|

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I
Vragenlijst en Stofindeeling.
1.- Bestuurlijke ligging. (Provincie, arrondissement, kanton, gemeente; dekenij). Natuurlijke ligging der parochie voor zooveel deze ligging van aard is sommige feiten beter in 't licht te stellen. (Ligging belangrijk onder krijgsoogpunt op eene rivier, eene hoogte, nabij eene versterking, enz).
2.- Maatregelen bij den inval getroffen door de Belgische burgerlijke en krijgsoverheid en door de geestelijkheid. (Ontruiming door de bevolking, in veiligheid brengen van kunstschatten en kerkelijke voorwerpen; - vernietiging, door de oorlogsleiding, van beplantingen, huizen, kerktorens; - schade daarbij aan het kerkfabriek of aan godsdienstige stichtingen toegebracht).
3.- Houding der krijgsoverheid. - Gesteltenis der soldaten. - De vrijwillige dienstneming.
4.- Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste dagen van den oorlog. - Eenige feiten in 't bijzonder: kerkelijke diensten, 't bijwonen der Heilige Mis, 't naderen tot de Sacramenten.
5.- De inval van den vijand. - Gevechten op het grondgebied der parochie. - Schade gedaan aan de gebouwen, in 't bijzonder aan kerken, kloosters, pastorijen, scholen, en lokalen dienstig voor de werken. Korte opgave der huizen, in hun geheel of ten deele vernietigd.
6.- Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting: plunderingen, brandstichtingen, moordtooneelen. (Uitvoerige aanteekening nopens de slachtoffers). - De vernietigde gebouwen. - Belangrijkheid der schade, - Opgave der kunstschatten, vernietigd of gestolen en van deze welke in veiligheid werden gesteld (l).
7.- De dagen die op den inval volgden: belastingen, gijzelaars, enz. - Houding van het Duitsche gezag ten opzichte der plaatselijke overheid, der geestelijken en van den eeredienst.
8.- Latere gewelddaden. Inkwartiering, Inbeslagnemingen.
9.- De bezettingsjaren: a)De kerk. (Herstellings- of hermakingswerken - tijdelijke kerken). De kerkbemeubeling. (Nieuwe aanwinsten, herstellingen). - De klooster- en andere kapellen op het gebied der parochie. b)De goddelijke diensten. (Hernemen van den dienst na den inval). - Gebruik der kerk of der kapellen op de parochie door den Duitschen, katholieken of protestantschen, aalmoezeniersdienst. c)De vrijheid van den eeredienst zoo binnen als buiten de kerk. (Lezing der bisschoppelijke brieven, sermonen; - processien, openbare berechtingen, bedevaarten, kerkelijke stoeten). d)Het bijwonen der diensten en het naderen tot de Sacramenten gedurende de bezettingsjaren. (Plechtige communie der kinderen, vergelijkende tafels 1913-1918). - Buitengewone diensten. -De openbare zedelijkheid. e)De toestand der vrije scholen. (Opgelegd programma, voertaal, gewoon en buitengewoon schooltoezicht, - uitkeering der schooltoelagen, - het onderwijzend personeel). f)De patronaten, - werken voor schoolgaanden en werken voor de jeugd, - werken voor volwassenen. (Beperking der vergaderingen door de bezettende macht; - andere oorzaken van ontwrichting). - De liefdadigheidswerken. g)Het onvoeren der werklieden. (Treffende feiten; - namen der werklieden in Duitschland overleden of later in België door ontbering omgekomen; - overzichtstafels). h) Ondersteuningswerken. (Aard, bestuur, bijzonder doel, uitslagen). Overzichtstafels. Toestand van werk en nijverheid, armoede. i) Gerechterlijke vervolgingen. (Namen der beschuldigden, grieven, gerechtsleiding, uitslag van het proces). De politieke gevangenen in Duitschland of in de gevangenis in België gestorven. Eene uitgebreide aanteekening zal aan de terechtgestelden gewijd worden. Oorlogsbelastingen, boeten, uitbuiting der bevolking.
10.- Naam, voornaam en dienststaat der parochiëele geestelijken en ook der andere, zoowel wereldlijke als kloosterlingen, in de parochie gevestigd, met inbegrip der leden der Congregatiën van Broeders, bij de voorvallen betrokken of die tot het leger hebben behoord, als soldaat, ziekenverzorger of aalmoezenier. Hun dienststaat in 't leger. Korte overzichtstafel der parochianen onder de wapens geroepen of die vrijwillig hebben dienst genomen. - Getal en namen der gesneuvelden in den oorlog, der verminkten, en der soldaten in Duitschland of in Holland gestorven, der krijgsgevangen, der soldaten die zich in den oorlog onderscheidden. Vergelijkende tafel der geboorten en sterfgevallen bij de burgerlijke bevolking van 1913 tot 1918.
11.- Huiszoekingen in kerken of kloosters. - De opname of in beslagneming der klokken.
12.- Feiten van verscheiden aard. De grensversperring, - de aanwervingsdienst over den draad. -Daden van vaderlandsliefde of offervaardigheid. - Plichtverzakingen. - Vaderlandsche betoogingen.
13.- De ontruiming. - Houding der vijandelijke legers. - Voorvallen en misdaden.
14.- De bevrijding. - Intrede der Belgische of verbondene legers. - Godsdienstige plechtigheden. - Terugkeer der gevangenen en uitwijkelingen. - Gedenktekens.
(1) Het blijft verstaan dat de EE. HH. Pastoors, die in 1915 Ons een verslag deden toekomen over de gruwelen door de invallende legers begaan, er mogen bij blijven naar dit verslag te verwijzen, voor zooveel, tenminste, zij er niet aan houden sommige deelen aan te vullen of te wijzig
Parochiaal verslag uit 1915
Transcriptie René Lambrechts
1914 Sint Jan-Baptist Schrieck
Kort relaas van hetgeen in Schrieck gebeurd is
Van in de tweede helft der maand Augustus, kwamen hier duitsche verkenners in het dorp: doch zij zegden of deden niets : zij trokken eenvoudig door.
Van begin september kregen we dagelijks honderden en honderden vluchtelingen. Zij kwamen van Haecht, Wijgmaal, Rotselaar, Werchter, Wakkerzeel en Tremeloo.
Dagelijks zakten de Duitschers dichter bij, en de 26e september lagen zij voor Schrieck. Dien dag schoten zij eene oude vrouw (vrouw De Bie) op het veld dood. Zij bedreigden al degenen die de vrouw dierven naderen.
Wij zijn verplicht geweest den nacht af te wachten en te 10 uur 30 ‘s avonds hebben wij ze op het kerkhof begraven.
Zondag 27 september na de vroegmis rukten de Duitschers Schrieck binnen. Bijna gansch de bevolking vluchtte weg. Dien dag hebben de Duitsers een braven jongen Cornelis van Essche 32 jaren oud, doodgeschoten. Zij hebben 8 vreedzame burgers gevangen en naar Duitschland gestuurd.
Op maandag 28 september, dwongen zij eenige burgers die niet gevlucht waren, de kerkdeur open te kappen. Niemand wilde zich tot dit werk leenen. Dan hebben zij het zelf gedaan.
Binnen in de kerk hebben zij de offerblokken opengekapt (er was niets meer in), de deur van het doksaal en de toren. In den toren hebben zij de venster uitgeroeid en nog twee zichtkoten gekapt. In de kerk hebben zij zich meester gemaakt van twee koperen lantaarnen, die dienden voor de berechtingen en van al de bougies. Voorts is de kerk ongedeerd gebleven. Dien zelfden dag hebben zij de hier gebleven burgers opgesloten en zijn beginnen te rooven
Op de pastorij hebben zij al de meubelen opengebroken en leeggeroofd alsook den kelder. Het Coffre fort (=brandkast) is gansch van een gehakt. Een zilveren custode, de heilige olie, het goud van het O.L.Vrouw beeld hebben zij geroofd.
Ook al de winkels en huizen der parochie werden leeg geplunderd.
Dinsdag 29 september en volgende dagen, hebben zij het volk doen stelen en deelden aan het volk uit. hetgeen er nog in de huizen overbleef.
Een veertiental dagen hebben zij hier genesteld.
Twee zondagen zijn er geene diensten geschied in de kerk
Vanaf 15 oktober begon de bevolking terug te komen naar de parochie. Sedert dien is er niets bijzonders meer geschied, dan hier en daar enige aftruggelingen door de Duitschers gepleegd.
Het hulpcomiteit voor voedsel dat wij gesticht hebben, werkt goed en bewijs groote diensten, want het gebrek begint zich te doen gevoelen.
Er zijn 80 mannen van Schrieck die dienen in het leger.
De 14e januari zijn de Duitschers gekomen om te verbieden den herderlijken brief te lezen. Doch hij was reeds afgelezen.
Schrieck 4 februari 1915
Hub. Van Hoof Pastoor
Schriek (Heist-op-den-Berg), Parochie van Sint-Jan-Baptist
Parochiaal verslag 1914-1918
Transcriptie René Lambrechts
Parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck
De parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck is gelegen in het zuiden der provincie Antwerpen, op de grens der provincie Brabant.
Vele maatregelen zijn er niet genomen tegen den inval der Duitschers, daar er geene kunstvoorwerpen bestonden, en ook daar de parochie nevens den weg lag, dien de Duitschers volgden om naar Frankrijk te rukken. Wel eenige Duitsche verkenners hebben zich in de parochie vertoond van het midden der maand Augustus 1914, doch die hebben geen kwaad verricht.
Onze gemeente had 90 manschappen in het belgisch leger en 11 vrijwilligers.
Onze belgische soldaten hebben van het begin af veel in onze parochie vertoefd. De overheid was zeer goed alsook de manschappen. Dagelijks waren zij te huis op de pastorij.
Ons volk was zeer rustig; doch vele uitwijkelingen van den omtrek: Wijgmaal, Rotselaer, Tremeloo, kwamen dagelijks onderkomen zoeken in het dorp.
In het begin was ons volk zeer godsdienstig en woonde met iever de goddelijke diensten bij; men naderde veel tot de H.H. Sacramenten; men deed openbare oefeningen van godsvruchtigheid die druk wierden bijgewoond én door de parochianen én door de vluchtelingen.
Op 28 Augustus staken de Duitschers het dorp Tremeloo in brand, ¾ uren van ons. Ook kwamen er dien dag Duitsche verkenners in 't dorp, en maakten 11 burgers gevangen die zij naar Duitschland voerden.
In het begin van September kwam ons leger om de Duitschers in de zijde aan te vallen, langs de streken van Leuven. Alsdan hebben er 900 soldaten in onze kerk vernacht en des anderen daags hebben er 34 priesters: almoezeniers en zieken verplegers, de H. Mis opgedragen.
De belgische soldaten op de vlucht gedreven, kwamen langs ons dorp terug, en alsdan zijn de honderde vluchtelingen die hier verbleven, alsook een groot deel er parochianen weggevlucht. De Duitschers hebben hunne achtervolging gestaakt op een ½ uur van hier.
Op Zaterdag 26 September 1914, waren de Duitschers rond ons dorp geschaard, om hunnen optocht naar Antwerpen te beginnen. Nu lag onze parochie midden in hunnen weg. Op Zondag 27 Oogst (september?) heb ik mijn dienst gedaan in de kerk, doch rond 8 uren kwamen de eerste Duitschers het dorp ingereden, en bijna gansch de parochie is op de vlucht gegaan. Het verslag daarover heb ik ingezonden in ‘t jaar 1915.
In het jaar 1915, heb ik de schade opgenomen, geleden door de familiën der parochie. De bewijzen rusten in de ?? commissie te Antwerpen. Ze beloopt 27.700 fr. Veel heeft onze parochie niet te verduren gehad van de Duitsche bezetting: van tijd tot tijd eene Duitsche bezetting van 10 of 12 soldaten, en eenige straffen voor de gemeente.
Op het einde van September en begin October zijn de goddelijke diensten 14 dagen onderbroken geweest. Ik heb altijd de diensten gedaan onder de bezetting zooals vroeger, behalve in 1918, dat de Duitschers mij zijn komen verwittigen dat ik geene processiën meer mocht doen, zonder bijzondere aanvraag. De bisschoppelijke brieven heb ik altijd ontvangen en ook afgelezen. Eens zijn de Duitschers mij komen verbieden, doch hij was reeds afgelezen. Berechtingen heb ik altijd gedaan, zelfe in 't bijzijn der Duitschers en nooit is mij eene opmerking gemaakt.
Het bijwonen der goddelijke diensten is stillekens aan verminderd, en de geest van godsdienstigheid neemt steeds af. De buitengewone diensten, zooals de wekelijksche mis voor de gesneuvelden, wierd goed bijgewoond, maar is ook niet meer goed bijgewoond. De zedelijkheid laat veel te wenschen.
In het begin 1917, bij het ontvoeren der werklieden, was er eene ware paniek onder ons volk. Onmogelijk alles te beschrijven, doch Pater Stanislas der Minderbroeders te Mechelen heeft dit alles breedvoerig beschreven.
Van een honderdtal die naar de laatste vergadering moesten gaan te Heyst op den Berg, zijn er maar een vijftiental gegaan: deze zijn door de Duitschers ingescheept en naar Duitschland gevoerd. Doch allen zijn gelukkiglijk gaaf en gezond wedergekeerd.
De anderen die niet gegaan waren, hebben zich verscholen. Eenigen zijn aangehouden, en bij allen was de eerste vraag der Duitschers: "heeft uw pastoor u niet aangezet om naar de vergadering niet te gaan?" Gelukkiglijk, niet één heeft mij verraden. Dan is hunne woede gevallen op de gemeenteoverheid, en de burgemeester 80 jaren oud, en twee schepenen, waarvan één 68 jaren, zijn naar het gevang of liever als gevangenen in het militair hospitaal opgesloten geweest van 10 Januari tot 17 Januari (1918). Daar heb ik ze doen verzorgen door mijne zuster die te Mechelen woont.
Politieke gevangenen hebben we niet gehad. De gemeente is in boet geslagen voor 5.150 marken, waaronder eene boet van 1.000 marken, voor het afsnijden van een telegraafdraad, die volgens het algemeen gevoelen door de Duitschers zelfs is afgesneden geweest. Verschillige burgers zijn in boet geslagen: alles te zamen voor 7.836 marken.
Van al onze soldaten zijn er maar 6 gesneuveld.
In onze kerk is er niet eene enkele huiszoeking gedaan: wel de opname der klokken en van 't orgel doch zonder gevolg.
Voor onze bevolking heb ik altijd van 't begin van den oorlog af, met behulp van onzen geneesheer Fl. Vermijlen, de briefwisseling gedaan tusschen de soldaten van 't front en hunne ouders.
De ontruiming is goed verloopen. Niets bijzonders is er gebeurd op hunnen doortocht. Twee nachten heb ik duitsche officieren op de pastorij moeten ontvangen, doch ze zijn zeer voorkomend geweest.
In de kerk hebben we een "Te Deum" van dankzegging gezongen, en een eerelijst met den naam der gesneuvelden is in de kerk opgehangen. Eerstdaags zingen we een plechtige uitvaart voor onze zes gesneuvelden, en de gemeenteoverheid en de burgers worden allen uitgenoodigd.
Onder den oorlog zijn de goddelijke diensten geschied zooals vroeger. Op de Plechtige Communie der kinderen ontbrak er nooit één.
Ziehier de tafel der geboorten en sterfgevallen van 't jaar 1913 tot 1918:
|
jaar
|
geboorten
|
overlljdens
|
|
1913
|
66
|
31
|
|
1914
|
58
|
36
|
|
1915
|
58
|
19
|
|
1916
|
58
|
48
|
|
1917
|
45
|
57
|
|
1918
|
43
|
39
|
Schrieck, 1 april 1919
Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor
Document 2
Het aantal der binnengeroepen soldaten was 90, en het getal vrijwilligers 11.
|
jaar
|
|
pi. comm.
|
|
1913
|
32.911
|
49
|
|
1914
|
33.105
|
52
|
|
1915
|
32.874
|
55
|
|
1916
|
31.927
|
33
|
|
1917
|
32.675
|
55
|
|
1918
|
33.206
|
45
|
Schrieck, 7 Mei 1919
Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor
Grootloo Verslag 1915
Zeer Eerw. Heer Deken,
In mijne parochie heeft de Duitsche overheid zich niet verzet tegen het aflezen van den brief van Z. Em. den Cardinaal Aartsbisschop.
Ik heb den brief voorgelezen in drij deelen in de missen op 1, 3 en 10 Januari.
Aanvaard, zeer Eerw. Heer Deken, de eerbiedige groeten van uwen dienaar in J.C.
Vermeerbergen past.
Grootloo 2 Februari 1915
Schriek-(Grootlo) (Heist-op-den-Berg), Parochie van de Heilige Naam Jezus
Parochiaal verslag 1914-1918
Transcriptie René Lambrechts
Parochie Den Soeten Naem Jesus te Grootloo
1. Parochie van Grootloo, gemeente Schrieck, Kanton Heyst op den Berg provincie Antwerpen. De parochie strekt zich ook uit op een gedeelte der gemeenten Tremeloo en Keerbergen, provincie Brabant. Door beslissing van Zijne Hoogwaardigheid den Aartsbisschop van Mechelen van 25 October 1906, werd dit laatste gedeelte aan de parochie toegekend.
2. Bij het begin der vijandelijkheden werden de registers en de kostbaarste heilige vaten in veiligheid gebracht.
4. Gedurende de eerste weken van den oorlog had het volk een groot betrouwen gesteld op het H.Hart. Het getal communiën vermeerderde merkelijk, de kerkelijke diensten werden druk bijgewoond; ’t was eenieders overtuiging dat deze streek ging gespaard blijven.
5. In den voormiddag van 19 Oogst vertoonen zich de eerste uhlanen. Het vijandelijk leger bezet het zuidelijk deel der parochie.
Op 21 Oogst wordt de parochie door enige Duitschers bezet die van hier dagelijks op verkenning uitgaan in de richting van Lier. Niemand wordt lastig gevallen.
Den 25 Oogst trekt de bezetting terug vervolgd door eene afdeeling belgische ruiterij en cyclisten. In Werchter en Haecht wordt er gevochten tot 's anderdaags in den namiddag. De Belgen worden teruggeslagen en tot hier door den vijand vervolgd.
Twee jongelingen werden door den vijand aangehouden, zij zouden onmiddelijk gefusilleerd worden. Op enige meters afstand van de soldaten geplaatst met de armen opgeheven wachtten zij het vonnis af. De 1e Henri Collaer werd op den slag dood, de 2e Karel Moris onderwijzer te Langdorp werd niet getroffen en vluchtte weg.
Op 28 Oogst terwijl gansch het dorp Tremelo in brand staat worden ook vijf huizen der parochie in brand gestoken. Ondertusschen worden talrijke huizen op den grooten weg van Tremeloo naar Heyst op den Berg leeggeplunderd. De bevolking is bijna totaal op de vlucht gegaan; de weinige mannen en vrouwen die hunne huizen niet verlaten hebben worden aangehouden en moeten het leger vergezellen. Tegen den avond worden eenigen losgelaten, anderen opgesloten in de kerk van Werchter, weinigen worden ’s anderendaags meegevoerd tot Saventhem en daar losgelaten. Eenige burgers die gevlucht waren naar den kant van Heyst op den Berg, werden daar denzelfden dag gevangen genomen opgesloten in de kerk van Aerschot en later naar Duitschland vervoerd.
Op 29 Oogst blijven slechts kleine wachten Duitschers op de oevers van Demer en Dijle. Dagelijks worden hier schoten gewisseld tusschen Duitsche en Belgische patrouilles.
Op 3 september wordt in de nabijheid gevochten tusschen sterke patrouilles Duitschers en Belgische carabiniers.
Op 5 September wordt volgens bevel der Belgische overheid, het rundvee binnen den fortengordel van Antwerpen gebracht. Door dien maatregel wordt de bevolking ten zeerste getroffen. Het vee kwijnt weg omdat er noch stalling noch voeder voorhanden is.
Op 6 September worden de oudste en jongste burgers die te Aerschot opgesloten zitten vrijgelaten. Op 7 September botsing tusschen sterke patrouilles in de nabijheid van de parochie.
Van 9 September 's morgens tot 13 September 's avonds wordt de parochie door de Belgen bezet, en intusschen wordt er gestreden in de richting van Leuven en Mechelen. Toen op 13 7ber de kerk van Haecht en op 15 7ber de kerk van Werchter waren afgebrand, bleef de bevolking niet meer kalm, velen gingen op de vlucht en de diensten in de kerk hielden op. De parochie blijft tusschen de twee vijandelijke kampen tot op 26 7ber wanneer de Duitschers beginnen op te trekken tegen Antwerpen. Op dien dag werd eene vrouw der parochie Petronella Goris door eenen Duitschen soldaat neergeschoten toen zij over den steenweg wilde stappen.
Op 28 September werden nog twee inwoners der parochie die buiten hunne woning aangetroffen werden gevangen genomen en naar Duitschland vervoerd.
9. Tijdens den doortocht van het leger bleef de kerk gespaard. Ook werd er door de bezettende macht iets gedaan, om de vrijheid van den eeredienst te belemmeren. Nochtans om niet gedwongen te zijn de toelating der bezetting te vragen, werden de processiën buiten de kerk geschorst.
Gedurende de bezettingsjaren verminderde het bijwonen der goddelijke diensten en het getal communien. Velen hielden zich met smokkelhandel bezig ook op de Zondagen. ’t Verminderen van de communiën tijdens de week was meest toe te schrijven aan ’t vervroegen der officieele uur.
De plechtige communie der kinderen had plaats gelijk voor den oorlog, geen enkel kind ontbrak.
|
In 1913
|
getal kinderen 21
|
|
In 1914
|
getal kinderen 19
|
|
In 1915
|
getal kinderen 15
|
|
In 1916
|
getal kinderen 16
|
|
In 1917
|
getal kinderen 33
|
|
In 1918
|
getal kinderen 21
|
Werklieden werden ontvoerd: vier te Aerschot den 23 November 1915, drie te Heyst op den Berg den 6 Januari 1916, van deze drij laatsten waren twee in ’t geheel geen werkeloozen. Allen kwamen welbehouden terug, alhoewel zij veel hadden geleden. Geen enkele had een kontrakt geteekend. Zes anderen hebben zich niet willen aanbieden. Zij hebben zich verscholen gehouden totdat de bezetting verklaarde dat zij niet meer zouden ontvoerd worden. Toch werden zij veroordeeld tot eene boete van 40 mark omdat hun eenzelvigheidsbewijs niet was afgestempeld. Langen tijd heeft de bezetting nog onderzocht of deze laatste jongelingen niet weggevlucht waren op aanraden der geestelijken.
10. Van de parochie werden 20 jongelingen onder de wapens geroepen en drij hebben vrijwillig dienst genomen in ‘t leger. Een enkele is gesneuveld te Haecht den 12 September 1914.
11. Geene huiszoeking had plaats in de kerk, tenzij bij den doortocht van ’t leger in 1914, en voor de opname der klokken.
|
1913
|
overlijdens 11
|
geboorten 44
|
|
1914
|
overlijdens 20
|
geboorten 39
|
|
1915
|
overlijdens 11
|
geboorten 36
|
|
1916
|
overlijdens 13
|
geboorten 24
|
|
1917
|
overlijdens 21
|
geboorten 21
|
|
1918
|
overlijdens 13
|
geboorten 24
|
De ontruiming verliep rustig. Een verongelukte Duitsche soldaat werd op ’t kerkhof begraven. Al de gevangenen en uitwijkelingen zijn in hunne haardsteden teruggekeerd.
Schriek Grootloo 6 April 1919
F Vermeerberge pastoor
F. Storms P. Claes leden van den Fabriekraad der Kerk
Gesneuvelden of overleden aan de gevolgen van mosterdgas
August Van Calsteren, zoon van Frans en van Antoinette Van den Broeck, is gesneuveld te Haacht, op 12 september 1914.
Victor Janssens, geboren in 1883, gehuwd in 1910 en vader van 3 kinderen. Kwam na zijn huwelijk in Grootlo wonen. Tijdens zijn dienst aan het front werd hij in de loopgraven getroffen door mosterdgas. Sterft op 24 juli 1922 en werd begraven op het kerkhof te Grootlo,
Philibert Op De Beeck vluchtte bij het uitbreken van de oorlog, met zijn familie maar Frankrijk. Tijdens zijn verblijf daar werd hij opgeroepen om zijn militaire dienst te doen. Enkele maanden later vertrekt hij naar het front in de omgeving van Diksmuide. Hij komt om in de dodengang van Stuivekenskerke, op 18 maart 1918 Hij ligt begraven op het divisiekerkhof te Steenkerke (grafnummer 197).
De aftocht van de Duitsers in november 1918 verliep vrij rustig. Een verongelukte Duitse soldaat werd hier op het kerkhof begraven op 15 november 1918.
Om dat hoofdstukje af te sluiten volgen hier het aantal geboorten en overlijdens tijdens de oorlogsjaren 1914-1918.
wordt vervolgd
|