Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Berichten van 25 juli 2005 tot 31 juli 2005

Bohumil Hrabal

Bohumil Hrabal

 

Twee boeken van deze schrijver. Het eerste las ik vorig jaar, in de prehistorie toen de weblog nog niet was uitgevonden. Ik schreef toen dit verslagje voor de mailgroep Lezen.

Al te luide eenzaamheid

 

Een boekje (100 blz.) uit 1980 van deze Tsjechische schrijver, geboren in 1915.

Het eenvoudige verhaal gaat over een man die al 35 jaar lang in een kelder oud papier en boeken samenperst tot balen. Behalve dat drinkt hij ook veel. Er komt een korte liefdesaffaire in voor (heel ontroerend geschreven, vind ik), en er treden nog enkele bijfiguren in op. Maar de essentie gaat over de liefde van de man voor boeken. Het verhaal is gesitueerd in de tijd van het communistische regime in Tsjechoslowakije. Tussen de regels lezen we over de onderdrukking van de intelligentia, de literatuur, de vrijheid…en hoe de man zich overeind houdt door middel van die boeken en de drank.

Er komen af en toe ook korte filosofische uitweidingen in voor en als hij dronken is durft hij al eens te fantaseren, waarbij hij bijvoorbeeld Christus en de Chinese filosoof Lao Tze met elkaar confronteert. Een fragment:

 

Maar zoals er in de trage stroom van een troebele rivier die langs fabrieken is getrokken, plotseling toch nog een blinkend visje opduikt, zo blinkt er in de stroom oud papier ook soms het ruggetje van een kostelijk boek, even wend ik dan verblind mijn blik af, maar daarna vis ik het er tussenuit, veeg het aan mijn voorschoot af, sla het open en snuffel even aan de tekst om vervolgens de eerste de beste zin waarop mijn oog valt als een homerische profetie door te lezen, en pas daarna leg ik het boek bij mijn andere fraaie vondsten in een kistje dat van binnen is bekleed met vrome bidprentjes die te zamen met gebedenboekjes per ongeluk door iemand in mijn kelder zijn gestort.

 

In die stijl is het hele boek geschreven.

Ik vond het prachtig. Het hoort  bij de topdrie van wat ik dit jaar heb gelezen

 

 

Het stadje waar de tijd stil is blijven staan

 

Deze ook weer korte roman (135 blz.) heb ik net uitgelezen. In 11 korte hoofdstukjes krijgen we de geschiedenis van enkele mensen uit een Tsjechisch stadje. De oude tijd, de oorlog, het communistische bewind. De hoofdpersonen zijn twee broers. De ene heeft een hoge functie in een brouwerij, de andere werkt er als hulpje voor het vuile werk. Het zijn twee totaal verschillende karakters, maar tegen het einde van het boek verwisselen ze van karakter. De losbol wordt sullig, en de droogstoppel vindt weer vreugde in het leven.

Het verhaal heeft die typische Oost-Europese stijl. Veel fantasie, neigend tot het absurde, en heel veel humor. Ik heb geregeld moeten lachen met de vondsten van de auteur, iets wat me zelden overkomt in een boek. Het einde is dramatisch. In een nawoord vernemen we dat de ziekte van de schrijver daar de mogelijke oorzaak van was.

 

Het vorige boek lag me beter, maar ook nu weer heb ik erg genoten van het proza van deze schrijver, van wie ik mettertijd alles hoop te lezen.

 
Het boek is uitgegeven door Bert Bakker in 1993. Het manuscript van de schrijver dateert van 1973. Het was verboden onder het toenmalige regime.

.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 19:44 Reageer op dit bericht

Gezelle

Gezelle

 

Johan van Iseghem : Guido Gezelle 1899-1999 : tien reken en een toovertik.

 

Dit boek werd uitgegeven ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van het overlijden van Guido Gezelle. Er werd toen een tentoonstelling georganiseerd in Brugge.

Het boek is erg mooi uitgegeven en geïllustreerd. De bijdragen zijn van Gezelle-specialisten, die elk een facet van deze dichter belichten. Enkele onderwerpen: de afkomst van de dichter, Gezelle en de neogotiek, Gezelle en Longfellow, enz. Een zeer mooi en interessant boek.

 

Johan van Iseghem: Guido Gezelles Vlaemsche Dichtoefeningen

 

Dit is een werk van een ander kaliber. Het is een doctoraatsthesis, die bovendien bekroond werd door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Een wetenschappelijk werk, dat ik niet grondig heb gelezen.

In dit boek gaat de auteur onder andere na hoe deze bundel van Gezelle is ontstaan en waar hij de mosterd haalde. Het zijn letterlijk dichtoefeningen, want ze bouwden voort op de toen geldende poëtica. Het belangrijkste werk in dat opzicht was J.J. Nyssen, Essai de poétique uit 1845. Het geeft aanwijzingen hoe een gedicht moet worden geschreven. Van Iseghem toont nu in zijn scriptie aan dat Gezelle die poëtica heel nauwgezet heeft gevolgd.

Ik geef ter illustratie enkele voorbeelden uit het werk van Van Iseghem. Volgens Nyssen ziet het oog liever opgaande bewegingen dan neerwaartse. In de Dichtoefeningen van Gezelle vinden we die bijvoorbeeld terug in de klimmende leeuwerik. Kronkelende bewegingen zijn mooier dan rechtlijnige. Bij Gezelle het krinkelen van het schrijverke. Het is onvoorstelbaar hoeveel voorbeelden de auteur kan aantonen. Maar wat is nu het wonderbaarlijke: hoewel Gezelle die voorschriften nauwgezet toepast, doet zijn poëzie helemaal niet kunstmatig aan. In het hiervoor besproken werk, Tien reken en een Tovertik, noemt Van Iseghem in dat verband het gedicht O ’t ruischen van het ranke riet, waarin veel van die regels zijn verwerkt, maar dat toch van een ongewone oorspronkelijkheid getuigt. Jammer dat ik het boek niet meer bij me hebt, want de beoordeling die hij over dit gedicht geeft, verdient het volledig te worden geciteerd.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 17:39 Reageer op dit bericht

Hendrik Conscience: De Leeuw van Vlaanderen

Hendrik Conscience: De Leeuw van Vlaanderen

 

Veel hoef ik hier niet over te vertellen. Conscience (1812-1883) schreef dit boek toen hij 25 was. Ik las de uitgave van Het Laatste Nieuws. De spelling is een beetje gemoderniseerd, maar de uitgave is volledig, met het voorwoord en de noten van HC.

Is dit werk nu nog leesbaar ? Met een beetje moeite wel. Het is natuurlijk een unicum in onze Vlaamse geschiedenis en daarom alleen al is het verplichte lectuur. Ik heb vroeger school gelopen op een rijksschool en daar heb ik eigenlijk nooit een Vlaamse impuls gekregen. De aandacht ging naar België, de liederen die we zongen gingen over het vaderland en niet over Vlaanderen. Ik heb dat later jammer gevonden. De Vlaamse Beweging, de ontvoogding van het Vlaamse volk, het waren blijkbaar taboe onderwerpen.

Nu, De Leeuw van Vlaanderen zal tegenwoordig niemand meer Vlaamsgezind maken. Daarvoor is het boek te overtrokken. In zijn tijd was het natuurlijk belangrijk en de slotzin zal wel bij menigeen aangeslagen hebben.

 

Gij Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg, bij de roemrijke daden welke hetzelve bevat, wat Vlaanderen eertijds was – wat het nu is – en nog meer wat het worden zal indien gij de heilige voorbeelden uwer Vaderen vergeet !

 

Enkele zaken die me hebben getroffen. Vooral de bloeddorstigheid van Jan Breydel. Ik kan er maar moeilijk een held in zien. Het toppunt vond ik wel dat hij de lijken van de gesneuvelde vijanden nog eens extra ging vertrappelen met zijn paard. Ik vraag me af waar Conscience die wreedheid heeft afgekeken. Jongeren krijgen wel eens op hun donder als ze vreselijke computerspelletjes spelen, maar dit boek moet daar niet voor onder doen.

 

Nog een gedachte die bij me opkwam tijdens het lezen: dit boek lijkt wel geschreven voor een poppenspel. De verschillende personages zijn in feite statische figuren, hun karakters zijn niet uitgediept, ze vertolken gewoon een rol.

 

Soms werkt het proza op de lachspieren, maar ja, we leven nu een maal in een andere tijd. Toch een voorbeeldje:

Die lange zoen, bij dewelke een zielsgedeelte des vaders voor de tweede maal in de boezem van het kind zonk, gaf het bloed der maagd meer vloeibaarheid en meer leven: een twijfelachtige roos kwam onder ieder harer wangen en haar ogen openden zich, tussen een zachte doch heilvolle glimlach.

 

Aansluitend las ik een artikel van Walter Gobbers: Consciences Leeuw van Vlaenderen als historische roman en nationaal epos: een genrestudie in Europees perspectief. Het staat in Vlaamse literatuur van de Negentiende Eeuw onder redactie van Ada Deprez en Walter Gobbers.

Ik citeer uit dat artikel enkele interessante weetjes.

De negentiende-eeuwse historische roman beoogde een periode uit het verleden op te roepen, ingekleed in een fictioneel verhaal en zulks volgens een subtiele, maar toch ook wisselende dosering van historische waarheid en romantische verbeelding.

Hierin was Conscience een navolger van Water Scott. Conscience heeft voor zijn roman veel opzoekwerk verricht en probeerde zo waarheidsgetrouw verslag uit te brengen.

 

Scott liet zich meer leiden door antiquarische liefde voor door vergetelheid bedreigde voorvaderlijke zeden en cultuur, terwijl Conscience gemotiveerd werd door trots op de verloren gegane grootheid van het nationale verleden, tot het herstel waarvan hij wilde bijdragen.

De Leeuw is een nationalistische roman, niet enkel ingegeven door een hartstochtelijke liefde voor eigen land, volk en cultuur, maar werkelijk bedoeld als wekroep om het nationale bewustzijn van de Vlamingen wakker te schudden en aldus de nationale emancipatiestrijd een spoorslag te geven.

Verder in dit artikel toont Gobbers aan dat het werk van Conscience niet louter een historische roman is, maar dat het ook epische trekken heeft.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door john om 16:50 1 reactie Reageer op dit bericht

André Gide: La symphonie pastorale

André Gide: La symphonie pastorale

 

Gide (1869 – 1951) schreef dit werkje in 1919.

 

Een dominee in een Zwitsers dorpje raakt ingesneeuwd en maakt van de gelegenheid gebruik om recente gebeurtenissen te boek te stellen. Op een dag wordt hij naar een afgelegen hutje weggeroepen, waar een oude vrouw op sterven ligt. Hij treft er een blind meisje van ongeveer vijftien jaar aan dat half verwilderd lijkt en nauwelijks praat. Hij beslist deze Gertrude op te vangen. Dat valt niet in goede aarde bij zijn vrouw, die reeds vijf kinderen heeft. De dominee echter meent dat God dit kind op zijn weg heeft gezet en zet door. Met veel inspanning krijgt hij haar aan het praten en leert hij haar de wereld kennen. Een eenzijdige wereld, zoals later zal blijken. Hij toont haar enkel de mooie kanten van het bestaan. En ook in zijn godsdienstonderricht, het voorlezen uit de Bijbel, mijdt hij angstvallig de brieven van Paulus, omdat die de zonde introduceren. Hij houdt het bij de evangelies, waarin hij alleen een boodschap van liefde leest. De titel van het boekje slaat op de Pastorale, de zesde symfonie van Beethoven. De dominee woont daar samen met Gertrude namelijk een uitvoering van bij.

