Renault 4L 1980



Renault 4L 1980
Amc Pacer 1975

Amc Pacer 1975
Amerikanen moesten er maar eens aan wennen dat hun auto’s niet meer altijd de zuipende zwaargewichten moesten zijn zoals die al decennia lang in de VS werden gebouwd, zo meende de directie van de American Motors Company eind jaren zestig. Zodoende waren ze al in 1970 met de compacte AMC Gremlin gekomen, en in 1975 kwam daar de Pacer bij. Het was een merkwaardig gevormde auto, temeer omdat hij weliswaar de lengte van een Europese auto had, maar de breedte van een onvervalste Amerikaan. Ook heel apart is het feit dat het linker- en rechterportier qua lengte niet gelijk zijn. Rechts is de deur zo’n tien centimeter langer, waardoor het in- en uitstappen achterin vanaf die kant gemakkelijker moet zijn. Onder de motorkap trof je in eerste instantie twee verschillende zescilinders (van 3.901 en 4.235 cc), maar vanaf 1978 kon je ook kiezen voor een V8 met een inhoud van 4.981 cc. Een jaar na de introductie kwam er trouwens ook een stationversie van de Pacer uit, maar echt veel ruimer was die niet. In totaal bouwde AMC 280.859 Pacers, een stevig aantal voor de – voor Amerikaanse begrippen – relatief kleine autofabrikant AMC. In 1987 ging het merk niettemin ten onder. De Pacer beleeft de laatste jaren echter weer een opmars, vooral onder jongeren en dat heeft ‘ie vooral te danken aan een niet onverdienstelijke bijrol in de film ‘Wayne’s World’. Trouwens: Van Kooten en de Bie gebruikten de Pacer ook ooit voor misschien wel een van hun allerbeste filmpjes: als trekauto voor het aanhangwagentje van Jacobse en Van Es die tuinen winterklaar komen maken.
Volkswagen Beetle 1970
Citroën DS Cabrio 1956

Citroën DS Cabrio 1956
De DS werd op 6 oktober 1955 gepresenteerd op de Parijse autosalon en sloeg in als een bom. (La Bombe Citroën). De auto bevatte verschillende nieuwe eigenschappen en technieken, die tot dan toe nog niet in één auto waren gecombineerd. Op de eerste dag werden 12.000 orders voor de nieuwe auto geplaatst en aan het eind van de week was dit aantal zelfs opgelopen tot 80.000, een aantal dat de fabriek voor grote productieproblemen plaatste. Pas in de loop van 1956 kon men feitelijk beginnen met afleveren. In de tussentijd waren al heel wat bestellingen geannuleerd. Eind 1956 kwam een eenvoudigere versie op de markt: de ID. De ID/DS werd in verschillende modellen geleverd. Zowel als berline (sedan), break (stationwagen), als cabriolet.
Siata 850 Spring 1969

Siata 850 Spring 1969
De Siata Spring is een kleine 2 zits cabriolet door de firma Siata op basis van de Fiat 850 tussen 1967 en 1970 gebouwd. Deze cabriolet, als « Pop auto », volgt de mode van het einde van de jaren 60 en is dan door de stijl van de jaren 30 geïnspireerd (Britse cabriolets of Alfa Romeo). Het aantal exemplaren wordt om 3.000 geschat. Na 1970 en het einde van de activiteiten van Siata zou het model door de firma Orsa (tot 1975) en ook Seat (tot 1976 ?) worden gebouwd Elk jaar wordt een Europese ontmoeting georganiseerd
Renault R30 1971
Ford Tickford Aston Martin 1984
Datsun. 240 Z.. 1970
Chevrolet Chevelle 1970
Thunderbird Diamond Blue1966
Ford Mustang 1972
Mustang 1972
Lamborghini Countach 5000 S.. 1988
Lamborghini Countach 1988
Lamborghini Countach 1985
Lamborghini Countach LP500... 1985

Lamborghini Countach LP500... 1985
Op het autosalon van Genève in 1971 werd het eerste prototype van de Countach aan het publiek voorgesteld: de LP 500 Countach. LP staat voor Longitudinale Posteriore, de 500 verwijst naar de cilinderinhoud van 5 liter en Countach is Piëmontees dialect voor verbazingwekkend, prachtig. Het design van de wagen kwam van Marcello Gandini van Bertone en was duidelijk gebaseerd op de Alfa Romeo 33 Carabo, een conceptwagen die Gandini een paar jaar eerder had ontworpen voor Alfa Romeo. Net zoals de Carabo had de Countach deuren die omhoog open gingen en niet zijwaarts, een systeem dat typisch zou worden voor Lamborghini en nu nog gebruikt wordt in de Lamborghini Murciélago
Lamborghini Countach 1982
Mercdes Benz Atego 1529 2004
American LaFrance 2002
Range Rover 1994