John Cowper Powys: Wolf Solent


John Cowper Powys: Wolf Solent
De auteur leefde van 1872 tot 1963. Hij studeerde in Cambridge en doceerde literatuur in Oxford, Cambrigde en de Verenigde Staten. Wolf Solent schreef hij tijdens zijn verblijf in Amerika en de roman getuigt onder andere van zijn heimwee naar zijn geboortestreek, Wales. Niet alleen de landschappen, maar ook de magie, de bevolking. Powys is nooit een populaire schrijver geweest. Zijn werk heeft een religieuze en filosofische inslag en hij is nogal zwaar op de hand. Wolf Solent is zijn eerste roman. Hij schreef hem in 1929, op de leeftijd van 57 jaar.
Vestdijk heeft over de schrijver een essay geschreven, Een geval van religieus materialisme, maar dat gaat vooral over een andere omvangrijke roman, namelijk A Glastonbury Romance. Ik citeer er toch even uit, omdat het fragment ook toepasselijk is op Wolf Solent. Onder religieus materialisme bij Powys verstaat Vestdijk het volgende: ‘mystieke of semi-mystieke aandoeningen, opgewekt door onbezielde en vaak volslagen onbeduidende voorwerpen, zoals stokken, stenen, enz.’ ‘De materie leidt hier rechtstreeks tot religieuze ontroering, zonder de omweg over de geest, of het ‘hogere’. Mystiek is een kortsluiting tussen het laagste en het hoogste.
Wolf Solent is een 35-jarige vrijgezel. Hij keert vanuit Londen terug naar zijn geboortestreek, waar hij zal meewerken aan een boek, een soort schandaalkroniek, over personen die vroeger in de streek hebben gewoond. Hij komt er terecht in een wereld vol spanningen, geruchten en schandalen uit het verleden. Zijn overleden vader had er 2 minnaressen en een onecht kind, een boekhandelaar (van overwegend pornografisch werk) had een incestueuze verhouding met zijn dochter en bij haar een kind verwekt, er is een alcoholische priester enz.
Wolf leert dat verleden kennen. Het vormt de aanleiding voor een confrontatie met het lijk van zijn vader (de geest uit Hamlet, de doodgraver) en met zijn nog levende moeder van wie hij moeilijk los kan komen. Hij is een man die op zoek is naar een eigen identiteit. Maar zijn karakter is zo zwak en hij wordt zo beheerst door irreële en onbewuste krachten dat hij geen lijn in zijn leven krijgt. Hij huwt bijvoorbeeld met een meisje (dat hij louter sensueel bemint en met wie hij ook in conflict zal komen) maar is verliefd op een andere vrouw die hij echter alleen platonisch liefheeft.
Powys was een bewonderaar van Dostojewski en ook bij hem komen vaak gekwelde zielen voor. Om een idee van zijn stijl te geven, laat ik een fragment volgen.
Hij boog zijn hoofd over zijn knieën en keek hoe en kevertje een neerbuigend grassprietje beklom. ‘Voor het heelal,’ dacht hij, ‘maakt het niets uit of ik Gerda voor Christie verlaat of dat die kever de top van de stengel bereikt! Gerda…? Christie…? Wat zijn dat ? Twee skeletten bedekt met vlees. De een rijk en soepel bedekt … de ander schaars en schraal ! Het zijn er twee … dat is alles… slechts twee !’
Het is geen gemakkelijk boek en het leest zeker niet vlot weg. Bovendien telt het 745 bladzijden. Dat ik als liefhebber van dunne boeken het uitgelezen heb en tot het einde geboeid bleef, wil toch iets zeggen.
Het boek is in 1984 uitgegeven bij De Arbeiderspers. Ik heb even nagekeken in de catalogus van de Gentse bibliotheek of er nog ander werk van hem vertaald was in het Nederlands, maar dat is niet het geval. Wel zijn er nog enkele Engelse werken en ook wat vertalingen in het Frans beschikbaar.














2 reacties op dit bericht
Wolf Solent niet de eerste van Powys
Voor een volledige bibliografie zie:
http://www.powys-lannion.net/JB_mirror/pbib.htm
John Cowper Powys: vertaald
Toch wel: "De Kunst van het Oud Worden" (vertaald door N. Perk-Perk), een hoogst eigenzinnig en merkwaardig boekje waarin Powys in zijn kenmerkende stijl de geneugten van de ouderdom bezingt - bij momenten op dusdanig enthousiaste wijze dat de jongere lezer vol ongeduld uitroept: "O, was ik maar al oud en gelukkig!"
enkele opmerkelijke fragmenten:
"Verreweg het grootste deel van het verschil tussen een gelukkige en een ongelukkige ouderdom hangt af van de macht om zich aan het Onbezielde aan te passen.
Hoe ouder we worden, des te eenzamer we worden; en dit betekent een vermeerdering van geluk voor hen, die houden van eenzaamheid en een evenredige vermindering voor hen, die haar verfoeien. De reden waarom zovele oude mensen - zelfs machtige oude mensen als Homerus' Nestor - geneigd zijn om zo praatziek te worden, is dat zij een hardnekkige afkeer ondervinden van de eenzaamheid, die zij dichter om zich heen zien samentrekken. Hun praatziekte is als het fluiten van een kind, als de weg van school naar huis donker begint te worden. Niets in de wereld is eenzamer dan het Onbezielde, en tussen een oude man, die zich verheugt in de zon en een blok graniet, dat zich verheugt in de zon bestaat een onuitsprekelijke wederkerigheid."
"O, aan welk een ellende ontsnappen wij, aan welk een ergernissen, aan welk een teleurstellingen, aan welk een bitterheid, aan welk een pessimisme, aan welk een tragische vernedering, door te leven in onze directe gewaarwordingen, in plaats van met anderen te wedijveren of te rekenen op de liefde, bewondering, achting van anderen, of op onze positie in de maatschappij en onze prestaties in de grote wereld!
Het is inderdaad door het aankweken van deze ene bijzondere soort van gewaarwording, dat is door het meer en meer toegankelijk worden voor de elementen, meer en meer bewust worden van de elementen, meer en meer in staat worden om zich te verheugen in de elementen, dat wij het vertrouwen, de moed, de verzekering verkrijgen om zonder schaamte onszelf te zijn, zijn wij in staat - vooral op onze oude dag - om volmaakte vreugde te beleven."