Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Sterren (2)

Sterren (2)
Cervantes : Don Quijote (hoofdstuk 43)
 
Marinero soy de amor,
y en su piélago profundo
navego sin esperanza
de llegar a puerto alguno.
 
Siguiendo voy a una estrella
que desde lejos descubro,
más bella y resplandeciente
que cuantas vio Palinuro.
 
Yo no sé adónde me guía,
y así, navego confuso,
el alma a mirarla atenta,
cuidadosa y con descuido.
 
Recatos impertinentes,
honestidad contra el uso,
son nubes que me la encubren
cuando más verla procuro.
 
¡Oh clara y luciente estrella,
en cuya lumbre me apuro!;
al punto que te me encubras,
será de mi muerte el punto.
 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Stereen (1)

Sterren (1)

 

 

Natura Mystica

 

            Edward B. Koster

 

Als de Arische Nomade, onvergezeld,

Bij ’t rusten zijner kudden, blank-gevacht,

Bewond’rend de oogen opsloeg naar de pracht

Des hemels met zijn sterren ongeteld,

En zwijgend staarde naar de lichte helt’

Dier stille dwalers door den staat’gen nacht,

En aan zijn eigen rustloos dolen dacht

Door ’t onafzienbaar Aziatisch veld; -

 

Dan zocht zijn vorschend oog met vromen moed

Langs al die metelooze, lichte paân

Den grooten herder van den sterrenstoet.

 

Doch zwijgend nijgt de raadselvolle schaar

Met rustig schrijden langs de hemelbaan,

En onbevredigd staat en staart hij daar.

 

 

Een vergeten auteur die leefde van 1861 tot 1937.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Zola: Le ventre de Paris

Zola: Le ventre de Paris

 

Het derde deel uit de twintigdelige reeks van de Rougon-Macquart. Centraal in deze roman staan Les Halles in Parijs. De overdekte markt waar destijds de handelaars hun waren kwamen aanbieden. We krijgen dan ook ellenlange beschrijvingen van alle soorten vis, vlees, groenten, kaas enz. Het verhaal komt eigenlijk pas op gang in de laatste honderd bladzijden van de vijfhonderd. Maar het was Zola dan ook te doen om een natuurgetrouwe beschrijving van die markt en de buurt er omheen.

 

Het verhaal zelf draait rond Florent. Een jongeman die wetens zijn politieke activiteiten verbannen was en nu terugkeert naar Parijs. Hij wordt er opgenomen in het gezin van zijn broer. Hij krijgt een baan als inspecteur van de ‘marée’, de aangevoerde vis. Er ontstaat onder de dames verkoopsters jaloezie en afgunst. Het leven wordt hem zuur gemaakt en de dames zullen hem uiteindelijk aangeven bij de politie. Hij was namelijk  nog altijd revolutionair en bereidde op amateuristische wijze een opstand voor. In zijn groep zaten echter ook een aantal verraders en profiteurs waardoor het hele opzet op een fiasco uitdraait.

 

Florent is het enige personage in de roman met goede eigenschappen. Maar hij is geweldig naïef, op het onnozele af. De andere figuren worden negatief getekend. Tot de kinderen toe. Achterklap, afgunst, nijd zijn de kernwoorden van dit werk.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:54 Reageer op dit bericht

Lara Cardella: Ik wilde een broek

Lara Cardella: Ik wilde een broek

 

Een novelle uit 1989, geschreven door een meisje dat toen negentien jaar was. Het boekje was destijds een succes en het verwekte heel wat schandaal. Het is het verhaal van een meisje dat in een achterlijk dorpje op Sicilië probeert volwassen te worden. Haar ouders houden er echter erg verstarde opvattingen op na en bovendien wordt ze geregeld afgetuigd door haar ouders. Verder wordt ze ook nog eens misbruikt door een oom. Kortom, een boekje vol ellende. Hopelijk is heet werk niet gebaseerd op werkelijke feiten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:53 Reageer op dit bericht

Clément Janequin

Clément Janequin (1485 – 1558)

 

Op een oude plaat met liederen van deze Franse componist vond ik dit mooie kwatrijn:

 

Quand contremont verras retourner Loyre,

Et ses poyssons en l’air prendre pasture,

Les corbeaux blancz laissantz noyre vesture,

Alors de toy n’auray plus de mémoire.

 

Als je de Loire bergop ziet stromen en de vissen in de lucht ziet weiden en als de kraaien hun zwarte tooi voor een witte hebben geruild, dan pas zul je uit mijn herinnering zijn verdwenen.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Nathaniel Hawthorne

Nathaniel Hawthorne

 

1804 - 1864

 

The Birthmark

 

Dit verhaal cirkelt onder andere rond de vraag of volmaaktheid in de natuur en de mens wel kan en hoeft: Aylmer (Ailment betekent ziekte) is een geleerde, een soort alchemist die leeft voor de wetenschap. Maar op een dag “he made an experience of a spiritual affinity more attractive than any chemical one”. Hij wordt namelijk verliefd en huwt de heel mooie Georgiana. Maar kort na het huwelijk vraagt hij zijn vrouw: “Georgiana, has it never occurred to you that the mark upon your cheek might be removed ?”

Als lezer besef je dan dat dit verkeerd zal aflopen. De vlek, twee vingertoppen dik, heeft de vorm van een handje dat vooral zichtbaar wordt als Georgiana een bleke gelaatskleur krijgt. Maar bij een “triumphant rush of blood” verdwijnt de vlek volledig.

Voor Aylmer is die geboortevlek een smet. Ze symboliseert voor hem zonde, smart, aftakeling en dood. Daarom wil hij haar verwijderen. Hij slaagt er ook in, maar Georgiana sterft bij het experiment.

 

Hawthorne stelt in dit verhaal de overmoed van de mens en de wetenschap in vraag. “nature permits us, indeed, to mar (bederven), but seldom to mend (verbeteren), and on no account to make”

Volmaaktheid is niet des mensen.

 

Rappaccini’s daughter

 

Giovanni Guasconti komt uit het zuiden van Italië om aan de universiteit van Padua te studeren.   Hij huurt een kamer met uitzicht op een prachtige tuin met vreemde bloemen en planten. De tuin wordt onderhouden door Rappaccini en zijn dochter.  Eerstgenoemde raakt de planten echter niet aan en draagt zelfs een masker om de geur van de bloemen niet te moeten opsnuiven. Zijn dochter, Beatrice, doet dat wel. Giovanni wordt verliefd op de dochter en ze ontmoeten elkaar geregeld in de tuin. Op een bepaald moment gooit Giovanni een ruiker bloemen in de tuin voor Beatrice. Maar nog voordat zij de tuin met de bloemen heeft verlaten, beginnen deze al te verwelken. Na een tijdje merkt Giovanni dat hij met zijn adem ook bloemen kan laten verwelken en dat hij zelfs een spin kan doden. De tuin staat namelijk vol giftige planten. Dat is het werk van Rappaccini, de incarnatie van het kwaad. Hij wil van zijn dochter een wezen maken dat anderen kan doden, maar dat zelf immuun blijft voor het gif. Hij begrijpt dan ook niet waarom zijn dochter een antidotum heeft ingenomen waaraan ze zal sterven. “Why dost thou deem it misery to be as terrible as you are beautiful ? Wouldst thou, then, have preferred the condition of a weak woman, exposed to all evil and capable of none?”

 

Ook in dit verhaal treffen we een man aan die meester over de natuur en de mensen wil worden. “He would sacrifice human life, his own among the rest, or whatever else was dearet to him, for the sake of adding so much as a grain of mustard seed to the greet heap of his accumulated knowledge.”

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 21:21 Reageer op dit bericht

Call me Ishmael

Call me Ishmael

 

Dit is de openingszin van Moby-Dick, het meesterwerk van Herman Melville. Ismael betekent: God hoort. De naam komt uit de bijbel, meer bepaald uit Genesis 16:

 

1 Abrams vrouw Sarai baarde hem geen kinderen. Nu had zij een Egyptische slavin, Hagar. 2 ‘Luister,’ zei Sarai tegen Abram, ‘de HEER houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.’ Abram stemde met haar voorstel in 3 en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän. 4 Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger. Toen Hagar merkte dat ze zwanger was, verloor ze elk respect voor haar meesteres. 5 Sarai zei tegen Abram: ‘Voor het onrecht dat mij wordt aangedaan ben jij verantwoordelijk! Ik heb je mijn slavin ter beschikking gesteld, en nu ze weet dat ze zwanger is toont ze geen enkel respect meer voor mij. Laat de HEER maar beoordelen wie er in zijn recht staat: ik of jij.’ 6 Abram antwoordde: ‘Het is jouw slavin, doe met haar wat je goeddunkt.’ Toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte.

