Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

William Faulkner: Requiem for a nun (1)

William Faulkner: Requiem for a nun (1)

 

Een zeer eigenaardig boek. Het is opgevat als een toneelstuk in drie bedrijven. Niet alle delen echter zijn in dialoogvorm. Het eerste bedrijf bijvoorbeeld The Courthouse begint met een lange inleiding in proza. Ze gaat over het ontstaan van het gerechtsgebouw in de pionierstijd en ze leidt de eerste scène in die zich 100 jaar later afspeelt in datzelfde gebouw. Daar wordt Nancy Mannigoe, een zwarte kinderoppas (en gewezen drugsverslaafde hoer) veroordeeld om te worden opgehangen wegens moord op de blanke baby van Temple Drake, die haar uit de goot had gehaald en bij wie ze in dienst is. In de volgende bedrijven lezen we hoe de moord er is gekomen. De aanleiding was het gedrag van Temple Drake, die van plan was eruit te trekken met een minnaar en het kind in de steek te laten. Voor Nancy kon dat niet (misschien projecteerde ze haar eigen verleden in het kind) en daarom vermoordde ze de baby. Temple Drake heeft wroeging en samen met de advocaat van Nancy zal ze nog proberen de terechtstelling te voorkomen door een bezoek aan de gouverneur van de staat.

Alle scènes worden dus voorafgegaan door een stuk proza. Het tweede gaat over de stad Jackson, waar het gouverneurshuis zich bevindt, en het laatste over de gevangenis waar Nancy opgesloten is.

In die prozagedeelten wordt telkens de geschiedenis van de plaats en het gebouw beschreven, met allerlei anekdotes. Die prozastukken zijn aartsmoeilijk. Met het woordenboek bij de hand, bleef er nog heel wat onduidelijk (een uitdaging voor de anglofielen in de groep !). Faulkner schrijft vaak ellenlange zinnen, plots onderbroken door lange uitweidingen tussen haakjes, hij stapelt de adjectieven op, gebruikt slang uit de zuiden van de VS enz.

 

De auteur raakt in het boek allerlei thema’s aan. Hij werkt ze niet uit, maar zegt er genoeg over om de lezer zelf een oordeel te laten vellen: over de gebiedsroof van de indianen, de slavernij, de doodstraf, de rechteloosheid in de pionierstijd enz.

 

Ik was van plan het boek in het Nederlands te herlezen, maar voor zover ik het kon nagaan is het niet vertaald in het Nederlands, wat ik nauwelijks kan geloven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 08:41 1 reactie Reageer op dit bericht

Iain Pears: Het portret

Iain Pears: Het portret

 

Een kunstschilder heeft zich teruggetrokken op een eilandje voor de Bretoense kust. Hij heeft een kunstcriticus naar zich toe gelokt om zijn portret te schilderen.

De roman is één lange monoloog van de kunstenaar. Hij spreekt hem uit terwijl hij in verschillende sessies het portret schildert. De criticus wordt volledig ontluisterd. Hij is gedeeltelijk verantwoordelijk voor de mislukte carrière van de kunstenaar en daarnaast heeft hij nog veel meer op zijn kerfstok. Wat kan ik niet verklappen want het boek wordt geacht een thriller te zijn. Welnu, het thrillergehalte komt pas tot uiting op de laatste twintig bladzijden van het boek. Wat daarvoor komt is ook interessant, tenminste voor lezers die van schilderkunst houden. Er wordt nogal afgerekend met de kunstkritiek die bepaalt wie een kans op de markt krijgt.

 

Op de achterflap staat dat deze auteur ‘de beste historische thriller ooit’ zou hebben geschreven. De titel daarvan is Het goud van de waarheid. Heeft iemand die soms gelezen ?

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

John Cowper Powys: Wolf Solent

John Cowper Powys: Wolf Solent

 

De auteur leefde van 1872 tot 1963. Hij studeerde in Cambridge en doceerde literatuur in Oxford, Cambrigde en de Verenigde Staten. Wolf Solent schreef hij tijdens zijn verblijf in Amerika en de roman getuigt onder andere van zijn heimwee naar zijn geboortestreek, Wales. Niet alleen de landschappen, maar ook de magie, de bevolking. Powys is nooit een populaire schrijver geweest. Zijn werk heeft een religieuze en filosofische inslag en hij is nogal zwaar op de hand. Wolf Solent is zijn eerste roman. Hij schreef hem in 1929, op de leeftijd van 57 jaar.

 

Vestdijk heeft over de schrijver een essay geschreven, Een geval van religieus materialisme, maar dat gaat vooral over een andere omvangrijke roman, namelijk A Glastonbury Romance.  Ik citeer er toch even uit, omdat het fragment ook toepasselijk is op Wolf Solent. Onder religieus materialisme bij Powys verstaat Vestdijk het volgende: ‘mystieke of semi-mystieke aandoeningen, opgewekt door onbezielde en vaak volslagen onbeduidende voorwerpen, zoals stokken, stenen, enz.’ ‘De materie leidt hier rechtstreeks tot religieuze ontroering, zonder de omweg over de geest, of het ‘hogere’. Mystiek is een kortsluiting tussen het laagste en het hoogste.

 

Wolf Solent is een 35-jarige vrijgezel. Hij keert vanuit Londen terug naar zijn geboortestreek, waar hij zal meewerken aan een boek, een soort schandaalkroniek, over personen die vroeger in de streek hebben gewoond. Hij komt er terecht in een wereld vol spanningen, geruchten en schandalen uit het verleden. Zijn overleden vader had er 2 minnaressen en een onecht kind, een boekhandelaar (van overwegend pornografisch werk) had een incestueuze verhouding met zijn dochter en bij haar een kind verwekt, er is een alcoholische priester enz.

Wolf leert dat verleden kennen. Het vormt de aanleiding voor een confrontatie met het lijk van zijn vader (de geest uit Hamlet, de doodgraver) en met zijn nog levende moeder van wie hij moeilijk los kan komen. Hij is een man die op zoek is naar een eigen identiteit. Maar zijn karakter is zo zwak en hij wordt zo beheerst door irreële en onbewuste krachten dat hij geen lijn in zijn leven krijgt. Hij huwt bijvoorbeeld met een meisje (dat hij louter sensueel bemint en met wie hij ook in conflict zal komen) maar is verliefd op een andere vrouw die hij echter alleen platonisch liefheeft.

Powys was een bewonderaar van Dostojewski en ook bij hem komen vaak gekwelde zielen voor. Om een idee van zijn stijl te geven, laat ik een fragment volgen.

 

Hij boog zijn hoofd over zijn knieën en keek hoe en kevertje een neerbuigend grassprietje beklom. ‘Voor het heelal,’ dacht hij, ‘maakt het niets uit of ik Gerda voor Christie verlaat of dat die kever de top van de stengel bereikt! Gerda…? Christie…? Wat zijn dat ? Twee skeletten bedekt met vlees. De een rijk en soepel bedekt … de ander schaars en schraal ! Het zijn er twee … dat is alles… slechts twee !’

 

Het is geen gemakkelijk boek en het leest zeker niet vlot weg. Bovendien telt het 745 bladzijden. Dat ik als liefhebber van dunne boeken het uitgelezen heb en tot het einde geboeid bleef, wil toch iets zeggen.

 

Het boek is in 1984 uitgegeven bij De Arbeiderspers. Ik heb even nagekeken in de catalogus van de Gentse bibliotheek of er nog ander werk van hem vertaald was in het Nederlands, maar dat is niet het geval. Wel zijn er nog enkele Engelse werken en ook wat vertalingen in het Frans beschikbaar.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door john om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Gogol: De revisor

Gogol: De revisor

 

Een blijspel uit 1836.

Een stadje in Rusland. Op een dag wordt het gerucht verspreid dat er een revisor, een hoge inspecteur, op komst is.  De notabelen, de burgemeester op kop, raken in paniek. Ieder van hen heeft wel iets op zijn kerfstok of wat te verbergen. De gewaande revisor is echter een losbol die de rol van revisor graag op zich neemt en op die manier de ingezetenen honderden roebel weet afhandig te maken.

 

In een kort voorwoord schrijft Karel van het Reve dat we geen diepere betekenis in het stuk moeten zoeken. Geen sociale mistoestanden, geen uitgediepte karakters, geen typisch portret van een Russisch stadje uit die periode. Het is niet meer dan een klucht. Misschien klinkt het stuk in het Russisch anders en zitten er meer spitsvondigheden in. In de Nederlandse vertaling is het toch maar gewoontjes. Ik werd er niet koud of warm van. Maar ja, een toneelstuk moet je op de planken zien en niet uit een boekje lezen.

 

Ik herinner me in mijn jeugd in Antwerpen nog een opeeraversie van het werk te hebben gezien. De componist was Werner Egk.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door john om 21:06 Reageer op dit bericht

Saint-Exupéry: Terre des hommes 1939

Saint-Exupéry: Terre des hommes 1939

 

Deze Franse schrijver-piloot leefde van 1900 tot 1944. Hij werd door de Duitsers boven de Middellandse Zee neergeschoten.

 

Hij volgde een opleiding tot piloot, waarna hij in Zuid-Amerika nachtpostvluchten verzorgde. In 1934 trad hij in dienst van Air France en in 1939 werd hij gemobiliseerd. Na de overgave van Frankrijk sloot hij zich aan bij het verzet in Noord-Afrika.

 

La terre nous en apprend plus long sur nous que tous les livres. Parce qu’elle nous résiste. L’homme se découvre quand il se mesure avec l’obstacle.

 

Het hele boek is in feite de uitwerking van deze openingszinnen. Liefde voor de aarde en vooral voor haar bewoners, strijden om er iets van te maken. Piloot in die dagen was geen lachertje. Je moest avontuurlijk aangelegd zijn. A bord des avions découverts, par mauvais temps, on s’inclinait hors du pare-brise, pour mieux voir, et les gifles de vent sifflaient longtemps dans les oreilles.

Kameraadschap en solidariteit waren in die omstandigheden van levensbelang.

Een groot gedeelte van het verhaal gaat over vluchten boven de Sahara. Op een bepaald moment moeten de auteur en zijn copiloot een noodlanding maken in de woestijn. Ze worden maar op het nippertje gered. Hier en ook in andere passages blijkt ook de grote belangstelling van de auteur voor de woestijnbewoners. In latere werken zal hij het er nog vaak over hebben.

Hij denkt ook na over de relatie mens en techniek. De techniek vervreemdt ons aanvankelijk van onszelf, maar we moeten hem leren te assimileren:

Chaque progrès nous a chassés un peu plus loin hors d’habitudes que nous avions à peine acquises, et nous sommes véritablement des émigrants qui n’ont pas fondé encore leur patrie … La vérité, pour l’un, fut de bätir, elle est, pour l’autre, d’habiter.

 

In deze tijd, waarin veel wordt gezeurd over een gebrek aan respect, over de zinloosheid van het bestaan, over de teloorgang van waarden, kan het misschien nuttig zijn dergelijke boeken van onder het stof te halen. Ze brengen een boodschap en pleiten voor engagement.

 

Het citaat dat hier onlangs ter sprake kwam, had niet zozeer betrekking op de liefde tussen man en vrouw, dan wel op de kameraadschap. Oordeel zelf maar:

 

Liés à nos frères par un but commun et qui se situe hors de nous, alors seulement nous respirons et l’expérience nous montre qu’aimer ce n’est point nous regarder l’un l’autre, mais regarder ensemble dans la même direction.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Kenzaburo Oë: Voetballen in 1860 (1)

Kenzaburo Oë: Voetballen in 1860 (1)

 

Hoofdstuk I: Onder de hoede van een dode

 

Ik begin met de bespreking van het eerste hoofdstuk, want als ik wacht tot het boek uit is, zal ik te veel interessante passages vergeten zijn. Of ik de volgende hoofdstukken ook afzonderlijk zal bespreken, weet ik nog niet. Het zal niet alleen afhangen van hun inhoud, maar ook, spijtig genoeg, van de concentratie waarmee ik ze zal kunnen lezen. Er volgen tenslotte nog 400 bladzijden.

 

Japanse romans zijn dikwijls heel vreemd voor ons. Dat is ook nu weer het geval. De ikpersoon Mitsu ontwaakt en voelt zich ellendig. Hij verlaat zijn woning en met een zieke hond in zijn armen daalt hij af in een kuil die werklieden de vorige dag hebben gegraven. Er staan enkele centimeters water in de kuil, maar: Terwijl ik met mijn achterwerk op de grond ging zitten, voelde ik dat het water door mijn pyjama en mijn onderbroek heen mijn achterste nat maakte, wat ik lijdzaam aanvaardde als iets waartegen ik me absoluut niet hoorde te verzetten.  We treffen hier het thema aan van de onderdanigheid, het masochisme, dat verder nog ter sprake komt.

Op het einde van het hoofdstuk wordt hij in de kuil ontdekt door een melkbezorger. Het was een jonge melkbezorger, die een apart soort werkpak aanhad, dat op een reddingsvest leek met in ieder luchtkussentje een melkfles.

In de kuil laat hij zijn gedachten gaan over zijn vriend die zich de afgelopen zomer had opgehangen, met over zijn gezicht oranjerode verf, spiernaakt, en met een komkommer in zijn aars.

Die vriend was krankzinnig geworden.

Een gelegenheid voor de auteur om over de dood te schrijven. En met zijn drieën hielden wij de nachtwake bij de dode, wiens ontelbare cellen met hun karakteristieke eigenschappen kalm maar snel en zonder onderbreking tot ontbinding overgingen. Als een dam hield de uitgedroogde huid de zoetzure cellen tegen, die in een glibberig gesmolten, onherkenbare substantie waren veranderd.

 

Een volgend thema in de roman is het achterlijke kind van de hoofdpersoon. En daarmee samenhangend het alcoholisme van zijn vrouw. Oë zelf had ook een gehandicapt kind en het is dan ook opvallend in dit werk, hoe zakelijk, op het eerste gezicht gespeend van enig gevoel, hij erover schrijft.

 

Het is allemaal hard en wrang. De seksualiteit in het boek is allesbehalve idyllisch. Ze gaat over perversiteit (de vriend is masochist) en van de jongere broer van Mitsu vernemen we wat over de geslachtsziekte die hij heeft opgedaan.

 

De personages worden gedreven door duistere krachten uit het onbewuste. Zij hebben het dagelijks leven niet onder controle. Krankzinnigheid ligt overal op de loer.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Mozart als 'dichter'

Terugbladerend in het boek waaruit ik het gedicht van Herder haalde, trof ik tot mijn verwondering een gedicht van Mozart aan. Geen grote poëzie, maar wel een leuke vondst.

Kleiner Rat

An seine Schwester Nannerl

Du wirst im Ehstand viel erfahren,
Was dir ein halbes Rätsel war;
Bald wirst du aus Erfahrung wissen,
Wie Eva einst hat handeln müssen,
Daß sie hernach den Kain gebar.

Doch, Schwester, diese Ehstandspflichten
Wirst du von Herzen gern verrichten,
Denn glaube mir, sie sind nicht schwer.
Doch jede Sache hat zwo Seiten:
Der Ehstand bringt zwar viele Freuden
Allein auch Kummer bringt er.

Drum, wenn dein Mann dir finstre Mienen,
Die du nicht glaubest zu verdienen,
In seiner übeln Laune macht,
So denke, das ist Männergrille,
Und sag: Herr, es gescheh dein Wille
Bei Tag, und meiner in der Nacht.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 21:19 Reageer op dit bericht

Safranski: Friedrich Schiller

Safranski: Friedrich Schiller of de uitvinding van het Duitse idealisme

 

Geen bespreking van dit boek, want ik heb nog maar enkele hoofdstukken gelezen. De auteur heeft al verschillende biografieën op zijn actief: over Heidegger, Schopenhauer en Nietzsche. Het boeiendste aan die werken is altijd de situering van die figuren. Safranski schetst altijd de tijdgeest, behandelt andere belangrijke personen uit die tijd, enz. De verleiding is dan altijd groot om ook over die mindere goden iets op te zoeken, en zo doet men vaak leuke ontdekkingen. Neem nu het volgende gedicht van Herder (1744 – 1803):

 

Die rechte Hand

 

Ein edler Neger, seinem Lande frech

entraubet, blieb auch in der Sklaverei

ein Köningssohn, tat edel seinen Dienst

und ward der Mitgefangenen Trost und Rat.

 

Einst als sein Herr, der weiße Teufel, wütend

im Zorn der Sklaven einen schnellen Tod

aussprach, trat Fetu bittend vor ihn hin

und zeigte seine Unschuld. „Widersprichst

du mir ? Du selbst, du sollst sein Henker sein!“

 

„Sogleich!“ antwortet Fetu. „Nur noch einen,

noch einen Augenblick !“ Er flog hinweg

und kam zurück, in seiner linken Hand

die abgehauene Rechte haltend, die

den Henkersdienst vollführen sollte. Tief

gebückt legt’ er sie vor den Herrn: „Fordre,

Gebieter, von mir, was du willst, nur nichts

Unwürdiges!“

Er starb an seiner Wunde,

und seine Hand ward auf sein grab gepflanzt.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

José Donoso: Deze plaats is overal

José Donoso: Deze plaats is overal

 

Destijds heeft Marquez met Duizend jaar eenzaamheid het startsein gegeven voor de bloei van de Zuid-Amerikaanse literatuur hier in het Westen. Plots bleek dat op dat continent boeiende literatuur werd geschreven. Donoso is een van de schrijvers die toen bekendheid kregen. Hij is een Chileense auteur die leefde van 1925 tot 1996. Het bekendste werk van hem in ons Nederlandse taalgebied is De obscene nachtvogel.

 

Het werk dat ik nu las, heet in het Spaans El lugar sin límites en het dateert van 1967.

De eerste bladzijden vielen wat tegen. Ze bevatten ingrediënten die ik al zo vaak in de Latijns-Amerikaanse literatuur had aangetroffen: een godvergeten dorpje en een bordeel.  Er worden personages opgevoerd, maar het is moeilijk om ze thuis te brengen. Na enkele hoofdstukken worden de lijnen echter duidelijk. En ze blijken nogal verrassend te zijn. Het boek opent met de figuur van La Manuela die wakker wordt en met moeite haar oogleden van elkaar krijgt. Ze ligt in bed met la Japonesita. La Manuela is de hoerenmadam. Maar het is geen madam, zij is een man, een nicht, een flikker. Het meisje naast haar/hem is zijn dochter. Verder in het verhaal lezen we hoe alles in zijn werk is gegaan. De figuur van La Manuela is fantastisch beschreven. De dubbelzinnigheid, de mannen die zich tegen hun zin tot haar aangetrokken voelen en die haar vernederen. Het is allemaal heel hard.

Naast La Manuela spelen er nog twee mannen een hoofdrol in het verhaal. Een plaatselijke rijkaard, die het hele dorp in zijn macht heeft, en een ruwe vrachtrijder, van wie La Manuela een heilige schrik heeft.

 

Het is een krachtige (korte) roman. Heel gebald geschreven. Het motto vooraan in het boek komt uit Doctor Faustus van Marlowe en het gaat over de hel. De hel is het dorpje waar het verhaal zich afspeelt. De mensen hebben er geen toekomst en geven zich over aan drank en genot. Er valt nog weinig menselijkheid te bespeuren.  

 

Het boek is in 1974 verschenen bij de Arbeiderspers.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 21:52 Reageer op dit bericht

W.G.Sebald: De natuurlijke historie van de verwoesting

W.G.Sebald: De natuurlijke historie van de verwoesting

 

Een essay dat aansluit bij het boek Der Untergang van Nossack. Sebald vraagt zich af hoe het komt dat Duitse schrijvers zo weinig hebben geschreven over de bombardementen van de geallieerden op de Duitse steden. Nossack is eigenlijk de enige die kort na de gebeurtenissen zijn verslag heeft geschreven. De verwoesting was zo onvoorstelbaar dat de Duitsers het niet wilden zien. Zo schreef Stig Dagerman, die in 1946 in de buurt van Hamburg een treinreis van een kwartier doorheen het verwoeste landschap maakte, dat geen enkele passagier naar buiten keek. Hij was de enige en daaraan kon je merken dat hij een buitenlander was.

 

Op het eind van zijn essay laat Sebald wel verstaan dat die aanvallen ergens te verklaren zijn. Zo had Göring het plan opgevat om heel Londen door middel van brandbommen plat te branden. Verder waren de eerste aanvallen in de luchtoorlog uitgevoerd door de Duitsers, namelijk op Guernica, Warschau, Belgrado, Rotterdam. Ik citeer de laatste paragraaf uit dit werkje, die duidelijk voor zich spreekt:

 

En als wij denken aan de vuurnachten van Keulen en Hamburg en Dresden, dan zouden we ons ook meoten herinneren dat al in augustus 1942, toen de voorhoedes van het zesde leger de Wolga hadden bereikt en velen ervan droomden zich na de oorlog te vestigen in de kersentuinen van een landgoed aan de stille Don, dat toen de stad Stalingrad, die op dat moment uitpuilde van de vluchtelingen net zoals later Dresden, door twaalfhonderd bommenwerpers werd beschoten, en dat daar tijdens die aanval, die de Duitse troepen aan de overkant van de rivier in verrukking bracht, 40.000 mensen het leven lieten.

 

Het boekje werd in 2004 gepubliceerd bij de Bezige Bij.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 21:15 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten