Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Tim Parks: Bestemming

Tim Parks: Bestemming

 

De ikpersoon is sinds drie maanden terug uit Italië, in Engeland. Hij is getrouwd met een Italiaanse, ze hebben twee kinderen, een geadopteerde dochter en een zoon van henzelf. In de lounge van het hotel waar hij verblijft, krijgt hij een telefoontje om te melden dat zijn zoon zelfmoord heeft gepleegd. Niet zozeer de dood van zijn zoon, die in een psychiatrische inrichting verbleef, dan wel de vaststelling dat door die dood zijn relatie met zijn vrouw geen zin meer heeft, treft hem het meest.

In een lange stream of consciousness, beleven we de crisis van de hoofdpersoon. Zoals hij zelf zegt: ‘babbelde mijn brein voort tegen zichzelf’. Of op een andere plaats: ‘iedereen moet op elk moment toch minstens wat rommel in zijn kop hebben’. Zijn crisis komt tot uiting op verschillende vlakken: in het huwelijk met zijn vrouw,  in de dood van zijn zoon, in zijn beroep, zijn gezondheid (bijna het hele boek door, gelukkig maar 48 uur, is hij geconstipeerd). Al die thema’s, en nog vele andere, gebruikt de auteur door elkaar. In één alinea wipt hij geregeld, zin na zin, van het ene thema naar het andere. En toch blijft het gemakkelijk om de lijn van het verhaal te volgen. Een hele krachttoer.

 

Een ander hoofdthema in het boek is Italië. In werkelijkheid woont Parks ook in Italië en is hij met een Italiaanse getrouwd. In de roman (die hopelijk niet autobiografisch is) is dat ook het geval. Hij wil zijn baan als journalist opgeven en een boek schrijven over de Italiaanse volksaard. (In werkelijkheid heeft hij ook enkele naar het schijnt zeer vermakelijke boeken over Italië geschreven). De politiek is aanwezig in de figuur van oud-premier Andreotti, van wie de hoofdpersoon een interview wil afnemen.

 

Onze held heeft een pessimistische kijk op het leven. Schopenhauer en de oosterse filosofie zijn nooit ver weg. Een citaat: ‘Eigenschappen, zei Schopenhauer, en hij bedoelde karaktereigenschappen, vormen een continuüm: een goede eigenschap gaat over in een slechte zonder zichtbare onderbreking die de overgang van positief naar negatief aangeeft. Geduld glijdt af naar uitstelgedrag; onstuimigheid rijpt tot daadkracht; tederheid wordt verstikking.’

 

Er zit veel psychologie en filosofie in de roman, maar het ligt er nooit dik op, het wordt nooit pedant. Voorbeeld: ‘Al een aantal jaren … heeft mijn vrouw haar identiteit opgebouwd, haar meest intieme ik is gevlochten rond het kruis van ongelukkig moederschap.’ Of dit over masochisme: ‘Wanneer een patiënt die dit ziektebeeld vertoont overgaat tot masochistische zelfverminking … is het derhalve best mogelijk dat hij dit nooit bedoelt of beschouwt als een aanval op zichzelf, als een bedreiging van de normale voortzetting van zijn individuele identiteit.’ ‘Je kastijdt het vlees om de ziel te bevrijden, en weigert te erkennen dat identiteit wordt begrensd door geboorte en dood.’ Hier refereert hij aan de oosterse leer van de incarnatie.

 

Een pessimistisch boek (het deed me soms denken aan Mijnheer Vissers Hellevaart van Vestdijk), maar er is ook veel humor aanwezig. Bij een moeilijke landing met een vliegtuig stelt hij zijn vrouw gerust met de volgende woorden: ‘Maak je geen zorgen, ik heb gezien dat ze genoeg kolen hebben ingeladen’.  Of over de Italiaanse spoorwegen: ‘Ondanks al het gefluit zijn we nog steeds niet vertrokken’.

 

Enkele ‘wijsheden’: Wanneer je iets niet kunt zeggen, dan weet je dat het de waarheid is.

Het heeft geen zin met mensen te praten die niet aan zichzelf twijfelen.

 

Ik hoef niet te zeggen dat ik het een prachtig boek vond. Het is in 2001 uitgegeven bij de Arbeiderspers. De Engelse titel is Destiny.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 10:45 Reageer op dit bericht

Frank Westerman: El Negro en ik

Frank Westerman: El Negro en ik

 

Voor dit werk, dat ik een documentaire zou willen noemen,  kreeg de auteur in 2005 de Gouden Uil.

 

Het boek begint in 1983, in het Catalaanse stadje Banyoles. De auteur en zijn vriend zijn er al liftend toevallig aangekomen. In het museum in dat stadje bevindt zich El Negro, een opgezette Bosjesman uit de 19e eeuw. De auteur is gefascineerd door de figuur en zal trachten de herkomst van die man te achterhalen. Zijn zoektocht brengt hem uiteindelijk in Botswana, waar de resten van de man begraven zijn. Tegen deze opgezette Bosjesman was protest gerezen. Bepaalde mensen vonden het een uiting van racisme om een mens op te zetten en ten toon te stellen. Zoals in het boek wordt geschreven, stel je maar even voor dat je in een Afrikaans land, in een museum met opgezette dieren, plots zou geconfronteerd worden met een opgezette blanke.

De auteur vertelt niet alleen de geschiedenis van El Negro, maar we reizen met hem mee naar Jamaica en Peru.  In dat laatste land bijvoorbeeld stelt hij kritische vragen bij de ontwikkelingshulp.

 

Racisme, slavernij, kolonisatie, het zijn allemaal thema’s die in het boek worden behandeld aan de hand van de plaatsen die de auteur in een twintigtal jaren heeft bezocht.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 20:32 1 reactie Reageer op dit bericht

Carry van Bruggen (3) : Grootvader en zijn schoolkameraad

Carry van Bruggen (3): Grootvader en zijn schoolkameraad

 

 

Het is herfst en terwijl ons meisje het benauwd heeft in de klas (sommetjes maken in die somberte), klinkt er plots een liedje dat ze de voorbije zomer had gehoord en dat nu herinneringen in haar losmaakt.

 

Zoals ze het in de eerste zin van het verhaal zegt: ‘Er is een tovermacht, in mensen opgesloten’.

 

(Let er eens op hoe origineel dat gezegd is: levendig en verwachtingsvol. Een mindere stilist zou er een saaie zin van hebben gemaakt, zoiets als: In de mensen is een tovermacht opgesloten. Bij Van Bruggen is het een poëzieregel. De klemtoon ligt op de tovermacht, wat ze nog benadrukt door in deze constructie het lidwoord ‘de’ voor ‘mensen’ weg te laten. De mensen doen er niet toe, de tovermacht wel).

 

Als het zingen ophoudt, gaat het volgende om in haar hoofd: ‘ Zomer !... en toen zongen ze niet langer, het liedje was uit… en geen graslucht meer, geen lente meer, geen ruimte en licht, geen warm verlangen naar de zomertoekomst… er was de somberte en het sommetjes maken,…als had zich een deur gesloten…O neen, zo niet, niet iets dat zo dicht is en zo afsluit als een deur… want je kunt eraan blijven denken…Maar wat betekent dat eigenlijk weinig, als je enkel aan iets denken kunt… kijken lijkt het door een dichtgeweven gordijn, zó weinig als je onderscheidt, en meer is denken niet…’.

De rest van het verhaal zal ik niet vertellen. Het gaat over de grootvader en een oude schoolkameraad. Vrienden en kennissen komen de grootvader opzoeken in zijn loofhut (tijdens het Joodse Loofhuttenfeest). Ze halen herinneringen op, vertellen Joodse grappen (moeilijk te begrijpen voor mij), kibbelen en blijven ten slotte toch vrienden.

 

Carry van Bruggen schrijft van het meest fijnzinnige en fijngevoelige proza dat ik ken. Ze is een auteur die je heel traag moet lezen en herlezen. Dan zie je pas hoe verrassend elke regel is, welke rijkdom er in schuilt. Je kunt haar proza vaak echt als poëzie lezen.

 

Het laatste verhaaltje laat ik onbesproken. Geen inspiratie meer.

 

Wie wat meer over het bewogen leven van de schrijfster wil vernemen, kan terecht op het volgende adres: http://www.carryvanbruggen.tk/

Vooral de moeite waard zijn de herinneringen van Annie Salomons aan Carry van Bruggen.


 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 21:25 Reageer op dit bericht

Carry van Bruggen (2) : Hatelijke woorden

Carry van Bruggen (2): Hatelijke woorden

 

Het zomerverhaal moet het vooral van zijn verrassende opbouw hebben, want inhoudelijk is het een niemendalletje.

De hoofdpersoon staat op een keerpunt, aan een sluis die de grens vormt tussen het stadje (kale, saaie hoofdstraat, rasperig in de zon, stugge huisjes) dat ze wil verlaten, en het dorpje (donker, koel en stil, een beschutte smalle straat) waar ze naartoe wil. Pas na een tijdje beseffen we dat het om een kind gaat (ik had slimmer moeten zijn, want de vier schetsen gaan natuurlijk over het jonge meisje). Ze ontvlucht de stad waar een groot feest aan de gang is. Waarom ze weg wil, weten we nog niet. Ze heeft een plannetje beraamd en nu voert ze het uit. De fantasie is werkelijkheid geworden: En nu weet ze dan ook, en weet voor het eerst van haar leven, dat het mogelijk is. Je zo iets niet alleen voor te nemen, het in jezelf te beramen, het op te bouwen en te bekijken binnen in je, maar het ook wezenlijk uit te voeren en te doen.

Plots treedt er een alinea lang een hij op. Hij wordt niet nader genoemd, maar verderop kan men misschien afleiden dat het haar broer is.

Ze loopt het dorp in, slaat een veldweg is, vlijt zich neer en valt in slaap.

Als ze wakker wordt, begint ze bij zichzelf na te denken waarom ze is weggegaan. Hier begint haar verhaal. In het feestprogramma van het stadje stond de volgende zin:”De kinderen van de hoogste klasse der Lagere Scholen zullen op het bordes van het Raadhuis worden opgesteld”. Dat zijn de hatelijke woorden van de titel van het verhaal. Het woord ‘opgesteld’ vervult haar met walg. Het wekt bij haar hetzelfde gevoel op dat ze ervaart als ze ziet hoe een hond wordt afgeranseld ‘zie maar eens een hond ranselen en het zweet breekt je uit en de ellende kruipt op in je keel’. Een gevoel van opstandigheid tegen elk gezag, een beetje anarchistisch en feministisch. Ze praat erover met haar broer. Ze vraagt of de leerlingen van zijn school ook zullen worden ‘opgesteld’. Neen, ‘De leerlingen van de Franse School zullen gymnastische oefeningen ten beste geven’. Ze wordt ermee geplaagd en  dat doet haar besluiten om die dag te spijbelen, zich niet te laten ‘opstellen’. Het hoogtepunt voor haar is het moment waarop ze het hem kan zeggen.

 

Later op de dag passeert er een rijtuig met een jonge boer. Hij vraagt haar of ze zin heeft om mee te rijden. En zo beleeft zij haar trotse blijde intrede in het feestvierende dorpje.

 

Een dun verhaaltje, niets spectaculairs, maar toch heel gevoelig geschreven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 21:23 Reageer op dit bericht

Carry van Bruggen: Vier jaargetijden (1)

Carry van Bruggen: Vier jaargetijden (1)

 

Aan deze Nederlandse schrijfster heb ik vroeger al een bespreking gewijd. Daar vindt de belangstellende wat biografische gegevens en een foto van deze mooie vrouw.

 

De eerste schets heet Het verduisterd geluk. Hij speelt in een Joods gezin in een Nederlands stadje op het einde van de 19e eeuw. Het is vrijdagavond, het begin van de sabbat. Het meisje ziet haar vader en broers terugkomen van de sjoel (ik veronderstel de synagoge). Ze hebben een gast bij zich. Een Rus die de pogroms in Rusland is ontvlucht. Hij vertelt het verhaal van een landgenoot die in een ander gezin werd opgevangen. De man werd zijn tong uitgerukt omdat hij zijn belagers had uitgescholden en beledigd. Dit alles werkt in op de fantasie van het kind. Er is vooraf in de kranten al gewag gemaakt van die pogroms en de vluchtelingen, en zo ervaart het jonge kind het nadat haar vader het heeft voorgelezen:  En ’s avonds in bed, dan zag je het allemaal voor je gesloten ogen, die nat en koud van afgekoelde tranen waren -, je zag ze lopen, de weggejaagden, de beroofden, de verstotenen-, in die wereld, die je maakt van wat je hoort en leest en die zich opent als je ogen dichtgaan, zag je ze als kleine, donkere, kromgebogen poppetjes.

 

Hoe ervaart ze de komst van die vreemdeling ?

Neen, feestelijkheid brengt zo een gast niet mee, maar iets anders dat je niet dadelijk kunt noemen, ofschoon je weet dat er een woord voor is, een woord waarin alles tegelijk ligt besloten, dat ze nu in zich voelt. Er is een woord voor…dat om haar fladdert… en telkens dicht bij is, en weer weg is… en weer komt …en wacht eens, ze heeft het, ze heeft het beet, en het woord is, plechtig.

Het verhaal speelt zich af in de beginnende lente:

… want is er wel een heerlijker tijd om gelukkig in te zijn, dan dit eerste begin van de lente, na een winter die na maanden nog niet uit de weg wilde gaan ? Die wel elke keer beloofde te lauwen in dooi, te versmelten in regen, en dan toch tergend weer opstak in koude, felle oostervorst.

 

Het meisje voelt medelijden met wat de verjaagde Joden is overkomen. Hoe mooi de dag ook is, dat medelijden bederft de pret.

O, medelijden kan zo’n kwelling zijn, zo’n onverjaagbaar tergen, als kiespijn, of als een mug, niet erg genoeg om het uit te schreeuwen, maar net voldoende om alles te bederven.

 

Er wordt beslist om in het stadje een collecte te houden voor die vluchtelingen. Dat vervult haar met vreugde. Die actie is nodig om het medelijden te verjagen, om daarna weer volop en vrij te mogen ademen in het geluk en onbelemmerd enkel aan de Lente te kunnen denken.

 

Haar medelijden strekt zich zelfs uit tot levenloze voorwerpen, een vlieger, een oude stoel in het water. Maar ook tot een rat, die hier symbool staat voor de dolende Joodse verschoppeling.

Of een rat… een rat is niet dood als een vlieger of een stoel, maar je houdt toch niet van ratten, je griezelt ervan, je bent er bang voor, en kunt er dan toch zo’n medelij mee hebben… een rat in een bijt…in de avond… rusteloos zwemt hij de kanten langs, en klimt weer op het ijs en duikt opnieuw in dezelfde of een andere bijt en schijnt maar niet te weten waar hij het zoeken moet…

 

Carry van Bruggen blikt in dit verhaal terug op haar kinderjaren . Ze laat in dit korte verhaal zien hoe de psyche van een kind gevormd wordt door de omstandigheden thuis (het Joodse gezin en zijn gebruiken) en de externe omstandigheden (de pogroms in Rusland). Ze laat ook zien hoe belangrijk de fantasie van een kind is voor de totstandkoming van een geweten.

Er is het ontzag voor de ouders, vooral voor de vader. Vader en Moeder worden met hoofdletter geschreven. De deugden die in die gemeenschap leven zijn gastvrijheid, bezorgdheid om de medemens, medelijden. Dit alles in een arm gezin, maar hoe rijk aan inhoud, en waar voldoening en geluk heersen.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 20:29 Reageer op dit bericht

Henk van Woerden: Ultramarijn

Henk van Woerden: Ultramarijn

 

De laatste roman van de in 2005 overleden auteur die voor dit boek postuum De Gouden Uil 2006 kreeg.

 

De roman speelt in drie perioden waarin de belangrijkste personages terugkomen. De locatie is de oostkust van de Middellandse Zee, ik vermoed Turkije. In het eerste deel Azuur 1955 – 1958 maken we kennis met Joakim, de hoofdpersoon. Een jongen van een jaar of 15 die op scoutskamp vertrekt en daar verkracht wordt. Thuis had hij een verhouding met zijn halfzus Aysel. Tijdens zijn afwezigheid heeft Aysel een verhouding met Charis, een jonge Griek, die later  zal worden doodgeknuppeld. Als Joakim thuiskomt, is Aysel er niet meer. Ze was zwanger en naar Europa vertrokken. Joakim is een luitspeler geworden.

In het tweede deel, 1971 -1977, heeft Aysel in Frankfurt een snackbar geopend. Ze leeft er samen met een man en heeft intussen een dochter Özlem, van wie Joakim, haar halfbroer, de vader is. Deze is daar echter niet van op de hoogte. Özlem komt in Nederland terecht, waar ze kennis maakt met een hermafrodiet en in het leven belandt.

In deel drie, 1989 – 2000, keert Özlem terug naar haar moederland. Ook hier werkt ze als prostitué en krijgt Joakim, haar vader, als klant. Ze beginnen een verhouding. Özlem krijgt door dat Joakim haar vader is, maar ze laat hem in het ongewisse.

 

Seksualiteit is prominent aanwezig in deze roman. Incest, homoseksualiteit, prostitutie, een hermafrodiet… Het motto vooraan in het boek is van de Griekse dichter Kavafis. Deze kwam ook voor in de romancyclus The Alexandria Quartet van Lawrence Durrell. Hij wordt daar de dichter van de stad genoemd. Ik herinner me dat in het eerste deel van dat kwartet, in de roman Justine, over Alexandrië wordt gezegd dat het een stad is waar de bewoners gewond zijn in hun seksualiteit. In de roman van Van Woerden is dat niet anders. Maar ondanks alles blijven de personages overeind. Het is alsof ze de seksualiteit als een fatum beleven, ze ondergaan haar, maar blijven toch zichzelf. Ondanks de vele ‘ongewone seks’ blijft het boek sereen. Het is een ode aan de veelzijdigheid van de liefde. Daardoor lijkt het wat vergezochte thema van de dubbele incest ook niet zo extreem.

 

Een ander thema in het boek is de Arabische cultuur, vooral dan de traditionele muziek. Joakim is in de leer gegaan bij een oude blinde luitspeler en ontvangt na zijn leertijd een instrument van de oude man. De manier waarop Van Woerden over die muziek schrijft zet direct aan om met die muziek kennis te maken. De passage waarin hij de luit van de oude man in ontvangst mag nemen is heel ontroerend. De luitspeler vindt zonder moeite zijn weg tussen het meubilair en de curiositeiten in de verduisterde kamer. Hij geeft hem een koffer in handen zonder een woord te zeggen. In het donker voelt hij de oude man broos worden in zijn armen.

 

Zijn eerste bezoek aan het huis van de oude man en zijn familie is ook heel mooi beschreven. Hij weet niet wat hij moet terugzeggen, hij kent de code niet. Zo is het dus: mensen die in een villa wonen, leven met een villa in het hoofd. Het huis schrijft gedrag voor. Er is een bepaalde omgangsvorm, een soort beschaafdheid die het tot woning maakt.

 

In de loop van het verhaal en naarmate de tijd verstrijkt, zien we hoe de oorspronkelijkheid van het land verloren gaat. Op politiek gebied zijn er problemen, we merken hoe moeilijk Aysel het in Duitsland heeft om zich aan te passen en geneigd is fundamentalistisch te worden. Het commerciële toerisme vernietigt het landschap enz. De ondertoon van het boek is duidelijk nostalgisch.

 

Van Woerden schrijft een prachtige heldere taal. Het boek is terecht bekroond, hoewel ik de boeken van de andere kanshebbers niet heb gelezen.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 19:46 Reageer op dit bericht

Henry James: The Turn of the Screw

Henry James: The Turn of the Screw (In de greep)

 

1843 – 1916

 

Een psychologisch ‘spookverhaal’. Een jonge gouvernante heeft opdracht gekregen om op een landgoed twee weeskinderen op te voeden. Ze moet zich uit de slag trekken en mag haar opdrachtgever niet lastigvallen met eventuele problemen.

Na een tijdje beeldt ze zich in dat de twee jonge kinderen onder de invloed staan van twee overleden personen: een knecht en de gouvernante die haar vooraf is gegaan. Die twee zouden een verhouding hebben gehad, er zou wat gebeurd zijn tussen de knecht en het jongetje enz. De gouvernante heeft verschillende doelstellingen: ze wil verhinderen dat de geesten contact zouden krijgen met de kinderen en ze wil de demonen uit de kinderen verjagen (als die er al aanwezig zijn). Ze zal in haar pogingen mislukken, want het jongetje zal het leven laten.

 

Het hele verhaal draait erom of die geesten echt zijn, of dat het de verbeelding van de gouvernante is die op hol is geslagen. Zijn de kinderen boosaardig, of zijn het gewone heel brave kinderen ? Alles blijft dubbelzinnig, er wordt niets uitgesproken of uitgeklaard.

 

Er is over dit verhaal veel geschreven. Heel verschillende psychologische verklaringen werden aangevoerd. Maar ik weet eigenlijk niet of het verhaal op zich al die moeite waard is. Mij is het wat tegengevallen.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 18:56 Reageer op dit bericht

Almeida Faria: De veroveraar

Almeida Faria: De veroveraar

 

Werk uit 1990 van een Portugese auteur die in 1943 geboren is.

 

Op de omslag staat Dom Sebastião afgebeeld. Hij was een Portugese koning, geboren in 1554 en in 1578 gestorven. Hij had het in zijn hoofd gehaald om de Moren in Marokko te verslaan, maar zijn leger werd de woestijn in gelokt en volkomen vernietigd. Er waren maar enkele Portugese overlevenden en het lijk van de koning werd nooit teruggevonden. Zo ontstond de mythe dat hij ontsnapt was en zijn toevlucht had gezocht op een eiland vanwaar hij ooit naar Portugal zou terugkeren, toen om de Spanjaarden te verdrijven, later als een soort messias.

 

De roman van Faria gaat niet over de historische figuur. Zijn held is een 20e eeuwse jongeman die gelijkenis vertoont met Dom Sebastião, wiens ouders dezelfde naam dragen als die van de koning enz. Hij is ook een veroveraar, maar dan van vrouwen. In deze korte roman (100 blz.) lezen we hoe en welke vrouwen hij allemaal verleidt (twee van zijn slachtoffers heten Julieta en Justina, verwijzingen naar twee werken van de markies de Sade).

 

De roman is een satire. Op het sebastianisme (het geloof dat Dom Sebastião als mesias zal terugkeren), op het bijgeloof in de Portugese samenleving, op de nationalistische gevoelens enz.

 

Bij verschijnen verwekte het boek dan ook een schandaal. De trots van het Portugese volk en zijn geschiedenis werd belachelijk gemaakt.

 

Voor een buitenstaander of buitenlander betekent de roman niet zoveel. Hij is vooral geschreven voor binnenlands gebruik.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:42 1 reactie Reageer op dit bericht

Ian Mc Ewan: Zaterdag

Ian Mc Ewan: Zaterdag

 

Echt een roman van deze tijd. De locatie is Londen en de hoofdpersonen vormen een welstellend en gelukkig middenklassegezin. De man, Henry Perowne, is neurochirurg. En dat zullen we geweten hebben. We krijgen uitvoerige details over hersenoperaties en hersenziektes. Uit het nawoord blijkt dat de auteur zich uitvoerig heeft gedocumenteerd. De beschrijvingen zijn geen vorm van pedanterie, zelfs voor een leek zijn ze interessant. Zijn echtgenote is advocate, de zoon een beginnend bluesmuzikant (en ook over de bluesmuziek geeft McEwan gedetailleerde informatie: neurochirurgen en bluesliefhebbers zullen het boek dus zeker moeten lezen). De dochter is studente en dichter en zal vandaag, zaterdag 15 februari 2003, na zes maanden uit Parijs terugkeren naar huis.

 

Het is de vrije zaterdag van Henry. In de vroege ochtend ziet hij door zijn raam hoe een vliegtuig met brandende motor boven Londen vliegt. Daarmee snijdt hij het thema van het terrorisme aan. Hij gaat een partijtje squashen met een collega uit het ziekenhuis. Ook hier weer een gedetailleerde weergave van een wedstrijd die uitdraait op geruzie. In Londen is er een grote betoging aan de gang tegen de voorgenomen oorlog tegen Irak. Daarover zal hij met zijn dochter redetwisten. Onderweg heeft hij een licht ongeval met zijn auto, en dat zal later in de roman erge gevolgen hebben. Terug thuis bereidt hij een maaltijd (het recept is terug te vinden op het volgende adres: http://www.ianmcewan.com/bib/articles/fishstew.html).

De familieleden komen thuis en als laatste zijn vrouw. Zij is echter in het gezelschap van twee mannen, twee van de drie met wie Henry vroeger op de dag een aanrijding had. Zij gijzelen en terroriseren het gezin. Voor de leider loopt het slecht af.

 

Alles is heel herkenbaar voor de hedendaagse lezer. De internationale politiek, het geweld, gezin en werk als veilige thuishaven, de confrontatie ouders en kinderen. Poëzie speelt een belangrijke rol in het verhaal. Er staan ontroerende passages in, o.a. die waarin de moeder van Henry een staaltje geeft van haar zwemkunst voor de klas van de jongen. En er is zoveel meer.

 

Het is een boek dat iedereen zeker moet lezen. Van de moderne romans is het de beste die ik dit jaar al las. Tot slot enkele citaten

 

Wie een utopie nastreeft duldt uiteindelijk elke uitwas, elk meedogenloos middel om haar te verwezenlijken. Als vaststaat dat uiteindelijk iedereen voorgoed gelukkig wordt, wat kan het dan voor misdaad zijn om nu een paar miljoen mensen af te slachten ?

 

Maar als het huidige bestel op dat moment wordt weggevaagd, zal de toekomst op ons terugkijken als goden, zeker in deze stad, gelukkige goden gezegend met rijke voorziene supermarkten, stromen toegankelijke informatie, warme kleren die niets wegen, lange levensverwachtingen, wonderapparaten.

 

Niet het rationalisme zal de godsdienstfanaten overwinnen, maar het alledaagse winkelen en alles wat dat met zich meebrengt – werk om maar iets te noemen, en vrede, en een zekere inzet voor uitvoerbare genoegens, de belofte van gestilde trek in deze wereld, niet in de volgende. Liever winkelen dan bidden.

 

Romans en films, rusteloos en modern, jagen ons voor- of achteruit door de tijd, door dagen, jaren of zelfs generaties. Maar de dichtkunst verricht haar waarneming en beoordeling door te balanceren op de speldenknop van het moment.

 

Bij de thuiskomst van zijn dochter is hij ontroerd:

Het moment dat hij volschiet komt en gaat in één enkele golf die meteen weer weg is. Hij is nog maar in de leer voor oude gek, is pas een beginneling.

 

Het koninkrijk van Christus op aarde, het arbeidersparadijs, de islamitische heilsstaat. Maar alleen in de muziek, en alleen bij zeldzame gelegenheden, gaat het geheim van deze gemeenschapsdroom ook echt omhoog, en tergend wordt deze tevoorschijn getoverd voordat hij met de laatste noten weer vervaagt.

 

 

De roman is uitgegeven door de Harmonie/Manteau.

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Faulkner (2) Sanctuary (Of hoe ik een boek koop)

Faulkner (2) Sanctuary (Of hoe ik een boek koop)

 

Geen bespreking, want ik heb het boek nog niet gelezen. En omdat het vakantie is, zal ik er losjes over schrijven hoe het in mijn bezit gekomen is.

 

Ik bezoek geregeld kringloopwinkels op zoek naar interessante boekenkoopjes. Vorige week was ik naar een winkel in E. gefietst, 14 km van waar ik woon. De oogst:

-       Marius Flothuis: Denken over muziek

-       Helma Wolf-Catz: De vrijheid roept de diepste slapers

-       Van Deyssel: Een liefde

-       Glucksmann: De meesterdenkers (kritische studie over Hegel, Marx, Nietzsche)

-       Henry James: In de greep (The turn of the screw)

 

Totale prijs: 2,75 euro.

 

Ik had ook het boek van Faulkner in de hand, maar ik was ervan overtuigd dat ik het al bezat.  Thuisgekomen in de kasten en de dozen op zolder gekeken. Ik had me vergist. Sanctuary had ik niet, wel The Unvanquished. Een Amerikaanse Signet pocket, die je alleen al zou kopen voor de afbeelding op de omslag. Bovenaan staat in vette letters: Violence Rebellion Heroism, en daaronder By the author of Sanctuary.

 

Enkele dagen later ben ik dan samen met mijn dochter opnieuw naar de winkel gefietst. Heen en terug: 28 km. Er aangekomen was de winkel gesloten: 11 juli, Vlaamse feestdag. Van de fietstocht hadden we echter geen spijt. Een stuk ervan liep langs een breed kanaal, aan de ene kant en een goederenspoor aan de andere kant. We passeerden twee enorme windmolens, we zagen hoe enorme stalen platen uit een binnenschip werden gelost, we moesten stoppen voor een grijper die modderig grind over onze hoofden dreigde te storten. Kortom: de Vlaamse industrie in actie. Het riep warme herinneringen op aan mijn jeugd in Antwerpen waar ik een tijdje in het havengebied heb gewerkt en waar ik als jonge knaap, fel tegen mijn zin, over de middag boterhammen naar mijn vader moest brengen, die op zijn vrije dagen in de dokken vis probeerde te vangen.

 

Terug naar het boek. Sanctuary heet het in het Engels, een heilige plaats die bescherming biedt. Het exemplaar dat ik kocht was in het Nederlands en de titel luidde: Het gangstermeisje Temple Drake. Op de omslag: een foto van een vamp met half ontblote borst.

Temple Drake: het is ook de naam van het vrouwelijke hoofdpersonage in Requiem for a nun. Dat is bij Faulkner wel meer het geval. Zo komt ook de familie Satoris in verschillende van zijn romans voor.

 

O ja, bij die gelegenheid kocht ik voor 20 cent nog een boekje van Bart Moyaert, Mansoor. Klein formaat, een veertigtal bladzijden. Het gaat over jonge kinderen. Een jongen en een meisje die een ander meisje pesten en haar dwingen om een giftige plant, mansoor, op te eten. Ik las het boekje uit in de trein, op weg naar enkele boekenwinkeltjes in Brussel, waar ik onder andere een geannoteerde uitgave van de gedichten van Shakespeare kocht en The Reivers van Faulkner….

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 09:07 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten