Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Peter Singer: Marx

Peter Singer: Marx

 

Dit boekje is verschenen in de reeks kopstukken filosofie, waarvan je elke woensdag een deeltje kunt kopen bij aankoop van de krant De Morgen. Velen zullen Marx wel voorbijgestreefd vinden, maar voor welke filosoof is dat niet het geval ?

Het boekje is een populaire inleiding en de auteur schenkt vooral aandacht aan de filosofische ideeën van Marx, niet zozeer aan zijn politieke of economische opvattingen.

 

Ik zal even stilstaan bij de beoordeling van Singer over Marx. Wat hij nog waardevol vindt voor onze tijd, en welke  voorspellingen van Marx niet zijn uitgekomen.

Twee van die laatste zijn dat het kapitalisme door interne tegenstellingen zal ineenstorten en ook dat de proletarische revolutie zal plaatsvinden in landen die industrieel het meest geavanceerd zijn.

 

Wat volgens Singer wel nog stand houdt, is zijn opvatting over vrijheid. Volgens het liberale begrip van vrijheid kunnen we allemaal een vrije keuze maken. Vrij zijn we als we niet onderworpen worden aan de hinder van andere mensen. Volgens Marx echter zijn we in dat opzicht niet vrij. Onze individuele keuzes (bijvoorbeeld werk) hebben een invloed op de maatschappij.De economische verhoudingen dwingen ons in een situatie waarin we elkaar beconcurreren in plaats van met elkaar samen te werken voor ieders welzijn. Economische verhoudingen worden volgens de liberale principes beschouwd als blinde natuurkrachten. Men moet ze hun gang laten gaan en ze zullen wel vanzelf voor ons heil zorgen. Dat is natuurlijk niet zo, de problemen waarmee we op het vlak van vervuiling, oorlog, hongersnood enz. worden geconfronteerd, bewijzen dat afdoende.

 

Een tweede punt dat volgens Singer in de leer van Marx overeind blijft, is zijn opvatting over de menselijke natuur. Volgens hem ligt de menselijke natuur niet vast, maar verandert ze onder de economische en sociale gebeurtenissen in elke periode. Marx verwachtte dan ook dat bijvoorbeeld door de afschaffing van privé-eigendom en het tot collectief bezit maken van de productiemiddelen, de mensen vanzelf socialer zouden worden en minder hun eigen welzijn nastreven.

 

Ondanks het feit dat het communisme in de praktijk op een mislukking is uitgedraaid, blijven de ideeën ervan toch een aantrekkingskracht uitoefenen. Maar wie zou het communisme moeten invoeren? Is er nog een proletariaat ? Normaal gezien is het proletariaat de werkende massa. Maar welke arbeider of bediende beschouwt zich nog als een deel van het proletariaat? Het gevoel te worden uitgebuit is bij de meeste mensen niet meer aanwezig. Omdat de meeste mensen het relatief goed hebben, vinden ze niet dat ze worden uitgebuit. Bij weinigen leeft dan ook nog de wens om revolutionaire veranderingen tot stand te brengen. De angst om te verliezen wat men bezit is te groot. Toch kan men een dergelijke houding moeilijk anders dan egoïstisch bestempelen. Zoals boven gezegd, zal de revolutie niet in onze westerse hoogontwikkelde landen worden gemaakt, hoewel Marx dat wel dacht.

 

Zijn er trouwens nog groeperingen die voor het communisme ijveren? Er zijn de extreem linkse groepen, die er echter zulke dogmatische meningen op na houden, dat ze maar weinig aanhang zullen krijgen. Van de socialisten moeten we in dat opzicht helemaal niets meer verwachten. Zij zijn machtspartijen geworden, voor wie deelnemen aan de macht het belangrijkste streefdoel is. En als ze aan de macht zijn, beperken ze zich tot populaire maatregelen. Zij hebben zich neergelegd bij het kapitalisme en morrelen wat in de marge. Grote vragen durven ze niet meer te stellen. De hoge winsten van de elektriciteitsproducenten vormen bijvoorbeeld de aanleiding om een verlaging van de elektriciteitsprijs te eisen. Maar de meer fundamentele vraag of levensnoodzakelijke sectoren van de economie in privé handen kunnen blijven, is blijkbaar taboe.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:52 Reageer op dit bericht

Leo Tolstoj: De Kreutzersonate

Leo Tolstoj: De Kreutzersonate

 

Tolstoj (1828 – 1910) schreef deze novelle in 1890. Het is in feite het lange verhaal van een man Pozdnysjev die zijn vroouw heeft vermoord. Hij vertelt het in een treincoupé aan een medereiziger, de verteller van de geschiedenis. Het gesprek begint over de liefde. Volgens de hoofdpersoon bestaat die niet. Volgens hem wordt vooral het mannelijk geslacht  gedreven door lust, die alles kapotmaakt. Toch zal hij trouwen met zijn verloofde, maar al in de wittebroodsweken loopt het verkeerd. De eerste helft van het boek is een aanval op die zinnelijke lust. In de tweede helft komt de jaloezie aan bod.  Pozdnysjev heeft kennis gemaakt met een violist die nu bij hem thuis op bezoek komt en met zijn vrouw musiceert. Hij denkt dat er een verhouding tussen hen ontstaat. Als hij een keer onverwacht terugkeert van een reis, treft hij de man thuis aan en vermoordt hij zijn vrouw.  De titel van de novelle verwijst naar de sonate voor viool en piano van Beethoven. Vooral in de eerste beweging van dat werk laait de passie nogal op, en die zet de jaloeziegedachte bij Pozdnysjev in gang.

 

Het werk is heel negatief. Seksualiteit wordt erin afgeschilderd als een verschrikkelijk kwaad, dat elk gevoel van liefde vernietigt. Het werk is duidelijk schatplichtig aan Schopenhauer. Het verschil is dat bij Tolstoj die seksualiteit een vernielingskracht is, terwijl ze bij Schopenhauer een manifestatie van de Wil is. Die is niet uit op vernietiging, wel op voortbestaan. Toch ziet Schopenhauer die ook als een oorzaak van lijden. Wie het leed wil uitbannen, moet proberen de Wil aan banden te leggen.

 

Zowel de novelle, als die eenzijdige visie van Schopenhauer zijn niet meer van deze tijd. Maar zoals ik in een vorige bijdrage al zei, bevat het werk van Schopenhauer veel meer dan alleen maar die visie. Hem kun je blijven lezen, de novelle van Tolstoj is verouderd.

 

Waardering: 6/10

 

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Karl Pisa: Schopenhauer

Karl Pisa: Schopenhauer

 

Biografie van de Duitse filosoof die leefde van 1788 tot 1860. Een werk uit 1978 dat verschenen is in de reeks Heyne Biographien. Het is in het Duits en is bij mijn weten niet vertaald. Maar voor een Nederlandse biografie over Schopenhauer kan men altijd terecht bij het werk van Rüdiger Safranski. Diens biografie is de interessantste, omdat ze veel meer aandacht besteed aan het werk en de ideeën van de filosoof. De biografie van Pisa is populairder, maar niet oppervlakkig. Pisa besteedt vooral veel aandacht aan de jeugd van Schopenhauer en aan de verhouding met zijn moeder. Hij citeert uitvoerig uit de correspondentie tussen moeder en zoon en uit het reisdagboek van de jonge Schopenhauer. Om op dat laatste punt even in te gaan. Schopenhauers vader was een koopman in Danzig die wegens politieke omstandigheden moest verhuizen naar Hamburg. (Het is de tijd na de Franse revolutie, de veldtocht van Napoleon naar het Oosten, de opkomst van Pruisen). Hij verwachtte van zijn zoon dat deze in zijn voetsporen zou treden en ook in zaken zou gaan. Schopenhauer liep daar echter niet warm voor. Toen hij 16 was stelde zijn vader hem voor de volgende keuze: ofwel mocht hij naar het gymnasium, als voorbereiding op hogere studies, ofwel mocht hij met zijn ouders een reis door Europa maken, waarna hij in de leer zou gaan bij een koopman. Arthur koos voor het laatste, en zo reisde hij door Europa, ook in België. Dat hij niet enkel plezierige oorden bezocht mag uit het volgende blijken. In Londen woonde hij de openbare terechtstelling bij van een misdadiger, een gebeurtenis die hij in zijn dagboek nuchter beschrijft. In Toulon bezocht hij een andere bezienswaardigheid. Galeischepen waarop niet minder dan zesduizend veroordeelden geketend gevangen zaten. Ik kan me voorstellen dat zulke dingen een zestienjarige bijblijven.

Ten slotte zou Schopenhauer toch nog gaan studeren. Na de zelfmoord van zijn vader begon er een heel moeilijke relatie met zijn moeder, die op een breuk uitliep. Op een bepaald moment hadden beiden nog enkel contact via briefjes die een dienstmeisje van de kamer van de moeder naar die van de zoon bracht en omgekeerd.

 

Op dertigjarige leeftijd had hij zijn hoofdwerk voltooid: De wereld als wil en voorstelling. Daarna zou hij enkel nog aanvullingen op dat werk schrijven en andere beschouwingen, maar aan de kern van zijn leer werd niets meer veranderd. Die kern is de volgende:

 

De wereld die we kennen met ons gezond verstand en door wetenschappelijk onderzoek bestaat niet op zichzelf, maar enkel in het bewustzijn van degenen die deze wereld ervaren. Die wereld bestaat enkel als een verzameling van  onze voorstellingen. Maar er is meer in de wereld dan alleen maar die voorstellingen. Er is ook het ding op zich, en dat is Wil. Voorstellingen vormen de buitenkant van de wereld, het ding op zich de binnenkant en het ene kan niet uit het andere worden afgeleid. Kennis van het ding op zich is uniek en direct. Een soort mystieke ervaring.   

 

Het eerste deel, de wereld als voorstelling, haalde hij bij Kant. Het aspect Wil is zijn eigen uitvinding. Het is niet de wil die we uit het gewone spraakgebruik kennen, wel een soort blinde oerkracht die zich manifesteert  in al het bestaande, een soort levenskracht die we alleen maar kunnen kennen door de veruiterlijking ervan in de bestaande dingen.

Zoiets is natuurlijk erg speculatief en niet te bewijzen. Daarom wordt Schopenhauer door veel ‘beroepsfilosofen’ niet ernstig genomen. Wie de indexen van filosofische werken opslaat, daar zal zijn naam daar niet vaak in terugvinden.

 

Behalve door Kant, is zijn werk ook sterk beïnvloed door Plato, aan wiens Ideeënleer hij een eigen interpretatie gaf. Op zestienjarige leeftijd maakte hij ook kennis met de Indische filosofie, met name de Upanishads, en later met de christelijke mystici. Zijn visie op het leven was ronduit pessimistisch. Wat we in het leven dan ook moeten nastreven is het inactief maken van die Wil, een vorm van onthechting dus. Hiermee komt hij dicht in de buurt van het boeddhisme.

 

Is deze filosofie dan al bij al het lezen waard ? Ja zeker, want hij heeft zijn eenvoudige systeem op een grandioze manier uitgebouwd en hij schrijft een heel kleurrijk en duidelijk proza, wat voor een filosoof niet evident is. In zijn leven was hij een heel moeilijk mens, en dat blijkt ook uit zijn werk, waarin hij zijn collega-filosofen met genoegen de grond inboort. Verder was hij ook een van de eersten die onbevangen over seksualiteit schreef en bij wie we ideeën terugvinden die naar Freud verwijzen.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 20:58 Reageer op dit bericht

Margaretha van Oostenrijk (1480 - 1530)

Margaretha van Oostenrijk (1480 – 1530)

 

Onlangs was er over haar de tentoonstelling in Mechelen (die ik tot mijn schande niet heb bezocht).

Als twaalfjarige kwam zij aan het Franse hof, als verloofde van de dauphin Karel. Deze huwde echter met iemand anders, waarna Margaretha werd teruggestuurd naar haar vader Maximiliaan van Oostenrijk. Hij huwde haar dan uit aan don Juan van Castilië, maar die zou enkele maanden na het huwelijk al sterven.

Bij haar overtocht naar Spanje in 1497 kwam haar schip in een orkaan terecht, en toen zou de koelbloedige Margaretha voor zichzelf het volgende grafschrift hebben gedicht:

 

Cy gist margot, la gente demoiselle

Qu’eut deux maris et si mourut pucelle.

 

Margaretha was kunstzinnig aangelegd en schreef zelf ook gedichten.

 

Dit zou er een van zijn:

 

C'est pour james que regret me demeure
Que sans seser nuit et jour, a tout eure
Tant me tourmente que bien voudroie mourir,
Car ma vie n'est fors seullement languir
Et sy faudra qu'a la fin que j'an meure.

De l'infortune pansoie estre bien seure
Quand le regret maudit ou je demeure
Ma coury sus pour me fere mourir
Car ma vie n'est fors seullement languir
Et sy faudra qu'a la fin que j'an meure.
C'est pour james.

Me fauldra-il tousjours ainsi languir?
Me fauldra-il enfin ainsi morir?
Nul n'ara-t-il de mon mal cognoissance?
Trop a duré, car c'est dès mon enfance

 

 

Ik laat hieronder een schuchtere poging tot vertaling volgen. Hopelijk lezen er niet te veel romanisten mee, anders mogen ze me altijd verbeteren.

 

Voortaan zal ik altijd blijven treuren

Want onophoudelijk dag en nacht, op elk moment

Word ik zo erg gekweld dat ik liever zou sterven

Want in dit leven kan ik enkel nog kwijnen

En op het eind zal ik eraan moeten sterven.

 

Van de rampspoedige gedachte ben ik zeker

Toen het droevig lot waarin ik me bevind

Me heeft overvallen om me te laten sterven

Want in dit leven kan ik enkel nog kwijnen

En op het eind zal ik eraan moeten sterven.

Het is voor altijd.

 

Zal ik altijd zo moeten kwijnen ?

Zal ik uiteindelijk zo moeten sterven ?

Heeft er dan niemand weet van mijn leed ?

Te lang heeft het geduurd, van kindsbeen af.

 

 

 

Er werd ook over haar gedicht, met name door de rederijkers. Een van die gedichten beschrijft het afscheidsmaal van Margaretha en haar broer Filips de Schone, in Middelburg op 25 november 1496. Van daaruit zou ze naar Spanje vertrekken om er te trouwen met don Juan. Het gedicht is te lang om in extenso over te typen, maar ik wil u de titel en de laatste strofe toch niet onthouden.

 

Die Sceidinghe van den edelen aertshertoghe Philips van Oostenrijck, Brabant, etc ende van sijnder suster die schone Margriete.

 

De laatste strofe luidt:

 

Prince, dus es tscheyden ghesciet

Van Margrieten en haren broeder soet,

Dwelck deerlijck om scouwen was en verdriet;

Maar sulck sceyden ter werelt en achtick niet,

Dan dat leste sceyden, dwelc elc besueren moet,

Als God die ziele van tlichaem sceyden doet,

Wanneer dat vervult is hier onsen tijt:

Dat sceyden is bitter, voor sot of vroet;

Elke dencker om, die hier tegenwordich sijt:

Ick bevele u allen Gods moeder ghebenedijt!

 

Deze tekst komt uit een oud boekje, getiteld Blijde Inkomst. Vier Vlaams-Bourgondische Gedichten. Uitgegeven door G. Degroote in 1950. Het is het nummer 59 van de Klassieke Galerij van de uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel.