7 Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. 8 ‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. 9 ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’ 10 En hij vervolgde: ‘Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn. 11 Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. Die moet je Ismaël noemen, want de HEER heeft gehoord hoe zwaar je het te verduren had. 12 Een wilde ezel van een mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven.’ 13 Toen riep zij de HEER, die tot haar had gesproken, zo aan: ‘U bent een God van het zien. Want,’ zei ze, ‘heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?’ 14 Daaraan dankt de bron die daar is zijn naam, Lachai-Roï;

15 Hagar bracht een zoon ter wereld, en Abram noemde de zoon die zij hem gebaard had Ismaël. 16 Abram was zesentachtig jaar toen Hagar hem Ismaël baarde.

 

 

Het kan dus zijn dat Melville de naam daar heeft gekozen, maar in een recente biografie van hem door Andrew Delbanco wordt nog een andere uitleg gegeven. In de New York Times van 3 februari 2001 schreef ene Clyde Haberman het volgende:

 

Herman Melville die geboren was in Pearl Street in Lower Manhattan had als jongeman een belangrijke ervaring. Een winkelier uit de buurt had hem bij vergissing te veel aangerekend. Toen deze Joodse winkelier zijn vergissing ontdekte, verontschuldigde hij zich en zei “Call me a schlemiel”.

Melville vond het een leuke zin. Maar hij kende geen Jiddisch en gebruikte de zin dus eigenlijk verkeerd toen hij hem jaren later gebruikte als de openingszin van Moby-Dick.

 

Ik weet niet of het correct is, maar het is in ieder geval een leuke anekdote. Een schlemiel is een pechvogel.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 22:41 Reageer op dit bericht

Herbert Marcuse

Herbert Marcuse (1898 – 1979)

 

Deze in Berlijn geboren filosoof is in bredere kring vooral bekend geworden tijdens de studentenopstanden in Amerika en Frankrijk. In de jaren dertig is hij geëmigreerd naar Amerika waar hij steeds is blijven wonen. Hij is zijn hele leven marxist gebleven.

Op 5 januari 1971 had de Beierse Omroep een televisiedocumentaire uitgezonden die ging over Revolutie of Hervorming en waarin naast Marcuse ook Popper werd geïnterviewd. Marcuse als de revolutionair, Popper als de reformist. De interviews werden ook in een boekje uitgegeven, in het Nederlands bij het Wereldvenster in Baarn. Uit dat boekje wil ik nu enkele fragmenten uit het interview met Marcuse citeren.

 

Vooraf misschien dit. Waarom wil iemand zich vandaag nog marxist noemen of het marxisme nog een kans geven ? Omdat het marxisme op zich rechtvaardiger is dan het kapitalisme. Centraal in het marxisme staat de arbeid, of beter de werkende mens. Die zorgt voor de rijkdom van de maatschappij en eigenlijk zou bij hem de macht moeten berusten en vanuit die basis de maatschappij moeten worden bestuurd. In het kapitalisme staat de winst centraal. Dit is misschien een efficiënt middel, maar het is onethisch. In een kapitalistisch systeem zijn er kapitalisten die (de arbeid van anderen) uitbuiten en werkmensen die worden uitgebuit.

 

Maar nu naar Marcuse. Hij ziet in het kapitalisme nog altijd (1970) grote interne tegenspraken. Aan de ene kant is er een enorme maatschappelijke rijkdom, die een leven zonder armoede en vervreemde arbeid mogelijk zou maken, maar aan de andere kant wordt deze enorme rijkdom op een repressieve en destructieve manier gebruikt en verdeeld (bijvoorbeeld voor oorlogen, de productie van nutteloze zaken, enz.). Toch is het kapitalisme erin geslaagd de arbeidersklassen grotendeels te integreren in het systeem. Het levenspeil van de bevolking is aanzienlijk verhoogd en nog weinig mensen zullen die verworvenheden willen opgeven voor een ‘utopisch’ socialisme. Maar waarvoor werken we zo hard ? Om welke zaken te kunnen kopen ? Het systeem heeft ons zo ver gekregen dat we al die nepbehoeften als echte behoeften zijn gaan beschouwen. Er is een enorme verspilling van rijkdom aan nutteloze dingen.

Ter verdediging van het kapitalisme wordt ook aangevoerd dat het de democratie in stand houdt en pluralisme waarborgt. Dit is in vergelijking met andere regimes wel zo, maar ook onze democratie is gemanipuleerd. De democratie wordt verdeeld tussen heersende partijen die in hun doelstellingen en politiek eigenlijk allemaal eensgezind zijn (in de zin dat ze het kapitalistische systeem als iets vanzelfsprekends aanvaarden).

Op de vraag van de interviewer hoe het alternatieve model van de maatschappij eruit moet zien, antwoordt Marcuse: Wat de jongeren tegenwoordig willen is een maatschappij zonder oorlog, zonder uitbuiting, zonder onderdrukking, zonder armoede en zonder verspilling. De ontwikkelde maatschappij heeft tegenwoordig de beschikking over alle technische, wetenschappelijke en natuurlijke middelen die nodig zijn om zo’n maatschappij te construeren. Maar wat die bevrijding tegenhoudt zijn het bestaande systeem en zijn belangen.

 

Vraag: waaruit kan de revolutie tegenwoordig nog ontstaan ? Vermoedelijk niet meer uit de verpaupering.

Antwoord: In landen waar nog armoede heerst, zal die een beslissende rol spelen. In de hoogontwikkelde maatschappijen eerder uit de heersende ontmenselijking, de afkeer van de verkwisting en de overvloed van de consumptiemaatschappij. De mensen zullen een werkelijk menswaardig bestaan ontdekken en willen opbouwen.

Interviewer: Revolutie uit afkeer, is dat niet onmarxistisch ?

Marcuse: Neen. De afkeer is immers slechts de uitdrukking van de tegenspraak tussen de ontzaglijke maatschappelijke rijkdom en het destructieve gebruik dat ervan wordt gemaakt.

 

Interviewer: gaat u met uw geëmancipeerde maatschappij niet uit van een mens die altijd goed en solidair handelt ?

Marcuse: neen, ik ga uit van een mens die voor het eerst in de geschiedenis goed kan handelen. (ik veronderstel dat hij hier bedoelt dat alleen in een socialistische maatschappij de voorwaarden (geen uitbuiting) vervuld zijn om goed en vrij te kunnen handelen.  

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 22:00 Reageer op dit bericht

De krant van vandaag

De krant van vandaag

 

Op geregelde tijdstippen horen we ‘moedige’ bekende Vlamingen, meestal uit artistieke of zakenkringen, verkondigen dat ze niet langer in Vlaanderen willen publiceren, respectievelijk investeren, of dat ze zelfs het land zullen verlaten, mocht het Vlaams Belang ooit aan de macht deelnemen. Alleszins nobele intenties, maar de heren en dames moeten hun voornemen niet langer uitstellen. Niet dat het Vlaams Belang al aan de macht is, maar ook zonder dat is het erg gesteld met Vlaanderen. Neem nu de Vraag van de Dag in de Standaard van 6 april. De vraag luidt: De socialistische vakbond wil illegale werknemers gratis laten aansluiten. Vindt u het goed dat illegale werknemers gratis hulpverlening kunnen krijgen ? Welnu, bijna 75 % van de respondenten antwoordt op die vraag neen. Het is niet alleen ongelooflijk dat men bepaalde medemensen in de kou wil laten staan, erger nog is het dat de geesten hier al zo bewerkt, ja zo geïndoctrineerd zijn, dat alleen al het woord illegaal een afweerreactie oproept. Een mens is in veler ogen niet meer in de eerste plaats een mens, maar een vijand die een bedreiging vormt voor onze welvaart.

 

Op pagina 4 in dezelfde krant staat dat een ex-werknemer van BASF naar de correctionele rechtbank is doorverwezen wegens het uitdelen van pamfletten aan de fabriekspoort. Hij wordt beticht van belaging, laster en eerroof. Op de website van de partij PVDA (ik ben zelf geen lid of sympathisant) kunt u een artikel van de man in kwestie over de toestand bij BASF lezen. Dit is nog maar eens een bewijs hoe de werknemers in het defensief zijn gedrongen, hoe de werkgevers (de kapitalisten, laten we ze maar bij hun naam noemen) en het hele systeem (politiek en gerecht) alle middelen aanwenden om elke vorm van kritiek op het kapitalistische systeem in de kiem te smoren.

 

Nog in de krant, op pagina twee van het cultuurkatern, een stukje over de spelling. Vanaf 1 september wordt het nieuwe Groene Boekje van kracht, maar een groot aantal Nederlandse kranten en tijdschriften zullen de zogenaamde witte spelling toepassen. Een inspecteur van het secundair onderwijs in Vlaanderen vindt het jammer, maar zegt dat die dubbele spelling niet tot problemen zal leiden. Verderop zegt hij dat het niet zo belangrijk is welke spelling je toepast, zolang ze in één boek maar consequent wordt gebruikt. Die man vertelt onzin! Hij kiest waarschijnlijk eieren voor zijn geld. In Vlaanderen wordt het nieuwe Groene Boekje de norm, dus kan hij als ambtenaar maar beter gehoorzamen.

Wat er moet gebeuren is dat de bevoegde ministers die nieuwe spelling bij hoogdringendheid tegenhouden. De Taalunie moet haar werk overdoen en dit keer met meer overleg en door haar oor te luister te leggen bij de gebruikers.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:54 Reageer op dit bericht

Edgar Allan Poe: Hop-Frog

Edgar Allan Poe: Hop-Frog

 

De Poe-mania van de laatste dagen heb ik te danken aan een vriend die me opmerkzaam maakte op de laatste cd van Lou Reed, The Raven, die geïnspireerd is op het werk van Poe en waar prachtige nummers op staan. Voor mij was het in ieder geval een revelatie.

 

Hop-Frog komt er ook in voor, maar ik heb die vertelling vooral herlezen wegens de ets die Ensor ervan maakte. Het is niet een echt griezelverhaal en hoewel het verhaal nogal wreed eindigt, is het in de eerste plaats toch humoristisch. Bij het lezen van de eerste zinnen dacht ik direct aan een mij welbekend land en zijn koning: I never knew any one so keenly alive to a joke as the king was. He seemed to live only for joking.    

Niet alleen de koning was een grappenmaker, ook zijn zeven ministers waren dat, ze moesten het wel zijn. En zoals het elke koning betaamt, had hij ook zijn nar. Hop-Frog had zijn naam gekregen van de ministers wegens zijn intersectional gait – something between a leap and a wriggle- a movement that afforded illimitable amusement. Hop-Frog had een vriendinnetje aan het hof, een dwerg zoals hij. Destijds waren ze sent as presents to the king by one of his ever-victorious generals. Op een dag wil de koning een leuk feest geven en hij vraagt ook aan Hop-Frog of hij een idee heeft. Hop-Frog wordt bij die gelegenheid getergd. Hij lust geen wijn, maar moet er toch drinken van de koning. Als zijn vriendinnetje voor hem tussenbeide komt, gooit de koning de wijn in haar gezicht. Hop-Frog zal hiervoor wraak nemen. Zijn idee voor het feest is dat de koning en zijn zeven ministers zich verkleden in orang-oetangs en zich aan elkaar ketenen. Ze worden ingesmeerd met pek waarop vlas wordt aangebracht. Op de feestavond laat Hop-Frog de apen de kamer binnenstormen tot grote angst van de gasten. Hij leidt hen naar het midden van de zaal, waar hij ze in een cirkel opstelt en de ketting in een kruis legt in de cirkel. Daarna laat hij de haak naar beneden komen waar de luchter aan hing. De haak wordt in het midden van de ketting vastgehaakt en het gezelschap wordt omhoog getakeld. Hop-Frog springt met een toorts op het hoofd van de koning en klimt een eindje op de ketting. Hij zegt de gasten dat hij wel eens wil zien wie de orang-oetangs zijn. Hij brengt zijn toorts tot tegen hun apenpakken en die schieten in brand. Hop-Frog ontsnapt via het dak en samen met zijn vriendinnetje verdwijnt hij.

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door john om 21:55 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten