht, maar altijd te vergeefs geluisterd naar het schieten, dat natuurlijk hoorbaar moest zijn bij een bombardement.

Wederom wat verder, reed een groote autombiel, van Leuven komende voorbij, met zeker wel 10of 12 inzittende Duitsche officiers. Eenigen van hen mij ziende, balden, met furie op het gelaat, den vuist naar mij, alsof ik een plichtige was. Gelukkig bleef ik gerust en kalm denkende:” och, dat zijn zeker fanatieke protestanten, voor wie het priester of kloosterkleed voldoende is, om in woede te ontsteken.

Eindelijk te Corbeek-Loo gekomen, zag ik op den steenweg, zoover mijne oogen reikten, bijna niets dan Duitsche soldaten, die dáár een wacht hadden opgeslagen. Toen ik dan met de vluchtelingen op den veloweg gaande, een 100 passen of stappen Corbeek-Lo door was en mij op het grondgebied van Lovenjoul bevond, naderde mij op eens een officier en sprak:” Ga eens mede”. Gedwee en zonder tegenspreken ging ik met hem mede, te midden van den steenweg en misschien wat te dicht naast hem loopend, zei hij mij:” niet zoo dicht naast mij gaan”. Achter mij volgde een soldaat met geweer op den schouder.

Na den officier 70 à 80 stappen gevolgd te hebben, kwam ik aan een kleine boerderij of liever eenvoudige boerenwoning,nl. een huis met aanpalende stallen, zooals er op de dorpen in de gansche streek daar nog al veel gevonden worden. De Voorgevel van het huis, dat links van den steenweg stond, gaf hierop uit. In den zijmuur aan de linkerzijde, naar achter loopend, was eene deur, die toegang gaf tot een kleine schuur, ruim 4 meters lang op 2.60 m. breed. Dit schuurtje maakte deel uit van het huis, d.w.z. bevond zich onder één en hetzelfde dak met het huis? In die kleine schuur moest ik binnengaan; daarin werd ik, nochtans gansch onplichtig aan de beschuldigingen, eenigen tijd later door een Duitschen officier tegen mij en nog andere priesters, die er reeds waren, ingebracht, gevangen gezet, want aan den ingang stonden twee soldaten met geladen geweer op schildwacht.

Sommigen heeten de plaats, die ik een kleine schuur noem, liever een stal of een soort van stal, ja, een varkenskot. Wat er van zij of niet, de naam doet weinig aan de zaak. De plaats om een stal genoemd te kunnen worden, was er klein en vuil genoeg voor. Er lag stroo op den grond, dat er werd uitgespreid na de aankomst der eerste gevangenen. Nota: Den 30 n September 1914 zijn eenige Duitsche soldaten het huis komen in brand steken, te gelijk met nog andere woningen van Corbeek-Loo en Lovenjoul, omdat er tusschen dit dorp en Thienen schade was toegebracht aan den ijzerenweg en men de daders niet kon of liever niet wilde vinden. Belgische soldaten in uniform hadden bommen geworpen, maar der Duitschers wilden dat niet erkennen.

Het schuurtje of de stal is blijven staan; de deur, die er toegang toe gaf is thans toegemetseld. De plaats zelve dient nu tot slaapkamer aan de bewoners van het huis, dat heropgebouwd is voor zooveel; het woonvertrek aan de kleine schuur palende, een kleine

Vierkante kamer, is voorlopig hersteld.

Dààr, in het schuurtje, trof ik de hiernavolgende gevangenen aan: den Z. Eerw. Heer Neyens, pastoor van S. Jozefsparochie; den Z. Eerw. Heer Tielemans, oud pastoor; den Eerw. Heer Vertommen, onderpastoor derzelfde parochie, den Z. Eerw. Heer Kanunnik Lemaire, hooglerrar in de Christelijke Bouwkunst, aan de Hoogeschool; den Z. Eerw. Pater De Clerq, rector van het Seminarie van Scheut, te Leuven, met twee zijner medekloosterlingen, de EE. PP. Van Zuyt en Moves; den Eerw. Heer De Neuter, leerling aan het Groot Seminarie van Mechelen en Broeder Rodolphus, der Broeders van de Christelijke Scholen te Brussel.

Deze broeder, wien de Duitsche Soldaten in het schuurtje buiten zijn weten zijn geldbuidel hadden ontfutseld, zocht hem te vergeefs in het stroo, toen ik binnenkwam en daarom vroeg hij mij vriendelijk wat te willen blijven staan en niet verder tot tegen den muur te gaan.

Welhaast kon ik over het stroo heenstappen, maar aanstonds – ik leunde wat, daar ik vermoeid was, tegen de muur – kwam er een soldaat, ik denk een onderofficier, aan den ingang van onze gevangenis, ons alle,, priesters en kloosterlingen, - op bijtenden en snauwenden toon, gelijk de Duitschers dat kunnen – verwijten, dat wij het volk hadden opgestookt om op de Duitsche soldaten te schieten. Aan onbeschofte woorden, zooals “Schweinhünden”, “Schweien” en dergelijke ontbrak het den laffen held niet. “Bidt nu maar,” eindigde hij, “bidt maar tot God, want welhaast zult gij den kop afkrijgen.”

Wellicht vreesden de soldaten, die aan de deur op schildwacht stonden, dat M. Pastoor Neyens, die reeds, vóórdat ik in het schuurtje binnen gebracht was, vrijmoedig had geantwoord op de valsche beschuldigingen opnieuw zou beginnen te spreken; want één van hen snauwde dien Z. Eerw. Heer bijzonder, maar ook ons allen te zamen barsch en onbeschoft toe: “Kein Wohrt mehr!” Niemand heeft daarna nog tot de soldaten gesproken, allen bewaarden wij het stilzwijgen.

Ondertusschen had ik lij op den grond tegen den muur nedergezet, niets anders denkende dan dat ons laatste uur geslagen was. Ik biechtte aan een Pater missionaris van Scheut, die naast mij zat en den rozenkrans biddende bereidde ik mij tot den dood.

Een tien minuten later daarna werd eerst de Z. Eerw. Heer Kanunnik Noël, hoogleeraar in de Wijsbegeerte aan het Instituut S. Thomas en een weinig later nog de Eerw. Heer Kerstrens, onderpastoor van S. Antonius’parochie, bij ons in de kleine schuur binnengebracht. Daarop kwam er een soldaat zien en na ons geteld te hebben, sprak hij luid op: “Twaalf stuks! Twaalf koorden!” Toen zeide de Z. E. Heer Kanunnik Lemaire tot zijn collega, den Z. E. Heer Kanunnik Noël:” Mon cher, on va nous pendre”.

Daar de Z. E. Heer een reiszak in de hand droeg, sprak hij tot de soldaten, die aan den ingang van onze gevangenis stonden;” Als ik hier moet blijven, wilt dan mijne moeder roepen, eene Dame, die op den steenweg staat, opdat ik haar mijn reiszak kan afgeven”. Of de soldaten Madame Noël hebben geroepen weet ik niet, maar eenige oogenblikken nadat Mr Kanunnik zijn verzoek gedaan had, kwam zij vergezeld van een officier, dat het te verwonderen was, dat men hier haar zoon en de andere priesters tegenhield en gevangen nam; een duitsche officier te Leuven had nochtans gezegd, dat allen, ook de priesters, vrijen doortocht hadden langs den steenweg naar Thienen op.

De officier zei in het Duitsch, dat wij verdacht werden van spionage en beschuldigd van het volk opgestookt te hebben om op de Duitsche soldaten te schieten. Hij vroeg vervolgens aan de twee heren Kanunnikken, die vooraan het dichtste bij de deur stonden, wie zij waren en wat zij deden. Zij antwoordden geleerden te zijn en noemden de vakken, welke zij leeraarden; zij haalden ook de namen aan van eenige Duische hoogleeraren, die zij kenden. Op de beschuldigingen tegen hen en ons allen ingebracht, gaven zij ten antwoord (steeds in het Duitsch sprekende) dat zij persoonlijk volstrekt niet hadden opgestookt om op de Duitsche soldaten te schieten, om de eenvoudige reden, dat zij, hoogleeraren zijnde, bijna niet in aanraking komen met het volk en de overige Heeren, hier gevangen, hebben het volk evenmin ertoe aangezet; het zijn allen vreedzame priesters en eenigen zelfs hebben hun onderhoorige geloovigen, zowel in de kerk als daar buiten, vermaand de kalmte en de rust te bewaren tegenover de Duitsche troepen.

Toen de twee Heeren Kanunnikken nog voortspraken, zeiden zij o.a. ooké Een Duitsche Officier te Leuven heeft ons verzekerd, dat wij vrijelijk en ongehinderd konden vluchten langs den steenweg naar Thienen”. Wij allen, die in de kleine schuur zaten, bevestigden hun gezegde met gezamenlijk nog al luide te zeggen;” Ja, ja, dat is ons te Leuven door een Duitsche Officier verzekerd!”

En zoo was ons proces gewonnen, ik bedoel, onze gevangenschap in die zoogenaamde stal ten einde: de officier liet ons allen los en vrij gaan, om voort te vluchten. Eenigen van de soldaten, die in groot getal op den steenweg stonden, ons uit het schuurtje ziende komen, wilden ons opnieuw tegenhouden, maar toen wij hun zeiden dat een officier ons in vrijheid had gesteld, mochten wij onzen weg voortzetten.

Dit verslag, door mij zelven opgesteld in de maand Februari van het jaar 1915, verklaar ik door mijne handtekening in alle deelen waar en echt te zijn.

P. fr: Raynerius Snel, minderbroeder

 

P.S. Daar er reeds 9 heeren geestelijken in de kleine schuurt waren toen ik er binnengeleid werd, zoo kan ik niets zeggen over de be- en mishandelingen hun vóór mijne komst door de Duische soldaten aangedaan. Ziehier echter wat mij door hen zelven verhaald is: “Allen”, zegt de Z.E.P? De Clercq, rector, allen zijn wij afgetast geworden en mij hebben zij mijne agenda, identiteitspapieren en mijne pennemes afgenomen”.

De Z.E. Heer Tielemans, oud Pastoor, alsook Br: Rodolphus van de Chr: Scholen, zijn nog al op brutale wijze behandeld. Zij hoorden zich door de soldaten toesnauwen;” Schweinen, gaat daar liggen op den grond” en dan hebben zij hem, behalve een kostelijke snuifdoos en een klein pennemes, hangende aan zijn horlogeketting, nog de som van 5020 franken ontvreemd. Aan Br: Rodolphus ontfutselden zij zijn geldbeurs, ongeveer 30 franken inhoudende.

De Eerw: Heer De Neuter, seminarist, werd ook afgetast, maar niets afgenomen; hij kreeg op de linkerkaak een zoo duchtigen slag met de hand van een soldaat, dat hij suizebolde of sterren zag. Hij had gezegd dat men hem reeds afgetast had en dat was te veel: hij moest zwijgen...

Eén van de twee Paters van Scheut had een valies bij zich, waarin nogal veel vijf frankstukken staken. De soldaat door wien de Pater onderzocht werd, door het geld verblind, nam eerst één stuk, dan nog een tweede en misschien nog een derde. Daarna kwamen andere soldaten op hunne beurt elk ook één of meer vijffrankstukken uit de valies nemen…

Aan den Z.E. Heer Neyens, pastoor, ontnamen zij eerst zijn zilveren zakuurwerk en eene som van 6340 franken. De soldaten waren allesbehalve vriendelijk in den Eerw. Heer af te tasten; zij wierpen hem meermalen het woord “Schwein” naar het hoofd, alsnog beschuldigden zij hem voornamelijk het volk tegen de Duitsche soldaten opgestookt te hebben. Eerwaarde wedersprak hem door te zeggen, dat hij juist het tegenovergestelde had gedaan nl. zijne parochianen trachten in kalmte te houden. Hij voege erbij: “Verschillende Heeren hier tegenwoordig kunnen het getuigen, dat ik rust en kalmte aan mijne toevertrouwde kudde heb aanbevolen”. Maar welhaast riep een Duitsche soldaat, die bij de deur stond, hem toe:” Kein Wohrt mehr!” En de Heer Pastoor heeft toen gezwegen.?

De twee EE: HH: Neyens en Tielemans hebben toen zij terug thuis waren, het hun ontstolen geld, te meer daar het hun niet toebehoorde, maar voor goede werken en noodlijdenden bestemd was, teruggevraagd aan den Duitschen Generaal Gouverneur Baron von Bissing. Deze heeft dan door Duitsche rechters een onderzoek doen instellen, waarop al de gevangenen, behalve Mr Kan. Noël, de twee Paters van Scheut en de Broeder Rodolphus, omdat zij Belgie hebben verlaten, zijn verschenen. Ik heb natuurlijk niets kunnen zeggen over de ontvreemding van die twee sommen geld, tenzij hetgeen ik gehoord had, omdat ik er niet bij tegenwoordig was, toen dat geld werd afgenomen.

Na het onderzoek werd aan de Heeren Pastoors geantwoord, dat het niet genoegzaam bewezen was, dat Duitsche soldaten hun dat geld hadden ontnomen en dat die soldaten meer moesten aangeduid zijn, wilden zij kunnen rekenen op teruggaaf.

Daarna hebben de Eerwaarde Heeren nogmaals hun geld teruggevraagd en het dan tot den laatsten cent weergekregen, wellicht meenen zij, omdat zij dezen, hun tweede brief sloten met de hiernavolgende volzin: “Wanneer men de geschiedenis van den oorlog zal schrijven, is het goed, dat men wete, dat wij, nadat ons dringend verzoek van schadevergoeding is verworpen, zijn voortgegaan op te komen tegen de hatelijke handelwijze, waarvan wij de ongelukkige slachtoffers zijn.” Quand on …. qu’après le rejet de notre requête de dommages et intérêts, nous avons continué à protester contre l’acte odieux, dont nous sommes les malheureux victimes.

 

Andere bijlagen

Aantal communieën in 1913, ’14, ’15, ’16, ’17, ‘18

Parochie Lovenjoul

1913 – 8485

1914 – 9100

1915 – 14300

1916 – 15100

1917 – 15200

1918 – 27000: Dit hoog getal komt voort wegens de beide kloosters bestaande uit 18 kloosterlingen en een zestigtal ouderlingen hier toegekomen begin 1918.

Op een postkaart gericht aan :

Zeer Eerw. Heer Laenen

Archivist

Bisdom

Mechelen

Eerw. Heer Kanunnik

 

In antwoord op uw geeerd schrijven van 2 Nov. Laat ik u weten dat op 19 aug 1914 geen burgers gedood werden in Lovenjoul. Een zekere Verreydt is doodgeschoten geworden tegen Lovenjoul op den grond van Bierbeek, verder heb ik van geen gedoode burgers in mijne parochie gehoord.

J. F. Verboven

Pastoor

Lovenjoul

 

Lovenjoul 19 Feb. 1918

Zeer Eerw. Heer Deken

Als gevolg op het schrijven van zijne Eminentie heb ik de eer u volgende inlichtingen te verschaffen

1° Er berust eene klok in de kerk van den H. Lambertus te Lovenjoul.

2° -

3° Zij draagt als jaartal “Gegoten 1732”.

4° Gewicht: moeilijk om schatten men denkt 400 à 425 kilos

5° Toon: La Bémol

6° Versierd door eene Heilige Familie

7° Meet 72 cm hoogte en 78 centim diameter.

8° Als opschrift draagt zij buiten het jaartal 1732 Burgemeester Petrus de Spoelbergh – Pastoor Nys.

 

Ziedaar, zeer Eerw. Heer Deken, de inlichtingen die ik er u kan over verschaffen. Ik bied u met dezen mijne eerbiedigste groeten

Edm. De Groote

Pastoor

Verslag van Haasrode

Parochie van Haasrode (O.L.Vrouw) – Gemeente Bierbeek

Bouwstoffen betrekkelijk de geschiedenis der kerke van België gedurende den groote oorlog.
Parochie O.L.V. Haesrode
Haesrode, Prov. Brabant Arrond. Leuven Gem. Bierbeek heeft betrekkelijk weinig door den oorlog geleden.
De bevolking was gedurende de eerste dagen van de oorlog redelijk kalm, de goddelijke diensten werden beter bijgewoond, er waren meer biechten en communiën. Het rozenkransgebed werd elken avond goed bijgewoond in de kerk. Later werd het rozenhoedje elken dag gebeden na de mis; dir werd onderhouden gedurende gansch den oorlog en nu wordt dit gebed nog elken dag gedaan, uit dankbaarheid.
Bij den inval der Duitschers op 18 Augusti 1914 had het grootste deel der bevolking zich verstoken in de omliggende bosschen. Slechts zeven duitsche soldaten zijn op verkenning doorgetrokken. De groote massa troepen is langs Bierbeek (centrum) en over het uiteinde der parochie langs Park Heverlee doorgereisd. Er is dien dag geene schade veroorzaakt.
Den 26 augusti is door eenige duitsche soldaten welke in autowagens doorreden, een huis afgebrand, rede onbekend.
In de dagen der verwoesting van Leuven, den 25 Aug. begonnen, hebben ruim 3000 inwoners dezer stad gedurende acht dagen in Haesrode verbleven.

9. b. De goddelijke diensten zijn altijd gepleegd zonder onderbreking; de Duitschers hebben geen gebruik gemaakt van de kerk.
c. De lezing van den beroemden herderlijken brief van zijne Eminentie kardianaal Mercier, is uitzonderlijk verboden geweest als ook eenmaal de processie van het H Sakramen. Voorts werd de eeredienst zoo binnen als buiten de kerk, gedurende gansch den oorlog, volgens gewoonte gepleegd.
d. Bijwonen der diensten en naderen tot de HH. Sakramenten in’t begin van den oorlog beter; later zooal volgens den gewonen trant. De plechtige communie der kinderen gelijk buiten den oorlog.
g. Geene werklieden of dienstplichtige werden ontvoerd. Doch eenige honderden dienstplichtigen en andere burgers hebben op het einde van den oorlog, bij hunnen doortocht in de parochie, nachtverblijf en voedsel ontvangen; ook honderden hoornbeesten uit het noorden van Frankrijk en uit het zuiden van Belgie weggevoerd. Alzoo had onze bevolking aan afbeeldzel van hetgeen haar te wachten stond, zoo de oorlog nog eenige tijd zou duren.
h. Gewone ondersteuningswerken door het komiteit.
i. Boeten, uitbuiting der bevolking, gelijk in het algemeen overal, niets bijzonders te melden.

10.Getal soldaten opgeroepen: 37, waaronder vele jonge gehuwden. Hebben vrijwillig dienst genomen 3: Aug. Goemans, Herman Vinckx en Arthur Page. Deze laatste, eerst krijgsgevangene in Holland, na den val van Antwerpen, heeft hij bij de eerste gelegenheid het belgisch leger vervoegd. Gesneuveld 3. Arthur Page, Theophiel Verhoeven, Victor Dupont – In Holland gestorven.
Jeroom Nackaerts Henri Declercq, na den val van Veurne krijgsgevangen in Duitschland, door gebrek verzwakt naar Zwitserland overgebracht, en eenige dagen na het sluiten van den wapenstilstand, in Frankrijk overleden.
Vergelijkende tafel der huwelijken, geboorten sterfgevallen
1913 : 10 47 24
1914 : 4 51 24
1915 : 3 36 19
1916 : 6 25 15
1917 : 9 28 16
1918 : 6 26 42
Nota voor de geboorten: verscheidene jonge gehuwden in ‘t leger
Voor de sterfgevallen; 1918 groot deel sterfgevallen ter oorzake der Spaansche koortsen.

11. Geene huiszoeking werd gedaan in de kerk - de opname der groote klok is geschied - eene kleine klok, wegende omtrent 30 k gegoten in het jaar 1553, was weggeborgen zoo haast er spraak was van in beslagname der klokken. Toen werd ook het meest koper der kerk verdoken.
13. Een peerd werd medegenomen in verwisseling van requisitiebon zonder weerde.
14. Er zijn geen belgische troepen in de parochie doorgetrokken. Enkel zijn er eenige honderden fransche soldaten gehuisvest geweest; bij hunne intrede luidde de groote klok, waren de huizen bevlagd. Godsdienstige plechtigheden volgens voorschriften der geestelijke overheid.

Bovenvermeld verslag echt verklaard door:
Beirinckx pastor te Haesrode Bierbeek
Ch Loonbeek schepen der wijk Haesrode Bierbeek
W De Ridder hoofdonderwijzer Haesrode Bierbeek

Getal communiën in
1913 ’14 ’15 ’16 ’17 ’18
8758 14542 11974 11345 10014 9336

Aantal kinderen tot de plechtige communie toegelaten in:
1913 ’14 ’15 ’16 ’17 ’18
32 30 38 28 29 34
Den Eerw. Heer Beirinckx
Pastoor te Haesrode

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Schriek

↑ Terug naar de berichten