Op een bepaald moment zijn er toenaderingspogingen van de oudste zoon van de dominee tot Gertrude. De vader ziet dat met lede ogen aan, hij zendt zijn zoon op reis en plaatst Gertrude bij een dame uit het dorp. Hij heeft nog niet door, of wil niet toegeven, dat hij zelf verliefd is op Gertrude. Op een bepaald moment erkennen ze elkaar hun gevoelens. Gertrude ondergaat een operatie die haar het zicht teruggeeft. Ze onderneemt een zelfmoordpoging omdat ze ziet dat ze de echtgenote van de dominee onrecht aandoet. Met te zien, heeft ze ook een zondebesef gekregen. In een laatste gesprek met de dominee, voordat ze sterft, zegt ze dat ze verliefd is op zijn zoon. Een huwelijk is echter niet mogelijk omdat de zoon zich (samen met haar) tot het katholicisme heeft bekeerd en hij priester wil worden. De dominee blijft geslagen achter. De laatste zin van het boek luidt: J’aurais voulu pleurer, mais je sentais mon coeur plus aride que le désert.

 

Door de inhoud zo te vertellen doe ik het boek veel te kort. Er zitten verschillende thema’s in verwerkt. De echtelijke problemen, de confrontatie van de vader met zijn zoon, de onmogelijkheid van een zuivere liefde, het conflict in het christendom tussen de aanhangers van de wet en die van de liefde.

 

Op een bepaald moment wordt in het boek van de sneeuw gezegd dat hij bovenaan lang mooi blijft, een tapijt blijft vormen, maar dat het smeltproces van onderen begint. Dit beeld slaat op de liefde van de dominee, die ondermijnd wordt door de dingen waar hij geen vat op heeft.

 

Het boek is met vuur en overtuiging geschreven. Het is soms poëtisch en ontroerend. Modern is het niet meer, omdat de zaken rechtuit worden gezegd, zonder omwegen en duidelijk. Maar dat is voor mij helemaal geen tekort. Er zijn ook veel bijbelcitaten in opgenomen, die hun plaats krijgen in het verhaal.

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 17:29 2 reacties Reageer op dit bericht

Iran

Dit gedicht ter nagedachtenis aan de jongens van 18 en 17 jaar die gisteren in Iran werden opgeknoopt omdat ze homoseksueel waren.

 

 

Billy in de ijzers

door Herman Melville

Aardig van de predikant om in de Eenzame Boeg te komen

Om hier op zijn knieën te komen bidden

Voor zo iemand als ik, Billy Budd. Maar zie:

Door de poort komt de maneschijn gedwaald !

Hij raakt de sabel van de schildwacht en zilvert deze nis.

Maar hij zal sterven bij het gloren van Billy’s laatste dag.

Een juwelen blok zullen ze morgen van mij maken,

Een hangende parel aan de ranok,

Als de oorhanger die ik Bristol Molly schonk.

O, ik ben het, niet het vonnis dat ze zullen vernietigen.

Ai, ai, alles is uit en ik moet vroeg in de morgen

Rijzen van omlaag naar omhoog.

Maar op een lege maag zal het niet gaan;

Ze zullen me wat kaak te knabbelen geven voor ik ga.

Zeker, een baksgast zal me de afscheidsmok reiken.

Maar de hemel weet niet wie me zullen oplopen,

De hoofden afgewend van de hijs en het beleggen.

Geen fluit voor die vallen – maar is ’t niet alles verbeelding ?

Een mist in mijn ogen, het is dromen wat ik doe.

Mijn vanglijn doorgekapt ? Alles los voor vertrek ?

De roffel voor de grog en Billy weet het niet ?

Maar Donald heeft beloofd bij de plank te zullen staan,

Zodat ik een vriendenhand zal drukken voor ik zink.

Maar neen ! Ik zal dan dood zijn, nu ik eraan denk.

Ik herinner me Taff de Welshman toen hij zonk

En zijn wang was als uitbottend rose in de knop.

Maar mij, mij zullen ze in mijn hangmat naaien en diep laten vallen,

Vademen, vademen diep. Wat zal ik dromen, zo vast in slaap.

Ik voel het al over me komen. Schildwacht, ben je daar ?

Maak de boeien wat losser om mijn polsen

En rol me over op de andere zijde;

Ik ben slaperig en de slijmerige wieren slingeren zich om me heen.

 

Vertaling: Johan M. Palm. Verschenen bij de Wereldbibliotheek 1950.

Billy in the Darbies

 

by Herman Melville

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 08:51 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten