|

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I
Putte-(Grasheide), Parochie van de H. Gerardus Majella
Transcriptie René Lambrechts
Parochiaal verslag uit 1915
Parochie Grasheide (Putte bij Mechelen)
Bl. 1.
Ziehier kortbondig wat er tijdens den oorlog geschied is:
Van ’t begin af zijn er gedurig zes ulhanen geweest op den steenweg van Putte naar Keerbergen. Op de Parochie nabij de kerk zijn de eerste Duitsche soldaten te zien geweest den 26 September, zij waren 4 in getal. Den 27e rond twee uren waren er 14 te zien, en tusschen het geschut van Belgen en Duitschers heb ik dan de vlucht genomen en ben teruggekeerd den 20 October.
Den 25 September heb ik een belgisch carabinier-cycliste met name Alfons Geleyns van Rotselaar begraven, geraakt door een schrapnel der Belgen op het grondgebied van Keerbergen.
Een enkel huis werd op mijne Parochie doorschoten; 13 personen werden krijgsgevangen genomen te Putte en zijn
Bl. 2.
op 1 Februari teruggekeerd. Ruim de helft mijner Parochianen is thuis gebleven en de tehuisgebleven hebben weinig of niets te lijden gehad.
De kerk is ongedeerd gebleven van plundering en schade tenzij eene kleine opening in het dak van den toren.
Tot hiertoe zijn er nog twee huishoudens afwezig.
Grasheide, 1 Februari 1915
A. Van Eyck Pastoor Grasheide
Verslag 1914-1918
Parochie van Grasheide (H. Gerardus Majella) - Gemeente Putte-Schrieck
1. De parochie is gelegen tegen de scheiding van de provinciën Antwerpen en Brabant en ten zuid-oosten gescheiden van de Parochie Keerbergen door de baan van Mechelen naar Schrieck, zij is maar op eenen afstand van eene uur vogelvlucht van Haecht, zoodat hier op den steenweg van Putte naar Keerbergen bij den uitval uit Antwerpen vele duizende soldaten zijn voorbijgetrokken.
2. Bij plakbrieven werden de inwoners aangezet zich kalm te houden, de wapens in te leveren en verboden aan de krijgsverrichtingen deel te nemen; de burgerwacht wierd opgeroepen doch heeft maar eenige dagen dienst gedaan. Een groot deel der bevolking is gevlucht op 18 alsook op 28 Oogst 1914, maar het overgroot gedeelte is een, twee dagen daarna weergekeerd. Door de Belgische krijgsoverheid is op mijne parochie geene schade toegebracht.
3. Wat de houding der Belgische Krijgsoverheid betreft, die was goed ten opzichte van onze soldaten. Eerst stond commandant von Stockhausen en later graaf de Renesse, kapitein, aan het hoofd der grenadiers hier ingekwartierd.
De gesteltenis der soldaten was in ’t algemeen uitmuntend wanneer zij naar Haecht optrokken, maar ongelukkiglijk waren er veele achterblijvers: gedurende vierdaagsche en viernachtsche slag van Haecht schat ik op een honderd vijftigtal de achtergeblevene op de parochie, en wanneer het Belgisch leger zich moest terugtrekken uit Haecht op Antwerpen, waren zij de eerste om te vertrekken. Pijnlijk was het voor ons die vlucht te moeten bijwonen. Soldatentroepen, uitgeput van krachten, met een droef uiterlijk, met stof bedekt, kleederen gansch verhakkeld en verschillende met eene klak op het hoofd, blokken aan de voeten, zonder ransels, zonder wapenen, trokken zij hier voorbij.
Op de parochie is er maar eene enkele vrijwilliger geweest, namentlijk Ernest Van der Borght, leerling-geneesheer die reeds twee broeders in het leger telde.
4. De burgerlijke bevolking was door schrik en angst overstelpt, te meer daar er zooveele vluchtelingen aan kwamen van Aerschot, Rotselaer, Tremeloo … die getuigen geweest waren van de moorden, brandstichtingen en andere wreedheden aldaar gepleegd, die ongelukkiglijk alles overdreven, ja zelfs feiten vertelden waar geen enkel woord van waar was.
Dagelijks was de kerk proppensvol gedurende de mis, en na de mis ging de kruisprocessie uit, opgevolgd van eene smeekende menigte. Dagelijks waren er menigvuldige communiën, bijzonder onder de kinderen.
5. Rond den 20ste Oogst 1914 hebben wij de eerste maal zes Uhlanen te paard gezien op het grondgebied langs den steenweg van Keerbergen en nu en dan terugkeerende in de richting van Haecht, zijn er gebleven tot den 27 September, dag van den grooten inval. Een inwoner van vertrouwen heeft verzekerd dat de overste der Uhlanen, op zondag 27 September aan het hoofd stond van een leger van ongeveer 5000 man. Op dien dag had hier volgens gewoonte de vroegmis plaats om 6 uren, waarin een weinig volk afwezig was, maar in de hoogmis van 9 uren was de helft niet aanwezig, daar de inwooners van Keerbergen, die de gewoonte hebben hier de goddelijke diensten bij te wonen, niet mochten passeeren. Na de hoogmis telden wij een vijftigtal Duitschers die bezig waren met loopgrachten te graven op een vijftal minuten afstand van den kerk, en de Belgische Grenadiers lagen op een tiental minuten langs de andere zijde.
Juist na den middag, rond één uur, verscheen er een Duitsche patroelje van ongeveer twintig man en reden in de richting van Beersel; op de steenweg van Putte naar Schrieck werden zij aangerand door een Belgische automobiel mitrailleuse, zij werden uiteengeslagen, peerden en velos in brand latende; de aanvoerder-commandant wiens peerd onder hem werd uitgeschoten, in eene gracht nevens den steenweg liggende, stak zijne armen omhoog en gaf zich over; hij werd op eenen automobiel geladen en geblinddoekt in de richting van Lier gevoerd.
Op 28 September rond 6 uren ’s morgens, zonder wederstand te ontmoeten, komen zij in onze parochie aan ten getalle van ongeveer vijftien honderd en blijven er tot twee uren in den namiddag. De twee derden der inwoners, verrast door dien onverwachte inval, waren thuis gebleven.
6. Opzichtens de achtergeblevene inwoners hebben de invallende troepen zich tamelijk wel gedragen. Uit de huizen der afwezigen hebben zij twee runderen en een zwijn gehaald dewelke zij geslacht hebben; in ander huizen zijn zij binnengedrongen, deuren en vensters verbrijzelende, alles meenemende wat niet te heet of te zwaar was.
7. De geestelijkheid heeft geen last gehad van wegens de Duitsche Overheid.
8. nihil
9.a. Alles op den ouden voet gebleven.
9.b. Den 21 October is de parochiale dienst opnieuw begonnen. Bij den terugkeer van het Duitsche leger alleen, heeft een Duitsche (Jezuit) katholieke aalmoezenier alhier mis gelezen.
9.c. Er is geen verbod geweest wegens ’t lezen der bisschoppelijke brieven, men is de vermaarde brief (n.v.d.r.: Kerstboodschap 1914 van Kardinaal Mercier) zelfs niet komen afhalen. De processiën zijn geschorst geweest omdat wij ons voor den invaller niet wilden vernederen met eene afzonderlijke aanvraag te doen, wat onze jaarlijksche bedevaart met den tram naar Scherpenheuvel betreft: wij hebben ze ook onderbroken om reden dat wij eene verbintenis moesten teekenen dat alles onder onze verantwoordelijkheid was.
9.d. Het bijwonen der diensten is zoo goed geweest onder de bezetting als te voren en het getal communiën is eerder geklommen. Al de kinderen zonder eene enkele uitzondering hebben hunne plechtige eerste Communie gedaan, zoowel tijdens als vóór den oorlog. De openbare zedelijkheid heeft veel te lijden gehad, menigvuldige diefstallen bijzonder van hout zijn er gepleegd, er is veel getuischt (n.v.d.r.: gegokt) voor groot geld in de herbergen, danspartijen hebben er gedurende gansch den oorlog plaats gehad, wat erger is: een viertal vrouwen, twee getrouwde waarvan de mannen in het leger, en twee ongetrouwde, hebben met den vijand geheuld.
9.e. Alles is gegaan op den ouden voet, wat meer is: de zusters onderwijzeressen der aangenomene school hebben hun traktement (loon, wedde) zien verhoogen.
9.f. niets te melden.
9.g. Werden gevangen genomen te Putte en vervoerd uit de kerk van Konings-Hoyckt met den trein uit Heyst op den Berg naar Soltau, de volgende parochianen van Grasheide:
Joannes Van de Vondel, Joseph Van de Vondel, Guilielmus Van de Vondel, Joseph Van den Vondel, Corneel Van Itterbeeck, Jan-Baptist Van Itterbeeck, Frans Vermeulen, Peer Moris en Lodewijk Geeraerts uit Putte; Edward Volkaerts, Clementina Volkaerts en Leontine Volkaerts uit Schrieck.
Zij werden gevangen genomen op 29 September 1914 en zijn ruim vier maanden opgesloten geweest in het kamp van Soltau, uitgenomen Clementina & Leontina Volkaerts die dry weken in een klooster van Duitschland hebben verbleven en dan zijn terug gezonden.
Op 11 Oogst is overleden Corneel Van Itterbeeck die na veel uitgestaan hebbende in het kamp, daar hij reeds ziekelijk was wanneer hij werd weggevoerd, bij zijne terugkeer eenigen tijd in het gasthuis van Antwerpen heeft verbleven. Na zijn terugkeer op Grasheide is hij niet meer gezond geweest.
Werden later weggevoerd als zoogezegde werkeloozen alhoewel zij nooit eenigen onderstand hadden genoten:
Alfons Heremans, Emiel Jennen en Alfons Volkaerts uit Schrieck; Norbert Van den Wijngaert en Jan-Baptist Van de Poel uit Putte.
9.h. niets te melden
9.i. niets te melden
10. In ’t geheel waren er op de Parochie opgeroepen 34 soldaten plus één vrijwilliger.
Gesneuveld reeds in Augustus 1914:
Leopold Roggemans, gesneuveld te Herstal; Emiel De Keuster, gesneuveld te St-Marc, Namen; Alfons Van Roosbroeck op 19 Oogst 1914 te Werchter; Florimond Verstraeten, krijgsgevangen, overleden te Mannheim in 1918.
Gekwetsten: Alfons Jansens, Emiel Van de Wijngaert, Ernest Van der Borght.
Geboorten: 1913 – 49, 1914 – 51, 1915 – 29, 1916 – 41, 1917 – 24, 1918 – 24 Overlijdens: 1913 – 9, 1914 – 30, 1915 – 14, 1916 – 17, 1917 – 28, 1918 – 18
In de kerk werden geene huiszoekingen gedaan. De opname der klokken geschiedde.
12. niets bijzonders
13. niets bijzonders
14. De bevrijding werd aangekondigd door het gelui der klokken en het hijschen der Belgische drijkleur. Het Te Deum werd in de kerk gezongen. Al de vluchtelingen waren reeds terug begin November 1914, uitgenomen eene vrouw, Josephine Van Rompaey, weduwe van Joannes Van der Auwera, teruggekeerd in Februari 1919, vergezeld van zes kinderen. Haar man is verongelukt in de koolmijnen van Engeland.
Getekend: J.A. Van Eyck, pastoor Grasheide - Const. Vermylen
PUTTE TIJDENS WOI
Verslag van 1915
Bl. 1
Putte, 3 Feb. 1915
Eerw. Heer Deken,
Wij hebben 2 zondagen achtereen den herderlijken brief gelezen. Op maendag 11e Jan. zijn op den middag een officier en 2 soldaten gekomen, die ons gevraagd hebben te willen teekenen ontvangst van een briefje dat zij ons besteld hebben,
Bl. 2
doch hebben den brief in ons bezit gelaten.
Ontvang, E. H. Deken, de verzekering van mijnen diepen eerbied
Fr. M. G. De Laet past.
Bl. 3
Parochie Putte St. Niklaas.
Op donderdag, 17e September, hebben eenige Ulhanen, die rond midden Aug. verscheidene malen tot in het dorp gekomen waren, eenen molen doen in brand steken beweerende dat er van uit den molen op hen geschoten was. De zoon van den molenaar is verplicht, gedwongen geweest strooi te gaan halen en zelf er het vuur aan te steken.
Op maandag, 21e September, zijn de Ulhanen met rond de 400 tot bij het dorp gekomen en hebben er slag geleverd aan onze soldaten, waarvan er twee gesneuveld zijn. Een kind van 10 jaren is gekwetst geweest, een kogel is dwars door zijnen linkerbil gedrongen.
Bl. 4
Op zondag, 27e Sept., is er gansch den dag geschoten en op maandag 28e Sept. zijn er duizende Duitsche soldaten in het dorp gekomen. Degenen die nog in het dorp gebleven waren zijn dan gevlucht ter uitzondering van rond de 50 waarvan er drīj naar Duitschland gevoerd zijn. De overigen hebben eenigen tijd opgesloten geweest en tusschen den 28e Sept. en 11 Oct. is alles, zelfs in de geringste huizen geplunderd, geen twee huizen der parochie zijn ongeplunderd geweest. De kerk is niet geplunderd, alles is er in goeden staat gebleven. Gedurende het bombardement zijn er nog 2 molens en 4 huizen in brand gestoken of geschoten. Vele huizen, alsook het uitwendige der kerk is zeer beschadigd. De patronage en 3 à 4 huizen hebben eene bom ontvangen en daardoor grootendeels vernield of wel beschadigd bijzonder de patronage en een huis daar tegenstaande.
Verslag van 1914-1918
Bl. I
A. M. D. G. Bouwstoffen betrekkelijk de geschiedenis der Kerk van België gedurende den grooten oorlog.
1. Provincie Antwerpen; Arrondissement Mechelen; Gemeente Putte, Parochie St Niklaas. Dekenij Heist op den Berg. Putte ligt op den grooten Steenweg van Mechelen naar Heist op den Berg - Westerloo. 12 kilometers west-noord van Mechelen; 8 kilometers oost-zuid van Heist op den Berg; 30 kilometers zuid-oost van Antwerpen.
In de kom van het dorp wordt deze steenweg gekruisd door den Steenweg Lier - Leuven.
Putte ligt ongeveer 6 kilometers van de versterking Konings-hoyckt en 7 kil. van de versterking St Kathelijne Waver.
2. Onze burgerlijke Overheid heeft gelijk overal elders de ontvangen bevelen der hoogere Overheid in de gemeente doen aanplakken, de wapens doen inleveren en het volk tot de kalmte aangezet.
Bl. II
De geestelijke Overheid heeft, alle zondagen en meermaals in de week, van den predikstoel de geloovigen aangemaand tot kalmte. En moesten de Duitschers binnendringen tot beleefdheid, tot welwillendheid ten hunne opzichte, ja zelfs de vensterluiken te sluiten opdat zij niemand zouden kunnen betichten van geschoten te hebben, hetwelk stiptelijk is volbracht geweest bij de intrede der eerste duitsche patrouillie half Augusti 1914.
De inwoners van Putte, vernemende de barbaarsche wreedheden door den vijand gepleegd te Aarschot, Hersselt, Boisschot, en ziende de beschieting van Heist, zijn op de vlucht gegaan einde Augusti 1914. Alleen enkele burgers met de geestelijkheid zijn gebleven. Doch daar de vijand door ons manhaftig leger tegengehouden werd, zijn het meestendeel eenige dagen nadien weergekeerd.
Een tweede maal is gansch de bevolking op vlucht gegaan (30 à 40 zijn gebleven) den 27 September, wanneer het belgisch leger teruggetrokken was in de omheining van Antwerpen,
Bl. III
en de Duitschers hunnen inval deden in Putte den 28ᵉ Sept. 1914.
Daar er hier geene kunstschatten zijn (onze kerk is nog nieuw) is hier niets in veiligheid gebracht; alles werd voorzeker zoo goed mogelijk opgesloten. Het mirakuleus beeld van O.L. Vrouw van de Bremkapel werd in den hof van de pastorie geborgen, en eene schoone nieuwe remonstrancie, geschenk van liefdadige personen, was door den E.H. Pastoor G. De Laet in de pastorie zelf goed weggestoken. Doch eilaas! Zij werd door de Duitschers ontdekt, (wat kon er voor hen verborgen blijven), meegenomen naar Leuven, daar als geschenk aangeboden aan eenen duitschen generaal, welke ze dan gegeven heeft aan eenen duitschen aalmoesenier, om ze te schenken aan de armste kerk van Leuven. Zoo is deze dan eindelijk gekomen in de handen van de E. Paters Recolletten, die ze, daar er de naam "Putte" op gegraveerd stond, hier terug bezorgden in 1915, zeer weinig beschadigd. De E.H. Vertommen alsdan onderpastoor
Bl. IV
in St Jozef, nu pastoor te Betekom heeft ons dit alles meegedeeld.
De kerk en andere godsdienstige stichtingen hebben van ons leger niet de minste schade gehad.
3. Onze Krijgsoverheid ging beleefd, minzaam doch krachtdadig om met geestelijken, burgers en soldaten.
De soldaten waren vol moed, doch afgemat door lange reizen en soms door slechte inkwartiering. (Op éénen enkelen nacht heeft men hier op onze parochie alleen 26.000 soldaten moeten inkwartieren.)
Vele onzer soldaten naderden met de grootste godsvrucht tot de H.H. Sacramenten. Hun gedrag in het algemeen was voorbeeldig.
In het begin van den oorlog dacht hier niemand aan vrijwillige dienstneming. Later zijn er verschillige in dienst getreden, zelfs over den draad langs Holland. Een dezer, genaamd Joseph Moris oud 18 jaren is daar gevangen genomen en voor gansch den oorlog in hechtenis gehouden in het gevangeniskamp van Soltau.
4. Bij het uitbreken van den oorlog en het optrekken onzer soldaten was iedereen terneergedrukt.
Bl. V
Door onderrichtingen, sermonen en allerlei geestelijke oefeningen was iedereen weldra heropgebeurd, en had men volle betrouwen in de eindoverwinning die men spoedig verwachtte.
Dagelijks om 17 uren was de kerk proppensvol; elk huisgezin zonder uitzondering was er in vertegenwoordigd om de godsdienstige oefeningen bij te wonen. Iedermaal eene kleine aanspraak volgens de omstandigheden, nu hun moed gevende bij eene overwinning, dan hen onderrichtende hoe zij zich moesten gedragen bij een gebeurlijken inval enz. Daarna werd de eene dag gansch de Rozenkrans in de Kerk gebeden, de andere dag eene boetprocessie met het mirakuleus beeld van O. L. V. der Bremkapel door het dorp gedaan, enz. Wat het H. Sacrificie der Mis en de H. H. Sacramenten betreft, het was troostend om zien hoe talrijk, zelfs de onverschilligsten, tot het bekomen der overwinning, deze bijwoonden. Zeer vele H. Missen ter eere van O. L. V. van Bijstand werden in de Bremkapel opgedragen. Daar ook werden, in eenen schoonen lijst, al de namen
Bl. VI
onzer soldaten aan Maria aanbevolen.
5. Patrouillies Duitschers zijn meermaals tot de gehuchten Kruisbaan en Heuvel onder Putte gekomen. Op donderdag 27 Aug. 1914 kwamen zij tot bij den molenaar Mesens op de Kruisbaan. Zij beweerden dat er van den molen signalen gegeven werden (hetgeen valsch was), en dwongen den zoon Gustaaf zelf hout en strooi te halen en het vuur aan den molen te steken. Hij werd gansch afgebrand. Op 21ᵉ Sept. 1914 deed een sterke macht Duitschers komende van Haacht een aanval op een klein getal Belgen, tegen het dorp van Putte, rond 11 uren. Twee belgische soldaten Musschoot van Brugge en Oppenheim van Brussel werden gedood en op het kerkhof begraven. Een klein kind van 7 jaren A. Aarts wonende in het dorp, en met zijn ouders vluchtende, werd alsdan door eenen kogel in het been getroffen en in het Roode Kruis bij de E. Zusters te O. L. V. Waver verzorgd. Volgens ooggetuigen zeggen, hadden de Duitschers toen vele dooden en gekwetsten, welke zij bij het terugkeeren meevoerden.
Bl. VII
Op 27ᵉ Sept. 1914 had er een tweede vlucht der inwoners plaats. Al de belgische soldaten waren vertrokken. De duitschers naderden, en den 28 ᵉ deden zij vrij hunne intrede in onze parochie. Wij hebben er dien zelven morgen nog de h. Mis gelezen, en zijn, rond 8 uren, wanneer de duitschers voor de kerk stonden, langs den hof der pastorie gaan vluchten, om er den 16 October er weder terug te keeren.
De schade aan de huizen was onbeduidend.
6. De gansche bevolking, uitgenomen 30 à 40, had het dorp verlaten. De hier geblevene zijn opgesloten geweest in de hoeve der Kinderen Liekens Clemensstraat, ruim 10 minuten van het dorp; en dan is de plundering begonnen. Men heeft alles meegenomen, het weinige dat er overbleef zoo zeer bevuild dat het geene pen beschrijven kan. De schade van plundering beloopt voor onze parochie de som van een half miljoen fr.
Buiten den voornoemden molen van Mesens zijn in de eerste dagen der bezetting nog afgebrand de windmolen van Leop. Bogaerts, steenweg van Mechelen - Heist, en van Wwe. Louis Mertens,
Bl. VIII
steenweg van Lier op Leuven. Zes huizen, 4 hoeven en 2 werkmanshuizen zijn gansch afgebrand, waarschijnlijk door beschieting.
Het lokaal der Zondagsschool is voor de helft vernietigd geweest door eene bom.
De kerktoren is nog al fel beschadigd door beschieting van machinegeweren, en wonderlijk geen enkele onzer zoo schoone glasramen is beschadigd.
De groote zware eiken voordeur der kerk werd door een granaat getroffen, en de zware eiken zijdeur werd beschadigd door kapmes of bijl om open te breken.
Van die 30 à 40 overgeblevenen zijn er 6 mans personen van onze parochie op 28 Sept 1914 meegevoerd naar Duitschland, welke met Kerstmis 1914 zijn weergekeerd. Een ouden man van 75 jaren genaamd Petrus Op de Beeck is verplicht geweest eene kar te trekken tot Lier, en heeft daar in de kerk der H. Familie de gruwelijkst heiligschenderijen zien plegen.
7. Kortst na den inval kwamen de Puttenaars stillekens aan terug.
De gemeente Putte heeft geene belastingen gehad. Men nam van het begin gijzelaars, die verantwoordelijk
Bl. IX
waren voor allen, en waarvan hier de namen : De E. H. De Laet pastoor der parochie St Niklaas ; De E. H. Van Eyck pastoor der parochie St Gerardus ; De Heer Mesens d. d. burgemeester ; M. Laenen doctor en schepene ; de h. A. Rappoort en Jos De Preter handelaars.
De burgerlijke Overheid trachtte zooveel mogelijk de Duitschers te bevredigen met ze toe te staan hetgeen zij vroegen.
Ten opzichte der geestelijke Overheid wilden de Duitschers zich in 't begin uiterst vriendelijk toonen, doch deze toonden zich ten hunne opzichte gansch onverschillig.
Wat de eredienst betreft, in de kerk waren zij niet te zien.
8. Geene gewelddaden.
9.a) De deuren der kerk zijn aanstonds hersteld geworden, hetgene 300 fr. gekost heeft.
Insgelijks het dak, de schaliën der kerk, de donderscherm, door een machinegeweer in stukken geschoten, is alles hersteld voor 240 fr.
Door het kapot schieten der donderscherm
Bl. X
is de bliksem gevallen op de kerk, en heeft eene groot deel der electrische verlichting beschadigd. De steenen van den kerktoren zijn voor een groot deel beschadigd door de beschieting, waarvan de schade geschat is op 650 fr., doch deze zijn nog niet hersteld. Aan de meubelen der kerk is geene schade veroorzaakt, tenzij aan de remonstrancie waarvan in nummer 2 gesproken is. Zij is hersteld voor 50 fr.
Het klooster der Zusters van O. L. Vrouw van VII Weeën heeft niets geleden.
De kapel van O. L. Vrouw van Bijstand en van St Niklaas zijn beschoten geweest en hersteld voor 50 fr.
b) Sedert 16ᵉ October 1914 zijn de goddelijke diensten hernomen geweest zoals voor den oorlog. Noch kerk, noch kapel op de parochie zijn door de duitschers in dienst genomen.
c) Slechts eenmaal na lezing van den herderlijken Brief nʳ 113 Tomus III van Dec. 1914 zijn de Duitschers ter pastorie gekomen, en hebben de geestelijkheid gedwongen te teekenen dat zij dien Brief in 't openbaar niet meer zouden lezen.
Bl. XI
Daarbij is het gebleven. Zij hebben den brief in ons bezit gelaten. Tegen de sermonen is nooit iets gezegd geweest, daar er geene duitschers in de kerk kwamen. De maandelijksche processie met het Allerheiligste buiten de kerk, alsook de kruisprocessiën werden regelmatig gedaan, totdat er eindelijk een brief kwam, waarin vermeld stond dat de processiën enz. buiten de kerk eerst moesten aangevraagd worden, hetwelk wij geweigerd hebben te doen. Nochtans al de verrichtingen zijn altijd in 't openbaar gedaan geweest en nooit gestoord geworden.
d) Gedurende de bezetting was het bijwonen der goddelijke diensten en het naderen tot de H. Sacramenten zoo regelmatig als voor den oorlog, doch in de eerste maanden van den oorlog was alles talrijker. Reeds in November 1914 zijn de E.E. Paters Passionisten een triduüm komen prediken, hetwelk dan de volgende jaren telkenmale tweemaal in het jaar is geschied. Altijd zijn die oefeningen met de grootste godsvrucht bijgewoond. Ook de 1ᵉ vrijdagen der maand, de feestdag van het H. Hart en van den H. Jozef,
Bl. XII
zijn buitengewoon gevierd geweest. Het aantal communiën op die dagen was overgroot.
De communiën in onze parochie zijn:
1913-57366----1916-=73433
1914-57269----1917-=66199
1915-72489----1918-=74403
Plechtige communie der kinderen:
1913-=102----1916-=93
1914-=82----1917-=101
1915-=99----1918-=89
Wekelijks wordt er nog de H. Mis gezongen voor de gesneuvelde soldaten, alsook maandelijks de H. Kruisweg. Dikwijls in het jaar werd de H. Mis gedaan in de Bremkapel ter eere van O. L. Vrouw van bijstand voor de soldaten die streden aan den IJzer.
Om de losbandigheid, woekerij en alle onrecht te keer te gaan, hebben wij tweemaal in het jaar, zoals hooger gezegd is, de Paters Passionisten doen komen. Hunne sermonen hebben veel vruchten voortgebracht. Het grootste deel der parochianen naderde tot de H. H. Sacramenten.
Bl. XIII
De openbare zedelijkheid. Het 1ˢᵗᵉ jaar der bezetting was alles goed in orde; het volk was zedig, vol godsvrucht, nog gansch onder den indruk van den oorlog. Doch de duitsche Overheid liet danspartijen, cinema's enz toe volgens beliefte, wakkerde dit alles aan tegen den wil der gemeenteoverheid. Daaruit volgde natuurlijk de losbandigheid en zedeloosheid der jeugd. Om plezier vermaken te kunnen genieten, moet er geld zijn, daaruit volgde diefstallen, woekerij enz.
e) Geene vrije scholen op onze parochie.
f) Er bestaat hier eene zondagschool en na de herstelling van het gebouw, half vernield door eene bom, is deze seffons herbegonnen. De toelagen van het gouvernement kwamen nog al regelmatig toe langs verschillende wegen. De boeren- en boerinnengilde hebben altijd hunne vergaderingen gehouden. Vele voordrachten zijn er gegeven. Zij werden aangevraagd en ook bijgewoond door de duitschers.
Liefdadigheidswerken. Seffens na het uitbreken van den oorlog werd hier door de geestelijkheid
Bl. XIV
een liefdadigheidskomiteit gevormd. In de voornaamste huizen werd er eene geldinzameling gedaan, alsook met bussen aan de kerkdeuren gestaan. Het geld, nog al eene ronde som, is vooral besteed geweest aan de ondersteuning van huisgezinnen waarvan de vader of zoon in het leger was.
Een Rood Kruis, met ten minste 20 bedden, werd hier ook opgericht. Eenieder droeg er in bij, hetzij matrassen, linnen, geld enz. Dit is zeer van pas gekomen met den slag van Haecht en omstreken. Er werden dan hier een veertigtal gekwetsten verzorgd, waarvan er twee hier gestorven zijn te weten Roty van Antwerpen en Verlinden van Hemixem. Aan deze en verschillig andere werden de H. H. Sacramenten toegediend.
Later heeft de boerengilde van Putte nog ene geldinzameling gedaan bij de boeren alleen, welke eene ronde som heeft opgebracht en is besteld geworden door den Boerenbond van Leuven aan Zijne Eminentie Den Kardinaal Aartsbisschop van Mechelen.
Bl. XV
De andere liefdadigheidsinstellingen zooals het genootschap van Vincentius a Paulo hebben regelmatig voortgewerkt.
g) Op 6 Januari 1917, werden al de mannen gehuwde en ongehuwde tot 45 jaren opgeroepen in Heist op den Berg. 42 van onze gemeente werden aangeduid om in Duitschland te gaan werken; 16 daarvan zijn door onze werking vrijgekomen, de andere 26 zijn eene week nadien weggevoerd. 2 van deze, de toestand in Duitschland onuithoudbaar oordeelende, hebben geteekend, deze zijn dan ook lang weggebleven. De andere 24, vervallen en uitgemergeld, zijn na eenige maanden weergekeerd in Putte. Niemand is bezweken noch in Duitsland, noch in Putte.
h) Het Komiteit, in het begin door de geestelijkheid opgericht en bestaande uit deze en de hoofdmannen der partijen, is dan geworden het Komiteit van Steun en voeding.
i) In onze parochie zijn geene gerechtelijke vervolgingen geweest.
wordt vervolgd
|