Naar de inhoud

Schriek

Geschiedenis – Genealogie – WO 1
akke.beakke.be

Schriek - Het onderwijs tot 1800

De school van de parochie Sint Jan Baptist.

door René Lambrechts

Oudste vermelding.

-Van 1560 tot 1565 deed Jan Gas (wiens naam aan de grondslag ligt van Grasheide ) dienst als koster en schoolmeester te Schriek, iets wat hij in de jaren 1569 en 1570 ook deed.
-De school wordt op rekening van de kerk, in 1564 voorzien : “zes voeren (=vrachten) leem en vier busselen walm (=stro) om te dekken”. Nog eens in 1569 : honderd en vijftig busselen walmstro tot de school en tot de stal van de school.

-1599 : Marten Verschueren, koster, onderricht ook loffelijk en met vrucht de jeugd.

-1606 : De kerk heeft een school gebouwd, waarin de pastoor woont tijdens zijn residentie, alhoewel hij ’s nachts naar de sacristie trekt.

-1616 : Even vermeld : Hendrik Keinis, koster en schoolmeester.

-Sedert Bamis 1617, meester Jan Serneels koster.

-1623 : Er worden heilighertekens, beeldekens en andere prijzen uitgedeeld aan de jonkheid die de Katechismus bijwoont.

-1635 De school getimmerd op het kerkhof, waartoe 103 busselen schutstro.

-Sedert Lichtmis 1638 is Lodewijk Elen de nieuwe koster en schoolmeester. Benoemd op 8 augustus 1637 op de kondities door de schepenen goedgekeurd. Niettegenstaande de regeerders de pastoor verzochten om hem af te zetten wegens zijn hoge leeftijd (70 jaar) heeft de pastoor hem gehouden tot op zijn sterfdag.

-Uit de rekeningen van de Heilig-Geesttafel of Armenzorg van 1619 is het duidelijk dat het onderwijs voor de armen kosteloos was. Voor hen wiens ouders er wat beter voorkwamen, diende men schoolgeld te betalen.

-In 1617 had de deken er meermaals op aangedrongen dat de koster zijn eed zou doen en als schoolmeester de geloofsbelijdenis afleggen, wat wel bewijst dat beide ambten onder geestelijk toezicht stonden.

-In 1659 wordt door de pastoor Peter Mangelschots (was tevens een belangrijk notaris) aangesteld en gepresenteerd aan de schepenen en kerkmeesters, die zijn keuze bijtreden. Zijn ambt van koster en schoolmeester wordt op Sinksen 1662 voor 12 jaar verlengd onder volgende voorwaarden :
-Meester Mangelschots zal de kosterij bedienen gelijk dat behoort : ’s morgens, op de noen en ’s avonds de beeklok luiden, ook wanneer het tempeest is van donder en bliksem, en tot alle missen, gelijk het geplogen is.
-Ook zal hij gehouden zijn, op zon- en heiligdagen de missen te zingen naar gewoonte, en alle ander missen te dienen of een bekwaam dienaar aan te stellen.
-Nog verplicht de kerk net en schoon te houden, ten minste alle acht dagen eens uit te keren, de altaren te paleren, enz…
-Altijd in het visiteren of communiceren van zieken mee te gaan.
-De school zal hij moeten houden het geheel jaar, en niet alleen leren vlot te lezen en te schrijven, maar ook goede manieren, en van buiten de paternoster, weesgegroet, credo, tien geboden, zeven H.Sacramenten, vijf geboden der H.Kerk, enz…
-Hiervoor zal hij hebben jaarlijks, eerst voor de kosterij zijn gewoon kosterskoren, van een ploeg : een moken, van een paard of half ploeg : een half moken, en van elk ander handwerker een brood van 10 pond of 5 stuivers.
-Nog zal hij hebben jaarlijks uit het inkomen van de kerk 48 gulden, maar zal moeten ophalen het honderdgeld.
-Zal nog genieten uit de H.Geesttafel, voor het stellen van de horloge, jaarlijks 12 gulden ; voor het leren van de arme kinderen, twee veertelen koren ; en van de andere kinderen voor schoolgeld, 2 gulden.
-Hij mag het huis bewonen, gelijk tot nu toe.
-Hij zal vrij wezen van tocht, wacht, impost, en mag zonder lasten een bunder land gebruiken ; de school moet gemaakt en hersteld worden om goed te kunnen leren, en de schepenen staan borg voor het koren of broodgraan.
Over de ontvangsten van andere kerkelijke diensten als jaargetijden of lijkdiensten geen woord. Ook over het onderhoud van de school en de kosterswoning dat door de kerk wordt gedragen wordt niets vermeld.

-1659 reparatie aan de school : 50 gulden

-1698 aankoop van 10 banken : 7 gulden.

-Rond 1698 : Toen Peter Mangelschots oud en ziek was, heeft de pastoor hem een helper plaatsvervanger gegeven, nl. Peter Van Hove, een weesjongen van eerlijke ingezeten ouders. De Heer van het dorp poogde echter vier andere kandidaten hetzelfde ambt te bezorgen, mits het nodige ‘smeergeld’. In 1701 trekken de drie eerste kandidaten hun woord in, en komen twee ingezetenen en een schepen hun handtekening herroepen voor de notaris, als beschonken of gedwongen geweest te zijn.
Na de dood van Peter Mangelschots op 8 januari 1701, wordt op 13 januari Peter Van Hove aangesteld als nieuwe koster en schoolmeester. Op 29 januari schreef de deken, dat geen enkele kandidaat, in strijd met de kerkelijke en burgelijke wetten, koster en schoolmeester mocht worden, alvorens door de deken toegelaten te zijn.

-Vanaf 1693 worden de kinderen van de Catechismus bijzonder bedacht met prijzen, paternosters, boekjes, perkamenten beeldekens ; ook vijgen en rozijnen te half-Vasten en als ze te biechten komen voor Pasen.

-24 oktober 1713 : Ferdinand Van Hove wordt aangesteld als koster en schoolmeester door : de pastoor, de Heer van Schriek en Grootlo, de schepenen en de kerk- en H.Geestmeesters.
De voorwaarden zijn ongeveer dezelfde als in 1662.
-Zo zal hij school houden het geheel jaar of zo lang als tien of twaalf kinderen ter school komen. Zal ook enige kinderen die de beste stemmekens hebben, in de kerk leren zingen.
-Hij zal zoveel half mokens koren hebben als er werkende paarden, jong of oud zijn.
-Voor het stellen van de horloge, twaalf gulden, waarvan het dorp en de H.Geest elk de helft betalen.
-De school zal onderhouden worden half van het dorp en half van de kerk.

-1740 : Na het overlijden van Ferdinand Van Hove (04.10.1740) wordt Jacobus Weyns aangesteld tot de nieuwe koster en schoolmeester. Hij zal 23 januari 1799 overlijden en zonder enige eredienst zal hij begraven worden, omdat de kerken door de Fransen waren gesloten.
Tijdens deze oorlogstijd is het ene zekere Anna Elisabeth Van Calsteren, een godvruchtige vrouw van meer dan 40 jaar, die de kinderen ergens in een schuur, catechismus onderricht gaf.

-11 november 1802 wordt door de maire, de notabelen, de heer Van der Stegen en de pastoor, Guibertus De Meutter gekozen tot nieuwe koster en schoolmeester. Hij was reeds 14 jaar schoolmeester te Heist.

-Na de Franse Revolutie komt onderwijs en armenzorg in handen van de gemeenten, evenals de eigendommen der kerk.

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Het lager onderwijs in Schriek in de XIX eeuw.

Het lager onderwijs in Schriek in de XIX eeuw.

door Victor De Belser

Transcriptie René Lambrechts

Blz 1.

Een geschiedkundig overzicht maken van het lager onderwijs in uwe gemeente van af 1831 tot op den huidigen dag.

A. Toestand vóór de wet van 1842.

B. a) Inrichting: 1. Stoffelijke (schoolgebouw, bemeubeling), leermiddelen, woning en tuin des onderwijzers).

  2. Opvoedkundige (schoolverordening, programma's, methode, schooltucht, enz.).

  3. Onderwijzend personeel (bekwaamheid, jaarwedde, enz.).

b) Ontwikkeling.

c) Bekomen uitslagen onder de wetten van 1842, 1879, 1884 en 1895.

 

Een terugblik op lang verloopen tijden is altoos leerzaam, want, zoals de dichter zegt:

"In 't verleden ligt het heden,

"In wat is, 't geen worden zal."

 

Wanneer wij dus een honderdtal jaren in de geschiedenis terugkeeren en den toenmaligen toestand van het onderwijs hier te lande vergelijken met den huidigen staat van zaken, dan moeten wij bekennen, dat de negentiende eeuw, onder opzicht van onderwijs, te recht de eeuw van vooruitgang mag genoemd worden.

Wanneer wij terugblikken en eenen oogslag werpen op dit droevig tijdvak der Fransche regeering, kunnen wij ons licht een denkbeeld vormen van den akeligen toestand der Belgische lagere scholen in 't algemeen, maar bijzonder van die op den buiten. Onze voorouders waren diep verdrukt, verarmd en verslaafd. De jongelingen werden, van hun zestiende jaar af, bij het Fransche leger ingelijfd, om Napoleon in zijne roekelooze tochten tegen de verschillende mogendheden te volgen. Er bleef schier niemand bij de ontroostbare vrouwen dan kinderen, kreupelen en ouderlingen. Deze meesten samen vroeg en laat zwoegen om den akker te bezaaien, te beplanten, en vervolgens de zuurgewonnen vruchten te oogsten. De bekommernis, het gebrek en de armoede waren te groot om aan de school, aan de opvoeding en het onderwijs der kinderen te denken. Het stoffelijk welzijn ontbrak en zedelijk welzijn besefte men niet. Van schoolgaan was er in de meeste plattelandsche gemeenten geen spraak, want de ouders rekenden op den geringen onderstand, dien de kinderen, hetzij op het veld, hetzij in 't huishouden, konden bijbrengen. Het was dus niet te verwonderen, dat de zeldzame scholen, die alsdan in de Fransche Noorderprovinciën bestonden, weinig of niet bezocht werden.

Schriek was een van die rare gemeenten, waar er te dien tijde eene school bestond, doch welke school? Den eersten Pluviôse van het jaar Tien der Republiek,

Blz 2.

(22 Januari 1803) schreef de toenmalige Maire der gemeente Schrieck aan den Sous-Préfect van Mechelen: "Il se trouve dans ma commune une maison d'institution; il y avait un bâtiment d'école, mais par le coup du vent il est abattu jusqu'aux fondements; le maire de cette commune a pris en louage une chambre pour laquelle on donne une somme annuelle de 15,19 fr.; le nombre des élèves est de 180." – Den 15 April 1807 schreef dezelfde Maire: "La commune de Schrieck a une école primaire où l'on apprend à lire, à écrire et à chiffrer, tout en langue flamande; les garçons et les filles sont réunis dans une et même école; dans cette école il y a 104 garçons et 85 filles." En den 15ᵉ der maand April schreef hij nogmaals: "L'école est au neuf à l'an 1811, assez commode."

Zelfs werd er in de Schriecksche school althans in de eerste jaren der verloopen eeuw, des zomers klas gegeven, iets wat op meenige plaatsen het geval was. In eenen Staat van inlichtingen over het jaar 1810, vinden wij dat de lagere school van Schrieck des winters gevolgd werd door 160 leerlingen en des zomers door 20. – Doch, volgens eenen idem over het volgende jaar werd de school des winters bijgewoond door 200 leerlingen en, zoo luidde genoemde staat: "En été il n'y a pas d'élèves." De staat, opgemaakt den 5 April 1813, waaruit wij hierboven eenige inlichtingen neerschreven, vermeldde dat 210 kinderen ter schole gingen, doch enkel gedurende vijf wintermaanden.

Zooals blijkt uit hetgeen wij hooger aanhaalden, leerde men hier alsdan enkel een weinig lezen, schrijven en rekenen, en dit alles, ofschoon onder het Fransch bewind, in de Vlaamsche taal. De Maire, die Franschgezind was, (hij was door 't koopen van zwart goed rijk geworden) en de taal onzer zuiderburen tamelijk wel sprak, las en schreef, zou gaarne het onderricht dezer taal in de school hebben zien invoeren, zooals blijkt uit de volgende aanmerking, door hem zelven op eenen der bovengemelde Staten geplaatst: "Le Maire désirerait que l'instituteur actuel fût remplacé par un instituteur en état d'enseigner le français." Doch Vlaamsche onderwijzers, die Fransch kenden, waren er te dien tijde niet te vinden, en onmogelijk dus de Fransche taal in de Schriecksche school te onderwijzen.

De methode, welke er gevolgd werd, was deze, welke men de oude Spelkunst van Kruisken A, B, C noemde. Dit was een klein eerste leesboek. Het begon aldus: † a, b, c...... x, y, z. Dan kwamen eenige verbindingen van klinker, gevolgd door een medeklinker, ook omgekeerd, als spel- en als leesoefening. Daarna stond het Onze Vader met de andere gewone Gebeden." (J. A. Torfs). Zoodra de leerlingen deze Spelkunde op hun duimpken van buiten kenden, en nog wat meer in het spellen en lezen geoefend waren in andere gedrukte boekjes, leerde men hun brieven en oude geschriften lezen. Wie daarbij nog wat rekenen en schrijven kon, stond als een schriftgeleerde te boek.

Blz 3.

Zoo stonden hier de zaken, toen in 1815, korten tijd na het tractaat van het Schoon Verbond, waardoor onze provinciën met die onzer noorderbroeders vereenigd werden, de Schriecksche school, evenals alle Belgische scholen, gesteld werd onder het beheer der Hollandsche onderwijswet van 1806, eene wet, die, zooals M. Cousin zegde, steunde op zeer wijze grondbeginselen, doch welke in België verkeerd toegepast werden.

Het Hollandsch bestuur deed veel voor de zedelijke en verstandelijke verbetering van het volk: Het richtte het lager onderwijs op goeden voet in; het stichtte de Liersche kweekschool, die vooral onderwijzers voor de steden vormde, alsmede in menige stad Koninklijke Lagere Modescholen, waar de kinderen der rijke familiën het onderwijs ontvingen en waar tevens bekwame onderwijzers voor de landelijke gemeenten voorbereid werden. Het Hollandsch Bestuur deed al wat het kon om zijn onderwijsstelsel, zooals lezen zonder spellen en klassikaal onderricht, in al de gemeentescholen van het rijk der Nederlanden in voege te brengen, doch, niettegenstaande dit alles, ging het onder het Hollandsch tijdvak in Schrieck met het onderwijs nog slechter dan in den Franschen tijd. Het Lager onderwijs bestond er maar in schijn; in werkelijkheid was het om zoo te zeggen nul en van geener waarde. De onderwijzers, die meestal geene andere school gevolgd hadden dan de gebrekkige lagere school van hun geboortedorp, waren onbekwaam en bleven, zoo goed mogelijk, de oude methode volgen. Zoo werd in zitting van 25 September 1822 "de provisionele waarneming van de vacerende school (de school was gedurende twee jaar zonder onderwijzer geweest) binnen de gemeente Schrieck opgedragen aan Jozef De Meutter, oud 20 jaren." In het verslag aangaande het Lager Onderwijs in de gemeente Schrieck, dagteekenende van den 19 Juni 1824 werd Jozef De Meutter beoordeeld als volgt: "De plaats van onderwijzer vacant geworden zijnde, is men verplicht geweest, uit gebrek van anderen, eenen jongeling in de school te gelasten met het onderwijs, welke om zoo te zeggen niets en kent." Toen dit verslag verscheen was er reeds zekere Willem Schools, discipel der kweekschool, en die in het vergelijkend exaam den vierden rang van Schoolonderwijzer bekomen had, tot onderwijzer in de gemeenteschool van Schrieck benoemd, doch alzoo hij geene andere manier van onderwijs erkende als de klassikale methode, en dat men nog de schrijftafelen, leesmachienen, enz. niet voltrokken had, kon deze zijn onderricht enkel beginnen op eersten Augustus." Het schijnt dat deze Schools een bekwame onderwijzer was, doch hij onderwees volgens de nieuwe methode, die Hollandsch was, en dit was de groote oorzaak dat het aantal leerlingen alsals verminderde. In 1817 werd de school des winters gevolgd door 115 leerlingen, in 1826 door 82 (in de zomermaanden enkel door 32), in 1828 door 73 en in het begin van het jaar 1830 nog slechts door 30 en des zomers door 9. – Dat het, in dergelijke omstandigheden met Schools, die het in den

Blz 4.

beginne goed meende, niet opperbest bleef gaan, zulks kan men licht begrijpen. Naarmate het getal leerlingen afnam, verzwakte zijn iever; onder klastijd vond hij in de herberg weleens meer verzet dan in zijne school. Tot overmaat van ongeluk verloor Schools ten jare 1828 zijne vrouw, werd toen eene echte herbergpilaar en op het einde veronachtzaamde hij zoozeer zijne plichten, dat de Burgemeester, de vroegere maire, op eenen staat over de sommen, welke aan den dienst van het onderwijs werden besteed in de kolom van aanmerkingen deze nota plaatste: "De onderwijzer verdient van beroofd te worden van alles wat de gemeente hem heeft toegestaan, wanneer hij is in functie getreden, aangezien hij het onderwijs geenszins ter harte neemt, en den eigen functie van koster slechts gedurende de helft van den tijd zich met het onderwijs nuttig maakt".

Geen wonder dus, dat de omwenteling, die in Augustus van het jaar 1830 te Brussel uitbrak, niet alleen in Luik en in andere groote en kleine steden, doch zelfs hier in Schrieck haren weerklank vond. Naar het voorbeeld der Brusselsche opstandelingen, die de huizen der voornaamste Hollandsch-gezinden verwoestten, werd den eersten Zondag van de maand September de woning (het was maar een huizeken, gedeeltelijk in steen en gedeeltelijk in leem) van den Hollandschen onderwijzer des nachts bestormd en zoo beschadigd zoodanig dat men 's anderendaags 's morgens er kon binnentreden zonder deur of venster te openen. Ook voor Schools, die tot groote armoede vervallen was, het geraadzaam aan kosterij en schoolmeesterij vaarwel te zeggen. Het verliet het dorp, twee kinderen achterlatende, nam dienst in het Hollandsch leger, kwam later, – als deserteur, – zoo zeggen de oude lieden van ons dorp, – terug naar Schrieck waar hij van den arme besteed werd, enz. enz..

Zwijgen wij hierover, want meesten wij al neerschrijven wat wij omtrent den ongelukkige vernomen hebben er kwame wellicht geen einde aan de inleiding onzer verhandeling. Zeggen wij liever, om te voldoen aan de ons opgelegde taak, eenige woorden over den toestand van het lager onderwijs in onze gemeente gedurende den tijd van België's onafhankelijk bestaan.

Als schoolmeester werd Schools vervangen door eenen inwoner der gemeente, namelijk Francis Lambrechts, die tevens gemeentesecretaris was, en als koster door Jozef De Meutter, voornoemd, insgelijks hier geboren en verblijvende.

Ter gelegenheid van de benoeming van den nieuwen onderwijzer, werd een inventaris opgemaakt der meubelen in de school aanwezig. Deze waren: 10 lessenaars, 26 inktpotten, 2 rekenborden, 1 leesletterkastje met lettersplanken, 1 hoekkastje, 9 leestafels, 1 el, 8 maten voor droge waren (25 Ned. kop, enz.), 6 maten voor natte waren (dubbel kan, enz.), 8 gewichten (één houd, enz.).

De school bestond te dien tijde maar uit een enkel lokaal, van 7 meters in 't vierkant en eene hoogte van 3,20 m. Zij was voorzien van vier kleine vensters, twee in den voor-, en twee in den achtermuur en van eene smalle deur, welke uitgaf op de straat. Zij was gebouwd zooals wij in onze inleiding lieten verstaan, ten jare 1807 en in 1811 gansch in 't nieuw gezet.

Blz 5.

Daarenboven had zij in de jaren 1825 en 1826 eene groote verandering ondergaan met voorziening van schoolmeubelen. Zij stond op de plaats, waar de kleine klas der Oude Gemeenteschool, die sinds 1894 tot een ander doeleinde gebruikt wordt, zich hedendaags nog bevindt namelijk op een gedeelte van het kerkhof. Nevens en achter de school was de tuin, insgelijks een deel van het kerkhof, van den vroegeren koster-onderwijzer. Op het deel van dien tuin, dat het dichtst bij de kerk gelegen was, en waar thans het lieve huis van onzen tegenwoordigen Koster staat, zag men de vervallen en onbruikbaar gemaakte kosterswoning. Ten jare 1834 werd er tegen den linkerzijgevel van de school een gebouw bijgezet, hebbende eene lengte gelijk aan de zijde der school en eene breedte van slechts 1,70 m. Dit gebouw was door eenen binnenmuur in twee plaatsen gescheiden. De eene, omtrent het derde van het geheel, diende tot prison, de andere was het wachthuis van de nachtwacht. Een breed deurgat stelde het schoollokaal in gemeenschap met dit laatste deel, met het corps de garde, zooals de menschen dat noemden. Langs een klein vensterken in den zijgevel, mocht er een weinig licht binnendringen. 't Was dit corps de garde, dat later, wanneer de schoolbevolking aangroeide, door de minst gevorderde leerlingen – de verschen, zooals men die noemde – ingenomen werd. In dit plaatsken waren in den beginne noch lessenaars, noch andere meubels; banken uit de kerk werden er als zitplaatsen en de binnenzijde der deur als bord gebezigd.

't Is in dit kleine, weinig verlichte en nog minder verluchte schoollokaal met corps de garde, dat de leergierige jeugd opgestapeld bleef tot in het jaar 1847, wanneer de school vergroot werd. Doch loopen wij thans weer niet te spoedig vooruit en keeren wij terug tot onzen secretaris-onderwijzer, Mijnheer Francis Lambrechts.

Deze was benoemd den 17 September 1830, en nauwelijks had de Burgemeester, nog altijds de Oude Maire, in zijn dagblad gelezen, dat het Hollandsch leger Brussel verlaten had en het Voorloopig Bewind 's lands onafhankelijkheid had uitgeroepen, of den Zondag daaropvolgende werd er door hem aan "den staak", de gewone plaats der afkondigingen, na de hoogmis aan de ingezetenen het verheugend nieuws bekend gemaakt, waarop hij volgen liet: "Den tweeden Maandag van October begint opnieuw de school, thans eene Belgische school. De nieuwe meester zal onderwijzen: Vlaamsche taal, lezen, schrijven, rekenen, aardrijkskunde en beginselen der Christelijke leering, en... dit alles – hier verhief hij de stem – volgens de Oude Wijze." De veldwachter, die zich tusschen de toehoorders bevond, werd uitgenodigd het bericht, betrekkelijk de school, verder onder de Schriecksche bevolking te verspreiden. Het gevolg hiervan was, dat den tweeden Maandag van Octobre er zich 204 groote en kleine knapen en meisjes ter schole aanboden, zoodat de onderwijzer, bij gebrek aan plaats, zich verplicht zag de jongsten door te zenden, met verzoek te wachten tot bij zomertijd. Het gebruik van enkel nieuwe leerlingen ter schole aan te nemen met Paschen, dat hier langen tijd in voege bleef en over twee jaren nog gedeeltelijk bestond, vond wellicht zijnen oorsprong in het aangehaalde feit.

Blz 6.

De school begon dus met de kinderen, welke mochten blijven. Letterkast, lettersplankjes, leestafels en al wat Hollandsch hiet, werd zorgvuldig weggestopt. Kruisken A B C, en andere leerboeken van vroeger tijd, zooals het Kabinet door Fleury, de Nieuwe Nederduitsche Spraak- en Spelkunst door W. Van Aerschot, de Reis naar Jerusalem door Van der Linden, het Leven der H. Maagd, de kleine en groote Catechismus, de Gazetten en Vlaamsche plakbilletten, welke laatste bij den Burgemeester-herbergier aan 1 cent het stuk te verkrijgen waren, de Halve Geschrifte, de Gewone Brieven, de Oude Geschriften kwamen opnieuw voor den dag. Men leerde weer lezen door middel van spellen; alles gebeurde weer voor elken leerling afzonderlijk; in één woord, 't was, zooals de Burgemeester afgekondigd had, heel en gansch de Oude Leerwijze uit den Franschen tijd, die in de Belgische school door den Belgischen onderwijzer gevolgd werd.

Meester Lambrechts was een wekelijk mensch; hij kon het schoolhouden niet uitstaan. Gelukkig dat Riksken, zijn broeder, broederlijke liefde genoeg bezat om een deel van den zwaren last op zich te nemen. In eenen Staat over den toestand der gemeenteschool op den 1 Mei 1831 lezen wij: "De jaarwedde des onderwijzers beloopt ter somme van 25 Nederlandsche gulden; genietende daarenboven 25 gulden voor schadeloosstelling van huishuur. Er is geen aangestelde hulponderwijzer, doch om de onpasselijkheid des onderwijzers is hiertoe geduld Lambrechts Henricus, oud twee en twintig jaren, geboortig van Schrieck, broeder des onderwijzers".

Men ziet van hier hoe het ging in de school, waar de gebroeders Lambrechts in dezelfde zaal gelijktijdig werkzaam waren; waar daarenboven de leerlingen aan elkander hunne indrukken over het geleerde mochten mededeelen; waar de meesters zelven voor het rekenen, bij voorbeeld, den raad gaven: "Als gij het niet kunt, vraagt het dan maar aan eene of eenen die het weet". Het was er soms een geroezemoes om er doof van te worden. Tucht heerschte er niet en de vooruitgang was om zoo te zeggen nul. Ook werd de school op 1 Mei 1831 nog slechts gevolgd door 82 leerlingen. De Lambrechtsen waren nochtans van de domsten niet, wel integendeel. Zoo lezen wij nogmaals in eenen Staat, ingezonden den 18 Juli 1831: "De zedelijkheid van den onderwijzer is loffelijk. Zijn ijver, neerstigheid, bekwaamheid en de wijze waarop hij zijn beroep uitoefent, laten niets te wenschen". Doch Susken was ziekelijk en kon dus niet. En Riksken? Hij liet het maar gaan: hij was onderwijzer tegen dank; hij hield enkel school uit genegenheid voor zijnen broeder. Later, onder de wet van '42, toen de stoffelijke toestand der onderwijzers begon te verbeteren, zegde Riksken Lambrechts aan al wie het hooren wilde dat den onderwijzerspost eene van de moeilijkste van alle plaatsen wezende, men de schoolmeesters niet genoeg kon betalen, want, "ik houd staan, voegde hij erbij, dat een man, die vader en moeder vermoord heeft, eene genoegzame straf zoude onderstaan, indien men hem tegen dank schoolmeester maakte".

Blz 7.

Ook was hij zoo blij als een losgelaten gevangene, toen Jozef De Meutter, de koster, die ondertusschen met Adela, de zuster der gebroeders Lambrechts, het huwelijksbootje was ingestapt, toen zijn zwager, zeg ik, zoo goed was hem, te beginnen van October 1832, op te volgen als ondermeester, of liever als plaatsvervangend onderwijzer, want de onderwijzer-titularis was sinds langen tijd niet meer in de school te zien geweest: de brave man leed aan de tering.

Jozef De Meutter, hij, aan wien in het jaar 1822 de provisionele waarneming van de vacerende school was opgedragen, was weerom schoolmeester, doch ditmaal koster-onderwijzer. En toen eenige maanden later zijn zwager het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, dacht er misschien niemand aan dat door dit overlijden de plaats van schoolmeester open viel. Althans de koster was en bleef, zonder definitief mandaat gemeenteonderwijzer tot in 1844. 't Was enkel in dit jaar namelijk den 13 December, dat de heer Jozef De Meutter, die, – zoo staat er geboekt in het register van beraadslagingen van den gemeenteraad – niet voorzien was van eene schriftelijke benoeming, met algemeene stemmen tot het ambt van gemeenteonderwijzer alhier aangesteld werd. Een ministerieel besluit in dagteekening van den 14 April 1845, bekrachtigde bovengenoemde beslissing, en machtigde tevens den heer De Meutter met zijne bediening van onderwijzer degene van koster en organist in de parochiale kerk te blijven cumuleeren, hetgeen hij dan ook deed tot in 1867, wanneer hij als onderwijzer gepensioneerd, en als koster-organist opgevolgd werd door zijnen zoon, die hedendaags deze plaats nog bekleedt.

Koster De Meutter – hij was schoolmeester, ja, doch werd door de menschen nooit anders dan koster geheeten; zelfs zijne leerlingen noemden hem in de school eenvoudig weg "Koster".

Koster De Meutter, zeg ik, had noch normale, noch andere bijzondere studiën gedaan. Hij had enkel ter schole gegaan bij zijnen vader zaliger, die in de eerste jaren van het Fransche tijdvak koster en tevens onderwijzer was te Schrieck. Ook liep zijne geleerdheid niet hoog. Doch ten jare 1832 kon er van hem niet meer gezegd worden, zooals in 1824, dat hij een jongeling was die niets en kende. Gedurende twee jaren, dat hij onder het Hollandsch Bestuur in de school werkzaam was geweest, had hij de ondervinding opgedaan, dat hij nog verre van volleerd was, en zulks was de eerste spoorslag geweest, die hem aanzette onverpoosd, zoo goed en zooveel hij kon, aan zijne verdere volmaking te arbeiden. 't Was vooral in de jaren, wanneer hij diende als tafelgast bij den heer van het kasteel, den Graaf Philip van der Stegen de Schrieck, dat hij in zijne vrije stonden zich met de studie onledig hield. Zelfs raapte hij daar wat Fransch op, zoodat, toen hij de plaats van heerenknecht met die van koster ruilde, hij wel geen Fransch kon spreken of schrijven, doch nogal veel verstond wat men hem in die taal zegde. Ook toen hij onderwijzer was, bleef hij voortstudeeren, en – ofschoon hij er nooit toe geraakte, zoo hoorde ik zeggen, stellingen

Blz 8.

met eenen deeler van drij cijfers, te maken, – bracht hij het door zelfstudie zoo ver, dat hij bij de Schrieckenaars van dien tijd en in zonderheid bij de leden van het gemeentebestuur, de Oude Maire er in begrepen, als een tamelijk bekwame en vooral ijverige schoolmeester geboekt stond. Koster De Meutter spande al zijne krachten in om de kinderen zooveel mogelijk naar de school te lokken. Hij ging van huis tot huis om de ouders aan te sporen hunne kinderen, zooniet des zomers, dan toch des winters naar de school te zenden. Zijne school was dan ook weldra opgepropt met groote en kleine leerlingen. Men mag wel zeggen groote leerlingen, vermits er waren die tot hun 18ᵉ jaar ter schole gingen. Men verzekert mij dat te dien tijde bijna geen kind van Schrieck de school verzuimde, doch daarom kwamen zij niet allen bij den koster. Vele jongens en vooral meisjes van de gehuchten Hazenbergen, Grootloo en Pandoerenhoek gingen naar de bijzondere scholen, die ingevolge de "Vrijheid van Onderwijs", tot stand gekomen waren in den Loozenhoek (gehucht van Keerbergen) en te Grasheide (gehucht van Putte). Daar moest men evenwel betalen als te Schrieck, namelijk vier stuivers per maand; ook leerde men er niet beter, misschien slechter, dan bij den koster, doch de ouders zonden er hunne kinderen naartoe, omdat deze daar kosteloos de boeken der school mochten gebruiken en er pennen en papier kregen voor wat houillie en een bundeltje hout, dat de scholieren onderwege in bosschen en struweelen bijeenzochten en mede ter schole namen.

Mijnheer De Meutter volgde dezelfde methode als zijn voorganger. Bij hem spelde men ook: bé-er-o-o-de – brood ; bé-er-o-e-broe-de-é-er-der - broeder - el-i-é-ef-lïef - broederlief - dé-é-de - broederliefde; enz. De leerlingen kwamen, zooals ten tijde van Maria-Theresia, me getwee en gedrijen, ja soms gevieren te gelijk, hunne les opzeggen bij den koster, die in zijnen bureel-lessenaar gezeten bleef. Behalve de boeken, in 't jaar '30 opnieuw in de school gebracht, gebruikten de kinderen handboeken over rekenkunde, namelijk Jan Brunts Eerste beginselen der Rekenkunde door Anslijn.

Zelfs na 1836 onderwees de koster aardrijkskunde, doch dit onderricht bestond enkel in het opzeggen van lessen, door de leerlingen te huis uit een handboekje van buiten geleerd, nog een werkje van Anslijn. Ook werden door Mʳ De Meutter langzamerhand de broeders en zusters van Anslijn's Reken- en Aardrijkskunde aanvaard, zoodat Kruisken A B C en Cⁱᵉ ten jare 1839 voor goed de school verlieten om plaats te maken voor: Nieuw Spel- of Leesboekje, De Brave Hendrik, De Brave Maria, De Arme Jacob en andere school- en leerboeken door N. Anslijn, gedrukt bij D. Mortier en Zoon te Leiden. De jongste leerlingen brachten den onderwijzer weinig last bij, want vele kinderen kenden, vóór zij ter schole gezonden werden, hun kruisken A. B. C en later de eerste leesboekjes van Anslijn, alsmede de getallen van 1 tot 100, ja zelfs tot 1000 reeds van buiten: zulks leerden zij te huis bij hunne oudere broeders of zusters, en bij gebrek aan deze, bij grootere jongens of meisjes uit de buurt. Kwamen er soms verschen, welke nog niets kenden, die, zooals de koster zegde, van toeten noch blazen

Blz 9.

wisten, dan werden deze toevertrouwd aan de verst gevorderde leerlingen en de moniteurs meesten de ongeletterden op de hoogte brengen. Was Koster De Meutter belet naar de school te komen ter oorzake van eene berechting of van eenen dienst in de kerk, dan hielden deze opperleerlingen klas voor al de leerlingen, en zulks gebeurde nog al dikwijls.

Schrijfboeken waren er voor '42 niet in de school. Wel maakten de leerlingen der hoogste klas nog al dikwijls eene bladzijde schoonschrift, doch telkens op afzonderlijke bladen, waarop zij zelve met liniaal en potlood regels meesten trekken om ze vervolgens door middel van in inkt gedoopte ganzenpennen te bekribbelen. Eens het blaadje vol, kwamen de leerlingen hunne calligraphie aan den koster tonen; de zuiverst afgewerkte mochten mede naar huis genomen worden; de andere gingen des zomers de vuilmand en des winters het vuur in. Dicteeren, opstellen, zingen en andere zaken werden voor '42 niet gedaan in de Schriecksche school. In de school van Mr De Meutter heerschte er nog al stilte. Men vreesde den koster, ja, want hij zag er niet op eens de broek der deugnieten te spannen en de bezemroede te gebruiken.

Koster De Meutter kon geene onbeleefde en luie menschen dulden. Ook drukte hij in de school veelvuldig op de beleefdheid en de werkzaamheid; hij leerde zijne scholieren hoe ze zich in alle omstandigheden in tegenwoordigheid van vreemde personen en overheden meesten gedragen, en dan volgde hij, misschien zonder het zelf te weten, de gezamenlijke leerwijze. Hij verraste schier dagelijks de kinderen na de klassen van den vóór- en den namiddag; hij zag ze na in hun spel en verzekerde zich op den hoek van de eene of de andere straat of zij braaf en beleefd waren. Deze handelwijze deed hare uitwerksels gevoelen, niet alleen op de kinderen, maar ook op de groote menschen. Kwam Mijnheer De Meutter 's Zondags eene herberg binnen, iedereen ontdekte zich beleefd; men zegde: "Dag Koster", en overwoog wel de woorden welke men ging uiten om zich niet te misspreken. Een ander feit: "Op zekeren dag, 't was na '42, dat de schoolopziener Mijnheer Proost, te Schrieck een bezoek had gedaan en Mijnheer De Meutter hem enige stappen uitgeleide deed, kwamen zij eenen werkman tegen, die met eenen kruiwagen huiswaarts keerde. De arme man zette op drie stappen afstand zijnen kruiwagen neder, ten einde den Schoolopziener, dien hij niet kende, en den koster met eerbied te kunnen groeten. Mijnheer Proost kon niet nalaten den onderwijzer hierover geluk te wenschen, zeggende : "Ik bewonder uw gezag. Voor u, ik weet het, is het de schoonste voldoening, de grootste belooning!"

De heer Jozef De Meutter trok van het eerste jaar af als jaarwedde van de gemeente eene toelage van 52,90 fr. Buiten het gebruik van den schooltuin genoot hij daarenboven wegens schadeloosstelling voor huurhuur eene evenzoo hooge jaarlijksche somme; zijne woning stond nochtans op gemeentegoed, doch in den Zomer van 1832, toen hij nog enkel de bediening van Koster waarnam, had Mijnheer De Meutter, op eigen kosten,

Blz 10.

het vervallen huizeken in 1830 door den ongelukkigen Schools verlaten, in steen opgetrokken, zoodat deze woning aanzien werd als het eigendom van den koster en niet als onderwijzerswoning.

Bij koninklijk besluit gegeven te Parijs, den 2 Juli 1836, werd er van af 1 Juli van dat jaar op de fondsen van het Departement van Binnenlandsche Zaken eene subsidie van 100 fr. toegestaan aan den onderwijzer van Schrieck, zoodat tot in 1842 de onderwijzerspost aan den heer De Meutter rond de zes honderd vijftig frank 's jaars opbracht, daarin begrepen de schoolgelden der betalende leerlingen. Het ambt van koster-organist verzekerde hem eene bijwinst, of liever eene hoofdwinst van omtrent 900 fr. Voeg daarbij nog dat hij insgelijks aangesteld was als luider der politieklokken, opwinder der gemeentehorloge en dat hij in zijne hoedanigheid van koster jaarlijks van elk Schriecksch huisgezin eenen goeden nieuwjaar kreeg: de handwerkers gaven eenen halven frank per huishouden, de landbouwers met een paard een half meuken en de boeren met twee paarden een heel meuken graan. Dit was de algemeene regel. Ook zou te dien tijde niemand, uit vrees van de straffen des Hemels op zich te trekken, den koster zonder iets hebben durven doorzenden, wanneer hij met zijnen werkman rondging om de nieuwjaarsgeschenken in te zamelen.

Wat is zulks tegenwoordig alles veranderd! Met Witten Donderdag en Goeden Vrijdag ging daarenboven de koster, weerom vergezeld van zijnen werkman, rond om Paascheieren. Als men dan nog weet, dat vele lieden, wanneer het vette zwijn geslacht werd, een lekker beetje bij Mijnheer Pastoor en dus heel natuurlijk ook bij den koster droegen, dan kan men begrijpen dat, onder stoffelijk oogpunt, de heer Jozef De Meutter geenszins te klagen, althans daartoe veel minder reden had dan menigen van hen die hedendaags met het onderricht en de opvoeding van het opkomend geslacht belast zijn.

Nog eenige bijzonderheden over het tijdperk 1831 - 1842. Kapstokken waren er niet in de school. Naar het voorbeeld van den meester hielden de kinderen onder klastijd klak of muts op het hoofd. Stoof of kachel was er ook niet. Des winters werd er nochtans vuur gemaakt in eenen open haard, doch enkel op die dagen, dat de scholieren brandstoffen meebrachten.

De eerste som gelds na 1831 besteed tot verbetering van het schoolgebouw, beliep 70 fr. En waartoe werd die som gebruikt? Wel, tot het maken en hangen van slagvensters om de zon uit de school te houden. Op Zon-, Feest- en andere verlofdagen, alsmede gedurende gansch den tijd der vacantiën bleven deze vensterluiken gesloten. Gedurende de groote vacantie diende het schoollokaal tot bergplaats van aardappelen en andere veldvruchten.

In 1841 werd het schoollokaal voor de eerste maal gewasschen en gewit.

Er was geene speelplaats. Vóór de klassen en binnen den tijd der uitspanning speelden de leerlingen op de straat. Waterplaatsen waren er niet; bij gebrek aan deze, werd daartoe verkozen den zijgevel van het corps-de-garde, alsmede den leemen muur eener nabijstaande schuur. Tegen de woning van den koster stond een enkel gemak, doch 't was er een met twee brilgaten. Dit stond ten dienste der mannelijke en vrouwelijke scholieren.

't Zag er lief uit, in dien tijd, niet waar?

Hiermede sluiten wij het overzicht van den toestand van het onderwijs in onze gemeente gedurende het eerste elfjarig tijdperk van België's eigen bestaan.

Blz 11.

Als wij nagaan hoe b.v. de kinderen te dien tijde tot het lezen voorbereid werden en deze gebrekkige spel- en verdere methoden vergelijken met de leerwijzen, thans hier in de scholen gevolgd; als wij daarbij overwegen dat er 1842 slechts 28 kinderen gratis ter schole mochten gaan en dat tegenwoordig onderwijs en schoolgerief gansch kosteloos verschaft wordt aan al de scholieren, zoowel aan de kinderen der begoede familiën als aan die der behoeftige ouders; als wij verder inzien dat, in plaats van een enkel lokaal, dat onder alle opzichten gebrekkig was, met eenen enkelen onderwijzer, zooals 't vóór 1842 bestond, Schrieck thans niet alleen eene gemeenteschool, maar ook eene aangenomen meisjesschool bezit, bij welke eene gesubsidieerde bewaarschool gehecht is, dus drie scholen welke onder opzicht van gebouw, meubelen en leermiddelen, weinig of niets te wenschen laten, en waar in de eerste twee onderwijzers (met October aanstaande drij), in de twee drie onderwijzeressen en in de derde twee meesteressen in afzonderlijke lokalen werkzaam zijn; als wij ten slotte nagaan dat het budget van onderwijs, dat in '42 slechts 105,50 fr. bedroeg, thans geklommen is tot 7025 fr., dan moeten wij luidop verklaren dat de vooruitgang op onderwijsgebied gedurende de negentiende eeuw hier in Schrieck enkel waar te nemen was na het in voege treden der wet van 23 September 1842, zooals wij verder zien zullen.

De lezer herzie wat wij in vorige regels zegden over lokaal, meubelen en leermiddelen, en dan herkent hij de gemengde gemeenteschool van Schrieck, waar de hoofd- en hulponderwijzer werkzaam waren van 1842 tot 1847. 't Is in dit laatste jaar dat er aan de school eene merkelijke verandering werd toegebracht. De muur tusschen het eigenlijke schoollokaal en het zoogenaamde corps de garde met prison werd afgebroken en deze drij plaatsen tot eene enkele gemaakt. De muren en de plafonneering werden insgelijks 0,80 m. verhoogd, zoodat dit lokaal toen eene lengte had van 9 m., eene breedte van 7 m. en eene hoogte van 4 m. De vier vensterkens met kleine glazen werden vervangen door zes breede en hooge ramen met groote ruiten, en de smalle waaierlooze deur door eene breedere met glazen waaier. In den linkerzijgevel werden daarenboven nog drij vensters aangebracht, twee smalle en eene breede in vervanging van het lichtgaatje van het afgeschafte wachthuis der nachtwacht. Wat meer is, tegen den rechterzijgevel werd eene tweede klas gebouwd in alles gelijk aan de eerste. Twee groote dubbele glazen deuren in den binnenmuur (den vroegeren zijgevel) stelden en stellen thans nog beide klassen in gemeenschap. In 't midden van dien wand bevond zich de kachel, in 1845 aangekocht, die de twee lokalen te gelijker tijd zou verwarmen. De ingangdeuren bleven nog in den voormuur tot in het jaar, dat de nieuwe klas nogmaals 4,20 m. verlengd werd. Dit gebeurde in 1854. In den Zomer van genoemd jaar werd op het middendeel van het schoolgebouw een verdiep geplaatst, bestemd tot zittingzaal der leden van den gemeenteraad. Na lang zoeken kwam men op het denkbeeld den ingang tot het gemeentehuis langs den achterkant te maken,

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Het lager onderwijs in Schriek in de XIX eeuw. (2)

Het lager onderwijs in Schriek in de XIX eeuw.

door Victor De Belser

Transcriptie René Lambrechts

Blz 12.

en, daar de ledige plaats achter de school gelegen toen niet meer als tuin kon benuttigd worden, maakte men van deze gelegenheid gebruik om de deuren langs de straat door vensters te vervangen en in ingang der schoollokalen insgelijks in den achtermuur te brengen. Door dit feit werd de vroegere tuin in speelplaats herschapen, doch deze had slechts eene oppervlakte van 136 m² en was enkel om eene haag gescheiden van het kerkhof en van het straatje langs henen de school. Twee jaar later werd deze haag door eenen steenen muur vervangen; tevens werden alsdan in den eenen hoek der koer drij gemakken gemaakt voor de meisjes en in den tegenovergestelden hoek insgelijks drij voor de jongens. Daarenboven hing men tegen den muur langshenen het kerkhof eenen smallen, met zink beslagen bak, van omtrent 3 m lang; deze moest dienen als waterplaats, natuurlijk enkel ten dienste der jongens. Dit allen kostte aan de gemeente 350 fr. 't Is slechts ten jaare 1874 dat deze afhellende goot door houten planken in 5 afzonderlijke vakken gescheiden werd, op welke afsluitsels men het volgende jaar een pannen dak te zien kreeg. 't Was ook in dit laatste jaar dat de school voorzien werd van een verlichtingsstelsel dat 350,92 fr. aan onkosten bedroeg.

In 1877 werd eene meisjesschool met woning voor de onderwijzeres gebouwd, waarvan de aannemingsprijs 32850 fr. beliep; 't was eene echte modelschool, bestaande uit twee klassen, ieder van 8 m lang, 5 m breed en 4,5 m. hoog, hebbende een speelhof van 26 m. x 20 m. met overdekte gaanderij van 3 m. breedte, en bezittende daarenboven aan den achterkant der koer eene gymnastiekzaal van 8 m. x 5 m., waarin bij gebrek aan toestellen, nooit lichaamsoefeningen uitgevoerd zijn geworden. Deze school werd het volgende jaar voorzien van meubelen en leermiddelen, zoodat van 1 Januari 1879 de geslachten gescheiden werden en Schrieck twee gemeentescholen bezat, eene waar enkel meisjes en eene waar enkel jongens aanvaard werden, welke laatste school in de oude lokalen ingericht bleef. 't Is deze meisjesschool, die in het jaar 1884, ten gevolge van het op wachtgeld stellen der onderwijzeres, verlaten, maar tien jaar later opnieuw betrokken werd, doch ditmaal door de jongens, welke er thans nog gaan.

In 't voorbijgaan zij gezegd dat van 1873 tot 1879 het onderricht in naai- en handwerk in de gemengde gemeenteschool gegeven werd door Amelia Op de Beeck, oudste zuster van den tegenwoordigen hoofdonderwijzer. Deze genoot daarvoor eene jaarlijksche wedde van 125 fr.

De school, waar thans de meisjes het onderwijs ontvangen, dagteekent van het jaar 1880. Onder de schoolwet van 1879 was zij eene vrije school, doch werd bij beraadslaging van den 6 October 1884 door het gemeentebestuur zonder voorbehoud aangenomen met twee klassen en in Maart 1899 nog eens aangenomen met drie klassen.

De lokalen, waar de kinderen van beide geslachten, van 3 tot 6 jaar oud, bewaard

Blz 13.

worden en ook wat onderricht ontvangen werden gesticht in 1883 en verleden jaar derwijze ingericht, dat deze vrije kindertuin thans eene toelage van den Staat geniet.

Keeren wij nog eens eventjes terug tot de Oude Gemeenteschool.

Na de vergrooting der school in 1847, werd natuurlijk de nieuwe klas voorzien van een voldoende aantal nieuwe lessenaars, alsmede van een dubbel bord met raam; ook kwamen er nu kapstokken. Er werden toen ook aangekocht: twee kruisbeelden, een O. L. V. beeld, een beeld van St Jozef, platen van gewijde geschiedenis, de verzameling gekleurde bladen voor het aanschouwingsonderricht, uitgegeven door Schreiber in Stuttgart, eene wandkaart van België en eene verzameling gewichten. De oude inhoudsmaten bleven, doch kregen van toen af de hedendaagsche benamingen. Het volgende jaar werd de school verrijkt met eene kaart der provincie Antwerpen en weerom het volgende jaar met eene van Europa. Eene telraam en een houten meter deden hunne intrede in de school ten jaare 1855, en toen in 1857 de slagvensters van 't jaar 1837 versleten waren, werden deze, alsook degene, welke aan de nieuwe klas gehangen waren afgehaakt en vervangen door rolgordijnen. In 1860 kwam in de groote klas een bord bij, dat men kon verdragen, een ezelsbord zoals wij dit in onzen tijd noemen, en 't volgende jaar in de kleine klas een dubbel bord met raam. Eene weegschaal maakte sinds 1869 het gebruik der gewichten mogelijk. Eene wereldkaart en eene verzameling meetkundige vormen, bekwam de onderwijzer in 1875. Na dit jaar moest hij de niet-gebezigde boeken ook niet meer in eenen hoek der school opstapelen, want 't was insgelijks in 1875 dat er in elke klas eene groote, schoone boekenkast, met glazen deur geplaatst werd. Al het overige, wat er ooit in de oude school te zien was, namelijk een rond uurwerk, Bopp's kleine physikalischer apparat für volksschulen, Bopp's wandtafelen für Physik, een Barometer, een Thermometer, 52 teekenplaten Licot, 26 muurplaten van Natuurlijke historie door Deyrolle, 50 platen "Enseignement par les yeux" door Hachette en Cie, 14 platen van Vaderlandsche geschiedenis door Gérard, de portretten van Koning en Koningin, een wereldbol, eene landmetersketting; dit alles, zeggen wij, werd aangekocht ten jaare 1880 en betaald met het overschot der gelden bestemd voor de bemeubeling der gemeentemeisjesschool.

Wij vergissen ons, de portretten werden slechts aangekocht in 1884 en in de groote klas opgehangen; de landmetersketting en de platen Gérard werden benevens vier landkaarten (prov. Antwerpen, België, Europa en Palestina), eenen meter, eenen vierkanten meter, de verzameling inhoudsmaten, vier ramen voor programma's en tafels van werkzaamheden en twee portretten onzer vorsten (voor de kleine klas), met toestemming van het Gemeentebestuur

Blz 14.

uit de ledigstaande meisjesschool in de Oude school overgebracht ten jaare 1892.

Ingevolge eene beraadslaging van den Gemeenteraad, dagteekenende 19 Februari 1885, was binst de Paaschvacantie van dat jaar uit de ongebruikte klassen door de Zusters-onderwijzeressen reeds het volgende weggenomen en in de aangenomen school geplaatst: 24 lessenaars met twee zitplaatsen, twee staande borden, een wereldbol, twee pendules, 35 prenten der gewijde geschiedenis, twee leunstoelen en eene telraam. Al deze klasvoorwerpen bleven en zijn daar nog, en toen in de maand Mei van het jaar 1894 de gemeenteonderwijzers met hunne leerlingen de nieuwe school betrokken, namen zij uit de Oude lokalen mede al wat nog eenigszins dienen kon, en zoo komt het dat men thans zoowel in de meisjes- als in de jongensschool meubelen van het oude en nieuwe model aantreft en dat in elke school de wanden der klassen versierd zijn met allerhande kaarten, platen en andere leermiddelen.

Van in 1848 werd er jaarlijks op de begrooting eene voldoende som uitgetrokken tot onderhoud der school. Dit krediet werd telken jaare benuttigd, ja nog al eens overschreden, want dit strekt het Gemeentebestuur tot eer; op tijd werden aan de school de nodige verbeteringen gedaan, binst iedere vacantie de lokalen gewasschen en gewit en meermaals binnen en buiten eens opgeverfd. Hetzelfde mag gezegd worden over de meubelen: wij vonden veelvuldig in de gemeenterekeningen, dat oude lessenaars hersteld, nieuwe aangebracht waren, enz.; over twee jaar nog werden de twee groote zoogenaamde gezondheidskachels, die veel steenkolen verslonden maar weinig warmte afgaven, vervangen door exemplaren "Le vrai Belge" met vuurvaste steenen; op het einde van verleden jaar kregen wij in elke klas een splinter nieuw draaibord in de plaats van de twee staande borden, thans in de aangenomen school te huis, en dit jaar bekwamen wij weeral nieuwe stores. Te beginnen van 1847 genoot de onderwijzer eene vergoeding voor verwarming der schoollokalen; deze steeg ten jaare 1871 van 30 fr.tot 40 fr. en werd voor 1874 en volgende jaren op 112 fr. gebracht; in 1884 daalde zij tot 75 fr., doch toen in 1894 de school overgebracht werd naar de ledigstaande meisjesschool, waar twee vuren te onderhouden waren, steeg deze som opnieuw tot 125 fr., en, ingezien de aanhoudende duurte der steenkolen, is de schadeloosstelling voor verwarming der schoollokalen voor het loopende jaar gebracht op 185 fr. 't Is enkel na 1876 dat de hoofdonderwijzer betaald werd voor het reinigen der school en schoolmeubelen; deze toelage beliep telken jaare 72 fr. tot in 1884 (toen alles verminderde, en sinds dien bedraagt zij nog 40 fr. (dat is te weinig, niet waar?).

Tot in 1874 bestond er geene onderwijzerswoning. Vóór dit jaar genoot de hoofdonderwijzer eene schadeloosstelling voor huurhuur, die, zooals wij vroeger aanhaalden, in 1831 en volgende jaren 52,90 fr. bedroeg, doch in 1847 gebracht werd op 75 fr., in 1858 op 80 fr. en in 1869 op 100 fr. In zijne hoedanigheid van gemeenteonderwijzer gebruikte Koster De Meutter den tuin nevens en achter de school, en toen de school

Blz 15.

vergroot werd en de speelplaats tot stand kwam, kreeg hij als vergoeding voor het verlies, dat hij daardoor kwam te ondergaan, 9 aren gemeenteland kosteloos in gebruik. Dit stukje grond werd door zijnen opvolger verhuurd tot in 1874, toen de onderwijzer in genot trad der in het vorige jaar gebouwde woning, met eenen aanpalenden tuin van 20 aren oppervlakte. Deze woning met hof is thans verhuurd aan eenen jaarlijkschen prijs van 125 fr.

De woning, waar vroeger de gemeenteonderwijzer ed en hedendaags de ondergeteekende hoofdonderwijzer gehuisvest is, is voldoende; de tuin beslaat eene oppervlakte van 21,40 aren.

Het eerste schoolreglement, een beknopt maar kernig stuk, bestaande uit 16 art., werd op voorstel van den heer C. Verdeyen, provincialen opziener, aangenomen in de zitting van den gemeenteraad, den 23 Mei 1845, en door de Bestendige Deputatie van den provincialen raad goedgekeurd den 20 Juni van hetzelfde jaar. Uit dit stuk deelen wij hieronder eenige schikkingen mede, daar zij nog al verschilden van de tegenwoordige verordening:

Art. 3. De schoolgelden zijn bepaald op 0,50 fr. ter maand, voor alle betalende leerlingen, zonder onderscheid. De schoolmaand, die begonnen is, moet ten volle betaald worden.

Art. 4. De schoolgelden worden bij de maand en vooruit betaald, in handen van den onderwijzer, tegen kwitantie.

Art. 7. De leerlingen zullen zich in de school bevinden, ten minste 10 minuten voor het begin der lessen; na het verloop van dien tijd, kunnen zij gestraft worden, volgens de bepalingen van Art. 10 van het tegenwoordig reglement; zelfs de toegang der school mag hun volgens de omstandigheden geweigerd worden.

Art. 9. De vacantien zijn vastgesteld als volgt :

1-Van Witten Donderdag tot Woensdag na Paschen ingesloten;

2-Van den 8en September tot den 1en October.

Art. 10. De geoorloofde straffen zijn de volgende:

1-Bijzondere vermaning.

2-Het doen rechtstaan in eenen hoek der school.

3-De gedeeltelijke of geheele beroving der speeluren zonder of met buitengewone taak (te schrijven of van buiten te leeren).

4-Het wegzenden uit de school, gedurende den schooltijd, insgelijks zonder of met buitengewone taak.

5-De tijdelijke uitsluiting voor eenen termijn van ten hoogste vijftien dagen.

6-De uitsluiting uit de school voor altijd.

De hoofdonderwijzer beslist wanneer eene der vijf eerste soorten van straffen moet opgelegd worden.

Blz 16.

Dezelfde hoofdonderwijzer doet uitspraak over de definitieve of eindelijke uitsluiting, zoo nogtans, dat hij den kantonalen schoolopziener aanstonds zal moeten schriftelijk bericht geven van de beweegredenen diens maatregels."

't Was enkel in zitting van 10 Aug. 1869 dat, bij afwijking van Art. 3 van bovengenoemd reglement, de gemeenteraad het schoolgeld der betalende leerlingen verhoogde tot 0,70 fr. 't Was ook te beginnen van 1874 dat de Paaschvacantie verlengd werd tot 's Maandags na Beloken Paschen en dat de Zomerrusttijd de gansche maand September mocht duren. Verders bleven de andere bepalingen in voege tot October 1879, toen het Algemeen Schoolreglement, door Koninklijk besluit in dato 16 Aug. 1879 voorgeschreven, hier in de gemeentescholen van toepassing werd. Het houden van een klasboek, iets dat den onderwijzers in den beginne wat tegen het hoofd sprong, omdat zij er het groote nut niet ten volle van beseften, was eene nieuwigheid, door deze verordening gehuldigd. Dit laatste reglement bleef in voege tot na den val der wet van 1879 of liever tot in 1888, want 't was enkel in zitting van 31 Mei van dat jaar, dat de gemeenteraad, mits bijvoeging van eenige verlofdagen, voor de gemeente- en aangenomen scholen de model-verordening aannam, door het Staatsbestuur, ingevolge de wet van 20 September 1884, uitgegeven. Deze werd op hare beurt in zitting van den 23 December 1897 vervangen door de hedendaagsche, weinig of niet verschillend van de vorige.

Onder de wet van '42 bestond er hier geen door het gemeentebestuur vastgesteld omstandig programma in de school; dat van het aannemingsexamen ter normaalschool diende den onderwijzers tot leiddraad. Behalve de verplichtende vakken van Art. 6 dier wet (godsdienst, lezen, schrijven, wettig stelsel van maten en gewichten, beginselen van rekenen, vlaamsche taal) onderwees men alsdan ook Geschiedenis van België, Aardrijkskunde en sommige onderwijzers, die muzikant waren, voegden daar nog den zang bij. Ingevolge de wet van 1 Juli 1879 werden, behalve de Godsdienst, de bovengenoemde vakken allen verplichtend, en daarbij nog Teekenen, Natuurkunde en Gymnastiek. Zij werden dan ook allen, de Godsdienst inbegrepen, met het begin van het schooljaar 1880-1881 onderwezen volgens het omstandig programma bij ministerieel besluit van 20 Juli 1880 voorgeschreven. Na de afkondiging der onderwijswet van 1884 kwam er weeral verandering. Bij hoogergemelde leervakken kwam zich nog landbouwkunde voegen en dit alles werd onderworpen volgens het modelprogramma, door het Staatsbestuur opgemaakt en den 31 Mei 1888 door het gemeentebestuur van Schrieck in zijne scholen uitvoerbaar verklaard. Het programma, hedendaags in onze gemeenteschool gevolgd, werd aldus vastgesteld in zitting van 23 December 1897. Het is enkel, mits weglating van het niet verplichtend vak "Bijhoorige taal" de herhaling van het voorbeeld-programma, gehecht aan het ministerieel besluit van 1 Mei 1897, en boven de reeds aangehaalde leervakken vermeldt het dus insgelijks de beginselen van Gezondheidsleer.

Blz 17.

De Fransche taal werd hier nooit als verplichtend vak in het programma geschreven, doch niettemin van af October 1842 tot op den dag van heden zonder onderbreking onderwezen in eenen bijzonderen leergang, buiten de gewone klasuren gegeven.

Om het overzicht der opvoedkundige inrichting van het Lager onderwijs in de gemeente Schrieck te volledigen, zouden wij nog moeten spreken over methode, schooltucht, enz. Doch, wanneer wij straks over "Onderwijzers" handelen, zullen wij wellicht gelegenheid vinden om een woordje te reppen over tucht en verdere zaken. Daarenboven, onze verhandeling werd een lijvig boekdeel, indien wij voor elk leervak de verschillige methoden, welke tot op onze dagen in de Schriecksche gemeente- aangenomen en bewaarscholen gevolgd werden, breedvoerig moesten uiteenzetten, en daartoe ontbreekt ons heden den tijd. Stippen wij dus enkel het volgende aan:

1-Het afzonderlijke onderricht werd totaal verlaten ten jare 1847 en vervangen door de gezamentlijke leerwijze.

2-De spelmethode, die de heer Joseph De Meutter vóór 1842 volgde, bleef in voege tot in 1854. Na dit jaar leerde men den kinderen nog wel lezen door spellen, dan alsdan noemde men de letters niet meer zooals voorheen; bij het uitspreken voegde men achter de medeklinkers enkel eene stomme e; men scheidde de lange klinkers en tweeklanken ook niet meer in twee en legde b.v.: be, re-oo-de-brood en eenige jaren later bre-oo-de-brood. Van af 1844 tot in 1864 werd in de lage klas gebruik gemaakt van de leestafels Prinsen, Pieters en De Coster, alsmede van de leesmachine en van de letterplanken. 't Was van af dit laatste jaar dat de "Samenstellender wijze lezen volgens Leesonderricht De Coster" gevolgd werd. Een nieuwe ondermeester bracht ten jare 1879 de klankmethode bij het lezen-leeren in de school, doch deed nog samenstellen. De laatste methode werd door zijnen opvolger vervangen door de vroeger gevolgde Samenstellende wijze, doch weenom opnieuw ingevoerd door den tegenwoordigen hulponderwijzer, maar ditmaal zonder spellen of samenstellen; al de letters van een woord worden thans achter elkander genoemd, zooals ze bij het spreken gehoord worden en het woord is gelezen.

3-Vóór 1855 leerde de onderwijzer den kinderen het cijfer alvorens het begrip te stichten der hoeveelheid, door het in cijfer uitgedrukte getal voorgesteld. Ook bestond het rekenenin de lagere klas alsdan bijna enkel in geheugenoefening, doch dit alles verbeterde toen de school vvoorzien werd van eene telraam.

4-Van October 1851 was het gedaan met op losse bladen papier te schrijven; de kinderen kregen schrijfboeken en pennenstokken met stalen pennen; de tijd der ganzenpennen was voor goed uit, en ofschoon de schrijfboeken uit ongeregelde bladen papier waren samengenaaid moesten de leerlingen niet meer lijnen trekken : transparanten werden benuttigd bij het geschrift Poffé want 't was de schrijfmethode Poffé, die ingevoerd was.

Blz 18.

Deze methode bleef den schepter zwaaien tot zij zoorond het jaar 1860, toen de methode Callewaert onttroond werd. Een jaar later maakte deze laatste leergang insgelijks plaats voor het Werchters loopend schrift door Bols, doch werd opnieuw onderwezen in de jaren 1885 tot 1894, toen het nogmaals de plaats moest ruimen voor het geschrift Bols dat in 't begin van het schooljaar 1897-98 ook weer vervangen werd door "La Coulée" par un profeseur d'Ecole normale. Dit "La Coulée" is met eenige kleine wijzigingen het Werchters geschrift.

5-Andere werkzaamheden dan oefeningen van schoonschrift heb ik, de hoofdonderwijzer noch allen voor mij, noch velen na mij, in de school van ons dorp nooit in een schrijfboek noch op papier gemaakt. Het werkcahier en het takencahier kwamen eerst in mode ten jare 1885. Vroeger geschiedde al de zaken op de lei.

6-Zooals overal verdrongen de nieuw verschenen lees- en leerboeken de andere van dagen. Zoo verschenen hier onder de verschillende onderwijswetten achtervolgens in de gemeenteschool gebruikt:

A. Lezen: Lagere klas: De drij leesboekjes voor de scholen, uitgegeven door Van Rompaey te Lier - De vijf eerste leesboeken van Pieters – Leesboek Troch I, 1e en 2e afdeeling – Leesonderricht in kinderlust van Minnaert en Vilders met Taalsleutel , J.R. Torfs – Het leerenleezen bij vergelijking door De Backer en De Coene met de Dieren de Planten en de Delfstoffen door Jacobs; – Hoogere klassen – Leesboeken Pieters, – Het mengelwerksken door Wolf – De kinder kleine Vertellingen door Schmid – De Vriend der Scholieren, te Gent bij Gijselinck – De Kindervriend van Alph. Le Roy,– Leesboek P. Troch II en III – Leesboek Genonceaux 2e en 3e Deel.

B. Rekenen: De boekjes van Pieters; Kleyer, Roevens, Henry en Defour en Sels en Maes.

C. Godsdienst: De verschillige catechismussen uitgegeven door het Aartsbisdom – Gewijde geschiedenis uit het Oude Testament en Verhalen uit het Nieuw Testament te Turnhout bij Glemsson – Oud- en Nieuw Testament door Heyderscheid – De kleine Schriftuur door P. Claessens – Gewijde geschiedenis in verband met den catechismus door Van Reusel.

D. Taal: Germain's grondbeginselen en oefeningen op de grondbeginselen der Nederlandsche spraakleer ingevoerd omtrent het jaar en bij het begin van het loopende jaar vervangen door Praktisch taalboekje 2e en 3e stukje door G. Senden.

E. Geschiedenis en Aardrijkskunde: Het invoeren van handboekjes bij het onderricht dezer vakken dagteekent enkel van 1867. In den loop van dit jaar ontvingen de leerlingen Ernest's Kleine geschiedenis en Kleine Aardrijkskunde met kleine Atlas van België. Waar het voorbeeld van hetgeen in vroegeren tijd gebeurde, kregen, rond het tijdstip der prijskampen de verst gevorderde leerlingen, daarenboven Ernest's Kern der Geschiedenis in handen, en in de jaren 1879 tot 1890 (?).

Blz 19.

Genonceaux Kort Begrip der Geschiedenis van België, Het atlasken van Ernest wordt hedendaags nog benuttigd in de middelklas, doch de andere werkjes zijn thans in onbruik gevallen en vervangen door het geschiedenisboek Toisoul en het kaartenboek van denzelfden schrijver en in den middelbaren graad door Verhalen uit de geschiedenis van België door R. Keersmaekers.

F. Fransche taal: In de bijzondere les van Fransche taal werden in het jaar der stichting en volgende jaren onder de andere als leerboeken benuttigd: Verzameling van Opstellen door A.N.A. te Antwerpen bij Van Woerken Grammaire des commercants par Raingo – Grammaire française par Noël et Chapsal – Zonder den Télémaque kon men geen schoon Fransch leeren ! – Les Aventures de Télémaque. de bijhoorige taal met meer praktische aangeleerd werd, verlieten bovengenoemde boekjes voor het grootste gedeelte de school rond 1890 (denken wij), en hadden achtereenvolgens voor opvolgers: Athu's Praktische leerwijze; Nouveau livre de lecture par Th. Braun; L'ami des Enfants par Le Roy; Volledige cursus der Fransche taal door B. Mortier; Praktisch onderricht en livre de lecture door P.A. De Vos en eindelijk de tegenwoordig gebruikte drij stukjes van de Fransche taal op de Volkschool door G. Senden".

De eerste hoofdonderwijzer, die na het in voege treden der wet van 23 Sept. 1842 in Schrieck werkzaam was, hiet zooals wij vroeger zagen Jozef De Meutter. Deze heer bleef, zooals wij insgelijks reeds zagen (zegden), met het bestuur der gemeenteschool belast tot in het jaar 1867. In tusschentijd was zijn toestand op stoffelijk gebied langzamerhand verbeterd en genoot hij bij zijn afscheid een jaarlijksch traktement van ruim 1300 fr. 't Was met deze wedde, dat zijn opvolger, Mijnheer L. Viskens, begon.

Mijnheer Viskens was geboortig van Werchter, waar hij tot op zeventienjarigen ouderdom de leergangen gevolgd had der toen alomvermaarde Werchtersche school, destijds bestuurd door Mijnheer Prudent Bols, thans oprichter van het Vrij Onderwijs en Schepen van onderwijs te Laeken. Van drie jaren verblijf in de Liersche Normaalschool verliet hij in 1861 dit gesticht, voorzien van een diploma van 2en graad, en bekleedde achtereenvolgens de bediening van hulponderwijzer in eene der lagere scholen en van onderwijzer bij de gemeente middelbare school van Elsene, bij Brussel, tot hij in zitting van 19 December 1866 door ons plaatselijk bestuur werd tot hoofdonderwijzer der gemeenteschool van Schrieck, en in deze hoedanigheid in dienst trad den 4en Februari 1867.

Meester Viskens was in den vollen zin des woords een bekwaam onderwijzer en tevens een overtuigde apostel, die met recht dacht, dat hij de verhevenste zending te vervullen had. Zijn doel, het eenige van zijn leven mag men zeggen, was de beschaving, de veredeling van het volk door opvoeding en onderwijs. Dit doel was het gedurig voorwerp van al zijn streven; daaraan wijdde hij al zijnen tijd, al

Blz 20.

zijne bekwaamheden, al zijne krachten. Begaafd met eenen ijzeren wil, ging hij steeds onverschrokken vooruit, niets scheen hem te moeilijk; zijne kenspreuk was: "willen is kunnen." In een woord, zijne school was zijn al, zijn leven!

Toen wij zijne goede en schoone lessen als leerlingen volgden, aanzagen wij meester Viskens als een door en door geleerd meester, als een alwetend man. Deze gedachte werd bij ons telkenmale versterkt, wanneer hij, eene der prenten van Bilder zum Anschauungs-Unterricht für die Jugend van Schreiber in de linker, en den wijsstok in de rechterhand, zijne scholieren onderhield over natuurlijke historie en over de dieren en planten uit de verschillende streken der vijf werelddeelen.

En toen wij later onder zijn bestuur in de school werkzaam waren en gedurende vijftien jaren dagelijks met hem in aanraking kwamen, ondervonden wij dat wij, nog leerling zijnde, juist gedacht hadden, - want dit zullen al degenen, die den braven man van dichtbij gekend hebben, getuigen. Meester Viskens onderscheidde zich vooral door zijne algemeene en praktische kennissen.

Stond de toenmalige school van Schrieck, zoo niet aan het hoofd der scholen van den omtrek, zij werd toch alras onder de beste gerekend, ja, menige ouders der omliggende gehuchten kwamen meester Viskens bidden en smeeken om aan hunne kinderen ook een plaatsken in zijne goede school te willen verleenen. Voor de geslachten gescheiden waren, zaten volgens zij-meisjes opeengepakt als haringen, en ondanks zweren leerlingen heerschte er een plechtige stilte in de school terwijl meester Viskens zijne les gaf. Zijn gezag was zeer groot; men vreesde hem ja, men beminde hem veel meer.

Pas een jaar hier werkzaam, bood zich aan meester Viskens de gelegenheid aan te toonen wat een onderwijzer door aanhoudende werkzaamheid vermag.

In den prijskamp van het jaar 1868 tusschen de leerlingen der lagere scholen van de kantons Lier, Duffel en Heist.o.d.Berg behaalde de school van Schrieck eenen eersten, eenen tweeden en eenen derden prijs, alsmede eene eervolle melding. Dat mocht tellen! Ook lezen wij in den uitslag van dien wedstrijd, dat het certificaat, vermeld aan art. 29 van het organiek reglement over de prijskampen zal afgeleverd worden:

3e aan den heer Viskens L. gemeenteonderwijzer te Schrieck, waarvan de leerlingen Wouters en Op de Beeck wederzijds eenen eersten en tweeden prijs behaald hebben.

1e Aan den heer Viskens voornoemd, waarvan de leerlingen gemiddeld de helft der punten bekomen hebben, toegekend aan een volmaakt werk ‘t zij 139 op 200 punten.

In 1872 was de uitslag even schitterend. Twee leerlingen van meester Viskens behaalden den eersten en den tweeden prijs, en een derde bekwaam 3e loffelijke melding. Daarenboven behaalde zijn leerlingen Van Roosbroeck Jan-Alfons den Eereprijs, en een andere de 4e loffelijke melding in den bijzonderen prijskamp van de fransche taal, en in gevolg dien bekomen uitslag werden aan den onderwijzer van Schrieck

Blz 21.

weer certificaten afgeleverd.

In den algemeenen prijskamp van het jaar 1877, droeg de Schriecksche school nogmaals twee tweede prijzen, eene eerste en eene derde volle melding weg en in den bijzonderen prijskamp voor de Fransche taal eenen eersten en eenen vierden prijs en eene eervolle melding.

En toen in 1878 en volgende jaren de prijskampen ieder jaar plaats grepen, bekwam de school, bestuurd door den heer Viskens, telkens een ruim aandeel der uitgereikte diploma's.

Het zal dan ook niemand verwonderen, als wij zeggen, dat mijnheer Viskens door zijne overheden wel gezien was; wij vinden den naam van mijnheer Viskens vermeld in de lijst der onderwijzers, welke zich onderscheiden hebbende in het nakomen hunner plichten, ten jaare 1878 van wege het Staatsbestuur eene belooning van 100 fr. bekamen. Aangezien de belooningen in geld niet verleend werden dan aan de onderwijzers welke meer dan tien jaar dienst hadden in dezelfde gemeente, bekwam de heer Viskens in vorige jaren enkel eervolle meldingen.

Wat veranderde dit alles ten jaare 1879! Die goede school van vroeger werd afgeschilderd als eene school zonder God de voorbeeldige onderwijzer gedoemd als een meester zonder geloof.

Wat zal het meester Viskens pijn aan het hart zich verlaten te zien van meest al zijne leerlingen, die hij zoo teeder beminde en aan wiens onderricht hij ten koste zijner gezondheid, zijne beste zorgen besteed had. Er bleven er hem enkel een dozijn getrouw; de overigen gingen bij de zusters ter school.

Wat die brave man gedurende dit vijfjarig tijdperk van schoolstrijd geleden heeft, is mij onmogelijk te beschrijven. Zijn arbeid was toen voorzeker niet lastig en nochtans verzwakte zijne gezondheid van jaar tot jaar. Daarenboven werd, bij het in werking treden der wet van 20 September 1884 zijne jaarwedde, die tot 2400 fr. gestegen was, met een vierde verminderd. Dit was hem te veel! En toen op 13 Octobre 1884 de jongens ter gemeenteschool terugkwamen, was meester Viskens zedelijk geknakt en lichamelijk versleten: Hij wilde nog wel, maar kon niet meer. Ook verzwakte allengskens de schooltucht en de prijskampen hadden daar ook wel eenigszins schuld aan – de achterblijvers werden niet meer als voorheen opgewakkerd, en het onderricht vooral aan de verst gevordenden gegeven. Zo sukkelde meester Viskens voort tot op het einde van het jaar 1893, toen hij, op aanraden van den geneesheer, zijne pensioenstelling vroeg, en, dezelve bekomen hebbende, zijn eervol ontslag gaf als hoofdonderwijzer der gemeenteschool, in welke hoedanigheid hij vanaf 1 Februari 1894 opgevolgd werd door den tegenwoordigen hoofdonderwijzer, die van het eerste jaar af eene jaarwedde genoot van 1800 fr. op welke som hij op den dag van heden nog staat

Blz 22.

en wellicht nog lang zal blijven staan.

Voor de laatste maal gelieve de lezer met ons nog eens terug te keeren tot in het jaar 1842, ten einde gezamentlijk de verschillende hulponderwijzers die in de Schriecksche gemeenteschool mekaar opvolgden met ter haast in ogenschouw te nemen.

De Schriecksche bevolking was in den laatsten tijd fel aangegroeid; er waren meer overlijdens en vooral meer geboorten dan in vorige jaren; de diensten in de kerk werden talrijker en de oude koster moest teer dikwijls uit de school afwezig zijn. Dien ten gevolge werden de bijzonder vrije scholen meer en meer bezocht ten nadeele van de zijne. Echter hier en daar een kind van welstellende ouders zegde de Schriecksche school vaarwel, om de gemeente- of vrije scholen der naburige gemeenten te volgen, waar de fransche taal onderwezen werd, zoodat om zijne school recht te houden, mijnheer Jozef De Meutter bij den aanvang van het schooljaar 1842-1843 zich verplicht had gezien, op eigen kosten, eenen helper te nemen, die in staat was de Fransche taal te onderwijzen. Zoo waren hier, gedurende het vijfjarig tijdperk 1842-1847, als door de gemeente niet bezoldigde ondermeesters, in de school achtervolgens werkzaam:

1. Verboven Felix afkomstig van Beerzel, een man van groote gestalte, met deftig voorkomen en zeer veel ontzag. Hij bezat eene felle geleerdheid, zoo beweren de lieden, die bij hem ter schole gingen, en werd, zoo verzekert men mij, bij zijn vertrek uit Schrieck onderwijzer en koster te Morckhoven.

2. Van Erps Engelbert van Thildonck. Hij was onderofficier geweest bij het leger, kon bijzonder schoon schrijven en ook vlug rekenen en was de fransche taal heel machtig.

3. Van Dessel Frans van St Catherina Waver over wien mij enkel vernamen dat hij later onderwijzer was te Putte.

4. Boelpaep Antoon een achttienjarige jongeling van Putte, die zich destijds bereidde tot het aannemingsexaam der normaalschool. Deze hielp enkel den koster uit gedurende eenige maanden, want met Paschen van het jaar 1846 ging hij werkelijk naar de normaalschool en werd, gediplomeerd zijnde, hulponderwijzer te Haecht en later onderwijzer te Rhode-St-Genese.

5. Van Craen Jan-Baptist van Heist-o.-d.-Berg. Deze bezat maar weinig kennissen, zoo zeggen weerom de menschen, die toen ter schole gingen. Hij verliet de gemeente den 15 Maart 1847.

Al deze helpers waren gelast met het geven der Fransche les en andere moeilijke vakken. De koster hield zich nog enkel bezig met de kleinsten.

Wat deze ondermeesters, boven kost en inwoon, jaarlijks verdienden, zulks zijn wij niet te weten gekomen.

Op denzelfden voet als de vorigen, begon na de Paaschvacantie van het jaar

Blz 23.

1847, de heer Verkoyen Hendrik, geboortig van Lommel, zijn dienst te doen als ondermeester. Deze was niet gediplomeerd, doch drie jaar kweekeling in Rijks normaalschool geweest. "Had ik dien zomer de school niet moeten verlaten, dan zoude ik nog wat geleerd hebben, want Verkoyen was een goede meester," zoo zeide mij laatst iemand. – Bij beslissing van 26 Aug. van dat jaar, (de school was toen vergroot zoals wij weten) vroeg het gemeentebestuur gelijkvormig aan het laatste paragraaf van art. 10 der wet van 23 Sept. 1842 autorisatie om den heer Verkoyen tot hulponderwijzer aan te stellen. De machtiging werd toegestaan en in zitting van 9 December werd de heer Verkoyen definitief benoemd. Het was deze heer, die de gezamenlijke leerwijze invoerde en den hoofdonderwijzer zoo goed mogelijk op de hoogte bracht dezer methode. Op verzoek van mijnheer De Meutter belastte de hulponderwijzer zich met het onderricht in de hoogere klassen; en hij zelf, waarschijnlijk bewust van zijne weinige kennissen, ging tot de kleinste klas over en bleef daar totdat hij ophield met onderwijs te geven. Mijnheer Verkoyen genoot het eerste jaar een vast traktement van 173 fr., hetwelk voor de volgende jaren op 200 fr. gebracht werd.

Daarbij bekwam hij 1/3 der schoolgelden van de betalende leerlingen, zoodat zijn gemiddeld jaarlijksch inkomen mocht geschat worden op 400 fr. In Mei 1849 verliet mijnheer Verkoyen de gemeente om onderwijzer te worden te Kleinen-Brogel, in Limburg.

Zijn opvolger, de heer Vital Van den Bosch, van Beerzel, was de eerste gediplomeerde ondermeester, die zijnen voet in de Schriecksche school zette. 't Was dank aan hem, dat in den prijskamp van het jaar 1852 de gemeenteschool van Schrieck een accessit en eene eervolle melding behaalde. – Met 400 fr. jaarwedde begonnen, eindigde hij hier met dezelfde som, toen hij in Aug. 1852 tot onderwijzer te Lubeek benoemd, zijn ontslag gaf en als hulponderwijzer der gemeenteschool van Schrieck opgevolgd werd door den heer Sicard Paul-Jean, insgelijks gediplomeerd leerling der normaalschool van Lier. Van af 1 Januari 1853 genoot deze 100 fr. meer dan zijn voorganger, zijnde de 2/5 der schadeloosstelling voor het onderwijs der arme kinderen, welke vroeger de hoofdonderwijzer gansch alleen opstreek.

"Mijnheer Sicard had hier goeden aard," zoo vertelde men mij; "ook dacht hij hier zijn leven te kunnen verslijten, doch hij had zonder den waard gerekend."

Eenige dagen vóór Paschen van het jaar 1854 kwam Stanislas, de zoon van den hoofdonderwijzer, voor goed naar huis uit de Liersche normaalschool, welker leergangen hij gedurende drie jaren met de grootste vrucht gevolgd had. Na de vacantie deed de zoon het werk van vader en intusschen werd mijnheer Sicard, vooral door moeder De Meutter, zoodanig tegengewerkt, dat hij het hier moede werd, naar eene andere plaats uitzag, dezelve te Elsene bij Brussel, bekwam en hier zijn ontslag gaf bij brief van 13 Aug. 1854. Den 15e derzelde

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Het lager onderwijs in Schriek in de XIX eeuw. (3)

Het lager onderwijs in Schriek in de XIX eeuw.

door Victor De Belser

Transcriptie René Lambrechts

Blz 24.

maand werd dit ontslag door den gemeenteraad aangenomen en in dezelfde zitting de heer Stanislas De Meutter met algemeene stemmen tot hulponderwijzer aangesteld.

"Stanislas ging over tot de groote klas,

En Jan, zijn broeder, die door Stanislas

In 't schooldoen iets wat onderwezen was,

Die deed in vaders plaats de kleine klas."

Mijnheer Stanislas De Meutter was een bekwaam en ijverig onderwijzer. Ook was hij een buitengewoon muzikant; geen wonder dus dat hij in de klas zich veel, zeer veel, misschien te veel bezighield met den zang. Bijna dagelijks weergalmden in de school allerlei Vlaamsche en Fransche liederen. Toen mijnheer de Inspecteur Troost de eerste maal na zijne benoeming tot ridder der Leopoldsorde, te Schrieck in de school kwam, werd hij door de leerlingen verwelkomd door een gelegenheidslied, dat Stanislas zelf gedicht en getoonzet had. Onder het bestuur van mijnheer De Meutter ging de school van Schrieck zoo zeer vooruit, dat de vrije scholen der omliggende gehuchten, bij gebrek aan leerlingen, hunne klassen sloten. In den prijskamp van 1857 bekwam zij een accessit en twee eervolle meldingen en in dien van het jaar 1861 vier accessits en eene loffelijke melding.

Jammer dat die goede onderwijzer langzamerhand een tweede Schools werd en op 't einde onmatig gebruik maakte van sterken drank, waardoor hij zich eene ziekte kweekte, die hem, na zes maanden lijdens, den 26 Mei 1864 ten grave sleepte. Dit laatste jaar genoot hij als onderwijzer eene jaarwedde van 730 fr. en als gemeenteontvanger, welke bediening hij sedert 1856 bekleedde, eene jaarlijksche somme van 350 fr.

Was er destijds gebrek aan onderwijzers? Wij weten het niet. Althans er bood zich binst het jaar geen enkel postulant aan en het was slechts in zitting van 27 April 1865 dat de heer Van Eepoel Theophile, weerom een gediplomeerd leerling der normaalschool van Lier, benoemd werd van hulponderwijzer in de gemeenteschool van Schrieck. Intusschentijd, van af October 1863, had Jan De Meutter, in de school de plaats ingenomen van zijnen broeder Stanislas en hij zelf was in de kleinste klas vervangen door Henri, de oudste doch minst geleerde der nog overblijvende zonen, met den titelvoerenden hoofdonderwijzer. Met de komst van mijnheer van Eepoel mocht Henri te huis blijven en Jan ging terug tot de kleine klas.

Mijnheer Van Eepoel bleef hier, met eene jaarwedde van 750 fr., slechts een jaar werkzaam: hij vertrok naar Gelrode, waar hij de bediening van hoofdonderwijzer waarnam tot in 1879, in welk jaar hij benoemd werd tot Inspecteur van het lager onderwijs voor het schoolkanton Zottegem, welk verheven ambt hij hedendaags nog bekleedt.

Van April tot Juni waren de gebroeders De Meutter weer in de school werkzaam

Blz 25.

op denzelfden voet als vroeger.

Het moet er destijds nog al gegaan hebben in de Schriecksche school, waar twee onbekwame meesters zich met het onderricht onledig hielden. Zo lezen wij onder andere in eenen brief van den heer Gouverneur, dagteekenende 25 April 1866: "L'enseignement primaire à Schrieck devrait être entièrement réorganisé. Il est à désirer que le sieur De Meutter, que son âge avancé et son état maladif empêchent de remplir encore les fonctions d'instituteur, sollicite sa mise à la pension et soit remplacé par un titulaire capable." Op 25 Juni van hetzelfde jaar ontving het gemeentebestuur op nieuw een schrijven van dezen hoogen ambtenaar, waarin gezegd werd: "Le conseil comprendra, j'espère, qu'il y a ici un devoir à remplir; il doit inviter le sieur De Meutter, père, sa démission et au besoin, l'y obliger ... Je suis tellement convaincu de la nécessité de donner une bonne organisation à l'enseignement en cette commune que je suis déterminé à agir d'office, si le conseil tarde à prendre lui-même des mesures." En eindelijk op 28 November 1866 komt mijnheer de Gouverneur nogmaals op de zaak terug en schrijft onder andere: "Cette situation ne peut être tolérée un moment de plus. Il faut que l'instituteur De Meutter donne immédiatement sa démission. ... Le conseil devra, sans aucun retard, procéder à la nomination d'un instituteur et prendra un candidat diplomé. ... Je désire recevoir une réponse satisfaisante dans la quinzaine au plus tard. Je prendrai des mesures d'office, si le conseil continue à s'abstenir!" Daarop gaf de oude koster zijn ontslag als hoofdonderwijzer der gemeenteschool, en wij weten wie er tot zijn opvolger werd aangesteld.

Wij vergaten te melden dat intusschentijd een nieuwe ondermeester benoemd was, namelijk mijnheer De Meutter Felix, die in dienst trad den 1 Juni 1866. Deze was niet een kosterszoon, maar geboortig van Itegem, en later onderwijzer te Beersel. Hij bezat evenals mijnheer Eug. Van Hoof, thans onderwijzer bij de middelbare school te Leuven, die hem met November 1873 opvolgde, een diploma bekomen bij 't Rijks normaalschool van Lier. Beide waren in de school werkzaam onder het bestuur van mijnheer Viskens, en daar bij hen "Zulke meester, zulke knecht" waarheid was, hoeven wij niet aan te stippen met welke nauwgezetheid, met welken iever deze heeren de opvoeding der hun toevertrouwde kleinen ter herte namen. De eerste eindigde hier met een traktement van 950 fr. en de tweede met eene wedde van 1250 fr. 't Was met deze laatste som dat de opsteller dezes als hulponderwijzer alhier begon den 1 April 1879. In zitting van 6 October 1884 werd zijn traktement tot 1450 fr. geklommen, verminderd op 1100 fr. en voor het jaar 1893 opnieuw met 100 fr. vermeerderd. In zitting van 4 Januari 1894 bevorderd zijnde tot hoofdonderwijzer werd hij als hulponderwijzer

Blz 26.

vervangen door mijnheer t’Servranckx Hendrik, vroeger in dezelfde hoedanigheid werkzaam in de gemeenteschool van Zoerle-Parwijs. De heer t’Servranckx had de drie leergangen der Vrije Katholieke normaalschool van Mechelen met goeden uitslag gevolgd en mocht een knap ondermeester genoemd worden, in wiens klas bijzonder veel tucht heerschte. Hij begon met 1100 fr. en bekwam, ingevolge der laatste onderwijswet, ten jare 1896 honderd frank opslag.

Benoemd den 17 Aug. 1899 volgde de tweede ondertekenaar dezer verhandeling, met eene jaarwedde van 1200 fr., den heer t’Servranckx op den 1e October van hetzelfde jaar.

Stippen wij nog aan dat, bij het openen der gemeentemeisjesschool, deze bestuurd werd door de Eerw. Zusters, welke respectievelijk 1800 fr. en 1050 fr. jaarwedde genoten; doch bij het invoegentreden der wet van 1879 dienden deze hun ontslag in en namen het bestuur in handen der Vrije Katholieke jongens- en meisjesscholen. Daar de gemeente weigerde in hunne vervanging te voorzien, stelde het Gouvernement van ambtswege als gemeenteonderwijzeres aan: mejuffer Victoria Weyns, gediplomeerde hulponderwijzeres te Merchtem. Met eene jaarwedde van 1800 fr. bleef juffrouw Weyns, later Madame Van der Borght geworden, hare bediening hier gewetenvol vervullen tot October 1884, toen zij, ten gevolge van afschaffing harer bediening, in beschikbaarheid gesteld werd.

Wij vergaten te spreken over de bekwaamheid der tegenwoordige onderwijzers; of beter gezegd, wij verzuimden zulks met opzet. "Eigen lof stinkt", en daarom laten wij liefst aan anderen en aan het nageslacht de taak den huidigen toestand te beoordeelen.

Om hetgeen wij in den loop dezer verhandeling over de ontwikkeling van het lager onderwijs in onze gemeente reeds zegden, eenigszins te volledigen, willen wij nog aanhalen:

1- Op 6 Juni 1895 werd er in de school een matigheidsgenootschap gesticht.

2- Op 15 Mei 1898 kwam een schoolbond tot bescherming der dieren tot stand.

3- Het schoolsparen in 1882 begonnen, ging in den laatsten tijd met reuzenstappen vooruit, zoodat op den dag van heden 92 leerlingen der gemeenteschool een spaarboekje bezitten.

4- De schoolmutualiteit, op 2 December gesticht, telt 28 leden.

Als slot laten wij hieronder, tot verdere vollediging van het voorlaatste en als beantwoording van het laatste punt der opgave, volgen :

Blz 27.

A. Aantal leerlingen voorkomende op de lijsten van het kosteloos onderwijs.

Schooljaar---Jongens--Meisjes--Totaal

1843-44.-------19.-------13.-------32.

1848-49. -------57.-------46.-------103.

1853-54. -------68.-------37.-------105.

1858-59. -------72.-------66.-------138.

1863-64. -------73.-------72.-------145.

1868-69. -------79.-------88.-------167.

1873-74.-------110.-------113.-------223.

1878-79.-------134.-------136.-------270.

1883-84.-------136.-------140.-------276.

1888-89.-------144.-------154.-------298.

1893-94.-------163.-------154.-------317.

N.B. Met het schooljaar 1894-95 en volgende was het onderwijs voor allen kosteloos.

B. Bevolking der gemeenteschool.

Jaren / Op 30 Juni (Jongens) / (Meisjes) / (Totaal) / Op 31 December (Jongens) / (Meisjes) / (Totaal)

1847.-------52.-------93.-------145.-------54.-------100.-------154.

1848.-------64.-------84.-------148.-------93.-------90.-------183.

1849.-------65.-------80.-------145.-------43.-------98.-------141.

1850.-------33.-------81.-------114.-------63.-------77.-------140.

1851.-------45.-------62.-------107.-------65.-------70.-------135.

1852.-------42.-------77.-------119.-------89.-------80.-------169.

1853.-------81.-------60.-------141.-------100.-------90.-------190.

1854.-------67.-------52.-------119.-------88.-------84.-------172.

1855.-------71.-------53.-------124.-------89.-------102.-------191.

1856.-------73.-------81.-------154.-------123.-------115.-------238.

1857.-------98.-------92.-------190.-------?-------?-------?

1873.-------?-------?-------?-------145.-------135.-------280.

1874.-------113.-------103.-------216.-------132.-------146.-------278.

1875.-------126.-------137.-------263.-------139.-------146.-------285.

1876.-------139.-------140.-------279.-------151.-------147.-------298.

1877.-------147.-------137.-------284.-------162.-------143.-------305.

1878.-------147.-------134.-------281.-------151.-------145.-------296.

1879.-------147.-------0.-------147.-------16.-------0.-------16.

1880.-------18.-------0.-------18.-------19.-------0.-------19.

1881.-------14.-------0.-------14.-------14.-------0.-------14.

1882.-------13.-------0.-------13.-------17.-------0.-------17.

1883.-------24.-------0.-------24.-------28.-------0.-------28.

1884.-------geen klas---------------------158.-------11.-------169.

1885.-------138.-------9.-------147.-------141.-------7.-------148.

1886.-------143.-------7.-------150.-------149.-------9.-------158.

1887.-------153.-------4.-------157.-------157.-------4.-------161.

1888.-------152.-------3.-------155.-------150.-------3.-------153.

1889.-------141.-------2.-------143.-------151.-------2.-------153.

1890.-------160.-------2.-------162.-------154.-------2.-------156.

1891.-------164.-------2.-------166.-------168.-------2.-------170.

1892.-------170.-------1.-------171.-------170.-------0.-------170.

1893.-------172.-------0.-------172.-------172.-------0.-------172.

1894.-------175.-------0.-------175.-------174.-------0.-------174.

1895.-------173.-------0.-------173.-------177.-------0.-------177.

1896.-------164.-------0.-------164.-------177.-------0.-------177.

1897.-------156.-------0.-------156.-------175.-------0.-------175.

1898.-------166.-------0.-------166.-------178.-------0.-------178.

1899.-------160.-------0.-------160.-------177.-------0.-------177.

1900.-------163.-------0.-------163.-------193.-------0.-------193.

Aanmerking Over de ontbrekende jaren 1858-1872 niets gevonden.

Blz 28.

C. Aantal Diploma's, behaald in de officieele prijskampen.

Jaren / Diploma's

1878.-------8.-------1884.-------1.-------1887.-------5.-------1890.-------1.-------1893.-------7.

1879.-------3.-------1885.-------1.*-----1888.-------5.-------1891.-------5.-------1894.-------5.

1883.-------1.-------1886.-------3.-------1889.-------3.-------1892.-------3.-------1895.-------2.

*De uitslag was overal betrekkelijk. Thibaut Jos. leerling der gemeenteschool van Schrieck, was de eerste van het schoolkanton Herenthals en de tweede van het hoofdschoolgebied Mechelen.

Aanmerking: a) Voor de uitslagen van vroegere jaren, zie onze verhandeling; b) bij gebrek aan leerlingen nam de school van Schrieck geen deel aan den wedstrijd in de jaren 1880, 1881 en 1882.

D. Uitslag van den wedstrijd in Godsdienst.

Jaar. / Eerediploma's / Accessits. / Eervolle meldingen. / Meldingen.

1889.-------3.-------1.-------3.-------8.

1890.-------0.-------5.-------1.-------1.

1891.-------2.-------2.-------0.-------3.

1892.-------1.-------2.-------2.-------2.

1893.-------1.-------3.-------3.-------1.

1894.-------0.-------3.-------2.-------2.

1895.-------4.-------3.-------3.-------2.

1896.-------0.-------1.-------4.-------9.

1897.-------1.-------3.-------5.-------4.

1898.-------6.-------2.-------3.-------3.

1899.-------2.-------3.-------7.-------4.

1900.-------2.-------8.-------2.-------2.

Schrieck, den 6 April 1901.

J Op de Beeck.

V. De Belser

Blz 29.

De Belgische afdeeling van het Nederlandsch Bestendig Commiteit der lichamelijke opvoeding heeft den wensch uitgedrukt, buiten den speeltijd en de spelen alle dagen aan de leerlingen der lagere scholen eenige gymnastische oefeningen te zien geven.

Het model-programma kent thans een uur gymnastiekles toe per week aan elken graad. Daarenboven schrijft het voor na elke uur les eenen zang of eenige gymnastische oefeningen en gedurende de speeltijden dikwijls gymnastische spelen te doen uitvoeren.

Moet het statu-quo nog behouden blijven? Welke veranderingen dienen in omgekeerd geval aan het thans gevolgde programma gebracht worden?

Dat een goed gymnastisch onderwijs eenen heilzamen invloed uitoefent op 't lichaam, den geest en 't hart der kinderen, en dus ook op hunne gezondheid, op de school en de samenleving, is algemeen erkend. Om wille van dit alleszins opvoedend vermogen, dient aan dit onderricht de beste zorgen besteed. Gaarne zouden wij derhalve met den hierboven uitgedrukten wensch instemmen, maar eenerzijds vrezen we dat dagelijksche turnlessen, naast het voordeel dat haar eigen is, ernstig nadeel zullen opleveren voor de overige vakken van 't programma, en van den anderen kant meenen we, dat de huidige stoffelijke inrichting van vele plattelandsche scholen de volledige uitvoering van het programma zal verhinderen.

Trachten wij deze twee punten wat uiteen te zetten.

I. Voorerst zijn we van gevoelen dat, ten minste in de buitenscholen, waar één onderwijzer voor twee, soms drij afdeelingen staat, de overige leervakken onder de uitvoering eener dagelijksche gymnastiekles moeten lijden en dit om de volgende redenen: 1. De tijd van boven bedoelde lessen van gymnastiek buiten de uitspanning en den speeltijd te geven wordt onttrokken aan den tijd voor de overige vakken bestemd, tenzij men 't getal klasuren vermeerdere. 2. Hoe gaat het doorgaans in onze turnlessen? Gewoonlijk vangen deze aan, wanneer na twee of meer lessen of stille oefeningen de aandacht der knapen begint te verzwakken door vermoeidheid van geest. De onderwijzer door gedurig spreken ook min of meer afgemat, is bij deze lessen weer verplicht uitleg te geven, voor te doen, te bevelen. Bij vlugge leerlingen gaat dat goed van de hand en dit geeft hun moed; maar voor abnormalen, die in alle klassen te vinden zijn en niet gansch verwaarloosd mogen worden, is hij gedwongen dit alles vijf, ja, soms tienmaal te herhalen om tot eenen bevredigenden uitslag te geraken. Zulke gymnastische les is een afbeulend werk. Zeker kan de onderwijzer zich hier, evenals in vele herhalingslessen door zijne

Blz 30.

bekwaamste leerlingen doen vervangen, maar 't al eischt immer 't nazicht, de tusschenkomst van den onderwijzer. Afgemat naar lichaam en geest – de ondervinding leert het ons genoeg – moet de onderwijzer zijne overige lessen in de klas gaan voortzetten. Waar haalt hij de noodige sterkte, frisch- en opgewektheid en ijver om die lessen aantrekkelijk en vruchtdragend te maken? Voor de twee dagen ter week, waarop wij onze turnles geven, hebben wij getracht het onderricht in de overige vakken zoo te regelen, dat de gymnasles door eene andere, die minder inspanning vergt, voorafgegaan of gevolgd wordt, maar voor elken dag schijnt zulke wijziging ons moeilijk, ja, onmogelijk.

Ons besluit is dat andere leervakken bij de invoering van dagelijksche lessen van gymnastiek verliezen – tenzij het getal klasuren vermeerderd worde. Overigens aan verschillende andere vakken van 't leerprogramma, o.a. aardrijkskunde, geschiedenis, teekenen, gezondheidsleer, zang, landbouw, waar van de kennis even noodzakelijk is, kan ook dagelijksch geene les, kunnen wekelijks geen 3 uren besteed worden.

Maar buiten de nadeelen van tijdsverlies voor de overige vakken, – en door verzwakte gesteltenis des onderwijzers, vrezen we, dat dagelijksche turnlessen ook nadeelig zullen werken op 't gemoed der kinderen. Hebben wij er altoos naar aangelegd om onze twee wekelijksche lessen van gymnasitiek aangenaam te maken voor de knapen, toch hebben wij ook meermaals opgemerkt, dat deze lessen, om wille van daarin voorkomende moeilijkheden of om eenen gebrekkigen uitslag, gedurende twee of drij opeenvolgende dagen hernomen, zoo zeer verveelden aan de kinderen, dat deze het einde der les met eenen luiden zucht van tevredenheid begroetten. Worden die leerlingen nu tot dagelijks turnen verplicht, dan kan die verveling plaats maken voor afkeur, ontevredenheid, morren en wanorde buiten en binnen de school. En niet zelden zal zich de ontevredenheid der kinderen op de ouders overslaan.

II. Gebrek aan stoffelijke inrichting. Wordt door dagelijksche lessen van gymnastiek aan de uitvoering van 't programma den noodigen tijd gegund, welke thans daartoe ontbreekt, dan nog vrezen we dat de stoffelijke inrichting der meeste buitenscholen daartoe een hinderpaal zal blijven. Immers, in vele scholen ontbreekt eene voldoende speelplaats, in bijna allen eene overdekte gaanderij of turnzaal, met de hoogst noodige toestellen, welke laatste ons 't hoofdmiddel schijnen, om het gymnastisch onderwijs voor de kinderen aantrekkelijk en doeltreffend te maken.

Om de hieraangehaalde redenen zijn wij voorstanders van het statu-quo. Echter zagen wij in 't programma de bewegingen en oefeningen b.v. degene

Blz 31.

aangewezen in den L. G. onder nr 2 en die in de vrije spelen gedurig van toepassing zijn, gaarne vervangen door meerdere vrije spelen. Deze spelen zouden in elk der drij graden als eene toepassing zijn op de bijzonderste lessen, geschikt wezen voor de lichamelijke, verstandelijke en zedelijke vorming des kinds en van lieverlede en ongemerkt de plaats van meer ruwe, gevaarlijke en onbetamelijke spelen innemen.

Schrieck, den 26 Maart 1904.

 

Duid de beste middelen aan om de leesles in den aanvankelijken graad aantrekkelijk en vruchtdragend te maken.

Tusschen de verplichte leervakken, die 't art. 4 der huidige wet op het lager onderwijs voorschrijft, bekleedt het lezen en schrijven in den lageren graad de eerste plaats. 't Lezen is immers het hoofdzakelijkste middel tot het erlangen en 't uitbreiden van alle andere kennissen, die later in 't werkelijk leven voor iedereen onontbeerlijk zijn. Dit is zoo waar, dat wij meermaals een ongeletterde vader of eene ongeleerde moeder hoorden zeggen: "Onze jongen kan al lezen 'lijk een advokaat, – als zij ons daarmee wilden bedoelen: 'Nu hij lezen kan, zal hij de rest van zelfs leeren – zijnen weg wel maken en eens een heele man worden." – En des niettegenstaande treffen wij overal – op zekere plaatsen zelfs een aanzienlijk getal leerlingen aan, die de school verlieten zonder dat zij goed konden lezen en zonder dat zij den lust tot lezen er uit meedroegen.

Om daarin eenigszins te voorzien, schrijft het modelprogramma van 1 mei 1897 de te volgen gang met toelichtingen voor. Maar een slaafsch, mekanisch en onberedeneerd uitvoeren van de voorschriften zou nog tot geenen doelmatigen uitslag leiden.

Wijl in den L. G. den grondslag tot de zoo onontbeerlijke kennis van het lezen moet gelegd worden, dient de onderwijzer daar vooral zijn onderwijs aantrekkelijk en vruchtdragend te maken. Ons dunkens heeft hij daartoe algemeene en bijzondere middelen aan te wenden. Onder de eerste zal ik noemen:

A. Vereischten in den persoon des onderwijzers:

1.-De onderwijzer moet altijd en in alles toonen dat hij het wel meent met de knapen en dat hij slechts hun welzijn betracht.

2.-Zich steeds minzaam, vrolijk en werkzaam toonen.

3.-Op zachten toon eene klare, eenvoudige, levendige taal spreken; eentonig- ruw en barschheid vermijden.

Blz 32.

4.-Zijn gezag weten te handhaven tegenover alle karakters.

5.-Bij alle lessen de vereischte levendigheid en warmte vertoonen.

6.-Behendiglijk de geneigdheden en gevoelens der knapen weten te baat te nemen om de aandacht geboeid te houden.

Ter bereiking van dit laatste punt zoo noodzakelijk tot het slagen bij alle onderricht, willen wij hier nog enkele middelen aangeven:

a) Alle noodeloos gerief moet van de lessenaars en uit de handen der leerlingen verdwijnen;

b) de lessenaars moeten van stof, water (besprenkeling des zomers) gereinigd zijn;

c) de overige gezondheidsvoorschriften dienen stipt nageleefd te worden om lichaam en geest niet te bezwaren;

d) geene les worde begonnen voordat de leerlingen in de vereischte houding gereed zijn tot luisteren;

e) niet sprekend in de klas rondloopen, maar eene vaste standplaats kiezen, van waar men elke leerling kan in 't oog zien;

f) alle oorzaak van stoornis van wege de kinderen onmiddellijk doen ophouden door eenen strengen blik of een kort woord;

g) niet dulden dat de knapen van plaats veranderen;

h) bij algemeene verslapping der aandacht de les staken of de kinderen op een ordewoord doen rechtstaan en weer neerzitten.

B. Vereischten in de leerstof:

1.-In den kinderwereld en in de omgeving der knapen blijven;

2.-Leerstof kiezen, die in den smaak valt van 't kind en afgemeten is naar zijne krachten, of waarin eene vrolijke strekking voorkomt, en die niet tot het kinderachtige of platte vervalt.

3.-'t Min behaaglijke verbinden met iets, waarin de kinderen trek hebben, b.v. eene kleine vertelling; een aantrekkelijk verhaaltje.

4.-De stof zoo kiezen, dat elk volgende onderwijs met het voorgaande op de eene of andere wijze in betrekking staat.

5.-Door aanschouwingsmiddelen (platen in leesboek of voorwerpen in natuur) de leerstof dieperen indruk doen maken op de kinderlijke ziel.

6.-Nooit onvoorbereid naar de klas gaan.

Leggen wij, na deze algemeene middelen, die alle onderricht – zeker dus ook het leeren lezen – aantrekkelijk en vruchtdragend maken, de bijzondere middelen uit, namelijk de methode bloot, die men dient te volgen, om de leerlingen spoedig en gemakkelijk te leeren lezen.

" 't Is er in den L.G. vooral de om te doen de leerlingen werktuigelijk te

Blz 33.

doen lezen. De leergang zal nu eens ontledend, dan weer samenstellend zijn. Ontledend wanneer men de woorden uitspreekt en ze door de leerlingen in hunne bestanddeelen doet ontbinden; samenstellend, wanneer men eerst de letters opgeeft en ze dan tot eene lettergreep, één woord doet vormen. Hoorbare ontleding en zichtbare samenstelling moeten echter bij het aanvankelijk lezen gepaard gaan.

Om volgens het modelprogramma (van 1 Mei 1897 dat voor den L. G. onder II bij de orde der moeilijkheden, eenige nuttige wenken geeft) te werk te gaan, vangt men aan met de klanken en van deze gaat men over tot de vormen. Hierbij volgt de verbinding tot lettergrepen en woorden. Bij elke letter geve men wel acht op den klank en op den vorm; elke klank moet dikwijls gehoord, elke vorm moet dikwijls gezien, nagewezen - en nagemaakt worden. Gelijkende letterteekens, lettergrepen en woorden moeten elkander opvolgen. Alle gebruikelijke samenstellingen moeten aangeduid, doch geene zinnelooze onmogelijke verbindingen zullen gemaakt worden. Men zal nooit te veel in eens willen aanleeren, niet tot nieuwe verbindingen overgaan, wanneer de vorige nog onvoldoende gekend zijn (L. O. jaarg. 1897, bladz. 691).

Men neme wel in acht, dat, zooals het huidig programma zeer wijselijk voorschrijft lezen, schrijven, dicteeren, en in zekere mate opstellen immer moeten samen gaan.

Wanneer het kind een nieuw woord leert lezen, moet het zich daarvan tevens de beteekenis en de spelling eigen maken. Het is noodzakelijk, dat de nieuwe woorden der leesles, voordat het boek geopend worde onder dat drijvoudig oogpunt aan het bord behandeld zijn geworden. De meester zal zich bepalen tot het doen van noodige verbeteringen, het geven van onontbeerlijke ophelderingen. Waar 't zinnen geldt, zal hij door gepaste vragen de beteekenis ervan doen vinden door de leerlingen.

Ziehier eene wijze die ik steeds met vrucht heb gevolgd. De onderwijzer noemt de letter of den klank, een groot getal leerlingen zeggen hem na en herhalen te zamen. Dan schrijft de meester den vorm of den klank op 't bord, na eerst der leerlingen aandacht te hebben gewekt. De kinderen noemen weer de letter of den klank, steken den wysvinger der rechterhand vooruit en volgen langzaam de richting van de hand van den onderwijzer, die de letter nog eens op 't bord voormaakt en schrijven daarna dezelve op hunne lei. Zoohaast de voorstelling eeniger letters goed gevormd is, en eenige letters of klanken goed gekend zijn, worden er verbindingen gemaakt. Voor- en achterverbindingen volgen elkander op en wisselen elkander af. Zoodra mogelijk trachte men aldus woorden te vormen die eene bepaalde beteekenis hebben waarover men hen ondervraagt en ze zoo leert denken en spreken.

Blz 34.

Kennen de leerlingen eenige woorden, dan worden spoedig kleine volzinnen gemaakt en zoo komt men langzamerhand tot leeslesjes in samenhangenden tekst. De oefeningen geschieden natuurlijk eerst op 't bord en vervolgens (zoo mogelijk) in 't boek. Men lette daarbij op, dat de leerlingen met den wijsvinger (griffel) al de woorden volgen. Daarna worden zij gedicteerd.

Men zal van de eerste oefeningen af de gewestelijke uitspraak vermijden, de kinderen aan eene zuivere uitspraak, aan eene wel gearticuleerde – en genoegzaam nadrukkelijke taal gewennen, en den zang- of schooltoon uitroeien. Deze aanbevelingen zijn van 't hoogste belang, want indien zij wel uitgevoerd worden, zullen zij den heilzaamsten invloed uitoefenen op het ontwikkelen van den leeslust en het vormen van eenen goeden stijl bij onze leerlingen.

De gesprekken over den inhoud der les hebben een dubbel doel. Ten eerste gewennen zij de leerlingen aan het ernstig nadenken over het gelezene, iets wat onze aandacht niet genoeg kan wekken. Daarbij leeren zij zich het gelezene eigen maken, het verwerken, zonder hetwelk het lezen van geen nut is, – ja, slechts oppervlakkige geesten kan kweeken.

Eindelijk zijn de leerlingen van jongs af verplicht zich klaar en juist mondeling uit te drukken, iets wat van het hoogste belang is.

Wanneer de onderwijzer in de laagste klas eene wel gearticuleerde, genoegzaame nadrukkelijke taal eischt, zal men in de hoogere klassen, bij het kunstmatig lezen, licht den natuurlijken toon verkrijgen.

Zoogauw mogelijk worden vragen gesteld over den inhoud der leesles, late men den inhoud mondelings weergeven, passe men taaloefeningen toe op de leeslesjes, dicteere men ze, late men keurige stukken van buiten leeren, en alsdan zal het eerste leesonderricht vormend en beschavend zijn." (zie Lager Onderwijs, bladz. 691, jaarg. 1897). 

Blz 34.

Schrieck, den 24 Februari 1905.

Heer Bestuurder,

De som van 1.053.13 fr. bestemd voor de erfgenamen Serneels-Gysemans, alsmede de metelen reklaamplaat, zijn mij in besten staat toegekomen. Hierbijgaande zend ik UEd. : 1. vier geteekende reglementen; 2. een bordereel van storting en terugbetaling; 3. eenen verzekerden brief inhoudende 1.500 fr. in banknoten in afzonderlijken omslag; 4. het kwijtschrift van terugbetaling der erfgenamen Serneels-Gysemans.

Minzame groeten.

Victor De Belser, agent der A. H. K.

Bordereel v. stort. en terugbet. van 16 Februari 1905 tot 24 Februari 1905.

 

Schrieck, den 3 Maart 1905.

Heer Bestuurder,

De ondergeteekende heeft de eer UEd., per bijgaanden brief te laten geworden: a) Een geteekend reglement; b) het bordereel der stortingen van 24 Februari 1905 tot 3 Maart 1905; c) het bordereel der spaarregels, heden in bewaring; d) in post-mandaat, ene som van 2.200 franken.

Hij is,   Heer Directeur,

Uw nederige dienaar,

Victor De Belser, agent der A. H. K.

 

* De Algemeene Hulp-Kas (A.H.K.) bood financiële ondersteuning aan zieke onderwijzers, weduwen of wezen van leerkrachten. Een "agent" van deze kas was de contactpersoon in een bepaalde regio of gemeente bij wie leraren zich konden aanmelden of via wie de uitkeringen en contributies liepen.

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

WO I Vluchtelingen overleden in Nederland - Provincie Zuid-Holland

BV2

2657539-161dd3797be11ffd8b7b2c6123f5d81e.jpg

Vluchtelingen overleden in Nederland WO I
Provincie Zuid-Holland

Heel wat Vlamingen en Walen vluchtten de grens over, om te ontsnappen aan de gruwel van de oorlog. Velen overleefden hun vlucht niet, van hen vind je hieronder meer info. Scans van overlijdensakten zijn gratis te bekomen met een eenvoudig vraagje via mail.

Gouda Vluchtoord

2684715-c45bad7becda85bcd7ed6e77750e2a5c.jpg

TANTON Maria ° Antwerpen 19/04/1842
d. Mattheus & CRÉE Isabella Catharina wed. HILLE Carolus en DE CLERCK Constantinus
woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1914.11.26

BEYENS Jozef Petrus ° Antwerpen 14/11/1913
z. Carolus Joannes Baptista & BAKEN Maria Josephina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Van Kerckhovenstraat 93 zonder
† Gouda 1914.12.04

COOSEMANS José Maria Henrica ° Herent 8/03/1913
d. Felix Albertus & VANDENPLAS Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Herent, Zeepstraat zonder
† Gouda 1914.12.13

RIDDERS Frederik Karel ° Antwerpen 12/09/1912
z. Franciscus Ferdinandus & WILLEKENS Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Boomsche steenweg 270 zonder
† Gouda 1914.12.24

VANSCHEVENSTEEN Alfons Eligius ° Antwerpen 14/03/1914
z. Jacobus Florentinus & STAPPAERS Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Sommestraat 7 zonder
† Gouda 1915.01.04

HOSTENS Emiel Adolf Louisa ° Antwerpen 19/07/1914
z. Adolphus & TALBOOM Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Keistraat 86 zonder
† Gouda 1915.01.13

VAN DE PUT Carolina Maria ° Antwerpen 15/10/1912
d. & VAN DE PUT Eugenia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1915.01.13

ADRIAENSEN Nathalia Alphonsina ° Berchem 30/06/1913
d. Franciscus Constantinus & WANTE Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Berchem, Poortstraat 64 zonder
† Gouda 1915.01.19

TRATSAERT Jozef ° Antwerpen 5/09/1914
z. & TRATSAERT Paulina Irma echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Lange Koolstraat zonder
† Gouda 1915.01.22

BELDÉ Louisa ° Antwerpen 6/04/1914
d. & BELDÉ Josephina Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Fortuinstraat 24 zonder
† Gouda 1915.01.22

LEESTMANS Joannes Emilius Lucianus ° Gent 17/10/1913
z. Jean & DECLERCQ Catharina Anna echt. ongehuwd
woonde in Herstal zonder
† Gouda 1915.01.24

MAES Marcela Theresia ° Antwerpen 4/11/1913
d. Henricus & VAN WANROOY Francisca echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Klapdorp 84 zonder
† Gouda 1915.01.25

GONTIER Louisa Jeannette ° Rotterdam 25/11/1914
d. & GONTIER Alida Cornelia echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1915.01.26

LAURYSSEN Josephus ° Deurne 4/02/1914
z. Guilielmus & GOVAERTS Maria Augusta Victoria echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Koraalplaats 8 zonder
† Gouda 1915.02.01

DESPIEGELEER Marcel Auguste ° Trazegnies 27/07/1913
z. François Romain & HERMAN Julia echt. ongehuwd
woonde in Trazegnies zonder
† Gouda 1915.01.31

SCHAUBROECK Ludovica Francisca ° Borgerhout 21/09/1913
d. Joannes Baptista & NELEMANS Ludovica Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Steenenbrugstraat 73 zonder
† Gouda 1915.02.02

GEBRUERS Maria Theresia ° Antwerpen 22/07/1914
d. Joannes Baptista Modestus & LAUWERS Ludovica Theresia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Aldegondis kaai 20 zonder
† Gouda 1915.02.07

VAN GANSEN Joanna Catharina ° Merksem 3/12/1913
d. Leopoldus Josephus & WOUTERS Julia Josephina Carolina echt. ongehuwd
woonde in Merksem, Schoolstraat 8 zonder
† Gouda 1915.02.08

DE BUCK Josephina Frederica ° Katwijk (NL) 23/10/1914
d. Petrus & JORIS Philomena echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Gouda 1915.02.08

DAEMS Dymphna Maria ° Borgerhout 27/08/1913
d. Jacobus Alphonsus & VERHAERT Joanna Dimphna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1915.02.10

VAN GOMPEL Franciscus Ludovicus Maria ° Borgerhout 12/07/1914
d. Josephus Ludovicus & JORDAENS Maria Sophia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Kweekerijstraat 81 zonder
† Gouda 1915.02.09

SILLIS Emilius Ludovicus ° Borgerhout 6/12/1912
z. Franciscus Constantinus & MAES Maria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Reizigerstraat 16 zonder
† Gouda 1915.02.10

HICKETICK Jozef Juliaan Filip ° Antwerpen 23/02/1914
z. Eduardus & VAN OS Julia Francisca echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Handelstraat 14 zonder
† Gouda 1915.02.12

AERTS Cornelius Franciscus Benedictus ° Deurne 25/02/1913
z. Arthur Cornelius Henricus & PIELAERS Irma Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Herentalse baan 550 zonder
† Gouda 1915.02.13

SILLIS Leo Franciscus Ludovicus ° Borgerhout 29/05/1914
z. Franciscus Constantinus & MAES Maria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Reizigerstraat 16 zonder
† Gouda 1915.02.14

MERTENS Franciscus Ludovicus Catharinus ° Dussen (NL) 2/11/1914
z. Josephus & WILLEMS Coleta echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1915.02.17

COSTERS Joseph ° Rotterdam 23/11/1914
z. & COSTERS Louisa echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1915.02.17

MOMMEN Corneel Elisabeth Jan ° Antwerpen 10/07/1913
z. Joannes Cornelius & VAN ROYEN Joanna Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Cockerill kaai 24 zonder
† Gouda 1915.02.18

OEYEN Hubertus Gustavus ° Borgerhout 15/10/1912
z. Carolus Guilielmus & VAN AEL Barbara Antonia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Sterlingerstraat 27 zonder
† Gouda 1915.02.19

STEINKAMP Aloys ° Antwerpen 22/03/1914
z. Wilhelm Walther & SCHRAYEN Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Gasstraat zonder
† Gouda 1915.02.23

NIJS Rosalia Germania ° Wespelaar 1/03/1914
d. Henricus Emilius & VANDERHOEVEN Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Wespelaar zonder
† Gouda 1915.02.25

LEYS Joannes Jacobus ° Merksem 3/05/1913
z. Henricus Philippus & VAN HOOF Maria Eulalia Philomena echt. ongehuwd
woonde in Merksem, Leopoldstraat 18 zonder
† Gouda 1915.02.27

VAN BOGAERT Alfons Blondina Frans ° Antwerpen 4/01/1913
z. Antonius Josephus & VAN DER LINDEN Theresia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Oude Koornmarkt 6 zonder
† Gouda 1915.02.28

MOMMEN Julia Maria ° Antwerpen 4/09/1914
d. Joannes Cornelius & VAN ROYEN Joanna Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Cockerill kaai 24 zonder
† Gouda 1915.02.28

DE JONGH Maria ? ° Dussen (NL) ? 2 maanden
d. & DE JONGH Carolina echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1915.03.04

LUX Frans Maria Benedikt ° Antwerpen 9/06/1913
z. Benedictus & POFFÉ Leopoldine Louise echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Waarlooshofstraat 54 zonder
† Gouda 1915.03.09

PAESMANS Lodewijk Frans Maria ° Mechelen 28/01/1914
z. Mattheus Maria & SWINNEN Theresia Hendrika echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Gouda 1915.03.09

FILET Frans Maria Albrecht ° Berchem 4/12/1911
z. Franciscus & JORIS Elisabeth Maria echt. ongehuwd
woonde in Berchem, Bakkersstraat 100 zonder
† Gouda 1915.03.09

DANNEELS Willy Camille ° Heist aan Zee 7/06/1914
z. Arthur Franciscus & FONTEYNE Maria Pieternella echt. ongehuwd
woonde in Heist aan Zee, Vaartdijk 251 zonder
† Gouda 1915.03.11

VAN ACKER Jozef Andreas ° Antwerpen 14/02/1913
z. Josephus Andreas & VAN HOOF Josephina echt. ongehuwd
woonde in Merksem zonder
† Gouda 1915.03.12

VERCAMMEN Josephus ° Kessel 19/09/1914
z. Augustinus Leopoldus & VERCAMMEN Adelia Julia echt. ongehuwd
woonde in Kessel zonder
† Gouda 1915.03.15

HENDRICKX Anna Maria ° Zoerle-Parwijs 4/11/1913
d. Josephus & CEUPPENS Anna Maria Catharina echt. ongehuwd
woonde in Zoerle-Parwijs zonder
† Gouda 1915.03.16

DINNEWET Joannes ° Eede (NL) 24/12/1914
z. & DINNEWET Maria echt. ongehuwd
moeder woonde in Brugge zonder
† Gouda 1915.03.16

VERLEYEN Jeanne Theodorina ° Sint-Gillis-Dendermonde 25/02/1914
d. Leon & VAN DAMME Maria Florentina echt. ongehuwd
woonde in Sint-Gillis-Dendermonde zonder
† Gouda 1915.03.17

MORTELMANS Louis ° Bodegraven (NL) 3/01/1915
z. Joannes Franciscus & VERCAMMEN Irma echt. ongehuwd
ouders woonden in Berlaar zonder
† Gouda 1915.03.17

BEKE Maria Germana ° Gent 13/04/1913
d. Emilius Petrus & DE BALTIMORE Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Gent zonder
† Gouda 1915.03.18

WILLEMKENS Adrienne Marie ° Brugge 7/09/1911
d. Julius & NEYTS Elisa Marie echt. ongehuwd
woonde in Zeebrugge zonder
† Gouda 1915.03.19

VAN WINCKEL Albert ° Sluis (NL) 13/01/1915
d. & VAN WINCKEL Maria echt. ongehuwd
moeder woonde in Vilvoorde zonder
† Gouda 1915.03.18

PEETERS Maria Clementina ° Zoerle-Parwijs 30/01/1915
d. Pieter Alois & BERGHMANS Maria Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Zoerle-Parwijs zonder
† Gouda 1915.03.20

WILLEMS Jozef Hubert ° Zoerle-Parwijs 12/06/1913
z. Lodewijk & EYSERMANS Maria echt. ongehuwd
woonde in Zoerle-Parwijs zonder
† Gouda 1915.03.21

HOLEMANS Paulina Francisca Maria ° Zoerle-Parwijs 15/10/1913
d. Felix & BERGHMANS Hortentia echt. ongehuwd
woonde in Zoerle-Parwijs zonder
† Gouda 1915.03.21

HOLEMANS Aloïs ° Zoerle-Parwijs 9/04/1912
z. Felix & BERGHMANS Hortentia echt. ongehuwd
woonde in Zoerle-Parwijs zonder
† Gouda 1915.03.21

DANNEELS Lia Josephina ° Heist aan Zee 7/05/1913
d. Arthur Franciscus & FONTEYNE Maria Pieternella echt. ongehuwd
woonde in Heist aan Zee, Vaartdijk 251 zonder
† Gouda 1915.03.21

PEETERS Bertha Maria ° Zoerle-Parwijs 15/12/1911
d. Pieter Alois & BERGHMANS Maria Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Zoerle-Parwijs zonder
† Gouda 1915.03.23

LEEMANS Isabella Rosa ° Antwerpen 10/07/1914
d. Ludovicus & HUYBRECHTS Anna Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Kempisch dok 74 zonder
† Gouda 1915.03.22

CAERS François Denis ° Jemeppe (Luik) 22/10/1913
z. Augustinus Josephus & MACHIELS Maria Berthilia echt. ongehuwd
woonde in Jemeppe zonder
† Gouda 1915.03.23

WILLEMKENS Albert Henri ° Sluis (NL) 14/11/1914
z. Julius & NEYTS Elisa Marie echt. ongehuwd
woonde in Zeebrugge zonder
† Gouda 1915.03.23

PLAS Victor ° Aalst 6/08/1914
z. Ludovicus & VAN DER STRAETEN Sophia Clothilda echt. ongehuwd
woonde in Aalst zonder
† Gouda 1915.03.24

HENDRICKX Catharina Clementina ° Zoerle-Parwijs 4/11/1913
d. Josephus & CEUPPENS Anna Maria Catharina echt. ongehuwd
woonde in Zoerle-Parwijs zonder
† Gouda 1915.03.24

CEUPPENS Anna Maria ° Wilrijk 14/05/1912
d. Franciscus & BIELEN Victoria echt. ongehuwd
woonde in Wilrijk, Boomstraat 110 zonder
† Gouda 1915.03.27

CAERS Julianus Albert ° Herentals 23/06/1914
z. Franciscus Edmondus & CROENEN Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Herentals zonder
† Gouda 1915.03.28

DE LEENDER Maria Henrica Gabriella Philomena ° Aarschot 22/06/1914
d. Julius Franciscus & MICHAUX Maria Hortensia Philomena echt. ongehuwd
woonde in Aarschot zonder
† Gouda 1915.03.30

BUYCKX Franciscus Josephus ° Brasschaat 4/06/1914
z. Joannes & VAN DE WOUWER Philomena echt. ongehuwd
woonde in Brasschaat, Hoge-Kaartsebaan 18 zonder
† Gouda 1915.03.30

VAN WICHEN Ludovica Maria Gertruda ° Antwerpen 9/09/1907
d. Nicolaus & STEFFENS Anna Geertruid echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1915.04.02

HELSEN Maria Selena ° Breda (NL) 9/11/1914
d. Joannes Baptista & PEETERS Rosalia Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Kessel zonder
† Gouda 1915.04.09

HARZÉ Jan Baptist ° Mechelen 10/04/1914
z. Jan Baptist & STEFFENS Susanna Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Gouda 1915.04.11

DE WOLF Frans Lodewijk ° Mechelen 12/04/1913
z. Petrus Franciscus & HEMELEERS Philippina Paulina echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Gouda 1915.04.15

BYL Natalia ° Ramskapelle 26/08/1836
d. Constantinus & LEFEVER Isabella Clara wed. LASEURE Philippus Jakobus en LEEBOR Josephus echt. DUMON Ludovicus
woonde in Borgerhout zonder
† Gouda 1915.04.16

VAN DER VORST Karel ° Willebroek 25/03/1912
z. Thomas Amandus & DE VADDER Coleta Josepha echt. ongehuwd
woonde in Willebroek zonder
† Gouda 1915.04.30

KEULEERS Victor ° Beerzel 23/02/1913
z. Jozef Alfons & BOEXSTAENS Nathalia echt. ongehuwd
woonde in Beerzel zonder
† Gouda 1915.05.04

VAN OOSTERWYCK Anna Maria ° Gouda 2/05/1915
d. Frans Gustaaf & FEYAERTS Maria Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Tildonk zonder
† Gouda 1915.05.07

VAN CAMP Emile Alphonse ° s Gravenhage (NL) 19/01/1915
z. Joannes Guilielmus & VAN DEN BROECK Maria Josepha echt. ongehuwd
ouders woonden in Lier zonder
† Gouda 1915.05.07

DIERCKX NN ° Gouda 30/05/1915
z. Alexander & VAN DER CRUYS Maria
ouders woonden in Antwerpen
† Gouda 1915.05.30

NETTEN Emerentina Clotilde ° Gouda 30/04/1915
d. Jan & VAN MALDEREN Maria Virginia echt. ongehuwd
ouders woonden in Mazenzele zonder
† Gouda 1915.06.01

VAN GORP Carolus Joannes ° Turnhout 27/03/1891
z. Henricus & GOETELEN Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen Dokwerker
† Gouda 1915.06.02

HUYSKENS Josepha Mathildis ° Berlaar 21/07/1913
d. Leonard Frans & OP DE BEECK Maria Paulina echt. ongehuwd
woonde in Berlaar, Statiestraat zonder
† Gouda 1915.06.06

HOYBERGHS Petrus Ludovicus ° Lier 12/08/1905
z. Henricus & CONINCKX Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Gouda 1915.07.08

DE JONGH NN ° Gouda 16/10/1915
z. Adrianus & WINCKELMANS Maria Regina
ouders woonden in Antwerpen
† Gouda 1915.10.16

COOSEMANS Fernandus Franciscus ° Herent 17/11/1896
z. Felix Albertus & VANDENPLAS Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Herent Fabrieksarbeider
† Gouda 1915.11.04

GEENS Joanna Catharina ° Heist-op-den-Berg 6/02/1829
d. & GEENS Maria Theresia wed. VAN DE WEYER Josephus
woonde in Heist-op-den-Berg zonder
† Gouda 1915.11.09

VAN GINDEREN Albert Jan ° Essen 24/05/1915
z. Aloisius & VAN EEKELEN Adriana echt. ongehuwd
woonde in Essen, Kammenstraat zonder
† Gouda 1915.11.16

DE SWERT Carolina Valentina ° Borgerhout 11/07/1912
d. Josephus & MARYNISSEN Maria Carolina Joanna echt. ongehuwd
woonde in Deurne zonder
† Gouda 1915.11.29

GEENEN Josepha Henrica ° Schoten 27/12/1913
d. Joannes Baptista Ferdinandus & VAN CAMP Hortensia Catharina echt. ongehuwd
woonde in Schoten zonder
† Gouda 1915.12.03

BELLEKENS Gummaar ° Lier 22/02/1914
z. Petrus Augustus & VAN HOOF Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Gouda 1915.12.12

VAN BOXEL Emiel Frans ° Gouda 31/10/1915
z. Alfons Jozef & GEERTS Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Leest zonder
† Gouda 1915.12.15

VAN BORTEL Hedwig Hortensia Guilielmus ° Borgerhout 7/10/1910
z. Ludovicus Josephus & SEGERS Petronella Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Gouda 1915.12.29

BALLIU NN ° Gouda 30/12/1915
d. Alphons Leonard & RUTS Stephanie
ouders woonden in Antwerpen
† Gouda 1915.12.30

MUTSAERTS Cornelius Leonardus ° Essen 20/07/1908
z. Josephus Antonius & DONKERS Wilhelmina echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder
† Gouda 1916.01.15

HENS Joannes Carolus Maria ° Wijnegem 20/05/1913
z. Cornelius Alphonsus & HUYBEN Maria Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Wijnegem zonder
† Gouda 1916.02.05

HENS Dorothea Susanna ° Gouda 26/10/1915
d. Cornelius Alphonsus & HUYBEN Maria Elisabeth echt. ongehuwd
ouders woonden in Wijnegem zonder
† Gouda 1916.02.17

GASTMANS Eugeen Jacobus Maria ° Deurne 14/03/1912
z. Josephus & JONGMANS Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Deurne zonder
† Gouda 1916.02.16

VERMEIR Leopold Paul ° Ridderkerk (NL) 9/11/1915
z. Carolus & VAN DIEPENDAEL Anna Catharina Eleonora echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Gouda 1916.02.23

DAEGELEER François ° Borgerhout ?? 68 jaar
z. ? & ? echt. ?
woonde in Antwerpen Dokwerker
† Gouda 1916.02.27

BACHOT Petrus ° Antwerpen 9/09/1895
z. Guilielmus & EGGERMONT Catharina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen boekbinder
† Gouda 1916.03.05

ANTHONIS Maria Josée Elisabeth Alberta ° Lier 11/05/1915
d. Henricus Carolus & POTTERS Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Gouda 1916.03.10

MUTSAERTS Albert Joannes ° Essen 24/11/1912
z. Josephus Antonius & DONKERS Wilhelmina echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder
† Gouda 1916.03.16

HERMANS Adrianus ° Oudenbosch (NL) 21/01/1860
z. Johannes & DE WILDT Cornelia echt. MAATJENS Dimphna Johanna
woonde in Antwerpen werkman
† Gouda 1916.03.20

MEEUSEN Julia Maria Catharina ° Essen 16/07/1914
d. Adriaan Leopold & VANDERAVERT Maria Catharina echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder
† Gouda 1916.04.11

BOUILLART François ° Gouda 12/01/1916
z. & BOUILLART Augusta echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1916.04.13

LAURYSSEN Leonia ° Antwerpen 3/08/1914
d. Joannes Alexander & CLAES Mathildis Josepha echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Lange Zavelstraat 109 zonder
† Gouda 1916.04.17

MENSCH Victorina ° Gouda 15/06/1915
d. & MENSCH Theresia echt. ongehuwd
moeder woonde in Berchem zonder
† Gouda 1916.04.17

DE RAES Albertus ° Gouda 19/09/1915
z. Josephus Philippus & VAN DAM Josephina echt. ongehuwd
ouders woonden in Zemst zonder
† Gouda 1916.05.01

JOOSSENS Joannes Baptista ° Sint-Niklaas 8/06/1868
z. Hubertus Josephus & VAN OSSELAER Maria Ludovica echt. VAN ACKER Maria Nathalia
woonde in Antwerpen ijzergieter
† Gouda 1916.05.14

DE MAN Jeanette Josephine ° Baasrode 16/06/1908
d. Charles Louis & WILLAERT Maria Petronilla echt. ongehuwd
woonde in Baasrode zonder
† Gouda 1916.05.23

VAN DEN BROECK Pierre Augustin ° Mechelen 15/04/1854
z. Jean Dominique & MATTHYS Marcelle Pétronille echt. EYCKENS Catherine
woonde in Mechelen Smidsknecht
† Gouda 1916.06.20

SCHILLEMANS Cornelia ° Gouda 12/01/1916
d. Ludovicus Josephus & VAN GENECHTEN Dymphna echt. ongehuwd
ouders woonden in Schoten zonder
† Gouda 1916.07.02

TIELEMAN Pieter ° Gouda 3/05/1916
z. Franciscus & HERSTENS Joanna Petronella echt. ongehuwd
ouders woonden in Essen zonder
† Gouda 1916.07.05

DEFEVER Augustus Georgius ° Schore 23/04/1862
z. Augustus Emmanuel & DECLERCK Isabella Clara echt. BECU Zenobia Elodia
woonde in Bredene Timmerman
† Gouda 1916.08.12

MEES Ferdinandus ° Antwerpen 1/10/1902
z. Henricus & VAN HOOF Maria Eulalia Philomena echt. ongehuwd
woonde in Merksem zonder
† Gouda 1916.08.25

GEYS Amélie ° Brussel 30/01/1876
d. Florent & DELMOT Marie Thérèse echt. TORFS Henri
woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1916.09.16

ILEGEMS Joannes Baptista ° Hemiksem 26/03/1833
z. Hieronymus & DECKERS Magdalena wed. DE DECKER Joanna Maria, DE VOGELAER Joanna Catharina en VAN BAELEN Joanna Christina
woonde in Wilrijk zonder
† Gouda 1916.10.18

VAN EYKEN Ludovicus Alouisius ° Gouda 14/10/1915
z. Franciscus Gregorius & VEKEMANS Maria Philothea echt. ongehuwd
ouders woonden in Booischot zonder
† Gouda 1916.11.01

MERCKEN Maria Carolus ° Oterleek (NL) 3/08/1915
z. Albertus & RANS Antonia echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Gouda 1916.11.01

GEENEN Louisa Josephina ° Gouda 29/10/1915
d. Joannes Baptista Ferdinandus & VAN CAMP Hortensia Catharina echt. ongehuwd
woonde in Schoten zonder
† Gouda 1916.11.07

CARPENTIER Carolus ° Alkmaar (NL) 26/11/1914
z. Joannes Ludovicus & RANS Regina Cesarina echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Gouda 1916.11.13

VAN CAECKENBERGH Ferdinandus Albertus ° Gouda 22/12/1915
z. Rudolph Alphons & SEGERS Julia Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1916.11.19

VAN DE MAELE Johannes Baptista ° Gouda 19/02/1916
z. Jacobus & POSSÉ Isabella echt. ongehuwd
ouders woonden in Aalst zonder
† Gouda 1916.12.16

CLAESSENS Adriaan Albert ° Essen 29/08/1916
z. Leonardus & DUERLOO Elisabeth Maria echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder
† Gouda 1917.01.10

JOOSSENS Maria ° Gouda 25/02/1916
d. & JOOSSENS Ludovica Francisca echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1917.01.25

DE BONTRIDDER Neeltje Jozina ° Yerseke (NL) 19/04/1916
d. Leon & SANDEE Janna Adriana echt. ongehuwd
ouders woonden in Sint-Pieters-Jette zonder
† Gouda 1917.04.01

COOLS Cornelia Catharina ° Essen 5/06/1898
d. Joannes Franciscus & BALEMANS Adriana echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder
† Gouda 1917.05.13

OERLEMANS Albert ° Rotterdam 26/11/1916
z. & OERLEMANS Stephania echt. ongehuwd
moeder woonde in Kalmthout zonder
† Gouda 1917.05.12

MEEUWS Joannes Maria Henricus ° Borgerhout 9/04/1886
z. Henricus & ANOTE Maria Henrica Hubertina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen Timmerman
† Gouda 1917.06.24

MAES Bertha ° Gouda 17/01/1916
d. Henricus & VAN WANROOY Francisca echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1917.08.07

CHRISTIAENS NN ° Gouda 8/09/1917
z. & CHRISTIAENS Irma
moeder woonde in Ukkel
† Gouda 1917.09.08

HENS Constant ° Gouda 5/07/1917
z. Cornelius Alphonsus & HUYBEN Maria Elisabeth echt. ongehuwd
ouders woonden in Wijnegem zonder
† Gouda 1917.10.08

VAN ELSHOCHT Louisa Maria ° Overschie (NL) 5/06/1917
Frans Jozef & VERBERCK Joanna Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Duffel zonder
† Gouda 1917.10.16

MAES Maria Clotilda ° Beveren 23/10/1863
d. Augustinus & CLAUS Joanna Livina wed. LIEKENS Josephus Franciscus
woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1917.10.27

DE BALTIMORE Maria Rosalia ° Ursel 24/04/1877
d. Martial & VAN DE VEIRE Rosalia echt. BEKE Emilius Petrus
woonde in Gent zonder
† Gouda 1917.11.06

NOENINCKX Elisabeth ° Antwerpen 8/07/1849
d. Joannes Baptista & VAN GEENHUYSEN Isabella wed. VERCAMMEN Carolus Boromeus Walterus
woonde in Boom zonder
† Gouda 1917.12.17

DE NAEYER Victorinus ° Rotterdam 26/09/1917
z. Joannes Emmanuel & HERREBAUT Irma Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1917.12.20

VAN DOOREN Petronella ° Gouda 9/09/1917
d. Emile & BENNEKE Maria Francisca echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1917.12.28

MAES François ° Gouda 2/01/1918
z. Joannes Maria Dionisius & DE JONGH Carolina echt. ongehuwd
ouders woonden in Herentals zonder
† Gouda 1918.01.14

CLAESSENS Lucia Augusta ° Rotterdam 30/11/1917
d. Leonardus & DUERLOO Elisabeth Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Essen zonder
† Gouda 1918.01.22

DE DECKER Jan Karel ° Boom 16/12/1898
z. Frans Jozef & SUYCKENS Catharina Odilla echt. ongehuwd
woonde in Hoboken Houtzager
† Gouda 1918.02.03

MOUTON Emma Maria ° Varsenare 29/07/1897
d. Carolus Ludovicus & FORE Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Varsenare Naaister
† Gouda 1918.03.13

VAN DEN EECKHOUDT Leontina Coleta Elisa ° Brussel 26/05/1843
d. Josse & GOOSSENS Coleta Isabella echt. MAES Gerardus Emilius
woonde in Brussel Naaister
† Gouda 1918.03.30

VAN BIESEN Petrus Alfons ° Melsele 22/10/1892
z. Eduardus & MORAS Melania Clara echt. ongehuwd
woonde in Melsele Metaalbewerker
† Gouda 1918.05.03

DE MULDER Maria Henrica ° Borgerhout 12/06/1875
d. Josephus Augustus & VAN DEN BERGHE Joanna Isabella echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Gouda 1918.05.16

ADAM Helene ° Liège ?? 2 maanden
d. Leon Joseph ? & MERCIA Julienne ? echt. ongehuwd
woonde in Liège ? zonder
† Gouda 1918.05.21

VAN DE MAELE Seraphinus ° Aalst 13/12/1863
z. Jacobus & DE WIT Dymphna echt. PECHE Sylvia Maria Francisca
woonde in Aalst koopman
† Gouda 1918.05.26

SCHENKELS Ferdinandus Maria ° Gouda 13/07/1916
z. Joannes Baptista Josephus & VAN DAELE Joanna Cornelia echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1918.06.28

VAN DAM Josephina ° Zemst 27/06/1884
d. Jan Baptist & DE GREEF Catharina Virginia echt. DE RAES Josephus Philippus
woonde in Zemst zonder
† Gouda 1918.07.22

SMIT Elisabeth ° Gouda 8/07/1916
d. Henricus & EMOUS Anna Rosalia echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1918.08.01

VAN BALEN Ludovicus ° Lier 25/05/1862
z. Ludovicus & DYCKMANS Theresia echt. VAN DESSEL Maria
woonde in Lier letterzetter
† Gouda 1918.08.13

VAN DER EECKEN Carolus Gerardus Alice ° Antwerpen 5/01/1894
z. Antonius Laurentius & VAN BERCKELAER Philomena echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen Fabrieksarbeider
† Gouda 1918.09.21

BAL Lodewijk Jozef ° Boom 1/04/1896
z. Petrus Joannes & DE PRÉ Maria Coleta echt. ongehuwd
woonde in Boom Fabrieksarbeider
† Gouda 1918.10.26

JACOBS Yvonne Anna Henriette ° Rotterdam 24/03/1918
d. Jacobus & VAN DORST Josephina echt. ongehuwd
ouders woonden in Kalmthout zonder
† Gouda 1918.11.01

ENGERS NN ° Gouda 6/11/1918
z. Guillaume & HENDRIKS Henriette
ouders woonden in Liège
† Gouda 1918.11.06

VAN DOOREN Emile ° Lille (FR) 9/11/1890
z. Guillaume François & VAN OPPENS Maria Louisa echt. BENNEKE Maria Francesca
woonde in Antwerpen werkman
† Gouda 1918.11.13 Militair

ELST Catharina Cornelia ° Essen 11/03/1897
d. Jan Cornelis & BUIJK Johanna Adriana echt. BLOOT Cornelis Marie
woonde in Essen zonder
† Gouda 1918.11.19

VAN BIESEN Isidorus ° Melsele 6/09/1890
z. Eduardus & MORAS Melania Clara echt. ongehuwd
woonde in Melsele metser
† Gouda 1918.11.18

GOETBLOET Maria ° Gouda 5 maanden
d. & GOETBLOET Anna Maria Elisabeth echt. ongehuwd
moeder woonde in Lier zonder
† Gouda 1918.11.20

DERGENT Joannes Cornelius ° Turnhout 30/11/1859
z. Joannes Cornelius Livinus & KNOT Anna Elisabeth echt. ?
woonde in ? Sigarenmaker
† Gouda 1918.11.20

ZANDIJK Alice Maria ° Rotterdam 21/05/1917
d. Christiaan & NEYTS Maria Barbara echt. ongehuwd
moeder woonde in Heist aan Zee zonder
† Gouda 1918.11.21

WENGER Ludovicus ° Antwerpen 5/02/1880
z. Josephus & DUPONT Catharina echt. DE LELIE Louisa Bertina
woonde in Antwerpen Dokwerker-sigarenmaker
† Gouda 1918.11.24 Militair

VAN DEN BERG Joseph ° Rotterdam 7/06/1918
z. Petrus Joannes Celestinus & VAN GASTEL Rosalia echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1918.11.27

DE KEERSMAEKER NN ° Gouda 7/12/1918
z. Jean & VAN DEN BROECK Joanna
ouders woonden in Jette
† Gouda 1918.12.07

VAN HANSEWIJCK Marie Barbe Josèphe ° Mechelen 6/12/1850
d. Gérard Louis & ARDIES Jeanne Marie Françoise echt. DOGAER Jean Baptiste
woonde in Kontich zonder
† Gouda 1918.12.17

VAN WICHEN Gerardus ° Ermelo-Nunspeet (NL) 7/05/1918
z. Nicolaas & STEFFENS Anna Gertrud echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Gouda 1918.12.24

VAN TREECK Antoon ° Venray (NL) 16/02/1855
z. Ferdinand Adriaan & JEUCKEN Jacomina echt. BOGERS Joanna Maria Ludovica
woonde in Antwerpen zonder
† Gouda 1918.12.30

DE BRUIJN Johannes Adrianus ° Vlissingen (NL) 6/11/1834
z. Cornelis Adriaan & DE GROOT Elisabeth Johanna wed. DEGENS Esther
woonde in Brussel zonder
† Gouda 1919.02.06

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Schriek & Grootlo

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Vragenlijst en Stofindeeling.

1.- Bestuurlijke ligging. (Provincie, arrondissement, kanton, gemeente; dekenij).
Natuurlijke ligging der parochie voor zooveel deze ligging van aard is sommige feiten beter in 't licht te stellen. (Ligging belangrijk onder krijgsoogpunt op eene rivier, eene hoogte, nabij eene versterking, enz).

2.- Maatregelen bij den inval getroffen door de Belgische burgerlijke en krijgsoverheid en door de geestelijkheid. (Ontruiming door de bevolking, in veiligheid brengen van kunstschatten en kerkelijke voorwerpen; - vernietiging, door de oorlogsleiding, van beplantingen, huizen, kerktorens; - schade daarbij aan het kerkfabriek of aan godsdienstige stichtingen toegebracht).

3.- Houding der krijgsoverheid. - Gesteltenis der soldaten. - De vrijwillige dienstneming.

4.- Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste dagen van den oorlog. - Eenige feiten in 't bijzonder: kerkelijke diensten, 't bijwonen der Heilige Mis, 't naderen tot de Sacramenten.

5.- De inval van den vijand. - Gevechten op het grondgebied der parochie. - Schade gedaan aan de gebouwen, in 't bijzonder aan kerken, kloosters, pastorijen, scholen, en lokalen dienstig voor de werken. Korte opgave der huizen, in hun geheel of ten deele vernietigd.

6.- Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting: plunderingen, brandstichtingen, moordtooneelen. (Uitvoerige aanteekening nopens de slachtoffers). - De vernietigde gebouwen. - Belangrijkheid der schade, - Opgave der kunstschatten, vernietigd of gestolen en van deze welke in veiligheid werden gesteld (l).

7.- De dagen die op den inval volgden: belastingen, gijzelaars, enz. - Houding van het Duitsche gezag ten opzichte der plaatselijke overheid, der geestelijken en van den eeredienst.

8.- Latere gewelddaden. Inkwartiering, Inbeslagnemingen.

9.- De bezettingsjaren:
a)De kerk. (Herstellings- of hermakingswerken - tijdelijke kerken). De kerkbemeubeling. (Nieuwe aanwinsten, herstellingen). - De klooster- en andere kapellen op het gebied der parochie.
b)De goddelijke diensten. (Hernemen van den dienst na den inval). - Gebruik der kerk of der kapellen op de parochie door den Duitschen, katholieken of protestantschen, aalmoezeniersdienst.
c)De vrijheid van den eeredienst zoo binnen als buiten de kerk. (Lezing der bisschoppelijke brieven, sermonen; - processien, openbare berechtingen, bedevaarten, kerkelijke stoeten).
d)Het bijwonen der diensten en het naderen tot de Sacramenten gedurende de bezettingsjaren. (Plechtige communie der kinderen, vergelijkende tafels 1913-1918). - Buitengewone diensten. -De openbare zedelijkheid.
e)De toestand der vrije scholen. (Opgelegd programma, voertaal, gewoon en buitengewoon schooltoezicht, - uitkeering der schooltoelagen, - het onderwijzend personeel).
f)De patronaten, - werken voor schoolgaanden en werken voor de jeugd, - werken voor volwassenen. (Beperking der vergaderingen door de bezettende macht; - andere oorzaken van ontwrichting). - De liefdadigheidswerken.
g)Het onvoeren der werklieden. (Treffende feiten; - namen der werklieden in Duitschland overleden of later in België door ontbering omgekomen; - overzichtstafels).
h) Ondersteuningswerken. (Aard, bestuur, bijzonder doel, uitslagen). Overzichtstafels. Toestand van werk en nijverheid, armoede.
i) Gerechterlijke vervolgingen. (Namen der beschuldigden, grieven, gerechtsleiding, uitslag van het proces). De politieke gevangenen in Duitschland of in de gevangenis in België gestorven. Eene uitgebreide aanteekening zal aan de terechtgestelden gewijd worden. Oorlogsbelastingen, boeten, uitbuiting der bevolking.

10.- Naam, voornaam en dienststaat der parochiëele geestelijken en ook der andere, zoowel wereldlijke als kloosterlingen, in de parochie gevestigd, met inbegrip der leden der Congregatiën van Broeders, bij de voorvallen betrokken of die tot het leger hebben behoord, als soldaat, ziekenverzorger of aalmoezenier. Hun dienststaat in 't leger.
Korte overzichtstafel der parochianen onder de wapens geroepen of die vrijwillig hebben dienst genomen. - Getal en namen der gesneuvelden in den oorlog, der verminkten, en der soldaten in Duitschland of in Holland gestorven, der krijgsgevangen, der soldaten die zich in den oorlog onderscheidden. Vergelijkende tafel der geboorten en sterfgevallen bij de burgerlijke bevolking van 1913 tot 1918.

11.- Huiszoekingen in kerken of kloosters. - De opname of in beslagneming der klokken.

12.- Feiten van verscheiden aard. De grensversperring, - de aanwervingsdienst over den draad. -Daden van vaderlandsliefde of offervaardigheid. - Plichtverzakingen. - Vaderlandsche betoogingen.

13.- De ontruiming. - Houding der vijandelijke legers. - Voorvallen en misdaden.

14.- De bevrijding. - Intrede der Belgische of verbondene legers. - Godsdienstige plechtigheden. - Terugkeer der gevangenen en uitwijkelingen. - Gedenktekens.

(1) Het blijft verstaan dat de EE. HH. Pastoors, die in 1915 Ons een verslag deden toekomen over de gruwelen door de invallende legers begaan, er mogen bij blijven naar dit verslag te verwijzen, voor zooveel, tenminste, zij er niet aan houden sommige deelen aan te vullen of te wijzig

Parochiaal verslag uit 1915

Transcriptie René Lambrechts

 

1914 Sint Jan-Baptist Schrieck

Kort relaas van hetgeen in Schrieck gebeurd is

Van in de tweede helft der maand Augustus, kwamen hier duitsche verkenners in het dorp: doch zij zegden of deden niets : zij trokken eenvoudig door.

Van begin september kregen we dagelijks honderden en honderden vluchtelingen. Zij kwamen van Haecht, Wijgmaal, Rotselaar, Werchter, Wakkerzeel en Tremeloo.

Dagelijks zakten de Duitschers dichter bij, en de 26e september lagen zij voor Schrieck. Dien dag schoten zij eene oude vrouw (vrouw De Bie) op het veld dood. Zij bedreigden al degenen die de vrouw dierven naderen.

Wij zijn verplicht geweest den nacht af te wachten en te 10 uur 30 ‘s avonds hebben wij ze op het kerkhof begraven.

Zondag 27 september na de vroegmis rukten de Duitschers Schrieck binnen. Bijna gansch de bevolking vluchtte weg. Dien dag hebben de Duitsers een braven jongen Cornelis van Essche 32 jaren oud, doodgeschoten. Zij hebben 8 vreedzame burgers gevangen en naar Duitschland gestuurd.

Op maandag 28 september, dwongen zij eenige burgers die niet gevlucht waren, de kerkdeur open te kappen. Niemand wilde zich tot dit werk leenen. Dan hebben zij het zelf gedaan.

Binnen in de kerk hebben zij de offerblokken opengekapt (er was niets meer in), de deur van het doksaal en de toren. In den toren hebben zij de venster uitgeroeid en nog twee zichtkoten gekapt. In de kerk hebben zij zich meester gemaakt van twee koperen lantaarnen, die dienden voor de berechtingen en van al de bougies. Voorts is de kerk ongedeerd gebleven. Dien zelfden dag hebben zij de hier gebleven burgers opgesloten en zijn beginnen te rooven

Op de pastorij hebben zij al de meubelen opengebroken en leeggeroofd alsook den kelder. Het Coffre fort (=brandkast) is gansch van een gehakt. Een zilveren custode, de heilige olie, het goud van het O.L.Vrouw beeld hebben zij geroofd.

Ook al de winkels en huizen der parochie werden leeg geplunderd.

Dinsdag 29 september en volgende dagen, hebben zij het volk doen stelen en deelden aan het volk uit. hetgeen er nog in de huizen overbleef.

Een veertiental dagen hebben zij hier genesteld.

Twee zondagen zijn er geene diensten geschied in de kerk

Vanaf 15 oktober begon de bevolking terug te komen naar de parochie. Sedert dien is er niets bijzonders meer geschied, dan hier en daar enige aftruggelingen door de Duitschers gepleegd.

Het hulpcomiteit voor voedsel dat wij gesticht hebben, werkt goed en bewijs groote diensten, want het gebrek begint zich te doen gevoelen.

Er zijn 80 mannen van Schrieck die dienen in het leger.

De 14e januari zijn de Duitschers gekomen om te verbieden den herderlijken brief te lezen. Doch hij was reeds afgelezen.

Schrieck 4 februari 1915

Hub. Van Hoof Pastoor

Schriek (Heist-op-den-Berg), Parochie van Sint-Jan-Baptist

Parochiaal verslag 1914-1918

Transcriptie René Lambrechts

 

Parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck

De parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck is gelegen in het zuiden der provincie Antwerpen, op de grens der provincie Brabant.

Vele maatregelen zijn er niet genomen tegen den inval der Duitschers, daar er geene kunstvoorwerpen bestonden, en ook daar de parochie nevens den weg lag, dien de Duitschers volgden om naar Frankrijk te rukken. Wel eenige Duitsche verkenners hebben zich in de parochie vertoond van het midden der maand Augustus 1914, doch die hebben geen kwaad verricht.

Onze gemeente had 90 manschappen in het belgisch leger en 11 vrijwilligers.

Onze belgische soldaten hebben van het begin af veel in onze parochie vertoefd. De overheid was zeer goed alsook de manschappen. Dagelijks waren zij te huis op de pastorij.

Ons volk was zeer rustig; doch vele uitwijkelingen van den omtrek: Wijgmaal, Rotselaer, Tremeloo, kwamen dagelijks onderkomen zoeken in het dorp.

In het begin was ons volk zeer godsdienstig en woonde met iever de goddelijke diensten bij; men naderde veel tot de H.H. Sacramenten; men deed openbare oefeningen van godsvruchtigheid die druk wierden bijgewoond én door de parochianen én door de vluchtelingen.

Op 28 Augustus staken de Duitschers het dorp Tremeloo in brand, ¾ uren van ons. Ook kwamen er dien dag Duitsche verkenners in 't dorp, en maakten 11 burgers gevangen die zij naar Duitschland voerden.

In het begin van September kwam ons leger om de Duitschers in de zijde aan te vallen, langs de streken van Leuven. Alsdan hebben er 900 soldaten in onze kerk vernacht en des anderen daags hebben er 34 priesters: almoezeniers en zieken verplegers, de H. Mis opgedragen.

De belgische soldaten op de vlucht gedreven, kwamen langs ons dorp terug, en alsdan zijn de honderde vluchtelingen die hier verbleven, alsook een groot deel er parochianen weggevlucht. De Duitschers hebben hunne achtervolging gestaakt op een ½ uur van hier.

Op Zaterdag 26 September 1914, waren de Duitschers rond ons dorp geschaard, om hunnen optocht naar Antwerpen te beginnen. Nu lag onze parochie midden in hunnen weg. Op Zondag 27 Oogst (september?) heb ik mijn dienst gedaan in de kerk, doch rond 8 uren kwamen de eerste Duitschers het dorp ingereden, en bijna gansch de parochie is op de vlucht gegaan. Het verslag daarover heb ik ingezonden in ‘t jaar 1915.

In het jaar 1915, heb ik de schade opgenomen, geleden door de familiën der parochie. De bewijzen rusten in de ?? commissie te Antwerpen. Ze beloopt 27.700 fr. Veel heeft onze parochie niet te verduren gehad van de Duitsche bezetting: van tijd tot tijd eene Duitsche bezetting van 10 of 12 soldaten, en eenige straffen voor de gemeente.

Op het einde van September en begin October zijn de goddelijke diensten 14 dagen onderbroken geweest. Ik heb altijd de diensten gedaan onder de bezetting zooals vroeger, behalve in 1918, dat de Duitschers mij zijn komen verwittigen dat ik geene processiën meer mocht doen, zonder bijzondere aanvraag. De bisschoppelijke brieven heb ik altijd ontvangen en ook afgelezen. Eens zijn de Duitschers mij komen verbieden, doch hij was reeds afgelezen. Berechtingen heb ik altijd gedaan, zelfe in 't bijzijn der Duitschers en nooit is mij eene opmerking gemaakt.

Het bijwonen der goddelijke diensten is stillekens aan verminderd, en de geest van godsdienstigheid neemt steeds af. De buitengewone diensten, zooals de wekelijksche mis voor de gesneuvelden, wierd goed bijgewoond, maar is ook niet meer goed bijgewoond. De zedelijkheid laat veel te wenschen.

In het begin 1917, bij het ontvoeren der werklieden, was er eene ware paniek onder ons volk. Onmogelijk alles te beschrijven, doch Pater Stanislas der Minderbroeders te Mechelen heeft dit alles breedvoerig beschreven.

Van een honderdtal die naar de laatste vergadering moesten gaan te Heyst op den Berg, zijn er maar een vijftiental gegaan: deze zijn door de Duitschers ingescheept en naar Duitschland gevoerd. Doch allen zijn gelukkiglijk gaaf en gezond wedergekeerd.

De anderen die niet gegaan waren, hebben zich verscholen. Eenigen zijn aangehouden, en bij allen was de eerste vraag der Duitschers: "heeft uw pastoor u niet aangezet om naar de vergadering niet te gaan?" Gelukkiglijk, niet één heeft mij verraden. Dan is hunne woede gevallen op de gemeenteoverheid, en de burgemeester 80 jaren oud, en twee schepenen, waarvan één 68 jaren, zijn naar het gevang of liever als gevangenen in het militair hospitaal opgesloten geweest van 10 Januari tot 17 Januari (1918). Daar heb ik ze doen verzorgen door mijne zuster die te Mechelen woont.

Politieke gevangenen hebben we niet gehad. De gemeente is in boet geslagen voor 5.150 marken, waaronder eene boet van 1.000 marken, voor het afsnijden van een telegraafdraad, die volgens het algemeen gevoelen door de Duitschers zelfs is afgesneden geweest. Verschillige burgers zijn in boet geslagen: alles te zamen voor 7.836 marken.

Van al onze soldaten zijn er maar 6 gesneuveld.

In onze kerk is er niet eene enkele huiszoeking gedaan: wel de opname der klokken en van 't orgel doch zonder gevolg.

Voor onze bevolking heb ik altijd van 't begin van den oorlog af, met behulp van onzen geneesheer Fl. Vermijlen, de briefwisseling gedaan tusschen de soldaten van 't front en hunne ouders.

De ontruiming is goed verloopen. Niets bijzonders is er gebeurd op hunnen doortocht. Twee nachten heb ik duitsche officieren op de pastorij moeten ontvangen, doch ze zijn zeer voorkomend geweest.

In de kerk hebben we een "Te Deum" van dankzegging gezongen, en een eerelijst met den naam der gesneuvelden is in de kerk opgehangen. Eerstdaags zingen we een plechtige uitvaart voor onze zes gesneuvelden, en de gemeenteoverheid en de burgers worden allen uitgenoodigd.

Onder den oorlog zijn de goddelijke diensten geschied zooals vroeger. Op de Plechtige Communie der kinderen ontbrak er nooit één.

Ziehier de tafel der geboorten en sterfgevallen van 't jaar 1913 tot 1918:

jaar

geboorten

overlljdens

1913

66

31

1914

58

36

1915

58

19

1916

58

48

1917

45

57

1918

43

39

Schrieck, 1 april 1919

Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

Document 2

Het aantal der binnengeroepen soldaten was 90, en het getal vrijwilligers 11.

 

jaar

pi. comm.

1913

32.911

49

1914

33.105

52

1915

32.874

55

1916

31.927

33

1917

32.675

55

1918

33.206

45

Schrieck, 7 Mei 1919

Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

Grootloo Verslag 1915

Zeer Eerw. Heer Deken,

In mijne parochie heeft de Duitsche overheid zich niet verzet tegen het aflezen van den brief van Z. Em. den Cardinaal Aartsbisschop.

Ik heb den brief voorgelezen in drij deelen in de missen op 1, 3 en 10 Januari.

Aanvaard, zeer Eerw. Heer Deken, de eerbiedige groeten van uwen dienaar in J.C.

Vermeerbergen past.

Grootloo 2 Februari 1915

Schriek-(Grootlo) (Heist-op-den-Berg), Parochie van de Heilige Naam Jezus

Parochiaal verslag 1914-1918

Transcriptie René Lambrechts

Parochie Den Soeten Naem Jesus te Grootloo

1. Parochie van Grootloo, gemeente Schrieck, Kanton Heyst op den Berg provincie Antwerpen. De parochie strekt zich ook uit op een gedeelte der gemeenten Tremeloo en Keerbergen, provincie Brabant. Door beslissing van Zijne Hoogwaardigheid den Aartsbisschop van Mechelen van 25 October 1906, werd dit laatste gedeelte aan de parochie toegekend.

2. Bij het begin der vijandelijkheden werden de registers en de kostbaarste heilige vaten in veiligheid gebracht.

4. Gedurende de eerste weken van den oorlog had het volk een groot betrouwen gesteld op het H.Hart. Het getal communiën vermeerderde merkelijk, de kerkelijke diensten werden druk bijgewoond; ’t was eenieders overtuiging dat deze streek ging gespaard blijven.

5. In den voormiddag van 19 Oogst vertoonen zich de eerste uhlanen. Het vijandelijk leger bezet het zuidelijk deel der parochie.

Op 21 Oogst wordt de parochie door enige Duitschers bezet die van hier dagelijks op verkenning uitgaan in de richting van Lier. Niemand wordt lastig gevallen.

Den 25 Oogst trekt de bezetting terug vervolgd door eene afdeeling belgische ruiterij en cyclisten. In Werchter en Haecht wordt er gevochten tot 's anderdaags in den namiddag. De Belgen worden teruggeslagen en tot hier door den vijand vervolgd.

Twee jongelingen werden door den vijand aangehouden, zij zouden onmiddelijk gefusilleerd worden. Op enige meters afstand van de soldaten geplaatst met de armen opgeheven wachtten zij het vonnis af. De 1e Henri Collaer werd op den slag dood, de 2e Karel Moris onderwijzer te Langdorp werd niet getroffen en vluchtte weg.

Op 28 Oogst terwijl gansch het dorp Tremelo in brand staat worden ook vijf huizen der parochie in brand gestoken. Ondertusschen worden talrijke huizen op den grooten weg van Tremeloo naar Heyst op den Berg leeggeplunderd. De bevolking is bijna totaal op de vlucht gegaan; de weinige mannen en vrouwen die hunne huizen niet verlaten hebben worden aangehouden en moeten het leger vergezellen. Tegen den avond worden eenigen losgelaten, anderen opgesloten in de kerk van Werchter, weinigen worden ’s anderendaags meegevoerd tot Saventhem en daar losgelaten. Eenige burgers die gevlucht waren naar den kant van Heyst op den Berg, werden daar denzelfden dag gevangen genomen opgesloten in de kerk van Aerschot en later naar Duitschland vervoerd.

 Op 29 Oogst blijven slechts kleine wachten Duitschers op de oevers van Demer en Dijle. Dagelijks worden hier schoten gewisseld tusschen Duitsche en Belgische patrouilles.

Op 3 september wordt in de nabijheid gevochten tusschen sterke patrouilles Duitschers en Belgische carabiniers.

Op 5 September wordt volgens bevel der Belgische overheid, het rundvee binnen den fortengordel van Antwerpen gebracht. Door dien maatregel wordt de bevolking ten zeerste getroffen. Het vee kwijnt weg omdat er noch stalling noch voeder voorhanden is.

Op 6 September worden de oudste en jongste burgers die te Aerschot opgesloten zitten vrijgelaten. Op 7 September botsing tusschen sterke patrouilles in de nabijheid van de parochie.

Van 9 September 's morgens tot 13 September 's avonds wordt de parochie door de Belgen bezet, en intusschen wordt er gestreden in de richting van Leuven en Mechelen. Toen op 13 7ber de kerk van Haecht en op 15 7ber de kerk van Werchter waren afgebrand, bleef de bevolking niet meer kalm, velen gingen op de vlucht en de diensten in de kerk hielden op. De parochie blijft tusschen de twee vijandelijke kampen tot op 26 7ber wanneer de Duitschers beginnen op te trekken tegen Antwerpen. Op dien dag werd eene vrouw der parochie Petronella Goris door eenen Duitschen soldaat neergeschoten toen zij over den steenweg wilde stappen.

Op 28 September werden nog twee inwoners der parochie die buiten hunne woning aangetroffen werden gevangen genomen en naar Duitschland vervoerd.

9. Tijdens den doortocht van het leger bleef de kerk gespaard. Ook werd er door de bezettende macht iets gedaan, om de vrijheid van den eeredienst te belemmeren. Nochtans om niet gedwongen te zijn de toelating der bezetting te vragen, werden de processiën buiten de kerk geschorst.

Gedurende de bezettingsjaren verminderde het bijwonen der goddelijke diensten en het getal communien. Velen hielden zich met smokkelhandel bezig ook op de Zondagen. ’t Verminderen van de communiën tijdens de week was meest toe te schrijven aan ’t vervroegen der officieele uur.

De plechtige communie der kinderen had plaats gelijk voor den oorlog, geen enkel kind ontbrak.

In 1913

getal kinderen  21

In 1914

getal kinderen  19

In 1915

getal kinderen  15

In 1916

getal kinderen  16

In 1917

getal kinderen  33

In 1918

getal kinderen  21

 

Werklieden werden ontvoerd: vier te Aerschot den 23 November 1915, drie te Heyst op den Berg den 6 Januari 1916, van deze drij laatsten waren twee in ’t geheel geen werkeloozen. Allen kwamen welbehouden terug, alhoewel zij veel hadden geleden. Geen enkele had een kontrakt geteekend. Zes anderen hebben zich niet willen aanbieden. Zij hebben zich verscholen gehouden totdat de bezetting verklaarde dat zij niet meer zouden ontvoerd worden. Toch werden zij veroordeeld tot eene boete van 40 mark omdat hun eenzelvigheidsbewijs niet was afgestempeld. Langen tijd heeft de bezetting nog onderzocht of deze laatste jongelingen niet weggevlucht waren op aanraden der geestelijken.

10. Van de parochie werden 20 jongelingen onder de wapens geroepen en drij hebben vrijwillig dienst genomen in ‘t leger. Een enkele is gesneuveld te Haecht den 12 September 1914.

11. Geene huiszoeking had plaats in de kerk, tenzij bij den doortocht van ’t leger in 1914, en voor de opname der klokken.

1913

overlijdens 11

geboorten 44

1914

overlijdens 20

geboorten 39

1915

overlijdens 11

geboorten 36

1916

overlijdens 13

geboorten 24

1917

overlijdens 21

geboorten 21

1918

overlijdens 13

geboorten 24

 

De ontruiming verliep rustig. Een verongelukte Duitsche soldaat werd op ’t kerkhof begraven. Al de gevangenen en uitwijkelingen zijn in hunne haardsteden teruggekeerd.

Schriek Grootloo 6 April 1919

F Vermeerberge pastoor

F. Storms P. Claes leden van den Fabriekraad der Kerk

  

Gesneuvelden of overleden aan de gevolgen van mosterdgas

August Van Calsteren, zoon van Frans en van Antoinette Van den Broeck, is gesneuveld te Haacht, op 12 september 1914.

Victor Janssens, geboren in 1883, gehuwd in 1910 en vader van 3 kinderen. Kwam na zijn huwelijk in Grootlo wonen. Tijdens zijn dienst aan het front werd hij in de loopgraven getroffen door mosterdgas. Sterft op 24 juli 1922 en werd begraven op het kerkhof te Grootlo,

Philibert Op De Beeck vluchtte bij het uitbreken van de oorlog, met zijn familie maar Frankrijk. Tijdens zijn verblijf daar werd hij opgeroepen om zijn militaire dienst te doen. Enkele maanden later vertrekt hij naar het front in de omgeving van Diksmuide. Hij komt om in de dodengang van Stuivekenskerke, op 18 maart 1918 Hij ligt begraven  op het divisiekerkhof te Steenkerke (grafnummer 197).

 De aftocht van de Duitsers in november 1918 verliep vrij rustig. Een verongelukte Duitse soldaat werd hier op het kerkhof begraven op 15 november 1918.

Om dat hoofdstukje af te sluiten volgen hier het aantal geboorten en overlijdens tijdens de oorlogsjaren 1914-1918.

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Tremelo

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Tremelo, Parochie van OLVrouw van Bijstand

Transcriptie René Lambrechts

 

Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo

Bl. 1

De Deutschers in de Gemeente Tremeloo

19 augustus 1914.

  Den 19 augustus deden de Deutschers hunne intrede in Tremeloo. In den voormiddag verscheen er een Deutsche patrouille die binnendrong in het postkantoor en in het bureel der tramstatie waar zij alles doorzochten.

  Op de gehuchten Geetsvondel en Veldonck boden de Belgen (5e en 6e linieregiment) wederstand aan de overweldigers. Dit had voor gevolg dat op Veldonck en Geetsvondel dien dag 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Deutschers verrast geworden en gevlucht onder zijnen oven. Hij werd door de Deutschers niet opgemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

  Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel hebben de Belgen zes doden en een gekwetste achtergelaten. De gekwetste, zekere Verhooft, werd enkel gevonden den volgenden dag en door den eerw. Heer pastoor bediend van de H.H. Sacramenten.

Aankomst der Deutschers in het dorp.

  Het was den 19 augustus 5 u. namiddag. Gansch de bevolking was gevlucht uitgenomen vier of vijf ouderlingen, twee zieken en den eerw. Heer pastoor. Toen de Deutschers het dorp naderden ging de eerw. Heer pastoor hen te gemoet en vroeg of zij van hem eenigen dienst verlangden? Zij vroegen brood. Daar de eerw. Heer pastoor geen brood meer had bood hij hen drank aan, namelijk bier of wijn; dovh zij weigerden en stelden zich tevreden met water dat zij op verzoek van den eerw. Heer pastoor haalden op de pastorij. Verder was hun werk de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, Kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan braken ze binnen in de verlaten huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de enkele woningen waar bewoners thuis gebleven waren werd niets weggenomen. Ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Deutschers zich heel fatsoenlijk.

  Een feit heeft plaats gehad waarvan ik mij de betekenis niet kan voorstellen. Toen de eerw. Heer pastoor juist voor den ingang der pastorij met den hoofdman der Deutschers in gesprek was, werd hem door een soldaat eene doos met kardoezen van 16 millim. aangeboden.

Bl. 2a

De hoofdman deed met de hand een afwijzende beweging en de soldaat met zijn kardoezen verdween.

Twee burgers gedood.

  Terwijl de Deutschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw met drie klein kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen open gevonden en kon niet verder. Nu kwam ze weenend terug te Tremeloo aan. De eerw. Heer pastoor deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Deutscher ontmoet die haar zegde dat zij mocht gerust zijn, dat haar geen kwaad zou geschieden. Zij vertelde ook dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk had zien liggen van een burger. Toen de eerw. Heer pastoor dit hoorde begaf hij zich naar de Deutschers en vroeg aan den hoofdman of het hem niet zou believen twee mannen mede te geven naar de plaats door de vrouw aangewezen. Die vraag werd aanstonds ingewilligd en de hoofdman zelf met twee zijner soldaten vergezelde den eerw. Heer pastoor tot bij het lijk.

  Het was het lijk van een jongeling van 22 jaren genaamd Aloysius Van Geel, zoon van den eersten schepen der gemeente. De hoofdman der Deutschers beweerde dat dit het lijk was van een belgische officier verkleed in burger, en hij voegde er bij papieren te bezitten van den overledenen die zulks bevestigden. Misschien had men op den gedooden een eenzelvigheidsbewijs gevonden met de melding “Korporaal der burgerwacht”. Dit is maar een veronderstelling, doch met zekerheid weet ik het niet. Twee dagen later werd omtrent dezelfde plaats in eene gracht met hout beplant het lijk gevonden van den genaamden Frans Schepers, vader van zes kinderen. Beiden werden met de bajonet doorboord. Ik stel mij voor dat zij gedood werden op de volgende wijze.

  Van Geel en Schepers alvorens te vluchten waren nog eens den steenweg naar Werchter opgereden (zij waren per velo). Halverwege werden zij verrast door de Deutschers die toen bevolen stil te houden. Van Geel werd eerst onderzocht en zijne papieren nagezien. Het noodlottig eenzelvigheidsbewijs met de melding “Korporaal der burgerwacht” werd gevonden. Hij werd voor officier aanzien en onmiddellijk met de bajonet doorbooord. Schepers dit ziende wilde vluchten, doch hij werd eenige stappen verder achterhaald en onderging hetzelfde lot. Al wat Van Geel en Schepers op zak hadden, ook hun geld, werd op hunne lijken teruggevonden.

Bl. 2b

Waarom gebrand.

  Toen de eerw. Heer pastoor met den hoofdman der Deutschers voorbij een huis ging dat brandde, verklaarde deze laatste dat men van uit dit huis op hen geschoten had, gelijk ook van uit de andere huizen. Dit is niet alleen onwaar, maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes, van wien ik hoger gewaagd heb, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Deutschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. Al de huizen werden in brand gestoken.

Tweede bezoek der Deutschers.

  Omtrent een uur na de intrede der eerste Deutschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. Deze gedroegen zich weerom fatsoenlijk ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de burgers die hunne woning niet verlaten hadden. Zij vroegen wijn; doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen.

  Toen deze soldaten zich in het dorp bevonden, juist nabij het gemeentehuis, bemerktten zij een persoon die, twee of drie honderd meters verder, over een veldweg ging. Onmiddellijk werd er op geschoten; doch gelukkiglijk werd de mensch, een ouderling van ruim 70 jaren, niet getroffen.

Deutsche patrouilles.

  Van den 20 augustus tot den 23 kregen wij in Tremeloo regelmatig het bezoek van Deutsche patrouilles. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald; men gaf hun eten en drinken (vooral bier en melk); fruit en cigaren.

  Deze patrouilles waren in het algemeen ook beleefd en zelfs vriendelijk. Zij spraken met de burgers als oude kennissen en trachten de bevolking gerust te stellen. Zij gaven den raad niet weg te vluchten : als de burgers rustig blijven, zegden zij, zullen de Deutschers hen ook geen kwaad doen.

  Twee zonderlinge gezegden dezer patrouilles verdienen hier aangestipt te worden. Den 21 augustus vertelde een deutsche soldaat dat Leuven geheel vernietigd was, dat er van die schoon kerken niets meer overbleef dan puinhoopen, dat de burgers er op de Deutschers geschoten hadden. Later toen ik vernam dat Leuven den 25 augustus was verwoest geworden, was ik dan ook niet weinig verwonderd …

Bl. 3a

  Tien Deutsche soldaten waren gedurende twee dagen in den kost geweest bij eenen landbouwer der parochie Grootloo. Toen zij vertrokken gaven zij aan den boer den raad weg te vluchten wanneer hij het kanon dichtbij zou hooren, want, zegden zij, dan branden wij alles af.

Uitval der Belgen.

  Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van een belgische patrouille en tegen den avond kwam een gepanstert automobiel der belgen om een deutsche patrouille aan te randen. Den 24 augustus tegen den avond werden de Deutschen door belgische troepen uit Werchter verjaagd en ’s anderendaags werd er tusschen Deutschers en Belgen een gevecht aangegaan met gevolg dat tegen den avond de Belgen de terugtocht namen naar de forten. Na het vertrek der Belgen kwam een afdeeling Deutsche cavalerie door het dorp zonder eenige schade aan te richten. Alles bleef rustig tot den 27 tegen den avond. Toen werden op een honderd meters afstand van de pastorij twee huizen in brand gestoken. Het is alsdan dat pastoor en onderpastoor de pastorij verlieten om den nacht door te brengen, de eerste op de pastorij te Bael, de tweede op het gehucht genaamd Bolloo. Den 28ste in den morgend meende de eerw. Heer pastoor naar Tremeloo terug te keeren; doch halverwege werd hij door de parochianen gewaarschuwd dat de Deutschers alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf de eerw. Heer pastoor zich door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar hij eenige ogenblikken later samen met den eerw. Heer Wouters pastoor van ’t Goor, aangehouden werd.

Waarom het dorp afgebrand?

  De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich ten opzichte van de Deutschen van ’t begin af zeer correct gedragen en zich aan geen geweldaden plichtig gemaakt. Den 18 augustus, wel is waar, werd een Deutscher door de burgerwacht gevangen genomen, doch deze werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Deutschen honger leden was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

  Personen die den 28ste augustus aan de Deutschers vroegen waarom zij Tremeloo afbranden, kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten! Die verklaring “men heeft te Leuven op ons geschoten” werd reeds gedaan den 21 augustus door Deutsche patrouilles.

Bl. 3b

Op aanraden van die patrouilles waren eenige menschen den 28ste t’huis gebleven. Zij werden door de Deutschers genoodzaakt hun huis te verlaten zonder nog iets mogen te redden en, in hunne tegenwoordigheid werd hunnen woning in brand gestoken. Onder de inwoners die aldus behandeld werden bevond zich een oude vrouw van ongeveer 80 jaren; deze werd met andere inwoners naar Werchter gebracht en in de Kerk opgesloten. ’s Anderendaags nochtans mocht zij naar de rookende puinen harer woning terugkeeren.

  Den 28ste augustus werden te Tremeloo 174 woningen en gebouwen afgebrand : dit maakt met de 40 woningen afgebrand den 19 een totaal van 214 woningen en gebouwen.

Plundering.

  Wat door de vlammen niet verslonden was werd geplunderd, deels door de Deutschers, deels door de burgers. Deze laatste hebben zich vooral meester gemaakt van winkelwaren en kleederstoffen.

  In ’t begin van september werd Tremeloo terug bezet door de Belgen en vanaf den 13 september wederom door de Deutschers. Tusschen 13 en 28 september hebben deze laatste op de pastorij al het linnengoed, dekens en ook al den wijn weggenomen; twee brandkassen opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven 300 à 400 fr. in geld.

  In de kerk hebben zij het tabernakel-brandkast, de brandkast der sacristij en eene anderen ijzeren kast opengebroken en het grootste deel der gewijde vaten geroofd. Het H. Sacrament was gelukkig weggehaald door den eerw. Heer pastoor van Bael den 10e september.

  Het geroofd zilverwerk hebben twee Deutschen beproefd te smelten. Toen zij met dit werk bezig waren kwam er bevel onmiddellijk te vertrekken en daardoor werden zij genoodzaakt hunnen buit achter te laten. Zij wierpen het zilverwerk half gesmolten en verbrijzeld in eenen waterput waar het later teruggevonden werd.

  Het priestergewaad werd in de kerk opengeworpen te midden van stof en vuiligheid. Terwijl Deutsche soldaten de brandkasten openbraken zijn Deutsche officieren in de kerk geweest en hebben maar laten begaan.

  Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Deutsche officier die twee zusters in ’t klooster heeft en goed katholiek is. Deze was verontwaardigd over hetgeen in de kerk gebeurd was en trachtte nog te redden wat kon gered worden. Hij liet het priestergewaad alsook de stukken van de zilver eremonstrans, een kelk en een ciborie overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben.

Bl. 4a

Deze officier heeft bij de eerw. Zusters van Schrieck een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijn bloedverwanten te doen geworden.

  In de kerk werden ook al de offerblokken opengebroken; een beeld van den H. Dionysius werd de handen afgeslagen; eene statie van den kruisweg werd beschadigd waarschijnlijk door een schrapnel; drie geschilderde ramen nog onlangs geplaatst werden beschadigd door schrapnels; de vunt werd door de soldaten gebezigd om zich te wasschen en was gansch bevuild; het dak van kerk en toren werden erg beschadigd.

Verdwenen of beschadigde voorwerpen
Gewijde vaten en zilverwerk

2 zilvere kelken waarvan een in geslagen zilver van 1772
1 ciborie;
1 zilvere remonstrans;
1 kopere remonstrans verguld;
2 zilvere kronen van O.L.Vr. en van het kind Jezus;
1 zilvere kroon van de H. Barbara
1 zilvere toren van de H. Barbara
1 zilvere scepter van O.L.Vr.
  -half gesmolten of verbrijzeld

2 gouden ketingen geofferd aan O.L.Vr.
Een kruis en een hart in zilver bezet met 73 diamanten gebruikt tot versiering der remonstrans
2 zilvere potjes der H. Olie en Chrisma;
Eene zilvere schotel met twee zilvere ampullen hebbende oudheidkundige weerde
  -verdwenen

Andere metalen voorwerpen.
Vier koperen kandelabers van 3 bougies;
Eene kopere bel;
2 tinnen schotels;
  -verdwenen
Het tabernakel-brandkast opengebroken en erg beschadigd; de brandkast der sacristij uit den muur gehaald en verbrijzeld; eene oude ijzeren kast verbrijzeld.

Linnen
7 alben verdwenen en eene albe den kant afgescheurd;
13 altaardweilen verdwenen;
8 biechtroketten verdwenen;
Zijn ook verdwenen een aantal corporalen en punsicatorium.

Priestergewaad
Eene … zwarte koorkap verdwenen;
Vele kazuivels min of meer beschadigd.

Bl. 4b

Processiegewaden.

Eene mantel van O.L.Vr. gansch verscheurd;
Eene groote hoeveelheid kleederen om in deprocessie door kinderen en jonge dochters gedragen te worden, verdwenen of geheel en al onbruikbaar teruggevonden.
Symbolen en andere processieversiersels verdwenen of onbruikbaar teruggevonden.

Andere voorwerpen
2 klokzeelen door de Belgen medegenomen;
85 pond was verdwenen;
40 pakken bougies
Een lange bamboustok.
Bij dit alles te voegen de schade veroorzaakt aan deuren, vurst, vensterramen, stoelen, offerblokken, bedden, enz.

Gevangen genomen Burgers.

  18 burgers van Tremeloo werden door de Deutschers gevangen genomen en naar Deutschland overgebracht, namelijk :
De eerw. H.H. Pastoor en onderpastoor, gevangen den 28ste augustus en weergekeerd den 20ste December;
Alfons Michiels, Lod. Van Vlasselaer, J.B. Goeron, Lod. Haegemans, Pepinus Torfs en Frans De Preter, gevangen genomen den 28ste augustus en weergekeerd op het einde van Februari;
Lod. Van Vlasselaer en zijn zonen Frans en Jan Baptist, Frans Corebunders, Frans Van Eyken, Livinus Schoovaerts en Victor Ruttens gevangen genomen rond half september en weergekeerd in ’t begin van Februari;
Eduard Van Leemputten, Martinus Goeron en Jan Van Goolen, gevangen genomen rond half september en weergekeerd 6 weken naderhand.

  Buiten deze werden nog ander personen gevangen genomen en een of meer dagen opgesloten hetzij in de Kerk te Aerschot, hetzij in de Kerk te Werchter. Onder de personen een of meer dagen gevangen gehouden in de Kerk te Werchter bevonden zich ook vrouwen en oude menschen.

Bl. 5a

TREMELOO

Gedurende den grooten oorlog

I.

Bestuurlijke ligging.


  De gemeente Tremeloo gelegen in het noorden van de Provincie Brabant, maakt deel van het arrondissement Leuven en het kanton Haecht. De parochie behoort tot de dekenij Haecht.

  De gemeente Tremeloo bevindt zich op den steenweg van Werchter naar Lier. Het is langs dien steenweg dat de belgische troepen der bezetting van Antwerpen eenen uitval deden den 25 augustus 1914, en daarna wederom in het begin van september. Bij den eersten uitval werd de Deutsche bezetting van Werchter gebombardeerd van uit Tremeloo. Daaraan is het waarschijnlijk toe te schrijven dat Tremeloo door de Duitschers afgebrand werd den 28 augustus 1914. Zoo was het ook gebeurd den 19 augustus bij de eerste intrede der Duitschers. Belgische troepen van het 5e en 6e linieregiment hadden loopgrachten gegraven op het gehucht Veldonck. Van uit die loopgrachten en ook van achter andere verdedigingswerken in der haast door de belgische soldaten opgeworpen, werd tegenstand geboden aan de eerste Duitsche troepen. Deze tegenstand had voor gevolg dat bijna geheel het gehucht Veldonck door de Duitschers moedwillig afgebrand werd onder voorwendsel dat men vanuit de huizen op hen geschoten had.

  Het gehucht Veldonck is gelegen op den steenweg van Tremeloo naar Aerschot, die te Geetsvondel, op ongeveer drie kilometer van Tremeloo-dorp, samenkomt met den steenweg van Aerschot-Werchter-Brussel. Deze laatste steenweg werd gevolgd door eene groote menigte Duitsche troepen.

II.

Maatregelen bij den inval getroffen door burgerlijke en geestelijke overheid.


  Bij het naderen van den vijand had de burgerlijke overheid de burgerwacht ontbonden en alle vuurwapens doen binnenbrengen in het gemeentehuis. Het is aldaar dat die wapens door de eerste Duitsche troepen verbrijzeld werden.

  Elken zondag van op den predikstoel trachtte de eerw. Heer pastoor de parochianen tot kalmte op te wekken. Den zondag 9 augustus werden van op den predikstoel aan het volk de volgende woorden voorgelezen :

Bl. 6a

“indien de Duitschers in de parochie komen dan moet iedereen zich wel wachten van iets te miszeggen of te misdoen, wel integendeel aan de duitsche soldaten eten en drinken geven dit is het gekenste middel om moord en plundering te vermijden.”

  Daar ik niet voornemens was de parochie te verlaten, achtte ik de gewijde vaten voldoende in veiligheid in de brandkasten der Kerk. Ik kon niet gelooven dat de legervoerenden er zouden toe overgaan deze te verbrijzelen ingezien de particuliere eigendom en vooral de eigendom der Kerk door de Conventie van den Haag onschendbaar was verklaard.

  Bij het naderen van den vijand had gansch de bevolking, op eenige uitzonderingen na, de gemeente verlaten. Waren in de gemeente gebleven : Eerw. Heer pastoor Van Winkel en zijne meid; Evrard Godier en zijne zieke huisvrouw Julia Wouters; Joanna Maria Van Camp, zieke ouderlinge van 86 jaren en Maria Bosmans; Norbert Heylichen; Eduard Van Leemputten en zijne huisvrouw Angelina Wenderickx; Maria Teresia Vereecken. Al dezen waren ouderlingen uitgenomen de Eerw. Heer pastoor en zijne meid. Enkel twee van die ouderlingen zijn thans (1919) nog in leven Evr. Godier en Ed. Van Leemputten. Drie personen die meenden te vluchten werden door de aankomst der Duitschers verrast en verloren het leven zoals wij verder zullen zien.

III

A. Houding der krijgsoverheid.


  Tremeloo is driemaal bezocht geweest door afdeelingen van het belgisch leger, namelijk den 19 augustus, den 25 augustus en in ’t begin van september.

  Den 19 augustus hebben de belgische troepen hier niet vernacht; zij zijn aangekomen in den voormiddag en tegen den middag reeds vertrokken. Ik heb de generaal en twee zijner officieren bij mij op de pastorij ontvangen; hunne namen ben ik vergeten. Van den generaal heb ik alsdan vernomen dat er spraak was den kerktoren te doen springen, doch op het ogenblik dat daarover gehandeld werd, hoorde men op geringen afstand een kanonschot en orde werd gegeven om te vertrekken.

  Ik vroeg nog aan den heer generaal of er voor mij en andere burgers gevaar bestond ter plaatse te blijven en de komst van den vijand af te wachten? Zijn antwoord was wijfelend. ’t Is, ging ik verder, dat ik meen dat het mijn plicht is hier te blijven. Dit meen ik ook, gaf hij voor antwoord.

Bl. 6b

  De belgische troepen die hier den 25 augustus aankwamen hadden aan hun hoofd generaal De Witte. Generaal De Witte met zijnen staf heeft vernacht op de pastorij. Moed en kalmte kenschetsten den generaal en zijne officieren.

  Een mijnen opzichte waren al de belgische officieren, met dewelke ik alsdan in aanraking geweest ben, in de hoogste mate voorkomend en beleefd.

B. Gesteltenis der soldaten.

  De opgeroepenen van Tremeloo ontvingen veelal de tijding hunner oproeping onder de wapens met neerslachtigheid en tegenzin. Aan dezen regel waren er nochtans loffelijke uitzonderingen. Later, wanneer de wreedheden van den vijand bekend wierden, is de vaderlandsliefde bij allen levendiger geworden en verscheidene soldaten van Tremeloo hebben zich onder den oorlog eerlijk onderscheiden.

  In den nacht van 24 tot 25 augustus 1914 werd Tremeloo bezet door eene afdeeling Belgische troepen onder leiding van generaal De Witte. De burgerlijke bevolking was gevlucht omdat men een gevecht op het grondgebied der gemeente vreesde, zoodat de verlatene huizen geheel en al ter beschikking waren van de belgische soldaten. ’s Anderendaags was in de huizen alles letterlijk vernield of geschonden. Ik heb een winkel gezien waar al wat er in den winkel was, dooreengeworpen lag op den vloer. De verbittering der bevolking om die handelwijze der belgische troepen was alsdan uitnemend groot, en die verbittering zou lang voortgeduurd hebben hadden de Duitschers zich niet gelast de sporen van die verwoesting te doen verdwijnen met de huizen af te branden.

  Den 24 augustus kwam een belgische soldaat die den volgenden dag aan den aanval zou deel nemen, zich bij mij aanbieden om zijne biecht te spreken.

  Den 25 augustus, terwijl het gevecht te Haecht en te Wackerzeel woede, had ik mij tijdelijk van huis begeven. Toen ik een weinig na den middag op mijne pastorij terugkeerde, vond ik deze bezet door een aantal belgische gendarmen die een welgemeend bezoek brachten aan mijnen kelder en den vloer overstroomd hadden met wijn. Naderhand kon ik bestatigen dat zij ook huiszoeking gedaan hadden. Ik had eenige gedenkenissen van gesneuvelde soldaten verzameld met het gedacht deze later aan hunne familie te bezorgen, onder deze was er een geldbeugel die 5 fr. inhield : dit geld werd weggenomen door hoogervermelde belgische gendarmen.

Bl. 7a

  Deze feiten heb ik alhier willen aanstippen uit onpartijdigheid, en ook om aan te toonen dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tusschen de misdrijven begaan door eenvoudige soldaten op eigen krachten, en tusschen de misdrijven bevolen door de krijgsoverheid.

C. vrijwillige dienstneming.

  In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers van Tremeloo. Later hebben eenige die gevlucht waren of van de Duitschers geleden hadden, als vrijwilligers het leger vervoegd.

IV

Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste weken van den oorlog.


  De eerste weken van den oorlog was de burgerlijke bevolking zeer ter neer geslagen. Er werd weinig gewerkt. Sommige zelfs hadden den moed niet hunnen oogst in de schuren te halen en verschoven zulks van dag tot dag, tot dat de tijding kwam dat de belgische krijgsoverheid de paarden opeischte. Dit was voor de moedeloozen een spoorslag : om zich niet aan zwaarderen arbeid bloot te stellen, maakten zij spoedig van hun paard gebruik om den oogst binnen te halen.

  Hier en daar ontmoette men hoopjes volk waaronder maar over een ding gesproken werd : de oorlog. Gansch in het begin, wanneer de dagbladen spraken van belgische overwinningen te Luik, werd de houding van Koning en ministerie door het volk algemeen goedgekeurd; doch, toen de eerste gekwetsten te Leuven aankwamen werd al eens gezegd : men had hem maar moeten laten doortrekken. Dit kenschetst het gewoon volk dat doorgaans eene daad oordeelt volgens den uitslag.

  In het algemeen werden gedurende die eerste weken de kerkelijke diensten beter bijgewoond dan vroeger, bijzonder de mis in de week en het lof; nochtans moet ik in alle rechtzinnigheid bekennen dat die geestelijke verbetering op verre na niet aan mijn verwachting beantwoordde. Honderden menschen die den ganschen dag niets verrichtten, gaven zich evenwel de moeite niet om naar de kerk te komen : van dan af waren er velen die morden tegen de goddelijke voorzienigheid.

  Ik had op den predikstoel gezegd dat God de oorlog en dergelijke plagen toelaat om de menschen tot inkeer te brengen; dat de zonden der menschen zoowel in het nieuw als in het oud testament de oorzaken waren van openbare straffen.

Bl. 7b 

Ik had het voorbeeld aangehaald der Ninivieten en het volk eveneens tot boetveerdigheid en godsvrucht opgewekt :sommige vreesden niet met mijne woorden den spot te drijven en wanneer den 19 augustus een veertigtal huizen der parochie in asch gelegd werden, dan waren er die uitriepen : God straft de menschen, nu ziet men wel welke straf verdiend hebben! Negen dagen later werden de huizen van wie zoo spraken insgelijks de prooi der vlammen.

  Tremeloo stond vroeger bekend voor zijne baldadige en buitensporige kermissen. De kermis van Tremeloo werd jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus. Eigenaardig toeval of zonderlinge schikking der voorzienigheid, Tremeloo werd door de Duitschers in asch gelegd den 28 augustus, juist twee dagen voor den laatsten zondag van die maand.

  De eerste weken van den oorlog waren er ook meer communiën, doch wederom niet zooveel als men zou hebben mogen verwachten. Ziehier een vergelijkende tafel der communiën uitgedeeld sedert 1913 :
In 1913 werden uitgedeeld 15600 communiën
1914   15600
1915   20100
1916   24300
1917   18600
1918   17900
In 1913 en 1914 werd nagenoeg hetzelfde getal communiën uitgedeeld; doch in 1914 bleef de parochie twee maanden lang zonder priester zodat men moet besluiten dat het getal communiën voor 1914 gestegen was.

V

Inval van den vijand – Gevechten op het grondgebied der parochie.


  Den 19 augustus 1914 deden de Duitschers hunne intrede in Tremeloo. Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel boden belgische troepen behoorende tot de 5e en 6e linieregimenten wederstand aan de overweldigers. Zes belgische soldaten zijn op dien dag op het gehucht Veldonck gesneuveld voor het vaderland; een zekere Verooft, werd erg gekwetst aan de rechterwang. Den 20ste augustus gevonden door de bevolking, heb ik hem het H. Oliesel toegediend en doen overbrengen naar het klooster van Betecom. De zes gesneuvelden werden begraven op het kerkhof alhier op vrijdag 21 ste augustus.

  Ik had zorgvuldig verzameld al wat de gesneuvelden op zich hadden ten einde dit later aan de familie te bestellen.

Bl. 8a

Doch al deze voorwerpen zijn tijdens mijn ballingschap in Duitschland verloren geraakt. Een naam herinner ik mij nog, het is een zekere Breyne van Gheluwvelt. De familie van een tweede woont in de paleizenstraat te Schaerbeek; een derde was geboortig van O.L.Vr. Thielt. De drie andere waren geboortig uit het Walenland. Hunne medaliën met hun stamnummer heb ik overhandigd aan generaal De Witte den 25 augustus.

  De wederstand der Belgen op het gehucht Veldonck den 19 augustus had voor gevolg dat dien dag op Veldonck en Geetsvondel 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Duitschers verrast geworden. Uit schrik vluchtte hij onder zijnen oven. Hij werd door de Duitschers niet bemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

  Den 12 of 13 september, na den uitval uit Antwerpen, had een tweede gevecht plaats op het grondgebied der parochie. Na dit gevecht werden de lijken van vijf belgische soldaten voorlopig ter aarde besteld door de genaamde Joseph Wouters. Het waren die van twee carabiniers voor zooveel Wouters zich herinnert geboortig van Deerlijk en Schellebelle; van een grenadier; van een lancier en van een piot. Deze lijken werden later overgebracht naar het kerkhof.

  Tijdens dit gevecht werd het dak van toren en kerk erg beschadigd door de mitraljeuzen. De kerk werd getroffen door drie bommen (schrapnels). Eene verbrijzelde geheel en al de venster der vunt. Eene tweede kwam te recht boven een der kerkramen. Zij maakte een groot gat in de metserij ( voor de herstelling werden 1100 steenen gebezigd) en verbrijzelde gedeeltelijk de geschilderde raam waarboven zij te recht kwam. Twee steenen werden door de kerk geslingerd en kwamen te recht in eene geschilderde raam aan den tegenovergestelden kant der kerk. De derde bom ontplofte boven de sacristij en bracht schade toe aan eene geschilderde raam der koor.

  Andere schade werd door de gevechten op het grondgebied der parochie niet aangericht; doch, den 28 augustus, na den eersten uitval der Belgen, werden alhier moedwillig in brand gestoken 175 woningen, waaronder het huis bewoond door de zusters, gemeenteonderwijzeressen. Daarenboven werden nog afgebrand : de bijgebouwen der pastorij, dat is waschhuis en stalling; vier schoollokalen toehoorende aan de gemeente, en een lokaal dat tevens diende als bewaarschool en kapel der congregatie.

Bl. 8b

VI

Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting.

Aankomst der Duitschers in het dorp.


  Het was den 19 augustus rond 5 ure namiddag. Gansch de bevolking, uitgenomen de personen in hoofdstuk II genoemd, had het dorp verlaten. Veldonck en Geetsvondel stonden in laaie vlam. Om, zoo mogelijk, verdere brandstichtingen te voorkomen, waagde ik het de Duitschers te gemoet te gaan wanneer zij nog een vijftigtal meters van de pastorij verwijderd waren. De Duitschers gingen op twee rijen langs de zijkanten van den steenweg. De kapitein ging vooraan in ’t midden van den steenweg met blooten sabel op den schouder. Ik wendde mij tot hem en vroeg of hij iets verlangde? Hij vroeg brood. Daar ik geen brood meer had, bood ik hem drank aan, namelijk bier of wijn. Dit verlangde hij niet, doch hij vroeg verder of ik goed water had? Op mijn bevestigend antwoord en mijn verzoek tevens, gelastte hij zijne mannen water te halen op de pastorij.

  Terwijl ik met den kapitein nog sprak naderde een soldaat die hem een kas aanbood ter groote van een cigarenkas en gevuld met kardoezen ter groote van jachtkardoezen van 16 millimeters. Die kardoezen schenen geladen met een kogel. De kapitein deed met den arm eene afwijzende beweging. Later heb ik gedacht dat het misschien kardoezen waren die dienden voor brandstichtingen.

  De Duitsche soldaten verspreidden zich in het dorp. Hun eerste werk was de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan broken zij binnen in de verlatene huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de andere huizen waar iemand t’huis gebleven was, werd niets weggenomen. Een ruimen opzichte en ten opzichte van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Duitschers zich heel fatsoenlijk.

Twee burgers gedood.

  Terwijl de Duitschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw, de genaamde Florentina Verhoeven, evhtgenoote van Petrus Antoon Calluwaerts wonende te Baal, met drie kleine kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen opengevonden.

Bl. 9a

Nu kwam ze weenende terug te Tremeloo aan. Ik deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Duitscher ontmoet die haar zegde dat zij maar moest gerust zijn, dat haar geen leed zou geschieden. Die vrouw vertelde mij verder dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk van een burger had zien liggen.

  Toen ik zulks vernam begaf ik mij naar de Duitschers en verhaalde aan den kapitein hoe eene vrouw mij was komen aankondigen dat op den steenweg naar Werchter een man gedood was. Bij die woorden schoten de oogen der soldaten vlammen en zij kwamen een stap vooruit. Ik bemerkte dien indruk door mijne woorden gemaakt en hernam dat een civilist gedood was. Dit bedaarde de soldaten. Toen vroeg ik aan den kapitein of hij de goedheid wilde hebben mij twee mannen mede te geven om naar de aangeduide plaats te gaan. Hij zelf vergezelde mij met twee zijner mannen.

  Op de aangeduide plaats gekomen, vond ik het lijk eenen mijner parochianen, de genaamde Aloysius Van Geel, zoon van den eerste schepen der Gemeente en geboren te Tremeloo den 5 april 1891. Hij had de borst doorboord met eene bajonet. Bij het lijk verklaarde de hoofdman : dit is het lijk van een belgisch officier in burgerkleederen, ik heb papieren die dit bewijzen. Ik waagde het niet naar die papieren te vragen : dit kon den jongeling het leven toch niet weergeven en geen ander gevolg hebben dan de Duitschers te verbitteren.

  Welke papieren zouden de Duitschers op dien jongeling gevonden hebben? Ik veronderstel dat dit niet anders geweest is dan het pasport of eenzelvigheidsbewijs van Aloysius Van Geel. Daar in ’t begin van den oorlog de burgerwachten overal ingericht werden, zal dit stuk ongetwijfeld vermeld hebben de hoedanigheid van “korporaal der burgerwacht”, en daaruit zullen de Duitschers dan ook besloten hebben dat Van Geel een officier was van het belgisch leger. Dit is maar eene veronderstelling van mijnent wege : met zekerheid nochtans kan ik dit niet bevestigen.

  Dicht bij de plaats waar het lijk gevonden werd van Aloysius Van Geel, werd twee dagen nadien, tusschen struikgewas, het lijk gevonden van Franciscus Schepers, vader van zes kinderen waarvan vijf beneden de 16 jaar. Schepers was vroeger soldaat geweest en had zijn soldatenboekje op zak : dit schijnt te bewijzen dat Schepers door de Duitschers niet afgetast werd. Schepers was op dezelfde manier gedood als Van Geel, namelijk doorboord met de bajonet. Ik stel mij voor dat Van Geel en Schepers vermoord werden als volgt :

Bl. 9b

  Van Geel en Schepers, beiden per velo, waren rond drie ure namiddag den weg naar Werchter opgereden (ik had rond dien tijd nog met hen gesproken). Halverwege Werchter werden zij verrast door de Duitschers die hen bevolen stil te houden. De Duitschers zullen Van Geel die het best gekleed was, eerst afgetast hebben en op hem het noodlottig eenzelvigheidsbewijs gevonden. Daarop onmiddellijk het bevel Van Geel dood te steken. Schepers dit ziende zal de vlucht genomen en een schuilplaats gezocht hebben tusschen de struiken waar hij door de Duitschers werd achterhaald en doorboord.

Waarom gebrand.

  Terwijl ik met den hoofdman der Duitschers voorbij een brandend huis ging, namelijk dit van juffrouw Maria Goossens op den steenweg naar Werchter, zegde deze laatste mij dat men van daar op hen geschoten had gelijk ook van uit de andere huizen die in brand stonden. Dit zegde hij als antwoord op mijn verzoek van niet meer te branden.

  Die beschuldiging van den Duitschen hoofdman is niet alleen onwaar maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes waarvan ik gesproken heb in hoofdstuk V, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Duitschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen zouden gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. De huizen werden niet in brand geschoten maar moedwillig in brand gestoken.

  In het meestendeel der woningen die den 19 augustus de prooi werden der vlammen, werden de dieren mede levend verbrand. Alvorens sommige huizen in brand te steken had men de dieren losgemaakt en in het veld gejaagd.

Tweede bezoek der Duitschers.

  Omtrent eene uur na de intrede der eerste Duitschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. De huizen werden nog eens afgezocht en al wat mondbehoeften was werd medegenomen. Op de pastorij vroegen zij wijn, doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen die ik hen overhandigde. Voor het overige had ik over hun gedrag ten mijnen opzichte niet te klagen.

Bl. 10a

  Terwijl deze duitsche soldaten zich op straat bevonden, bemerkten zij op een honderd meters afstand een burger die over een veldweg ging : onmiddelijk werd er op geschoten, doch gelukkiglijk werd de mens niet getroffen.

Deutsche patrouillen.

  Van 20 tot 23 augustus kregen we in Tremeloo regelmatig bezoek van Duitsche patrouillen. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald : men gaf hun eten en drinken, vooral bier en melk, fruit en cigaren. Dit vriendelijk onthaal had natuurlijk zijnen oorsprong niet in eene wezenlijke genegenheid ; het was eerder het gevolg van eene algemeene vrees en had voor doel gevreesde onheilen te voorkomen.

  De duitsche soldaten die in Tremeloo patrouilleerden waren ten opzichte van de bevolking gespraakzaam en beleefd. De brandstichtingen en andere strenge maatregelen elders genomen door de krijgsoverheid waren toe te schrijven aan het wangedrag der burgers zelf. De burgers, zegden zij, mochten gerust t’huis blijven, zij hoefden voor de Duitschers niet te vluchten; indien de burgers rustig waren zouden de Duitschers hen ook geen kwaad doen.

  Ik ben overtuigd dat vele duitsche soldaten te goeder trouw geloofden dat op zekere plaatsen de burgers op de troepen zouden geschoten hebben, alhoewel de bijzonderste verwoestingen door de krijgsoverheden op voorhand bepaald waren. Den 21 augustus rond 11 ure ’s morgens sprak ik met een duitscher die patroeljeerde en zich bevond voor de herberg van Constant Godier. Die man vertelde aan mij en aan mijnen onderpastoor dat gans Leuven afgebrand was, dat al die schoone kerken gansch kapot waren omdat de burgers aldaar op hen geschoten hadden. Ik was niet weinig verwonderd toen ik later vernam dat de verwoesting van Leuven enkel gebeurd was den 25 augustus.

Uitval der Belgen.

  Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van eene belgische patroelje en tegen den avond kwam een gepantserde automobiel der Belgen eene Duitsche patroelje aanranden op den steenweg van Werchter. Tegen den avond waagde eene duitsche patroelje zich tot in het dorp van Tremeloo om na te gaan waar de gepantserde automobiel gebleven was. Deze patroelje heb ik hooren verklaren dat de burgers niet hoefden ongerust te zijn, dat hen geen kwaad zou geschieden. Niettemin waren er zeer velen die het niet waagden den nacht in het dorp door te brengen uit vrees voor weerwraak der Duitschers.

Bl. 10b

  Den 24 augustus rond den middag nieuw bezoek van eene belgische patroelje. Door deze werd geschoten op eenen duitscher die in de verte bespeurd werd. Tegen den avond rukte eene afdeeling Belgische troepen op langs den steenweg van Schrieck. Kanonnen werden opgesteld in de nabijheid van de tramstatie en Werchter werd beschoten met gevolg dat de Duitsche bezetting het dorp verliet.

  De Belgen bleven vernachten in Tremeloo. Den 25 augustus had een gevecht plaats op het grondgebied Werchter-Wackerzeel en Haecht. De bevoorradingswagens bleven in Tremeloo en namen in ’t begin van den namiddag den weg naar de forten alsook een gedeelte van de belgische troepen. Het grootste deel dezer troepen was na het gevecht eenen anderen weg ingeslagen. Zie hooger hoofdstuk III-B.

  Na het vertrek der Belgen kwam eene afdeeling duitsche cavalerie door het dorp, doch zonder eenige schade aan te richten.

Een burger doodgeschoten.

  Den 25 augustus waren vijf vluchtelingen aangekomen bij Lodewijk Morris, parochiaan van Grootloo, wonende op de grens dezer parochie op het gehucht Bolloo. Een dezer vluchtelingen, Hendrik Collart van Kessel-loo wilde den 26 naar Kessel-loo terug keeren, doch gelukte er niet in en keerde rond 3 ure in de namiddag terug bij Lod. Morris. Collart en Karel Morris, zoon van Lodewijk, vluchtten het veld in bij het zien van een dertigtal duitsche ruiters die zich vertoonden in de richting van Tremeloo. Collart en Morris werden bemerkt, aangehouden, afgetast en medegenomen tot aan de Raam, eene kleine beek. Daar werden zij op den akker geplaatst met de handen omhoog en zonder meer werd er op hen geschoten. Morris alhoewel niet getroffen liet zich insgelijks vallen, doch ziende dat een Duitscher op hun afkwam met de lans, nam hij ijlings de vlucht en had geluk, tusschen het kreupelhout, te ontsnappen aan de kogels die hem achterna gezonden werden.

  Wanneer men naderhand het lijk van Collart ter begrafenis weghaalde, heeft men bestatigd dat zijne borst doorboord was met eene lans. De vermoorde werd begraven te Grootloo.

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Tremelo (2)

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Tremelo, Parochie van OLVrouw van Bijstand

Transcriptie René Lambrechts

Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 2

Bl. 11a

27 augustus.


  Den 27 augustus in den voormiddag kwamen verscheidenen burgers van Werchter naar Tremeloo gevlucht omdat de Duitschers aldaar de menschen aanhielden en de huizen in brand staken. Ik ontving op de pastorij twee ouderlingen Guilielmus Van de Velde en zijne huisvrouw. Rond 4 ure waagden zij het naar Werchter terug te keeren, doch zij werden aangehouden, met ander volk in de kerk opgesloten en den volgenden dag overgebracht naar Leuven. Van uit mijn pastorij kon ik bemerken dat te Werchter en ook buiten het dorp in de richting van Tremeloo, het een huis na het andere in brand gestoken werd.

  De brandstichters naderden Tremeloo hoe langer hoe meer en rond half zeven ’s avonds, werden op een boogscheut afstand van mijn pastorij twee huizen, dat van Lucas Goris en dat van August Michiels, in brand gestoken. Het is alsdan dat ik besloot samen met mijn huisgenooten de pastorij te verlaten om elders de nacht te gaan doorbrengen. Ik begaf mij samen met mijne meid naar de pastorij van Bael, mijn onderpastoor zocht een nachtverblijf op het gehucht genaamd Bolloo.

28 augustus – Brandstichtingen.

  Den 28 augustus in den morgend meende ik naar Tremeloo terug te keeren. Op het gehucht Langerechte gekomen werd ik door de parochianen gewaarschuwd dat de Duitschers in het dorp waren, alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf ik mij door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar ik eenige oogenblikken later samen met den pastoor van ’t Goor door de Duitschers aangehouden werd en overgebracht eerst naar Aerschot en later naar Duitschland.

Wat gebeurde er in mijne parochie den 28 augustus?

  De Duitschers die den 27 rond half zeven ’s avonds hun vernielings werk gestaakt hadden, kwamen den volgenden dag in den vroegen morgen terug om hun werk voort te zetten. Het eerste huis dat dien dag in brand gestoken werd, was dit van Arthur De Loge; daarna kwamen zij aan het huis van Victor Goossens die zijne woning nog niet verlaten had.

  Victor Goossens, schatbewaarder der kerk, was een ouderling van 70 jaren. Hij werd door de Duitschers aangegrepen en afgetast; men vroeg hem of er nogt iemand binnen was? Of er nog geld in huis was? Nadat Goossens op beiden vragen had neen geantwoord, werd het huis in zijne tegenwoordigheid in brand gestoken.

Bl. 11b

Dan werd Goossens verplicht de Duitschers van huis tot huis te vergezellen en gedwongen getuige te zijn van al hunne brandstichtingen.

  Vele menschen werden weer als Victor Goossens in hun huis verrast door de Duitschers. Zij werden aangehouden en onder hunne oogen werd hun huis in brand gestoken zonder dat het hun gegund werd een en ander uit de vlammen te redden. De Duitschers schenen er een heimelijk plezier in te hebben zulks te weigeren. Vrouw Karel De Ryck bidde en smeekte om toch haar dieren te mogen loslaten : het werd geweigerd en de dieren moesten levend verbranden; bij haren gebuur nochtans gingen Duitschers zelf de dieren losmaken. Guilielmus Castermans vroeg insgelijks zijn varkens te mogen loslaten : zwijnenvleesch is goed als het gebraden is, gaf men hem voor antwoord.

  Onder de personen die uit hun huis gehaald werden en het in hunne tegenwoordigheid moesten zien in brand steken, bevond zich eene vrouw van 85 jaar de genaamde Maria Theresia Vereecken, weduwe Balthasar Uytterhoeven. Hare smeekingen vermochten niet de Duitsche harten te vermurwen. Samen met andere parochianen werd zij als vee vooruit gedreven naar Werchter en in de kerk opgesloten. ’s Anderendaags mocht zij terugkeren naar de rookende puinen harer woning.

  Terwijl een groep Duitschers de huizen in het dorp en langs den steenweg op Schrieck afbrandden, waren er anderen bezig de overgebleven huizen van Veldonck door het vuur te vernietigen; anderen nog meenden de overwinning van het Duitsche vaderland te bewerken met de woningen der boterstraat in asch te leggen. Onder de huizen den 19 augustus op Veldonck afgebrand bevond zich dit van den genaamden Joseph Buedts. De arme man had met vrouw en kinderen zijnen intrek genomen in een bakhuis dat in de nabijheid zijner woning den 19 augustus was gespaard gebleven. Dit bakhuis werd den 28 augustus insgelijks de prooi der vlammen, hetgeen bewijst dat de Duitschers de hen opgelegde taak met nauwgezetheid volbrachten.

  Al te samen werden in Tremeloo afgebrand :
Den 19 augustus 40 woningen;
Den 27 augustus 3 woningen;
Den 28 augustus 172 woningen;
Daarenboven het gemeentehuis, vier schoollokalen, de bijgebouwen der pastorij en de tramstatie.

  Het is heel zonderling dat kerk, pastorij en Gildehuis gespaard bleven. Dit meen ik te mogen dank weten aan Maria, patrones der parochie onder den titel van O.L.Vr. van Bijstand.

Bl. 12a

Van af de eerste dagen van den oorlog werd haar beeld in de kerk ten toon gesteld en versierd.

Een kind doodgeschoten.

  De burgers welke de Duitsche brandstichters den 28 augustus verzameld hadden in het dorp van Tremeloo en langs den steenweg van Tremeloo naar Schrieck werden vooruitgedreven tot op het grondgebied dezer laatste gemeente. Gekomen omtrent aan de plaats het Kruispunt genaamd, waar de steenwegen Tremeloo – Goor en Schrieck – Busschot elkander kruisen, gaven de Duitschers aan de aangehoudene burgers bevel zich naar Antwerpen te begeven. Daarop gingen eenige burgers den weg in naar Schrieck, anderen verwijderden zich langs den tegenovergestelden kant, het meestendeel volgden den steenweg naar ’t Goor, de Gommerijstraat genaamd.

  In de Gommerijstraat bevonden zich reeds eenige andere inwoners van Tremeloo en Grootloo die onmiddelijk de vlucht genomen hadden toen zij hoorden dat de Duitschers in optocht waren. Onder dezen bevond zich de genaamde Maria Catharina Janssens, echtgenoote van Edmond Schoovaerts, vroeger koolmijnwerker, thans soldaat bij het belgisch leger. Voor den oorlog verbleven Edmond Schoovaerts en zijne huisvrouw in het Walenland. Bij het uitbreken van den oorlog moest Schoovaerts het leger vervoegen; zijn vrouw verliet alsdan het Walenland om zich met haar kind te huisvesten bij Jan Van Essche, wonende op de gemeente Schrieck, parochie Grootloo.

  Vrouw Schoovaerts droeg haar tweejarig kind, Anna Maria, op den arm. Bij de aankomst der laatste vluchtelingen in de Gommerijstraat, kwamen de bewoners dezer straat nieuwsgierig buiten geloopen om te vragen wat er in Tremeloo gaande was en wat al dien rook beteekende. Op dit oogenblik werd er door de Duitschers in de richting der Gommerijstraat geschoten zoodanig dat de aanwezige burgers de kogels in hunne nabijheid hoorden fluiten. Iedereen sprong weg : deze in de grachten langs de straat, anderen vluchten in de huizen. Het kind dat vrouw Schoovaerts op den arm droeg werd getroffen door een kogel in den mond en was op slag dood.

  Dit gebeurde op het grondgebied der parochie Grootloo. Ik heb dit feit eventwel willen aanteekenen omdat het nauw verbonden is met de vorige gebeurtenissen op mijne parochie.

Bl. 12b

Waarom nog gebrand?


  De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich van ’t begin af ten opzichte van de Duitschers zeer correct gedragen, en hebben zich aan niet de minste daad van geweld plichtig gemaakt. Den 19 augustus, wel is waar, werd een Duitscher door de burgerwacht, wettig ingericht, gevangen genomen; doch deze gevangene werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Duitschers honger leden, was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

  Ter loops een woord over de gevangenneming van dezen Duitscher. Een hussard der dood te paard en gaande alleen patroeljeerde den 18 augustus op het gehucht Veldonck. Hij werd bemerkt door vier burgerwachten, de genaamden Van Houtvink Bernard, Van Cleynenbreugel Victor, Bosmans Karel en Jennes Leonard. Deze verborgen zich langs den kant van den weg en toen de Duitscher omtrent hunne schuilplaats gekomen was, sprongen ze eensklaps voor zijn paard met geen ander wapen dan een ongeladen revolver waarmede Van Houtvink den Duitscher bedreigde. Deze wilde zich doen doorgaan voor een engelschman, doch onze mannen lieten zich niet om den tuin leiden en rukten den Duitscher uit den zadel en brachten hem als krijgsgevangen naar het dorp. De aangehoudene was geboortig van Dantzig.

  Ik ben stellig overtuigd dat geen enkel Duitscher ooit geweten heeft dat een hunner mannen door burgerwachten van Tremeloo werd aangehouden, en dus is het ook wel zeker dat dit feit geen aanleiding heeft kunnen geven tot brandstichtingen. Ten andere ware dit geweest dan zou de Duitsche hoofdman mij zulks den 19 augustus wel verklaard hebben. Personen die den 28 augustus aan de Duitschers vroegen waarom zij de huizen in brand staken? Kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten. Denzelfden dag toen de eerw. Heer onderpastoor op den steenweg van Aerschot – Lier aangehouden werd en vroeg naar de reden zijner aanhouding, kreeg hij eveneens voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten.

Tremeloo kermis.

Bl 13a

  De kermis van Tremeloo wordt jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus; dit was in het jaar 1914 den 30 van die maand. Den 28 was Tremeloo afgebrand : overal met dan rookende puinen. Dat niemand lust had om kermis te vieren hoeft niet gezegd. Den 28 was geen mensch in Tremeloo gebleven; doch den volgenden dag begonnen de menschen stilaan terug te komen want de Duitschers hadden het dorp verlaten. De eerste burgers die terug kwamen waren zij die bedacht waren op roof en plundering. In den nacht van 29 tot 30 augustus werd de pastorij bezocht en wat er kostbaar gevonden werd, zoals zilverwerk, werd geroofd.

  Den 30 in den morgend kwam zich op de pastorij vestigen mijn vorige werkman met gans zijn huishouden. Van dan af tot aan den terugkeer der Duitschers mocht geen enkel burger nog op de pastorij komen, zelfs degenen niet die voornemens waren een of ander in veiligheid te brengen. Aangaande de gebeurtenissen van die dagen heb ik van mijnen werkman niet anders kunnen vernemen dan dat er op de pastorij belgische officieren vernacht hadden, dat hij de burgers belet had op de pastorij te komen en dat hij het niet geraadzaam geoordeeld had iets in veiligheid te brengen.

  Gelijk de pastorij bezocht geweest was door roofvogels, zoo werden andere huizen ook bezocht en al wat de prooi der vlammen niet geworden was, werd de prooi der roovers ten minste daar waar de eigenaars niet teruggekeerd waren.

  Waren er in 1914 geene tenten en danszalen, toch waren er menschen die op eene andere manier kermis vierden, en vermaak en lust vonden in het goed van hunne ongelukkige medeburgers te rooven.

Een burger verminkt.

  De genaamde Jan Baptist Minnen, een ouderling van 77 jaren, wonende te Tremeloo op het gehucht Grijze stee was den 5 september aan den arbeid op zijnen akker dicht bij de Dijle gelegen. Aan den overkant der rivier verschenen eenige Duitschers die op hem riepen. De man verstond hen niet doch stak zijne handen omhoog. Zij schoten op hem en raakten hem in zijnen rechterarm die verbrijzeld werd. Daarop vluchtte de man weg en werd gelukkiglijk niet meer getroffen. Later is zijn verbrijzelde arm afgezet in het gasthuis te Lier.

Bl. 13b

De gebeurtenissen van september.


  Tusschen 28 augustus en 14 september waren er in de parochie geene Duitschers meer te zien. Den 2 september had een nieuwe uitval plaats van het Belgisch leger. Belgische kanonnen te Tremeloo opgesteld beschoten Werchter en verjoegen den vijand die dat dorp bezet hield. Dan vertrokken de Belgische troepen verder op naar Werchter en Wackerzeel om daar den vijand aan te randen. Volgens mij verzekerd wordt is Koning Albert per automobiel tweemaal door Tremeloo gekomen, namelijk, den 4 september. Dit feit werd ons ook gemeld in de kerk van Aerschot.

  Den 10 september kwam de eerw. Heer pastoor van Bael naar Tremeloo om de heilige speciën weg te halen.

  Den 12 en 13 september trokken de Belgische troepen zich terug naar de vesting van Antwerpen. Den 13 rond den avond hebben de Duitschers het dorp beschoten. Er zijn alsdan drie bommen op de kerk te recht gekomen. Deze hebben de raam der vunt volkomen verbrijzeld, drie geschilderde ramen erg beschadigd en een weinig schade toegebracht aan eene statie van den kruisweg. Het dak van kerk en toren werd beschadigd door mitraljeuzen.

  Den 14 september rond 8 ure ’s morgens deden de Duitschers op nieuw hunne intrede in het dorp. Zij vestigden zich in de huizen die de prooi der vlammen niet geworden waren. In het dorp zelf was niet veel meer te rooven, doch op het gehucht Cruys werden de winkels leeggeplunderd. De molen van Cruys toehoorend aan Petrus Liekens, en gelegen op het grondgebied der gemeente Keerbergen, werd dien dag afgebrand.

  De Duitschers die zich tusschen 14 en 27 september in Tremeloo vestigden waren niet talrijk. Zij hielden zich onledig met al wat in den grond en elders verborgen was op te zoeken. Linnen en beddedeksel werd door hen geroofd. het overige dat zij lieten liggen werd door burgerlijke dieven weggehaald. In die dagen werden onrechtveerdigheden begaan door menschen die ik vroeger onder de eerlijkste der parochie zou gerekend hebben. Die onrechtveerdigheden hebben natuurlijker wijze hunne godsdienstige gevoelens geknakt.

  Den 27 september om 6 ure ’s morgens werd Tremeloo overstroomd van Duitsche troepen op weg naar Antwerpen.

Bl. 14a

De inwoners van Tremeloo die het gewaagd hadden tusschen 14 en 27 naar huis terug te keeren, namen nu wederom de vlucht of werden door de Duitschers verdreven op enkele uitzonderingen na waaronder Joseph Wouters en Bernardina Pardon.

  In den nacht van 27 tot 28 september hebben de Duitschers in de kerk geslapen. Het is dan dat zij de kerkgewaden uit de sacristij gehaald hebben volgens alle waarschijnlijkheid om er op te slapen of zich er mede te dekken. In alle geval na den 28 werden de kerkgewaden gevonden in de kerk op den vloer, te midden van stof en vuiligheid. Toen Joseph Wouters den 28 september, na het vertrek der Duitschers, in de kerk kwam, brandde op de communiebank eene bougie die bijna opgebrand was en die zeker het vuur zou medegedeeld hebben aan het communiekleed en het strooi door de Duitschers in de kerk gebracht, ware die man niet gekomen op den gepasten oogenblik om zulks te verhinderen.

  Het is waarschijnlijk ter gelegenheid van dit bezoek der Duitschers in de kerk dat al de offerblokken opengebroken werden en de brandkast op de koor en in het tweede sacristij of bergplaats eene ijzere kas verbrijzeld. Alsdan ook is uit de kerk verdwenen ongeveer 80 pond was.

  De deur der brandkast op de koor had aan alle pogingen der Duitschers wederstaan. Dan hebben zij eene groote holte gekapt in den muur nevens de brandkast links. Alzoo gelukten zij erin een gat te kappen in de zijkant der brandkast die niet uit gepantserd staal vervaardigd was zooals de deur der brandkast. Doordie opening konden zij nu de hand in de brandkast steken en deze langs binnen onderzoeken. Enkel eene zilveren remonstrans bevond zich in de brandkast. Den 28 september was deze remonstrans nog ongeschonden.

  Nog eenige Duitschers waren in Tremeloo gebleven na den verderen optocht van hun leger naar Antwerpen. Op de pastorij was al den wijn en al het linnengoed en al het beddegoed verdwenen. Er werden daar ook twee brandkasten opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven ongeveer drie honderd franken in geld. In de sacristij was de brandkast nog ongeschonden. Deze bevatte de kerkregisters en de gewijde vaten.

  Twee Duitschers die hunnen intrek hadden in het huis van Jan Van Casteren nabij de tramstatie, kwamen den 30 september of 1 october naar de sacristij en kapten eerst de brandkast uit den muur; dan verbrijzelden zij deze met eene bijl.

Bl 14b

Dit werk duurde van ’s morgens tot tegen den middag. Het werd door verschillige personen gehoord die naderhand zijn gaan zien wat er gebeurd was. Mathilde Michiels bevond zich in het Gildehuis in de nabijheid der sacristij; Joseph Wouters bevond zich in de kerk. Terwijl de roovers in de sacristij hun werk verrichtten zijn Duitsche officieren in de kerk geweest, een is zelfs vooruitgegaan tot aan de communiebank en heeft met de roovers gesproken. Dit bewijst ten stelligste dat de plunderingen geschied zijn onder het welwillend oog van zekere officieren.

  De Duitsche roovers hebben de registers der kerk laten liggen, doch de gewijde vaten hebben zij medegenomen naar het huis van Jan Van Casteren. Daar hebben zij tegen den avond beproefd deze te smelten in eenen ketel van gegoten ijzer. Daartoe hadden zij een hevig vuur aangelegd en den ketel gansch gloeiend gestookt. Zij moeten geene kans gezien hebben den gewenschten uitslag te bekomen, want eenige dagen later werd de ketel met de gewijde vaten, deels nog in goeden staat, teruggevonden in den waterput van de familie Van Casteren.

  Den 28 september bevond de remonstrans zich nog ongeschonden in de brandkast der koor. Twee of drie dagen naderhand lag zij verbrijzeld in de kerk. De opening die de Duitschers in den zijkant der brandkast gemaakt hadden was te klein om er deze door te halen; zij werd ongetwijfeld met geweld aan stukken gerukt en zoo uit de brandkast gehaald.

  Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Duitsche officier die twee zusters in het klooster heeft en goede katholiek is : deze heeft een groot deel van het priestergewaad alsook de stukken van de remonstrans, een kelk en eene ciborie doen overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben. Deze officier heeft bij de eerw. zusters een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijne bloedverwanten te zenden.

Namen en aanteekeningen.

  Volgens ik vernomen heb van Joseph Wouters zou de pastorij in 1914 maar eenmaal bewoond geweest zijn door duitsche officiers, namelijk toen het duitsche leger in zijnen optocht naar Antwerpen door Tremeloo kwam den 27 september. Voor dezer aankomst was er nog veel wijn op de pastorij, na hun vertrek was alles verdwenen. De brandkasten waren opengebroken, in de zaal der pastorij had men verkens gejaagd. Met reden zullen wij dan veronderstellen dat den 27 september op de pastorij verbleven hebben de officieren wier namen vermeld waren op de deuren van de slaapkamers der pastorij.

Bl. 15a

  Op de voordeur der pastorij stond de aanteekening II/14

  Op de slaapkamer van den eerw. heer pastoor : Lt. Umann en Lt. Streye. Op de kamer van den eerw. heer onderpastoor : Hptm. Amann en officiersmeis I komp. Op de kamer der meid : Lt. Wernisch; Lt. Stieglandt en Dr. Falta. Op de eerste logeerkamer : Oberst Wacke en Oberst Jozek. Op de tweede logeerkamer : Vc dt Spevae en Thalta.

Wie heeft de pastorij geplunderd.

  Het valt niet te betwijfelen dat de Duitschers de groote plichtigen geweest zijn. Het is volstrekt zeker dat zij de brandkasten hebben opengebroken, bijna al de wijn en ook beddeksel hebben gestolen. Er hoeft evenwel bijgevoegd dat burgers ook aan de plundering hebben meegedaan. Tusschen 28 augustus en 14 september werd er op de pastorij wijn gedronken; de belgische troepen ook hebben eenige flesschen opgeëischt en daarvoor een bon achtergelaten. Een persoon door mij van diefstal overtuigd heeft in Februari 1915 eene gansche mand linnengoed en ook schoenen en andere voorwerpen teruggebracht. Twee personen die thans overleden zijn, Norbertus Heilighen en zijne huisvrouw, hebben gezien welke personen matrassen van de pastorij weghaalden. Aan vrouw Heilighen heb ik gevraagd aan het gerecht te willen verklaren wat zij gezien of van haren man gehoord had. Zij durfde niet. Aan mij heeft ze de namen der plichtigen bekend gemaakt op voorwaarde dat ik haar niet voor het gerecht zou roepen als getuige.

Getuigenissen die betrekking hebben op feiten hooger aangehaald.

Getuigenis van Maria Van Eyken, vrouw De Ryck.


  Wij waren naar den Loozenhoek gevlucht. ’s Morgens kwam ik met mijnen man naar het dorp om mijne beesten eten te geven. Toen dit werk gedaan was ging mijn man maar seffens terug naar onze kinderen. Vijf minuten later meende ik ook te vertrekken, maar als ik voor ons hof kwam stond er aan het huis van den secretaris een Duitscher met het geweer schietens gereed. Hij riep dat ik moest bij hem komen. Ik ging en hij kwam mij tegen tot aan het huis van Jef Coenen en vroeg of er iemand in dat huis was.

Bl. 15b

Ik zegde neen, die zijn gevlucht. Dan stampte hij de ruit kapot en stak het aan de gordijn in brand. Ik vroeg of ik mocht naar huis gaan om mijne beesten los te maken? Neen, zegde hij, hier blijven. Dan kwamen er nog vier Duitschen bij met Victor Goossens. Drie gingen op het hof van Edmond Anthonis; schoten den hond dood en gingen in stal en schuur om ze in brand te steken. Met de twee andere Duitschen moesten wij naar ons huis opgaan, en ik heb wel tienmaal gevraagd om onze beesten los te maken. Zij vroegen of er geen belgische soldaat in huis was? Ik zegde neen. Ik vroeg weer om mijn beesten los te maken? Ik mocht niet. Zij staken mijn huis in brand en mijne beesten moesten verbranden : eene koei, eene veers, een vet kalf, twee geiten en twee vette varkens. Als ik in het dorp aan Godier was brandde reeds alles. Wij moesten met de Duitsche troepen meegaan. In de Bolloo haalden zij Antoon Schoovaerts en zijne vrouw uit hun huis en gingen in de schuur; doch, wij moesten voortgaan, wij mochten niet omzien. Aan Victor Hermans moesten wij blijven staan en zij staken stal en schuur in brand. Dan moesten we weer voort tot aan Medard De Winter en daar staken ze weer aan stal en schuur in brand. Aan Amandus Van Dievel vroeg de Duitsche overste of er geene belgische soldaten waren, en er was een die zegde dat er belgische soldaten waren te Heyst-op-den-berg. En dan moesten wij voor de duitsche troepen gaan. En ik en Lien Van Loo zijn gaan loopen op den Schriekschen steenweg naar den ouden Dyck. En als wij er drij stappen ingeloopen waren dan schoten ze naar het volk en schoten in den arm eener moeder haar kind dood.

  Als wij in het huis van mijne schoonzuster waren te Bael, als den Duitsch naar Antwerpen ging, toen moesten wij uit het huis en den duitsch nam er zijn verblijf in; hij nam ons brood af. Ik vroeg er een van voor ons kinderen een boterham te geven en ik kreeg geen : gij moogt dat niet, zegde hij. En ze namen de kiekens en varkens en slachten ze voor hen.

  Maria Van Eycken (handtekening)

Getuigenis van Joseph Michiels-Beirinckx

  Den laatsten vrijdag van augustus 1914 kwamen hier vier Duitsche soldaten rond zes ure en kwaart ’s morgens, juist als ik met mijn peerd buiten kwam; zij hadden hunne geweeren schietens gereed. Seffens moest ik mijne handen omhoog steken om mij te laten aftasten; toen zegden zij dat zij mijn huis kwamen in brand steken.

Bl. 16a

Ik vroeg hun of ik mijn paard mocht inspannen, dat ik nog kleine kinderen had en er oude lieden bij ons waren, daar mijn oom en tante den nacht bij ons hadden doorgebracht. Dit wierd mij toegestaan, maar we mochten niet meer in huis komen om iets mede te nemen. Mijne vrouw die een pak wolle sargiën die in huis gereed stonden om op de kar te laden wilde redden, wierd den revolver op het hart gezet. Hij pakte het pak uit hare handen en wierp het terug in huis waar het moest verbranden. Seffens ging er een soldaat den stal in, maakte de koe los en liet de varkens uit hun kot en stak het vuur aan in de schuur, terwijl een ander het vuur aanstak in huis in de kleerkas. Toen zijn wij met hen moeten medegaan langs den steenweg op Schrieck. Aan den secretaris stonden nog soldaten te wachten; twaalf soldaten te peerd reden voor mij : daar moest ik achter rijden. Achter mij kwamen nog eenige burgers en dan voetvolk van soldaten. Onderweg hebben zij nog drij huizen in brand gestoken. Aan de kruisbrug bleven zij staan en toen zegde de overste dat wij naar Antwerpen moesten en onderweg de menschen verwittigen dat zij in aantocht waren en moesten vluchten.

  Jos Michiels (handtekening)

Getuigenis van Guilielmus Van de Velde.

  Ik Guil. Van de Velde oud 73 jaren geboren en wonende te Tremeloo (Veldonck) heb gezien dat 9 Duitsche soldaten op het einde van augustus 1914 de huizen moedwillig in brand staken, wel 25 voor het minste dat ik gezien heb, en eenige dagen later als ik aan mijne afgebrande woning was hebben vier duitsche soldaten mij afgetast en mijn geld dat ik op zak had (4 fr. op 10 centiemen na) afgenomen; en dan hebben zij mij medegenomen naar het dorp en in een huizeke – het eenigste dat in het dorp was blijven staan en waar zij hunnen t’huis hadden – opgesloten en een uur of 3 nadien hebben zij mij weer vrij gelaten. En mijne vrouw hebben ze ook gepakt en eenen nacht in de kerk van Werchter opgesloten en ’s morgens weer in vrijheid gelaten.

  G Van de Velde (handtekening)

Bl. 16b

Getuigenis van Victor Hermans.


  Tremeloo den 9 februari 1919

  Den 28 augustus 1914 heb ik ’s nachts op 25 meters van ons huis geslapen in den kant. Om 3 ure ben ik opgestaan om mijne koeien te voederen. Mijne vrouw en kinderen waren ’s avonds uit vrees vertrokken. Om 5 ure hoorde ik niets en ging wat rusten op eenen stoel en een uur later hoorde ik in de buurt dorschen en dacht dat er niets was. Ik plaatste mij aan de tafel op eenen stoel en viel in slaap. Om half zeven a zeven ure hoorde ik de Duitschers op straat en keek door het venster. Ik zag er andere te peerd aan de We. Van Woensel. Ik dierf ons huis niet verlaten en deed de deuren los. Weldra hoorde ik de Duitschers mijn hof op stappen en schoten door het venster naast mij zonder binnen te komen. Ik opende zelf de deur en groette ze zeggende : heb medelijden met ons wij kunnen er niet aandoen aan den oorlog. Zij riepen : handen omhoog, en hij stak met zijne bajonet tot tegen mijn aangezicht met een streng gebaar maar stak niet. Een ander soldaat riep : tast hem af, wat hij ook deed. Hij haalde uit mijne zakken mijn geld omtrent 0.40 fr en gaf het mij terug; joeg mij op den steenweg en kwam bij eene kar met andere dorpsgenooten vergezeld met een Duitscher. Toch liet men mijne koeien los en vroeg naar de Luitenant. Na meer dan tien minuten daar gestaan te hebben stak men mijne woning in brand mij vragende of er geen personen meer in waren. Ik zegde neen in bijzijn van Frans Claes; Guil. Castermans; Ed. Van Leemputten; Victor Goossens; Joseph Michiels en zijne vrouw; We. Van Woensel; Antoon Schoovaerts; enz. Wanneer het in volle brand was, werden wij naar Schrieck opgezonden met een soldaat bij ons. De soldaat en zegde dat wij naar Antwerpen moesten gaan en dat niemand ons iets zou zeggen; wat wij dan deden. Als ik in Schrieck was kwamen de menschen buiten naar al die rook vragende. Maar de Duitschers begonnen op eens gaan te schieten en schoten op enkele meters afstand van mij een kind in de armen van den drager dood. Ik vluchtte langs Heyst-op-den-Berg naar Lier voor eene week en kwam terug tot het Belgisch leger naar Tremeloo kwam en daarna ben ik weer gevlucht naar Heyst-op-den-Berg, zoo naar Lier Antwerpen en de grenzen van Holland. Van daar naar Kortrijk en Issegem in Westvlaanderen tot omtrent 1 november als wij terug in Tremeloo kwamen

  V. Hermans (handtekening)

Bl. 17a

Getuigenis van Guilielmus Castermans

  Den 28 augustus 1914 in den morgend hebben de Duitschers mij uit mijn huis gehaald en geplaseerd tegen eenen mijner fruitbomen. Dan hebben zij mijn schuur, karkot en varkenskot met 12 zwijnen in brand gestoken, terwijl ik daar op 5 meters afstand moest blijven staan op zien. Ik sprak hen aan op zeer beleefden toon : heeren daar zitten nog zwijnen in. Zij antwoordden mij : zwijnevleesch is goed als het gebraden is. Dan hebben ze mij op de groote baan gebracht met andere menschen van mijn dorp en ons vooruit gedreven als eene kudde schapen van huis tot huis, en als zij nog andere huizen in brand staken moesten wij daar blijven staan zien tot alles in volle vlam was. Ik wilde vluchten, doch het mislukte mij; terwijl ik vluchtte kreeg ik wel 13 geweerkogels naar mijnen kop waar mij toch geenen enkelen heeft getroffen. Dan moesten wij verder tot op het grondgebied van Schrieck. En daar hebben ze nog geschoten en is een kind van 2 jaar in de armen zijner moeder doodgeschoten.

  G. Castermans (handtekening)

Getuigenis van Lod. Morris, wonende Schrieck, Grootloo.

  De genaamde Henri Collart van Kesselloo met vier andere vluchtelingen had bij mij de nacht overgebracht tusschen 25 en 26 augustus. Den 26 augustus meende hij terug te keeren naar Kesselloo, doch hij geraakte niet door en kwam terug bij mij in den namiddag rond 3 ure. Een weinig later vertoonden zich 30 à 40 uhlanen op den steenweg langs den kant van Tremeloo. Collart en mijn zoon Karel vluchtten het veld in toen ze deze bemerkten. Doch zij ook werden bemerkt en aangehouden op honderd meters afstand van mijn huis. Zij moesten hunne zakken ledig maken en hunne handen omhoog steken. Uit den zak van mijnen zoon viel eene som van ongeveer 260 fr. in papieren geld. Hij vroeg of hij dit mocht oprapen. Dit werd hun toegestaan. Dan werden zij medegenomen naar den steenweg en verder in de richting van Grootloo. Gekomen aan de Raam werden zij op het land geplaatst met hunne handen omhoog. Terwijl ze daar stonden werd er op hen geschoten. Collart was getroffen en viel. Hij werd naderhand met de lans doorboord. Mijn zoon werd de klak van zijnen kop geschoten en speelde den doode alhoewel niet geraakt. De overste zond een man waarschijnlijk om beiden nog met de lans te doorsteken. Mijn zoon bemerkte dit en koos het hazenpad. Er werd nog wel dertigmaal naar hem geschoten doch gelukkiglijk zonder hem te raken.

Bl. 17b

Hij geraakte over de Raam in de bosschen tusschen het kreupelhout waar hij zijn leven heeft behouden. Naderhand is mijn zoon gevlucht naar Oostende en zoo naar Frankrijk waar hij gedurende twee jaren eene school bestuurd heeft. Dan heeft hij als brancardier dienst genomen in het leger.

  Moris L. (handtekening)

Getuigenis van Jan Baptist Minnen, Tremeloo.

  Ik ondergeteekende verklaar den 5 september in het jaar 1914 op mijnen akker aan den arbeid te zijn geweest tegen de Dijle. Er kwamen op de richting van mij eenige Duitschers aan langs den anderen kant van de rivier die op mij riepen en ik riep dat ik hen niet verstond terwijl ik mijne armen omhoog stak. Maar niets kon baten ; zij schoten naar mij en mijnen rechter arm wierd verbrijzeld. Ik ging loopen terwijl zij nog maar altijd vuur op mij gaven. Gelukkig wierd ik niet meer getroffen. Jan Baptist Minnen geboren te Booischot den 15 october 1837.

  Voor vader Jos Minnen (handtekening)

Getuigenis van Joseph Wouters.

  Den 13 september rond den avond hebben de Duitschers op de kerk geschoten en hier en daar in het dorp. Den 14 september is de vijand terug binnengekomen. De bevolking was bijna gansch weggevlucht. De huizen die nog recht stonden werden bezet door een klein getal Duitschers. De groote hoop toen ze naar Antwerpen trokken, heeft maar een nacht hier geweest. Toen hebben ze in de kerk gelegen. Toen ook werd de pastorij geplunderd. Ik heb gezien dat ze alles uit den grond haalden wat de menschen weggestopt hadden. Daarvan namen ze hemden en sargiën ; het overige lieten ze liggen. Kiekens werden doodgeslagen en opgeëten. Verkens werden op wagens geladen en weggevoerd. Hetgeen de Duitschers aan kleergoed hadden laten liggen werd door de burgers weggenomen.

  Jos. Wouters. (handtekening)

Bl. 18a

Getuigenis van Philip Feyaerts, Tremeloo.

  Den 14 september 1914 om 8 ure ’s morgens zijn op Cruys 22 Duitschers waaronder een officier aangekomen. Zij waren vergezeld van een wagen met twee paarden bespannen die moest dienen om het gestolen goed op te laden. Ik heb gezien dat zij waren opgeladen hebben bij Frans Verhoeven, bij de We Van den Eynde en bij Petrus Liekens, maalder. Bij Liekens hebben zij den molen doen springen en dan in brand gestoken : daarvoor hebben ze bij ons petrol gehaald.

  Den 26 september zijn wederom eenige Duitschers bij mij aangeland. Een dezer vroeg om een slaaplijf, bretellen en kousen. Ik zegde die zaken niet te hebben. Dan ging hij naar boven om te zoeken. Doch na eenige stonden werd hij door eenen anderen geroepen. Deze kwam uit den hof waar Duitschers bezig waren het kleergoed uit den grond te halen. Zij hebben verschillende manshemden medegenomen. De ordonnance van den hoofdman gaf bevel voorts niets meer weg te nemen, en zegde dat het weggenomen den volgenden dag zou betaald worden.

  Den 27 september om 6 ure ’s morgens zijn de Duitschers in overgroot getal naar Tremeloo gekomen om verder naar Antwerpen te gaan. Dien dag werd ik uit mijn huis gezet. Zij vroegen waar ik henen wilde : naar Leuven of naar mijne familie? Ik zegde naar mijne familie. Dan ben ik naar Lier gegaan en van daar naar Gent.

  Phil. Feyaerts (handtekening)

Getuigenis van Mathilde Michiels en Maria Wouters.

  Op het einde van september 1914 bevonden wij ons in het Gildehuis om strooi op te binden dat bij ons weggehaald was, toen wij in de sacristij hoorden kappen op ijzer. Dat heeft eenen halven dag geduurd. Rond den middag zagen wij twee Duitschers de sacristij verlaten en weggaan langs den kant van de statie. Dan zijn wij naar de sacristij geweest zien en hebben daar bestatigd dat de brandkast aan stukken gekapt was. In de sacristij vonden wij eene bijl toebehoorende aan Franciscus Gysemans. Die bijl scheen gediend te hebben om de brandkast open te kappen.

  Mathild Michiels Anna Maria Wouters (handtekening)

Bl. 18b

2e Getuigenis van Wouters Joseph.


  Het was op het einde van september of begin october 1914. Ik was in de kerk bezig met overschot van hooi en strooi waar de Duitschers op geslapen hadden, aan ’t bijeen doen, toen ik in de sacristij hoorde kappen op ijzer. Ik meende te gaan zien toen twee Duitschers uit de sacristij kwamen om te zien wat er in de kerk gebeurde. Dan kwam er eerst een onderofficier tot aan de communiebank waar de mannen uit de sacristij op riepen en iets tegen zegden dat ik niet kon hooren. Een tiental minuten later kwam er in de kerk een officier van het rood kruis – ik meen een geneesheer – die heeft het kappen in de sacristij ook gehoord doch is zelf niet gaan zien : hij nam de schilderingen en de kruisweg in oogenschouw en trok er van door. De soldaten die in de sacristij gekapt hadden zijn niet teruggekomen langs de kerk; zij zijn langs de sacristij uit gegaan want ik heb ze niet meer gezien.

  Het tabernakel brandkast op de koor werd kapot gekapt gedurende den nacht dat de soldaten in de kerk geslapen hebben. Den eersten dag heb ik gezien dat de remonstrans er nog in was. Kazuifels en andere kerkgewaden lagen in de kerk verstrooid : ik meen dat ze daarop geslapen hadden. In de biechtstoel heb ik roket en stool gevonden, hetgeen mij doet veronderstellen dat ze aldaar de priester hebben willen naäpen.

  Keersen stonden op de communiebank te branden en ware ik niet bij tijds gekomen om deze uit te blazen, dan zouden ze zeker het vuur medegedeeld hebben aan het communiekleed, het gewaad en het strooi.

  Jos. Wouters. (handtekening)

Getuigenis van Bernardina Pardon, vrouw Felix Van Hoof

  Het was op het einde van september 1914 (de juiste dag kan ik niet bepalen) om 8 ure ’s avonds. Ik bemerkte dat in het huis van Jan Van Casteren een buitengewoon hevig vuur gestookt werd : de vlam sloeg in de schouw zo hoog als de zolder. Toen ging ik er naartoe om te zeggen dat ik niet durfde gaan slapen uit vrees dat het huis zou afbranden. Toen ik daar kwam zag ik over het vuur eenen ijzeren ketel hangen die gans gloeiend was; de steenen der schouw waren insgelijks gloeiend. Ik meende dat ze in den ketel aardappelen gedaan hadden en geen water, en ik deed hen bemerken dat er geen water bij was.

Bl. 19a

Zij antwoordden dat er geen water moest bijzijn. Dan bemerkte ik dat mijne tegenwoordigheid daar niet gewenscht was, en zij zegden mij van maar gerust slapen te gaan, dat er niets zou gebeuren. Ik keerde dan naar huis weer en wij bleven nog een tijd zitten zonder licht om daarover een oog in ’t zeil te houden. Na eene halve uur bemerkten wij dat het vuur uitging en wij legden ons ter ruste.

  Zaterdag na Velling Kermis (17 october) bemerkten kinderen dat er eene kopere lamp lag in den waterput van Jan Van Casteren. Vrezende dat de put misschien vergeven was, begon men hem leeg te scheppen en men vond niet eene kopere lamp, maar de gewijde vaten der Kerk, deels gesmolten, deels verbijzeld, anderen nog geheel in den ijzeren ketel die ik vroeger gloeiend over het vuur had zien hangen. Daaruit besluit ik dat de Duitschers ziende dat ze met het smelten niet klaar geraakten, alles in den put zullen geworpen hebben.

  B. Pardon (handtekening)

Getuigenis der Eerweerde Zusters van Schrieck.

  ’t Was in september 1914 dat de volgende gebeurtenis voorviel. Vier zusters van het klooster van Schrieck waren nog op hunne bestemming gebleven toen bijna al de inwoners der gemeente gevlucht waren. Den derden dag dat de Duitschers dit dorp binnendrongen (dus 30 september) hielden op zeker ogenblik eenige wagens stil voor het klooster. Deze wagens waren beladen met allerhande eetwaren bestemd voor het leger. Een officier met negen soldaten kwam aanbellen en vroeg aan de kloosterzusters de toelating om het meegebrachte kerkgewaad uit de kerk van Tremeloo, bij hen binnen te brengen. Het waren kazuifels, stools, koorkappen, mantel van O.L.Vrouw, communiekleed, alben, roketten enz. enz. Ook eene remonstrantie en eene ciborie. Al deze gewaden waren in den erbarmelijksten toestand gansch doorweekt van ’t water, vuil, betrapt en verscheurd. De remonstrantie moest, volgens men kon oordeelen, met voeten betrapt zijn. De ciborie was ledig, zonder deksel en in goeden staat. Beide heilige vaten werden door den Duitschen officier met zekeren eerbied binnengebracht, zij waren met zorg in eenen witten doek gewikkeld. Na hun vertrek hebben de zusters al deze gewaden gedroogd, gereinigd en zooveel mogelijk in orde gebracht.

Bl. 19b

Bij dit werk vielen nog drie kleine hosties op den grond, die waarschijnlijk tusschen de gewaden gestrooid lagen. De zusters niet wetende of deze geconsacreerde hostiën waren of niet (*) en geen priester te vinden zijnde, hebben deze hosties met eerbied genut, bijna overtuigd dat zij waren dat deze geconsacreerde hostiën waren, daar de ledige ciborie was binnen gebracht.

  Ziehier nu wat deze officier nopens dit feit heeft medegedeeld aan de zusters van Schrieck : “ Ik en mijn negen soldaten hier zijn allen katholiek. Daar wij op eenigen afstand achter het leger moeten volgen met onze bevoorraadwagens, hebben we de gewoonte, telkens we een kerk ontmoeten er binnen te treden. Zoo kwamen we heden in de kerk van Tremeloo en hebben er deze gewaden op den grond gestrooid gevonden. We brengen ze u ter bewaring met verzoek ze later aan den herder der parochie weer te bezorgen. Ik ben katholiek, zegde hij, en keur ten zeerste af hetgeen in deze kerk gepleegd werd. Zeker verdienen deze door God gestraft te worden die deze heiligschennissen daar gepleegd hebben. Die man was zienlijk aangedaan en verontwaardigd over hetgeen hij in de kerk van Tremeloo had aangetroffen. Verderen uitleg gaf hij daar niet over. Hij vroeg eindelijk schrijfgerief om een brief te schrijven en verzocht de zusters dezen na den oorlog te willen zenden aan zijne twee zusters genaamd zuster Gerdula en zuster Angela, beiden religieuzen in het klooster der Urselinnen te Westfalen. Zoo ik kom te vallen, zegde hij, zullen ze aan dit schrijven kunnen zien dat ik als katholiek mijn plicht heb gedaan en als goede kristen ben gestorven : dit zal hun dan een troost wezen. Na de zusters bedankt te hebben verzocht hij hun voor hem te willen bidden en vertrok.

Wij laten de vertaling van dien brief omtrent letterlijk volgen (**) :

  Geliefde zusters,

  Heden … september 1914, heb ik in eene kerk van Tremeloo, vele kerkgewaden en heilige vaten gered en heb ze in een naburig vrouwenklooster in veiligheid gebracht. Dezen, die de heiligschennissen in genoemde kerk gepleegd hebben, moeten door God gestraft worden. Tot hiertoe ben ik nog welvarend. Zoo ik kom te sneuvelen, zult gij aan dit schrijven weten dat ik als christen mijn plicht heb gekweten. Vaart wel, bidt voor mij.

  Zr Junilla Zr Valentina (handtekening)

(*) Deze hostiën waren niet geconsacreerd vermits de eerw. heer pastoor van Baal den 10 september alle geconsacreerde hostiën weggehaald had.
(**) De eerweerde zusters hebben ongelukkiglijk dien brief verloren.


wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Tremelo (3)

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Tremelo, Parochie van OLVrouw van Bijstand

Transcriptie René Lambrechts

Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 3

Bl. 20a

Belangrijkheid der schade.
Opgave der schade van kerk, bewaarschool en Congregatie.


  Vroeger hebben we reeds aangestipt dat op het grondgebied van Tremeloo 215 woningen afgebrand werden. Daarenboven het Gemeentehuis en vier schoollokalen, alsook de bijgebouwen der pastorij. Al de schade op het grondgebied der Gemeente veroorzaakt door brandstichtingen en plunderingen van allen aard werd in het begin van 1915 geschat op 1.702.351 franken.

  De schade inzonderheid aan de gebouwen der Gemeente toegebracht werd op zelfden datum geschat als volgt :
Vier schoollokalen : voor de gebouwen 22999,54 fr.
Voor de meubelen 1169,71 fr.
Gemeentehuis : het gebouw 9178,51 fr.
  Meubels en archieven 12400,00 fr.
Woning van den onderwijzer 14478,31 fr.
Woning van de onderwijzeres 9242,07 fr.
Gendarmerie 21603,51 fr.
  Samen 91.071,65 fr.

  Ik heb goedgevonden de schade aan kerk, pastorij, vrije bewaarschool en congregatie breedvoerig op te geven.
Kerk.

Voor het herstellen van het dak der kerk, het voorlopig herstellen der ramen en het herstellen van kerkdeur en sacristijdeur heeft de gemeente uitgegeven 379,60
Het herstellen van den toren is geschat op 1951,58
In de kerk : schade aan geschilderde ramen, kruisweg, schildering, offerblokken en stoelen 322,00
Op de koor : gestolen een zilveren kruis en kast met 73 diamanten dat de remonstrans versierde 350,00
Schade aan tabernakel-brandkast, remonstrans, gestoelte en beeld van den H. Dionysius 305,00
In de vunt : 2 zilveren potjes met H.Olie en Chrisma 25,00 Schade aan de muren 17,50
In de sacristij : Gestolen : 7 alben; een rijk geborduurde kant van eene albe afgescheurd; 13 altaardweilen; eene zwarte koorkap; 8 biechtroketten; eene koperen bel; 4 paar gouden oorbellen; 2 zilveren vaatjes voor de H Olie; 2 gouden harten; 2 gouden kettingen; een gouden ring; eene gouden broche; 2 tinnen schotels, alles geschat op 1035,50

Bl. 20b

  Verbrijzeld of erg beschadigd : eene brandkast; schade aan gewaden; eene ciborie zilver verguld; een eremonstrans koper verguld; 4 zilveren kronen voor beelden; zilveren toren H;Barbara en zilveren scepter O.L.Vrouw; een kelk in gedreven zilver van het jaar 1552, alles geschat op 1145.-

In de 2de sacristij : Gestolen : 85 pond was; 40 pakken bougies; 2 paar kandelabers van 3 bougies; een mantel O.L.Vr.; een bamboustok van 12 meters; zilveren ampullen met schotel in gedreven zilver van het jaar 1777 708-
Eene ijzeren kast verbrijzeld 60-

Op de pastorij : verdwenen : 205 flesschen miswijn 307,50
Processiegerief bestaande uit mantels, kleederen en zinnebeelden; eene kist inhoudende de documenten der kerk 478-
Samen 7084,68 fr.

Pastorij

  Voor het heropbouwen van de bijgebouwen der pastorij heeft de Gemeente uitgegeven 3022,80
Schade aan vensterraam, trapleuning, pomp; wegnemen van koper 175-
Samen 3197,80 fr.

Vrije bewaarschool.

  Schade veroorzaakt door het verbranden der meubelen : staande bord; pupiter der onderwijzeres; 15 schoolbanken; Froebelgerief; Geschiedenisplaten; houten trede; kleerkast; kachel 463 fr.

Congregatie.

  Schade veroorzaakt door het verbranden der volgende meubelen : altaar; 3 groote beelden; 2 kleine beelden; 4 koperen kandelaren; kruisbeeld; 4 kleine kandelaren; een kandelaber; 6 bloemvazen; 2 voetstukken; een geschilderde kruisweg; een stool; een roket, alles samen : 1135 fr.

  Alle schade werd hier berekend aan de prijzen van 1914.

Bl. 21a

Hoofdstuk VII

De dagen die op den inval volgden.


  De gemeente heeft geene buitengewoone belastingen te betalen gehad of ook geene gijzelaars moeten leveren, doch het gemeentebestuur werd aanhoudend lastig gevallen door alle soorten verordeningen en opeischingen. Gevraagde mededeelingen die niet zelden moeilijke opzoekingen voor gevolg hadden en lang werk veroorzaakten, moesten op gestelde datums en dit gewoonlijk op twee drie dagen ter hunner beschikking zijn zooniet zou de gemeente erge boeten oploopen. Met een woord : wat ze van de gemeente vroegen dat vroegen ze onder bedreiging alhoewel die bedreigingen later niet uitgevoerd werden.

  De personen die hun pasport verloren moesten vijf mark betalen om een nieuw te bekomen en de secretaris was gehouden dit geld in Leuven te bezorgen op het Pasburo. Zoo had hij eens de som van vijf mark ontvangen voor een nieuw pasport, en het geld met den post naar Leuven gezonden na afhouding van de onkosten, hetzij 8 centiemen. Hij werd naar Leuven geroepen enkel en alleen om die 8 centiemen bij te betalen.

  De heer Burgemeester had aan Alfons De Cock de toelating afgeleverd om eene koei te verkoopen : hij werd naar Leuven geroepen enkel om te bevestigen dat het afgeleverd schrift van hem kwam. Dan werd uit Leuven aan Alfons De Cock de toelating gezonden … om een verken te slachten. De heer secretaris antwoordde dat er geen aanvraag was om verken te slachten maar wel om eene koei te verkoopen. Het gevolg was dat secretaris samen met Alfons De Cock naar Leuven geroepen werd.

  Dergelijke feiten hebben zich nog meer voorgedaan : om de onbeduidenste zaken werd de gemeenteoverheid naar Leuven of naar Aerschot geroepen.

  In de maand Maart 1915 kreeg ik op zekeren dag het bezoek van Dr. Kreuter, zivilkommissar te Leuven, die zich beleefd en voorkomend voordeed. Hij kwam mij verschillige inlichtingen vragen betreffende den toestand in de gemeente, de werkeloosheid, den veestapel enz. Ik heb hem alsdan ook eenige inlichtingen bezorgd die den waren toestand afschilderden en weinig vleiend waren voor zijne landgenooten : immers de toestand van Tremeloo was alsdan alles behalve rooskleurig. Hij toonde zich eventwel voldaan.

  In de maand september 1915 ontving ik van hem het volgende schrijven :

Bl. 21b

  Mijnheer de Pastoor,

 “Ik heb het gemeentebestuur uwer gemeente gelast mij een uitgebreid verslag op te maken over hetgeen voor den winter in de gemeente nog beschikbaar is.”

 “Ik stuur u een afschrift van mijn schrijven aan ’t Gemeentebestuur en verzoek U deze in het opmaken en in het voorstellen een hand te willen aansteken.”

 “Het ware mij van groot belang ook uwe persoonlijke ervaringen en voorstellen te leeren kennen en zou u dankbaar zijn voor die mededeeling.”

  Aan dit schrijven heb ik geen gevolg gegeven en later heb ik ook geen schrijven in dien aard meer ontvangen.

  In de maand september 1916 werd ik als voorzitter van het plaatselijk Komiteit geroepen bij den heer Kommandant te Aerschot. Ik had aan een persoon die ik wel vermoedde geen onderstand noodig te hebben, den onderstand ontzegd ter gelegenheid van eenen nachtelijken diefstal door zijnen zoon gepleegd. Deze had daarover bij den kommandant eene klacht ingediend.

 “Waarom”, vroeg mij de kommandant heel plechtig, “waarom hebt gij onderstand geweigerd aan Norbert De Boeck?”

 “Omdat”, gaf ik voor antwoord, “omdat ik van gevoelen ben dat hij geen nood heeft.”

 “Maar”, vroeg hij verder, “hoe komt het dat gij die onderstand ontzegd hebt juist ter gelegenheid van dien diefstal?”

  Ik wist zeer goed waar hij henen wilde : hij hadde mij geerne eene boet of eene straf opgelegd om mij het ambt van rechter te hebben toegeëigend met te straffen voor diefstal, maar hij had zonder den waard gerekend en ik wist hem aanstonds te zeggen hoe ik ter gelegenheid van dien diefstal sommige middelen van bestaan van onzen aanklager was te weten gekomen. Ten slotte vroeg ik : “Denkt gij Mr de Kommandant, dat die persoon onderstand noodig heeft?” “Neen”, zegde hij. Het verhoor was afgeloopen.

  Als pastoor en in zaken die het bestier der parochie aangaan ben ik met de Duitsche overheid niet in aanraking geweest. Dit heb ik kunnen waarnemen dat, gedurende de eerste maanden der bezetting, vele Duitsche soldaten zich bijzonder voorkomend toonden ten opzichte van de geestelijken en deze geeren aanspraken. Doch, daar de geestelijken ten hunnen opzichte koel en onverschillig bleven, werden zij hoe langer hoe minder door de Duitschers gezocht en aangesproken.

Bl. 22a

  In het begin van 1915 kwamen op zekeren dag eenige Duitschers in het dorp aan, zoo ik meen om een onderzoek in te stellen aangaande de brandstichtingen der Belgen. Aan vrouw Verstraeten Felix vroegen ze : “waarom hebben de Belgen die huizen afgebrand?” “Wat”, zei de vrouw, “de Belgen? de Duitschers hebben dat gedaan.” “Hebt gij dat gezien?” vroegen ze nog. “Dat heb ik gezien”, was het antwoord, “en dat hebben hier honderden menschen gezien.” Zij achten het niet noodig meer getuigen te ondervragen.

  Ik bevond mij juist aan den ingang der kerk toen ze van het huis Verstraeten kwamen. Zij kwamen op mij toe en vroegen om de kerk te zien? Ik bracht hen in de kerk en trok bijzonder hunne aandacht op de verbrijzelde brandkasten. “Dat hebben Duitsche soldaten gedaan”, zegde ik, “en meer nog, de gewijde vaten hebben zij willen doen smelten.” Nu toch hadden ze gehoord wie het gedaan had : als ze ’t nu ook maar geloofden!

Hoofdstuk VIII
Latere gewelddaden.


  In ’t begin van 1916 had de hoogere Duitsche overheid bepaald dat er geene opeischingen van aardappelen mochten gedaan worden voor de bezettingstroepen, doch het bleef de soldaten vrij aardappelen te koopen bij landbouwers die vrijwillig in den verkoop wilden toestemmen. Van die bepaling maakten de duitsche soldaten gebruik om de landbouwers tot verkoop te dwingen. Zij gingen de huizen der landbouwers af en overal, na een onderzoek gedaan te hebben, spraken zij in dezen zin : “gij hebt nog … zakken aardappelen, daarvan moet gij er ons … afstaan zooniet komen wij alles halen. Natuurlijk dat de landbouwer in dien verkoop toestemde uit vrees : dat heette dan een vrijwillige verkoop. Deze opeischers door de legeroversten van Aerschot afgezonden hielden geen rekening van hetgeen de landbouwers voor eigen gebruik nog mochten noodig hebben. Elke compagnie zond haren opeischer en niet zelden kwam een tweede opeischingen doen in hetzelfde huis waar de eerste reeds het uiterste gevergd had.

  In het openbaar en in het bijzonder had ik mijne parochianen verwittigd dat zij niet verplicht waren aan de Duitschers te verkoopen, doch de vrees was zoo groot dat zij niet anders durfden.

Bl. 22b

  Ik hield er mij niet bij de menschen te verwittigen, ik protesteerde tegen de Duitschers zelf en deed de gemeenteraad ook protest aanteekenen. De officieele opkoopers door de Duitsche overheid zelf aangesteld kwamen ons protest bekrachtigen. Meer nog de Duitsche soldaten regelmatig gezonden om den voorraad te kontroleeren waren eveneens van ons gedacht.

  Door den heer burgemeester gelast met den aankoop van aardappelen in naam van de gemeente, was ik er met veel moeite in gelukt 90 zakken aardappelen aan te koopen voor de bevoorrading der arme menschen. Om daartoe te komen heb ik met behulp der officieele opkoopers en der regelmatige Duitsche onderzoekers, aardappelen aangeslagen die onder bedreiging aan troepen van Aerschot toegezegd waren.

  De gemeenteraad had te Aerschot reeds trotest ingediend. Dit hielp niet, wel integendeel, de aldaar liggende troepen kwamen meer dan ooit aardappelen opeischen.

  Dan werd er geschreven naar den Gouverneur en op dit bijzonder werd gedrukt : dat de soldaten de landbouwers dwongen aardappelen te verkoopen zonder rekening te houden van hunne eigene behoeften; dat zulks gebeurde in overtreding van zijn besluit dat aan de troepen verbood aardappelen op te eischen en hun alleen toeliet te koopen bij degenen die vrijwillig verkoopen wilden; dat de voorraad aardappelen te gering geworden was om zulke onregelmatige opeischingen te doen.

  Het generaal gouvernement, na de plichtigen alleen aanhoord te hebben, zond een antwoord dat de bijzonderste zaak ter zijde liet en alzo te kennen gaf dat zijn besluit alleen genomen was om de eenvoudige Belgen te paaien en geenszins om misbruiken in de opeischingen te voorkomen. Ziehier dien brief :

  Brüssel den 22 april 1916

  Infolge der unteren 9.10. und 11 März 1916 eingereichten Beschwerden über die Fortnahme von Kartoffeln durch deutsche Soldaten sind Ermittelungen angestellt. Diese haben nicht nur ergeben, dass die vorgebrachten Beschwerden unbegründet sind, sondern dass sie auch unwahre Behauptungen enthalten.

  In Tremeloo sind von den Truppen nur 3300 kg Kartoffeln fuer den eigenen Gebrauch entnommen, während weitere 17 400 kg. von der Verladern der Zivilverwaltung für die Bevölkerung Brüssels angekauft sind. Die Beschaffung der Kartoffeln duch die Truppen ist nur erfolgt weil festgestellt war, dass die Gemeinde einen Ueberschuss an Kartoffeln über den eigenen Bedarf besats. Daer tatächlich ein Ueberschuss vorhanden war, wird schon dadurch bewiesen, dass bisher bei 5 Bauern 1600 kg. Kartoffeln gefunden wierden, die von den Besitzern bei der Bestandsaufnahme nicht angemeldet werden sind.


Bl. 23a

Von den für die Notleidenden der Gemeinde vom Pfarrer zurückgestellten 9000 kg. Kartoffeln ist überhaupt nichts entnommen worden.

  Es ist ungehörig weren Sie als Gemeindevertreter Beschwerden ohne sorgfältige Untersuchung der Angelegenheit hier vorbringen. Das General Gouvernement betrachtet die Sache hiermit als erledigt.


Deze brief is eene aaneenschakeling van kwade trouw :

  1e De Gemeente verzette zich niet tegen eene regelmatige opeisching van het beschikbare, maar wel tegen de onregelmatige en onwettige opeisching der troepen. Daarbij de troepen eischten niet zelden een zak aardappelen waar er maar twee voorhanden waren. Sprak men hen van aardappelen voor arme menschen, dan luidde het antwoord : “Mit die arme Leute haben wir nichts zu machen.”

  2e Het aangegeven getal van 3300 kg. is ver beneden de waarheid.

  3e De aanschaffing van 17400 kg. werd door de gemeente zelf bewerkt doch op rechtvaardige wijze na grondigonderzoek. De troepen wilden dit onderzoek niet afwachten : zij deden hunne opeischingen betr genoemd aftruggelarijen zonder rekening te houden van de behoeften der boeren, der burgerlijke bevolking en der armen. Het is derhalve volkomen valsch dat de troepen zich enkel zouden bevoorraad hebben na bestatiging van een overschot.

  4e Dat bij 5 boeren 1600 kg. verdoken werden bewijst niet dat de opeischingen bij anderen rechtveerdig waren.

  Bij de verkoopdagen voor het leveren der granen werden de landbouwers onmenschelijk behandeld. Sommige werden voor eenige uren in eenen hoek geplaatst omdat zij de hoeveelheid graan niet konden leveren die men van hen eischte. Er zijn ook eenige personen geweest die alsdan slagen gekregen, onder andere Felix Van der Elst die bijna doof is, en dus alles niet verstond wat gezegd werd.

  Den 30 september 1916, rond den avond, waren er op het gehucht Langerechte eenige jongelingen die zich vermaakten ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van eenen hunner makkers. Om de aloude vreugdeschoten te vervangen deden zij carburebussen ontploffen. Deutsche gendarmen waren op dat gerucht afgekomen. Hebben ze “halte” geroepen en zijn de feestvierders loopen gegaan? dat kan ik niet verzekeren. Althans er werd geschoten en Antoon Wouters een jongeling van 19 jaren werd gedood.

Inbeslagneming van koper.

  Den 23 juli 1918 kwamen drie Deutsche soldaten zonder aanbellen de pastorij binnen. Zij verklaarden te komen voor het koper dat ik niet geleverd had niettegenstaande eene herhaalde verwittiging. Ik vroeg hunne bewijsstukken. Zij toonden mij eene machtiging om koper in beslag te nemen en geldig van 1 mei tot 31 juli 1918. Daarop gingen zij onmiddellijk aan ’t werk en wel op zulke wijze dat het afrukken der venstertoppen het breken der ruiten voor noodzakelijk gevolg zou hebben. Ik zegde dat ze gemachtigd waren koper af te halen maar dat ze niet gemachtigd waren ruiten te breken; dat ze om koperen toppen los te maken moesten voorzien zijn van eene vijl. Daarop hielden zij op en gingen bij eenen naburigen smid eene vijl halen;

  Zij hebben medegenomen : 40 koperen venstertoppen, 5 klinken en eene koperen plaat.

Bl. 23b

Hoofdstuk IX

  De Bezettingsjaren

A. De Kerk.


  De schade toegebracht aan het dak der Kerk werd hersteld in het begin van 1915. De gemeente heeft die onkosten op haar genomen.

  Aan de beschadigde ramen der Kerk werd eene tijdelijke herstelling gedaan nogmaals betaald door de gemeente. De verbrijzelde gedeelten der geschilderde ramen werden dicht gemaakt met gewoon glas. De raam der vunt die vroeger ook van gewoon glas voorzien was, werd voor goed hersteld.

  Twee brandkasten door de Duitschers verbrijzeld, eene in de sacristij, de andere in de kerk waar ze voor den oorlog diende om het H. Sacrament te bewaren, werden insgelijks hersteld. Daarvoor werd door het Nationaal Komiteit eene toelage geschonken van 300 fr.

  De gewijde vaten door de Duitschers deels gesmolten, deels verbrijzeld bleven tot heden in den staat in denwelken zij teruggevonden werden. Hierbij eene lichtpunt van die gewijde vaten.

  Tot naderhand werd ons eene kleine remonstrans in leen gegeven door den eerw. Heer pastoor van Grasheide.

  Tijdens mijn verblijf in Duitschland werd mij eenen nieuwen kelk geschonken door de weledele gravin von Westerholt-de Robiana te Lüdringhausen in Westfalen.

  In 1915 ontving ik eene zekere hoeveelheid linnen van het bisdom.

  In maart 1919 werd mij eenen nieuwen zwarten kazuivel met de nodige kelkdoeken geschonken door Madame Bivorz te Brussel.

B. De goddelijke diensten.

  Daar de heeren pastoor en onderpastoor gevankelijk naar Deutschland vervoerd werden, bleef de parochie zonder priester van 28 augustus tot 1 november. Op dien laatsten datum werden de goddelijke diensten heringericht door den eerw. pater Renatus van de congregatie der H.H. Harten. Deze heeft den parochialen dienst waargenomen tot aan de terugkomst van pastoor en onderpastoor den 21 December 1914.

  De Deutsche aalmoezeniersdienst heeft van de Kerk geen gebruik gemaakt.

C. De eeredienst.

  Tijdens de bezettingsjaren werd de eeredienst zoo binnen als buiten de kerk uitgeoefend zoals vroeger uitgenomen de kermisprocessie die vervangen werd door eene boetprocessie gelijk op de kruisdagen.

Bl. 24a

In 1918 werd ook de processie van Hoogweerdig achter gelaten omdat de Heeren pastoors op de dekenij in kapittel vergaderd dien maatregel genomen hadden.

  De jaarlijksche bedevaart naar Scherpenheuvel werd nagelaten om alle moeilijkheden met de Duitsche overheid te vermijden. De parochianen deden afzonderlijke bedevaarten naar Scherpenheuvel.

  De bisschoppelijke brieven werden gelezen, sermonen gepredikt, openbare berechtingen gedaan, kruisdagen gehouden weer zoo als vroeger. De eerste bisschoppelijke brief werd door twee Duitschers afgehaald.

D. Het bijwonen der diensten en het naderen tot de sacramenten gedurende de bezettingsjaren

  De twee eerste jaren in 1915 en 1916 werden de goddelijke diensten bijgewoond zooals vroeger, en het getal communiën was merkelijk vermeerderd. In 1917 en nog meer in 1918 werden de goddelijke diensten slecht bijgewoond en het getal communiën is ook verminderd (zie vergelijkende tabel in hoofdstuk IV).

Waaraan moet deze verval die zich in al de omliggende parochiën voordoet, toegeschreven worden?

Eerst voor wat het bijwonen der goddelijke diensten betreft.

1° Voor den oorlog had men op alle parochiën een soort van menschen die zondags de mis bijwoonden meer uit gewoonte dan uit overtuiging, en die dan reeds gemakkelijk eene reden vonden om nu en dan de mis te verzuimen. Deze menschen hebben zich tijdens de bezetting allerhande redenen gesmeed om de mis geheel en al achter te laten.

  Sommige hebben de goddelijke Voorzienigheid voor hunne vierschaar gedaagd en hare werken niet volgens hunne goesting bevonden. Velen hebben zich vergrepen aan andermans goed dat zij kost wat kost willen behouden. Dit nu is een algemeen verschijnsel : wanneer het geweten bezwaard is met onrechtveerdigheden dan ontstaat er tevens zekeren afkeer voor al wat de godsdienst raakt. Er zijn ook wel huichelaars, doch in het algemeen duurt die huichelarij niet langer dan het profijt dat men daaruit trekt of voorziet.

  Een persoon had op de pastorij allerhande zaken gestolen; daarvan had ik ontegensprekelijke bewijzen en getuigen. Ik wilde die persoon niet overleveren aan het gerecht, doch wel hem overhalen zijn geweten in regel te stellen, en ik riep hem op de pastorij. Hij deed volgens ik meen gedeeltelijk restitutie, doch sedert dien dag was niemand meer van zijn huishouden in de kerk te zien.

Bl. 25b

De eerste maanden van den oorlog en ook voor den oorlog naderde die persoon alle maanden tot de H.H.Sacramenten.

  Hier gelijk elders worden menschen gevonden die zeggen dat zij hunne christelijke plichten verzuimen omdat het Komiteit, waarvan Mr. Pastoor deel maakt, hun het eene niet gegeven of het andere geweigerd heeft. Hoeft het gezegd dat degenen die zoo spreken eveneens tot de onverschillige of ongodsdienstigen behooren! Het plaatselijk Komiteit moest natuurlijk een reglement volgen van hoogerhand voorgeschreven. Ik ken wel brave menschen die in hunnen eenvoud zulks betwijfelen; doch, deze hebben daarom aan hunne godsdienstige plichten niet verzaakt. De algemeenheid dergenen die beweren om die reden de mis te verzuimen zijn, ofwel menschen die vroeger ook zelden naar de kerk gingen; ofwel menschen die zich leelijk vergrepen hebben aan andermans goed. Hier vinden wij de toepassing van dezen regel die op ondervinding berust : de mensch die in fout is zoekt naar verontschuldiging en niet zelden meent hij zich doelmatig te verontschuldigingen met andere menschen als de eerste oorzaak zijner fout aan te wijzen.

  Eventwel is het spijtig dat de geestelijken zich met komiteitzaken hebben moeten moeien. Alle komiteiten, vooral op den buiten, hebben twee groote vijanden ontmoet : de hebzucht en de jaloersheid. De hebzucht heeft dit eigen dat zij eigenvoordeel alleen rechtveerdig vindt. De hebzuchtige mensch is met zichzelven alleen bekommerd, en hij wil dat het Komiteit zoo niet met hem alleen dan toch met hem op de eerste plaats zou bekommerd zijn.

  Bij de hebzucht voegt zich onvermijdelijk de jaloerschheid. De hebzuchtige mensch oordeelt dat anderen altijd beter bedeeld zijn dan hij, en hij denkt nooit dat anderen kunnen meer nood hebben dan hij. Nooit heb ik mij kunnen inbeelden dat menschen zoo hebzuchtig en zoo jaloersch konden zijn als ik ze hier bevonden heb. Geen dag ging er voorbij of er werden reclamatiën ingebracht die voor oorsprong hadden de hebzucht en voor drijfveer de jaloerschheid.

  Ik ben van gevoelen dat het Nationaal Komiteit ons volk tot in den grond bedorven heeft, met hoogergenoemde ondeugden op buitengewoone wijze te ontwikkelen. Menschen die vroeger gelukkig en dankbaar waren wanneer zij op de pastorij eene telloor soep mochten halen voor eenen zieke, zullen thans eene ruime aalmoes aanvaarden zonder dat in hun hart het geringste gevoel van dankbaarheid ontstaat. Zij denken : hij moet mij dat geven en wie weet geeft hij mij wel al wat hij moet.

Bl. 27

Opdat de onderstand eenig goed te weeg brenge en dankbaarheid verwekke; zijn vooral twee vereischten onontbeerlijk. 1° de onderstand moet bescheiden zijn; 2° het moet dengene die ontvangt klaar zijn dat de gever hem niets verschuldigd is. In plaats van rechtstreekschen onderstand te verleenen had het Nationaal komiteit de gemeenten moeten helpen om werken van openbaar nut te doen uitvoeren en alzoo aan de noodlijdenden en werkloozen de gelegenheid te geven een daggeld te verdienen. Nu heeft men den werkman leeren rentenieren en stelen. Leegloopers zijn, of worden dieven.

  Er zijn ook onverschilligen aan dewelke de brief van zijne Eminentie over Rechtvaardigheid en Liefde eene reden verschaft heeft om hun gedrag te wettigen. Vele waarheden in dien brief vervat had ik reeds meer dan eens op den predikstoel voorgehouden, en daarom, wanneer ik dien brief voorlas was dit bij sommige menschen, van mijnentwege enkel een middel om mijne eigene gezegden op den rug van zijne Eminentie te schuiven. Vandaar misnoegdheid niet tegen zijne Eminentie maar tegen den pastoor. Het verschijnsel waarvan wij hier getuige zijn komt voort uit den geest die thans overal onder het volk heerscht : de geest van opstand tegen de overheid. De overheid is de vijand en wel die overheid die men genaken kan. Zijne Eminentie is buiten het bereik van eenvoudige en kortzichtige buitenlieden, voor hen is er niet dan de pastoor. Dit was hier bij sommigen ook het geval toen paus Pius X de communie der kinderen voorschreef.

  De priester is hoofdzakelijk aangesteld om de menschen hunne plichten voor te houden. Welnu er zijn hier vele menschen gelijk ook elders die niet anders voor oogen hebben dan hunne rechten, en die niet eens inzien dat er geene rechten zijn zonder plichten.

  Al het voorgaande in ’t kort samengevat : vele onverschilligen hebben thans hunne godsdienstige plichten geheel en al verzuimd omdat zij, in den schijn tenminste, redenen gevonden hebben om bij hunne omgeving hun gedrag te wettigen. Daarenboven de leugens en verzinsels der boozen brengen sommige brave menschen in twijfel.

2° Eene tweede en gansch bijzondere reden van het verzuimen der goddelijke diensten is de smokkelhandel. In de jaren 1917 en 1918 was er bijna geen huishouden in de parochie dat zich niet min of meer op de smokkelhandel toelegde, en zoo kwam het dat alle zondagen honderden menschen met smokkelwaar naar Brussel gingen en de mis verzuimden. Thans is de smokkelhandel afgeloopen en met genoegen kan ik bestatigen dat de goddelijke diensten ook beter worden bijgewoond.

Bl. 28

  Wat denken van die menschen die zondags de mis verzuimden om zich op den smokkelhandel toe te leggen?

  Sommige menschen die in de week hunne handen vol hadden met hun werk, maakten vooral van den zondag gebruik om met smokkelhandel iets bij te verdienen. Onder dezen waren er die wel niet ongodsdienstig waren, doch rechtzinnig meenden dat de gelegenheid om wat geld te verdienen eene voldoende reden was om de mis te verzuimen, gelijk de noodzakelijkheid eene reden is om zondags te werken. Zij hadden wel in Brussel kunnen naar de mis gaan; doch … dat komt er niet van.

  Er is eene andere soort van menschen die naar de mis gaan als het goed aankomt, om den tijd door te brengen; maar, is het te koud of te warm, te droog of te nat, dan gaan ze niet. Natuurlijk dat voor dezen ook het minste tijdelijk voordeel eene voldoende reden is om de mis te verzuimen.

3° Eene derde reden waarom door sommige de zondagsmis verzuimd werd, was het gebrek aan kleederen. Deze reden geldde bijzonder voor de kinderen die in 1917 en 1918 de mis verzuimden.

4° Het bijwonen der mis in de week door de kinderen is ook merkelijk verminderd niettegenstaande de gedurige aanwakkeringen der geestelijken en der zusters. Daarvan kunnen wederom verschillige oorzaken aangehaald worden :

a) De onregelmatigheid in het openen der scholen. In 1917 en 1918 zijn de scholen meermaals gesloten geweest, nu eens door de overheid, dan uit hoofde van eene heerschende ziekte, dan bij gebrek aan brandstoffen enz.

b) Het gebrek aan kleederen. Bij sommigen het gemis van de noodige kleederen, bij anderen de zorg om zoo weinig mogelijk kleederen en schoeisels te verslijten.

c) De onverschilligheid der ouders. Hoe is ’t mogelijk dat de kinderen aan mis en communie denken, wanneer hun t’huis niet gesproken wordt dan van geld winnen met smokkelen of van andere tijdelijke zaken.

  Hier wil ik de aandacht trekken op eene gemoedsgesteltenis die men hoe langer hoe meer onder het volk waarneemt. De menschen willen betaald zijn voor al wat ze doen, zelfs voor hetgeen ze doen voor onzen Lieven Heer. Zoo de pastoor wil dat mijne kinderen naar de mis komen of te communie dan moet hij hun maar kleederen geven. Kortom voor elke geestelijke oefening die men van de menschen vraagt zou men hun een tijdelijk voordeel in de plaats moeten bezorgen. Er is hier eene arme vrouw die gewoon is te zeggen : “in de kerk geeft men niets weg!” en daarom gaat ze naar de kerk niet, tenzij wanneer er een mis gedaan wordt met uitdeeling van brood van wege het armbestuur. Er zijn er niet veel die zoo spreken, doch er zijn er meer die zo denken.

Bl. 29

Het naderen tot de H.H.Sacramenten.

  In 1915 en 1916 vermeerdering van communiën vooral toe te schrijven aan veelvuldige communiën der kinderen.

  De twee eerste jaren van den oorlog werd er veel onderstand uitgedeeld, en het Komiteit in zijn oordeelvellen over den nood was zeer breed. Alhoewel het komiteit steeds onpartijdig was in het uitdeelen van onderstand, bleven vele menschen toch bij de gedachte dat het hun voordeelig zou zijn hunne kinderen in de week naar de kerk te zenden. Personen die vroeger hunne godsdienstplichten niet onderhielden en die in ’t begin van den oorlog al gestolen hadden wat hun onder de handen viel, kwamen in 1915 alle veertien dagen of alle maanden te biechten en te communie. Wanneer ze de overtuiging hadden opgedaan dat ze daar niets mee verdienden, bleven ze weg.

  Ongevraagd of onverzocht had het Komiteit voor zekere familie eenen bijzonderen onderstand van het werk der oorlogsweezen bekomen. Later ingevolge eene verandering van reglement werd die onderstand geschorst. Nauwelijks had ik aan die familie dit slecht nieuws aangekondigd of de kinderen hielden op in de week naar de kerk te komen en tot de H.Tafel te naderen.

  In 1916 werd in de school eene tas melk gegeven aan een honderdtal der zwakste kinderen. De kinderen die ’s morgens communiceerden mochten in de school hunnen boterham gaan opeten, en kregen alsdan hunne tas melk of wel eene tas koffie. Later toen de melk te duur werd en de opeisching der boter in voege kwam, werd zulks veranderd. Waarschijnlijk is in die verandering eene reden te vinden van het afnemen der dagelijksche communie onder de kinderen.

  In 1917 en 1918 werd de onderstand merkelijk verminderd en aan een groot getal huisgezinnen werd door de nieuwe reglementen den onderstand geheel en al ontzegd : iedere maal ontstond er ten opzichte van den Voorzitter van het Komiteit (eerw. Heer Pastoor) blijkbare misnoegdheid. Elke verandering van reglement voor de verdeeling der eetwaren maakte eveneens misnoegden. Om die reden heb ik in november 1917 mijn ontslag als voorzitter en als lid van het Komiteit aangeboden.

  Eindelijk eene reden om het verzuimen der mis en het minder naderen tot de HH. Sacramenten uit te leggen vinden wij aangehaald door onzen Heer Jezus-Christus zelf : non potestis Deo servire et …… De twee laatste jaren van den oorlog waren voor bijna al onze menschen jaren van grote verdiensten. De gedachten stonden alleen op geld winnen en niemand bekommerde zich om de wijze waarop het verdiend werd; zelfs voor de nauwgezetste menschen waren alle winsten, diefstal alleen uitgezonderd, ten volle rechtveerdig.

Bl. 30

  Eens het geld gewonnen moest er bij velen een middel gevonden worden om er van te genieten. De kermissen werden heringericht en wel zoodanig dat de kermissen van vroeger maar eene schaduw waren van de kermissen in 1917 en 1918. Waar vroeger honderd franken verkwist werden, besteedde men er nu ten minste twee duizend. ’t Is dan ook niet te verwonderen dat men minder hield van kerk en godsdienst, te meer daar in de kerk woeker en danspartij veroordeeld werden.

  De ondervinding leert het : ’t is enkel in den nood dat de mensch begrijpt afhankelijk te zijn van een Opperwezen dat hij dan ook aanroept. Wanneer hem alles toelacht en vooral wanneer geld toestroomt, dan vergeet hij gemakkelijk zijnen God, omdat het geld in zijn hart de plaats van God inneemt : “non potestis Deo servire et ……”.

Plechtige communie der kinderen.

 Hier heb ik niets anormaal aan te stippen voor wat de deelneming betreft. Op twee uitzonderingen na hebben al de kinderen tot de jaren gekomen aan de plechtige communie deelgenomen. Die twee uitzonderingen waren kinderen van doorslechte ouders : een heeft tot den laatsten dag de oefeningen gevolgd en is niet omgezien den dag van de plechtige communie; de andere is weggebleven na van den eerw. Heer pastoor een kostuum gekregen te hebben.

 Het bijwonen van den catechismus van voorbereiding min regelmatig geweest dan vroeger bijzonder bij de jongens; en de eerste oorzaak daarvan moet gezocht worden in het onregelmatig sluiten en openen der scholen.

 Een woord ook over de kleeding der kinderen. In 1915 werden aan een groot getal kinderen kleederen geschonken door het armbestuur en den Heer pastoor die tot dit einde stof ontvangen had van eenen vriend. Onder de meisjes die stof ontvingen om zich een kleed te laten vervaardigen waren er deze die deze stof niet schoon genoeg vonden en er andere kochten : klaar bewijs dat de ouders zich aan aftruggelarij hadden plichtig gemaakt.

 Toen de volgende jaren de kleederen door zijne Eminentie bezorgd, uitgedeeld werden, achtte ik het noodig er op te drukken dat die kleederen den dag der plechtige communie moesten gebezigd worden. Die bepaling had voor gevolg dat er minder aanvragers waren. Dit getal werd nog geringer wanneer er niet meer dan katoenen kleederen te verdeelen vielen. Daaruit besluit ik dat sommige menschen zonder gegronde redenen onderstand vragen.

Buitengewone diensten.

 De wekelijksche dienst voor de gesneuvelde soldaten werd in den beginne goed bijgewoond. Dit duurde eventwel niet lang en op het einde van 1915 trof men in die mis geene andere personen aan dan degenen die gewoonlijk naar de mis komen.

Bl. 31

  Jaarlijks den 19 augustus om 10 ure heb ik een plechtig jaargetijde gedaan voor de gesneuvelde soldaten en medeburgers. Ik heb daartoe den 19 augustus verkozen omdat op dien datum alhier gesneuveld zijn zes soldaten en drie burgers. De twee eerste jaren werd dien dienst buitengewoon bijgewoond doch in 1917 en 1918 was dit veel minder.

  In 1918 van april tot december werd het H. Sacrament volgens verzoek van zijne Eminentie op den eersten vrijdag van elke maand gedurende twee uren uitgesteld : buiten eenige kinderen door de zusters opzettelijk aangezegd, en enkele godvruchtige personen, waren er geen aanbidders.

De openbare zedelijkheid.

  De openbare zedelijkheid heeft tijdens den oorlog veel te wenschen overgelaten. Gedurende de vier oorlogsjaren heb ik 34 onwettige geboortens aangeteekend, waaronder een van eene soldatenvrouw. De openbare meening heeft nog andere soldatenvrouwen van zedeloosheid beticht. Ongetwijfeld is de werkeloosheid de oorzaak geweest van het zedenbederf. Vier en dertig onwettige geboortens gedurende de jaren 1915, 1916, 1917 en 1918, dat is ruimschoots het dubbel van vroeger.

E. De toestand der Vrije Scholen.

  Voor den oorlog bezat Tremeloo eene vrije bewaarschool en twee zondagscholen, eene voor jongens en eene voor meisjes.

  De vrije bewaarschool was ingericht door den eerw. Heer Verbeeck, vorige pastoor der parochie, ten voordeele van eene arme vrouw Maria Bosmans, die vroeger reeds eenig onderwijs verschafte aan kleine kinderen welke de ouders haar toevertrouwden tegen 50 centiemen per maand.

  Daar Maria Bosmans te oud geworden was had ik haar juist voor den oorlog op pensioen gesteld : de eerw zusters hadden de vrije bewaarschool overgenomen onder voorbehoud dat Maria Bosmans zou betaald worden gelijk vroeger en dat zij intusschen gratis het onderwijs zouden geven.

  Den 28 augustus 1914 werd het lokaal der vrije bewaarschool afgebrand, en daar er geen ander lokaal te vinden was om de kinderen te ontvangen, werden de toelagen ook niet meer uitbetaald. De gemeente nochtans is voortgegaan met jaarlijks 150 fr. te betalen voor Maria Bosmans. Verder heb ik voor haar 18 fr. per maand bekomen van het werk der bescheidene hulp.

Bl. 32

  De toelagen voor de zondagscholen werden gedurende de bezetting regelmatig uitgekeerd; voor 1918 werden ze toegezegd, doch op heden 1 april 1919 zijn ze nog niet uitbetaald.

  Het programma bij de stichting dezer scholen bepaald, werd tijdens den oorlog ook gevolgd zonder dat eenige tusschenkomst der Duitse overheid zich heeft voorgedaan.

F. Patronaten – Werken voor volwassenen – Liefdadigheidswerken

  Voor den oorlog bestond in de parochie een patronaat voor jongens bestuurd den E.H.Onderpastoor. dit patronaat was ingericht in het Gildehuis gebouwd in ’t begin van 1912. Daar in 1914 het meestendeel der schoollokalen afgebrand werden, bleef er geen ander middel dan klassen in te richten in het Gildehuis. Om die reden heeft het patronaat voor jongens, bij gebrek aan lokaal, sedert augustus 1914 tijdelijk opgehouden te bestaan.

  Een woord hier over de maatschappelijke werken der parochie.

  De Boerengilde was pas voor het uitbreken van den oorlog gesticht, en had nog maar twee of driemaal vergaderd. Daar het inrichten tijdens den oorlog niet gunstig scheen, werd dit werk dan ook tot later verschoven. Sedert januari 1919 is de Boerengilde in werking getreden.

  De veeverzekering was voor den oorlog zeer bloeiend : zij verzekerde meer dan zes honderd dieren. Alhoewel de veestapel sedert 1914 zeer verminderd was heeft zij eventwel hare werking voortgezet tot einde 1917. Doch het getal leden was aanhoudend verminderd en zou nog verminderen omdat de oorlog voor haar eenen anormalen toestand geschapen had. Om met meer kans van gelukken later te kunnen herbeginnen heeft de algemeene vergadering van Februari 1918 goedgevonden de werking der maatschappij tijdelijk op te schorsen.

  De pensioenkas is terug in werking getreden zoohaast de stortingen van hoogerhand aanvaard werden.

  De Spaar- en Leengilde heeft hare werking van af 1915 hervat en heeft tijdens den oorlog wezenlijke diensten bewezen door het uitleenen van geld voor aankoop van vee en voor het heropbouwen van woningen

Bl. 33

De belegde vergaderingen werden in gevolge de verordening van heer Gouverneur aan de Duitsche overheid medegedeeld. Slechts éénmaal hebben twee Duitschers zich op ene vergadering vertoond; andere last of moeilijkheden hebben wij langs dien kant niet ontmoet.

  De leden van Vincentiusgenootschap vergaderden vroeger alle zondagen na de hoogmis. Tijdens den oorlog heb ik meermaals beproefd die vergaderingen te hernemen. De leden kwamen dan eenige zondagen doch weldra was niemand meer te zien. Ik heb dan goed gevonden nog een weinig uit te stellen alvorens eene nieuwe poging te doen. De vergaderingen van het Vincentiusgenootschap beelden zich in dat dit genootschap nu geene reden van bestaan had omdat het Komiteit in alle noodwendigheden voorzag. Zij beseffen niet genoeg het geestelijk voordeel der bijeenkomsten.

G. Het ontvoeren der werklieden.

  Den 18 november 1916 werden op de gemeente plakbrieven aangebracht waardoor al de mannen van Tremeloo van 17 tot 55 jaar verplicht werden zich naar Aerschot te begeven den 23 daaropvolgende. Zij moesten van het noodige voorzien zijn om desgevallend naar Duitschland te vertrekken.

  Zoo haast dit nieuws bekend was wilde iedereen naar de stad om zich kleergoed aan te schaffen. De stedelingen maakten van deze gelegenheid gebruik om geld te slaan op den rug der ongelukkige slachtoffers van de Duitschers. De prijzen van kleergoed en schoeisels werden van uur tot uur verhoogd. En toch zouden diezelfde stedelingen naderhand vuur en vlam spuwen tegen de boeren woekeraars.

  De gemeenteoverheid had eene lijst van werkeloozen aan de Duitschers medegedeeld. Het was voor de leden van den gemeenteraad, allen eenvoudige menschen, een moeilijken toestand. Werd de lijst niet gegeven dan zouden andere burgers naar Duitschland vervoerd worden en in grooter getal dan anders. Daarenboven geen enkel werkelooze zou op zich genomen hebben de familiën der weggevoerden door hun werk ter hulp te komen. Was het niet beter degenen die toch niets verrichten laten weg te nemen dan wel burgers die t’huis hoogst noodig waren? Was dit niet tusschen twee kwalen het minste kiezen? Zoo redeneerde de gemeenteoverheid.

  Zonder deze handelwijze der gemeenteoverheid te beoordeelen zonder goed of af te keuren, acht ik mij nochtans verplicht hier een woord te zeggen over de werkeloozen.

Bl. 34

1° Eenige persoonen, vooral huisvaders, hadden zich om den onderstand te genieten, ten onrechte werkeloozencertificaten doen afleveren.

2° Sommige werkeloozen hadden geenwerk omdat zij er geen wilden, en op allerhande manieren trachten zij te ontsnappen aan het weinige dat hun gevraagd werd. Om niet te moeten werken verrichtten zij moedwillig slecht werk. Daar in de gemeente 215 woningen door den vijand vernield werden, had het komiteit besloten steen te bakken om alzoo de afgebranden ter hulp te komen en de werkeloozen werk te verschaffen : de moedwilligheid der werkeloozen heeft het Komiteit gedwongen na eene proef dit ontwerp te laten varen.

3° Onder de werkeloozen waren ook eenige leegloopers, die binst den dag niet zelden den spot dreven met menschen die vlijtig werkten, en van den nacht gebruik maakten om zich middelen van bestaan aan te schaffen.

  Doch, niettegenstaande al hunne fouten en gebreken, het waren onze medeburgers; en daarom waren wij ten hoogste gevoelig aan het leed dat den vijand hun berokkend heeft met ze aan hunne familiën te ontrekken, om ze in een vreemd land de onmenschelijkste behandelingen te doen ondergaan.

  Het mededeelen van den lijst der werkeloozen werd in de gemeente verschillend beoordeeld volgens eigenbelang. De familiën der werkeloozen vonden het verkeerd, de anderen keurden het goed. Verhevene gevoelens die eigenbelang ter zijde laten, zijn hier in ’t algemeen niet gekend. Zelfopoffering beteekent hier opoffering voor zichzelf. Aldus de afkeuring van de eenen en de goedkeuring van de anderen waren niet anders dan de goedkeuring van de handelwijze der gemeente : allen zouden hetzelfde gedaan hebben.

  Eenige personen wier namen op de lijst der werkeloozen vermeld waren, werden aan het ballingschap bevrijd dank aan de tusschenkomst van Mr. Adriaen, geneesheer te Werchter. Eenige anderen door de gemeenteoverheid niet aangeduid, werden niettemin naar Duitschland vervoerd. De weggevoerden waren ten getalle van 33 waaronder 16 huisvaders en 17 ongehuwden.

  Hier laten wij de namen volgen der weggevoerden te beginnen met de huisvaders :

  Anthonis Ignatius, Baumans Alfons, Bouckhuydt Thomas, De Winter Alfons, Mastien Constant, Soetewey Alfons, Van Eyken Felix, Verhaegen Frans, Verschoren Alfons, Verstraeten Benedictus, Wouters Petrus, Van Woensel Jan Baptist, Verhoeven Andreas, Verhoeven Felix, Van Casteren Karel, Verhard Alfons.

Bl. 35

  De Winter Gustaaf, Laureys Petrus, L’Enfant Jules, Leys Jan Baptist, Op de Beeck Frans, Storms Guilielmus, Van den Notelaer Frans, Van Eyken Jan Baptist, Verbeeck Frans, Verhoeven Lambert, Mattheus Felix, De Coster Joseph, Iwens Frans, Schoovaerts Lodewijk, Verelst Lodewijk, Storms August, Crabbé Isidoor.

  Een dezer de genaamde Van Eyken Jan Baptist, is, ten gevolge van de slechte behandelingen in Duitschland ondergaan, bezweken bij zijne terugreis naar het Vaderland, namelijk te Luik waar hij in het gasthuis gebracht werd.

  In Duitschland hadden de weggevoerde ongehoorde behandelingen te ondergaan met het inzicht hen tot het werk te dwingen. Dit blijkt uit de twee volgende getuigenissen die ik onder meer andere gekozen heb :

Getuigenis van Alfons Soetewey te Tremeloo, Veldonck.

  Den 23 november 1916 was een der droevigste dagen van mijn leven. Even als zoveel andere jongens en huisvaders werd ik tegen wil en dank door de duitsche barbaren van vrouw en kinders weggerukt en naar Duitschland gestuurd.

  In Duitschland aangekomen werden wij in het kamp Weschede in barakken opgesloten als beesten in eenen stal, waar wij verbleven tot 1 maart 1917.

  Dan hebben ze ons naar Neerath bij Greevenbroek naar ’t werk gezonden, waar ik den zesden dag al bijna verongelukt was; zoodat ze mij met gebroken arm naar het gasthuis gedaan hebben, waar ik 42 dagen schrikkelijke pijnen, ijselijken honger en veel verdriet doorstaan heb.

  Toen mijn arm half hersteld was, moest ik terug naar ’t werk, waar ik meer slagen dan eten gehad heb, als men bieten- en raapkoolsoep en een hap slecht brood wilt eten noemen.

  Het is onmogelijk al het lijden en de ellende te beschrijven die ik daar uitgestaan heb zoo 9 maand en 7 dagen lang, en waar ik een gebrek gehaald heb voor mijn leven lang, want mijn arm doet nog altijd zeer, en nooit zal ik voor vrouw en kinderen er nog kunnen den kost mee verdienen.

Handtekening Alfons Soetewey

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Tremelo (4)

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Tremelo, Parochie van OLVrouw van Bijstand

Transcriptie René Lambrechts

Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 4

Bl. 36

Getuigenis van Anthonis Ignatius.

  Den 23 november 1916 werd ik met een dertigtal andere burgers van Tremeloo op den kontrool te Aerschot aangehouden en weggevoerd naar Duitschland. Bij onze aankomst in het kamp te Weschede werd ons voorgelezen : “gij zijt juist als gevangene soldaten, gij moet als zulke gehoorzamen.”

  In het kamp kregen wij : ’s morgens een halve liter soort van pap; ’s middags een liter soep of pap; ’s namiddags ongeveer 200 grammen brood. ’s Avonds een liter soep of pap. Door soep moet verstaan worden water met rapen of bladeren van rapen of raapkoolen of beeten; soms was er een weinig meel in, doch ik kan niet zeggen welk.

  Dit rantsoen was maar half genoeg om onzen honger te stillen. Van honger raapten wij op : patatenschillen, pellen van visch, pellen van appelsienen en de vischgraten uit den vuilbak. Soms bekwamen wij wat overschot van de fransche soldaten; doch meermaals werden wij belet van de soldaten iets te aanvaarden.

  In het kamp moesten wij soms twee uren lang buiten staan in koude en wind.

  Eens wilde men mij dwingen te werken : om die weigering werd ik geslaan met de bajonet zoodanig dat ik ’s morgens niet meer recht kon.

  Den 1 maart 1917 werden wij naar het werk gevoerd in de provincie Rhijnland te Nerraht in eene koolgroef. Wij weigerden te werken. Dan hebben ze ons in eene barak gesloten zonder eten tot ’s anderdaags ’s morgens 5 ure. Wij hadden daar wat strooi om op te liggen. ’s Morgens om 5 ure kwamen de soldaten ons uit de barak halen en plaatsten ons in regen en wind totdat wij ons wilden aangeven om te werken. Ik met zes andere ben alzoo blijven staan tot 11 ure; de andere zijn gaan werken. Om 11 ure werden wij in een soort kelder gesloten zonder eten en zonder bed. Die bak was zeer vuil. Er stonden onder andere twee nachtkuipen die overliepen en gevuld waren met de uitwerpsels van twee russische soldaten die daar eveneens verbleven hadden.

  Den volgende dag om 9 ure kwam men ons in dien vuilnisbak melden dat wij daar zouden blijven zonder eten indien wij voortgingen met niet te willen werken. Wij weigerden nog. Om 12 ure zelfde spel. Vreezende van honger te moeten sterven hebben wij alsdan het werk aangenomen. Dan hebben wij daar dagelijks gewerkt in de koolgroef.

  Het gebeurde dat ik mij ziek bevond. Ik moest dan om een ziekbiljet gaan. De geneesheer onderzocht mij en riep uit : “laus arbeiten”. Ik was nochtans zoo stijf dat ik bijna niet gaan kon.

Bl. 37

  Zaterdags ’s avonds werd ons opgelegd dat wij zondags ook moesten komen werken. Gingen wij niet dan kwam men ons met den stok halen en dan sloegen ze totdat wij gingen.

  Wij verdienden alzoo 12 mark per week. Daarvan werden 5 mark afgehouden voor familiegeld, zegde men, dat is om aan vrouw of ouders te zenden. Mijne vrouw heeft daar nooit iets van ontvangen.

  Om een hemd te koopen moest men een bewijs hebben van den burgemeester die dit regelmatig weigerde zoodat er onder ons waren die zonder hemd geraakten en de anderen hadden de gelegenheid niet het hunne te zuiveren. Ik ben in het vaderland teruggekeerd den 19 augustus 1917, dus na eene afwezigheid van omtrent negen maanden.

  Handtekening Anthonis Ignatius.

  Van af de eerste dagen na de wegvoering der werklieden werden er verzoekschriften ingediend aan den heer Gouverneur ten einde hunnen terugkeer naar het Vaderland te bekomen. Inzonderheid voor de huisvaders werd geene moeite gespaard. Te Leuven had men aan hunne vrouwen gezegd een verzoekschrift binnen te brengen : voor ieder dan werd een verzoekschrift opgemaakt waarin de bijzondere toestand van het huishouden uitgelegd werd. Wanneer sommige vrouwen hun verzoekschrift overhandigden werd hen zelfs gezegd dat het goed was en dat ze mochten vertrouwen hebben. Nooit is op die verzoekschriften eenig antwoord toegekomen.

   In den zomer 1917 mochten de weggevoerden de eene na den andere aan hunne familie een bezoek brengen mits belofte naar Duitschland terug te keeren om te werken. Velen hebben, na lang dralen, die belofte gedaan om hunne familie te kunnen wederzien, doch geen enkel is naar Duitschland teruggekeerd. In ’t begin hebben de Duitschers wel eenige opzoekingen gedaan om de verlofmannen terug naar Duitschland te zenden; doch, die opzoekingen bleken niet ernstig te zijn, en weldra werden de teruggekeerden geheel en al met rust gelaten.

Bl. 38

H. Ondersteuningswerken.

Voor vrouwen en kinderen van soldaten.

  Zoohaast de oorlog uitgebroken was wezrd door den eerw. Heer Pastoor het gedacht opgevat onderstand te verschaffen aan de vrouwen en kinderen der opgeroepen soldaten. De heeren studenten in verlof zouden zich gelasten wekelijks eene rondhaling te doen in de gemeente. Het gemeentebestuur zou wekelijks vijftig franken verleenen. De eerste rondhaling gedaan in de week van 2 tot 9 augustus bracht meer dan honderd franken bij. Deze was gedaan zonder voorafgaande aanbeveling op den predikstoel. Op zondag 9 augustus werd dit werk aanbevolen met de volgende woorden :

  “De week die voorbij is hebben onze vaderlandslievende studenten eene rondhaling gedaan voor de vrouwen en kinderen van onze medeburgers die het vaderland verdedigen. Die rondhaling zullen wij wekelijks vernieuwen. Wij kunnen u allen niet genoeg aanzetten aan dit werk van liefdadigheid en vaderlandsliefde deel te nemen. Iedereen geve vrijelijk volgens goeddunken, en daarom zullen de studenten zich niet op nieuw aanbieden bij degenen die hunne hulp afzeggen. Eene zaak vraag ik van allen en van ieder in ’t bijzonder : dat werk, dat niets dan lof verdient, niet te beknibbelen.”

  “Het rondgehaald geld zal des zondags na het lof uitgedeeld worden in bons voor eetwaren. Al de vrouwen van binnengeroepen soldaten gelieven hun aandeel te komen ontvangen. Zijn er die het niet noodig hebben en het willen laten voor hen die nood hebben, dan moeten zij eenvoudig den bon die hun gegeven wordt terug in de beurs steken van de studenten wanneer zij rondkomen. Ik heb liefst dat allen komen den bon halen die voor hen bestemd is opdat niemand zou verlegen zijn.”

  De inval van den vijand en onze wegvoering naar Duitschland hebben aan dit werk een einde gemaakt. De opbrengst der tweede rondhaling werd op de pastorij gestolen door de Duitschers.

Het Komiteit.

  Na onze terugkomst uit Duitschland vonden wij het Komiteit ingericht. Het Komiteit hield zich alsdan uitsluitelijk bezig met onderstand te verleenen aan de afgebranden, onderstand in brood en kleergoed.

  Later werden door het Komiteit de volgende werken ingericht : Gewone onderstand aan al de noodlijdenden; Onderstand aan de soldatenfamiliën; onderstand aan de werkeloozen; onderstand aan verminkten; oorlogsweezen en schamele armen; werk der schoolmaaltijden, der zwakke kinderen, der teringlijders.

Bl. 39

  In December 1914 werd het komiteit samengesteld als volgt : voorzitter : Petrus Feyaerts, burgemeester; schrijver : pater René De Batseleer van de congregatie der H.H. Harten; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens; Lodewijk Dockx en Frans De Vadder.

  De eerw. Heeren pastoor en onderpastoor werden als leden van het Komiteit aangenomen bij hunne terugkomst uit Duitschland. In de maand Februari gaf Frans De Vadder zijn ontslag. Daar er van wege het provinciaal komiteit aangedrongen werd om ook een liberaal als lid van het komiteit aan te nemen, werd Prosper Fonteyn als dusdanig erkend. Deze nochtans heeft maar tweemaal de zitting bijgewoond en dan weder zijn ontslag genomen uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom.

  In de maand Maart verliet pater René de gemeente en een weinig later nam de heer burgemeester zijn ontslag om mogelijke moeilijkheden met de bezettende macht te vermijden. Van dan af bleef het Komiteit samengesteld als volgt :

  Voorzitter : Karel Van Winkel, pastoor; schrijver : Emiel Van Giel, onderpastoor; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens en Lodewijk Dockx.

  Victor Goossens nam zijn ontslag in 1916 en werd vervangen door Joseph Jalet. Op het einde des jaars werd nog een lid aan het komiteit bijgevoegd, namelijk Hendrik Wouters.

  In November 1917 gaven alle leden van het komiteit hun ontslag en verzochten het provinciaal komiteit in hunne vervanging te voorzien tegen 1 Januari daaropvolgende. Op aandringen van den heer Ed. Gilmont, voorzitter van het regionaal komiteit van Haacht, zijn de leden voortgegaan hun ambt uit te oefenen tot in het begin van Maart 1918 wanneer ze onwederroepelijk hun ontslag genomen hebben. De grote oorzaak van dit ontslag was de misnoegdheid onder het volk verwekt door het toepassen der reglementen over de verdeeling der eetwaren, alsmede de ondergeschikte rol welke het provinciaal komiteit van de plaatselijke komiteiten vereischte tegenover de beheerder aan denwelken de komiteitszaken geheel en al toevertrouwd werden.

  Hier laten wij nu eenige tafels volgen die den toestand van hoogeraangehaalde ondersteuningswerken telkens op 31 December weergeven :

Er volgen nu een reeks tabellen met cijfers.

Bl. 43

Hoofdstuk X.

Geestelijken in de gebeurtenissen betrokken.


- Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; aangehouden den 28 augustus en gebracht in de Kerk van Aerschot; van daar weggevoerd naar Duitschland den 6 september 1914.

- Eerw. Heer Emiel Van Giel, onderpastoor: idem.

- Frater Edgard De Coster; frater Octaaf Igodt en broeder Julius Haegen bevonden zich in 1914 in het klooster te Ninde. Zij zijn op het einde van augustus gevlucht naar West Vlaanderen en van daar naar Holland, waar ze door de belgische militaire overheid opgeroepen. Zij hebben in het leger gediend als ziekenverzorgers.

  Thans bevinden zich in het klooster der Picpussen te Ninde 10 brankardiers die tijdens den oorlog dienst gedaan hebben. Hier volgen hunne namen :

- Frater Pamphilus (Lodewijk) Verdeyen van Herent, was aug. 1914 leraar in het Damiaangesticht te Aerschot; werd den 6 september weggevoerd naar Duitschland. Hij heeft zijne eeuwige beloften uitgesproken en is thans leerling in de Godgeleerdheid.
- Frater Edgard De Coster; hoger reeds genoemd, heeft tijdelijke geloften uitgesproken en is leerling in Godgeleerdheid.
- Frater Leopold (Willem) Jeurissen van Vlijtingen, novice, leerling in de wijsbegeerte.
- Frater Oswald (Joseph) Van Neste van Gulleghem, idem.
- Frater Odilo (Antoon) Van Gestel van Borgerhout, idem.
- René Muller van Antwerpen, postulant, leerling in de wijsbegeerte.
- Matthijs Gielen van Vlijtingen, idem.
- Jaak Bos van Turnhout, idem.
- Lodewijk Van de Velde van Schoten, idem.
- Frater Octaaf (Gaston) Igodt, hoger genoemd, van Watou, novice leerling in wijsbegeerte.

Parochianen onder de wapens.

In 1914 werden 55 parochianen onder de wapens geroepen. Onder dezen waren 27 gehuwden hebbende samen 70 kinderen. Van dezen zijn er drie geboren na het vertrek van vader.

Bl. 44

  In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers, doch naderhand hebben de volgende jongelingen als vrijwilligers het leger vervoegd : Feyaerts Joseph; Van den Notelaer Alfons; Storms Frans; De Keyzer Joseph en Van Vlasselaer Leo.

  Tijdens den oorlog werden nog opgeroepen 32 parochianen die zich in het buitenland bevonden; zoodat in ’t geheel 92 parochianen in het leger hebben dienst genomen.  Er zijn enkel vier parochianen gesneuveld, namelijk, Hendrik Verhaegen, vader van twee kinderen; Alfons Verbeeck; Alfons Claes en Alfons De Mees.

  Een soldaat werd verminkt te Luik, namelijk Franciscus Van Eyken, vader van 4 kinderen. Hij is getroffen geweest in den schouder en kan van zijnen arm geen gebruik maken.

  Geboorten en sterfgevallen.
1913 Geboorten : 95 sterfgevallen : 40
1914                     58                         26
1915                     68                         27
1916                     57                         22
1917                     57                         32
1918                     58                         42

  In november 1918 zijn 16 personen gestorven ten gevolge van de Spaansche griep.

  Hoofdstuk XI
Huiszoekingen in kerken of kloosters. – De opname der klokken.


  Huiszoekingen in kerken of kloosters hebben alhier geene plaats gehad.
Bij de opname der klokken ben ik niet tegenwoordig geweest. Voor zooveel ik mij herinner heeft deze opname plaats gehad in de maand juni 1918. Ziehier wat Lod. Dockx, koster, desaangaande getuigt.

  “Op zekeren dag kwamen er bij mij twee Duitschers welke vroegen om op den toren te gaan om de klokken te meten; na dit gedaan te hebben en al de opschriften en versiersels der klokken zorgvuldig aangeteekend te hebben, zijn ze naar het hoogzaal gekomen en hebben daar de groote orgelpijpen gemeten en nagezien uit welk metaal zij vervaardigd waren.”

Bl. 45

Hoofdstuk XII

Feiten van verscheiden aard.


  Bijzondere daden van vaderlandsliefde heb ik niet aan te stippen.

  In het moeilijk Komiteit werk heb ik bij de leden van het Komiteit en ook bij anderen goede en bereidwillige helpers aangetroffen : aan hen allen mijnen innigsten dank. Eenmaal heb ik een gebrek aan offervaardigheid bevonden bij personen van dewelke ik nochtans eene gansch bijzondere offervaardigheid had mogen verwachten.

  Onder de landbouwers zijn er zeker menschen geweest die niet naar woekerprijzen getracht hebben, en die hunnen evennaaste vooral de armen genadig behandelden. Ik persoonlijk heb bij brave menschen steeds waren bekomen aan fatsoenlijken prijs. Doch de menschen die liefdadig gehandeld hebben roemen hun eigenzelven niet, en degene die het voorwerp van hunne liefdadigheid geweest zijn zwijgen het ook. Om wille der waarheid moet ik nochtans bekennen dat de algemeenheid der landbouwers, enkele uitzonderingen daargelaten, voor hunne waren de hoogste prijzen eischten : velen waren bevreesd van te weinig te vragen. Er worden personen genoemd die brood vervalschten met gekookte aardappelschillen en raapkoolen, en dit mengsel verkochten aan 7.50 fr. en meer den kilogram.

  Er is tijdens den oorlog veel gestolen bijzonder op de velden, doch niet zoozeer uit nood en voor eigen gebruik dan wel om het gestolene te verkoopen aan woekerprijzen. Het geld alzoo vergaard werd gebruikt voor spel en vermaak. Het is ongelooflijk hoe zeer de jonkheid tijdens den oorlog bedorven werd door zucht naar geld en vermaak.

  Meermaals heb ik van op den predikstoel den parochianen herinnert dat het niet betaamd zich aan overdreven vermaken over te leveren, terwijl onze soldaten aan den IJzer hun bloed voor het vaderland veil hadden en den dood te gemoet liepen; ik beriep mij op hunne vaderlandsliefde; ik gewaagde zelfs van het genoegen dat zij den vijand verschaften met te juichen terwijl het vaderland treurt. Dit alles maakte geenen indruk : er was geld, gemakkelijk vergaard en de voorraad eens uitgeput kon spoedig vernieuwd worden, waartoe zou het dan dienen tenzij tot plezier en vermaak? Ook werd er op de kermissen tien, twintigmaal zooveel geld verkwist dan vroeger.

  De Duitschers van den omtrek namen regelmatig aan de kermissen deel en keerden nooit dan wel beschonken naar huis. Daartoe hoefden zij geen geld op zak te hebben : van dieven en smokkelaars mochten zij drinken zooveel zij wilden. Er wordt van een dezer verhaald dat hij op een enkelen kermis vijf honderd mark met de Duitschers verteerde.

Bl. 46

Hoofdstuk XIII

De ontruiming.


  Op donderdag 7 november ontvingen wij het eerste bezoek van vijandelijke troepen op weg naar Duitschland. Aangaande dezen niets bijzonders op te merken.

  Vanaf dijnsdag 12 november tot maandag 18 november had de gemeente Tremeloo aanhoudend vijandelijke troepen te vernachten. De neerslachtigheid der officieren was merkbaar, en wat de soldaten betreft, het groot getal wapens door hen weggeworpen geeft genoeg hunne ware gevoelens te kennen.

  Er valt niets op te merken aangaande de houding der vijandelijke legers ten opzichte van de inwoners. Op de pastorij waren de officieren zoowel als de eenvoudige soldaten die hen dienden zeer inschikkelijk en voorkomend.

  Voor het overige heb ik veel klachten gehoord over schade die zij aan de inwoners veroorzaakt hebben door het gebruik van ongedorschen graan, van hooi en ander veevoeder dat de landbouwers zelf groot noodig hadden. In den nacht van donderdag tot vrijdag werden twee paarden opgeëischt. In de scholen werden verschillige banken aan stukken gekapt en opgestookt; de deuren der gemakken ondergingen hetzelfde lot.

  Niettegenstaande mijn verzet werd de Kerk in den nacht van donderdag tot vrijdag door de Duitsche soldaten ingenomen. Vier wassen kaarsen, drie handdoeken en een paar pantoffels werden gestolen. De troepen trokken verder rond drie uur ’s morgens en lieten veel wapens en schietvoorraad achter.

Hoofdstuk XIV

De bevrijding.


  Nauwelijks hadden de laatste vijanden het grondgebied van de gemeente verlaten, of de vaderlandsche werd op den kerktoren geheschen en met tallooze vreugdeschoten begroet.

Bl. 47

De inwoners maakten gebruik van de wapens door den vijand achtergelaten om de bevrijding te vieren. De vreugdeschoten hadden buitendien een heilzaam gevolg : zij ontnamen aan de dieven hunne stoutmoedigheid. Deze waren nu overtuigd dat er wapens in overvloed voorhanden waren, en zij twijfelden geenszins of die wapens zouden bij gelegenheid tegen hen gebruikt worden.

  De eerste belgische troepen deden hunne intrede te Tremeloo op donderdag 21 november. Zij werden verwelkomt door het gelui der groote klok die hare vreugdetonen uitgalmde en de inwoners noodigden onze helden te gemoet te snellen. Dit gebeurde dan ook en eene vroolijke Brabançonne werd door eenige inwoners aangeheven.

  Op dit ogenblik april 1919, zijn het meestendeel onzer uitwijkelingen uit hun ballingschap teruggekeerd. Degene die uit Engeland terugkeeren zijn ten uiterste tevreden over hun verblijf aldaar : zij hebben noch honger noch gebrek geleden. Zij hebben er gewerkt om hunnen kost te verdienen, doch geld verzameld hebben zij niet. Het eenige waar ze goed van voorzien zijn is kleergoed.

  Degene die uit Holland wederkeeren zijn min tevreden : zij beweren veel honger geleden te hebben. Een geruimen tijd kregen zij niet meer dan twee honderd grammen brood en vier of vijf aardappelen per dag. Daarbij soep die weinig of geene voedzame bestanddeelen bevatte.

  Eenen en anderen keerden blijgemoed naar het Vaderland weder, waar hen, helaas! eene droevige teleurstelling verwachtte. Geen woonst : enkel nog de puinen van hunne vroegere woningen; geen bed : sommige zijn genoodzaakt te slapen tegen den grond op wat strooi; geen land : het land dat zij vroeger bewerkten ging tijdens hunne afwezigheid over in de handen van andere huurders. Dus ook geen werk, geene kostwinning. Laat ons hopen dat het nationaal komiteit of het landbestuur dien toestand zal willen inzien en de noodige hulp verleenen.

  Ik eindig. Ik heb alle feiten onpartijdig medegedeeld, en desgevallend mijn gevoelen uitgedrukt volgens ik in geweten oordeelde. Moge mijn werk eenig nut voor de geschiedenis opleveren.

  Handtekeningen :
K Van Winkel - pastoor Tremeloo
Feyaerts - gemeentesecretaris Tremeloo
F. Verhoeven - bakker Tremeloo

Bl. 48

Bijvoegsel aan hoofdstuk IV

In Ballingschap

  Den 28 augustus 1914 werden de volgende personen van Tremeloo door de Duitschers aangehouden en opgesloten in de kerk van Aarschot. Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; Eerw. Heer Emiel van Giel, onderpastoor; Alfons Michiels; Guilielmus Van Vlasselaer; Lodewijk Van Vlasselaer; Jan Baptist Goeron; Lodewijk Haegemans; Pepinus Torfs en Frans De Preter. Deze personen werden aangehouden deels op den steenweg Lier-Aerschot, deels te Heyst-Goor. Enige aanteekeningen getrokken uit het notaboekje van Alfons Michiels.

28 augustus - Gevangengenomen op den steenweg Lier-Aerschot. -Gebracht in het kolenkot van M. Van Tricht. -Twee uren in eene weide. -Aankomst in de kerk om half vijf. -Water en brood. -Slapen op de stoelen.

29 augustus - Wat droevig geschrei der kinderen met ons in de kerk opgesloten. - Wat duurt de tijd lang. -Vandaag brood en soep.

30 augustus - In de kerk aankomst van Aerschotsche burgers die eerst naar Leuven gestuurd waren en nu teruggebracht werden naar Aerschot. - Vrouwen en kinderen worden overgebracht naar de woning van notaris Fontaine recht over de Kerk.

31 augustus - Om 4 ure nog geen eten gehad. - Een stuk brood en een klein stuk spek, gift van een burger van Aerschot, werden wij ontstolen. -Goed nieuws : morgen mogen wij vertrekken.

1 september - Nieuwe wachten zen streng. - Weinig eten maar veel gekijf en gegrol der wachten. - Bittere teleurstelling : van vertrek geen spraak meer.

2 september - Burgers moeten de kerk kuischen. - 's Morgens een stuk brood, 's middags soep. - Een jonge huisvader van Westmeerbeek is zot geworden; hij wil zich de keel oversnijden met een stuk glas : dit wordt hem belet. Dan wil hij zich dooden tegen de verwarmingstoestellen.

3 september - Eten redelijk goed, doch ontoereikend. - Wij worden medegedeeld door de vrouwen van Aerschot die brood, fruit en koffie brengen voor hunne familieleden. - In den nacht van 2 tot 3 september om half drie sterft een jongeling van Aerschot juist voor mij.

Bl. 49

4 september – Weinig voedsel. – Wij kunnen in stilte wat brood en tabak kopen. – Eenige vrouwen uit Tremeloo komen hunne mannen en broeders bezoeken en brengen slecht nieuws : alles is afgebrand.

5 september – Verheugend nieuws : morgen zondag mogen de priesters mis doen en de burgers die willen mogen tot de H. Communie naderen.

6 september – De dag verheugend doorgebracht. – Al de priesters hebben mis gedaan. – De burgers boven de 45 jaar mogen vertrekken. – Om half vijf slecht nieuws : allen naar Duitschland. Droevige stoet. Gekerm en geween van vrouwen en kinderen.

7 september – In de statiën waar onze trein blijft staan worden wij aanzien als bandieten.

8 september – Aankomst te Sennelager. –Eerst verscheidene uren wachten. – Dan krijgen wij een stuk brood. – ’s Middags naar het bad. – Slapen onder den bloten hemel.

9 september – Drie engelsche soldaten worden met handen tegen den rug tegen eenen boom gebonden : dat is de straf voor de minste overtreding. – Slapen in open lucht.

10 september – Drie zieken zien wegdragen. – Slapen hetzelfde.

11 september – Ik ben stijf van buitenslapen. – Wij kregen een deksel. – ’s Nachts felle regen : het water loopt onder mijn lichaam door.

12 september – De zon komt vroeg te voorschijn en wel van pas om onze natte kleederen te droogen: de wind helpt ook. – Te weinig eten. – Zieken naar het gasthuis.

17 september – Wij worden naar het verhoor geroepen : 6 van Tremeloo; 6 van Busschot en 6 van Heyst-Goor. Ik dacht dat is voor de priesters dat wij zullen moeten naar het verhoor gaan. Het was zoo. Ik deed mijn best om de anderen eenigen goeden raad te geven. Die binnen geweest waren werden afgezonderd. Ik werd de laatste ondervraagt als volgt :
-Hoe is uw naam?
-Alfons Michiels.
-Uw beroep?
-Schrijnwerker.
-Waar woont gij?
-Te Tremeloo in het dorp.
-Kent gij de pastoor van Tremeloo
-Ja.
-Hoe was die ten opzichte van de Duitsche soldaten?
-Ik geloof dat hij Duitschgezind was, want den 19 augustus zijn er velen gaan wijn drinken; ik weet ook dat er Duitsche officiers geeten hebben, en hij is bij mij geweest met twee Duitsche soldaten om logist.

Bl. 50

-Wat is er van de geweren van Tremeloo geworden?
-De Burgemeester heeft die doen binnen brengen.
-Ja, maar er is een gebleven en de pastoor heeft toegelaten van uit den toren daarmede te schieten op de Duitsche soldaten?
-Neen, mijnheer , dat is niet waar.
-Ja wel !
-Neen, Mijnheer.
-Ja wel !
-Neen Mijnheer.
-Zeker is het waar geweest?
-Neen Mijnheer, en daar ik tegen de kerk woon, zou ik dat moeten gezien of gehoord hebben, en anders ten minste hooren zeggen, het is niet waar geweest.

18 september – Slechte nacht. – Hevige windvlagen die de pilaren in onze tent deden omvallen. – Vier zieken zien wegdragen.

19 september – Koude nacht. –Geluk gehad een pint bier te drinken in de kantin. – Worst gekocht van een franschen soldaat. – 2 Zieken zien wegdragen. – Namiddag aankomst van nieuwe gevangenen waaronder drie van Werchter.

20 september – Om 9 ure worst. – ’s Middags soep, daarna een stuk brood. – Wind en regen. – Een zieke engelsche soldaat zien wegdragen.

21 september – Slapelooze nacht. – Twee burgers naar het hospitaal vervoerd. – Om half zeven slapen op ons strooi met eene sargie in de flauw verlichte tent; doch ik kan mij niet verwarmen.

22 september – Slecht geslapen. –Koude voeten. – Twee personen voor eene kleine overtreding gedurende twee of drie uren aan eenen boom gebonden. Alle gevangenen loopen doorheen en spreken niet dan van voedsel. – Om 6 ure slapen gegaan doch niet kunnen verwarmen.

23 september – Honger. – Groot geluk : een soldaat koopt voor mij uit medelijden een brood van een mark. Dit deel ik met een vriend Gust Budts van Werchter; mijn deel, deel ik nog met Lod. Van Vlasselaer. Wij worden afgezonderd : rond den avond worden 200 belgen met 400 fransche burgers in eene tent geduwd.

24 september – ’s Morgens om 6 ure naar de statie van Sennelager. – Om half twaalf aankomst te Werl in de gevangenis.

Bl. 51

In de gevangenis


  De tien eerste dagen na onze aankomst te Werl hebben wij doorgebracht elk in eene cel inhoudende 22 kubieke meters lucht. Mijne cel was zeer goed ingericht en van een verwarmingstoestel voorzien. Voor de nachtrust beschikte ik over een engelsch bed met ressort en twee wollen dekens. Niettemin heb ik de eerste nachten slapeloos doorgebracht: nu meer dan ooit dacht ik aan mijn vaderland, aan mijn geboortedorp, aan mijne woning, aan mijne familie. Die tien dagen in verveling overgebracht schenen mij jaren.

  De vier eerste dagen hebben wij onze cel moeten houden zonder buiten te komen. Van op den vijfden dag mochten wij 20 minuten buiten wandelen. Daarin werden wij behandeld als andere gevangenen: wij moesten op bepaalden afstand van elkander blijven en mochten niet spreken.

  Den 11den dag moet ik werken in eene smidse. Mijn werk bestond in den voorhamer te slaan en den blaasbalg te trappen. Dit was buitengewoon zwaar werk. Gedurende zes dagen heb ik dit werk verricht; daar ik het niet langer kon volhouden werd ik aan eene machien geplaatst. Dit werk was nog te zwaar om reden dat men aanhoudend werken moest. Wilde men een oogenblik rusten of adem scheppen dan was het kijven en grollen bovenarms. De officieren vooral schenen kijven en schelden op bijzondere wijze aangeleerd te hebben.

  Als voedsel kregen wij dagelijks: ’s morgens koffie met 250 grammen brood. Het brood was vervaardigd uit 80% meel en 20% meel van aardappelschillen. Om 12 ure kregen wij soep. Deze soep was gemaakt met boonen, raapkolen, vitsen, aardappelen, enz, er was ook een weinig vleesch in, doch minder dan in Sennelager. Om 6 ure kregen wij nogmaals 250 gr brood en daarbij als dranck een liter water met melk. Van 100 liters afgeroomde melk vervaardigde men 700 liters van dien dranck.

  Gedurende al den tijd dat wij te Werl doorbrachten hebben wij driemaal voor 50 pfenningen mogen koopen in de kantien. Door al mijn werk had ik ten laatste vier mark en 31 pfenningen verdiend.

  Den 11 Februari 1915 liepen ons ballingschap en onzen dwangarbeid ten einde. Om 7 ure 15 ’s morgens vertrokken wij uit Werl om den 13 ’s morgens te Brussel aan te komen.

(handtekening) Alphons Michiels

Verklaring van Frans De Preter, landbouwer te Tremeloo Geetsvondel.

  Ik ben gevangen genomen te Boisschot den 28 augustus 1914. Ik werd met honderden anderen burgers opgesloten in de kerk van Aerschot tot 6 september ’s avonds. Van daar naar Deutschland : veertien dagen in Sennelager en dan naar Werl in Westfalen. Daar heb ik in de gevangenis gezeten. Ik moest eerst in den hof graven en later met os en paard rijden. Ik heb geene mishandelingen ondergaan : alleenlijk niet genoeg eten gekregen. Te Werl bestond onze kost uit 500 grammen brood en één liter soep, die bestond uit boonen, raapkoolen , vitsen, aardappelen, enz; er was ook een weinig vleesch in doch minder dan te Sennelager. Wij zijn in het vaderland teruggekeerd den 13 Februari 1915. Voor mijn werk heb ik ontvangen 10 mark en 76 pfenningen.

(handtekening) Frans De Preter.

Bl. 52

Ons Ballingschap.

Verhaal van den eerweerden Heer Karel Van Winkel, pastoor te Tremeloo.
Op vlucht.

Den 27 augustus om half zeven ’s avonds had ik mijne pastorij verlaten en was samen met mijne meid den nacht gaan doorbrengen op de pastorij te Bael. Mijn eerw. Heer onderpastoor had een nachtverblijf gevonden op het gehucht Bolloo. De reden waarom wij besloten te vertrekken was het naderen der Deutsche brandstichters.
’s Anderendaags, den 28 augustus, meende ik naar mijne pastorij terug te keeren; maar op het gehucht Langerechte gekomen werd ik gewaarschuwd door de parochianen dat de Deutschers in het dorp alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Ik gelastte een mijner parochianen den eerw. Heer onderpastoor te zeggen dat hij zich naar zijnen vader te Koersel zou begeven, dat ik eveneens voornemens was te vertrekken.
Ik begaf mij dan naar de parochie Heyst-Goor. Op de pastorij las ik juist in de “Bien Public” dat de forten van Luik nog altijd stand hielden, toen de eerw. Heer pastoor Wouters kwam binnengestormd en riep : “ de Deutschers zijn daar, spoedig vluchten.” Ik volgde hem in den hof. Daar sprak hij van ons te verbergen in het hout. Ik zegde : neen, dat niet, dan ga ik liever terug binnen. Ik wist bij ondervinding dat de Deutschers schoten wanneer zij ergens van verre eenige beweging bemerkten. Daarbij den 19 augustus had ik van de Deutschers niet te klagen gehad, en ik vertrouwde dat het nu eveneens alzoo zou verloopen.
Ik ging dan terug binnen en opende de voordeur om te zien wat er op straat gaande was. Een tiental Deutschers waren juist voor de pastorij op straat. Zij waren vergezeld van eenen wagen met twee paarden bespannen. Ik ging er naartoe en vroeg wat zij verlangden. Zij vroegen den sleutel der Kerk. Deze werd hen besteld en ik vergezelde hen naar de kerk. Daar gingen zij op den toren, waarschijnlijk om te zoeken naar wapens die zij er natuurlijk niet vonden. Hunne houding was voorkomend en beleefd en boezemde mij vertrouwen in zoodanig dat ik den eerw. Heer pastoor Wouters deed verwittigen zich gerust te vertoonen. Deze kwam alsdan buiten met eene kas cigaren waarvan hij er aan de soldaten elk twee of drie overhandigde.

Aangehouden.

Al de personen die zich straat vertoonden werden door de Deutschers samengeroepen.

Bl. 53

Bij slot van rekening moesten de mannen eenige stappen medegaan tot bij den ‘Hauptman’, doch zij zouden onmiddellijk terugkeeren. Ik was blootshoofd en om op dien laatsten oogenblik geen argwaan te verwekken vroeg ik ook niet om mijn hoed te halen.
Wij werden gebracht tot op den grooten steenweg Aerschot-Lier. Daar stond een officier vergezeld van nog andere Duitschers. Ik meende dezen aan te spreken, doch er werd mij toegesnauwd : “ich wollen nicht sprechen mit ihr”. Wij werden vier en vier geplaatst en vervoegd met andere burgers die reeds vroeger aangehouden werden, en de komst van nieuwe gevangenen afgewacht hadden in een kolenmagazijn. Onder deze laatsten bevond zich mijn onderpastoor Emiel Van Giel. Hij werd aangehouden op den steenweg Aerschot-Lier. Toen hij vroeg waarom men hem aanhield kreeg hij voor antwoord : omdat men te Leuven op ons geschoten heeft. Mijn onderpastoor werd vooraan gesteld en er werd hem gezegd : gij blijft borg voor degenen die zouden wegloopen. Daarenboven moest hij het volk verwittigen dat degenen die beproefde weg te loopen, zou doodgeschoten worden.

Op weg naar Aerschot.

Toen al de gevangenen, een honderdtal ongeveer, op rijen van vier geplaatst waren, moest de karavaan vooruit in de richting van Aerschot. Op ongeveer eene halve uur afstand van Heyst-Goor werden wij in eene weide gebracht, waar men ons gebood neer te zitten. Daar hebben wij twee uren vertoefd. Intusschen hoorden wij boven ons hoofd de bommen sissen die voor Heyst-op-den-Berg bestemd waren en afgezonden werden door kanonnen te Busschot geplaatst.
Eindelijk werd de reis voortgezet naar Aerschot. Het was tamelijk warm en velen even als ik hadden grooten dorst. Halverwege Aerschot kwam de vrouw uit eene herberg buiten met eenen emmer water. Zij had ons van verre zien aankomen en met reden vermoed dat wij lust zouden gehad hebben om te drinken. Er werd ons toegestaan in der haast een teug water door te halen.
De soldaten die ons omringden waren nog van de ergste niet; er waren er wel tusschen die ons brutaal aanspraken, doch er waren er ook anderen die poogden ons gerust te stellen.

Aankomst te Aerschot.

In Aerschot waren de straten met soldaten vervuld. Bij het zien van dien groep burgers, waaronder drie geestelijken, ontstond er een ononderbroken geroep van ‘schweinhunden’ en ‘sie mussen ersoschen werden’. Het was vooral op de geestelijken dat zij het gemund hadden. Wij werden naar de kerk gebracht.

Bl. 54

Alvorens de kerk binnen te treden moesten wij een zorgvuldig onderzoek doorstaan. Onze zakken moesten uitgeladen worden en onze pennemessen werden afgenomen : dit waren gevaarlijke wapens die de zegepraal van het machtige Deutschland konden verhinderen. Wij werden bovendien nog eens afgetast. Zoolang dit onderzoek duurde werden wij aanhoudend beledigd en ‘schweinhunden’ genoemd. Nu mochten we de kerk binnen.
In de kerk moesten de leeken zich vervoegen bij een vijf honderd mannen, vrouwen en kinderen, die zich reeds in het schip der kerk bevonden; wij geestelijken werden gebracht op de koor alwaar wij als lotgenoten ontmoetten de eerweerde heeren pastoor en onderpastoor van Busschot, en de eerweerde paters en broeders der congregatie van de H.H.Harten, Damianusgesticht te Aerschot. Deze ontmoeting was voor ons een groote troost. Mij dunkt ik zie nog voor mijne oogen pater Simon Goovaerts en zijne broeders die ons vanuit het gestoelte met een lachend en geruststellend gezicht bejegenden om ons op te beuren en moed in te spreken.
Onder onze lotgenoten in de kerk van Aerschot bevonden zich broeder Sylvarius Van Volsem, genaturaliseerde Amerikaan, en broeder Adelberken Craste, hollander. De papieren van dezen waren volkomen in regel, niettemin werden zij niet onmiddellijk in vrijheid gesteld : zij moesten wachten tot zondag 30 augustus. Pater Camillus Busard en broeder Willibrordus Slaets waren beiden hollanders, doch hadden hunne papieren niet bij : zij werden enkel den 5 september losgelaten.
Buiten deze vier bevonden zich in de kerk de volgende geestelijken en broeders :
Eerw. Heer A. Houtmeyers, pastoor te Boisschot,
Eerw. Heer F. Mellaerts, onderpastoor te Boisschot,
Eerw. Heer G.H. Wouters, pastoor te Heyst-Goor,
Eerw. Heer A. Houtmeyers, pastoor te Boisschot,
Eerw. Heer K. Van Winkel, pastoor te Tremeloo,
Eerw. Heer T. Van Giel, onderpastoor te Tremeloo,
Eerw. Heer Simon Goovaerts, overste, Damianusgesticht Aerschot,
Eerw. pater Arthur Deckers, Damianusgesticht Aerschot,
Eerw. pater Lambertus Van Quathem, Damianusgesticht Aerschot,
Eerw. pater Hilonius De Busscher, Damianusgesticht Aerschot,
Eerw. pater Joannes Lud. Nijs, Damianusgesticht Aerschot,
Eerw. pater Blasius Moors, Damianusgesticht Aerschot,
Eerw. pater Leo Teyaerts, Damianusgesticht Aerschot,
Frater Pamphydus Verdeyen, Damianusgesticht Aerschot,
Frater Joris De Freye, Damianusgesticht Aerschot,

Bl. 55

Broeder Rufirius Vreugde, Damianusgesticht te Aerschot,
Broeder Benedictus Louez, Damianusgesticht te Aerschot,
Broeder Gerard Linkens, Damianusgesticht te Aerschot,
Broeder Simon Allaerts, Damianusgesticht te Aerschot,
Broeder Gonsalve Teugels, Damianusgesticht te Aerschot,
Broeder Amandus van de Broeders van Scherpenheuvel.
Buitendien bevond zich onder ons een wereldlijke : Mr. Huysmans, onderwijzer te Aerschot. Al de paters en broeders droegen den band van het Rood kruis van België. Pater Hubertus Verschueren bevond zich uit hoofde van ziekte in het klooster der zusters : hij werd later met ons naar Duitschland gezonden.

Ons verblijf in de kerk te Aerschot.

Den 28 en den 29 augustus bestond onze kost uit water en brood. De twee eerste nachten moesten wij overbrengen in het gestoelte. Den derde nacht zegde men ons het altaartapijt te nemen, dit uit te spreiden op den vloer langs de muur van de sacristij en ons daarop neer te leggen. Later werden ons ook eenige bussels strooi bezorgd, doch veel te weinig voor drie en twintig personen.
Vanaf zondag 30 augustus werd ons lot wat verzacht door de zusters en andere liefdadige personen die ons boterhammen, koffie, melk en fruit bezorgden. Daarenboven was de meid van den heer pastoor van Boisschot erin gelukt aan haren meester een gebraden kieken te doen bestellen, en de zusters van Tremeloo hadden ook aan hunne geestelijken gedacht en ons boterhammen en kaas doen geworden. Brave zielen! ’t Was Tremeloo kermis in de kerk van Aerschot.
De Duitschers ook bezorgden ons wat buiten brood en water. Eenmaal boden zij ons zelfs een glas wijn aan. Wij lieten het ons smaken zonder teruggehouden te zijn door de gedachte dat het gestolen wijn was. Op zekeren dag bracht men ons een stuk spek. Terwijl de Duitscher het aan mijn onderpastoor overhandigde voegde hij er spottend bij : “Schweinenfleisch is gut für Scheinhunden”. Wij kregen nog soep met aardappelen en vleesch doch zeer onregelmatig. Het is eens gebeurd dat men daarmede afkwam om 11 ure ’s nachts. Aardappelen en rijst werd ons ook eens opgediend. Het is gebeurd dat burgers in de kerk om 4 ure namiddag nog volkomen nuchter waren. Onder dat opzicht waren wij priesters iets bevoordeeligd door de tusschenkomst der liefdadige personen.

Bl. 56

De twee eerste dagen mochten wij, om onze noodwendigheden te voldoen, gebruik maken van het gemak der herberg op den hoek der Kerkstraat. Wij werden telkens door eenen schildwacht vergezeld. Eens dat ik van daar naar de kerk terugkeerde werd ik door eenen soldaat aangesproken die mij vroeg : “do you speak english?” Ik antwoordde : “nein”. Die vraag had voor doel te onderzoeken of wij soms geene engelsche officiers waren in priesterkleederen. Een “yes, sir” ware misschien voldoende geweest om hen daarvan te verzekeren.
De volgende dagen werd het gemak der herberg ons ontzegd. Men had op het oud kerkhof eenen diepen put gegraven. Op vier palen had men een balk en eene plank genageld. Daar in het openbaar mochten wij ons ontlasten. ’s Nachts werden emmers in de kerk geplaatst. Dezelfde emmers dienden voor nachtpotten, daarna voor waskommen en dan voor waterkruiken om ons drinken te bezorgen.
De drie eerste dagen mochten wij niet buiten de kerk komen tenzij om hoogergemelde reden. Het hoeft niet gezegd dat de lucht in de kerk bedorven was en wel zoo zeer dat de Duitschers zelf het zelf het bemerkten. Wij zouden dan ook dagelijks eene halve uur mogen buitengaan om versche lucht in te ademen. Dit gebeurde op het oud kerkhof nabij den put die voor gemak diende. Wij moesten daar wandelen op afstand de eene achter den anderen rond het kerkhof. Onze wandeling werd niet zelden vervroolijkt door de spotternijen der soldaten die ons bewaakten.
Toen wij den 28 augustus in de kerk gebracht werden was deze bezet niet alleen met vier honderd of meer mannelijke burgers maar ook nog met vrouwen en kinderen. Vrouwen en kinderen werden den volgenden dag namiddag overgebracht naar de woning van den heer notaris Fontaine, recht tegenover de kerk. Dat gebeurde waarschijnlijk om plaats te maken voor gevangenen die zondag morgend uit Leuven aangebracht werden.
Een der eerste dagen van de week werd er aangekondigd dat de mannen boven de vijf en veertig jaar zouden mogen vertrekken. Wij vroegen aan den feldwebel of dit ook was voor de priesters? Het antwoord klonk : “nein, sie sind extra”. Al goed want ik meende eene kleine leugen te wagen. Daar ik 45 jaar was op drie maanden na zou ik mij zeker voor een ouderling van 45 jaren uitgegeven hebben.
Terwijl wij in de kerk verbleven spraken wij zoo weinig mogelijk met de Duitschers die ons bewaakten, of om uit nieuwsgierigheid kwamen in oogenschouw nemen.

Bl. 57

Nochtans waren er twee onderofficieren die ons eenige genegenheid betoonden en die we dan ook eens meer het woord toestuurden. Deze vertelden ons op zekeren dag dat in den nacht twee Duitsche soldaten geweerschoten gelost hadden van uit het klooster der paters; dat zij gelukkiglijk betrapt waren en ook eene straf hadden opgeloopen. Zij noemden die daad “eine schweinerei!” Dit was zij ten minste, want die schurken hadden voorzeker geen ander doel dan de terechtstelling van eenige schuldelooze burgers uit te lokken.
Deze laffe daad van twee Duitsche schurken zal eventueel niemand verwonderen wanneer men in aanmerking neemt dat bijna dagelijks een officier in de kerk kwam afkondigen : “verleden nacht is er nogmaals op onze soldaten geschoten, indien er dezen nacht nog geschoten wordt dan zult gij allen, de priesters op de eerste plaats, doodgeschoten worden”. Zulke bedreigingen konden niet anders dan gewetenlooze en bloeddorstige monsters aanzetten om daden te plegen die een onrechtveerdig bloedvergieten zouden voor gevolg hebben.
De gezegden van dien officier waren natuurlijk valsch en dienden enkel om de opgehouden burgers schrik aan te jagen en mogelijke opstand te voorkomen. Zoo oordeelden wij er over, doch zoo oordeelden sommige Duitsche monsters niet : zij hadden vroeger wat anders ondervonden. Die bedreigingen hadden waarschijnlijk nog voor gevolg dat een burger in de kerk zijn zinnen verloor en poogde zich te zelfmoorden met een stuk glas.
Een burger van Aerschot is in de kerk gestorven ten gevolge van eene bloedspuwing. Hij werd op het oud kerkhof begraven; een der priesters werd gevraagd om de kerkelijke gebeden te lezen. Het was de eerw. Heer Wouters, pastoor van Heyst-Goor, die zich daarmede gelastte.
Aan de geestelijken was het streng verboden te spreken met de burgers in de kerk. Nochtans den zaterdag 5 september werd ons door een Duitscher gevraagd of wij in de kerk wilden biecht hooren voor de aanwezigen die verlangden te biechten. Wij raadpleegden elkander en vonden dat zulks gevaar opfeverde. Immers moest er naderhand onder dit volk eenige oproer, hoe onbeduidend ook, ontstaan, dan zou de schuld daarvan op de biechtvaders geworpen worden. Terzelfder tijd vernamen wij dat de kommandant ons toestond den volgenden dag mis te lezen. Die toelating werd met veel genoegen ontvangen en den volgenden dag, zijnde zondag 6 september, voelden wij ons innig gelukkig het H. Sacrificie den Heer te mogen opdragen. De heer kommandant Wenne heeft dien dag de mis zeer godvruchtig bijgewoond.
Het is van af zaterdag 5 september dat wij van wege den kommandant eenige voorkomendheid ten onzen opzichte bemerkten. Buiten de toelating van biecht te hooren en den volgenden dag mis te lezen, stond hij ons nog toe van daar af vrij in en uit de sacristij te gaan, waarvan men de deur opengebroken had; en gebruik te maken van de W.C. die zich aldaar bevindt.

Bl. 58

Dit alleen moesten wij zorgvuldig vermijden : langs den kant der straat geen enkel venster openen, zooniet zouden de soldaten schieten.

Op weg naar Duitschland.

Den 6 september om 5 ure ’s avonds, kwamen de kommandant gevolgd van eenige officieren in de kerk. Hij deed aankondigingen dat wij gingen vertrekken. Men zou ons vervoeren naar Leuven, misschien naar Luik toch zeker niet verder dan Aken.
Zoohaast wij buiten de kerk kwamen werden wij overladen met scheldwoorden en beleedigingen met het den Duitschers geliefkoosde ‘Scheinhunden!’ Een onderofficier gaf den toon en had het bijzonder op de geestelijken geladen : “diese kommen wieder” zegde hij en hij wees op de burgers; “aber diese willen ersoschen werden” en hij wees naar de priesters. Zoo ging het tot in de statie.
Nevens mij ging een Duitsche officier, vrederechter van beroep. Deze was katholiek en ten onzen opzichte zeer vriendelijk en beleefd. Meermaals zegde hij mij onder weg niet bekommerd te zijn met al die bedreigingen, dat er ons geen leed zou geschieden. De kommandant ook vergezelde de groep gevangenen naar de statie.
De Duitsche soldaten die ons beleedigden bevonden zich meestal langs den linkerkant der statiestraat; langs den tegenovergestelden kant stonden veelal vrouwen en kinderen die bitter weenden en smeekten om de vrijstelling van vader of broeder of echtgenoot te bekomen, doch vruchteloos. Gansch de groep moest den trein opstappen : de gewone burgers in beestenwagens, de priesters en kloosterlingen in rijtuigen van derde klas. In elk kompartiment bevonden zich vier gevangenen en een soldaat bajonet op ’t geweer. Deze wachten spraken met ons op beleefden toon. Het was zichtbaar dat hun zulks opgelegd was. Ik heb onze wachter onder weg meermaals tot andere Duitschers hooren zeggen : ‘die Leute haben nichts gemacht’.
Wij vertrokken uit Aerschot rond 6 ure ’s avonds en kwamen rond 6 ure ’s morgens te Luik aan. Te Leuven werden wij weinig beleedigd, doch te Thienen en te Landen ging het er hevig toe. Te Luik aangekomen kregen wij eene tas vleeschsoep die zeer goed was, en die bij ons brood de koffie vervangde.
Eens op Duitsch grondgebied bleef de trein in bijna alle statiën staan. Overal was er veel volk als ware de trein aangekondigd geweest. Wij werden overal voor Francs-tireurs gehouden en als dusdanigen beleedigd.

Bl. 60

Het mag nochtans niet gezegd dat allen ons beleedigden : er waren ook personen die, als zij den trein konden naderen ons met belangstelling aanhoorden en voor het minst aan onze plichtigheid twijfelden. Doch bij het meestendeel bestond de zekerheid dat wij plichtig waren en den dood schuldig. Die gedachten moeten wij aan velen van die menschen vergeven om reden dat zij misleid waren door de drukpers. De mensch gelooft gemakkelijk wat hij geerne gelooft, en ten tijde van oorlog verontschuldigt men gaarne zijne medeburgers.
Aan de Duitsche soldaten werden in elke statie allerhande snapperingen ter hand gesteld, zooals broodjes met hesp, fijne boterhammen, leverworst en ander koud vleesch, koffie, cigaren, enz., in zulke mate dat zij terwijl de trein voortreed, ons wel eens mededeelden. Aan ons echter werd door de burgerlijke bevolking niets aangeboden tenzij op aanvraag onzer wachters een glas water en soms eene tas koffie. In de statie van Keulen werd eene tas koffie aangeboden aan den Duitschen soldaat die geen lust meer had om ze uit te drinken en ze verder overhandigde aan den ouden broeder Rufinus. De burger dit ziende haastte zich ze uit de handen van den broeder te rukken. Ook waren er meer die aan onze bewakers zegden dat het geschonkene voor hen persoonlijk was.
Te Keulen werden onze wachten afgelost. Onze nieuwe bewakers die ongetwijfeld uit verhalen der dagbladen opgemaakt hadden dat wij gevaarlijke kerels waren, begonnen met ons zorgvuldig af te tasten en toonden zich tamelijk brutaal. Onder weg nochtans moet hun oordeel ten onzen opzichte gewijzigd zijn, want die eerste brutaliteit maakte nog al spoedig plaats voor zekere beleefdheid.
Te Ohligs werden aan de eerw. paters en andere leden van het Rood Kruis, hunne armbanden van het rood Kruis ontnomen. Een man die ik aanzag voor statieoverste of bediende, ondervroeg ons met veel belangstelling. Ik meen dat hij onze gezegden aannam en de daden zijner landgenoten ten onzen opzichte afkeurde.
Den 8 september om 3 ure ’s morgens kwamen wij te Sennelager aan.

In Sennelager.

Het was een kouden morgend. Daar ik geen overjas bij had bibberde ik van koude. Op rijen van vier werden wij naar het kamp gebracht. Onder weg vielen onze oogen op het borstbeeld van den keizer gansch verlicht. Omtrent het kamp gekomen hield men ons staan en deze halt duurde tot ongeveer 6 ure. Middelerwijl werden wij omringd van een honderdtal soldaten die niet ophielden ons te bespotten en te bedreigen. Hunne bedreigingen beteekenden klaar en duidelijk : gij zijt de kogel niet waard; wij zullen u met de kolven onzer geweren doodslaan.

Bl. 61

Daar ook kregen wij het bezoek van majoor Bach, de baas van het kamp. Hij begroette ons in geradbrakt Fransch met de woorden : “Ah! Voila l’Eglise! vous tous francs-tireurs. Vous tire sur nos troupes, n’est-ce pas? Vous êtes des criminels. Nous allons vous traiter militairement.” En na eene poos : “J’espère que vous avez honte de poster en habite-là, n’est-ce pas?” Niemand antwoordde op die domheden. Dan ging hij voort : “avez-vous de l’argent?” op ons bevestigend antwoord zegde hij dat men ons andere kleederen zou bezorgd hebben. Dan vroeg hij verder of iemand van ons Duitsch verstond! Pater overste trad vooruit. “Voilà votre commandant”, zegde major Bach alsdan tot den groep priesters, “si quelqu’un ne lui obiit pas, il sera fusillé.”
Nu vooruit naar het kamp alwaar wij in de kantien gebracht werden en bedeeld van brood en koffie. Het brood dat wij kregen schat ik op ongeveer 400 grammen. Na ontbijt te hebben werden wij in groep geplaatst langs een der lanen van het kamp niet ver van de kantien. Aan den overkant dezer laan bemerkten wij drie burgers die de oogen van ons niet afwendden en die wij op dit oogenblik niet erkenden : het waren de heeren pastoor en onderpastoor van Steenockerzeel met hunnen koster. Het was ons alsdan nog niet toegelaten met hen te spreken.
Terwijl wij daar stonden kwam op ons toegegaan generaal von Bissing vergezeld van twee officieren. Volgens mijn beschgeiden oordeel scheen hij ons niet ongenegen. Hij vroeg waarom men ons had aangehouden? Wij antwoordden dat wij zulks niet wisten, dat men het ons niet eens gezegd had. Heeft men u dan van niets beschuldigd? vroeg hij verder. Neen zegden wij. Dat zullen wij onderzoeken was zijn antwoord, en hij ging.
Na eenigen tijd bracht men ons in een lokaal waar men ons broek en vest in grof wit linnen deed aantrekken. Daar een dergelijk kostuum ook gebezigd werd door de soldaten op hun werk, moesten wij er twee blauwe lintjes kruisgewijs op naaien om ons van dezen te onderscheiden. Dit kostuum kostte ons negen mark : een frank werd gerekend voor zestig pfenningen. Dit was de prijs van den frank in de kantien en bij de burgers handelaars die in het kamp kwamen. het was van eenen burger dat wij deze kleederen kochten. Wij mochten ook nog ander kleergoed bestellen dat ons den volgenden dag geleverd werd, alles aan overdreven prijzen zooals onze Duitsche bewakers zelf getuigden. Een dezer nam zelfs de stoutmoedigheid onzen meester kleerverkooper zijnen woekerhandel te verwijten.
Hier stel ik de vraag : waarom deed men ons van kleederen veranderen? Dit was niet met een verkeerd inzicht opgevat maar wel met een kwaad inzicht uitgevoerd. De woorden van major Bach : “J’espère que vous avez honte …” hadden zeker deze beteekenis : ik denk dat gij u met die in verlegen toestand zult bevinden en aan onaangenaamheden blootgesteld zijn, daarom hoop ik dat gij liever andere kleederen zult aantrekken.”

Bl. 62

Hadde men ons eenvoudige burgerkleederen laten aankoopen dan hadden wij dit zeker moeten goedkeuren en besluiten dat dit geen ander doel kon hebben dan ons onaangenaamheden te sparen; maar nu gaf men ons kleederen waardoor wij weer goed als met onze priesterkleederen aan de Duitsche soldaten aangewezen waren. De Kölnische Volkszeitung heeft later geschreven dat men ons in dit pak gestoken had om ons te onttrekken aan de spotternijen der belgische soldaten krijgsgevangenen te Senne. Dit was onbeschaamde laster; want, de belgische soldaten hebben ons van eerst af met de grootste voorkomendheid en genegenheid bejegend.
Eens in ons nieuw pak werden wij gebracht bij den barbier die ons haar zou knippen op een millimeter. “C’est aussi qu’on traite les criminels”, zegde major Bach. Bij eenige gevangenen werden haar en baard geschoren langs eenen kant van den kop en langs den anderen niet.
Na ons bezoek bij den barbier werden wij verzocht aan major Bach af te geven de kostelijke voorwerpen die wij mochten bij hebben. Ik had niets te overhandigen, doch de eerw. paters hadden hunne kelken medegebracht. Major Bach ontving ze in bewaring, en vroeg aan een der paters de namen en het adres zijner erfgenamen : “alors, zegde hij, on peut le leur envoyez quand vous serez fusillé”. Bij het zien van een klein vaatje dat de H.Olie voor de stervenden inhield, riep hij uit : “Ah! Ah! C’est pour vous que vous avez pris cela; vous savez que vous ètes coupable et que vous serez fusillé”.
Nu gaan wij de badplaats bezoeken.
Onze priesterkleederen mochten wij eerst afgeven : deze zouden ontsmet en bewaard worden tot later. Men bracht ons in de badplaats bestaande uit twee deelen : een groote zaal en verder de plaats met de stortbaden. In de eerste plaats moesten wij ons ontkleeden. Elk moest zijne kleederen, uitgenomen broek en vest die nieuw waren, in een pak binden. Die pakken werden weggenomen om ontsmet te worden. Wij hebben daar ongeveer een halve uur naakt gestaan en een medicaal onderzoek ondergaan, alvorens onder de stortbaden gebracht te worden. Het water der stortbaden was tamelijk heet en om die reden lieten wij er zoo weinig mogelijk op ons lichaam neerkomen. Deze komedie afgeloopen werden onze onderkleederen terug gebracht en wij mochten ons aankleeden.
Het was reeds twee ure namiddag geworden en sedert zeven ure ’s morgens hadden wij niet meer geëten. Nu zouden wij in de kantien onze soep ontvangen. Dit zou nochtans niet zoo spoedig van stapel loopen. Tegenover de bank van het kamp hield men ons staan en wij werden uitgenoodigd ons geld uit te wisselen.

Bl. 63

Dit was, zegde mij een Duitscher om te voorkomen dat anderen ons zouden te kort doen met maar 60 pfenningen te geven voor een frank. Die bank gaf 70 pfenningen. Daar er maar betrekkelijk weinig uitgewisseld werd, kwam men ons melden dat alles moest uitgewisseld worden, dat men ons zou aftasten en dat degenen die nog vreemd geld op zak hadden zouden doodgeschoten worden. Wat wilden wij doen dan maar toegeven en uitwisselen.
Terwijl wij daar stonden te wachten tot onze beurt zou komen om naar de kantien te gaan; terwijl onze maag gescherpt door het stortbad vruchteloos alarm klopte, kregen wij het bezoek van den heer pastoor van Senne die tevens ook aalmoezenier was van het kamp. Wij spraken hem natuurlijk van onze onschuld. Hij gedoogde zich aan deze te gelooven, doch van het gedacht dat anderen, ook priesters, plichtig waren wilde hij niet afzien. Daar ik mij in het deutsch niet kon doen verstaan, sprak ik hem aan in ’t latijn en vroeg :”au tu, sacerdos, …”. “Nein”, was zijn antwoord. “Quod tu, sacerdos, …, ging ik verder, …” Gij niet, zegde hij, maar anderen. “…” was mijn antwoord. Daarop begon hij luidop zijne vaderlandschliefde lucht te geven. Wat hij uitkraamde heb ik niet verstaan, dit alleen heb ik gevat dat hij sprak van “barmharziger Kaiser”. Wat zou er toch gebeurd zijn ware die “Kaiser” niet “barmharzig” geweest! Wij zouden later nog meer ondervinden dat geen enkel Duitsch wil gelooven aan eenig onrecht door zijne landgenooten gepleegd.
Zoo was het stilaan vier ure geworden en waren wij ook aan de kantien geraakt. Wij kregen er eene kom soep tamelijk goed voorzien van vleesch en aardappelen. Door het toedoen van eenen belgischen krijgsgevangene, bediende in de keuken, werd ik goed meegedeeld. Ik kocht voor 20 pfenningen een lepel, maakte een kruisje en liet het mij goed smaken.
Nu dat de meeste formaliteiten afgeloopen waren werden wij door onze bewakers naar ons nachtkwartier gebracht. Een ruime paardenstal van geen strooi voorzien waar wij vrijelijk op de bloote steenen onze rustplaats konden kiezen. Andere gevangenen die daar reeds vernacht hadden, zooals pastoor en onderpastoor van Steenockerzeel, hadden zich wat strooi weten aan te schaffen, doch zij waren niet voorzien om ons mede te deelen. ’t Is daar dan ook dat wij met genoemde heeren kennis maakten en van hen zoo een en ander vernamen over de aantrekkelijkheden van het kamp.
Voor dorst moesten wij niet meer bekommerd zijn; recht voor

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Tremelo (5)

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Tremelo, Parochie van OLVrouw van Bijstand

Transcriptie René Lambrechts

Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 5

Bl. 64

onze slaapkamer – voor onzen stal wil ik zeggen – stond eene pomp die overvloedig en goed water opleverde. Van dan af waren wij in het kamp wat vrijer en konden wij gesprekken aanknoopen met fransche soldaten en andere burgers.
Niet allen toch werden wij voor de nachtrust in dien paardenstal gebracht : de oude broeder Rufinus, de eerw. Heer pastoor van Boisschot en pater Jan kregen een ander kwartier en mochten op eenen strooizak slapen; de twee eerste omdat zij oud waren, de laatste omdat zijn langen baard hem een oud voorkomen gaf.
De eerste dag loopt ten einde. Wij hebben nu een gedacht van het leven in het kamp, wij zullen dan ook maar slapen gaan. Wij leggen ons neder op den steenen vloer, doch slapen doen wij niet; wie zou er slapen op een kussen zoo hard? En daarbij gansch den nacht gebons op de deur door menschen die willen buiten zijn om eenige noodwendigheid te voldoen. En de wachters daarbuiten zijn toch de knechten niet van de ‘Schweinhunden’ daarbinnen! Zij hoeven dan ook zoo ’n haast niet aan den dag te leggen om de deur te openen als men langs binnen klopt.
Goddank! ’t Is morgend geworden! De poorten van ’t vagevuur gaan wagenwijd open; frissche lucht stroomt ons tegen. Wij spoeden ons naar buiten om nog meer van die goede lucht te genieten en ons toilet te maken. Dit zal gebeuren aan de pomp met helder water. Zeep en kam vinden wij niet; de meid zal die ongetwijfeld verkeerd weggelegd hebben! Als ze nu maar gezorgd heeft voor den koffie? Wij zullen eens gaan kijken; en vooruit naar de kantien.
Natuurlijk dat wij daar zoo maar niet seffens gediend worden, elk moet zijn beurt afwachten. Nu dat wachten heeft soms ook zijn voordeel : ditmaal deed het ons kennis aanknopen met eenen franschen soldaat, eenen onderpastoor uit de omstreken van Lourdes. Deze vertelde ons zijn lotgevallen, deelde ons zijne vaste hoop mede op de eindzegepraal van zijn vaderland; wij van onzen kant spraken hem van ons wedervaren en zoo troostten wij elkander en spraken elkander moed in.
Dien voormiddag moesten wij voor een soort van onderzoeksrechter verschijnen. De eerste die ondervraagd werd was de eerw. Heer pastoor van Boisschot. Daarop volgde pater overste en andere paters. Ik ben daar niet ondervraagd geweest. De paters moesten vertellen wat er te Aerschot gebeurd was.

Bl. 65

De persoon die dat onderzoek deed scheen niet vijandig gesteld ten onzen opzicht, wel integendeel, hij scheen ons genegen, en toen de ondervraging gedaan was verklaarde hij aan pater overste : “de zaak is klaar, gij zult waarschijnlijk in vrijheid gesteld worden.”
De soldaten die gelast waren om ons te bewaken, waren katholieken en toonden ons oprechte genegenheid. Zij vroegen aan de paters eenige gewijde medaliën die hen geschonken werden. Zij van hunnen kant, trachten ons alle mogelijke diensten te bewijzen. Zij brachten ons broodjes; zij gingen voor ons naar de kantien leverworst koopen; dank aan hen kon ik ook een glas melk bekomen; tegen den avond bezorgden zij ons strooi zooveel als wij verlangden om op te slapen; zij verdedigden ons wanneer wij door andere Duitsche soldaten beleedigd of bespot werden.
Dien dag werd ons gezelschap vergroot door de aankomst van vier broeders der christene scholen van Lebbeke en van den eerwaarden heer Bernard, pastoor van Ylemme bij Maubeuge. Deze even als wij moesten hunne priester- en kloosterkleederen afleggen om een pak aan het onze gelijk aan te trekken. Die broeders van Lebbeke waren : broeder Amedeus, overste; broeder Daniël, na zijner terugkeer in het Vaderland te Mechelen tweemaal tot gevangenisstraf veroordeeld; broeder Athanasius, hollander, en broeder Vulmarus.
Het werd middag. Ditmaal was onze soep op tijd klaar: zij bevatte vooral roode koolen, aardappelen en spek. Rond den avond kregen wij nog een stuk brood. Verder niets bijzonders te melden.
Den volgenden dag, 10 september, ontvingen wij het nieuws dat wij zouden vertrekken naar het priesterseminarie te Münster. Dien dag ontvingen wij geen brood, doch onze bewakers, zooals ik hooger reeds heb aangemerkt, bezorgden ons broodjes. Ik heb dien dag ook eene pint melk bekomen mits te betalen. Mijne makkers konden dit ook genieten. Onze soep was enkel gereed tegen 3 ure namiddag. Wij zouden na deze den kost van het kamp niet meer smaken.
De 3 dagen in het kamp van Senne overgebracht waren dagen van verveling, angst en kommer, hoop en vrees. Die verschillige aandoeningen volgden elkander beurtelings op. De ‘far niente’ baarde verveling en deze werd nog vermeerderd door een ongenadig en lang wachten voor het minste dat er te doen was : eene oefening van geduld. De gedachten waren in het vaderland bij al wat ons dierbaar is. wat was er van onze naastbestaanden en vrienden geworden? Wat was er geworden van onze parochie? Hoe zou later leed hersteld en nood verdreven worden? Daaruit volgden kommer en angst die nochtans gematigd werden door het betrouwen op de goddelijke voorzienigheid.

Bl. 66

Voor ons eigen zelve was de toekomst onzeker : wij hoopten wel eene spoedige vrijstelling of ten allerminste eene spoedige verbetering van ons lot, en wij hadden de beste redenen om zulks te hopen; doch, wij kenden ook de valschheid en de wreedheid van den vijand en aldus was onze hoop niet zonder vrees.
Dit heb ik nog kunnen bestatigen : bij al de gevangenen van het kamp, zoowel soldaten als burgers, eene vaste verzekering dat de verbondenen spoedig zouden zegepralen. Maar ook om bij zichzelven die verzekering te verwekken geloofde men graag en zelfs roekeloos al wat men vurig wenschte. Zoo werd er, den dag onzer aankomst in het kamp, rondgestrooid dat America naar Duitschland een ultimatum gezonden had : België moest binnen de 24 uren ontruimd worden. Dit nieuws, niettegenstaande zijne onwaarschijnlijkheid, werd gretig geloofd. Die lichtgeloovigheid voor het gewenschte maakt het geluk uit van den mensch die zich in druk bevindt.

Op weg naar Münster.

Het was den 10 september. Nadat wij, rond 3 ure namiddag, onze soep genuttigd hadden, kwam de tijding dat wij onmiddellijk gingen vertrekken. Wij vroegen om onze priesterkleederen mede te nemen? Er werd ons geantwoord : er blijft geen tijd meer om die te halen, wij moeten seffens weg om den tram te hebben naar Paderborn, de kleederen zullen zonder uitstel afgezonden worden. Wij vertrokken en vonden een tram gereed te Senne. Deze bracht ons te Paterborn aan de statie. Daar konden wij een glas bier bekomen en broodjes met vleesch koopen naar verlangen.
Wij vertrokken uit Paterborn rond 6 ure ’s avonds en kwamen rond 11 ure te Soest aan. Daar moesten wij van trein veranderen en eenen geruimen tijd wachten. Eenige mensen die zich in de statie bevonden schaarden zich rond ons en ondervroegen ons. Wij antwoorden met voorzichtigheid en terughouding op de vragen die ons gesteld werden. Die menschen toonden ons genegenheid; er werden ons zelfs boterhammen met vleesch aangeboden. ’s Morgens rond 7 ure waren wij te Münster in Westfalen.
Men bracht ons uit de statie langs eenen bijzonderen uitweg waar een electrieke tram gereed stond om ons naar het seminarie te voeren. De heer Subregens van het seminarie was naar de statie gekomen om ons af te halen. Hij stapte met ons in den tram waarvan men de rolgordijnen neergelaten had. In het seminarie was de tafel gedekt, en een lekkere koffie met suiker, fijne broodjes, vleesch en pompernikkel lachte ons tegen. Die plotselinge ommekeer en het ontmoeten van menschen die ons zulke genegenheid betoonden, maakten op ons den diepsten

Bl. 67

indruk. Wij verbleven in het seminarie van den 11 september tot den 19 december en werden er door de geestelijke overheid met de grootste voorkomendheid behandeld. Daarvoor zal ik de heren Regens en Subregens altijd dankbaar blijven, alsook de goede zusters en de knechten Herman en Joseph.

In het seminarie te Münster.

Daar de seminaristen in verlof waren mochten wij op het eerste verdiep de kamers betrekken die onder den trimester voor hen bestemd waren. Ik ben van gedacht dat de overheid er op rekende dat wij zouden in vrijheid gesteld worden voor den terugkeer der seminaristen. Dat was het geval niet en daarom werden wij genoodzaakt later te verhuizen naar het derde.
Tot den 10 october bleven wij immer onder bewaking der militaire overheid. Eene wacht werd geplaatst beneden in den corridor nabij den ingang van het seminarie. De eerste dagen na onze aankomst mochten wij zelfs niet buitenkomen. Daarna werd ons toegestaan eenmaal daags gedurende eene uur in den hof te wandelen.
Den derden dag van ons verblijf te Münster begon een nieuw onderzoek. Wij moesten voor twee officieren verschijnen; ditmaal allen zonder uitzondering. Men vroeg mij of ik mijn parochianen niet aangezet had tot weerstand? Of ik geene wapens uitgedeeld had? Of er op mijne parochie door de burgers niet geschoten was? Of er gebrand werd en waarom? Men vroeg mij ook of er geene van mijne parochianen in Duitschland gevangen waren? En na mijn bevestigend antwoord vroeg men mij hunne namen. Ik deelde deze mede. Later heb ik vernomen dat mijne parochianen te Sennelager ondervraagd zijn geweest. Deze hadden eenvoudig de waarheid te verklaren om ons vrij te pleiten. Om zijn pleit zekerder te winnen wilde Alfons Michiels mij zelfs voor eenen Duitschgezinde voorstellen. Niettemin beproefde men het uiterste, doch vruchteloos, om hun te doen zeggen dat wij het volk zouden opgehitst hebben.
Drie weken later ontmoetten wij in het seminarie een der officieren die ons ondervraagd hadden. Hij liet ons hopen dat wij weldra in vrijheid zouden gesteld worden. “Sie kommen bald frei”. Aan pater Simon Goovaerts zegde hij nog : “nu weet ik waarom gij aangehouden werd. De verslagen van onze troepen zijn binnengekomen. Men heeft te Aerschot veel op onze troepen geschoten, daarom heeft men gansch de bevolking aangehouden, en natuurlijk u ook.”
“Sie kommen bald frei”, werden ons zoo menigmaal herhaald door

Bl. 68

al de Duitschen die ons naderen dat zij ten slotte voor ons spreekwoordelijk geworden waren. “Kent gij het laatste nieuws?” vroeg mij regelmatig meester Huysmans toen ik ’s morgens in den refter kwam om te ontbijten. “Neen, welk?” “Sie kommen bald frei”, gaf hij dan lachend voor antwoord.
Een onzer eerste zorgen na onze aankomst in het seminarie, was onze priesterkleederen terug te vragen ten einde ons gevangenenpak te kunnen afleggen. De eerweerde heer subregens beloofde ons uit te zien en stelde ons tevens gerust met de woorden : “in Duitschland gaat niets verloren.” Dagen verliepen en er kwam geen antwoord. Nog eens beproefd. Eindelijk na drie of vier weken wachten kwamen onze kleederen toe : het waren niet meer dan lodderen! De togen der paters waren tot op de hoogte der lenden afgesneden, met lansen doorstoken en verscheurd. Mijn toog was afwezig.
Priesters van het bisdom Münster lieten ons in het seminarie kleergoed brengen : hemden en ander ondergoed, zakdoeken, kousen enz., ook bovenkleederen. Wij werden niet alleen in eens van dit alles voorzien : het ging er de eene voor, de andere na; doch, tegen den 10 october hadden wij allen het uitzicht gekregen van deftige Duitsche priesters. De overheid van het seminarie had het er op aangelegd ons in een behoorlijk pak te steken tegen dat de Duitsche pastoors in retret kwamen, hetgeen plaats had den 12 october.
Tegen dien datum werd ook de militaire wacht uit het seminarie weggenomen en van dan af mochten wij naar goeddunken van den hof van het seminarie gebruik maken. De overheid van het seminarie had zich waarschijnlijk voor ons borg gesteld. Wij zijn dan ook eens buiten het seminarie geweest namelijk om op de plechtigheid der Gedurige aanbidding in de Domkerk het lof bij te wonen. De heer subregens vreesde dat ons verschijnen in de stad zou kunnen moeilijkheden verwekken, en daarom hebben wij dan ook het seminarie niet meer verlaten tot op den dag van ons vertrek.
Nu eenige aanteekeningen over onze bezigheden in het seminarie en onze betrekkingen met de overheid en andere personen.

Onze godvruchtige oefeningen.

Van af den 12 september tot den dag van ons vertrek hebben wij alle dagen kunnen mis lezen. Dit gebeurde in de kapel van het seminarie en in een auditorium waar men tot dit doel twee altaars opgericht had.

Bl. 69

De eerweerde paters hadden hunnen brevier bij zich bewaard; de eerweerde heeren pastoors en onderpastoors niet, doch er werden ons drie of vier breviers bezorgd. Het kwaart voor middag vergaderden wij om samen het rozenhoedje te bidden, ’s avonds wederom voor het avondgebed.
Van af den eersten dag dat wij in het seminarie waren hadden wij beslist ons den dag te verdeelen om het H.Sacrament te aanbidden. Die oefening werd alleen onderbroken tijdens het retret van de Duitsche priesters of wanneer de kapel ingenomen was door de seminaristen. Verder legde ieder volgens goeddunken zich toe op ander oefeningen van godsvrucht.
Zondaags om 9 ure werd beurtelings door eenen der priesters eene plechtige mis gezongen.

Ons tijdverdrijf.

’s Middags en ’s avonds na de maaltijden vergaderden wij op het derde verdiep in de groote speelzaal der seminaristen. Daar trachtten we onder elkander verzet te vinden, daar werd eene pijp of eene cigaar gerookt; daar werd eene kaart gelegd, het schaakspel of het dambord aangesproken; daar werden hollandsche kranten gelezen voornamelijk het centrum; daar werden de gebeurtenissen van den oorlog besproken, daar werd ook wel eens vroolijk gezongen.
Wij konden ons uit de bibliotheek van het seminarie boeken aanschaffen niet alleen duitsche maar ook fransche. Verder konden wij ons ook op de theologie toeleggen en daartoe de studieboeken der seminaristen benuttigen. Het heeft mij bijzonder getroffen in den tractaat “ de jure est justitia” in gebruik te Münster een hoofdstuk aan te treffen geheel en al gewijd aan het recht der krijgsvoerende militaire overheid tijdens den oorlog. Daarin werd klaar en duidelijk geleerd dat het den legeroversten vrij staat algemeene straffen om te passen om het misdrijf van een of meer burgers wanneer de tijd niet toelaat de plichtigen op te zoeken. Volgens dit princiep hebben de Duitschers in België gehandeld : zij hebben niet alleen verwaarloosd de plichtigen op te zoeken, maar ze hebben zelfs niet onderzocht of er wel plichtigen waren. Van daar ook de toepassing van hetgeen wij in Duitschland zoo menigmaal gehoord hebben, zelfs uit den mond van priesters, zelfs uit den mond van eenen bisschop : “de goeden moeten het met de kwaden bekoopen.”

Onze betrekkingen.

Tijdens ons verblijk in het seminarie zijn wij zeer weinig met menschen van ginder in betrekking geweest, en dus is het mij ook niet mogelijk een grondig oordeel over die menschen uit te brengen.

Bl. 70

Eenige woorden toch over de personen met dewelke wij in aanraking kwamen. in het algemeen moet van de Duitschers gezegd dat het echte vaderlanders zijn, menschen die hun vaderland beminnen gelijk eene moeder haar kind, en die niet zelden aan eene verblinde moeder gelijk ook blind zijn voor hetgeen dat vaderland tot oneer strekt. De Belg is genegen zijne landbesturen te beknibbelen; de Duitsch integendeel is meer genegen vrij te pleiten. Daaruit moet men afleiden dat de Duitschers in het algemeen volstrekt ongeloovig bleven aan onze gezegden.

De zeer eerwaarde heer Regens van het seminarie was een goedhartig man; ten onzen opzichte zeer kiesch en bescheiden; wat hij zegde was doordacht en nooit heeft hij laten blijken dat hij aan onze gezegden eenigzins twijfelde. Welk zijn gevoelen was bleek evenmin. Hij betreurde de oorlog zonder meer. Kortom wij waren allen van gedacht : dat is geen fanatieke Duitsch. Toen Antwerpen gevallen was overhandigde hij ons volgens gewoonte de “Zeitung” : lij scheen het dat hij dien dag zulks deed met zekere verlegenheid alsof het hem griefde ons met dat kwaad nieuws te komen bedroeven. Ter gelegenheid van zijnen feestdag zouden wij den braven man eene afvaardiging om hem ons heilwenschen aan te bieden : aan die oplettendheid van onzen kant was hij zeer gevoelig.

Den zeer eerwaarden heer subregens noemden wij een echten Deutsch. De spreuk “das ist Krieg” was hun eigen wanneer hij anders een kwaad niet kon verontschuldigen. Hij was wel van gevoelen dat de belgische priesters onschuldig waren, doch zonder reden werden ze niet aangehouden. Kon het niet dat socialisten, bv. zich in priester verkleed hadden om alzoo op de Duitsche troepen te schieten? Hij herhaalde ook meermaals dat de goeden met de kwaden moeten boeten. Toen ik hem den roep der gewijde vaten van Tremeloo verhaalde, dan was zijne vraag : hebben Duitsche soldaten dat gedaan? Dat kon hij moeilijk veronderstellen. Voor het overige beschouwden wij hem als een voorbeeldige priester, als een man van plicht en vol iever. Toen de tijding kwam dat zijn broeder gesneuveld was, hebben wij van die gelegenheid gebruik gemaakt om hem onze dankbaarheid te betoonen met het H.Misoffer tot lafenis der ziel van den overledene op te dragen.

De eerste dagen van ons verblijf te Münster zijn wij ook in aanraking geweest met een kapelaan van Münster en een kapelaan van Bocholt. Die heeren brachten ons een bezoek en verschaften ons tabak, zeker uit genegenheid, doch zij hadden de kieschheid niet hun oordeel over den oorsprong en de gebeurtenissen van den oorlog, voor zich te houden. Zoo Duitschland aan België den oorlog verklaarde dan was dit de schuld van België dat met Franschen en Engelschen was aangespannen en deze binnen zijn grenzen reeds toegelaten had.

Bl. 71

Daarenboven was het voordeel van België gelegen in de Duitschen door te laten, enz. zulke gezegden werden natuurlijk door ons tegengesproken, en er werd onder andere gezegd dat België plicht en eer stelde boven stoffelijk belang. Volgens ik later heb kunnen te weet komen moet dit gezegde hun verergerd hebben, en sedert hebben wij ze niet meer gezeien.

Meermaals ontvingen wij het bezoek van den eerweerden heer pastoor van Buldren. Wij hieten hem telkens hartelijk welkom en noemden hem een goede vriend. Hij bezorgde ons het hollandsch dagblad “Noord-Brabantsch huisgezin”, dat verre van Duitsch gezind was. Die man wist dat dit blad ons moest genoegen doen en hij zocht niet andere dan ons genoegen te bezorgen. Toen wij hem de voorvallen in België verhaalden, was die man overtuigd dat wij waarheid spraken : hij vond immers onze gezegden in zijn hollandsche krant bevestigd. Van den oorlog spraken wij hem evenwel niet meer dan hij verlangde. Elk zijner bezoeken verschafte ons eene goede dosis moed en vroolijkheid.

Op zekeren dag ontvingen wij ook het bezoek van de gravin van Westerholt-de Robiarro, een dame van belgische afkomst. Deze dame is met gedeeltelijke lamheid geslagen. Daarom was zij vergezeld van eene andere dame en van een jonge juffrouw, wellicht hare dochter. Uit onze samenspraak kon ik opmaken dat deze drie personen zeer godvruchtige christenen waren. De gravin verzocht mij haar de gebeurtenissen in België te willen verhalen, hetgeen ik zoo nauwkeurig mogelijk deed. Toen ik alles verhaald had, ook de heiligschennissen in mijne kerk begaan, riep de gravin uit : “quels châtiments vont tomber sur ma patrie!”

In het klooster te Hougaerde verblijft eene Duitsche zuster die ik zeer goed ken reeds van in mijne kinderjaren, zuster Emma. Eene nicht van deze zuster verblijft te Münster. Toen mijne familie te weten kwam dat ik in Münster opgehouden werd, schreef zuster Emma aan hare nicht en verzocht deze mij een bezoek te brengen en mij te verschaffen wat ik mocht nodig hebben. Ik ontving dus het bezoek van Mijnheer en Madame Wildt-Vogelsang. Er werd natuurlijk gesproken over het gebeurde in België, want die menschen waren benieuwd eene andere dan eene Duitsche klok te hooren; doch gelooven konden zij mij niet, zoodanig dat Madame Wildt zelve zegde : wij zullen best doen over den oorlog niet meer te spreken, want daarover kunnen wij niet ’t akkoord zijn. Ik antwoordde : Madame, dat is wijsselijk gesproken, laat ons liever over andere zaken spreken. Den dag van mijn vertrek heb ik samen met mijnen onderpastoor die menschen een bezoek gebracht en werd er zeer hartelijk ontvangen.

Bl. 72

Mijnheer Wildt vergezelde mij naar de statie waar Madame ook gekomen was om afscheid te nemen bij het vertrek en mij nog van cigaren te voorzien.
De knechten van het seminarie en de zusters waren eenvoudige menschen die in hunnen persoon het gewoon Duitsch volk weerspiegelden : zij geloofden al wat zij wenschten en twijfelden geen oogenblik aan de volledige zegepraal van hun vaderland. Hunne legers gingen naar Calais om van daar Engeland plat te schieten en dan te overrompelen. Op zekeren avond kwam Herman naar boven aankondigen : “Verdun gefallen”. De seminaristen hadden hem dit wijs gemaakt. Den volgenden dag verkondigden al de dagbladen in groote letters den val der Duitsche kolonie in China : “Tsing-tao gefallen”. Herman was in verscheidene dagen niet meer te bespeuren.
Herman was voor het overige een brave godsdienstige jongen. Wij hielden veel van hem omdat hij ons veel diensten bewees en altijd met de meeste bereidwilligheid. Op zekeren dag zegde Herman nog : “Belgiën existiert nicht mehr”. Dit was het algemeen gevoelen van het volk in Duitschland.
Met de priesters die den 12 october hun retret begonnen en den vrijdag daaropvolgende eindigden, hebben wij niet de minste betrekking gehad. Den 18 october kwamen de seminaristen binnen. Met hen ook waren wij weinig in betrekking; nu en dan toch spraken wij met den eenen of anderen seminarist, of wij wenden ons tot hen om eenigen dienst die ons altijd met veel liefde bewezen werd. Wij namen onze eetmalen in dezelfde zaal als de seminaristen, doch aan eene afzonderlijke tafel. Elke Duitsche overwinning door de dagbladen aangekondigd bracht de seminaristen in bijzondere geestdrift.
Ik heb nu gesproken over onze betrekkingen en dit doende heb ik meermaals den eersten persoon meervoud ‘wij’ gebezigd, en tot nog toe heb ik niet gezegd wie die ‘wij’ in het seminarie te Munster was. Om dit ten slotte niet te vergeten zal ik het hier maar zeggen : ‘wij’ waren : 1e de 22 personen (13 geestelijken, 8 broeders en Mr. Huysmans) vermeld als zijnde den 6 september van Aerschot naar Duitschland vervoerd; 2e de eerwaarde heeren pastoor en onderpastoor, en de koster van Steenokkerzeel, bij onzen groep gevoegd te Sennelager; 3e de vier broeders der christene scholen van Lebbeke te Sennelager aangekomen den 9 september; 4e de eerw. heer Bernard, fransche pastoor van Ylesmen (=Elesmes) bij Maubeuge; 5e de eerw. heer professor Warin van Bapeaume eenige dagen na ons in het seminarie aangekomen. Dus samen 17 priesters, 12 broeders en 2 wereldlijken. Eenige dagen hebben wij nog het gezelschap gehad van een engelschen Domine die op zijn aanvraag verhuisd is van Münster naar Sennelager.

Bl. 73

Onze weldoeners in Duitschland.

Op het einde van dit verhaal mag ik niet nalaten dankbaarheid te betuigen aan de personen welke ons in Duitschland diensten hebben bewezen.
Op de eerste plaats komt voorzeker zijne Hoogweerdigheid de bisschop van Münster. Ik durf veronderstellen dat von Bissing bij zijnen terugkeer uit het kamp van Senne, zijne Hoogweerdigheid is gaan vinden en voorstellen om in zijn seminarie op te nemen. Indien dit is dan zijn wij aan generaal von Bissing eveneens dank verschuldigd. Wat zeker is dat zijne Hoogweerdigheid ons in zijn seminarie heeft opgenomen en gedurende meer dan drie maanden heeft doen behandelen op denzelfden voet als de priesters van zijn bisdom, op denzelfden voet als zijn seminaristen.
Op de tweede plaats innigen dank aan de zeer eerweerde heeren Regens en subregens van het seminarie. Zij waren ongetwijfeld de uitvoerders der schikkingen door zijne Hoogweerdigheid genomen, doch de hartelijkheid en genegenheid waarmede ons alles geschonken werd, waren zeker van het hunne zoowel als de cigaren die zij ons zoo menigmaal aanboden. Daarenboven hebben wij vooral aan hen te danken de kleederen die ons geschonken werden, en het geld dat de geestelijken van het bisdom bijeenbrachten om onze terugreis bekostigen. Bij ons vertrek ontvingen wij elk 40 mark.
Wij betuigen nog onzen dank aan al degenen die ons in het seminarie ten dienste gestaan hebben. Aan de goede zusters steeds zoo minzaam, zoo vriendelijk, zoo medelijdend en zoo ervaren in het bereiden en afwisselen der spijzen. En wat dan gezegd van de aangename verrassing die zij ons hadden bereid op den dag van Sinter Klaas : voor elk eene telloor gansch opgestapeld met beste speculaas, met noten, appelen, enz. Oh! Ik ben zeker dat ze alsdan heimelijk geloerd hebben door het een of ander sleutelgat om den indruk te zien welke die opgevulde telloor op ons maakte! En dan zullen zij wel bijzonder geloerd hebben op den ouden eenvoudigen broeder Rufius die och arme! Bij zijne telloor speculaas ook eene roede gekregen had! Die goede broeder moest maar geplaagd worden, dan was hij het best gemutst.
Dank aan den gedienstigen Herman. De jongen was zeker Duitsch tot in de ziel, maar dit belette hem niet om alle mogelijke diensten te bewijzen, en daarom met evenveel bereidwilligheid en genegenheid vergeven wij hem dat duitsch zijn, oh! Zoo graag! De brave Joseph –hij is thans in den hemel –was wel niet bijzonder voor onzen dienst aangewezen, toch betoond hij ons meermaals zijne bereidwilligheid.

Bl. 74

Daarbij hij was gedurende de eerste weken van ons verblijf in het seminarie, onze tafelgast, en ik ben zeker dat hij leute had wanneer hij ons, na de magere dagen van Aerschot en Sennelager, zoo smakelijk zag binnenspelen.
En buiten het seminarie hadden wij ook onze weldoeners. De godvruchtige gravin von Westerholt te Ludwinghausen die eene som van honderd mark afzond zoohaast zij onze aankomst in het seminarie vernomen had. Later was het zij nog die ons een aantal boeken bezorgde om onzen tijd nuttig en aangenaam door te brengen. Persoonlijk ben ik haar nog meer dank verschuldigd. Toen ik vernam dat de Duitschers de gewijde vaten mijner kerk gestolen hadden, deelde ik haar dat nieuws mede. Ik kreeg voor antwoord dat zij voor mijne kerk eenen nieuwe kelk zou koopen. Eenige dagen daarna ontving ik het bezoek van een juwelier uit Münster die mij eenige teekeningen van kelken aanbood en ook twee nieuwe kelken bij had. Ik verkoos een van deze twee om reden dat ons alle dagen aan vertrek verwachtten. Aan deze edele en achtbare dame en aan hare familie onzen en mijnen dank.
Verder dank ik nog den onbekenden persoon die ons zoo menigmaal intentiën bezorgde, en niet zelden ook tabak en cigaren bijhad. Van Mijnheer en Madame Wildt-Vogelsang zal ik immer een dankbaar aandenken bewaren.

Onze briefwisseling.

Daar onze bloedverwanten, vrienden en kennissen ongetwijfeld in angst en ongerustheid verkeerden nopens ons wedervaren, zochten wij natuurlijk naar middelen om deze aangaande onzen toestand in te lichten. Er viel niet aan te denken brieven te verzenden naar België. In Holland kende ik een enkel adres : dit van den broeder mijner meid. Rond eind september werd mij toegestaan op dit adres te schrijven. Als voorwaarde was gesteld dat de heer subregens de briefwisseling zou onderzoeken. Deze schonk ons zijn vertrouwen en liet de briefwisseling vrij weggaan. Acht dagen later ontving ik antwoord. Mijn schrijven was daar goed toegekomen en vrienden en kennissen werden de eene na de andere ingelicht nopens ons verblijf, zoodat wij na vier of vijf weken regelmatig brieven ontvingen en beantwoordden altijd langs Holland, waar ons gedurig nieuwe adressen werden aangeduid.
In het seminarie te Münster kwam op zekeren dag eene postkaart aan bestemd voor den eerw. Heer Huypens, onderpastoor te Herent. De afzender had die kaart naar Münster gezonden op goed valle uit. Daaruit konden wij besluiten dat men in het vaderland niets wist over het lot van sommige geestelijken. Wij wisten ook niet waar bedoelde heer Huypers mocht verblijven, doch wij zochten inlichtingen.

Bl. 75

Gravin von Westerholt bracht ons op het juiste spoor. Zij had vernomen dat er belgische geestelijken opgehouden werden in het Koninklijk slot te Celle, en zij deelde mij het adres mede van pastoor Kog. Ik schreef aan dezen geestelijken en vernam dat te Celle opgehouden werden benevens een pater Jesuiet en andere geestelijken van het bisdom Namen, de eerw. Heeren pastoor en onderpastoor van Wesemael, eerw. heer Huypens, eerw. heer Spruyt, bestierder te Haecht, en eerw. Heer Tuyls, aalmoezenier van het arresthuis te Leuven. Deze inlichtingen werden onmiddellijk naar Holland overgebriefd.
Al deze briefwisselingen bezorgden ons een groote troost. Tegen December nochtans werd men moeilijker om onze brieven te verzenden en wij voorzagen dat onze briefwisseling ging afgebroken worden.
Rond den 10 november verzonden wij een adres aan zijne Eminentie te Mechelen. Het kwam ons terug met de melding : “zurück wegen kriegszustand”. Dan zouden wij hetzelfde adres aan den eerw. Heer Langpaep te Baerle-Hertog met verzoek het verder aan zijne Eminentie te bezorgen.

Onze terugkeer.

Den 23 november, indien mijn geheugen getrouw is, werd ons aangekondigd dat wij zouden mogen terugkeeren naar het vaderland. Algemeene vreugde. Wij kregen last ons portret te laten maken bij een fotograaf in de nabijheid van het seminarie. Dit werd zoo spoedig mogelijk gedaan want elken dag uitstel was een dag die wij verloren achtten. Helaas! Er was ons nog geduld noodig, want, op de kommandantur scheen men ernstiger werk te hebben dan paspoorten in gereedheid te brengen. Dagen, weken vervlogen en de dagen schenen ons nu veel langer dan vroeger, alhoewel ze feitelijk korter werden. Eindelijk den 19 December rond den middag waren de paspoorten aangekomen. De eerw. heer pastoor van Busschot bracht ze triomfantelijk binnen.
Zonder uitstel werd alles in gereedheid gebracht voor het vertrek. De eerweerde paters besloten hun vertrek uit te stellen tot den volgenden dag. Ik besloot dienzelfden dag nog te vertrekken en te gaan vernachten bij onzen vriend van Buldern; de andere wereldlijke priesters en de heeren Huysmans en Michiels besloten ’s nachts te reizen om zondag ’s morgens reeds in het vaderland weer te zijn.
Namiddag brachtten ik en mijn onderpastoor een bezoek aan Mr. en Mme. Wildt. Daar werd de reisgids zorgvuldig nagezien en ons vertrek werd vastgelegd. Ik zou vertrekken om 6 ure; te Buldern vernachten en den volgenden dag voortreizen over Holland naar Loenhout.

Bl. 76

Daar verbleef mijn meid die reeds gezorgd had om het noodigste aan te koopen, en dat van daar naar Tremeloo moest vervoerd worden. De andere heeren pastoors en onderpastoors zouden vertrekken om 7 ure om alzoo den volgenden dag ’s morgens in Leuven aan te komen. Mijnheer Wildt zou mij naar de statie vergezellen.
Alles verliep zooals het voorzien was. Ik werd bij onzen vriend te Bulderen gulhartig ontvangen. Er werd vroolijk gekout tot laat in den avond. Den volgenden dag, zondag 20 December, na in de kerk van Buldren mis gelezen te hebben, rond 8 ure trok ik verder met den trein die de eerw. paters van Aerschot uit Münster medebracht.
Te Werel moesten wij twee uren wachten van dewelke wij gebruik maakten om een bezoek te brengen aan de kerken der stad. Onder weg werden wij door soldaten en officieren eerbiedig gegroet.
Aan de Duitsche grens wilden de heeren Duitschers ons wit kostuum van Sennelager afnemen onder voorwendsel dat het een militair kostuum was; waarop een der paters zegde : wij zullen graag dit kostuum afstaan indien gij terugbetaald hetgeen men ons verplicht heeft daarvoor te geven, namelijk negen mark. Toen mochten wij alles medenemen.
Aan de hollandsche grens had ik moeilijkheid met den kelk die ik uit Duitschland medebracht. Ik moest hem daarlaten. Men zou den kelk naar Roosendael zenden en daar kon ik hem terugbekomen. Na meer dan eens moedwilligheid van wege de hollandsche bedienden ondervonden te hebben, geraakte ik toch weder in het bezit van mijnen kelk; doch uit dien hoofde zag ik mij genoodzaakt mijn terugkeer naar Tremeloo tot na Kersmis te verschuiven. Ik had nochtans vurig gehoopt Kersmis in Tremeloo te vieren. Op maandag 28 December rond 6 ure ’s avonds kwam ik in Tremeloo aan voorzien van kleer- en beddegoed en van eetwaren.
Mijn eerwaarde heer onderpastoor had meer geluk op zijne reis. Den 20 December om 7 ure ’s morgens was hij reeds met de andere priesters in Leuven, en in den voormiddag te Tremeloo.
Wij werden de eene en de andere in Tremeloo geestdriftig ontvangen. Iedereen wilde ons om ter eerst wederzien en de hand drukken.

Bl. 77

Naar Soltau.

Den 26 september 1914 werden de volgende burgers van Tremeloo door de Duitschers aangehouden : Van Vlasselaer Lodewijk en zijne twee zonen Frans en Jan Baptist; van Eyken Frans; Schoovaerts Livinus; Corebunders Frans; Goeron Martinus; Ruttens Victor en Van Leemputten Eduard. Deze werden opvolgentlijk gebracht : in de kerk van Bael gedurende twee nachten en een dag; te Beerzel in eene danszaal gedurende 2 nachten en twee dagen; in een kolenmagazijn gedurende drie uren; te Konings-Hoyckt in eenen stal gedurende vier dagen; te Konings-Hoyckt in de kerk gedurende een nacht. Van daar werden zij gebracht naar Heyst-op-den-Berg waar zij op den trein moesten stappen om de reis naar Duitschland aan te vangen. Na drie nachten en twee dagen overgebracht te hebben in den trein kwamen zij op de plaats hunner bestemming : het kamp van Soltau.
Onder deze gevangenen was er een man van 75 jaar, de genaamde Ed. Van Leemputten, die bijna gansch blind is. Dezes blindheid had voor gevolg dat hij veel meer honger geleden heeft dan de andere gevangenen zooals blijkt uit zijn verhaal dat wij verder weergeven.

Verhaal van Corebunders Frans, 49 jaar oud.

Den 26 september 1914 bevond ik mij op mijn land toen ik omtrent mij een kogel hoorde fluiten. Ik legde mij op den grond neer. Daar ik niets meer hoorde ben ik verder weggevlucht in de richting van Bolloo. Daar liep ik op eenen groep Duitschers en werd aangehouden. Ik werd medegenomen naar Bael en bij officiers gebracht. Deze dreven met mij den spot zeggende : de eene dat zij mij zouden doorsteken met de lans, de andere spraken van mij de kop af te slaan, andere nog spraken van doodschieten, neus en ooren afsnijden, enz. Ik bevond mij aldaar in gezelschap van drie andere gevangenen insgelijks van Tremeloo, te weten : Lodewijk Van Vlasselaer en zijne twee zonen. De Duitschers deden ons plat op onzen buik liggen en dan gebaarden zij dat zij ons gingen doorsteken.
Wij hebben alzoo een tiental minuten gelegen. Dan hebben ze mij een paard gegeven en bevolen er mede naer Bael te loopen. Op het grondgebied van Bael is dat paard gestorven en wij werden verplicht het te begraven. Rond den avond werden wij gebracht in de kerk van Bael waar wij gebleven zijn tot maandag, 28 september, ‘smorgens. Van de Duitschers hebben wij daar geen eten ontvangen, doch de vrouw van Frans De Preter bracht ons brood en melk.
Maandag ’s morgens werden wij buiten de kerk gebracht en verplicht 20 minuten te loopen zoo hard als wij konden.

Bl. 78

Wij werden dan voortgestuwd tot Beerzel alwaar wij tot woensdag voormiddag zonder eten opgesloten werden in eene danszaal. Woensdag, 30 september, voormiddag werden wij gebracht tot Beerzel-Dries waar wij gedurende ongeveer drie uren opgesloten werden in een kolenmagazijn. Van daar ging de droevige stoet naar Putte waar wij gedurende eene uur stilbleven op den kant eener gracht. Van daar ging het naar Konings-Hoyckt waar wij gedurende vier dagen opgesloten werden in eenen stal. Wij moesten ons voeden met tarwe die wij uit de aren haalden : tarwe, met strooi en al, werd ons voorgeworpen gelijk voor de dieren. Van daar werden wij naar de kerk gestuwd waar wij een nacht verbleven. ’s Morgens vroeg nogmaals op weg; ditmaal naar de statie van Heyst-op-den-Berg. In de statie ontvingen wij ongeveer 250 grammen brood; wij werden in vuile beesten wagens geduwd en op weg naar Duitschland. Wij zijn na drie nachten en twee dagen in den trein te hebben doorgebracht te Soltau aangekomen. Gedurende de reis hebben wij tweemaal rijstsoep ontvangen : anderen hebben ook brood ontvangen doch ik niet.
Te Soltau werden wij eerst gelogeerd in hetgeen men noemt de rijschool : wij sliepen er op strooizakken of op planken. Daarna werden wij gebracht naar het kamp in de barakken. Voor kost kregen wij : ’s morgens koffie en alle drie dagen een brood van een kilogram; ’s middags soep van rotte visch, raapkoolen, bieten enz.; ’s avonds voor soep een afkooksel dat niet meer verdiende dan de naam van water.
Ik ben uit Duitschland teruggekeerd den 30 januari 1915, vier maanden en vier dagen na mijne aanhouding.

(handtekening) Corebunders Frans

Verhaal van Eduard Van Leemputten blinde ouderling van 75 jaar.

Ik werd aangehouden den 26 september te Bael bij Alfons Verhaegen. Ik moest naar de kerk die gevuld was met volk. Ik ben in de kerk gebleven tot maandag ’s morgens zonder eten. ’s Maandags hebben ze ons geleid naar Beerzel : daar hebben we twee dagen opgesloten geweest in eenen stal zonder eten. Dan werden wij geleid naar Putte en daar hebben wij namiddag wat pataten gehad die wij zelf hebben moeten halen op het veld. Dan vier dagen in eenen stal zonder eten. Van daar geleid naar Heyst-op-den-Berg en daar hebben we een klein stuk brood gekregen en vandaar naar Duitschland in Soltau. Wij hebben in den trein geweest drie nachten en twee dagen zonder eten. Anderen konden hier en daar wel wat eten bekomen,

Bl. 79

doch daar ik bijna blind ben heb ik niets gehad. In Soltau bekwamen wij soep met afval van stokvisch in, raapkoolensoep, beetsoep enz.
Ik ben 37 dagen in Soltau gebleven en dan teruggevoerd. Op den terugkeer werden wij onder weg goed behandeld en wij kregen ook goed eten.

(handtekening) Voor vader Louis Van Leemputten

Verhaal van Martinus Goeron.

Ik werd in de nabijheid van mijne woning aangehouden op 26 september 1914. De Duitschers toonden hevige gramschap en brachten mij naar Geetsvondel in eene woning. Daar hebben wij eenmaal eten gehad en eenen nacht geslapen op eenen zak zoodanig dat er mijnen rug van ontsteld was. Den volgenden dag bracht men ons in de kerk van Bael. Daar hebben wij een stuk droog brood gekregen en den nacht doorgebracht. Dan naar Beerzel waar wij tusschen het groor leger moesten blijven zitten en wat overschot kregen van hunne soep. ’s Avonds bracht men ons in eene zaal waar wij moesten slapen op de planken zonder eten of drinken twee nachten en eenen dag. Dan zijn wij voortgegaan naar een soort kolenmagazijn en daar een paar uren gebleven. Daar kregen wij harde appelen die ik niet kon eten omdat ik geene tanden meer heb. Dan verder getrokken door de gemeente Putte, en daar wat gezeten : mijne benen waren slap van honger. Een soldaat meende ons uit medelijden een druppel wijn te schinken, doch een overste had dat gezien en hij zegde dat wij zwijnen waren. Wij kwamen verder in eenen stal waar wij eenige dagen ingezeten hebben. Dan eenen dag en twee nachten in de kerk van Konings-Hoyckt en dan naar de statie van Heyst-op-den-Berg. Daar moesten wij den trein op in eenen wagon waar paarden in gestaan hadden in mest en vuil alsof wij verkens waren. Dan zijn wij te Soltau aangekomen en kregen daar een brood voor drie dagen en wat slechte soep. De dag dat ik mocht afkomen was de blijdste dag van gansch mijn leven. In het afkomen zijn wij ook niet slecht geweest. Te Leuven zijn ze met ons naar het stadhuis getrokken om het te laten zien. Ik ben ongeveer zes weken weg geweest.

(handtekening) M. Goeron

Hogergenoemde gevangenen zijn uit Soltau naar het Vaderland teruggekeerd : Van Leemputten, Goeron en Van Vlasselaer J.B. den 30 october 1914, de anderen den 30 januari 1915.

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Heist-op-den-Berg

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Verslag van HEIST-OP-DEN-BERG

Transcriptie René Lambrechts

HEIST-OP-DEN-BERG TIJDENS WO I

Bl. 1

Les Allemands à Heyst-op-den-berg

Le 18 août, vers 11 h. du matin, la nouvelle se répandit dans le village que les troupes Allemandes approchaient. On les annonçait pour 2 heures. Nos troupes à nous se retiraient sous le canon des forts. De la montagne on apercevait Hersselt en flammes... Dans le peuple on se répétait avec effroi les terribles fusillades qui avaient décimé la population de cette pauvre paroisse. Heyst se vida littéralement de ses habitants. Tous les notables s'éloignèrent, le doyen avec son vicaire M. Van Riel attendaient à la cure le cours des événements.

Dans l'après-midi une patrouille de Uhlans passa dans le village, s'y arrêta quelques minutes et fîla sans molester personne. Le gros de l'armée avait obliqué vers la grande Chaussée de Lierre à Aerschot. Elle se dirigea vers cette dernière ville où elle devait se comporter de la façon qu'on sait.

Le lendemain une grande partie de la population réintégra ses foyers. Du 18 au 28 août nous ne vîmes en fait d'Allemands que ces petites patrouilles de malheur qui se rencontraient presque journellement avec nos soldats à nous. De là devaient nous venir tous nos devoirs.

Il arriva qu'un cavalier allemand blessé grièvement dans une de ces rencontres fut déposé par un de ses camarades dans un épais fourré. Tandis que celui-ci filait à fond de train vers Aerschot, des paysans, qui de loin avaient vu le manège, s'approchèrent, et, trouvant le blessé râlant, appelèrent le Docteur Van den broeck de Heyst, Celui-ci donna au blessé le premier soin et le fit transporter d'urgence à l'hôpital à Lierre. Quelques minutes plus tard arriva sur les lieux une automobile de la Croix Rouge Allemande pour prendre le blessé. On expliqua à ces Messieurs, le mieux qu'on pût, que le blessé avait été soigné par le Docteur Van den broeck de Heyst-op-den-berg et conduit sur son ordre à Lierre. Rien n'y fit. Le blessé avait été achevé par des civils. On leur revaudrait cela. Heyst serait châtié !

J'ouvre ici une parenthèse. J'affirme avec la dernière énergie, et je suis prêt à corroborer mon affirmation de tel serment qu'on voudra me demander, que notre population était innocente des accusations portées sans ombre de preuve d'ailleurs, contre elle. Jamais un coup de fusil n'a été tiré par un civil sur le territoire de ma paroisse de Heist-St-Lambert, sur un Soldat Allemand.

Bl. 2

Le 27 août notre commune subit un épouvantable bombardement sans avertissement préalable. La première bombe nous arriva à 12,20 h. A 1 h. moins cinq minutes le bombardement cessa. Une soixantaine de bombes avaient été lancées sur le village. L'hôpital, où était arboré le drapeau de la Croix Rouge, fut atteint de trois bombes. La flèche de la tour de notre belle église fut touchée et le grillage qui l'entoure gravement endommagé. Un grand nombre de maisons subirent de graves dégâts; dans la rue de la montagne une demi douzaine flambèrent et furent détruites de fond en comble. Au premier coup de canon ce qui restait de la population avait fui épouvantée. Nous n'eûmes, heureusement, aucune vie humaine à déplorer. Le dimanche suivant, le Doyen dit la messe pour dix sept paroissiens.

Du 27 août au 27 septembre, où la population dut s'éloigner définitivement devant le flot envahissant de l'armée allemande marchant à l'assaut de la place d'Anvers, nos gens vécurent dans des transes continuelles. Des patrouilles allemandes faisaient des apparitions très fréquentes dans la paroisse – à différentes reprises ils appréhendèrent des habitants parfaitement inoffensifs, des agriculteurs occupés aux travaux des champs – une dizaine d'entre eux furent expédiés en Allemagne, sans autre forme de procès, et y subirent une dure détention de plusieurs mois. Enfin le lundi 28 septembre l'armée allemande vint occuper définitivement Heyst-op-den-berg.

Au lever du jour ils lancèrent quelques obus sur le village pour éloigner ce qui restait de la population et vinrent camper dans la commune au nombre d'une vingtaine de mille. Les quelques rares vieux restés au village me raccontèrent que lors de leur entrée figurait dans leurs rangs, une charrette d'âne tirée par un énorme fantassin, affublé d'une soutane tandis que la bête suivait le véhicule.

Bl. 3

Après le départ des troupes, à la mi-octobre, la population commença à rentrer. Revenu nous même le jeudi du même mois, nous trouvâmes la cure dans un état impossible à décrire. Le pillage avait été pratiqué en grand dans la paroisse; aucune demeure n'y avait échappé. Tout ce que les soldats avaient trouvé à leur convenance avait été emporté: matelas, serges, linges, ustensiles de cuisine, argenterie, services de table, conserves.

Les caves surtout avaient reçu des visites particulièrement minutieuses. Partout les coffres forts étaient éventrés, partout des meubles de prix méchamment détériorés, des marchandises avariés!! Notre église paroissiale avait été relativement respectée; le tabernacle était intact; la sacristie n'avait été ouverte. Dans le fond de l'église une table était dressée; des bouteilles troter et des flaques de vin sur les dalles indicaient clairement que des soldats de garde s'y étaient attablés pour boire. Dans le portail de l'église un troupeau de chèvres avait été remisé. La tour avait servi de poste d'observation; plusieurs ouvertures avaient été pratiquées dans la flèche.

A part une septantaine de familles réfugiées en Angleterre, toute la population est rentrée et vaque paisiblement à ses occupations. Un poste important de soldats de la Landsturm occupe les alentours de la gare du chemin de fer. Jusqu'en la mi-janvier des réquisitions fréquentes de toutes sortes furent faites au grand déplaisir de nos agriculteurs. Un seul incident regrettable s'est produit. Un matin au commencement du mois de janvier, la tombe supposée d'un soldat allemand –il est avéré depuis qu'en réalité un charogne de cheval y était enfouie – avait été trouvée profanée. La commune fut condamnée à payer deux mille francs d'amende et durant quinze jours la garde civique dut y monter la garde jour et nuit!!

Le Commandant du poste, un de ces derniers jours,

N.B. La bête y avait été enterrée par des soldats allemands qui y avaient aménagé un tertre, mis des fleurs et une inscription + une croix.

Bl. 4

me dépêcha un officier pour me demander la libre disposition de notre église à come fin d'y faire, en cas de mauvais temps, la revue de la garde civique et des classes de milice. L'officier fut parfaitement correct. Je lui caparai le motif grande que j'avais de lui refuser la permission demandée. Le commandant n'insista pas.

Heyst-op-den-berg 24 fév. 1915   Ph. Sergoynne curé-doyen

P.S. La lettre de Son Eminence a été lue en partie et fut réclamée, sous menaces, par un officier.

Vertaling:

De Duitsers in Heist-op-den-Berg

Op 18 augustus, rond 11 uur 's ochtends, verspreidde het nieuws zich door het dorp dat de Duitse troepen naderden. Ze werden verwacht tegen 2 uur. Onze eigen troepen trokken zich terug onder dekking van het geschut van de forten. Vanaf de berg zag men Herselt in vlammen opgaan... Onder het volk werd met schrik gesproken over de vreselijke schietpartijen die de bevolking van die arme parochie hadden uitgedund. Heist liep letterlijk leeg. Alle notabelen vertrokken; de deken wachtte samen met zijn onderpastoor, de heer Van Riel, in de pastorie het verloop van de gebeurtenissen af.

In de namiddag trok er een patrouille ulanen (cavalerie) door het dorp, ze stopten er enkele minuten en vertrokken zonder iemand lastig te vallen. De hoofdmacht van het leger was afgeweken naar de grote steenweg van Lier naar Aarschot. Ze trokken richting deze laatste stad, waar ze zich zouden gedragen op de bekende wijze.

De volgende dag keerde een groot deel van de bevolking terug naar hun huizen. Van 18 tot 28 augustus zagen we aan Duitsers enkel kleine, onheilspellende patrouilles die bijna dagelijks slaags raakten met onze eigen soldaten. Daar zouden al onze rampspoeden uit voortvloeien.

Het gebeurde dat een Duitse ruiter, die bij een van deze confrontaties zwaar gewond was geraakt, door een van zijn makkers in een dicht struikgewas werd achtergelaten. Terwijl deze laatste in volle galop naar Aarschot vluchtte, kwamen landbouwers die het gebeuren van ver hadden gezien dichterbij. Omdat de gewonde op sterven na dood was, riepen ze dokter Van den broeck uit Heyst erbij. Deze verleende de gewonde de eerste zorgen en liet hem met spoed naar het ziekenhuis in Lier overbrengen. Enkele minuten later kwam er een wagen van het Duitse Rode Kruis ter plaatse om de gewonde op te halen. Men legde deze heren zo goed mogelijk uit dat de gewonde verzorgd was door dokter Vandenbroeck uit Heist-op-den-Berg en op wiens bevel naar Lier was gebracht. Niets hielp. De gewonde zou door burgers zijn afgemaakt. Dat zouden ze hen betaald zetten. Heyst zou gestraft worden!

Hier wil ik even een zijsprong maken. Ik verklaar met de grootst mogelijke nadruk, en ik ben bereid dit onder eed te bevestigen, welke eed men mij ook zou vragen, dat onze bevolking onschuldig was aan de beschuldigingen die – overigens zonder een spoor van bewijs – tegen haar werden ingebracht. Er is op het grondgebied van mijn parochie Heist-Sint-Lambertus nooit één schot door een burger gelost op een Duitse soldaat.

Op 27 augustus kreeg onze gemeente een vreselijk bombardement te verwerken, zonder voorafgaande waarschuwing. De eerste bom viel om 12.10 uur. Om vijf voor een hield het bombardement op. Er waren zo'n zestigtal bommen op het dorp geworpen. Het ziekenhuis, waar de vlag van het Rode Kruis wapperde, werd door drie bommen getroffen. De spits van de toren van onze mooie kerk werd geraakt en het hekwerk eromheen werd ernstig beschadigd. Een groot aantal huizen liep zware schade op; in de Bergstraat vlogen een half dozijn huizen in brand en werden ze van onder tot boven verwoest. Bij het eerste kanonschot was het overgebleven deel van de bevolking in paniek gevlucht. Gelukkig hadden we geen menselijke slachtoffers te betreuren. De daaropvolgende zondag droeg de deken de mis op voor slechts zeventien parochianen.

Van 27 augustus tot 27 september, toen de bevolking definitief moest wijken voor de oprukkende vloedgolf van het Duitse leger dat de vesting Antwerpen ging bestormen, leefde onze bevolking in voortdurende angst. Duitse patrouilles doken zeer regelmatig op in de parochie – op verschillende momenten pakten ze volkomen onschuldige inwoners op, landbouwers die op het land aan het werk waren – een tiental van hen werd zonder enige vorm van proces naar Duitsland afgevoerd en onderging daar een harde gevangenschap van meerdere maanden. Ten slotte kwam het Duitse leger op maandag 28 september Heist-op-den-Berg definitief bezetten. Bij het aanbreken van de dag vuurden de Duitsers enkele granaten op het dorp af om de overgebleven bevolking te verjagen. Vervolgens sloegen ze met ongeveer twintigduizend man hun kamp op in de gemeente. De enkele oude mannen die in het dorp waren gebleven, vertelden mij dat bij hun intrede in hun rangen een ezelskar reed, getrokken door een enorme soldaat, uitgedost in een soutane, terwijl het dier achter het voertuig aan liep.

Na het vertrek van de troepen, midden oktober, begon de bevolking terug te keren. Toen ik in mijn eigen huis terugkeerde, troffen we de pastorie aan in een onbeschrijflijke staat. Er was op grote schaal geplunderd in de parochie; geen enkele woning was gespaard gebleven. Alles wat de soldaten van hun gading vonden, was meegenomen: matrassen, beddengoed, kleding, keukengerei, zilverwerk, servies, conserven. Vooral de kelders hadden een bijzonder grondig bezoek gekregen. Overal waren brandkasten opengebroken, overal kostbare meubels wreed vernield en koopwaar beschadigd!! Onze parochiekerk was betrekkelijk gespaard gebleven; het tabernakel was intact; de sacristie was niet geopend. Achter in de kerk stond een tafel gedekt; gebroken flessen en wijnvlekken op de stenen vloer wezen er duidelijk op dat schildwachten er aan tafel hadden gezeten om te drinken. In het portaal van de kerk was een kudde geiten ondergebracht. De toren had gediend als uitkijkpost; er waren meerdere openingen in de spits gemaakt.

Afgezien van een zeventigtal families die naar Engeland waren vlucht, is de gehele bevolking teruggekeerd en gaat zij weer rustig aan haar werk. Een belangrijke post soldaten van de Landsturm bezet de omgeving van het spoorwegstation. Tot midden januari vonden er frequente opeisingen van allerlei aard plaats, tot grote onvrede van onze landbouwers. Er heeft zich slechts één betreurenswaardig incident voorgedaan. Op een ochtend begin januari werd het vermeende graf van een Duitse soldaat – waarvan achteraf bleek dat er in werkelijkheid een kadaver van een paard begraven lag – geschonden aangetroffen. De gemeente werd veroordeeld tot het betalen van een boete van tweeduizend frank en gedurende veertien dagen moest de burgerwacht er dag en nacht de wacht houden!!

Een van de laatste dagen stuurde de commandant van de post mij een officier. Deze moest mij vragen of ik de kerk ter vrije beschikking wilde stellen, zodat men er bij slecht weer de inspectie van de burgerwacht en de militieklassen kon houden.

N.B. Het dier was daar begraven door Duitse soldaten, die er een heuveltje op hadden geworpen met bloemen, een opschrift en een kruis.

De officier was volkomen correct. Ik legde hem de reden uit waarom ik hem de gevraagde toestemming moest weigeren. De commandant drong niet verder aan.

Heist-op-den-Berg, 24 februari 1915

Th. Sergoynne pastoor-deken

P.S. De brief van Zijn Eminentie [Kardinaal Mercier] is gedeeltelijk voorgelezen en werd onder bedreigingen opgevraagd door een officier.

Bl. 1

Verslag 1914 – 1918 Heyst-op-den-Berg

Prov. Antwerpen

Arrond. Mechelen   Parochie van den St. Lambertus.

Heyst-op-den-Berg, hoofdplaats van het Kanton van dien naam, telt, als Gemeente ruim 8000 zielen.

De rivier "De Nethe" loopt op een merkelijk deel van haar gebied, zooook doorsnijdt de groote Steenweg Lier – Aerschot, de drie Parochieën welke deel uitmaken van de Gemeente: St. Alfons Goor, St. Lambertus en het H. Hart. De forten van Konings-Hoykt, Kessel, Broechem liggen onderscheidelijk op een afstand van 2, 2½, 3 uren onzer Gemeente.

De Parochie van den St. Lambertus, de bijzonderste onder de drie, ligt voor een merkelijk deel op eene hoogte – namentlijk de Parochiekerk – bijzonderheid waaraan de Gemeente zijne benaming dankt. Vanuit den kerktoren, welke heel den omtrek beheerscht, schouwt men over schier heel de Provincie Antwerpen en over een merkelijk deel der Provincie Brabant.

Bl. 2

Bij klaar en helder weder ontwaart men ontwaart men, van het verdiep der pastorij, het Justitiepaleis en meerdere kerken en monumenten der stad Brussel.

2. Bij het uitbreken van den oorlog werden door de Gemeenteoverheden, hierin krachtdadig gesteund door de Geestelijke Overheid, maatregelen getroffen voor het inbrengen der wapens. De inwoners werden bij middel van aanplakbiljetten ten zeerste gemaand, en vanop den predikstoel werd met nadruk erop gewezen de uiterste voorzichtigheid in acht te nemen en zich wel te wachten voor gewelddaden jegens den vijand – de minste gewelddaad van wege de civielen kon de vreeselijkste gevolgen na zich slepen en wee en ramp over de parochie trekken.

3-4. Bij de mobielmaking van ons leger was de opkomst der dienstplichtigen in onze parochie algemeen – niet een dienstplichtig bleef achterwege. Vele vrijwilligers meldden zich aan, waaronder twee zonen van den Heer Vrederechter J. Verbist, twee hoogstudenten te Leuven.

Bl. 3

4. Onder onze Parochianen laaide, bij het begin van den Oorlog, het godsdienstig gevoel met kracht op. De deelname, 's avonds, aan het Rozenkransgebed in de Parochiekerk was algemeen; het getal der Communiën klom in ruime mate: – doch bij het naderen van den vijand nam het bijwonen der H. Mis geleidelijk af; de schrik sloeg het volk om het hart en vanaf O.-L.-V. Hemelvaart begon de bevolking de wijk te nemen naar veiliger oorden.

5. Op het gebied der Parochie werden enkele patroeljegevechten geleverd – een artillerie-gevecht van grooteren omvang tusschen eene Komp. Belgische Grenadiers, welke op Berlaer St Rumoldus had post gevat en eene vijandelijke afdeeling, gelegerd aan het Kasteel van den Heer Jos. Moretus, had plaats einde September 1914.

Voor de n. 6, 7 & 8 van den vragenlijst verwijs ik naar het verslag welke ik, op verzoek, aan Zijne Eminentie deed geworden in 1915.

9. Gebruik der kerk door de Kath. Aalmoezeniers. In het eerste bezettingsjaar – 1915 – kwam de Katholieke Aalmoezenier – een lazarist tijdens den beruchten Kulturkampf

Bl. 4

door het Duitsch Bestuur van toen verbannen, en in Gastvrije Belgie liefderijk opgenomen, waar hij dan ook veilig verbleef tot het uitbreken van den oorlog als wanneer hij zijne diensten aan de Duitsche Legerleiding aanbood — die Lazarist kwam geregeld maandelijks, aan de manschappen der Bezetting, zijne godsdienstige zorgen verstrekken. — Een tijdje ging alles tamelijk goed, doch "botsingen" bleven niet lang uit daar de man goed vond meer aanmatigend op te treden. Op zekeren dag liet hij zich aanmelden om ’s anderendaags te 7½ uren de H. Mis op te dragen. Ik had tegen zelfde uur eene kerkgangmis welke was aangevraagd en ’s Zondags tevoren van op den Kansel was afgekondigd. De Dame was op het gestelde uur ter kerk aanwezig met haar wichtje. Ik liet den Aalmoezenier beleefd verzoeken mis te willen lezen aan een zijaltaar, of, zoo hij verkoos aan het Hoofdaltaar te officieeren, te wachten tot na mijne mis.

Bl. 5

Doch hij weigerde op mijn voorstel in te gaan. Hij had uitdrukkelijke bevelen, zoo hij zegde: hij moest aan het bijzonderste altaar officieeren, en dat wel te 7½ u., daar de manschappen tegen dat uur waren opgeroepen en nu ook aanwezig waren. Ik hield stand op grond van mijn goed recht, en zou, als Pastoor, de Kerkgangvrouw opbrengen en tot haar inzicht onmiddelijk daarop de mis zingen. Bij een gelukkig toeval werd de Aalmoezenier, op het oogenblik dat het half uur sloeg op den toren, naar den biechtstoel geroepen. Ik begon dadelijk en voltrok de H. Mis. De Duitscher stond in de Sakristij te wachten met een norsch gezicht... doch kropte zijne kwaadheid op.

In 't jaar 1916, met Paschen, zou hij zijne mannen oproepen tot het vervullen van hunnen Paaschplicht, tegen 's maandags ná Beloken Paschen, te 7½ u. Ik deed hem beleefd opmerken dat wij 's maandags, telkens te 6 u. den Zielendienst deden voor onze gesneuvelde soldaten, dus de Kerk te dier gelegenheid stampvol was

Bl. 6

het uur dus ongeschikt enz... met een woord ik trachtte hem te overreden om op een later uur te komen of een anderen dag te verkiezen. Te vergeefs. De man bleef halsstarrig bij zijn voornemen. Hij zou, 's maandags, tegen 6½ u. komen.

Ik had juist het "Libera" over de baar gezongen, de kinderen, als naar gewoonte, hieven een vaderlandsch lied aan, waarvan het refrein door de aanwezigen gelooven werd afgenomen, toen de Aalmoezenier het altaar beklom, en zich vaardig maakte om de H. Communie aan zijne mannen uit te reiken. De soldaten, welke achteraan in de Kerk stonden, drongen nu vooruit naar de Communiebank. Dan eerst begreep het volk wat er gaande was... en de stemmen onzer kinderkes klonken heller, en het refrein welk gewoonlijk met gedempte stem door het volk werd meegezongen, klonk nu en zwol tot een donder... rollende onder de dreunende kerkgewelven!

Sindsdien verscheen de Aalmoezenier niet meer in de Parochiekerk, maar vergaderde zijne mannen in de Kapel van het nonnenklooster.

Bl. 7

Enkele weken daarna werd de Deken onder verscherpte bewaking gesteld; hij zou zich voortaan moeten aanmelden – alhoewel zestiger – met de dienstplichtigen op het maandelijks Kontrool.

9/c.. Binnen de kerk bleven wij – het geval der Kerstbrieven daargelaten – volkomen vrij; buiten werden alle godsdienstige betooningen zooveel als verboden. In het Kapittel van 1916 werd door de Heeren Pastoors der Dekenij beslist geene toelating tot uitgaan aan te vragen. De Deken kreeg opdracht uit naam des Heeren Pastoors, in eene reis, aan de Duitsche Overheid, de datums, dagen, uur, voor heel het jaar, dat de processies zouden uitgaan, op te geven. Die aanmelding werd, als onvoldoende, afgewezen. De Deken werd ter Kommandantur ontboden. Men legde er hem eene formuul van aanvraag ter onderteekening vóór... 't gene beleefd maar beslist werd geweigerd. De processies en andere godsdienstige betoogingen met het Allerheiligste werden dan in de kerk gehouden.

De beruchte Kerstbrieven van Zijne Eminentie werden, den dag des voorlezing, na de hoogmis, onder bedreiging, opgeëischt. Onmiddellijk

Bl. 8

daarop werd ter pastorij huiszoeking gehouden, welke, God zij gedankt, den vijand niets opleverde.

D. Gedurende het eerste Oorlogsjaar – 1915 – waren wij de gelukkige getuigen van eene algemeene opflikkering van het godsdienstig gevoel onder ons volk. De diensten voor onze gesneuvelde soldaten, welke wekelijks plaats vonden, werden druk door de parochianen bijgewoond – de deelneming der burgerij was vrij algemeen. Honderden Communies werden tot zelfde inzicht opgedragen. Over 't jaar 1915 was het Communiceeren in zoo 'n mate toegenomen dat, vergeleken bij vorige jaren, het getal verdubbeld was.

Ten gevolge de oprichting der Nieuwe Parochie van het H. Hart was het getal parochianen geslonken van 4500 tot 3500 ongeveer; daar anderszijds de communiën klommen van 45.000 's jaars tot 70.000 !!

Wij laten hier de tabel volgen der Communiën over de oorlogsjaren :

Jaar---Private Communieën---Pl. Commun. der kinderen

1915---70.000---85

1916---68.000---88

1917---60.000---85

1918---65.500---95

Bl. 9

Openbare Zedelijkheid. Heyst kreeg eene sterke Duitsche Bezetting welke in de honderden liep. De soldaten hadden van hunne Oversten opdracht gekregen de bevolking vriendelijk te bejegenen. Gedurende de eerste maanden waren wij getuigen van de weerzinwekkende lichtzinnigheid van minderwaardige jonge dochters uit de volksklas. Doch later – dank zij de kranige houding der bevolking en de klinkende afstraffing welke sommige lichte kooien opliepen, mogen wij de houding der bevolking in 't algemeen prijzen voor de jaren 1915-1916. In den winter 1917-1918, tegen het verbod der Gemeenteoverheden, gaf het Duitsch Bestuur aan enkele plichtvergeten herbergen, de toelating om danspartijen in te richten. De onbezonnen jonkheid van minderen allooi stroomde er heen tot ergernis van alle weldenkende Vaderlanders.

E/ Met onze openbare scholen hebben de Duitschers zich weinig ingelaten – buiten het algemeen verbod van aanleeren der fransche taal. Een enkel maal verscheen in de jongensscholen een drietal van officieren, zoogezegd, om het onderwijs te inspecteeren.

Bl. 10

Voor het ontvoeren der Werklieden verwijs ik naar het verslag welke ik aan Zijne Eminentie, op verzoek, deed geworden.

Nota bene – Meerdere werklieden kwamen uit Duitschland in deerniswekkend staat thuis. Onder dezen, wil ik bijzonder het geval Emiel Verhoeven aanstippen. De jonge stielman was, als ajusteur, werkzaam in de Werkhuizen der Trammaatsch. te Heyst. Hij was gekend als uiterst bedreven in zijn vak. Den 18 Aug 1914, toevallig op bezoek bij zijn vader te Booischot, werd hij er, met zijn jongeren broeder en meer honderden, opgevangen en gevankelijk naar Aerschot opgebracht en verder naar Duitschland vervoerd. Gedurende 6 à 7 maanden werd hij er tot den zwaarsten arbeid gedwongen en... gevoed zoals men weet. De werkman had veel geld kunnen verdienen en ware best behandeld geweest als hij zijne vakkennissen ten dienste van den vijand had gesteld. Doch, uit liefde tot zijn land gaf hij voor onbekwaam te zijn tot vakarbeid en werd dan gedoemd tot het zwaarste werk.

Bl. 11

Weken, maanden lang, stond hij den grondigen dag aan "nagelen te trekken".

De koene Vaderlander die hij was, weerstond aan de verleiding, leed honger, onderging slechte behandelingen. Na zeven maanden van dat ontzenuwend & onmenschelijk leven werd hij, uitgeput, ziek, ten einde krachten naar huis gestuurd. Sindsdien bleef de ongelukkige jonge man aansukkelen, onbekwaam tot eenig werk – Jaren lang leed hij, onderging vreeselijke operatiën aan hals en keel en bezweek, na onzeggelijk lijden, den 18 November 1917, eene jonge vrouw met vier minderjarige kinderen in bittere ellende nalatende. Moge het dankbaar Vaderland zulke zonen gedachtig zijn en zich ontfermen over weduwe en kinderen.

10 Buiten het officieel Voedingskomiteit, werd in onze Parochie door toedoen der Geestelijkheid, een Parochiaal Komiteit gesticht welk zich gelastte met geld in te zamelen door inschrijvingen en rondhalingen. Ruim 11.000 – elf duizend – fr. werden tijdens de oorlogsjaren ingezameld

Bl. 12

onder onze Parochianen. Het Parochiaal Komiteit sprong bij in gevallen van buitengewonen nood, en was eene ware Voorzienigheid voor de meest noodlijdenden. Het verstrekte bij voorkeur, melk en andere versterkende middelen aan zieken, kraambedvrouwen, kinderen. In zijn school werd eene afdeeling gesticht gelast met het verzenden van pakketten aan onze Krijgs- en Civielgevangenen. Een honderd vijftig Parochianen werden onder de wapens geroepen of namen dienst als vrijwilliger.   Acht der onzen zijn gesneuveld – twee worden vermist – een stierf in Holland – een paar zijn verminkt.

Vergelijkende tafel

Geboortes---Jaar---Overlijdens

83---1915---30

69---1916---50

73---1917---54

77---1918---65

11. Onze klokken werden door een Duitsch Officier opgenomen. 

Bl. 13

12 Enkelen onzer Parochianen werden door de Duitschers gevankelijk weggevoerd onder de beschuldiging van brieven naar het front te zenden & dienstplichtigen & vrijwilligers over de grens te brengen of ... te spionneeren". Onder dezen maakte Heer Jos. Caluwaert, Kandidaat-Notaris en Schatbewaarder van het Kerkfabriek zich bijzonder verdienstelijk. Hij was de spil om dewelke de werkzaamheden ten dienste van het Vaderland in onze streek, draaiden: de brievendienst van en naar het front bestieren, aan vrijwilligers of dienstplichtigen op weg naar de grens goede geleiders bezorgen; ontvluchtte krijgsgevangenen helpen versteken en bevoorraden en van degelijke reispassen voorzien; aan de vrienden te Brussel alle nuttige inlichtingen verstrekken met een woord : hij diende het Vaderland hoe en waar hij kon, zonder schroom of gevaar van zijn leven.

Bl. 14

Op 17 September 1917 werd hij door de Duitschers opgepikt en in het celgevang te Turnhout opgesloten. "Een allergevaarlijkste spion die aan den kogel niet zou ontsnappen", zoo luidde het duitsch bericht. Een langdurig en uiterst streng onderzoek zou onze vriend doorstaan zonder dat zijn moed zou falen, zijne wilskracht hem begeven & zijne krachtdadigheid aan 't wankelen gaan, zijne tegenwoordigheid van geest in gebreke zou zijn. Om hem tot bekentenissen te dwingen zal men naar "Duitsche methode" uiterste middelen aanwenden : men zal den betichte met den stok bewerken. Op zekeren dag verschijnt de onderzoeksrechter in persoon in de cel van den gevangene. Aan de open deur zoo vatten twee soldaten post. "Gij bekent dus niet", brult die vreemdsoortige rechter, en op dreigend, met opgestoken mispelaar gaat hij op zijn slachtoffer los. Doch de man heeft zonder den waard gerekend. Met 'n bliksemssnelle beweging werpt de gevangene de deur dicht en nu... "onder ons tweeën" op een omzien ligt de stokslager

Bl. 15

in de knel van een ijzeren greep welke hem meedoogenloos de keel wurgt en tegen den muur te pletter duwt! Bleek... ontdaan, bevend stottert hij smeekend om genade... en de schroef lost amper of de afgestrafte held scharrelt vlug hoed en stok bij en is buitengerats!! Enkele dagen daarna ontvangt 't heer Jos. Caluwaert het bericht van zijne veroordeeling tot drie jaren en half opsluiting.

Werden nog tot gevangenis veroordeeld:

Mme Jos. Busschots, echtgenoote van den Heer Hoofdonderwijzer, tot 4 jaar, om vrijwilligers te hebben geherbergd en jongemannen tot dienstneming te hebben aangezet en met geld begiftigd.

J. Bastaens, in de wandeling "Jenk", vertrouwensman van Heer J. Caluwaert wegens uitdragen en bestellen van brieven.

Jos. Peeters, loodgieter, tot 2 jaar, wegens hulp verleend aan ontvluchte krijgsgevangenen, namentlijk wegens vervaardigen en afleveren van eene "geïsoleerde schaar".

Aan onze veroordeelden werd door de Heeren van het Duitsch Gerecht beloofd hunne straf voor de helft kwijt te schelden, zoo hij tegen

Bl. 16

den Pastoor-Deken van Heyst eene formeele beschuldiging wilden uitbrengen. Zij tot hunne eer hier aangestipt dat niet één zich liet bekoren. Liever dan laf verraad te plegen zouden zij de volle straf uitdoen en hun hard lot manmoedig dragen.

Buiten dezen onzer Parochianen welke tot jaren gevang werden verwezen om het Vaderland te hebben gediend, dient eene gansch bijzondere melding gemaakt van eene jonge dochter onzer Parochie, Leonie Anthonis, eene jonkheid van 19 jaar, ten minste bij 't begin van den oorlog — eene ware heldin.Haar leven onder den oorlog lijkt een roman. Met gansche nachten en ellenlange dagen was zij op de baan om vrijwilligers of ontvluchte Belgische & Fransche & Russische krijgsgevangenen over de grens te brengen langs looze en afgelegen wegen; of tijdelijk onderkomen te verschaffen, met levensmiddelen te voorzien enz. enz. Zij doorkruiste, af en toe, heel de provincie Antwerpen en een merkelijk deel van Brabant om brieven te bestellen en op te halen. Van den voetzool tot aan de oksels was zij met brieven bezet, en de Duitsche speurhonden welke haar aantroffen, vonden ze niet!

Tien maal stond zij op het punt in de klem te loopen, 't schold soms geen haar of ze was geklist! Meermaals werden haar kogels achterna gezonden door de soldaten; zij sprong van den tram in vollen rit, zij duikelde van eenen vijf meter-hoogen muur en ontkwam zonder letsel & holde holder-de-bolder de trappen af met een troep Duitschers op de hielen.

Vlugge hinde won zij 't op lompe & plompe zwaargezoolde plakoeters!

Bl. 17

Onder allerlei vermomming bleef zij voortwerken! De Duitschers noemden haar "de beruchte Leonie"! Van Koning Albert kreeg zij 't Kruis van eer, maar van de Duitschers den kogel!

Het dappere meisje mocht, God zij gedankt, alle gevaren ontkomen.

Zij is gaaf... doch hare zenuwen lijken tamelijk geschokt.

Heyst 15 april 1919

Ph. Sergoynne past. Deken

J. Busschots Schoolhoofd

J. Caluwaert

Bl. 18

 

AARTSBISDOM VAN MECHELEN

Nr 298

Mechelen, den 29/10 1919

Den Z.E.H. Sergoynne

Pastoor-deken

Heyst

Zijn Eerwaarde Heer Deken [het gedrukte "Pastoor" is doorgehaald en vervangen door "Deken"]

Ik heb de eer U de goede ontvangst te melden van het Verslag over den toestand uwer parochie gedurende den Grooten Oorlog, door U aan het Bisdom gezonden.

Laat mij echter toe U te verzoeken de inlichtingen rakende n' .............. van den vragenlijst te willen volledigen.

Wil zoo goed zijn onderhavig briefje, zorgvuldig ingevuld, aan de Hoogeerw. Heeren Vicarissen Generaal terug te sturen.

Aanvaard, Eerwaarde Heer Pastoor, de betuiging mijner eerbiedige en dienstvaardige gevoelens in O. H. J.-C.

Kan. J. Laenen,

ARCHIVARIS VAN HET AARTSBISDOM.

(Handgeschreven aanvullingen onderaan):

Aantal opgeroepen: 410 0a4d317dafc1.png; vrijwillige soldaten 54 0a4d317dafc1.png; gesneuvelden: 8; voor de parochie H. Lambertus : gestorven in D. of in Holl. 1; vermisten: 2

Aantal ontvoerden: 54 0a4d317dafc1.png; gestorven buiten het aangehaalde geval: geen

Aantal geboortens en sterfgevallen in 1913 en 1914

overlijdens 1913: 80 (1914) 53

geboorten 1913: 164 (1914) 117

Aantal communies en plechtige communiën in 1913 en 1914

1913: aantal comm: 42.000

1914: aantal comm = 45.000

plecht. = 109 plecht.com = 115

(1) voor heel de gemeente.

N.B. In juli 1914 werd de nieuwe Parochie van het H. Hart opgericht en het aantal parochianen slonk van 4500 tot 3500

 

Verslag van 1915

Bl. 1

À son Éminence le Cardinal-Archevêque Malines

Éminence,

Mon vicaire M. Van Riel et moi, nous conformant au désir exprimé dans votre lettre, nous finirons demain notre tournée de visite auprès des familles les plus nécessiteuses de la paroisse. J'ai hâte de vous donner un compte rendu succinct et de la répartition de la nouvelle somme de trois mille francs généreusement octroyée à notre doyenné de Heist-op-den-Berg, entre les Curés, et de la distribution des aumônes dans notre paroisse de St. Lambert. J'ai fait une tentative de répartition sur le pied des besoins existants et des degrés différents dans les parois restués, la tentative a été vaine. J'ai dû – les curés plaidant à qui mieux mieux les intérêts de leurs paroissiens – faire la répartition au prorata de la population.

Bl. 2

Nous avons commencé nos visites à domicile dans la semaine pascale. Nous avons pu constater que le comité, qui fonctionne ici comme ailleurs, ne pourvoit dans une mesure suffisante, à l'alimentation des adultes, mais très-souvent n'a pas atteint les petits êtres les plus intéressants et les plus exposés parce que les moins armés. Nous sommes, entr'autres, tombés sur une famille, comptant six enfants dont l'aîné n'avait pas dépassé l'âge de huit ans et le dernier venu comptait à peine cinq semaines d'existence. Les pauvres!! Depuis trois semaines ces petits malheureux, ont le bébé de cinq semaines n'avaient plus mangé que des pommes de terre cuites à l'eau! Il aurait fallu entendre le cri de la mère. Il sonnait comme une fanfare de victoire! Du beau et bon lait pour de longues semaines!! tandis que les traits émaciés étaient transfigurés par la joie. Nos ménages pauvres manquent surtout d'effets d'habillement – dans certains hameaux plus pauvres, ton châle de femme

Bl. 3

a, durant la quinzaine pascale, changé plusieurs fois de propriétaire, a couvert maintes épaules pour permettre aux voisines de faire leurs Pâques en tenue décente; Car, disait une brave femme, si le Seigneur n'est toujours respardent, les gens le sont – aussi mes enfants, disait-elle, n'assistent plus à la messe le dimanche: figurez vous qu’ils avaient été tournés en dérision parce qu'ils portaient des nippes râpées! Ils me sont revenus dernièrement tout en larmes. Ce qui manque un peu partout ce sont les vêtements de dessous. Heureusement que nous avons pu pourvoir aux situations les plus tristes. Croyez m'en, Eminence, ces derniers jours maints Chapelet a été prié à la tombée de la nuit dans nos familles si éprouvées pour appeler la bénédiction du Ciel sur les généreux bienfaiteurs; de longues théories de jeunes communicants se sont approchés de la Sainte table avec une ferveur reconnoissante à la même intention.

Bl. 4

Il me revient qu'un jeune vicaire d'une paroisse voisine, au demeurant très zélé, songerait à demander la place vacante de vicaire à Heyst-op-den-Berg, le vic. de Beerel. Je n'ai pas voulu l'encourager. Si je puis exprimer mon sentiment, Eminence, je pense qu'il serait préférable qu'il reste à Beersel, où il travaille, non sans fruit, m'assure-t-on.

Votre Eminence parle dans sa dernière lettre de deux rapports à lui présenter par le doyens. J'ai eu l'honneur de lui faire parvenir un rapport sur les événements malheureux qui se sont produits à Heyst. Les Curés de Doyenne l'ont fait respectement pour leur paroisses. Je me demande si j'ai satisfait. Si non, j'oserai prier Votre Eminence, de m'en avertir.

Veuillez agréer, Eminence, l'expression de mes sentiments de profonde vénération et de bien vive reconnaissance.

Heyst-op-den-Berg 12 avril 1915

Ph. Sergoynne curé-doyen

Vertaling

Aan Zijne Eminentie de Kardinaal-Aartsbisschop van Mechelen

Eminentie,

Mijn onderpastoor, de heer Van Riel, en ikzelf zullen, om te voldoen aan de wens geuit in uw brief, morgen onze bezoekronde bij de meest behoeftige gezinnen van de parochie beëindigen.

Ik verheug mij U een beknopt verslag te bezorgen over de verdeling van de nieuwe som van drieduizend frank, die U zo edelmoedig aan ons dekenaat Heist-op-den-Berg hebt toegekend, onder de pastoors, alsook over de uitdeling van de aalmoezen in onze parochie Sint-Lambertus.

Ik heb geprobeerd de verdeling te laten afhangen van de bestaande behoeften en van de verschillende graden van nood in de parochies van het dekenaat. Die poging is vruchteloos gebleken. Omdat de pastoors allemaal zo overtuigend mogelijk de belangen van hun parochianen verdedigden, heb ik de verdeling moeten uitvoeren naar verhouding van het bevolkingsaantal.

Wij zijn tijdens de paasweek begonnen met onze huisbezoeken. Daarbij hebben wij kunnen vaststellen dat het comité, dat hier net als elders werkzaam is, weliswaar in zekere mate in de voedselvoorziening van de volwassenen voorziet, maar dat het heel vaak de meest hulpbehoevende kinderen niet heeft bereikt. Nochtans zijn juist zij de meest beklagenswaardige en kwetsbare wezentjes, omdat zij zich het minst kunnen verweren.

Zo kwamen wij onder meer terecht bij een gezin met zes kinderen. Het oudste was nog geen acht jaar en het jongste was amper vijf weken oud.

Wat een armoede! Gedurende drie weken hadden die ongelukkige kleintjes - ook de baby van vijf weken - niets anders gegeten dan in water gekookte aardappelen!

Men had de uitroep van de moeder moeten horen. Hij klonk als een overwinningsfanfare! Goede, verse melk voor vele weken! Ondertussen straalden haar uitgemergelde gelaatstrekken van vreugde.

Onze arme gezinnen hebben vooral een tekort aan kleding. In sommige van de armste gehuchten is een vrouwenmantel gedurende de paasveertiendagen verschillende keren van eigenares veranderd. Hij heeft vele schouders bedekt, zodat buurvrouwen hun paasplicht in behoorlijke kledij konden vervullen.

Want, zo zei een brave vrouw: ‘Als de Heer niet altijd alles ziet, dan zien de mensen het wel.’

‘Ook mijn kinderen’, vertelde zij, ‘gaan op zondag niet meer naar de mis. Stel u voor: ze waren bespot omdat ze versleten vodden droegen! Onlangs zijn ze helemaal in tranen bij mij teruggekomen.’

Wat bijna overal ontbreekt, is ondergoed. Gelukkig hebben wij de schrijnendste gevallen kunnen helpen.

Geloof mij, Eminentie: de voorbije dagen is in onze zwaar beproefde gezinnen bij het vallen van de avond menig rozenhoedje gebeden, om de zegen van de Hemel af te smeken over de edelmoedige weldoeners. Ook lange rijen jonge communicanten zijn met dankbare vroomheid naar de Heilige Tafel gegaan, met dezelfde intentie.

Het is mij ter ore gekomen dat een jonge onderpastoor van een naburige parochie, overigens een zeer ijverige priester, eraan zou denken zich kandidaat te stellen voor de vacante betrekking van onderpastoor in Heist-op-den-Berg, namelijk in plaats van onderpastoor te Beersel.

Ik heb hem niet aangemoedigd. Als ik mijn mening mag uitspreken, Eminentie, denk ik dat het beter zou zijn dat hij in Beersel blijft, waar hij naar men mij verzekert niet zonder resultaat werkzaam is.

Uwe Eminentie spreekt in uw laatste brief over twee verslagen die de dekens U moeten voorleggen. Ik heb de eer gehad U reeds een verslag te bezorgen over de ongelukkige gebeurtenissen die zich in Heist hebben voorgedaan. De pastoors van het dekenaat hebben dat eveneens gedaan voor hun respectieve parochies.

Ik vraag mij af of ik hiermee aan uw verzoek heb voldaan. Mocht dat niet het geval zijn, dan zou ik U eerbiedig willen verzoeken mij daarvan op de hoogte te brengen.

Gelieve, Eminentie, de uitdrukking van mijn diepe eerbied en mijn oprechte dankbaarheid te aanvaarden.

Heist-op-den-Berg, 12 april 1915

Ph. Sergoynne, pastoor-deken

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Pastoorsverslagen WO I Heist-Statie

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Verslag van HEIST-STATIE

Transcriptie René Lambrechts

HEIST STATIE TIJDENS WO I

Bl. 1

Verslag over de gebeurtenissen vóór - tijdens - en na den oorlog in de parochie van 't H. Hart te Heyst o/d Berg

Bl. 2

Parochie van 't H. Hart, Heyst-op-den-Berg

1/ De parochie van 't H. Hart is gelegen in de provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, en maakt deel van de Gemeente, Kanton en Dekenij Heyst o/d Berg. Zij ligt in de vallei tusschen twee bergen – Beerzelberg en Heyst o/d Berg – tusschen ijzerenweg en provinciale baan Aerschot - Lier, op eenen afstand van twee uren van de forten Lier en Konings-Hoyckt.

2/ De parochianen hebben geleidelijk de parochie verlaten. Bij 't begin slechts enkelingen, doch naarmate de vijand naderde en bijzonder ten gevolge der gebeurtenissen van Aerschot, het herhaaldelijk binnenkomen der voorposten en de beschieting van Heyst-op-den-Berg was de parochie door de bevolking gansch verlaten op eenige uitzonderingen na.

3/ Binst den dag waren er eenige belgische wachtposten die tegen avond wederom naar Lier terugkeerden. De soldaten waren allerbest gesteld en vol heldenmoed – Geen vrijwilligers der parochie te melden.

4/ Bij 't begin van den oorlog snelden de geloovigen ter kerke en naderden dikwijls tot de H. Sacramenten,

Bl. 3

zelfs gingen er twee honderd geloovigen processiegewijs ter bedevaart naar den Kruisberg onder Bevel.

5/ Zondag 27 Sept. was de vijand in aantocht. om 9 uur werd er nog eene gelezene mis gedaan waar slechts eenige parochianen en vluchtelingen aanwezig waren. Rond één uur 's middags waren de voorposten in de parochie, waren in gevecht gewikkeld met belgische voorposten en keerden 's avonds wederom terug om 's anderendaags bezit te nemen van de parochie. Veel inlichtingen kunnen niet gegeven worden omdat de bevolking op enkelen na de parochie 's maandags 28 Sept. verlaten hadden. Verscheidene kanonnen, waaronder twee groote hebben dan de forten aangevallen van uit de parochie. Langen tijd heeft de strijd niet geduurd en daarom is er niet veel schade aangericht geweest aan de gebouwen.

6/ Het leger dat binnengerukt was in de parochie en omtrek heeft zich allerschandigst gedragen. De huizen werden bestormd en geplunderd, meubelen op de straat geworpen en vernield. De Kapel (voorloopige kerk) dienende als peerdenstal, gewijde vaten werden geroofd, alsmede kelkdoekjes, corporale, humerale, lantaarnen ; 't gewaad was

Bl. 4

gesneden. Een kelk lag op een halve uur afstands op het voorhof eener boerderij, het ostensorium lag ten gronde geworpen in de pastorij, eene ledige ciborie en pixide waren vertrappeld. De priesterkleeden (toga) en hoed werden gebruikt om spotsgewijze door de straten te trekken en beschimpt te worden in herbergen. – De schade is nog al aanzienlijk, niet aan gebouwen, maar roerende goederen, die geplunderd of vernield werden.

7/ Drij weken na den inval waren de Duitschers tamelijk goed gesteld ten opzichte van de inwoners en overheid.

8/ Later moest het mansvolk de wacht op houden op den ijzerenweg om rede dat (zegde de vijand) de boulons van den ijzerenweg losgevezen waren.

9a/ Tijdens den oorlog (begin 1915) werd de kapel vergroot, ook werd er een nieuwe biechtstoel geplaatst.

b/ Langzamerhand kwam de bevolking terug midden en einde October en werden de diensten wederom goed gevolgd.

c/ Soms werden duitsche spionnen naar de kerk gezonden om te hooren of er niets ten laste van den vijand gezegd werd. De bisschoppelijke brief

Bl. 5

van begin 1915 werd met geweld genomen, nadat slechts het eerste deel gelezen was, doch den volgend Zondag werd het tweede deel in 't kort aan de geloovigen kenbaar gemaakt. – De boetprocessie in 1915 op de Kruisdagen werd door officier Peersmann onderweg verboden en dwong hij de processie te ontbinden, aan hetwelk geen gevolg werd gegeven, maar kalm werd de processie voortgezet. Bij het terugkeeren kwam hij andermaal met twee soldaten terug om den pas van den herder af te schrijven, zeggende: 't werd u verboden de processie voort te zetten en niettegenstaande dat weigert gij het volk heen te zenden. Antwoord aan den officier: wij hebben ons te gevoegen naar de verordeningen van Z. Em. den Kardinaal, en de processie werd nog voortgezet. In de namiddag deed hij door een derden persoon ('t was voor hem te groote vernedering) zijne verschooning aanbieden zeggende dat de toelating om processie te doen kon verkregen worden bij den Kreischef te Mechelen. Doch die derde persoon weigerde zeggende dat de zaak hem niet aanging.

d/ Hoe langer de oorlog duurde, hoe meer verslapping van geloof er zich onder de geloovigen vertoonde.

Bl. 6

Daarom werd er in de parochie tegen Allerheiligen 1916 eene missie gepredikt door de E.E. P.P. Pasionisten, die zeer wel gelukte, (meer dan 3000 communiën) doch niet al te gunstig waren de gevolgen. Zelfde reden: de oorlog duurde te lang.

Geene vergelijkende tafel over de plechtige communie te maken met 1913, omdat de parochie slechts de 9 Juni 1914 begonnen is. In 1915 waren er 23 plechtige com. ; in 1916 – 25; in 1917 – 25; in 1918 – 35.

De openbare zedelijkheid liet nog al veel te wenschen onder enkelingen, meest door tengevolge van onverschilligheid en de bewerking der Duitschers die de danspartijen toelieten.

e/ Geene scholen in de parochie.

f/ Nog geen patronaat noch andere werken.

g/ Drij-en-veertig personen waren er die op de eerste controolvergadering geenen stempel ontvingen. Veel werd er gedaan gedurende drij dagen te Mechelen rechtstreeks bij den vijand om stempels te bekomen met bewijzen (doch weinig baat – een officier of onderoff. Schmitt zegde dat het voor hem 10 jaren langer leven was als hij geene pastoors

Bl. 7

zag – onrechtstreeks door andere personen. Eindelijk waren er nog 17 jongens die geenen stempel ontvingen en van die 17 zijn er slechts 5 medegevoerd naar Duitschland, de andere hadden zich ergens verschuild gedurende eenige weken en ontvingen dan later, mits eene geldboete, eenen stempel. Zekere jongeling, Jules Van Herck, dien zij thuis gevonden hadden en aan wien zij eenen stempel beloofden, nam de vlucht wanneer hij zag dat zij hem naar de tram in plaats van naar het bureel te Heyst leidde. De Duitschers achtervolgden hem en schoten verscheidene malen op hem zonder te raken. Ten gevolge daarvan lijdt de jongen nog altijd aan hertziekte.

Een van de weggevoerde, Edmond Voet, is eenigen tijd na zijne terugkomst in België, ten gevolge van ondervoeding in Duitschland, hier gestorven.

h/ Ondersteuningswerken – aansluiting bij Heyst St-Lambertus.

i/ De E. H. Pastoor Kinnaer Jules is vervolgd geweest om reden dat hij zeven maal geweigerd had den pindraad in te leveren die geplaatst was zonder en in de haag rond den eigendom die moet dienen

Bl. 8

voor kerk en pastorij – Geen straf opgelopen.   Verscheidene landbouwers zijn gestraft geweest (zelfs al het vee verkocht) omdat zij geene genoegzame levering van aardappelen gedaan hadden

10/ 35 soldaten werden onder de wapens geroepen. 3 zijn er gesneuveld.

Geboorten in 1915 : 34 | Overlijdens 1915 : 9

Geboorten in 1916 : 38 | Overlijdens 1916 : 10

Geboorten in 1917 : 21 | Overlijdens 1917 : 13

Geboorten in 1918 : 29 | Overlijdens 1918 : 15

11/ Huiszoeking werd er gedaan in de kapel en 5 klinken (koper) werden meegenomen, 2 werden met de bajonet afgebroken.

12/ Aansluiting bij Heyst St-Lambertus.

13/ De vijandelijke legers hebben zich (ten minste 2 dagen) slecht gedragen. Vijfmaal zijn de soldaten met geweld buiten de kapel gekeerd, waarin zij wilde vernachten. – Majoor Bauer, met zijn staf (Beieren) kennen noch geen welgemanierdheid – gedroegen zich barsch.

14/ De Belgische soldaten werden met geestdrift ontvangen. Te Deum gezongen – Mis van dankbaarheid met talrijke communiën. – Al de uitwijkelingen zijn weergekeerd.

Een steen met de namen van gesneuvelde soldaten zal in de kapel geplaatst worden.

(Ondertekening)J. Kinnaer past. Heyst-Statie H. Hart

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

WO I Vluchtelingen overleden in Nederland - Roosendaal

BV2

2657539-161dd3797be11ffd8b7b2c6123f5d81e.jpg

Vluchtelingen overleden in Nederland WO I

Roosendaal

Heel wat Vlamingen en Walen vluchtten de grens over, om te ontsnappen aan de gruwel van de oorlog. Velen overleefden hun vlucht niet, van hen vind je hieronder meer info. Scans van overlijdensakten zijn gratis te bekomen met een eenvoudig vraagje via mail.

VAN HONSTE Joanna Virginia Bernardus ° Borgerhout 21/06/1914
d. Hippolytus Franciscus & PETRÉ Josephina Maria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Gijselstraat 13 zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.10

PLANTIJN MORETUS Alexicus Maria Carolus Henricus ° Ekeren 6/10/1844
z. Eduardus Joannes Hyacinthus & DU BOIS Albertina Coletta Catharina Josepha echt. ongehuwd
woonde in Ekeren, Hof De Bist grondeigenaar
† Roosendaal 1914.10.08

JACOBS Joannes Cornelius ° Boechout 23/08/1914
z. Ludovicus Lambertus & GOVAERTS Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Boechout; Veldkant 96 zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.10

SMITS Joannes Franciscus ° Schilde 22/03/1831
z. Joannes & DAEMS Maria Catharina Paulina echt. CONVENTS Angelique
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.09

PIRREAULT Franciscus ° Borgerhout 14/01/1893
z. Eduardus Cornelius & DE ROOST Anna Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout brievenbesteller
† Roosendaal 1914.10.12

VANOEVELEN Franciscus ° Kalmthout 4/04/1853
z. Joannes Franciscus & VANTHILLO Anna Maria echt. CAS Maria Elisabeth
woonde in Borgerhout arbeider
† Roosendaal 1914.10.12

BLOCK Isabella ° Merksem 25/02/1837
d. Jacobus & GYSEN Cornelia wed. VAN LOO Franciscus Ludovicus Josephus
woonde in Hoboken zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.10

VAN TILBURGH Adrianus ° Essen 7/05/1863
z. Adrianus & VAN HEES Joanna Maria wed. VINCK Joanna Catharina
woonde in Essen krantenverkoper
† Roosendaal 1914.10.12

GEENS Joannes Franciscus ° Tremelo 24/10/1842
z. Norbertus & FEYAERTS Coleta wed. RITS Anna Regina
woonde in Keerbergen landbouwer
† Roosendaal 1914.10.12

CORDEMANS Leandre Felix ° Brussel 4/08/1836
z. Egide & LUIJPAERT Colette echt. GEUENS Catherine
woonde in Antwerpen kantoorbediende
† Roosendaal 1914.10.13

GEUENS Catherine ° Mechelen 1/12/1835
d. Guillaume & CRUYPELANTS Thérèse echt. CORDEMANS Leandre Felix
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.14

VERHAERT Ludovicus ° Tongeren 6/02/1855
z. Josephus Egidius & STAF Joanna echt. VAN DEN WYNGAERT Maria Elisabeth
woonde in Emblem electricien
† Roosendaal 1914.10.14

WAUTERS Joanna Constantia Marietta ° Muizen 1 jaar
d. Constantinus & VAN DIEVEL Maria Antonia echt. ongehuwd
woonde in Muizen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.15

VAN DEN EYNDE Antonius Adolphus ° Antwerpen 2/12/1863
z. Franciscus Antonius Josephus & ROTTIERS Francisca Henrietta echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.15

VAN ROMPAEY Josephus Joannes ° Duffel 23/07/1842
z. Petrus Joannes & DE RAED Anna Catharina wed. CRAUWELS Francisca
woonde in Duffel landbouwer
† Roosendaal 1914.10.16

ENGELS Rosalia ° Steendorp 24/04/1835
d. Philippus & MEERSMAN Maria Jacoba echt. VERGAUWEN Florus Maximilianus
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.16

RAES Pauline ° Heist-op-den-Berg 24/11/1836
d. Adrianus Franciscus & BORREMANS Rosa wed. OP DE BEECK Carolus
woonde in Hallaar zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.16

BOSSAERTS Anna Christina ° Ranst 14/01/1838
d. Melchior & VAN DYCK Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Ranst zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.16

PALASTER Paulus Josephus ° Diest 4/11/1834
z. Joannes Josephus & PIRONET Joanna Catharina echt. JANSSENS Elisabeth Joanna
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.17

GOOSSENS Franciscus Michael Joanna ° Borgerhout 19/01/1914
z. Adrianus Joannes Maria Ludovicus & TULKENS Elisabeth Joanna Julia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Kistemaekersstraat 45 zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.17

VAN VUGT Anthonetta Cornelia ° Oude Tonge 13/07/1864
d. Pieter & BINKEN Maria wed. DE MUIJNCK Josephus Petrus Joannes
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.16

DE WEERT Dimphena Petronella ° Rucphen 25/10/1843
d. Nicolaas & AARDE Christina wed. KENIS Guillielmus
woonde in Essen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.17

VAN UFFEL Maria Sara ° Schriek 21/03/1859
d. Franciscus & GORIS Regina echt. ROUSSEAU Felix
woonde in Putte zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.18

DE CLERCQ Maurice Adolf ° Wijnegem 13/02/1914
z. Adolf Desiré & KNUYSEN Maria Josephina Ida echt. ongehuwd
woonde in Wijnegem zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.18

VAN MOL Petrus Josephus ° Duffel 23/09/1875
z. Petrus Franciscus & SIMONTS Maria Sophia echt. CASTREL Maria Theresia
woonde in Lier zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.17

JANSSENS Maria Christina ° Boechout 8/11/1832
d. Petrus Joannes & HUYSMANS Joanna Catharina wed. PEETERS Petrus Josephus
woonde in Deurne zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.18

LUYMOYEN Anna Maria ° Mol 5/11/1834
d. Joannes Baptista & VERBIEST Anna wed. LE BOY Ludovicus Willibrordus
woonde in Borgerhout zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.16

FRANCKEN NN ° Roosendaal 17/10/1914
z. Aloisius Judocus & UITDEHAAG Johanna
ouders woonden in Essen
† Roosendaal 1914.10.17

FRANCKEN NN ° Roosendaal 17/10/1914
z. Aloisius Judocus & UITDEHAAG Johanna
ouders woonden in Essen
† Roosendaal 1914.10.17

VERLOO Franciscus Joannes ° Lint 19/08/1914
z. Petrus Franciscus & KENNES Maria Virginia echt. ongehuwd
woonde in Lint zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.18

VAN DOOREN NN ° Roosendaal 17/10/1914
d. Karel Pieter & DE MUNSTER Maria Theresia Valentina
ouders woonden in Mechelen
† Roosendaal 1914.10.17

KENNES Maria Hendrika ° Antwerpen 18/09/1914
d. Josephus & JANSSENS Paulina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.20

SMEDTS Alphonsus Ludovicus Josephus ° Edegem 30/04/1914
z. Alphonsus Ludovicus & DIERCKX Alphonsina echt. ongehuwd
woonde in Edegem, Doelveldstraat 45 zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.20

SCHAERLAEKENS Maria Lucia ° Westmalle 1/02/1825
d. Franciscus & VAN BAUWEL Isabella wed. VAN HULLEBUSCH Jacobus
woonde in Westmalle zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.19

Wwe PETENS ? ° ? 82 jaar
d. ? & ? wed. ?
woonde in Deurne zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.18

ANTHONI NN ° Roosendaal 19/10/1914
d. Modestus & VERWERFT Anna Maria
ouders woonden in Oelegem
† Roosendaal 1914.10.19

VANHASSELT Anna Catharina ° Kalmthout 14/10/1858
d. Petrus & DANCKERS Joanna Maria echt. MANDERS Josephus
woonde in Borgerhout zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.23

BERNAERTS Joanna Francisca Virginia Henrica ° Mechelen 6/01/1826
d. Joannes Gommarus & VAN DEN BOSSCHE Anna Maria Joanna Henrica echt. ongehuwd
woonde in Boechout zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.23

PETIJT Maria Helena ° Vlissingen 20/02/1831
d. Pierre François & GOBERT Maria wed. DE JONG Josephus Philippus
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.23

VAN GHEEL Maria Cecilia ° Buggenhout 27/11/1851
d. Johan Baptist & BOLLÉ Emerentiana Francisca echt. GOVAERTS Petrus Josephus
woonde in Duffel zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.24

VERTOMME Carolus ° Berlaar 12/12/1856
z. Petrus & GOYVAERTS Coleta echt. STEURS Antonetta
woonde in Lier zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.24

VERHAEGEN Melania Maria ° Boechout 14/12/1884
d. Ludovicus & PUTTENAERS Maria Philomena echt. BEYTS Adolf
woonde in Deurne zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.24

ANTHONI Irma Carolina ° Roosendaal 19/10/1914
d. Modestus & VERWERFT Anna Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Oelegem zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.24

LORRIPER Karel Adriana Frans ° Antwerpen 24/09/1914
z. Josephus Franciscus & WEBER Gabriëlla Wilhelmina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Nationalestraat 120 zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.25

VAN DEN CLOOT Hendrik Juliaan ° Antwerpen 4/05/1914
z. Jacobus & VAN LOEY Anna Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Handelsteeg 11 zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.25

WIJNEN Petrus Jacobus Antonius ° Roosendaal 6/09/1909
z. Stephanus Franciscus & BROUWERS Maria Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Merksem zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.26

KEYAERTS Jeanne ° Mechelen 6/06/1835
d. Egide Joseph & FELS Anne Marie wed. MARIEN Joseph
woonde in Mechelen, Nekkerspoelstraat zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.26

DE FOORDT Elza Maria Anna ° Borgerhout 31/08/1914
d. Oscar Joannes & SOMERS Emelia Adriana echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Hofstraat 75 zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.27

VAN DER POORTEN Alphonsus Ludovicus ° Turnhout 5/05/1893
z. Antonius Aloysius Maria & LAURIJSSEN Maria Carolina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen bakker
† Roosendaal 1914.10.29

IVENS August Edmond ° Sint Amands 9 maand
z. Carolus Ludovicus & VAN BEYLEN Maria Philomena echt. ongehuwd
woonde in Sint Amands zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.29

MICHIELS Ludovicus Antonius ° Keerbergen 1/08/1913
z. Felix August & MORAS Angelina echt. ongehuwd
woonde in Keerbergen, Lozenhoek zonder beroep
† Roosendaal 1914.10.31

CANT Bertha Ludovica ° Antwerpen 13/01/1912
d. Franciscus & CLEEMPUT Victorina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.02

VAN CALSTER Frans Theofiel ° Heist-op-den-Berg 3 maand 28 dagen
z. Karel & DE KOCK Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Heist-op-den-Berg zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.02

DE WEGER Frans Jan ° Antwerpen 7/07/1914
z. Laurentius Franciscus & DIERCKX Elisa Catharina Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Schoytestraat 86 zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.03

BAUDEWIJN Jozef ° Duffel 1 maand 10 dagen
z. Jan Karel Vital & CLAES Maria Paulina echt. ongehuwd
woonde in Koningshooikt zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.07

LEMBRECHTS Ludovica Alfons Maria Anna ° Duffel 3 maand 12 dagen
d. Jozef Gommaar & DE SMET Maria Antonia echt. ongehuwd
woonde in Duffel zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.08

BRUYNINCKX Alphonsus Edmondus Guido Rufinus ° Diest 31/03/1848
z. Joannes Franciscus & LANDUYT Maria Theresia echt. BEKEN Anna Paulina
woonde in Berchem zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.12

MICHIELS Dionysius ° Keerbergen 15/06/1911
z. Felix August & MORAS Angelina echt. ongehuwd
woonde in Keerbergen, Lozenhoek zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.12

JANSSENS Maria Joanna ° Antwerpen 4/12/1828
d. Guillielmus Franciscus & JACOPS Maria Anna echt. RYCKAERT Eduardus Guiselemus
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.14

VAN BULCK Jacobus ° Borgerhout 3/11/1896
z. Joannes Franciscus & VERBOVEN Joanna echt. ongehuwd
woonde in Sint-Mariaburg zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.18

CABOOT Pieter ° Antwerpen 22/09/1914
z. & CABOOT Suzanna Maria Louisa echt. ongehuwd
woonde in Berchem, Weidestraat 38 zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.18

DE LEY Hendrik Maria Huibrecht ° Roosendaal 31/10/1914
z. Josephus Hubertus & PEETERS Paulina Alida echt. ongehuwd
ouders woonden in Essen, Heidestraat zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.21

COLONNE Franciscus Antonius Josephina ° Borgerhout 9/08/1914
z. Ludovicus Franciscus & PEETERS Joanna Maria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Prinsstraat 30 zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.26

DE LEY Mathilda Petronella Francisca Hubertina ° Essen 5/12/1912
d. Josephus Hubertus & PEETERS Paulina Alida echt. ongehuwd
woonde in Essen, Heidestraat zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.30

VERHOEVEN Anna Catharina ° Roosendaal 29/12/1823
d. Cornelis & VAN DEN BERGH Petronella wed. CLAASSENS Adrianus
woonde in Essen zonder beroep
† Roosendaal 1914.11.29

HOOSEMANS Jacobus Hermanus ° Oosterhout 18/12/1841
z. Antoon & CLEPHAS Catharina echt. ongehuwd
woonde in Boechout zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.05

MATTHIJSSEN Helena Cornelia ° Roosendaal 25/03/1876
d. Franciscus & BOGAARTS Adriana echt. FINKENFLÜGEL Hendrik Lodewijk
woonde in Berchem zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.07

MEURSEN Rosalia ° ? 11 maand
d. ? & ? echt. ongehuwd
woonde in ? zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.07

VAN SWEEVELDT Emilius Guilielmus Antonia ° Borgerhout 29/05/1904
z. Ferdinandus Cornelius & VAN BULCK Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.09

GOORIS Marie Louise ° Mechelen 21/03/1853
d. Guillaume & VAN WIN Anne Catherine echt. NIJS Pierre François
woonde in Mechelen zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.15

TRATSAERT Honorina Wilhelmina ° Antwerpen 27/09/1914
d. Honoratus Carolus & VERDONCK Wilhelmina Dimphna Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Prinsesstraat 25 zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.21

SALENS Jozef André ° Laken 4 maand
z. Achiel Philip & ALBERTI Maria Hubertina echt. ongehuwd
woonde in Laken zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.22

TIMMERMANS Joanna Josephina ° Antwerpen 6/12/1913
d. Carolus Julianus & KESTELOOT Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, St. Michielskaai 8 zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.26

MAESEN Franciscus Leopoldus ° Lint 30/08/1912
z. Pieter Willem & VERMYLEN Anna Carola echt. ongehuwd
woonde in Lint zonder beroep
† Roosendaal 1914.12.27

VAN ESCH Franciscus Cornelis ° Roosendaal 14/03/1876
z. Christiaan & MATTHIJSSEN Johanna Maria echt. PASSAGE Josephina Margaretha
woonde in Antwerpen kleermaker
† Roosendaal 1914.12.31

ALIX Anna Catharina ° Wijnegem 5/10/1913
d. Petrus Josephus & DE SWERT Maria Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Wijnegem zonder beroep
† Roosendaal 1915.01.02

VISSCHERS Joanna Rosalia ° Borgerhout 17/09/1914
d. Alphonsus & DU BOIS Josephina echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Alb.Rodenbachstraat 29 zonder beroep
† Roosendaal 1915.01.07

VERSTRAELEN NN ° Roosendaal 20/01/1915
d. Jacobus Carolus & VAN DEN EYNDEN Louisa Catharina Adriana
ouders woonden in Merksem
† Roosendaal 1915.01.10

VERSTRAELEN NN ° Roosendaal 20/01/1915
d. Jacobus Carolus & VAN DEN EYNDEN Louisa Catharina Adriana
ouders woonden in Merksem
† Roosendaal 1915.01.10

VAN ROMPAEY Camille ° Roosendaal 31/12/1914
z. Frans Pieter & ROELANDS Maria Magdalena echt. ongehuwd
ouders woonden in Boom zonder beroep
† Roosendaal 1915.01.16

HÖLSCHER Jeannetta ° Ekeren 25/03/1913
d. Henricus Wilhelmus & JORIS Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder beroep
† Roosendaal 1915.01.23

COCKX Maria Julia Francisca Leonia ° Mechelen 25/05/1881
d. Hendrik Jozef Frans & BUSSCHOTS Maria Eugenia Leonia echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder beroep
† Roosendaal 1915.01.29

VAN DE WIEL Johanna Christina ° Antwerpen 8/03/1914
d. Gerardus Christiaan Johannes & SCHAPERS Theodora echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Gratiekapelstraat 24 zonder beroep
† Roosendaal 1915.02.13

MARNEF Vitalis Alexander ° Puurs 18/02/1842
z. Joannes Josephus & SEPA Maria Angelina wed. SMETS Maria Rosalia
woonde in Sint-Katelijne-Waver landbouwer
† Roosendaal 1915.02.13

DE WACHTER Peeter Joannes Franciscus ° Puurs 18/06/1831
z. Jan Baptist & REYNIERS Sophia wed. VERBESSELT Clara Maria Constantia
woonde in Boom zonder beroep
† Roosendaal 1915.02.13

GESQUIÈRE Margaretha ° Hoboken 4/04/1913
d. Arthur Emile Joseph & DONCKERS Petronella Catharina echt. ongehuwd
woonde in Hoboken, Lumbeeckstraat 6 zonder beroep
† Roosendaal 1915.02.14

VAN HOOYDONCK François Joseph ° Essen 25/11/1913
z. Petrus Henricus & SWAGERS Helena Mathilda echt. ongehuwd
woonde in Essen, Kammenstraat zonder beroep
† Roosendaal 1915.02.21

VAN DIJCK Carolina Francisca ° Deurne 28/09/1913
d. Jan Frans & ROMMENS Anna Maria Augustina echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Zandstraat 83 zonder beroep
† Roosendaal 1915.02.23

DULLEMANS Elisabeth Margaretha Josepha ° Merksem 17/04/1913
d. Alphonsus Joannes & MELIS Joanna Josephina echt. ongehuwd
woonde in Merksem, Cassiersstraat 47 zonder beroep
† Roosendaal 1915.02.25

MENNEN Albertus ° Wijnegem 9/07/1913
z. Renerius Alphonsus Emmanuel & VAN ROMPAEY Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Wijnegem zonder beroep
† Roosendaal 1915.02.25

TORFS NN ° Roosendaal 6/03/1915
d. Alfons & VAN GINNEKEN Maria Melania
ouders woonden in Vorselaar
† Roosendaal 1915.03.06

GOVERS Lodewijk Antoon ° Essen 24/11/1908
z. Franciscus & LAHOU Maria Ludovica Catharina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.06

VAN DEN BOSCH Maria Joanna ° Antwerpen 10/10/1912
d. Franciscus & VAN MALDEREN Maria Renilda echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.06

BROUWERS Joanna ° Borgerhout 3/02/1914
d. Ludovicus & SMOLDERS Joanna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Verbodenplein 1 zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.09

PEETERS Franciscus ° Antwerpen 12/04/1872
z. Joannes Petrus & CROUWELS Theresia Josephine echt. SICARD Maria Theresia Delphina
woonde in Antwerpen kantoorbediende
† Roosendaal 1915.03.10

NIELSEN Carl Sophus ° Roosendaal 31/10/1914
d. Einer Rudolf Charles & SCHOUTEN Dimphna Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.09

NIELSEN Antonie ° Roosendaal 31/10/1914
z. Einer Rudolf Charles & SCHOUTEN Dimphna Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.10

VERCAMMEN Ludovicus Maria Josephus ° Wijnegem 22/09/1914
z. Josephus Stanislas & GEUKENS Maria Leonia echt. ongehuwd
woonde in Wijnegem zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.16

VAN HEFFEN Juliana Octova Rosalie ° Goes 2/11/1914
d. Alphonsus Joannes & GOOSSENS Maria Christina echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.18

VAN DER VLIET Joanna Wilhelmina ° Antwerpen 15/07/1914
d. Johannes & ACHTERBERG Wilhelmina Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Florisstraat 3 zonder beroep
† Roosendaal 1915.03.29

CAUTEREELS Robert Cornelis Urbaan ° Antwerpen 19/02/1914
z. Ludovicus & LEYSEN Catharina Constantia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Korte Beeldekensstraat 14 zonder
† Roosendaal 1915.03.31

HOLEMANS Eduard Joseph ° Roosendaal 5/11/1914
z. Franciscus & t SERVRANCKX Maria Eulalia echt. ongehuwd
ouders woonden in Haacht zonder
† Roosendaal 1915.03.30

VAN DONINCK Wilhelmina Antonetta ° Roosendaal 24/01/1915
d. Augustinus & HEYLEN Regina Elisa echt. ongehuwd
ouders woonden in Deurne zonder
† Roosendaal 1915.04.01

LEMMENS Mathildis Ivonna ° Nijlen 29/05/1914
d. Ludovicus & ROOTHOOFT Antonetta echt. ongehuwd
woonde in Nijlen zonder
† Roosendaal 1915.04.12

KERSEMANS NN ° Roosendaal 21/04/1915
d. & KERSEMANS Petronella echt. ongehuwd
moeder woonde in Edegem zonder
† Roosendaal 1915.04.21

VERCAMMEN Regina ° Wijnegem 23/01/1913
d. Josephus Stanislas & GEUKENS Maria Leonia echt. ongehuwd
woonde in Wijnegem zonder
† Roosendaal 1915.05.02

PEETERS Catharina Rosalia Celina ° Lier 1/06/1862
d. Joannes Franciscus & VERSTAPPEN Antonia Rosalia echt. BREUGELMANS Lambertus Ludovicus
woonde in Lier zonder
† Roosendaal 1915.05.07

GORREMANS Louisa ° Roosendaal 11/05/1915
d. Josephus Franciscus & VAN DEN BRANDEN Isabella Celina echt. ongehuwd
ouders woonden in Brasschaat zonder
† Roosendaal 1915.05.12

MAREELS Catharina Isabella Maria ° Berchem 12/05/1900
d. Josephus & SEGERS Maria Aldegonda echt. ongehuwd
woonde in Berchem zonder
† Roosendaal 1915.05.27

LAURENT Petrus Ludovicus ° Antwerpen 3/02/1883
z. Joannes Matheus & DE ROY Joanna Elisabeth echt. FRANCKEN Francisca
woonde in Antwerpen bureelbediende
† Roosendaal 1915.06.04

DE POOTER Maria Elisabeth ° Kontich 9/07/1829
d. Jacobus & ELSOCHT Anna Catharina wed. DE CEUSTER Cornelius
woonde in Deurne zonder
† Roosendaal 1915.06.23

ELST Camille Cornelius ° Essen 5/05/1895
z. Cornelius & PEETERS Joanna Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder
† Roosendaal 1915.07.30

VAN DEN EYNDEN Yvonne Alice ° Antwerpen 18/05/1914
d. Adrianus Désiré & OP DE BEECK Angelica Irma echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Van Schoonbekestraat 170 zonder
† Roosendaal 1915.09.06

NOLLÉ NN ° Roosendaal 12/09/1915
z. Judocus & VAN GEEL Joanna Francisca Andrea echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Roosendaal 1915.09.12

VAN MEENEN Alphons ° Dottignies 16/02/1864
z. Léopold & DUCOIN Adèle Virginie echt. ongehuwd
woonde in Wortel zonder
† Roosendaal 1915.09.25

LAURENT Antonia ° Borgerhout 18/03/1913
d. Petrus Ludovicus & VRANCKEN Adelia Francisca echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Guldensporenstraat 149 zonder
† Roosendaal 1915.11.08

KNUREN Heinrich Wilhelm ° Brück (D) 31 jaar
z. Theodor Wilhelm & VENEDEIJ Maria Eva Katharina echt. PETIT Helena Maria Sara
woonde in Boom zonder
† Roosendaal 1915.11.15

TROUILLARD Jean Joseph Ferdinand ° Antwerpen 10/04/1834
z. Jacques François & TIBAUT Marie wed. LAUWERS Rosalia
woonde in Borgerhout zonder
† Roosendaal 1915.12.01

VAN DEN KEYBUS Franciscus ° Putte (N) 22/03/1852
z. Petrus Johannes & VAN HEYBEECK Maria Jacoba echt. ongehuwd
woonde in Kalmthour zonder
† Roosendaal 1915.12.12

BAETEN NN ° Roosendaal 15/12/1915
d. Gerardus & ARETS Maria Gertruid echt. ongehuwd
ouders woonden in Rekem zonder
† Roosendaal 1915.12.15

WASSEN Hendricus Josephus ° Waalwijk 28/10/1853
z. Franciscus Josephus & VERDONK Maria Petronella echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Roosendaal 1916.01.08

VERBEECK Josephus Ludovicus ° Bonheiden 2 jaar 4 maand
z. Joannes Henricus & VAN DE BORNE Maria Mathilda echt. ongehuwd
woonde in Bonheiden zonder
† Roosendaal 1916.01.23

LAURENT Joannes Franciscus ° Antwerpen 24/02/1893
z. Franciscus & VERCRUYSSE Amelia Joanna echt. DE RIDDER Catharina Juliana Josephina
woonde in Antwerpen kantoorbediende
† Roosendaal 1916.01.21

BOECKSTAENS Antonia ° Berlaar 21/08/1912
d. Ludovicus & MARIËN Maria Paulina echt. ongehuwd
woonde in Berlaar zonder
† Roosendaal 1916.02.26

LEMMENS Josephus Ludovicus ° Roosendaal 6/12/1915
z. Ludovicus & ROOTHOOFT Antonetta echt. ongehuwd
ouders woonden in Nijlen zonder
† Roosendaal 1916.03.03

VAN DEN ABEELE Maria Francisca ° Mechelen 26/12/1908
d. Frans Maria Jozef & VAN HUMBEECK Maria Antonia echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Roosendaal 1916.03.26

STAS Isabella ° Borgerhout 4/12/1831
d. Franciscus & BOGAERTS Maria Theresia wed. KENNIS Joannes Franciscus
woonde in Borgerhout zonder
† Roosendaal 1916.04.20

GOOR Maria Catharina ° Herentals 27/04/1851
d. Franciscus & VAN DEN EYNDE Maria Anna wed. BROUWERS Joannes
woonde in Herentals zonder
† Roosendaal 1916.05.02

DE KOCK Maria Mathildis ° Boom 1/12/1852
d. Guilielmus & POSSEMIERS Maria Coleta echt. CASSIERS Karel Jan
woonde in Deurne zonder
† Roosendaal 1916.05.07

BRUYER Anne Marie Rosalie ° Marbais 12/01/1832
d. Nicolas Joseph & DANDOIS Rosalie Joseph wed. DEBATTY Jean Chrysostome
woonde in Berchem zonder
† Roosendaal 1916.05.14

BARTELS Wilhelmus Josephus ° Geldrop 15/07/1880
z. Hendricus & ENGELEN Johanna Wilhelmina echt. IMPENS Maria Cesarina
woonde in Antwerpen schilder
† Roosendaal 1916.06.26

RAGUET Josephina Coleta Henrica ° Antwerpen 19/04/1901
d. Josephus Maria Eduardus & LONGUEVILLE Helène Marie Louise Henriette echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Roosendaal 1917.03.29

VAN GENECHTEN Petrus Josephus Antonius ° Essen 25/09/1898
z. Arthur Edmundus Joannes & VAN AERT Joanna Maria echt. ongehuwd
woonde in Essen zonder
† Roosendaal 1917.04.18

RENDERS Joanna Henrica ° Tielen 22/03/1853
d. Petrus Josephus & VAN DEN EYNDE Anna Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Essen kloosterzuster
† Roosendaal 1917.09.25

DECKERS Joannes Adrianus ° Essen 1/07/1872
z. Cornelis & PEETERS Joanna Catharina echt. DECKERS Anna Maria Cornelia
woonde in Essen melkerijbestuurder
† Roosendaal 1917.11.02

VANDEWYNCKELE Alice Anna Seraphina ° Gent 27/10/1867
d. Carolus Henricus & COUTENY Rosalia Virginia echt. PIRET Louis Leopold Joseph
woonde in Brussel zonder
† Roosendaal 1918.05.31

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

WO I Vluchtelingen in Nederland - Uden (13)

BV2

Uden

Vluchtelingen in Nederland WO I

Vluchtoord Uden (13)

Heel wat Vlamingen vluchtten de grens over, om te ontsnappen aan de gruwel van de oorlog. Van enkele duizenden vind je hieronder meer info. Scans van eventuele akten uit den burgerlijken stand van Uden, of een scan van de vluchtelingenkaart zijn gratis te bekomen met een eenvoudig vraagje via mail.

Gegevens : Naam - Geboorteplaats en -datum - nationaliteit - laatste vaste woonplaats - Kaartnummer - Aankomst - Vertrek of overlijden - bijkomende info.


Geboes Franciscus ° Herentals 1862/2/8 Bel woonde in Lier K1669 A.(1915.09.28) V.naar Frankrijk (1916.03.30)
Moortgat Melonia ° Koningshooikt 1863/9/21 Bel woonde in Lier K1669 A.(1915.09.28) V.naar Frankrijk (1916.10.06)

Geboes Joannes ° Diest 1845/2/27 Bel woonde in Antwerpen K1670 A.(1915.07.31) V.naar België (1919.03.28)

Geboes Joannes Franciscus ° Tongeren 1868/8/18 Bel woonde in Olen K1671 A.(1915.02.22) V.naar België (1919.02.04)
De Winter Maria ° Tongeren 1872/11/14 Bel woonde in Olen K1671 A.(1915.02.22) V.naar België (1919.02.04)
Geboes Ludovicus Josephus ° Balen 1897/12/29 Bel woonde in Olen K1671 A.(1915.02.22) Zie K1672
Geboes Clementina ° Westerlo 1899/10/4 Bel woonde in Olen K1671 A.(1915.02.22) V.naar België (1919.02.04)
Geboes Benedictus ° Westerlo 1901/4/18 Bel woonde in Olen K1671 A.(1915.02.22) V.naar België (1919.02.04)
Geboes Maria Elisabeth ° Olen 1904/9/18 Bel woonde in Olen K1671 A.(1915.02.22) V.naar België (1919.02.04)

Geboes Ludovicus Josephus ° Berchem 1897/12/29 Bel woonde in Olen K1672 A.(1915.02.22) V.naar België (1918.12.24) Gehuwd te Uden 1917.04.19
Van den Eynde Maria Josephina ° Bouwel 1899/7/28 Bel woonde in Nijjlen K1570 A.(1915.04.09) V.naar België (1919.02.04)
Geboes Eduard Ludovicus ° Uden 1918/6/14 Bel woonde in Uden K1672V.naar België (1919.02.04)

Van Geel Josephine ° Mechelen 1898/1/1 Bel woonde in Mechelen K1673 A.(1916.03.04) V.naar elders (1918.12.19) Kind 1e huwelijk K3172

Van Geel Peter ° Mol 1893/5/26 Bel woonde in Milleghem K1674 A.(1916.02.07) V.naar Riethoven (1918.05.13) Gehuwd te Uden 1916.06.17
Luyten Josephine ° Mol 1893/9/7 Bel woonde in Mol K1674 A.(1916.02.07) V.naar Riethoven (1918.05.13)
Van Geel Rosalia Nathalia Theresia ° Uden 1916/9/3 Bel woonde in Uden K1674V.naar Riethoven (1918.05.13)

Van Geel Peter ° Mol 1893/5/26 Bel woonde in Milleghem K1675 A.(1915.05.26) V. zonder kennisgeving ? Zie K1674

Janssens Maria Josephina ° Turnhout 1882/5/9 Bel woonde in Turnhout K1676 A.(1916.12.16) V.naar Eindhoven (1917.12.10)
Geenen Maria Josephina ° Turnhout 1906/4/13 Bel woonde in Turnhout K1676 A.(1916.12.16) V.naar Eindhoven (1917.12.10)
Geenen Petrus Josephus ° Turnhout 1908/7/10 Bel woonde in Turnhout K1676 A.(1916.12.16) V.naar Eindhoven (1917.12.10)

Geenen Jan ° Turnhout 1899/1/1 Bel woonde in Turnhout K1677 A.(1915.03.01) V.naar België (1915.08.27)
Geenen Mathilde ° Turnhout 1902/1/1 Bel woonde in Turnhout K1677 A.(1915.03.01) V.naar Turnhout (1915.08.11)

Geenen Joseph Marie ° Turnhout 1874/6/20 Bel woonde in Herentals K1678 A.(1915.03.30) V.naar Eindhoven (1915.10.26)
Geenen Anna Maria ° Turnhout 1875/2/3 Bel woonde in Herentals K1678 A.(1915.03.30) V.naar Eindhoven (1915.10.26)
Geenen Josephina ° Turnhout 1900/3/2 Bel woonde in Herentals K1678 A.(1915.03.30) V.naar Eindhoven (1915.10.26)
Geenen Joannes ° Turnhout 1901/3/31 Bel woonde in Herentals K1678 A.(1915.03.30) V.naar Eindhoven (1915.10.26)
Geenen Adrianus ° Turnhout 1902/6/10 Bel woonde in Herentals K1678 A.(1915.03.30) V.naar Eindhoven (1915.10.26)
Geenen Irma ° Turnhout 1903/9/9 Bel woonde in Herentals K1678 A.(1915.03.30) V.naar Eindhoven (1915.10.26)
Geenen Elisa ° Verviers 1908/12/8 Bel woonde in Herentals K1678 A.(1915.03.30) V.naar Eindhoven (1915.10.26)

Verheyen Antonia ° Borgerhout 1896/6/28 Bel woonde in Deurne K1679 A.(1915.07.12) V.naar België (1915.12.11) Mevr. Geens man in België

Geens Ferdinant ° Turnhout 1871/11/3 Bel woonde in Diest K1680 A.(1915.03.23) V.naar België (1915.04.08)

Geens Ferdinant ° Turnhout 1871/11/3 Bel woonde in Diest K1681 A.(1915.06.22) V.naar België (1915.07.25) vrouw overleden

Geens Julia Rosalia ° O.L.V. Waver 1898/8/1 Bel woonde in Keerbergen K1682 A.(1916.06.15) V.naar Amersfoort (1918.07.16) bij haar zuster
Geens Julia ° Uden 1916/7/8 Bel woonde in Uden K1682V.naar Amersfoort (1918.07.16)
Geens Maria ° Uden 1916/7/8 Bel woonde in Uden K1682 † 1917.06.11

Geens Pierre ° Lier 1885/1/2 Bel woonde in Aarschot K1683 A.(1915.02.17) V.naar België (1919.02.05)
Morren Maria Rosalia ° Niel 1888/1/3 Bel woonde in Aarschot K1683 A.(1915.02.17) V.naar België (1919.02.05)
Geens Jean Baptist ° Aarschot 1911/8/30 Bel woonde in Aarschot K1683 A.(1915.02.17) V.naar België (1919.02.05)
Geens Jacobus ° Bergen op Zoom 1914/10/26 Bel woonde in Aarschot K1683 A.(1915.02.17) V.naar België (1919.02.05)
Geens Hubert ° Uden 1917/4/27 Bel woonde in Uden K1683V.naar België (1919.02.05)

Geens Rosalie Leonie ° Beerzel 1910/2/26 Bel woonde in Beerzel K1684 A.(1915.06.25) V.naar België (1919.01.25) ouders overleden

Geeraers Antonius ° Antwerpen 1857/1/25 Bel woonde in Antwerpen K1685 A.(1917.10.05) V.naar Nunspeet (1918.01.24)

Geeraerts Antoon Hendrik ° Boom 1864/2/7 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Wils Maria Rosalia ° Boom 1869/10/16 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Anna Maria ° Terhagen 1894/2/20 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Frans Alphons ° Terhagen 1896/9/12 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar Engeland (1916.04.04)
Geeraerts Constantia ° Terhagen 1898/8/4 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Maria Rosalia ° Terhagen 1900/3/17 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Mari Lucia ° Terhagen 1902/1/5 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Henry ° Terhagen 1906/1/24 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Jan Frans ° Terhagen 1908/4/4 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Anna Maria ° Terhagen 1913/9/6 Bel woonde in Terhagen K1686 A.(1915.06.14) V.naar België (1919.02.04)
Geeraerts Irma Rosalia ° Uden 1917/9/6 Bel woonde in Uden K1686 † 1917.09.28 kind van Anna Maria

Geeraerts Jean ° Bouwel 1848/12/4 Bel woonde in Aarschot K1687 A.(1915.03.09) V.naar Nunspeet (1918.03.21)

Vivet Maria Elisabeth ° Lier 1862/1/24 Bel woonde in Wijnegem K1688 A.(1915.04.30) V.naar België (1919.03.18) man in België
Geerinck Charles ° Antwerpen 1899/1/15 Bel woonde in Wijnegem K1688 A.(1915.04.30) V.naar België (1919.03.18)

Geerinckx Camile ° Stekene 1887/7/14 Bel woonde in Stekene K1689 A.(1916.12.05) V.naar Amsterdam (1918.05.27)

Geerinckx Josephus ° Stekene 1889/12/14 Bel woonde in Stekene K1690 A.(1917.11.02) V.naar Anna Paulowna (1919.02.23)
Dhanis Emelie Maria ° Stekene 1897/6/20 Bel woonde in Stekene K1690 A.(1917.11.02) V.naar België (1919.03.28) Zie K1260
Geerinckx Coralie ° Sint-Jansteen 1917/2/5 Bel woonde inK1690 A.(1917.11.02) V.naar België (1919.03.28) Zie K1260
Geerinckx Camiel ° Uden 1918/6/9 Bel woonde in Uden K1690V.naar België (1919.03.28) Zie K1260

Geernaert Eduardus ° Gent 1868/11/23 Bel woonde in Berchem K1691 A.(1917.05.21) V.naar België (1919.03.21)
Schoors Carolina ° Veerle 1865/8/20 Bel woonde in Berchem K1691 A.(1917.05.21) V.naar België (1919.03.21)

Geersen Johannes ° Denekamp 1890/7/9 Ne woonde in Nordhorn K1692 A.(1916.09.12) V.naar Enschede (1918.03.02)
Pril Frederica Johanna ° Enschede 1891/7/14 Ne woonde in Nordhorn K1692 A.(1916.09.12) V.naar Enschede (1918.03.02)
Geersen Wilhelmina Geertruida ° Nordhorn 1912/7/22 Ne woonde in Nordhorn K1692 A.(1916.09.12) V.naar Enschede (1918.03.02)
Geersen Bernard Johanns ° Nordhorn 1914/3/6 Ne woonde in Nordhorn K1692 A.(1916.09.12) V.naar Enschede (1918.03.02)
Geersen Johannes ° Nordhorn 1916/1/6 Ne woonde in Nordhorn K1692 A.(1916.09.12) V.naar Enschede (1918.03.02)

De Cleyn Carolina ° Merksem 1890/1/4 Bel woonde in Merksem K1693 A.(1915.03.19) V. zonder kennisgeving (1915.04.06) man in België
Geerts Henricus ° Merksem 1908/10/28 Bel woonde in Merksem K1693 A.(1915.03.19) V. zonder kennisgeving (1915.04.06)

Francken Joanna ° Borgerhout 1870/11/7 Bel woonde in Borgerhout K1694 A.(1915.04.14) V. zonder kennisgeving ? man in België
Geerts Ludovicus Josephus ° Borgerhout 1897/10/16 Bel woonde in Borgerhout K1694 A.(1915.04.14) V.naar Engeland (1916.01.11)
Geerts Maria ° Borgerhout 1915/2/13 Bel woonde in Borgerhout K1694 A.(1915.04.14) V. zonder kennisgeving ?

Geerts Edmond ° MeerdonK1873/6/5 Bel woonde in Couillet K1695 A.(1917.04.30) V.naar België (1919.01.29)

Geerts Eduardus Antonius ° Turnhout 1877/9/30 Bel woonde in Turnhout K1696 A.(1915.07.14) V.naar België (1919.02.08)
Lemmens Josephina ° Turnhout 1890/2/8 Bel woonde in Turnhout K1696 A.(1915.07.14) V.naar België (1919.02.08)
Geerts Anna Maria ° Turnhout 1905/8/18 Bel woonde in Turnhout K1696 A.(1915.07.14) V.naar België (1919.02.08)
Geerts Albertus ° Uden 1915/12/16 Bel woonde in Uden K1696V.naar België (1919.02.08)

Geerts Felix ° Berendrecht 1887/1/22 Bel woonde in Antwerpen K1697 A.(1915.03.16) V.naar België (1919.02.03) Gehuwd te Uden 1918.06.28
Quintyn Alida Maria ° Olsene 1892/10/20 Bel woonde in Moeskroen K1697 A.(1915.03.17) V.naar België (1919.02.03)

Geerts Franciscus Alphonsus ° Wijnegem 1883/1/7 Bel woonde in Merksem K1698 A. ? V.naar Frankrijk (1916.05.13) kaart ontbreekt
Keepers Joanna ° Merksem 1885/4/24 Bel woonde in Merksem K1698 A. ? V.naar Frankrijk (1916.05.13)
Geerts Anna Hendrika ° Merksem 1911/10/28 Bel woonde in Merksem K1698 A. ? V.naar Frankrijk (1916.05.13)
Geerts Jean Francois ° Uden 1915/5/17 Bel woonde in Uden K1698V.naar Frankrijk (1916.05.13)

Geerts Henri ° Turnhout 1892/5/10 Bel woonde in Oosthoven K1699 A.(1915.06.16) V.naar België (1919.01.23) Gehuwd te Uden 1915.10.22
Gorris Anna Maria ° Oud-Turnhout 1896/8/6 Bel woonde in Oosthoven K1699 A.(1915.06.16) V.naar België (1919.01.23)
Geerts Anna Maria ° Uden 1915/11/3 Bel woonde in Uden K1699V.naar België (1919.01.23)
Geerts Maria Louisa ° Uden 1917/10/22 Bel woonde in Uden K1699V.naar België (1919.01.23)

Geerts Jacobus ° Abbécourt (FR) 1893/2/24 Bel woonde in Antwerpen K1700 A.(1917.01.15) V.naar 'sHertogenbosch (1917.02.12) ouders in België

Geerts Jan Eduard ° Mol 1899/10/8 Bel woonde in Mol K1701 A.(1917.10.25) V. zonder kennisgeving (1917.11.07) ouders in België

Geerts Johannes Franciscus ° Turnhout 1888/10/15 Bel woonde in Turnhout K1702 A.(1915.02.26) V.naar België (1919.02.06)
Van den Heuvel Theresia Maria Joanna ° Turnhout 1890/1/24 Bel woonde in Turnhout K1702 A.(1915.02.26) V.naar België (1919.02.06)
Geerts Philomea ° Turnhout 1909/6/24 Bel woonde in Turnhout K1702 A.(1915.02.26) V.naar België (1919.02.06)
Geerts Johannes Baptista ° Turnhout 1912/12/19 Bel woonde in Turnhout K1702 A.(1915.02.26) V.naar België (1919.02.06)
Geerts Jan Alfons ° Uden 1917/4/10 Bel woonde in Uden K1702V.naar België (1919.02.06)

Geerts Johannes Ludovicus ° Oostmalle 1876/1/31 Bel woonde in Sint-Leenaerts K1703 A.(1915.03.17) V. zonder kennisgeving (1917.02.26) weduwnaar

Geerts Joseph ° Wuustwezel 1849/3/26 Bel woonde in Merksem K1704 A.(1916.01.28) V.naar België (1919.04.02)

Geerts Jules ? ° Wijnegem 1886/3/13 Bel woonde in Merksem K1705 A.(1915.07.08) V.naar België (1915.10.03)
Van Oirschot Jeannette Catharina ° Merksem 1897/3/3 Bel woonde in Merksem K1705 A.(1915.07.08) V.naar Engeland (1915.11.18)

Geerts Lambertus ° Turnhout 1882/8/4 Bel woonde in Antwerpen K1706 A.(1915.08.16) V.naar België (1918.12.11)
Segers Anna Maria ° Oud-Turnhout 1887/1/29 Bel woonde in Antwerpen K1706 A.(1915.08.16) V.naar België (1918.12.11)
Geerts Anna Maria Josephina ° Turnhout 1909/5/16 Bel woonde in Antwerpen K1706 A.(1915.08.16) V.naar België (1918.12.11)
Geerts Martha Maria Francisca ° Antwerpen 1912/6/22 Bel woonde in Antwerpen K1706 A.(1915.08.16) V.naar België (1918.12.11)

Geerts Ludovicus ° Brasschaat 1878/11/12 Bel woonde in Merksem K1707 A.(1915.02.25) V.naar België (1919.02.05)
Van den Broeck Hortensia ° Beerse 1884/5/11 Bel woonde in Merksem K1707 A.(1915.02.25) V.naar België (1919.02.05)
Geerts Desideer Karel ° Merksplas 1902/2/4 Bel woonde in Merksem K1707 A.(1915.02.25) V.naar België (1919.02.05)
Geerts Joanna Marie ° Merksem 1907/1/20 Bel woonde in Merksem K1707 A.(1915.02.25) V.naar België (1919.02.05)
Geerts "Josephus Cornelius Hendricis" ° Merksem 1910/10/4 Bel woonde in Merksem K1707 A.(1915.02.25) V.naar België (1919.02.05)

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Oorlogsverslagen WO I (1915)

BV2

Archief van het Bisdom. Oorlogsverslagen WO I

Booischot (Heist-op-den-Berg), Parochie van Sint-Salvator

Parochiaal verslag uit 1915

Transcriptie René Lambrechts

 

Boisschot

Als eenen donderslag in volle daglicht weerklonk op 2 Augustus de onverwachte noodkreet : Duitschland heeft de oorlog verklaart aan België. Ieder Belg kent er de oorzaak van en reeds van 3 Augustus ondervindt het oostelijk gedeelte onze Vaderlands de droevige uitwerkselen van den oorlog. Tegengehouden door ons Belgisch leger na moorddadige gevechten bereiken zij langzaam de provincie Brabant : Diest en Aerschot weten van oorlogsgruwelen te spreken en de geschiedenis zal aan onze nakomelingen de misdaden verhalen door het vijandelijk leger gepleegd.

Op 20 Augustus verschijnen hier de eerste uitzendelingen der Duitsche Uhlanen, en een samentreffen heeft plaats tusschen hen en eene Compagnie Belgische soldaten  : 2 Duitsche Uhlanen worden gekwetst en sterven, drij worden krijgsgevangen genomen en een Duitsch peerd blijft in den slag, van onzen kant geene gekwetsten : gansch den dag buldert het kanon in Aerschot waar moorddadig gevochten wordt, vandaar trekt het Duitsch leger op Leuven, waar een groot deel der stad in puin wordt geschoten, vele dooden blijven ter plaats waaronder veel burgers …

Van Leuven komt op 28 augustus een leger van wel 3000 man met acht kanonnen rond 10 uur in Boisschot binnengevallen, zoo als van in ‘t begin te zien was bezield met slechte inzichten. Drij dagen te voren was hier eene patrouille van 11 Duitschers door het dorp gereden, en op het einde der dorpsstraat werd er de officier van doodelijk gekwetst door eenen Belgischen soldaat achter de peilers van de windmolen verborgen. Nu beweerden de Duitschers dat eenen burger op hen geschoten had hoewel de doctor die den gekwetsten officier verzorgd had, verzekerde dat de wonden veroorzaakt was door eenen kogel van Belgisch maaksel.

Nu kwam men Boisschot tuchtigen om die gewaande misdaad.

Rond 10 uur dus zagen wij hij hoe de barbaarsche soldaten deuren in vensters stuk sloegen en de huizen binnendringen waaruit bijna alle de bewoners gevlucht waren. Het was een echte plundering want welhaast zagen wij hoe zij zwaar beladen uit de woningen kwamen en hun buit op wagens en karren vervoerden die zij eveneens gestolen hadden. Ik had vast voorgenomen niet te vluchten wat er ook mochte gebeuren ; en na 10 minuten vlogen 12 gewapende soldaten door eenen officier aangevoerd op de deur der pastorij, doch vooraleer zij bezweek had ik ze reeds geopend. Twee helsche duivels pakten mij bij de schouderen en alsof zij een woordje Fransch kenden, spraken zij : prisonier, prisonier, mit gehen, mit gehen. Laat mij dan eerst mijnen hoed nemen, zei ik ; Nein, kein hut, antwoorden zij. Daarop gaf eene rosse officier die voor de deur stond mij toch die toelating ; en toen ik gevolgd van mijnen onderpastoor dien men in tusschentijd ook aangehouden had, weer buiten kwam snauwde mij die rosse van boven in gebrekkig Fransch toe : Vous etes mon prisonier !

Wij gingen dan tot op het Kerkplein laat twee soldaten ons aftasten, zij ontnamen ons slechts onze messen. Toen we daar een kwartiers ontrent gestaan hadden leidde men ons op 7 minuten afstand van het dorp voor den majoor bevelhebber des legers. Het was een man van een verachtelijk voorkomen, ros als de officier van boven zag hem met minachting en wreedachtig oog op ons neder ; Fransch kon hij niet en wij wilden ook geen enkel woord duitsch verstaan.

Na daar eenigen tijd vertoefd te hebben verschenen we daar voor eenen officier die nog al tamelijk fransch sprak, en die betichte ons van het volk opgestookt te hebben om te schieten op hunne soldaten, dat wij daartoe wapenen van het gouvernement gekregen hadden, dat hij daartoe de bewijzering in hand had; bewijzen die zij te Leuven gevonden hadden, dat daarom Leuven was gebombardeerd geworden, want zegde hij, Leuven existeert nich mehr !

Hier ondervond ik wat de H Schriftuur zegt : Wanneer gij voor uwe rechters zult staan, wees niet bevreesd wat gij zeggen zult er zal u woorden ingegeven worden die hij anders niet zult vinden. Ik heb dan hem, zonder schrik, groote waarheden gezegd en ik meen te mogen verzekeren dat dank aan mijn pleiten Boisschot is gespaard gebleven. Want ook de officier was zoo zeer in het nauw gebracht dat hij niet meer wist wat antwoorden en hij mij eindelijk zegde : Vous mentez. Waarop ik hernam : Après un replique pareille, on ne raisonne plus, cependent, je tiens a vous dire dans des circontances telles qu’elles sont à présent ou moment pas, je me trouve devant Dieu, et … ma vie, je vous dis la vérité et la vérité seule.

Na deze en nog vele andere besprekingen leidde men ons terug naar de dorpplaats, toen we daar aankwamen was daar gansch de bevolking verzameld wel 400 man : grijzaards, vrouwen en kinderen de mannen waren grootendeels gevlucht, daar zagen wij nu de plundering der huizes van nabij : deuren in vensters waren ingebeukt langs alle kanten bracht men nog nieuwe mannen en vrouwen aan die verborgen in grachten en bosschen werden gevangen genomen

Van de soldaten werden wij streng bewaakt de geweeren en revolvers werden menigmaal op ons gericht ; twee personen eene man van rond de 60 jaar en een 18 jarige jongeling werden in het veld doodgeschoten. Rond den middag moesten wij het leger vergezellen ; de vrouwen, de kleine kinderen en grijzaards boven de 70 jaren werden naar huis gezonden, doch al de mannen van 12 tot 70 jaren moesten optrekken. Ten 1 uur kwamen wij aan onze ijzerenwegstatie daar moesten we geknield gaan zitten naast den steenweg, terwijl de Duitsche cyclisten het Belgisch leger dat zij te Heyst meenden, uitdaagden ; wij zaten daar nu als borstweer des Duitschers, want hadden de Belgen aan de uitdaging beantwoord dan hadden wij er de eerste slachtoffers van geweest. Daar zaten wij tot 4 uren, dan begon het leger dat grootendeels aan plundering gedaan had, ons voorbij te trekken, en toen moesten wij Boisschottenaren met omtrent 300 in getal het Duitsch leger volgen. Hoeverre zouden wij moeten meegaan ? die vraag stelde zich iedereen, en wij verwachtten ons losgelaten te worden op de grenzen onzer gemeente gelijk dat elders nog voorgevallen was, doch eilaas om 6 uren kwamen wij uitgeput van vermoeienis, honger en dorst te Aerschot aan waar we in de O.L.Vrouw kerk met misschien wel 500 burgers werden opgesloten

Hier zijn we meer dan twee uren buiten onze parochie, keeren wij er terug henen om het verhaal te vervolledigen van ’t geen er in onze parochie gebeurd is.

Het is mij onmogelijk hier de wederwaardigheden te beschrijven die er te Boisschot voorvielen, wijl wij voor 4 maanden lang gevangen bleven en als schutsgevangenen naar Duitschland werden vervoerd. De beschrijving onzer gevangenschap zal zijn de plaats vinden in een ander kapittel.

Nadat wij en de burgers weggeleid werden vluchtten alle de inwoners, dagen en weken sliepen zij in bosschen en onder de blooten hemel, soms in den dag terugkeerend om hun vee te verzorgen. Rond half September waren het grootste gedeelte der parochianen teruggekeerd, tot aan de belegering van Antwerpen, dan vielen de vijanden opnieuw in Boisschot en van op zondag 27 September tot 9 Oktober toen Antwerpen viel, hebben ze hier alles uit geplunderd, geen enkel huis bijna bleef gespaard tot zelfs de armste woningen kregen het bezoek der Duitschers, kleederen en beddegoed werd gestolen en wat niet voor hen gebruikbaar was werd gebroken en verbrijzeld : beelden, vazen, schilderijen, kassen en meubelen werden stukgeslagen, boeken en registers verscheurd; goud en zilver medegenomen, zelfs soms platgestamd en onbereikbaar gemaakt : bij mij alleen beloopt de schade op meer dan 15.000 franken ; men heeft mij niet gespaard, de priesters zijn bijzonder het mikpunt hunner woede.

Op 27 September schoot men hier nog eenen braven huisvader dood, die terugkeerend van de vlucht om zijn vee te bestellen zonder vorm van proces zijn leven liet.

Na al die algemene plundering die velen tot armoe heeft gebracht, keerden stillekens aan de inwoners terug in hunne haardsteden, vele tranen zijn er toen gestort, hoevele landbouwers hebben hun stallen ontvolkt gevonden, de koeien verdwenen, de verkens vermist, de meubelen weg gestolen of verbrijzeld, daarbij hunnen oogst vernield en gestolen in de schuren enz. enz. Ik ontmoette laatst eenen landbouwer die voor de oogst 6 koeien had, nu heeft hij er nog eene terug gevonden, een andere geringe man had er twee nu geene meer; Dat is voor die mensen armoede hongersnood en ellende en er zijn er zoo zooveel.

Nog altijd duren de plagerijen de Duitschers voort : nu eischt men graan, dan hooi of strooi, dan weer aardappelen, en welvaart zal de zwarte armoede met hare gevolgen zich doen gevoelen.

Deze laatste weken maken de Duitschers jacht op de notenboomen, alle gezonde notenboomen die 30 cm doorsnee hebben worden ongenadig ter dood veroordeeld, en als ze dan aan tram of trein geleverd worden waar ze worden geladen daar worden soms twee op de 10 aangenomen, de andere afgekeurd.

Ik zou hier nog andere plagerijen van mindere betekenis kunnen bijvoegen doch iedereen weet hedendaags wat eene Duitsch is.

Alf. Houtmeyers pastoor Boisschot

3 Febr. 1915

 

PS Sinds eergisteren zijn onze laatste gevangen burgers allen thuis gekomen uit Duitschland. Allen zien er nogal gezond en welvarend uit, doch uiterst gelukkig hunne familie te hebben weder gevonden.

Geve God dat wij voortaan gespaard blijven!

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

WO I Buitenlandse Begraafplaatsen (9)

BV2

Begraafplaatsen in het buitenland WO I

Belgische gesneuvelden op buitenlandse begraafplaatsen.


-Frankrijk-

Le Mans (FR) Carré Militaire Belge

2651846-7622d167a7eebdb66f4ed55813e2960d.jpg

ADRIAENSENS François ° Hoboken 19/05/1887 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 26/10/1918 (71)
ALGOET Edmondus Cyrillus ° Jabbeke 29/11/1895 † Le Mans (FR) 15/02/1915 (54)
ANGLAIRE Leonce ° Isières 8/01/1899 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 9/10/1918 (70)

BEUSELINCK Gaston Alidor Maria ° Loppem 14/12/1888 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 16/02/1917 (27)
BORCKMANS Gaston Marcel Edmond Maria ° Sint-Joost-ten-Node 16/01/1878 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 17/09/1916 (18)
BUTS Alphonse ° Brecht 5/10/1894 † Le Mans (FR) 26/03/1916 (13)

CNOCKAERT Constant Robert ° Wortegem 16/01/1898 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 13/05/1917 (45)

D'HAENE Mauritius Alexander ° Oostende 10/04/1902 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 16/01/1919 (58)
DAZY Jean Joseph ° Brussel 23/06/1894 † Le Mans (FR) 21/07/1917 (48)
DE GEEST Casimir Albert ° Sint-Niklaas 10/06/1898 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 20/05/1917 (46)
DE LOMBAERT Georges Louis ° Nevele 4/01/1896 † Le Mans (FR) hospitaal 29/10/1915 (9)
DE MOULIN Charles J.M. ° Esneux 9/05/1894 † Le Mans (FR) hospitaal 27/03/1915 (4)
DE VROE Joannes Alfons ° Buggenhout 22/04/1893 † Le Mans (FR) hospitaal 9/07/1916 (16)
DECAESTEKER Valere Sylvere ° Zonnebeke 3/06/1895 † Le Mans (FR) 29/03/1915 (5)
DECLERCQ Cyrille Camille ° Izegem 16/06/1894 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 5/11/1917 (51)
DEFAWE François ° Seraing 11/09/1878 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 2/10/1918 (69)
DELACONCORDE Antoine ° Vilvoorde 2/04/1888 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 4/05/1918 (60)
DELHAYE Oscar ° Tournai 29/12/1889 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 24/02/1917 (34)
DELVIGNE Eugene Joseph ° Châtelet 30/11/1881 † Le Mans (FR) 14/09/1918 (67)
DESMET Georges Joseph ° Bellegem 16/11/1894 † Le Mans (FR) hospitaal 2/11/1918 (72)
DESOUBRIE Artheme Antoine Joseph ° Mouscron 26/08/1884 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 27/03/1917 (75)
DIDDEN Leonard ° Leuven 22/09/1894 † Le Mans (FR) hospitaal 4/11/1918 (73)
DIRCKX Prosper Isidoor Marie Louise ° Wetteren 20/11/1882 † Le Mans (FR) 28/11/1915 (63)
DOMS Andre Emile ° Brussel 9/04/1893 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 10/07/1918 (64)
DOUCET Albert Leon ° Otrange 08/04/1870 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 18/02/1917 (31)
DUBOIS Rene ° Vœuil-et-Giget (FR) 25/04/1898 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 21/11/1916 (21)

ELBERS Eugene ° Laken 18/09/1892 † Le Mans (FR) hospitaal 1/04/1916 (14)

FOSSAERT Theophile Camille ° Proven 15/07/1877 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 25/02/1917 (35)
FOURNEAU Paul Louis ° Tourcoing (FR) 3/06/1887 † Le Mans (FR) hospitaal 18/02/1917 (29)
FRANCOIS Jules ° Tienen 12/08/1881 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 3/05/1917 (44)

GILLES Gustave ° Salles (FR) 1/12/1879 † Le Mans (FR) hospitaal 1/03/1917 (37)
GONS Victor ° Antwerpen 11/03/1895 † Le Mans (FR) 21/11/1914 (6)
GUILBERT Jules ° Frasnes-lez-Buissenal 20/08/1890 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 15/04/1916 (15)

HENNEBO Albert Joseph ° Brugge 4/07/1891 † Le Mans (FR) hospitaal 7/01/1917 (24)
HONORÉ Achiel ° Rumbeke 24/11/1890 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 8/04/1917 (41)

JACOBUS Jozef Oscar ° Sint-Andries 13/02/1896 † Le Mans (FR) 30/09/1916 (74)
JOSSE Lucien ° Bovesse 25/11/1890 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 28/02/1918 (57)

KEUNINGS Theodore Nicolas Joseph Hubert ° Henri-Chapelle 16/10/1894 † Le Mans (FR) hospitaal 23/12/1918 (68)
KINDT Marcel Robert Louis ° Kortrijk 4/09/1882 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 27/06/1918 (61)
KULU Honore ° Ukatwéaka Bokotolaka (CD) 25/04/1895 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 4/01/1917 (22)

LABALUE Aime Emile ° Tilff 20/08/1887 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 2/03/1917 (38)
LIETAERT Constantinus Richard ° Moorslede 30/11/1876 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 18/02/1917 (30)
LINS Leopoldus Desiderius ° Handzame 25/03/1884 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 17/02/1917 (28)

MALFAIT Achille ° Sint-Maria-Latem 8/05/1889 † Le Mans (FR) hospitaal 21/02/1917 (32)
MAREEL Constantinus ° Ardooie 19/11/1882 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 29/03/1917 (40)
MASSARD Lucien Elisee ° Cugnon Mortehan 15/11/1880 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 14/02/1917 (26)
MEGANCK Jules Cyrille Francies ° Nevele 28/07/1891 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 17/08/1915 (7)
MESSENS Alphonse Marie Joseph ° Brugge 8/01/1886 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 18/11/1917 (53)
MORREEL Polydore Hector Prosper ° Diksmuide 8/01/1897 † Le Mans (FR) hospitaal 26/09/1916 (19)

NULENS Hendrik Joseph ° Koersel 1/11/1896 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 10/03/1915 (1)

PAEPS Petrus Joannes ° Perk 16/05/1888 † Le Mans (FR) 3/01/1919 (62)
PAREZ Gustave ° Sint-Gillis 29/03/1877 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 26/02/1917 (36)
PEERSMAN Edmond ° Beveren-Waas 24/09/1894 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 7/07/1917 (47)
PRALLE Jean Baptiste ° Sint-Jans-Molenbeek 27/05/1898 † Le Mans (FR) hospitaal 11/07/1918 (65)

REMERY Leon Henri ° Sint-Gillis-Waas 3/05/1893 † Le Mans (FR) 17/12/1915 (10)
ROLAND Armand Victor ° Soignies 21/12/1883 † Le Mans (FR) 14/08/1918 (66)
ROMBOUT Alphonse ° Vlierzele 13/12/1894 † Le Mans (FR) 6/03/1915 (56)
ROUSSEAU Oscar Desire ° Marche-lez-Écaussinnes 11/03/1898 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 21/11/1916 (20)
ROWAN Leo ° Gentbrugge 19/05/1906 † Le Mans (FR) 15/03/1915 (2)
RYCKEBOER Julien Florent Cornelius Joseph ° Kaaskerke 4/01/1896 † Le Mans (FR) hospitaal 22/01/1916 (11)

SAP Victor Joseph ° Roeselare 14/09/1896 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 6/01/1915 (12)
SCHEERS Louis ° Herent 21/08/1892 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 20/03/1915 (3)

TEMMERMAN Camille ° Gent 14/02/1891 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 6/11/1917 (52)
THIELEMANS François ° Antwerpen 25/11/1892 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 10/09/1915 (8)
THIRY Camille Constant ° Habay-la-Vieille 13/12/1871 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 15/07/1916 (17)
TURPIN Theophile Eugene ° Ellezelles 18/01/1891 † Le Mans (FR) hospitaal 14/03/1917 (39)

VAN BAVEL Charles Louis ° Brecht 5/06/1894 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 18/09/1917 (49)
VAN BAVEL Louis ° Brecht 16/04/1896 † Le Mans (FR) 15/02/1915 (33)
VAN DE VELDE Oscar ° Oostakker 20/05/1892 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 11/01/1918 (55)
VAN HAUTRYVE Joseph ° Gent 1/09/1894 † Le Mans (FR) hospitaal 21/12/1918 (76)
VAN LIMBERGEN Joseph ° Geel 21/11/1895 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 14/02/1915 (25)
VAN OVERMEEREN Arthur ° Etikhove 4/05/1889 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 7/04/1917 (42)
VANDAMME Edmond Henri ° Vlissingen (NL) 10/09/1893 † Le Mans (FR) gemengd hospitaal 23/03/1918 (59)
VERCAMMEN Joseph Paulina Jean ° Antwerpen 18/10/1890 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 22/09/1917 (50)
VERHULST Jozef Frans ° Haasdonk 26/05/1882 † Le Mans (FR) hospitaal nr 32 17/04/1917 (43)

Le Petit-Quevilly (FR) Carré Militaire

BOUCQ Alfred ° Willaupuis 29/10/1888 † Sotteville-lès-Rouen (FR) 13/05/1919
CLAUS Florent ° Kaster 20/01/1878 † Sotteville-lès-Rouen (FR) 5/09/1917
NOORTS Frans ° Bazel 20/05/1887 † Rouen (FR) Anglo - Belgisch hospitaal 26/01/1916
PAQUET Jean Baptiste Ghislain ° Treignes 11/08/1884 † Sotteville-lès-Rouen (FR) 28/12/1916
VAESEN Gerard Henri Joseph ° Argenteau 16/02/1881 † Sotteville-lès-Rouen (FR) 5/11/1918
VAN PRAAG Joseph ° Anderlecht 23/02/1885 † Sotteville-lès-Rouen (FR) 15/08/1915

Le Touquet (FR) Carré Militaire

DE MOOR Jules ° Drongen 25/02/1885 † Zuidschote Steenstrate 22/04/1915
DE MULDER Carolus Jules ° Puurs 9/08/1894 † Le Toucquet-Paris-Plage (FR) 10/10/1918

Le Tréport (FR)

DUFFELEER Petrus ° Onkerzele 12/06/1894 † Le Tréport (FR) Hôpital n° 18 5/06/1919

Le Quesnoy (FR)

LEONARD Clovis ° Pâturages 6/03/1894 † Le Quesnoy (FR) 5/11/1915

Leers (FR)

DELRUE Adelson Louis Joseph ° Néchin 18/05/1885 † Beveren-aan-de-Ijzer veldhospitaal 24/10/1918
FOURNEAU Gaston Joseph ° Roubaix (FR) 18/03/1889 † Passendale 28/09/1918
LEROY Albert Joseph ° Pecq 2/11/1893 † Calais (FR) Mil. Hosp. 27/09/1917
TERNEZ Gaston Camille ° Pâturages 11/12/1890 † Adinkerke Hospitaal Cabour 18/10/1918

Léhon (FR)

KOSYNSKY Jozef ° Appelterre 1/01/1880 † Léhon (FR) Hôpital psychiatrique 17/02/1916

Les Sables-d'Olonne (FR)

BORGERS Eduardus Michaël Carolus ° Oostende 25/01/1891 † Les Sables-d'Olonne (FR) 4/03/1917

Lille (FR)

BOSSUYT Julien Prudent Louis ° Kooigem 18/03/1897 † Montpellier (FR) Mil. Hosp. 15/08/1917
BOUDRY Odil Eugène ° Zonnebeke 24/06/1893 † Ronchin (FR) 6/10/1914
BOURGEOIS François Eugène Joseph ° Lille (FR) 13/05/1895 † Montpellier (FR) 1/10/1917
BOURGOIS Edouard ° Mons 28/08/1879 † Lille (FR) hospitaal 16/02/1919
DE CLERCQ Eduard Auguste Antoine ° Sint-Amandsberg 25/03/1888 † Lille (FR) 20/02/1919
DELPLACE Omer George Florentin ° Dranouter 01/04/1891 † Calais (FR) Mil. Hosp. 19/01/1919
DELSIN Frans ° Lebbeke 11/07/1880 † Lille (FR) 24/01/1919
DESMET Michel ° Halluin (FR) 29/04/1893 † Rumbeke 30/09/1918
DESPAGNE Gaston Albert ° Menen 28/11/1886 † Klerken Houthulst 29/09/1918
DEVADDER Charles Leon Louis ° Lille (FR) 13/02/1894 † Hoogstade Belgian Field Hospital 9/09/1915
DUPONT Yvan Hubert Jean ° Verviers 01/06/1893 † Diksmuide 5/12/1916
DUPONT Armand Jean ° Verviers 01/10/1891 † De Panne Amb. l'Océan 1/07/1916
FRANCK Charles ° Lille (FR) 09/06/1893 † Calais (FR) hospitaal rue de la Tannerie 27/10/1918
GALLIAERDE Alphonse Charles ° Lille (FR) 18/06/1894 † Hoogstade Belgian Field Hospital 4/10/1918
GRARE Victor Amedee ° Esplechin 16/09/1888 † Hoogstade Belgian Field Hospital 7/03/1917
HUBO Henri Jean Baptiste ° Lambersart (FR) 19/10/1893 † Lille (FR) 1/06/1919
LAPAIRE Ernest Louis Joseph ° Linselles (FR) 21/09/1891 † Boezinge 17/04/1918
LOOF Michel Augustin ° Ronse 22/10/1893 † Calais (FR) Mil. Hosp. 5/11/1918
RACQUEZ César Henri Ghislain ° Lille (FR) 05/06/1892 † Moorslede 30/09/1918
RAINSON Charles Maurice ° Sint-Joost-ten-Node 07/05/1897 † Klerken 28/09/1918
VAN DEN STEENE Petrus Jozef ° Lokeren 22/01/1894 † Hoogstade Belgian Field Hospital 21/01/1916
WILLEMS Anatole Charles Léopold ° Menen 10/02/1895 † Adinkerke Hosp. Cabour 16/10/1918

Lomme (FR)

DUPONT Oscar Hendrik Cornelis ° Veurne 08/08/1891 † Diksmuide 3/07/1915
VALLANT Joseph ° Lomme (FR) 02/07/1896 † Hoogstade Belgian Field Hospital 1/06/1916

Longuenesse (FR)

BORDES Polidoor ° Stene 27/09/1892 † Saint-Omer (FR) hospitaal 29/10/1914
CLAES Maurice Petrus ° Kessel-Lo 01/07/1885 † Bois-en-Ardres (FR) 10/06/1915
COEVOET Theophile Cornelis ° Roesbrugge-Haringe 01/01/1878 † Bazinghen (FR) 19/12/1914
COMPLÉMENTAIRE Alexandre Pierre ° Lodelinsart 15/08/1891 † Saint-Omer (FR) Mil. Hosp. 10/11/1914
DE CONINCK Marcel Maurice ° Deinze 31/10/1891 † Saint-Omer (FR) 23/11/1914
FONTAINE Alfred Gustave ° Blaton 17/02/1893 † Marck (FR) 16/08/1917
HUYSMANS Eduardus ° Geel 12/02/1892 † Saint-Omer (FR) 21/10/1914
LEDOUX Emile Joseph ° Wanfercée-Baulet 03/06/1886 † Wisques (FR) Hospitaal 7/11/1918
LEMAIRE Pierre Joseph ° Verviers 03/03/1890 † Marck (FR) 6/09/1917
MONETTE Olivier Theodore ° Neerheylissem 07/04/1892 † Saint-Omer (FR) 21/10/1914
PAULY Jean Henri Prosper ° Jalhay 17/07/1889 † Marck (FR) 3/05/1916
PEETERS Joannes Carolus ° Boom 15/10/1887 † Saint-Omer (FR) Mil. Hosp. 22/10/1914
PIERARD Camille François ° Izel 02/11/1882 † Saint-Omer (FR) Mil. Hosp. 22/10/1914
POELMAN Lodewijk Remi ° Wetteren 04/04/1888 † Marck (FR) 20/05/1916
RICHOUX Ernest ° Châtelineau 23/02/1892 † Saint-Omer (FR) 21/10/1914
SEPELIE David Joannes Adolphus ° Gent 02/03/1892 † Saint-Omer (FR) Mil. Hosp. 30/10/1914
VANDECAVEYE Emilius ° Lichtervelde 18/04/1890 † Saint-Omer (FR) Mil. Hosp. 6/11/1914

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

WO I Vluchtelingen overleden in Nederland - Provincie Gelderland

BV2

2657539-161dd3797be11ffd8b7b2c6123f5d81e.jpg

Vluchtelingen overleden in Nederland WO I
Provincie Gelderland

Heel wat Vlamingen en Walen vluchtten de grens over, om te ontsnappen aan de gruwel van de oorlog. Velen overleefden hun vlucht niet, van hen vind je hieronder meer info. Scans van overlijdensakten zijn gratis te bekomen met een eenvoudig vraagje via mail.

Ermelo-Nunspeet Vluchtoord

2669173-0eeca463e06f09a8444723a4ca4adc5c.jpg

CORTOOS Jaak Pieter Maria ° Antwerpen 1/10/1914
z. Petrus & THYS Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Nationalestraat 121 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.04

PAUWELS Frans ° Antwerpen 25/08/1914
z. Petrus Josephus & LIESENBORGHS Maria Catharina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Lange Veldstraat 13 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.04

VAN PERRE Joanna Ludovica Maria ° Mariekerke 23/06/1914
d. Franciscus Emanuel & PAUWELS Amalia Hermina echt. ongehuwd
woonde in Mariekerke zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.05

SMEYERS Clementina Gerardina ° Antwerpen 17/08/1914
d. Franciscus Emmanuel & DE JONG Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Marnixplaats 3 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.05

DOCKX Marcellis Joannes ° Alem (NL) 1 maand
z. Jan Baptist & JANSSENS Joanna Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.08

SMOLDERS Celestina Mathilda Gustavus ° Venlo 2 maand
d. Jacobus Adrianus & VAN SCHOOR Petronella echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.18

VECHTER Ludovicus Jacobus Catharina ° Borgerhout 24/05/1914
z. Petrus Gerardus & GRANDJEAN Ludovica Josephina Renatus echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Prinsstraat 37 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.18

COOLEN Simon ° Visé ? 5 maand
z. & COOLEN Marie echt. ongehuwd
woonde in Visé ? zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.19

VAN BEEK Alphonsius Franciscus Joannes ° Borgerhout 16/06/1913
z. Joannes Franciscus & PEETERS Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.19

ROSSEAU Carolina Josephina ° Hoboken 9/09/1913
d. Joannes Emilius & DE BOECK Theresia Louisa echt. ongehuwd
woonde in Hoboken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.19

VAN BALLAERT Joanna Baptist ° Bergen op Zoom 7 weken
z. Livinus Eduardus & VAN LENS Jeannette echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.21

COMMERS Jan Rachel Marcel ° Antwerpen 3/07/1914
z. Franciscus & ENGELEN Suzanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Lange Vlierstraat 10 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.23

ANTONI Michael Victor ° Antwerpen 10/01/1914
z. Gregorius & PANIS Julia Francisca Scholastica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Korte Ridderstraat 25 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.23

LACHI Jozef ° Berchem 30/04/1914
z. Petrus & EMBRECHTS Juliana echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.24

DE POTTER Victor Leon ° Antwerpen 20/07/1914
z. Jan Leonard & DEDONDER Paulina Adolphina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Berendrechtstraat 30 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.28

VAN AERSCHOT Jozef Hendrik ° Antwerpen 15/06/1914
z. Gustavus & NOËL Maria Rosalia Eulalia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Abdijstraat 245 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.30

DAUTINNE Mathieu Joseph Lambert ° Visé 8/09/1912
z. Mathieu Henri & GOFFARD Marie Antoinette echt. ongehuwd
woonde in Visé zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.30

TROKA Felix René ° Hermée 27/08/1914
z. Martin Jean Joseph & BOUVROY Marie Louise echt. ongehuwd
woonde in Hermée zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.30

DEMARTEAU Jeanne Laurentine ° Visé 23/03/1914
d. Joseph Simon & GALERE Marie Anne echt. ongehuwd
woonde in Visé zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.30

VLAMINCK Elisa ° Terhagen 15/03/1912
d. Emiel Joseph & CONVENTS Joanna Paulina echt. ongehuwd
woonde in Terhagen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.31

VAN MEERBEECK Maria Ludovica ° Antwerpen 18/02/1914
d. Isidorus & GOBEL Louisa echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Kaasstraat 7 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.31

VAN DIJCK Julia ° Brussel 1 jaar 7 maand
d. Hendrik & MERSIANT Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.31

BOURDOUX Elise Marie ° Visé 4/07/1914
d. Louis Guillaume & LEROY Catherine Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Visé zonder
† Ermelo-Nunspeet 1914.12.31

DELI Maria Eugenia ° Hoboken 24/04/1914
d. Cornelius Franciscus & VAN DEN BROECK Avilla Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Hoboken, J. Van de Wouwerstraat 16 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.01

VAN BEEK Joannes Franciscus Julianus ° Borgerhout 20/07/1911
z. Joannes Franciscus & PEETERS Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.02

VAN CAUWENBERGH Albert Jan ° Antwerpen 21/02/1914
z. Denderius & WALPOT Octavia Joanna Maria Josephina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Erwtenstraat 36 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.02

VAN BEIRENDONCK Josephus Ludovicus ° Deurne 10/03/1914
z. Petrus Franciscus & SMETS Joanna Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Waalhofstraat 14 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.02

DE BACKER Ferdinand ° Lier 23/01/1913
z. & DE BACKER Melania echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.03

VAN GORP Josephus ° Borgerhout 14/04/1913
z. Joannes Franciscus & PEETERS Lucia Catharina echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Buurtspoorweglei 408 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.04

VAN LUYCK Hendrik ° Lier 1 jaar
z. Augustinus & VAN TONGERLOO Anna echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.04

VERSTRAETEN Hendrika ° Antwerpen 30/11/1913
d. Frans & BIJN Maria Josephina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, L. Van Sterbeeckstraat 37 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.05

LOOSEN Virginia Linna ° Borgerhout 16/06/1914
d. Ludovicus & JANSOONE Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Reuzenstraat 11 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.05

MOENS Frans Pieter ° Mechelen 2 jaar
z. Felix Hendrik & DE PAUW Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.03

BAL Petrus Josephus ° Rumst 4/03/1913
z. Corneel August & FLEERACKERS Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Rumst zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.06

BISCOPS Franciscus Alphonsus Marcellus ° Vremde 11/02/1913
z. Petrus Carolus & DE DONDER Maria Ludovica Paulina echt. ongehuwd
woonde in Vremde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.05

CLAES Renatus Franciscus Maria ° Kontich 16/06/1913
z. Franciscus & ENGELBERT Emma Maria echt. ongehuwd
woonde in Kontich, Kruisstraat 14 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.06

DE WEERDT Louisa ° Mechelen 26/07/1908
d. Hendrik & BEIRINCKX Philippina echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.06

SENECAUT Maria Alphonsia ° Antwerpen 22/10/1913
d. Petrus & KEMPS Maria Constantia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, L. Ypermanstraat zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.06

DE SCHOUWER Katharina Alfonsina Ivon ° St.-Kat.-Waver 26/07/1913
d. Jan Frans & GEENS Maria Paulina echt. ongehuwd
woonde in St.-Kat.-Waver zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.07

MOENS Catharina Albertina Fransia ° Mechelen 16/02/1914
d. Felix Hendrik & DE PAUW Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.08

SERNEELS Franciscus Ludovicus ° Boechout 8/02/1912
z. Carolus & VAN MOOTER Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Boechout, Heuvelstraat 221 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.08

DONDERS Maria Wilhelmina ° Roosendaal 1/10/1911
d. Johannes Heleendert Martinus & THEUNS Joanna Antonetta echt. ongehuwd
woonde in Hoboken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.09

SELLENS Remi Frans ° Antwerpen 4/09/1913
z. Franciscus & GEERINCKX Victoria Aloysia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Ekerenstraat 80 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.09

ROOMAN Maria Joanna ° Antwerpen 7/04/1914
d. Josephus & VAN GAEVER Julia Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Kaasstraat 7 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.08

SIMONS Jan Jozef ° Berchem 12/09/1914
z. Franciscus Victor Emmanuel Josephus & RENTEURS Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Berchem, Poortstraat 52 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.09

MATHY Maria ° Mechelen 3 jaar
d. Silvanus Jozef & DE VIS Isabella echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.10

RYCKAERT Trifon Marcel ° Eeklo 13/12/1913
z. Gustaaf Augustinus & DE CROP Germaine Zulma echt. ongehuwd
woonde in Eeklo zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.09

FAFRA Marie Henriette ° Visé 11/02/1913
d. Jean & NAVEZ Hubertine Françoise Crespine echt. ongehuwd
woonde in Visé zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.08

CLAESSENS Carolina Francisca ° Antwerpen 4/10/1913
d. Joannes Petrus & GOETKINT Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bogaerdestraat 46 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.11

LAUWERS Constantia ° Antwerpen 30/03/1914
d. Frans & FONTYN Barbara Paulina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Vleeshouwersstraat 20 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.09

BORGHMANS Maria Isabella ° Antwerpen 5/02/1914
d. Henricus Ludovicus Maria & VAN DER WELCK Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Wittestraat 38 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.11

KOOLEN Elisabeth Maria ° Antwerpen 15/06/1911
d. Franciscus & CLAESSENS Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.11

BROOTHAERS Leopold ° Thuin 2 jaar
z. Armand & VERLINDEN Maria Josephina echt. ongehuwd
woonde in Terhagen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.11

TORFS Catharina ° Schriek 1/05/1830
d. Joannes Franciscus ? & VAN OOSTERWYCK Maria ? wed. MORIS Philippus Jozef
woonde in ? zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.11

SERNEELS Rosalia Maria ° Boechout 12/04/1913
d. Carolus & VAN MOOTER Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Boechout, Heuvelstraat 221 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.12

VAN VLASSELAER Jan ° Reet 17/07/1913
z. Henri & VAN DEN NOTELAER Barbara Maria echt. ongehuwd
woonde in Terhagen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.12

OBIJN Ludovica Joanna ° Antwerpen 4/06/1893
d. Albertus Joannes & VAN REYBROECK Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Broederminstraat 42 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.12

VERHAERT Joannes Franciscus ° Begijnendijk 16/01/1914
z. Petrus Eduardus & CEULEMANS Joanna Julia echt. ongehuwd
woonde in Begijnendijk zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.13

SERNEELS Josephus Franciscus Ludovicus ° Boechout 29/09/1910
z. Carolus & VAN MOOTER Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Boechout, Heuvelstraat 221 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.13

WYNANTS Germania Joanna Philomena ° Antwerpen 20/01/1914
d. Josephus Franciscus & BELMANS Maria Delphina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Boomstraat 4 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.14

SEGERS Theophilus Isidorus ° Kontich 7/09/1912
z. Joannes Baptista & HUYCK Virginia echt. ongehuwd
woonde in Kontich zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.14

IMBRECHTS Maria Elisabeth ° Antwerpen 2/12/1913
d. Jean Gustave & LAEVAERTS Carolina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Brederodestraat 78 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

VAN OECKEL Julius ° Wilrijk 21/06/1913
z. Eduard Petrus & PEETERS Maria echt. ongehuwd
woonde in Wilrijk, Heistraat 250 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

VAN DER BORGHT Anna Maria Theresia ° Aarschot 27/06/1913
d. Ferdinandus Franciscus & VAN BRUSSEL Barbara echt. ongehuwd
woonde in Aarschot zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

VERHASSELT Delphina ° Hombeek 1 jaar
d. Frans & EERSAGS Catharina echt. ongehuwd
woonde in Hombeek zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

VAN REGENMORTEL Octavia Wilhelmina ° Wilrijk 22/05/1914
d. Jacobus & BLOMME Maria Juliana echt. ongehuwd
woonde in Wilrijk, Doornstraat 47 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.14

BERNAERTS Gerardus ° Lier 21/09/1906
z. Michael Ferdinandus & FRANSSEN Margareta echt. ongehuwd
woonde in Merksem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

VAN DEN WYNGAERT Ludovica Maria Philomena ° Antwerpen 13/02/1914
d. Hendrik Leopold & WINDEY Magdalena echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

FREDRIX Bertha Josephina ° Borgerhout 12/07/1911
d. Petrus Alphonsus & GOFFA Prudentia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Ranststraat 45 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

CALUWAERT Denis Frans Jozef ° Heist-op-den-Berg 27/07/1914
z. Karel Adolf & HAESENDONCK Maria Leontina echt. ongehuwd
woonde in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

GIELEN Maria Philomena Constantia ° Wilrijk 25/01/1914
d. Carolus Emilius & VERGAUWEN Louisa Maria echt. ongehuwd
woonde in Wilrijk, Oudestraat 61 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

MARNEF Frans ° Antwerpen 4/01/1913
z. Carolus Ludovicus & DE LAET Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Geuzenstraat 24 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

KLOKGIETERS Anna Maria Josepha Augusta ° Turnhout 27/08/1913
d. Hendrikus & TEUNIS Wilhelmina echt. ongehuwd
woonde in Turnhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

TORFS Oscar Ludovicus ° Lier 21/11/1909
z. Josephus Philippus & VERTOMMEN Philomena echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.15

DE GRYSE Jean Joseph ° Antwerpen 27/101913
z. Dominicus Joannes & DE BOOM Rosalia Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Paulusstraat 7 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

KENNIS Alexander Karel Joseph ° Borgerhout 9/06/1913
z. Carolus Leopoldus & WILLEMSEN Mathildis echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Beukenstraat 41 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

VAN LEIRBERGHE Emile Aloys ° Deurne 27/10/1913
z. Henricus & LEMA Emma Augusta echt. ongehuwd
woonde in Deurne, De Leescorfstraat 3 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

SYMONS Loduvicus Prosper ° Bonheiden 3 jaar
z. Franciscus & HENDRICKX Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Bonheiden zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

DOCKX Pieter ° Berchem 26/11/1912
z. Franciscus Xaverius & AERNOUTS Cesarina Maria echt. ongehuwd
woonde in Berchem, Stuivenbergstraat 66 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

MEURIS Karel ° Itegem 6/06/1912
z. Petrus & VAN DEN BOSCH Joanna Mathilda echt. ongehuwd
woonde in Itegem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

SCHELFTHOUT Pieter Jan ° Dilbeek 1 jaar
z. Jos & MIJS Marie echt. ongehuwd
woonde in Dilbeek zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.16

DOCKX Emiel Frans ° Lier 1 jaar
z. Jan Baptist & JANSSENS Joanna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.18

VAN DEN BRANDE Constant Marijn ° Antwerpen 13/08/1912
z. Ernestus & AUDENAERT Martha Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Riemstraat 24 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.19

DE JONGH Albertina Francisca ° Antwerpen 29/11/1912
d. Franciscus Augustinus & WALRAEF Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Schoolstraat 22 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.18

STEEMANS Emiliana ° Kapelle-op-den-Bos 10 maanden
d. Jan Hendrik & MERTENS Maria Alice echt. ongehuwd
woonde in Kapelle-op-den-Bos zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.19

GULDERS Karel Louis ° Mechelen 1/09/1912
z. Jan & VAN HEYMBEECK Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.18

VAN DYCK Maria Philomena ° Ekeren 23/11/1913
d. Petrus & TEURFS Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Ekeren, Grote Hagelkruisstraat zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.19

DE HAES Eduard Petrus ° Wilrijk 5/01/1908
z. Louis Juliaan & VAN OECKEL Rosalia Maria echt. ongehuwd
woonde in Wilrijk zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.19

HOLTAPPELS Maria Henrica ° Borgerhout 1/07/1914
d. Amandus & DE KEGEL Mathildis echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Krugerplein 16 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.20

VERHULST Judocus ° Baasrode 11 maanden
z. Frans & VAN POLLET Maria Coletta echt. ongehuwd
woonde in Baasrode zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.19

HEYLEN Alice ° Brasschaat 16/11/1913
d. Josephus Ludovicus & VAN DE VELDE Maria Mathilda echt. ongehuwd
woonde in Ekeren zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.20

VAN EECKHOVEN Sophia Hendrica ° Antwerpen 28/02/1914
d. Alphonsus Joannes Maria & MEERTS Elisabeth Francisca echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bogaerdestraat 11 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.20

BRUYLANDTS Bertha Francisca ° Schoten 31/07/1913
d. Alfons & NUYTS Joanna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Schoten, Lange Nieuwstraat 40 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.21

HEYVAERT Petrus ° Dendermonde 1 jaar
z. Albin & VAN GUCHT Clementina echt. ongehuwd
woonde in Dendermonde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.20

VAN EESTER Eugenia Melania Maria ° Borsbeek 19/09/1913
d. Josephus Augustinus & VERELST Anna Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Borsbeek zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.20

PELEMAN Carolus Hendrik Rosalia ° Merksem 18/07/1913
z. Gustaaf Karel & ROTTIERS Melania Henrica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Vaartdijk Zuid 70 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

DE LAET Dionys ° Antwerpen 17/09/1913
z. Martinus Josephus & MAGGELET Maria Philipina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Prekersstraat 40 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

DE GRAAF Franciscus ° Zwijndrecht 2 jaar
Florentinus & DE BEL Maria Angelina echt. ongehuwd
woonde in Zwijndrecht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

CALUWAERT Carolina Clothilda Marie José ° Heist-op-den-Berg 16/11/1912
d. Karel Adolf & HAESENDONCK Maria Leontina echt. ongehuwd
woonde in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

VAN DE WEYER Karel Ferdinand ° Antwerpen 5/06/1914
z. & VAN DE WEYER Clementina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Boomstraat 9 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

WYTYNCK Eduard ° Antwerpen 9/11/1913
z. Honorius Joseph & SCHEERS Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Spuistraat zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

FREDRIX Julia ° Borgerhout 4/08/1914
d. Petrus Alphonsus & GOFFA Prudentia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Ranststraat 45 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

GULDEMONT Frans ° Lier 10 maanden
z. Frans & VERSWIJVEL Maria echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

DE BEL Alphonsus Augustinus ° Eksaarde 1 jaar
Arthur Louis † & ANNECOUR Eulalia Philomena echt. ongehuwd
woonde in Eksaarde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.22

LAUWREIJSSENS Philomena ° Borgerhout ? 24/04/1904 ?
d. Petrus & MATHEUSEN Joanna Maria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.25

MAMPAEY Hendrik Lodewijk ° Boom 31/08/1913
z. Jan Baptist & ROLLENBERG Joanna Maria echt. ongehuwd
woonde in Boom, Antwerpse straat 202 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.23

DIELTIENS Anna Jeannette Ludovica ° Boxtel (NL) 8/11/1914
d. Petrus Martinus & VAN DELFT Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Turnhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.25

COLLIGNON Leonard Joseph ° Sint Anna 2 jaar
z. Edmondus Emilius & SMENNINSE Scholastica Ursula echt. ongehuwd
woonde in Sint Anna zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.23

KNEGTEL Hilda Julia ° Berchem 20/03/1913
d. Franciscus & VAN NOORD Maria Josephina echt. ongehuwd
woonde in Berchem, Schuttershofstraat 128 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.23

HOOSTENS René Philomena Frans ° Antwerpen 21/09/1913
z. Franciscus Augustinus & MORAS Maria Delphina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Batavastraat 20 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.23

AERTS Gustaaf ° Heist-op-den-Berg 27/04/1913
z. Isidorus & THYS Joanna Melania echt. ongehuwd
woonde in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.23

VAN UFFELEN Isabella ° Zandvliet 15/11/1912
d. Constantinus & ORENS Antonia echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 191 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.25

ROOSEMEYERS Joanna ° Antwerpen 27/01/1914
d. Franciscus Xaverius & DE GROULAER Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bogaerdestraat 47 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.26

LAMBRECHTS Wilhelmina Philomena Maria ° Sluis (NL) 10/12/1914
d. Eduardus & ADAMS Philomena echt. ongehuwd
ouders woonden in Buken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.26

VAN DEN BROECK Maria Francisca Ludovica ° Borgerhout 22/04/1910
d. Ludovicus & LANGERS Regina echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, De Costerstraat 30 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.25

PEETERS Augustinus ° Deurne 30/05/1914
z. Petrus & JACOBS Rosalia Aloysa echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Arendstraat 21 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.26

2669173-7d75396d965bd77ae69c83bf2104b6b6.jpg

JOOS Selvie ° Lede 3 jaar
d. David Theophilus & D'HONDT Clemence echt. ongehuwd
woonde in Lede zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.26

DISCART Anna Maria ° Herselt 2/04/1910
d. Franciscus & PARDON Stephania echt. ongehuwd
woonde in Herselt zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.26

IMMENS Josef Antoon ° Berchem 7/02/1914
z. Ludovicus & CEULEMANS Joanna echt. ongehuwd
woonde in Berchem, Leopoldstraat 43 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.27

HULSENS Eduard ° Mechelen 30/08/1914
z. & HULSENS Malvine echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.26

VAN LOOY Elisa Maria Francisca ° Borgerhout 14/02/1914
d. Petrus Augustinus & DE PEUTER Lucia Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Kweekerijstraat 74 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.28

BROUWERS Jan Pieter ° Mechelen 28/01/1914
z. Jan Frans & BELLENS Maria echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.26

BRUYLANDTS Joanna Francisca ° Schoten 31/07/1912
d. Alfons & NUYTS Joanna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Schoten, Lange Nieuwstraat 40 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.28

DE JONGH Joanna ° Lier 1/02/1914
d. Sebastianus & BAETENS Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.27

VAN DEN BOSCH Henricus Josephus ° Borgerhout 23/02/1914
z. Henricus Ludovicus & VAN UFFELEN Aloisa Maria Henrica echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Hoogenwegstraat 93 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.28

GOOSSENS Alouisius Marie ° Dendermonde 10/12/1913
z. Petrus Josephus & WILLEMS Hortensia Philomena echt. ongehuwd
woonde in Dendermonde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.29

VAN DE VYVER Jean ° Zwijndrecht 13/05/1914
z. Hubert & VAN SANTBERGEN Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Zwijndrecht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.29

THIJS Henri Alfons ° Hoboken 21/01/1912
z. Ludovicus Josephus & VERELST Joanna Constancia echt. ongehuwd
woonde in Hoboken, Caronstraat 3 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.28

PEETERS Armandus Ludovica Carolus ° Mortsel ?? 7/02/1914
z. Petrus Maria Carolus & WOUTERS Leonie Marie echt. ongehuwd
woonde in Mortsel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.29

VAN DEN BERGH Hendrik Ludovica Jaak ° Antwerpen 2/05/1914
z. Jacobus Joannes & DE BORGER Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bogaerdestraat 49 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.29

KLOKGIETERS Hendrica ° Erp (NL) 24/11/1894
d. Hendrikus & TEUNIS Wilhelmina echt. ongehuwd
woonde in Turnhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.30

RYCKAERT Dionisia ° Eeklo 10/10/1912
z. Gustaaf Augustinus & DE CROP Germaine Zulma echt. ongehuwd
woonde in Eeklo zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.30

VERHULST Alfons ° Baasrode 20/08/1913
z. Franciscus & POLLET Maria Coleta echt. ongehuwd
woonde in Baasrode zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.30

SYMONS Henricus Franciscus ° Bonheiden 19/09/1908
z. Franciscus & HENDRICKX Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Bonheiden zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.31

VAN EGGELPOEL Maria Theodora ° Antwerpen 25/05/1910
d. Antonius & BRUGMANS Joanna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.31

DE WITTE Henri ° Charleroi 23/12/1913
z. Henri & FOLISE Théodora echt. ongehuwd
woonde in Charleroi zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.31

DHAEYERE Justina Adriana ° Ekeren 26/11/1913
d. Petrus & BOETS Theresia echt. ongehuwd
woonde in Hoevenen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.31

CLAES Hortentia Alphonsina ° Borgerhout 2/08/1914
d. Franciscus & THEYS Anna Maria Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Musschenstraat 15 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.01.31

FRANSSEN Lodewijk ° Niel 20/01/1914
z. Emiel & DEEKENS Virginia echt. ongehuwd
woonde in Niel, Nieuw Begijnhof zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.01

GOOSSENS Franciscus Mathilda ° Dendermonde 14/06/1911
z. Petrus Josephus & WILLEMS Hortensia Philomena echt. ongehuwd
woonde in Dendermonde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.01

VAN HOEYDONCK Maria ° Stabroek 2/09/1914
d. Guilielmus & PALINCKX Cecilia echt. ongehuwd
woonde in Stabroek, Lepelstraat 50 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.01

JOOS Eugène Clement ° Lede 3/05/1913
z. David Theophilus & D'HONDT Clemence echt. ongehuwd
woonde in Lede zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.02

VERWERFT Josephina Isabella Cornelia ° Deurne 8/01/1914
d. Martinus Josephus & MOONS Maria Carolina echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Sterckxhoflei 60 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.02

DE BEL Rosalia Magdalena ° Ermelo-Nunspeet (NL) 1/02/1915
d. Arthur Louis † & ANNECOUR Eulalia Philomena echt. ongehuwd
moeder woonde in Eksaarde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.03

THANS Albert Jan ° Antwerpen 1/03/1913
z. Gustavus Albertus & CLAESENS Joanna Josepha echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Abdijstraat 230 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.03

JANSSENS Hendrik Anna Philip ° Antwerpen 4/01/1914
z. Alfons Jan & VAN HEYMBEECK Rosalia Carolina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Viaduc Kiel 9 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.03

VAN LINDEN Stephania Ludovica ° Ekeren 10/07/1911
d. Franciscus & VERVOORT Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Ekeren, Drogerijstraat zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.04

GORIS Elisa Joanna ° Zemst 1 jaar
d. Joannes Josephus & DE RON Anna Clara echt. ongehuwd
woonde in Zemst zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.04

THANT Joanna ° Antwerpen 5/05/1913
d. & THANT Stephania Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Gijzelaarstraat 8 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.04

GROENEN Renatus Alphonsus Emma ° Borgerhout 25/02/1912
z. Jacobus & EMBRECHTS Maria Emerentia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Van de Poelstraat 10 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.03

ORENS Joanna ° Zandvliet 22/09/1912
d. Benedictus & SMANS Maria Philomena echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 192 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.04

GOESSENS Philomena Augusta ° Deurne 20/04/1913
d. Franciscus Aloysius & BEYNEN Maria Henrica echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Arendstraat 55 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.05

VAN UFFELEN Frans Joanna Corneel ° Antwerpen 28/01/1914
z. Cornelius & VAN EYKEN Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Broederminstraat 43 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.06

VERBIST Anna Louisa ° Zandvliet 2/10/1914
d. Jan Baptist & PEETERS Maria Paulina echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 152 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.06

BROOS Josephus Eugenius ° Borgerhout 14/05/1913
z. Petrus Franciscus & DRIJVERS Marie Louise Françoise echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Florastraat 22 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.06

ENGELS Ivona Julia Maria Alphonsina ° Wespelaar 22/07/1914
d. Alfons & FONDERIE Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Wespelaar zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.06

VERMEULEN Philip Jan ° Antwerpen 3/05/1913
z. Michael Adolphus & BOSSCHAERT Joanna Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Kloosterstraat 130 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.06

VAN VLASSELAER Petrus ° Ransart 1 jaar
z. François & BERGEN Maria echt. ongehuwd
woonde in Ransart zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.07

KIEKENS Emma Malvina Augusta ° Antwerpen 1/09/1912
d. Carolus Ludovicus & VERVIJNCK Maria Louisa echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Gillisplaats 7 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.07

BRANDS Joanna Maria ° Zandvliet 22/12/1913
d. Petrus Ludovicus & DILLIËN Joanna Angelina echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 111 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.08

VAN GULCK Franciscus Lambertus Maria ° Wommelgem 28/11/1913
z. Franciscus Augustinus & VAN EESTER Maria Coleta Delphina echt. ongehuwd
woonde in Wommelgem, Antwerpschestraat 9 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.07

GEERTS Henrica ° Zandvliet 17/01/1911
d. Jan Baptiste & OVERENS Maria Anna echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 95 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.09

STALLAERT Filip Jozef ° Niel 10/04/1912
z. Jan Alfons & CALLAERT Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Niel, Statiestraat 139 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.09

VERDONK Petrus Gustavus Maria ° Borgerhout 15/12/1912
z. Gustaaf Frans Prosper & VAN SANTEN Maria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Kroonstraat 123 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.09

DISCART Josephus Cornelius Augustinus ° Aarschot 12/11/1912
z. Franciscus & PARDON Stephania echt. ongehuwd
woonde in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.10

VAN DE WOUWER Carolus Ludovicus ° Zandvliet ?? 4 maanden
z. Wilhelmus & EESTERMANS Henrica echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.09

DE BOYE Adrianus ° Antwerpen 8/08/1877
z. Franciscus & VAN TIELEN Maria Catharina echt. DE GROOT Regina
woonde in Antwerpen schilder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.10

GEUKENS Rosalia Josephina ° Mortsel 2/04/1914
d. Carolus Josephus & VAN DINGENEN Maria Dymphna echt. ongehuwd
woonde in Mortsel, Liersche steenweg 9 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.10

VERMEIREN Maria Ferdinanda ° Merksem 19/05/1914
d. Franciscus & RAMSDONCK Josephina Christina echt. ongehuwd
woonde in Merksem, Achterstraat 4 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.10

STALLAERT Achiel Adolf ° Niel 18/01/1914
z. Jan Alfons & CALLAERT Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Niel, Statiestraat 139 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.11

STROOBANTS Jozef Achiel ° Veltem-Beisem 18/06/1913
z. Theodorus & ADAMS Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Veltem-Beisem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.12

JACOBS Maria ° Deurne 12/08/1914
d. Frans Lodewijk & VERWERFT Anna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Stevenslei 70 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.11

MOLLEMANS Lazorus Frans ° Mechelen 1 jaar
z. Frans Antoon & DE WACHTER Maria Regina echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.13

PALINCKX Petronella ° Kapellen 21/02/1911
d. Josephus & LEFFELAER Maria Antoinetta echt. ongehuwd
woonde in Stabroek zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.13

GOOSSENS Josephina ° Deurne ?? 8 maanden
d. Adolf & PEETERS Francisca echt. ongehuwd
woonde in Deurne zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.12

FOQUÉ Maria Natalia ° Heindonk 10/08/1842
d. Henricus Napoleon Adolphe & DE ROY Anna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.13

MANNIËN Petrus Albertus ° Ekeren 19/12/1912
z. Martinus & DE BACKER Catharina Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Ekeren, Donk Oude Baan zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.13

LAURENS Germania Philomena ° Merksem 20/02/1913
d. Ludovicus Joannes & DINGEMANS Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Merksem, Hovenierstraat 5 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.14

ADRIAENSENS Antoinette ° Ekeren 22/07/1912
d. Henricus Ludovicus & VAN LINDEN Maria echt. ongehuwd
woonde in Merksem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.14

VAN ROMPAEY Celestina Maria ° Kontich 1/05/1914
d. Felix & DE CEUSTER Maria Coleta echt. ongehuwd
woonde in Kontich, Keizershoeksteenweg 62 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.13

ORENS Franciscus ° Zandvliet 22/07/1914
z. Jacobus & VAN WIJK Joanna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 140 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.14

VERMEIREN Joannes Jacobus ° Merksem 17/06/1912
z. Franciscus & RAMSDONCK Josephina Christina echt. ongehuwd
woonde in Merksem, Achterstraat 4 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.15

VERHULST François ° Ekeren 26/10/1913
z. Petrus & VERVOORT Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Ekeren, Leugenberg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.15

REMACLE Julia ° Escautpont (FR) 3 jaar
d. François Joseph & SMEYERS Marie Françoise echt. ongehuwd
woonde in Leopoldsburg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.16

BAL NN ° Ermelo-Nunspeet 15/02/1915
k. & BAL Delphina
moeder woonde in Borgerhout
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.15

MATHEUSE NN ° Ermelo-Nunspeet 16/02/1915
k. Joannes Josephus & VAN OSTA Joanna Maria Catharina
ouders woonden in Ekeren
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.16

POLAK Philippus ° Borgerhout 21/04/1912
z. Philippus & RATINCKX Theresia echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.17

STALLAERT Pieter Lodewijk ° Niel 24/09/1909
z. Jan Alfons & CALLAERT Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Niel, Statiestraat 139 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.17

JACOBS Leon Etienne ° Antwerpen 7/03/1914
z. Henri Joseph & BREEMANS Rosalie Victoria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bredastraat 160 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.17

VAN GORP Elisa ° Schoten ?? 4/10/1914
d. August & DE KIMPE Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Schoten zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.19

GILIS Lodewijk Joanna Ferdinand ° Antwerpen 23/03/1914
z. Joannes Franciscus & VAN KEER Maria Josephina Henrica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Zilversmidstraat 24 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.20

MOREELS Frans Lodewijk ° Antwerpen 4/09/1914
z. Joannes Eligius & MEERT Maria Alice echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Pierenbergstraat 16 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.20

VAN HUFFELEN Joanna ° Zandvliet 23/08/1914
d. Carolus & ORENS Adriana echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 159 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.20

VERCAMMEN NN ° Ermelo-Nunspeet 20/02/1915
k. Alphonsius & HEREMANS Maria Theresia
ouders woonden in Berchem
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.20

VAN VLASSELAER Albert Willem ° Ermelo-Nunspeet 24/11/1914
z. François & BERGEN Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Tremelo zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.22

VERSTEYLEN Florentius Theophilis ° Borgerhout 11/09/1913
z. Eugenius & HULSHAEGEN Maria Bertina echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Fonteinstraat 82 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.23

VAN HOOF Joannes Baptista ° Duffel 4/01/1836
z. Cornelius & TUYTELAERS Anna Catharina wed. STALMANS Maria
woonde in Duffel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.24

GEUKENS Maria Regina ° Mortsel 4/08/1912
d. Carolus Josephus & VAN DINGENEN Maria Dymphna echt. ongehuwd
woonde in Mortsel, Liersche steenweg 9 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.26

GILIS Josephina Maria ° Hoboken 17/10/1912
d. Joannes Franciscus & VAN KEER Maria Josephina Henrica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Zilversmidstraat 24 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.26

VERHULST Joanna ° Kappelen 27/10/1908
d. Petrus & VERVOORT Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Ekeren zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.02.27

THIJS Jacobus ° Almelo (NL) 25/11/1914
z. Gummarus & SUETENS Maria Anna echt. ongehuwd
ouders woonden in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.05

OLPAERTS Gummaar Frans ° Antwerpen ?? 5 maanden
z. Gummaar & OOSTERWIJCK Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.11

VAN DE VELDE Delphine Victorine ° Vorst 1 jaar
d. Joannes Franciscus & ROTTIER Maria Bertha echt. ongehuwd
woonde in Vorst zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.11

GEERAERTS Ferdinand Leopold ° Antwerpen 2/02/1914
z. Franciscus Ludovicus & VERMEER Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.14

SLOOVEN Ludovica ° Zandvliet 26/12/1912
d. Joannes Baptista & ORENS Anna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Ruigeheide 90 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.16

DE KINDER Elisa Henrica ° Borgerhout 20/01/1914
d. Henricus Joannes Baptista & SPIESSENS Anna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout, Gyselsstraat 150 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.20

TROKA Adolphe Jean Louis ° Hermée 24/04/1912
z. Jean Henri & DOSSIN Marie Jeanne echt. ongehuwd
woonde in Hermée zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.20

DE BACKER Emiel ° Eppegem 3 jaar
z. Joannes Baptist & DE BACKER Maria echt. ongehuwd
woonde in Eppegem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.20

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

WO I Vluchtelingen overleden in Nederland - Provincie Gelderland (2)

BV2

2657539-161dd3797be11ffd8b7b2c6123f5d81e.jpg

Vluchtelingen overleden in Nederland WO I
Provincie Gelderland

Heel wat Vlamingen en Walen vluchtten de grens over, om te ontsnappen aan de gruwel van de oorlog. Velen overleefden hun vlucht niet, van hen vind je hieronder meer info. Scans van overlijdensakten zijn gratis te bekomen met een eenvoudig vraagje via mail.

Ermelo-Nunspeet Vluchtoord - deel 2

2669173-0eeca463e06f09a8444723a4ca4adc5c.jpg

JACOBS Petrus ° Ekeren 10/01/1871
z. Josephus Franciscus & DE NYS Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Ekeren zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.24

SERTIJN Honoré ° Sint-Niklaas 11/12/1913
z. Petrus Joannes & VAN MEERBEECK Barbara echt. ongehuwd
woonde in Sint-Niklaas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.24

LEFFELAER Isabella ° Kappelen 26/07/1914
d. Ludovicus & PALINCKX Maria Isabella echt. ongehuwd
woonde in Kappelen, Ertbrand 29 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.26

GULDENTOP August Leonard ° Bergen op Zoom (NL) 13/11/1914
z. & GULDENTOP Josephina echt. ongehuwd
moeder woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.27

GULDENTOP Frans Emile ° Bergen op Zoom (NL) 13/11/1914
z. & GULDENTOP Josephina echt. ongehuwd
moeder woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.30

JACOBS Joanna Henrica ° Merksem 27/06/1907
d. Henri Joseph & BREEMANS Rosalie Victoria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bredastraat 160 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.03.31

PINGNET Ludovicus Fredegandus Maria ° Deurne 17/11/1913
z. Joannes Franciscus & SUYS Ursula Angelina echt. ongehuwd
woonde in Deurne, Schutterhofstraat 12 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.02

HEYRMAN Willem ° Beveren Waas 12/01/1915
z. Jan Constant & BRYS Marie Valerie echt. ongehuwd
woonde in Beveren Waas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.03

DRAECKX Constantinus ° Heist-op-den-Berg 24/01/1862
z. Franciscus & AERTS Theresia echt. HEIVERS Maria Josephina
woonde in Heist-op-den-Berg landbouwer
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.07

DELERUE Angèle Léopolde Jolande ° Parijs (FR) 5/09/1909
d. & DELERUE Clementina Adolphina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.08

VAN DER KUYLEN Elisabeth ° Lier 12/3/1859
d. Franciscus & LAENENS Joanna echt. VOORHOEF Martinus
woonde in Lier werkvrouw
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.09

NELIS Henri ° Hamme 28/12/1913
z. & NELIS Josephina echt. ongehuwd
woonde in Hamme zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.10

STUER Anna Seraphina ° Kieldrecht 13/12/1910
d. & STUER Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Kieldrecht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.10

VAN DER WELCK Hermon ° Ossendrecht (NL) 24/12/1914
z. & VAN DER WELK Maria echt. ongehuwd
moeder woonde in Niel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.12

VAN SLEMBROUCK Jean Baptiste ° Kortrijk 21/10/1846
z. Eugène & SUPPLY Marie Thérèse echt. VAN DROMME Jeanne Françoise Joséphine
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.13

MEULEMANS Louise Josephine ° Châtelineau 29/07/1910
d. Henri Polydore & ISENBORGHS Antoinette echt. ongehuwd
woonde in Châtelineau zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.13

HENDERICKX Jacobus Loduvicus Petrus ° Zandvliet 26/08/1914
z. Cornelius & DE BACKER Louisa echt. ongehuwd
woonde in Zandvliet, Weeltjens 33 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.14

VERMEULEN Leo Robert ° Aarsele 25/01/1909
z. Gustaaf & DE WOLF Emma Maria echt. ongehuwd
woonde in Aarsele zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.16

VAN DAM Marie Léonie ° Haasdonk 24/05/1914
d. Louis & VEREECKEN Emerence echt. ongehuwd
woonde in Haasdonk zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.18

CAPENS Jules Laurent Charles Louis ° Sas Van Gent (NL) 22/11/1914
z. Azarius Joseph & MACHIELS Benedicta Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Dendermonde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.20

VAN NIEUWENHOVE Frans ° Beveren Waas 12/11/1914
z. Eduard & STUER Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Beveren Waas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.25

VAN LANDSCHOOT René Joseph ° Maldegem 17/04/1904
z. Alphonse & BOMBERNA Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Eeklo zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.26

VAN GAEVER Maria Theresia ° Baasrode 24/12/1840
d. Judocus Joannes & NULANDT Joanna Maria wed. DE CLERCQ Joannes Emmanuel
woonde in Baasrode zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.04.30

MULDER Joanna Frisia ° Beetsterzwaag (NL) 11/11/1914
d. Auguste & HUYBEN Maria Regina echt. ongehuwd
ouders woonden in Wilrijk zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.02

KIN Frans Florent ° Antwerpen 6/12/1912
z. Augustus & NOËL Celina Francisca Mathilda echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Santvlietstraat 26 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.03

GHILAIN Henri ° Lille (FR) 11/11/1912
z. & GHILAIN Marie echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.04

CAMPERS Anna Maria ° Turnhout 18/5/1878
d. Petrus & WOUTERS Joanna Carolina echt. DE MEYER Henricus
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.09

THIENPONT Maria Elisabeth ° Beveren Waas 14/01/1915
d. Josephus Jacobus & CORNIÈRE Maria Cecilia echt. ongehuwd
woonde in Beveren Waas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.18

HILLAERT Seraphinus ° Lokeren 4/03/1849
z. Joannes & CRABEEL Amelia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.20

VAN PUYMBROECK Leontine Pauline ° Antwerpen 12/08/1910
d. Cyrillus Petrus & VAN DER LINDEN Margareta Julia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.26

MARIËN Franciscus Joannes ° Schoten 25/11/1912
z. Josephus & BRUYLANDTS Maria Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Schoten, Lange Nieuwstraat 38 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.25

MAERTENS Frans Karel ° Antwerpen 12/06/1909
z. Joannes Guilielmus & MICHIELS Anna Henrica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.27

DE BRUYNE Sidonia Leonia ° Antwerpen 9/10/1907
d. Jean Baptiste & CASTELEYN Julie Marie echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.05.31

HENRION Fernand Eugène Ghislain ° Antwerpen 9/07/1914
z. Eugène Leon & MRAZ Anne echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Zonstraat 34 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.09

ELIAS Albert Léopold ° Herstal 7/12/1914
z. & ELIAS Antoinette echt. ongehuwd
woonde in Herstal zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.11

VAN DEN BEMPT NN ° Ermelo-Nunspeet 12/06/1915
k. Joannes Franciscus & TRUYTS Maria Antonia
ouders woonden in Kessel
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.12

CORTOOS Anna Maria ° Antwerpen 16/04/1859
d. Servatius Joannes & DIETENS Maria Francisca echt. CEULEERS Ludovicus
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.12

ENGELEN Lucie Marie ° Liège 10/09/1914
d. & ENGELEN Lucie Marie echt. ongehuwd
woonde in Liège zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.18

DONS Johanna Wilhelmina ° Ermelo-Nunspeet 4/03/1915
d. & DONS Ludovica Hendrica echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.21

REYNIERS Francies Albert ° Hontenisse (NL) 24/02/1915
z. Jan Baptist & GILLIS Caroline echt. ongehuwd
ouders woonden in Hemiksem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.26

DRIESSEN Josephus ° Hontenisse (NL) 29/01/1915
z. Gustavus Ludovicus & BEERS Emma Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Wilrijk zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.29

VERSCHEUREN Jean Baptiste ° Antwerpen 41 jaar
z. Jean Baptiste & LANTEIR Jeanne echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1915.06.30

VERHOEVEN Jacobus ° Antwerpen 24/03/1850
z. Joannes Baptista & VERWERFT Anna Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.07.03

VAN DER WELCK Jacobus Augustinus ° Turnhout 20/11/1849
z. Wilhelmus & VEKEMANS Anna Maria echt. POTTI Maria Paulina
woonde in Turnhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.07.10

BOSMANS Petrus Josephus ° Ermelo-Nunspeet 3/04/1915
z. Henricus Eduardus & DE BACKER Maria Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Eppegem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.07.24

CLÉMENT Hilaine ° Boom 6 maanden
d. & CLÉMENT Irma echt. ongehuwd
woonde in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.07.30

LENSSEN Gerard Hubert ° Stokkem 6/10/1880
z. Jacobus & OTTEN Maria Theresia wed. VENKEN Philomena
woonde in Lanaken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.08.08

SPOELDERS Jean-Baptiste ° Mechelen 1 jaar
z. Jan Baptist & DE MAYER Maria Ludovica echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.08.16

VAN KERCKHOVEN Frans Jan ° Antwerpen 28/09/1914
z. Jan Baptist & LEMMENS Leontina Joanna echt. ongehuwd
woonde in Puurs zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.08.19

DE BEUL Pelagia ° Aalst 21/01/1896
d. Petrus & VAN MIEGHEM Maria Gudula echt. ongehuwd
woonde in Aalst zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.08.26

VAN DRIESSCHE Rosalia Alphonsina ° Zele 3 jaar
d. Emilius Honorius & D'HONDT Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Zele zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.08.28

ERKENS Cornelie Thérèse ° Haccourt 1/06/1913
d. Joseph Wilhelm & SCHOBBEN Marie echt. ongehuwd
woonde in Haccourt, Rue du Canal zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.09.20

VAN GULCK Franciscus ° Ermelo-Nunspeet 11/05/1915
z. Franciscus Augustinus & VAN EESTER Maria Coleta Delphina echt. ongehuwd
ouders woonden in Wommelgem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.09.29

CRUTSENS Paul ° Haccourt 24/08/1877
z. Paschal Théodore & PHILIPPET Marguerite echt. JEHASSE Marie Elisabeth
woonde in Haccourt dagloner
† Ermelo-Nunspeet 1915.10.03

VAN CAMPENHOUT Petrus Joannes ° Breendonk 3/04/1872
z. Joannes Baptista & DE WACHTER Coleta echt. BOELPAEP Maria Philomena
woonde in Blaasveld Kasseienlegger
† Ermelo-Nunspeet 1915.10.05

DE CUYPER Joanna Catharina ° Baasrode 14/03/1840
d. Henricus & DE MAN Maria Theresia echt. HEYMANS Constantin
woonde in Baasrode zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.10.07

LECLERCQ Wilhelmina Françoise Johanna ° Norg (NL) 8/02/1915
d. Louis Jozef & NEUFCOUR Jeanne Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Vivegnis zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.10.20

LEEMANS Hubert ° Haarlem (NL) 11 maanden
z. Constant & VAN PEER Johanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.10.26

SCHACKERS Julia Florina ° Beveren Waas 2 jaar
d. Karel Lodewijk & PIETERS Josepha Maria echt. ongehuwd
woonde in Beveren Waas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.10.30

JANSSEN Franciscus Adrianus ° Weelde 20/04/1847
z. & JANSSEN Adriana Cornelia echt. KENNIS Maria
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.01

JONCKHEERE Celina Evelina ° Ieper 5/12/1866
d. Petrus Livinus & DEVAUX Eugenia Octavia wed. LALOUX NN
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.03

VELTMANS Regina ° Ermelo-Nunspeet ? 8 maanden
d. Karel Florentinus Theodoor Marinus & VAN GOOLEN Joanna Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.04

REMACLE Marcel ° Ermelo-Nunspeet 24/04/1915
z. François Joseph & SMEYERS Marie Henriette echt. ongehuwd
ouders woonden in Leopoldsburg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.05

RENS Alice ° Ermelo-Nunspeet 18/05/1915
d. Joannes Cornelius & HEYMANS Maria Clementia echt. ongehuwd
ouders woonden in Baasrode zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.06

LEMMENS Victor ° Antwerpen 28/02/1914
z. & LEMMENS Regina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Plantinlei 96 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.09

SEGERS Henriette Willemine ° Ermelo-Nunspeet 19/02/1915
d. Jan Frans & HEEREN Filomena echt. ongehuwd
ouders woonden in Niel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.10

VAN DEN BROECK Emma ° Ermelo-Nunspeet 5/02/1915
d. Franciscus & VAN HERCK Anna Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.12

VAN TONGERLOO Frans ° Lier 2 jaar
z. Augustinus & TORFS Joanna echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.13

BORGHMANS Jeannette Willemina ° Ermelo-Nunspeet 29/06/1915
d. Henricus Ludovicus Maria & VAN DER WELCK Maria Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.14

DE LEEUW Paula ° Zutphen (NL) 1/03/1915
d. Jan Baptist & VAN GASSE Clementina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.21

SERTIJN Theophile Philippus Stephanus ° Puurs 3 jaar
z. Petrus Joannes & VAN MEERBEECK Barbara echt. ongehuwd
woonde in Sint-Niklaas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.22

DE DECKER Alina Constancia Maria ° Duffel 9/09/1912
d. Franciscus & LAUREYS Maria Clemence echt. ongehuwd
woonde in Duffel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.24

VAN DEN HEUVEL Constantia Petronella ° Ermelo-Nunspeet 29/07/1915
d. & VAN DEN HEUVEL Clementine echt. ongehuwd
moeder woonde in Sint-Katelijne-Waver zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.26

VAN HOOF Julius Jan Baptiste ° Bergen op Zoom (NL) 4/02/1915
z. Jan Baptist Joseph & HELSEN Leontina echt. ongehuwd
woonde in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.27

SMANS Maria ° Ermelo-Nunspeet 5/08/1915
d. Benedictus & VAN TILBORGH Maria Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Zandvliet zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.11.29

VAN AKEN Louis ° Terhagen 63 jaar
z. ? & ? echt. ongehuwd
woonde in Terhagen steenbakker
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.03

VAN DER MEEREN Frans ° Berlare 2 jaar
z. Karel & ARBEIN Emma echt. ongehuwd
woonde in Berlare zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.06

ESTERCAM Maria Edouard Joanna ° Ermelo-Nunspeet 24/04/1915
d. Joannes Aloysius & VAN DE VELDE Eugenie Maria Jacob echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.12

LECLERCQ Johanna Marie Josephine ° Norg (NL) 8/02/1915
d. Louis Jozef & NEUFCOUR Jeanne Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Vivegnis zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.17

DE CNODDER Petrus Franciscus ° Antwerpen 25/12/1856
z. Josephus & LEYSEN Anna Elisabetha echt. TEUNIS Nathalie
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.18

SELLESLACHS Jacobus Henricus ° Hever 6/01/1914
z. Jacobus Ludovicus & VERSCHUEREN Maria Elisabeth Bertha echt. ongehuwd
woonde in Hever zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.26

SCHELLENS Alphonsius Julius ° Aarschot 26/01/1914
z. Marcus & VERBINNEN Anna Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Aarschot zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.28

AUDIENS Joanna Barbara ° Vremde 8/04/1896
d. Joannes & WOUTERS Maria Catharina echt. ongehuwd
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1915.12.31

BOEL Eléonore Rosalie ° Hamme (OVL) 22/11/1914
d. Dionysius & NELIS Marguerite Catherine Pauline echt. ongehuwd
woonde in Hamme zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.02

MEERSMAN Theophiel Cornelius ° Zemst 1 jaar
z. Frans & DE VOS Sophia echt. ongehuwd
woonde in Zemst zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.04

CLAESSENS Victor ° Ermelo-Nunspeet 12/03/1915
z. Joannes Evarist & VAN CRIEKINGE Maria Delphina echt. ongehuwd
ouders woonden in Wilsele zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.07

VEKEMANS Grietje ° Ermelo-Nunspeet 25/02/1915
d. Franciscus Dominicus & VERBRUGGEN Maria Cornelia echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.08

ENGELEN Joannes Baptista ° Berchem 7/10/1869
z. Joannes Baptista & SOMERS Catharina Philomena echt. VAN DEN MEYDENBERG Ludovica Maria
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.09

PHILIPS NN ° Ermelo-Nunspeet 10/01/1916
k. & PHILIPS Anna
moeder woonde in Zandvliet
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.10

VAN HOORENBEECK Jean Joseph Marie ° Hulst (NL) 3/11/1914
z. Karel Lodewijk & ELSEN Maria Helena echt. ongehuwd
ouders woonden in Terhagen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.10

CEULEMANS Wilhelmina Emerentia ° Winschoten (NL) 25/11/1914
d. Franciscus Josephus Aloijsius & VAN ONCKELEN Anna Paulina echt. ongehuwd
ouders woonden in Hoboken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.13

VAN LANDIGHEM Florence Marie ° Ermelo-Nunspeet 25/06/1915
d. Jan & SILDERHORST Ceserina echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.13

HENS Maria Martina ° Antwerpen 24/07/1914
d. Petrus Franciscus & REYNDERS Maria Christina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Minderbroederstraat 24 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.15

KOOLEN Gerrit ° Ermelo-Nunspeet 26/02/1915
z. Franciscus & CLAESSENS Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.16

DONS Lodewijk Jan ° Antwerpen 20/07/1914
z. Franciscus Josephus & PIETERSE Maria Adriana Petronella echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bernardussteenweg 125 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.23

TEUNIS Natalia ° Mol 14/05/1865
d. Joannes Josephus & HEYNS Maria Catharina wed. DE CNODDER Petrus Franciscus
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.27

DRIESSEN Joanna Emma ° Wilrijk 11/09/1913
d. Gustavus Ludovicus & BEERS Emma Catharina echt. ongehuwd
woonde in Wilrijk, Grensstraat 103 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.27

PEETERS Franciscus ° Coevorden (NL) 9/03/1915
z. Petrus Josephus Emilius & BOECKX Maria Coleta echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.01.29

KIN Augustina Wilhelmina Louisa ° Ermelo-Nunspeet 21/01/1915
d. Augustus & NOËL Celina Francisca Mathilda echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.02.13

WARNOTTE Jeanne Noémie Josephine ° Vivegnis 24/11/1912
d. Philippe Joseph & CLOS Lambertine echt. ongehuwd
woonde in Vivegnis zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.02.16

LAMAILLE Marie ° Warsage 12/07/1855
d. Pierre Joseph & LEBEAU Dieudonnée Thérese echt. FRANCK Jean Joseph Renier
woonde in Warsage zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.02.18

VAN GULCK Johannes Ludovicus ° Ermelo-Nunspeet 11/05/1915
z. Franciscus Augustinus & VAN EESTER Maria Coleta Delphina echt. ongehuwd
ouders woonden in Wommelgem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.02.20

DEEKENS Alphonse ° Ermelo-Nunspeet 5/11/1915
z. Karel & VAN DE VELDE Maria Theresia Justina Rachella echt. ongehuwd
ouders woonden in Achel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.02.24

LEEMANS Carolina Maria ° Ermelo-Nunspeet 17/12/1915
d. Guilielmus Ludovicus & MAERENS Maria Anna echt. ongehuwd
ouders woonden in Hemiksem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.02.26

CHRISTIAANS Maria ° Ermelo-Nunspeet 1/04/1915
d. Jean & MONSIEUR Rosalie echt. ongehuwd
ouders woonden in Eppegem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.02.27

LEBEAU Henri Eugène Joseph ° Warsage 1/09/1901
z. Grégoire & MUNIKEN Mathilde echt. ongehuwd
woonde in Warsage zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.01

RAKERS Melania Helena ° Antwerpen 21/04/1913
d. Geert & VERMEULEN Mathilda echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Huikstraat 51 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.05

SCHREURS Marcel Léopold ° Maastricht 9/03/1915
z. Alfred Hubert & KUIJPERS Marie Constance Rosalie echt. ongehuwd
woonde in Liège zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.06

ROOSEN Joanna Eleonora ° Temse 14/04/1972
d. Judocus Franciscus & MAES Elisabeth Pharaildis echt. POPPE Benedictus
woonde in Hoboken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.07

ZEGERS François Louis Marie ° Ermelo-Nunspeet 18/12/1915
z. & ZEGERS Jeanne Henriette echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.11

FEYEN Joanna ° Sept-Saulx (FR) 3 jaar
d. Joannes & DE NOIER Maria Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Sept-Saulx (FR) zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.11

VAN LOOY Adrianus Franciscus ° Lier 11/04/1840
z. Joannes Josephus & VAN PARYS Anna Catharina echt. VERSTREPEN Elisabeth
woonde in Kontich tuinman
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.12

MENTZY Renatus Albert ° Ermelo-Nunspeet 5/04/1915
z. Johannes Baptist & VAN HOECK Maria Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Kieldrecht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.16

VAN GELDER Charles Léopold ° Ermelo-Nunspeet 1/02/1916
z. Edmond Julien & MERTENS Albertina echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.17

VAN DE VELDE François ° Ermelo-Nunspeet 22/07/1915
z. & VAN DE VELDE Desideria echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.24

MUYTJENS Elisabeth ° Oud-Vroenhoven (NL) 7 maanden
d. Leonard & ENKENS Agatha echt. ongehuwd
ouders woonden in Smeermaas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.03.25

LEMMENS Louisa ° Veenhuizen (NL) 4/03/1915
d. & LEMMENS Regina echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.01

LIPPENS Clementina Carolina ° Borgerhout 10/09/1912
d. Franciscus Cornelius & HELSEN Leontina Victoria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.04

GULDENTOPS Leonie Adèle ° Ermelo-Nunspeet 17/12/1915
d. & GULDENTOPS Victorina echt. ongehuwd
moeder woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.07

SCHACKERS Madeleine Marie ° Beveren Waas 11 maanden
d. Charles Louis & PIETERS Josepha Maria echt. ongehuwd
woonde in Beveren Waas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.09

WATZEELS Angelina Carolina ° Antwerpen 5/01/1842
d. Judocus & VAN DYCK Elisabeth wed. VERWAEST Henricus Ignatius
woonde in Berchem ? zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.09

TERLOO Ferdinandus Ludovicus Augustinus ° Antwerpen 5/06/1876
z. Antonius & AERNOUTS Joanna Isabella echt. DEMOOR Rosalia
woonde in Merksem voerman
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.11

MEYS Emiel ° Groningen (NL) 16/01/1915
z. Eduard & VAN DEN BROECK Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.14

MATHYS Michel ° Warsage 12/10/1833
z. Michel & DUMONT Marie wed. HUYDTS Marie Isabelle echt. LEMAIRE Marie Thèrèse
woonde in Warsage zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.04.19

DE CEUSTER Joanna Maria ° Ermelo-Nunspeet 13/06/1915
d. & DE CEUSTER Rosalia echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.06

SCHREURS NN ° Ermelo-Nunspeet 12/05/1916
k. Alfred Hubert & KUIJPERS Marie Constance Rosalie
ouders woonden in Liège
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.12

KUIJPERS Marie Constance Rosalie ° Tongeren 24/04/1873
d. Hendrik & LAQUAYE Margaretha Theodorina echt. SCHREURS Alfred Hubert
woonde in Liège zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.12

VAN DRIESSCHE Josephus Petrus Augustinus ° Ermelo-Nunspeet 6/01/1916
z. Emilius Honorius & D'HONDT Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Zele zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.13

VAN DER AUWERA Gérard ° Ermelo-Nunspeet 19/04/1916
z. & VAN DER AUWERA Maria Joanna echt. ongehuwd
moeder woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.13

QUIREYNS Franciscus ° Ermelo-Nunspeet 3/01/1916
z. Mattheus & VAN ESBEEN Paulina echt. ongehuwd
ouders woonden in Stabroek, Lepelstraat 49 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.21

QUIREYNS Joanna ° Stabroek 22/04/1913
d. Mattheus & VAN ESBEEN Paulina echt. ongehuwd
woonde in Stabroek, Lepelstraat 50 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.21

COPPENS Frans ° Beveren Waas 4/03/1894
z. Eduard & CLEIRENS Virginie echt. ongehuwd
woonde in Beveren Waas metser
† Ermelo-Nunspeet 1916.05.23

PELEMAN Jozef Alfons ° Ermelo-Nunspeet 1/12/1915
z. Gustaaf Karel & ROTTIERS Melania Henrica echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen, Vaartdijk Zuid 70 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.01

VERBEKE Prosper Julien ° Heist aan Zee 26/10/1908
z. Constant & DESMEDT Maria Teresia echt. ongehuwd
woonde in Heist aan Zee zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.01

GUEOSUBEUIKIAN Roupen ° Amasya (TURK) 23 jaar
z. ? & echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen diamandbewerker
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.01

CEULEMANS Petrus ° Kessel 20/03/1858
z. Joannes Gommarus & VERCAMMEN Joanna Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Koningshooikt landbouwer
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.07

VAN GORP Lodewijk François ° Ermelo-Nunspeet 14/01/1916
z. Petrus & DE SCHANS Maria Magdalena echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.07

ROELS Petrus ° Sint-Niklaas 13/05/1866
z. Josephus Augustinus & VAN IERSEL Livina echt. BLYWEERT Emma Philomena
woonde in Antwerpen kuiper
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.19

DE JONGH Joannes Baptista ° Lier 9/12/1856
z. Joannes Baptista & WOUTERS Maria Catharina echt. BONNÉ Maria Theresia
woonde in Lier borstelmaker
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.20

VAN LANCKER Petrus ° Antwerpen 18/06/1895
z. Petrus & JOOSSENS Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.24

CAPPAERT Maurice ° Vlissingen (NL) 20/12/1914
z. Emiel Jozef & DE COEN Malvina Marie Emile echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.25

D'HOOGE Cerile ° Kattendijke (NL) 29/09/1915
z. François & FIERENS Anna Marie Jeanne echt. ongehuwd
ouders woonden in Kessel-Lo zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.06.26

FRANCK Marie Catherine Eugénie ° Warsage 18/12/1890
d. Jean Joseph Renier & LAMAILLE Marie wed. LAMBERT Lucien Joseph
woonde in Warsage dagloonster
† Ermelo-Nunspeet 1916.07.01

DE CEUSTER Marie ° Ermelo-Nunspeet 31/10/1915
d. Victor & VAN LOY Maria Melania echt. ongehuwd
ouders woonden in Noorderwijk zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.07.13

VAN UFFELEN NN ° Ermelo-Nunspeet 15/07/1916
k. & VAN UFFELEN Antoinette
moeder woonde in Lier
† Ermelo-Nunspeet 1916.07.15

RAMPAERT NN ° Ermelo-Nunspeet 16/07/1916
k. & RAMPAERT Louise
moeder woonde in Antwerpen
† Ermelo-Nunspeet 1916.07.16

ORENS Hendrika Maria ° Ermelo-Nunspeet 4/05/1915
d. Franciscus & PHILIPS Maria Theresia echt. ongehuwd
ouders woonden in Zandvliet zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.08.07

DE WIEST Gustaaf Domein Celestina ° Lokeren 17/09/1909
z. Petrus Franciscus & VAN KERSSCHAVER Maria Mathilda echt. ongehuwd
woonde in Lokeren zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.08.10

VAN PERRE Judocus ° Mariekerke 4/01/1834
z. & VAN PERRE Ursula wed. TEUGELS Joanna Catharina
woonde in Mariekerke zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.09.05

NELIS Margareta Catharina Paulina ° Antwerpen 1/01/1891
d. Abraham Carolus Ludovicus & MARIMAN Victoria Rosalia echt. BOEL Dionysius
woonde in Hamme zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.09.26

VAN GOETHEM Alfons ° Amsterdam 8 maanden
z. & VAN GOETHEM Martha echt. ongehuwd
moeder woonde in Sint-Niklaas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.11.06

ARENS Marie Louise ° Evergem ? 48 jaar
d. Judocus & ROELS Rosalia echt. TREMERIES Alphonse Constantin
woonde in Visé zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.11.09

VAN DOMSELAER Anna Maria Elisabeth ° Ommen (NL) ? 89 jaar
d. ? & ? wed. VAN DEYCK Henri
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.11.28

MEERSMAN Isidorus Leonardus ° Ermelo-Nunspeet 7/08/1916
z. Philippus Josephus & DE CLERCK Carolina echt. ongehuwd
ouders woonden in Schoten zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.12.03

KNUTS NN ° Ermelo-Nunspeet 19/12/1916
k. Julius & JACOBS Mathilda Jacoba
ouders woonden in Antwerpen
† Ermelo-Nunspeet 1916.12.19

VAN AKEN Joanna Maria ° Boom 17/12/1858
d. Joannes Franciscus & DE SMEDT Victoria echt. VAN ONCKELEN Egidius
woonde in Rumst zonder
† Ermelo-Nunspeet 1916.12.31

COP Frans Marie ° Ermelo-Nunspeet 11/01/1916
z. Petrus Constantinus & BUELENS Joanna Constantia echt. ongehuwd
ouders woonden in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.01.05

DE VOS Joanna Maria ° Willebroek 21/07/1842
d. Cornelius & VAN PRAET Anna Catharina echt. WELLENS Jacobus Ludovicus
woonde in Willebroek zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.01.11

MOONEN Wilhelmina ° Diessen (NL) 1/02/1843
d. Cornelis Petrus & VAN OSTADEN Johanna wed. POOT Josse echt. OP DE BEECK Adriaan Frans
Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.01.21

OTZER Joseph ° Ermelo-Nunspeet 15/12/1916
z. Henricus Francis & DEMELIER Apollinia Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Kessel-Lo zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.01.28

PRINSEN Henri Charles ° Ermelo-Nunspeet 11/03/1916
z. Louis & VAN DAEL Irma echt. ongehuwd
ouders woonden in Gent zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.02.08

HANSE Louise Caroline ° Ermelo-Nunspeet 9/10/1916
d. Ludwig & HEYNINCK Barbara echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.02.13

SCHELLENS Albert ° Ermelo-Nunspeet 7/02/1916
z. Marcus & VERBINNEN Anna Maria Joanna echt. ongehuwd
ouders woonden in Aarschot zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.02.15

NAGELS Franciscus Ferdinandus ° Antwerpen 22/09/1893
z. Joannes Cornelius & THYS Joanna Francisca echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.03.06

DE LONEUX Euphémie ° Herstal ? 66 jaar
d. ? & ? echt. ongehuwd
woonde in s-Gravenvoeren onderwijzeres
† Ermelo-Nunspeet 1917.03.12

VERBIST Egidius ° Zandvliet 23/06/1916
z. Petrus Joannes Baptista & SUYKERBUYK Joanna Mathildis echt. ongehuwd
ouders woonden in Zandvliet zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.03.25

VAN CAMP Albert ° Antwerpen ?? 18 jaar
z. Franciscus & ? echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.03.25

GOOVAERTS NN ° Ermelo-Nunspeet 30/03/1917
k. & GOOVAERTS Catharina
moeder woonde in Mechelen
† Ermelo-Nunspeet 1917.03.30

VAN BULCK Wijkert Franciscus ° Wijk aan Zee 2 jaar
z. Josephus Alphonsus & CONAERTS Pelagia Maria Sophia echt. ongehuwd
woonde in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.01

DE BACKER Jan Baptist ° Grimbergen 22/04/1879
z. Petrus Josephus & GAUDAEN Anna Philippina echt. DE BAKKER Maria ??
woonde in Eppegem fabrieksarbeider
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.01

GORIS Felix ° Putte 1/10/1866
z. Jacobus & BAETENS Maria Elisabeth echt. ROSIERS Philomena
woonde in Bonheiden klompenmaker
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.02

REMACLE Camille François Ghislain ° Seilles 15/01/1915
z. François Joseph Patrice & GILISEN Julie Joseph echt. ongehuwd
woonde in Seilles zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.04

MASSCHARIS Carolina Ludovica Joseph ° Ermelo-Nunspeet 2/04/1915
d. Ludovicus Franciscus & LAMBERT Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.04

BUSIAU Victor Leopold Arthur ° Bergen op Zoom (NL) 23/09/1916
z. & BUSSIAU Eva echt. ongehuwd
moeder woonde in Brussel/Wasmes zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.06

RUYS Edmondus Franciscus ° Hamme 17/03/1879
z. Franciscus & DE WITTE Juliana echt. ongehuwd
woonde in Hamme touwslager
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.06

GEBRUERS Gusta Maria ° Ede (NL) 15/08/1916
d. Josephus & VAN DER BORGHT Maria Francisca echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.06

BEHIELS Julia Bertha ° Clinge 10/04/1916
d. Florent & VAN LANDEGHEM Maria Leontina echt. ongehuwd
ouders woonden in Sint-Gillis-Waas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.08

ROLLENBERG Maria Francisca ° Ermelo-Nunspeet 9/11/1916
d. Petrus Franciscus & VAN DEN BERGH Constantia echt. ongehuwd
ouders woonden in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.08

MEYS Loduvicus ° Voorst (NL) 7/09/1915
z. Pieter Jaak & PIESSENS Maria Theresia echt. ongehuwd
ouders woonden in Steenhuffel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.09

CALLUY Jacobus François ° Ede (NL) 24/12/1916
z. Joannes Henricus & NYS Paulina Celina echt. ongehuwd
ouders woonden in Terhagen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.09

VAN DEN EYNDE Petrus Joannes ° Lippelo 14/12/1906
d. Leopoldus Frans & JANSSENS Joanna Francisca echt. ongehuwd
woonde in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.12

CASTEELS Albert Franciscus ° Ermelo-Nunspeet 15/02/1916
z. Adolf & DE RON Maria Philippina echt. ongehuwd
ouders woonden in Weerde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.17

COP Jan Baptiste Joanna ° Ermelo-Nunspeet 11/01/1916
z. Petrus Constantinus & BUELENS Joanna Constantia echt. ongehuwd
ouders woonden in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.18

VERGOUWEN Augustinus Matheus ° Nieuwmoer-Kalmthout 12/06/1915
z. Petrus Adrianus & VAN HOOYDONCK Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Kalmthout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.21

MARCEL Leontina Johanna ° Ermelo-Nunspeet 6/07/1916
d. & MARCEL Marie echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.21

APERS Arthur Eduard ° Ermelo-Nunspeet 3/05/1916
z. & APERS Maria echt. ongehuwd
moeder woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.21

AERTS Albertus Josephus Hubertus Franciscus ° Ede (NL) 25/12/1915
z. Joannes & VERLINDEN Maria Angelina Francisca echt. ongehuwd
ouders woonden in Aarschot zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.22

HEYMANS Constantinus ° Baasrode 23/11/1838
z. Joannes Josephus & JOOS Anna Francisca wed. DE CUYPER Joanna Catharina
woonde in Baasrode zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.25

KUYPERS Elisabeth Maria ° Maaseik 30/01/1916
d. Antoon & LOOS Maria Theresia echt. ongehuwd
ouders woonden in Maaseik zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.24

VAN HERCK Theophiel ° Ede (NL) 23/05/1916
z. Franciscus & VAN ROMPAY Maria Virginia echt. ongehuwd
ouders woonden in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.24

VERDONCK Maria Rosalia ° Ermelo-Nunspeet 26/01/1917
d. Gustaaf Frans Prosper & VAN SANDEN Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.24

DE TAYE Florentina Antonia Adriana Maria ° Ermelo-Nunspeet 31/03/1917
d. & DE TAYE Adeline echt. ongehuwd
moeder woonde in Lebbeke zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.04.26

SMEETS Maria Louisa Hubertina ° Mechelen 22/03/1916
d. Alfons Hubert Hendrik & VOLKAERT Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.01

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

WO I Vluchtelingen overleden in Nederland - Provincie Gelderland (3)

BV2

2657539-161dd3797be11ffd8b7b2c6123f5d81e.jpg

Vluchtelingen overleden in Nederland WO I
Provincie Gelderland

Heel wat Vlamingen en Walen vluchtten de grens over, om te ontsnappen aan de gruwel van de oorlog. Velen overleefden hun vlucht niet, van hen vind je hieronder meer info. Scans van overlijdensakten zijn gratis te bekomen met een eenvoudig vraagje via mail.

Ermelo-Nunspeet Vluchtoord - deel 3

2669173-0eeca463e06f09a8444723a4ca4adc5c.jpg

ROTTIERS Alice Maria ° Ermelo-Nunspeet 24/06/1916
d. Emiel & VAN HECKE Rosalie echt. ongehuwd
ouders woonden in Eeklo zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.05

MARIËN Maria Carolina ° Ermelo-Nunspeet 6/02/1916
d. Isidorus Leonardus & MEERSMAN Maria Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Schoten zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.07

PICKART Robert Louis Leon ° Ermelo-Nunspeet 27/04/1916
z. & PICKART Arnoldine echt. ongehuwd
moeder woonde in Liège zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.08

SELLESLACHS Anna Cornélie ° Ermelo-Nunspeet 12/11/1915
d. Jacobus Ludovicus & VERSCHUEREN Maria Elisabeth Bertha echt. ongehuwd
ouders woonden in Hever zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.12

TRUYTS Maria Philomena Caterina ° Ermelo-Nunspeet 17/02/1916
d. Josephus Franciscus & AUDIENS Maria Christina echt. ongehuwd
ouders woonden in Deurne zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.12

VERMEULEN NN ° Ermelo-Nunspeet 12/05/1917
k. Josephus & VAN CUYCK Philomena
ouders woonden in Berchem
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.12

GULDENTOPS Ferdinand Robert ° Ermelo-Nunspeet 6/02/1917
z. August & VAN CAMP Leonia echt. ongehuwd
ouders woonden in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.13

AERTS Eduard Albert ° Ede (NL) 14/02/1916
z. Jan Frans & PEETERS Elisabeth Melania echt. ongehuwd
ouders woonden in Duffel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.16

VEKEMANS Paulina ° Ermelo-Nunspeet 13/06/1916
d. Antonius & VERSCHUEREN Adriana Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Zandvliet zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.16

VAN HERCK Jan Leonard ° Ede (NL) 23/05/1916
z. Franciscus & VAN ROMPAY Maria Virginia echt. ongehuwd
ouders woonden in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.17

VERHOEVEN Carolina ° Lier 9/08/1844
d. Joannes Baptista & BROES Maria Theresia echt. CRETS Ludovicus
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.18

GOEMAN Germaine Léonie ° Ede (NL) 3/12/1916
d. Florent Amedé & MUSSCHE Emerance F. echt. ongehuwd
ouders woonden in Haasdonk zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.21

GUENSTER Catharina ° Dusseldorf 1 jaar
d. Jean & JACOBS Hubertine Hélène echt. ongehuwd
ouders woonden in Maaseik zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.22

BOER Jan ° Ermelo-Nunspeet 20/11/1915
z. Pieter & ZEILMAKER Anna echt. ongehuwd
ouders woonden in Schelle zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.22

LYSSENS Albert ° Clinge 23/09/1916
z. & LYSSENS Philomena Maria echt. ongehuwd
moeder woonde in Sint-Niklaas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.22

VEKEMANS Jacobus ° Ermelo-Nunspeet 26/03/1916
z. Franciscus Dominicus & VERBRUGGEN Maria Cornelia echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.24

DE LAET Carolina Maria ° Turnhout 24/03/1915
d. Petrus Augustinus & VAN DE WALLE Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Rijkevorsel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.28

MEYERS Germaine ° Ermelo-Nunspeet 4/09/1916
d. & MEYERS Virginie Marie echt. ongehuwd
moeder woonde in Heist aan Zee zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.28

VAN DEN BROEK Anna Catharina ° Ermelo-Nunspeet 30/10/1915
d. & VAN DEN BROEK Jeanne echt. ongehuwd
moeder woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.30

DE VOS Elisabeth Wilhelmina ° Ede (NL) 20/08/1915
d. Petrus Josephus & VAN DER SMISSEN Catharina Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.30

BERTELS Lodevicus Josephus ° Ermelo-Nunspeet 17/10/1916
z. & BERTELS Anna Joanna echt. ongehuwd
moeder woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.30

DE GROOF Maria Regina Gabriël Octave ° Ede (NL) 3/10/1915
d. Joseph Edwin Eduard & BECK Virginia Regina Carolina Hugo echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.05.31

DE LAET Franciscus Ludovicus ° Rijkevorsel 27/10/1912
z. Petrus Augustinus & VAN DE WALLE Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Rijkevorsel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.04

THIJSSENS Ludovicus Franciscus ° Ede (NL) 13/07/1915
z. Petrus Joannes & MATHEUSEN Christina echt. ongehuwd
ouders woonden in Ekeren zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.05

VAN DE VELDE Theophiel Antoine ° Ede (NL) 24/02/1917
z. Petrus & HENDRICKX Anna Cornelia echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.07

HEENE Prudent Charles Petrus ° Assenede ??/1914
z. Francies & NEYS Marie Sophie echt. ongehuwd
woonde in Assenede zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.08

LAUWERS Maria Joanna Elisabeth ° Ekeren 7/07/1914
d. Cornelius & QUIRYNEN Joanna echt. ongehuwd
woonde in Ekeren, Drogerijstraat zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.12

SMANS Louisa ° Ermelo-Nunspeet 26/11/1916
d. Benedictus & VAN TILBORGH Maria Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Zandvliet zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.16

BOGAERTS Maria Margaretha ° Ede (NL) 11/07/1916
d. Petrus Ferdinandus Philippus & TORFS Carolina echt. ongehuwd
ouders woonden in Herentals zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.16

DUMON Gommarus ° Ede (NL) 28/02/1917
z. Leopoldus Hippolytus & VAN DESSEL Maria Angelina echt. ongehuwd
ouders woonden in Deurne zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.16

MEYS Josephine ° Ermelo-Nunspeet 12/04/1916
d. Eduard & VAN DEN BROECK Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.17

BUDTS Franciscus Alphonsus ° Itegem 26/02/1880
z. Felix & VAN DEN BRANDE Maria Paulina echt. WEUTS Maria Josepha
woonde in Itegem landbouwer
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.22

BERGMANS Ludovicus Josephus zeg Leopoldus ° Testelt 30/09/1860
z. Joannes & JANSSENS Anna Barbara JANSEN Wilhelmina
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.22

SWAENS Joannes Baptista ° Werchter 13/12/1836
z. Joannes Franciscus & VAN DESSEL Isabella echt. ongehuwd
woonde in Haacht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.22

VERLINDEN Maria Martha ° Gouda (NL) 29/08/1916
d. & VERLINDEN Maria echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.23

MASOLIJN Frans ° Boom 25/10/1897
z. Hendrikus Josephus & VAN NIEUWENHOVE Maria Josephina echt. ongehuwd
woonde in Boom diamantbewerker
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.25

RYMEN Elisabeth ° Hever 15/01/1853
d. Philipuse Benedictus & HEYMBEECK Barbara echt. BUELENS Jozef Lodewijk
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.06.28

WOUTERS Leopold Virginie ° Ermelo-Nunspeet 4/05/1915
z. François & GIETS Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.01

TRICHÉ NN ° Ermelo-Nunspeet 2/07/1917
k. Franciscus Ludovicus & VAN NUFFEL Antoinetta
ouders woonden in Antwerpen
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.02

ADAM Jules ° Antwerpen ?? 2 jaar
z. & ADAM Julienne echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen ?? zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.04

VERELST Coletta Augusta ° Ermelo-Nunspeet 22/06/1917
d. & VERELST Clotilde echt. ongehuwd
ouders woonden in Niel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.18

DE COCK Maria Isabella Josephina ° Sint-Niklaas 11/06/1871
d. Franciscus & DE LOOS Catharina echt. BLANKE Wilhelm Johan
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.19

DAELEMANS Maria Joanna ° Bornem 1/05/1849
d. Livinus & VERHEYDEN Bibiana echt. PAUWELS Petrus Joannes
woonde in Dendermonde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.21

VAN DYCK Paulina ° Ermelo-Nunspeet 4/11/1916
d. Josephus & ORENS Antonia echt. ongehuwd
ouders woonden in Zandvliet zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.27

KENNIS Jan ° Sint-Katelijne-Waver 26/09/1904
z. Lodewijk Edward & DE PRINS Petronella Karolina Serafina echt. ongehuwd
woonde in Sint-Katelijne-Waver zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.07.30

DE VOS Henricus Josephus ° Zichem 15/08/1848
z. Cornelius & JACOBS Maria Theresia echt. TUSCH Joanna
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1917.08.05

VAN SAS Francisca Antonia ° Turnhout 10/01/1859
d. Wilhelmus & DIERCKX Florentina echt. DEFORT Joannes Leonardus
woonde in Turnhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.08.05

VANAGTMAEL Marinus ° Ede (NL) 14/06/1916
z. & VANAGTMAEL Pieternella echt. ongehuwd
moeder woonde in Essen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.08.19

ANTHEUNIS Joannes Franciscus ° Burcht 12/12/1853
z. Joannes & DE VREE Angelia echt. VERMEULEN Stephania
woonde in Burcht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.08.22

VISSERS Franciscus Matheus ° Borgerhout 18/03/1857
z. Joannes Baptist & PALINCK Catharina Jacoba echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen Kunstschilder
† Ermelo-Nunspeet 1917.08.24

DE VOS Joannes Jacobus ° Borgerhout 24/11/1904
z. Petrus Josephus & VAN DER SMISSEN Catharina Maria echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.08.26

ROELANTS Hendrika Petronella ° Antwerpen 23/01/1915
d. Egidius Joseph & VAN OYSTAEYEN Joanna Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Bredastraat 85 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.08.27

DE BOECK Leopoldus Cornelius Ludovicus ° Waarloos 7/12/1894
z. Joannes Emanuel & PAUWELS Maria Joanna echt. ongehuwd
woonde in Waarloos bakker
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.10

VAN DEN BROECK Constantijn ° Heist-op-den-Berg 15/07/1911
z. Petrus & DRAECKX Maria Joanna 'Jeannette' echt. ongehuwd
woonde in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.10

DE GRUYTER Joanna Catharina ° Antwerpen 9/10/1883
d. Joannes Franciscus & DOCKX Maria Ludovica echt. DE KINDEREN Ludovicus
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.12

DIEUDONNÉ Adolpohus Philippus ° Antwerpen 5/10/1897
z. Carolus Ludovicus & MERTENS Maria Antonia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen kuiper
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.13

BLOCKXHUYSEN Catharina ° Lier 31/03/1884
d. Joannes Gummarus & HELLEMANS Anna Joanna we
d. SEUTENS Josephus
woonde in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.15

JENNES Denisius ° Utrecht (NL) 2 jaar
z. & JENNES Maria Constantia echt. ongehuwd
moeder woonde in Lint zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.18

VAN DER JEUGD Albert Prosper ° Westdorpe (NL) 29/03/1917
z. Prudent & VAN TROOST Emma Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Zelzate zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.18

SMETS Jan Frans ° Terhagen 6/01/1904
z. Frans Jozef & CLYMANS Joanna Maria echt. ongehuwd
woonde in Terhagen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.09.27

VAN WICHEN Catharina Philomena ° Rotterdam 6/02/1917
d. Nicolaas & STEFFENS Anna Gertrud echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.10.04

PLUYM Maria Gumaria Ludovica ° Ermelo-Nunspeet 14/09/1917
d. Joannes Josephus & SAUVAL Maria Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.10.05

VAN SANTVLIET Louis ° Bornem ?? 59 jaar
z. ? & ? echt. ?
woonde in Bornem ? tuinier
† Ermelo-Nunspeet 1917.10.26

BAADE Alphonse Louis ° Ermelo-Nunspeet 31/10/1917
z. Jean & BELLINX Jeanne Cécile Costance echt. ongehuwd
ouders woonden in Chênée zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.11.02

BLOMMAERTS Franciscus Joannes ° Wilrijk 4/06/1867
z. Michaël & HENDRICKX Anna Maria echt. VAN HOOF Maria Catharina
woonde in Wilrijk metser
† Ermelo-Nunspeet 1917.11.04

VERBEECK Catharina ° Antwerpen 28/11/1889
d. Leo & TYCK Joanna echt. VAN DOREN Franciscus Alphonsus
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.11.06

VANDENBERGHE Charles ° Ermelo-Nunspeet 15/07/1917
z. Ferdinandus Nicolaas & LOUBRY Joanna echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.11.10

VANDENBERGHE Prosper ° Ermelo-Nunspeet 15/07/1917
z. Ferdinandus Nicolaas & LOUBRY Joanna echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.11.12

VERWERFT Maria ° Antwerpen 9/07/1912
d. Andreas & VAN LANCKER Blandina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Volkstraat 11 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.11.16

DE PAEPE Julianus ° Grembergen 18/03/1852
z. Joseph & BOON Benedicta echt. Françoise
woonde in Mechelen arbeider
† Ermelo-Nunspeet 1917.11.29

VAN DE VELDE Paulus Maria Ludovicus ° Borgerhout 18/10/1888
z. Joannes Eduardus & DE RYCK Philomena Maria Francisca echt. ongehuwd
woonde in Borgerhout bankwerker
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.07

VAN KEMSEKE Augustinus Adrianus ° Sint-Gillis-Waas 12/10/1849
z. Jozef & JOOS Maria Theresia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen schoenmaker
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.11

VERSWEYVELT Julia ° Ede (NL) 21/07/1916
d. Carolus & WUYTS Josepha echt. ongehuwd
ouders woonden in Heist-op-den-Berg zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.11

VAN DE VELDE Maria Augusta ° Antwerpen 10/04/1913
d. Petrus & HENDRICKX Anna Cornelia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Lange Scholiersstraat 100 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.13

KEULEERS Marie ° Vilvoorde 30/10/1893
d. Jean Baptiste & GEEROMS Anne Marie Therese echt. ongehuwd
woonde in Houtem Vilvoorde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.15

ACKERMANS Maria Johanna ° Ermelo-Nunspeet 3/12/1916
d. Josephus Carolus & AUDIENS Joanna Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.17

HERTOGS Petronella Magdalena ° Antwerpen 25/02/1911
d. Adrianus & SCHOLZEN Maria Margaretha echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen, Balansstraat 131 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.19

VAN MOER Joannes Baptist ° Ermelo-Nunspeet 27/05/1917
z. & VAN MOER Mathilda echt. ongehuwd
moeder woonde in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1917.12.24

DE COENE Georges ° Ermelo-Nunspeet 22/11/1917
z. & DE COENE Valentina echt. ongehuwd
moeder woonde in Wachtebeke zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.01

BREMS Henri Amelie ° Ermelo-Nunspeet 10/09/1917
z. Petrus Camillus & THOEN Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Willebroek zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.01

VAN DE VIJVER Gentille ° Ermelo-Nunspeet 9/10/1917
z. & VAN DE VIJVER Hilda echt. ongehuwd
moeder woonde in Eksaarde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.03

VERMEULEN Stephania ° Kruibeke 15/6/1845
d. & VERMEULEN Joanna Francisca we
d. ANTHEUNIS Joannes Franciscus
woonde in Burcht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.05

RINCKHOUT Rosalia Juliette ° Temse 22/02/1881
d. Karel Lodewijk & VAN MEERVENNE Maria Josepha echt. VAN REMOORTERE Gustaaf August
woonde in Temse zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.05

VEKEMANS Franciscus Carolus Ludovicus ° Ermelo-Nunspeet 23/03/1917
z. Carolus Ludovicus & CUYLEN Maria Theresia echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.06

JENSEN Germaine ° Ermelo-Nunspeet 10/01/1916
d. Carolus & DENEUSE Joanna echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.08

AERTS NN ° Ermelo-Nunspeet 6/01/1918
k. Jan Frans & PEETERS Elisabeth Melania
ouders woonden in Duffel
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.06

VAN PUYMBROECK Cecilia ° Vrasene 30/07/1863
d. Marcelis & ANDRIES Coleta echt. ongehuwd
woonde in Kruibeke zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.11

VAN HERCK Franciscus Joannes ° Ermelo-Nunspeet 5/06/1916
z. & VAN HERCK Magdalena echt. ongehuwd
ouders woonden in Sint-Niklaas zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.19

VAN RICKSTAL Josephus ° Lier 17/01/1830
z. Cornelius Gummarus & DENS Anna Maria we
d. VAN DOREN Anna Catharina en HUYGEN Joanna Maria
woonde in Boechout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.01.29

SCIEUR Maria Josephe Ghislaine ° Gerpinnes 10/05/1874
d. Ferdinand Célestin & DARGENT Léonie we
d. BOUILLE Camille
woonde in Piéton zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.02

VAN BULCK Maria Sofia ° Ermelo-Nunspeet 8/10/1917
d. Josephus Alphonsus & CONAERTS Pelagia Maria Sophia echt. ongehuwd
ouders woonden in Boom zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.04

HEIKLAAR Anna Geertruida ° Amsterdam (NL) 30/08/1862
d. & HEIKLAAR Lammegie echt. DEFOURNEAU Charles Louis
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.08

VAN HOUTEGHEM Hortensia Rosalia ° Antwerpen ?? 16 jaar
d. Isidorus & FOUBERT Julia echt. ongehuwd
woonde in Rupelmonde zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.08

RONVAL Emmerentia ° Sint-Truiden ?? 63 jaar
d. ? & ? echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen ?? zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.11

VERCAMMEN Romania Ivonna ° Ede (NL) 16/10/1916
d. Felix Florimond & DE WEVER Maria Rosalia echt. ongehuwd
ouders woonden in Putte zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.15

DELCOURT Adolf ° Ermelo-Nunspeet 14/01/1918
z. & DELCOURT Eugenie echt. ongehuwd
moeder woonde in Ougrée zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.17

DE VOS Anna Maria ° Mechelen 16/01/1836
d. Joannes Franciscus & DE WIT Maria Anna Theresia we
d. JACOBS Pieter Jan
woonde in Mechelen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.18

BEENEN Klaske Jantiena ° Eelde (NL) 18/09/1917
d. Jan & MARTENS Gabriella Romania echt. ongehuwd
ouders woonden in Grembergen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.20

CLAEYS Leopold ° Boekhoute 9/07/1846
z. Pieter & SAEY Isabella Theresia we
d. STEYAERT Amelie echt. VAN LOO Juliana
woonde in Assenede landbouwer
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.26

SLEGERS Maria Dymphna ° Dessel 20/10/1862
d. Petrus Martinus & SMOLDERS Anna Catharina wed. HOSKENS Henricus Aloysius
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.02.26

D'HAENENS Natalia ° Adegem 2/07/1843
d. Philippus Bernardus & DE CLERCQ Joanna echt. CREADO Emilius
woonde in Hemiksem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.03.04

BLYWEERT Emma Philomena ° Sint Niklaas 12/11/1863
d. Josephus & VAN DAELE Maria Sophia wed. ROELS Petrus
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.03.08

VINGERHOETS Theresia ° Borgerhout 22/03/1899
d. Ludovicus Joannes & VAN STAPPEN Martina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.03.16

DE BRUYNE Joseph ° Ermelo-Nunspeet 16/04/1916
z. Jean Baptiste & CASTELEYN Julie Marie echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.03.19

WITHAGES Franciscus ° Antwerpen 15/08/1838
z. Judocus Josephus & DRIES Anna Catharina wed. MIJNSBERG Anthonette Maria
woonde in Antwerpen diamantbewerker
† Ermelo-Nunspeet 1918.03.28

HAEPERS Lieven Lodewijk ° Hulshout 26/12/1885
z. Ludovicus & VAN GORP Joanna echt. BRANGERS Leonia Maria
woonde in Borgerhout fabrieksarbeider
† Ermelo-Nunspeet 1918.03.29

KOEKELKOREN Guillaume ° Mechelen 17/10/1840
z. Arnould François & VAN DYCK Dymphne wed. COKELBERGH Jeanne Catherine
woonde in Mechelen stoelmaker
† Ermelo-Nunspeet 1918.04.03

JANSSENS Gustavus ° Beveren-Waas 30/10/1859
z. & JANSSENS Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Beveren-Waas dagloner
† Ermelo-Nunspeet 1918.04.05

DE ROOVER Eduardus ° Betekom 26/11/1878
z. Henricus & DEYNCKENS Anna Catharina echt. ongehuwd
woonde in Betekom landbouwer
† Ermelo-Nunspeet 1918.04.07

JACQUERIE Aimable ° Tournai 5/12/1854
z. Aimable Joseph & GUILBERT Lucie echt. MINET Adèle
woonde in Tournai dagloner
† Ermelo-Nunspeet 1918.04.10

HENDERICKX Adrianus Josephus ° Antwerpen 22/05/1858
z. Victor & SIPS Maria Catharina echt. VAN HORENBEECK Theresia Philomena
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1918.04.14

DE WEESE Pierre Clement ° Lokeren 12/09/1905
z. Emilius Augustus & VERSTUYVEN Emma Maria echt. ongehuwd
woonde in Lokeren zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.04.14

VERBRAEKEN Alfons ° Ermelo-Nunspeet 16/02/1917
z. Camiel & DE DECKER Florida Augusta echt. ongehuwd
ouders woonden in Duffel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.04.16

VERELST Petrus Josephus Ludovicus ° Nijlen 10/09/1859
z. Carolus & DILLEN Anna Elisabetha echt. CLAES Maria
woonde in Nijlen fabrieksarbeider
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.01

VAN DER MADE Paulina ° Lage Zwaluwe (NL) 10/03/1845
d. Gregorius & BLOMMERDE Maria wed. LE ROY Pierre
woonde in Brussel zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.03

LAUWERS Albertus Franciscus ° Ermelo-Nunspeet 28/04/1917
z. Cornelius & QUIRYNEN Joanna echt. ongehuwd
ouders woonden in Ekeren zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.04

THYS Joannes Baptista ° Antwerpen 29/06/1849
z. Petrus Joannes & LEYSEN Catharina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.06

VAN GELDER NN ° Ermelo-Nunspeet 12/05/1918
k. Edmond Julien & MERTENS Albertina
ouders woonden in Antwerpen
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.12

ROLLENBERG NN ° Ermelo-Nunspeet 23/05/1918
k. Petrus Franciscus & VAN DEN BERGH Constantia
ouders woonden in Boom
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.23

SUIJKERBUIJK Constantinus ° Putte (NL) 2/06/1852
z. Johannes & VAN BEECK Isabella echt. VERVAET Anna Cornelia
woonde in Seraing fabrieksarbeider
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.27

VAN GESTEL Joannes Amandus ° Turnhout 2/07/1845
z. Joannes & DIELIS Maria Catharina echt. SEGERS Anna Maria
woonde in Turnhout herbergier
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.28

DE GROOF Gabrielle Regina Octavia ° Ermelo-Nunspeet 1/02/1918
d. Joseph Edwin Eduard & BECK Virginia Regina Carolina Hugo echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.05.30

TILLEY Petrus Jan ° Sint-Gillis-bij-Dendermonde 23/01/1883
z. Jan Baptiste & WILLEMS Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Sint-Gillis-bij-Dendermonde timmerman
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.03

DE WIEST Petrus Franciscus ° Lokeren 19/07/1866
z. Franciscus & GOOSSENS Amelia Philomena echt. VAN KERSSCHAVER Maria Mathilda
woonde in Lokeren dokwerker
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.05

MARIVOET Joannes Baptista ° Mechelen 19/05/1863
z. Joannes Baptista & VAN KEERBERGHEN Joanna Catharina echt. CUYPERS Joanna Josephina
woonde in Mechelen voerman
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.19

NOOIJENS Johanna ° Roosendaal (NL) 14/03/1863
d. Sanderus & SPAAPEN Cornelia Johanna wed. VAN RIJSEWIJK Hendrikus
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.21

VERSCHUERE Albert ° Amsterdam (NL) 1 jaar
z. Josephus & NYS Maria Ludovica echt. ongehuwd
ouders woonden in Werchter zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.21

GOORIS Jean Baptiste ° Mechelen 21/08/1837
z. Petrus & GOOVAERTS Anna Catharina wed. DE NIL Maria Ludovica
woonde in Zemst landbouwer
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.26

MAERSCHALK Victor ° Uden (NL) 28/06/1916
z. Willem Frans & BEYENS Maria Clementina echt. ongehuwd
ouders woonden in Walem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.28

HOOYBERGHS Cornelia ° Ermelo-Nunspeet 4/12/1917
d. Petrus & LEPOUTER Geneveva Margaretha echt. ongehuwd
ouders woonden in Uitkerke zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.06.30

SMET Charles Albert ° Ede (NL) 17/02/1917
z. Carolus Ludovicus & GYSELINCK Anna Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Burcht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.02

GEYSELS Josephus ° Vorst (ANTW) 12/03/1854
z. Anselmus & REYNDERS Maria Theresia echt. DE WIT Maria Elisabeth
woonde in Boechout stratenmaker
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.02

WECKHUYSEN Rosa Josephina ° Ermelo 1 jaar
d. Frans ? (Ludovicus) & MAES Maria Josephina echt. ongehuwd
ouders woonden in Deurne zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.06

VAN GESTEL Elizabeth ° Ermelo-Nunspeet 12/03/1917
d. & VAN GESTEL Ida echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.10

DE WAEL Maria Johanna ° Ermelo-Nunspeet 17/07/1917
d. Franciscus & LAUWERS Anna Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.12

DE COSTER François ° Rotterdam (NL) 24/10/1917
z. Charles Louis & PELEMANS Marie Elisa echt. ongehuwd
ouders woonden in Namur zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.14

PALMKOEK NN ° Ermelo-Nunspeet 18/07/1918
k. & PALMKOEK Bertha
moeder woonde in Sint-Gillis-Waas
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.18

JACOBSEN John ° Turku (Finland) 71 jaar
z. ? & ? ?
woonde in Antwerpen zeeman
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.22

OP DE WEERDT Lisa Rosalia ° Ede (NL) 11/11/1916
d. Eduardus Ludovicus & DELMEZ Anna Catharina echt. ongehuwd
ouders woonden in Lier zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.23

DE LAET Maria Rosalia ° Sint-Katelijne-Waver 3/01/1885
d. Joannes & VERSTRAETEN Isabella Mathildis echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen dienstmeid
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.24

BOURDOUX Julien Joseph ° Ermelo-Nunspeet 1 jaar
z. François Joseph & MORDANT Marie Elisabeth echt. ongehuwd
ouders woonden in Wonck zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.07.26

FORRER (VORRER) Louisa Wilhelmina ° Gorinchem (NL) 3/04/1844
d. Jacob & WILLEMS Wilhelmina wed. HIMGENBERGS Pierre François
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.01

STROOBANTS Maria Philomena ° Veltem-Beisem 14/01/1912
d. Theodorus & ADAMS Maria Rosalia echt. ongehuwd
woonde in Veltem-Beisem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.01

HAERYNCK Arthur ° Koolkerke 23/05/1878
z. Leopold & VANLERSBERGHE Marie Louise echt. VERMAEL Elodie Amelie
woonde in Heist aan Zee schipper
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.03

VAN DAMME Archillus Maria Albertus ° Gent 6 jaar
z. Jan Julius Albrecht & SUYKENS Cecilia Catharina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.03

LAUWERS Petronella Paulina ° Borgerhout 27/07/1843
d. Franciscus & COSTERMANS Maria Theresia wed. BASTIAENS Ludovicus
woonde in Antwerpen naaister
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.04

VERHULST Clementine ° Ermelo 13/12/1915
d. Frans & POLET Maria Coletta echt. ongehuwd
ouders woonden in Baasrode zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.04

VERMEERSSEN Albert Jozef ° Ermelo-Nunspeet 11/06/1917
z. Felicianus & MINGEROET Livina Rosalia echt. ongehuwd
ouders woonden in Merksem zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.05

BRANT Maria Theresia ° Antwerpen 6/06/1871
d. Joannes Franciscus & ROETERS Anna Maria Catharina echt. LUCASSEN Bernardus Antonius
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.06

MORNARD Louise Marie ° Wandre 16/01/1887
d. & MORNARD Marie Marguerite Joseph echt. VAN DE VELDE Louis
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.07

VAN STEENACKER Jozef Camiel ° Hoboken 23/12/1913
z. Camiel & MARCELO Maria Elisabeth echt. ongehuwd
woonde in Hoboken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.08

SAGAER Henricus ° Lendelede 30/8/1851
z. Jacques Ignace & BELS Cordule wed. DEKIMPE Louise
woonde in Kortrijk reiziger
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.09

BRAMS Albert Augustinus Franciscus ° Tilburg (NL) 4/06/1917
z. Leopoldus & MEEUS Maria Apolonia echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.09

DE COCK Willem Joseph ° Ermelo-Nunspeet 9/08/1917
z. Petrus Joseph & MASOLYN Maria Sofia Celestina echt. ongehuwd
ouders woonden in Terhagen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.09

CLAESSENS Julien Joseph ° Antwerpen 4/12/1909
z. Joannes Franciscus & KEMNA Wilhelmina echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.10

VAN BULCK Alphonsus Paulus ° Antwerpen 7/01/1902
z. Joannes Ludovicus & GULDENTOPS Maria Constantia Sophia echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen timmerman
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.11

WARNOTTE Pierre Louis Lambert ° Ermelo-Nunspeet 29/02/1916
z. Philippe Joseph & CLOS Lambertine echt. ongehuwd
ouders woonden in Vivegnis zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.12

ELBERS Emma Charlotta ° Antwerpen 28/05/1876
d. Hendricus & GEBOES Sophia echt. VERVOORT Joannes Baptista
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.12

ROOKS Alfons ° Ermelo 9/12/1916
z. & ROOKS Maria echt. ongehuwd
moeder woonde in Veldwezelt zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.13

VAN GEEL Theresia Ludovica ° Borgerhout 30/10/1876
d. Leopoldus & VERDUYCKT Maria echt. RAMON Albert Louis
woonde in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.13

DE KINDER Theresia Charlotta ° Sint-Huibrechts-Lille 27/06/1912
d. Ludovicus & BRAECKMANS Louisa Maria echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.15

NEEL Elisa Gerardus ° Ermelo 9/08/1917
d. Laurentius Franciscus & VAN DEN DUNGHEN Joanna Theodora echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen, Sudermanstraat 6 zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.15

PEETERS Florentine Julienne ° Ermelo 14/07/1917
d. Jean & KELCHTERMANS Marie Colette echt. ongehuwd
ouders woonden in Liège zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.16

RAPS Victor Jurrit ° Ede (NL) 2/12/1916
z. Joannes Josephus & VAN BOVEN Mathildis echt. ongehuwd
ouders woonden in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.19

HENDRIX Maria Lucia Hubertina ° Elsloo (NL) 23/06/1847
d. Hubert & HENDRIX Maria wed. NAELAERTS Gerardus
woonde in Hoboken zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.22

BALEMANS Elisabeth Bernardina ° Ermelo-Nunspeet 5/08/1918
d. Joannes Cornelius & MATTHEEUSEN Joanna Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Kalmthout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.23

MATTHYSSENS Franciscus ° Antwerpen 27/02/1904
z. Hippolytus & MICHIELS Joanna Frederica echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.24

WELLENS Ludovicus Johannes Baptist ° Ermelo-Nunspeet 27/02/1918
z. Jan Baptist & FONDERIE Maria echt. ongehuwd
ouders woonden in Muizen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.08.25

VAN DOORN Pierre ° Ermelo-Nunspeet 3/04/1917
z. & VAN DOORN Josephine echt. ongehuwd
moeder woonde in Turnhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.02

VAN EVERBROECK Franiscus Jacobus Josephus ° Borgerhout 11/10/1845
z. Lucas Franciscus Willebrordus & REYMERS Joanna echt. COUSYNS Joanna Catharina
woonde in Borgerhout sigarenmaker
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.05

VAN HERCK Josephine ° Ermelo-Nunspeet 18/08/1918
d. & VAN HERCK Anna echt. ongehuwd
moeder woonde in Antwerpen zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.06

DELHASE Julianus ° Verviers ? 75 jaar
z. ? & ? echt. ongehuwd
woonde in Visé landbouwer
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.10

VERKERK Louisa ° Antwerpen ?? 23 jaar
d. ? & ? echt. ongehuwd
woonde in Antwerpen naaister
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.16

VAN DAELEN Alice Petrus zeg Maria ° Ermelo-Nunspeet 14/06/1918
d. & VAN DAELE Juliana echt. ongehuwd
moeder woonde in Burcht zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.16

VERCAMMEN Willemina Francina Maria ° Ermelo-Nunspeet 15/05/1917
d. Petrus Leo & VAN ONCKELEN Clementia echt. ongehuwd
ouders woonden in Rumst zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.22

ENGHER NN ° Ermelo-Nunspeet 22/09/1918
k. & ENGHER Juliana
moeder woonde in Liège
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.22

MASSY Joseph ° Ermelo-Nunspeet 15/08/1917
z. Adolphus Josephus & CANNAERTS Carolina echt. ongehuwd
ouders woonden in Borgerhout zonder
† Ermelo-Nunspeet 1918.09.26

wordt vervolgd

Geschreven door Renic om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Schriek

↑ Terug naar de berichten