Nu en dan vind je zo nog een boekje voor weinig geld en ontdek je prettige dingen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 21:07 1 reactie Reageer op dit bericht

Herman Melville: Billy Budd

Herman Melville: Billy Budd

 

Ik heb deze novelle, een van mijn lievelingsboeken, nog maar eens herlezen en zal er nu wat langer bij stilstaan.

Melville (1819-1891) schreef ze op latere leeftijd, toen zijn carrière als schrijver voorbij was. De novelle werd postuum gepubliceerd in de jaren 20 van de twintigste eeuw.

 

Het verhaal speelt op het einde van de achttiende eeuw. Billy Budd is een matroos op een Engels koopvaardijschip en wordt in het Kanaal geprest. Pressen betekent dat een oorlogsschip matrozen van de koopvaardij kon opeisen om aan boord van het oorlogsschip te dienen.

De kapitein van het vrachtschip laat BB niet graag vertrekken, want hij was het zonnetje aan boord, de Knappe Matroos die door iedereen graag gezien was, altijd optimistisch enz.

Op het oorlogsschip is BB ook een graag geziene gast, behalve voor de provoost Claggart. Deze haat om een onbekende reden BB en probeert hem in diskrediet te brengen. Hij beschuldigt BB van het aanzetten tot muiterij. Er heeft een confrontatie plaats bij de gezagvoerder Vere. Claggart uit daar zijn beschuldigingen ten overstaan van BB, die nergens van weet. Billy, een stotteraar, is zo verbolgen dat hij niet uit zijn woorden geraakt en hij dient Claggart een dodelijke vuistslag toe.

Billy wordt opgesloten en kapitein Vere houdt een krijgsraad. Hoewel iedereen van zijn onschuld overtuigd is, wordt Billy Budd toch veroordeeld om te worden opgeknoopt.  Dat gebeurt de volgende dag al.

 

Tot zover de inhoud van de novelle. Het lijkt een vlot verhaaltje, maar ik heb zelden een boek gelezen dat zo weerbarstig is. Melville houdt van uitweidingen. Zeker de helft van de novelle is ermee gevuld. Ze zijn soms interessant, soms minder omdat we te weinig vertrouwd zijn met die periode. Verder staat de novelle bol van de eigennamen. En de zinnen zijn zo geconstrueerd dat je ze vaak enkele keren moet lezen voordat je ze begrijpt. Verder gebruikt hij veel zeemanstermen. En toch is het een meesterlijke novelle. Wie het volhoudt wordt zeker in de tweede helft beloond voor zijn moeite.

 

Het werk is heel ontroerend. Vooral door de figuur van Billy Budd. Hij is de onschuld zelve en wordt soms vereenzelvigd met Christus. Hij past in het rijtje van andere figuren uit de literatuur, zoals de idioot van Dostojewski of Alosja uit de gebroeders Karamazov van dezelfde auteur.

 

Er komen in het werk verschillende thema’s aan bod, o.a. het goede versus het kwade. Hier lijkt Melville ertoe geneigd beide te beschouwen als iets dat de mens aangeboren is. Hij reikt geen verklaring aan voor de boosheid van Claggart en de goedheid van Billy. Een ander thema is de aard van het ware christendom. Geen geloof van dogma’s maar van naastenliefde. Verder is er het thema van de keuze tussen de wet en het hart. Hoewel iedereen Billy onschuldig acht, moet hij toch worden opgeknoopt om een voorbeeld te stellen voor de rest van de bemanning. Kort tevoren was er namelijk op een ander schip een grote muiterij geweest en die wil kapitein Vere koste wat het kost voorkomen. Een minder uitgesproken thema is dat van de homoseksualiteit. Er wordt niet rechtstreeks op gealludeerd, maar het hele werk door zijn er toespelingen op de mooie matrozen. Even zelfs wordt gesuggereerd dat de haat van Claggart is ingegeven door een verdrongen liefde voor Billy.

 

Een aspect van het boek dat mij bijzonder treft ligt in de stijl. De auteur vertelt alles als een toeschouwer, met beschouwingen over de geschiedenis, over filosofie, geloof en nog vele andere onderwerpen. Het lijkt er soms op dat het verhaal maar bijzaak is. Maar net die nuchtere stijl vormt een enorm contrast met het drama waarvan Billy Budd het slachtoffer is. Hij had er evengoed een romantisch verhaal kunnen over schrijven, maar dat doet hij bewust niet. Dat is ook het geval bij de terechtstelling van Billy Budd, in hoofdstuk XXII. Om toch iets uit het werk te citeren, laat ik de laatste zin uit dat hoofdstuk volgen.

 

Na de ranok te hebben bereikt, was in de gebonden gedaante tot aller verwondering geen beweging te bespeuren, behalve die, veroorzaakt door het langzame slingeren van de scheepsromp, in kalm weer zo majestueus bij een zwaar bewapend schip.

 

Aan de ene kant het drama van de opgeknoopte Billy Budd en aan de andere kant de beschrijving van de beweging van het schip. Melville stapt van het drama over op de realiteit. Meteen ook wijst hij op het contrast tussen de nietigheid van die mens en het majestueuze van zee en schip. Daar gaat het leven verder. Maar tegelijk ook kun je het ook zo zien dat het schip zwaar bewapend is omdat het BB aan boord heeft. De verpersoonlijking van de goede mens, van Christus die gestorven is voor de mensheid.

 

Ik schrijf de zin ook even over in het Engels. Meteen hebt u een idee van de moeilijkheidsgraad van de taal.

 

In the pinioned figure arrived at the yard-end, to the wonder of all no motion was apparent, none save that created by the ship’s motion, in moderate weather so majestic in a great ship ponderously cannoned.

 

Ik heb dit boekje gelezen in een uitgave van de Wereldbibliotheek van 1950, in de vertaling van Johan M. Palm. Het is eigenlijk hoog tijd dat het werk opnieuw wordt vertaald en dan liefst in een geannoteerde uitgave. De Engelse tekst van de novelle is ook op het web te lezen en wel in een fantastische versie, met een uitgebreid notenapparaat. Het adres is: http://xroads.virginia.edu/~HYPER/bb/BillyBudd.html

 

Waardering: 10/10. Hoewel ik me ervan bewust ben dat het boek een aantal mensen niet zal liggen. Om maar iets te zeggen, in deze novelle, en in veel andere werken van Melville, komt bijvoorbeeld geen vrouwelijk personage voor. Dat mag vrouwelijke lezers echter niet afschrikken, want mijn dochter bijvoorbeeld vond het net als ik een fantastisch boek.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 16:54 Reageer op dit bericht

Bret Easton Ellis: Minder dan niks

Bret Easton Ellis: Minder dan niks

 

Een werk uit 1985, waarvan ik de vierde druk heb gelezen. Het boek moet destijds dus tamelijk succesrijk zijn geweest. Terecht ? Ik weet het niet. Het was misschien heel modern, of beter aanstootgevend in die tijd. Het was het debuut van een twintiger die achteraf nog succesromans heeft geschreven.

 

De roman is gesitueerd in Los Angeles. Een achttienjarige universiteitsstudent komt de kerstvakantie thuis doorbrengen. Thuis is veel gezegd, want meestal trekt de jongeman op met vrienden en vriendinnen, naar feestjes, bars enz. Het is het verhaal van een lost generation. Een groep kinderen van stinkend rijke ouders, van wie het leven volkomen leeg is en die hun tijd doorbrengen met seks en drugs.

 

Ik weet niet of het er in dat wereldje echt zo aan toeging, of dat de auteur het bijeen heeft gefantaseerd. In ieder geval is het erg deprimerend om te lezen. En hoewel het werk pas twintig jaar oud is, is het al gedateerd.

 

Waardering: 6/10

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 09:46 Reageer op dit bericht

Edith Wharton: The age of innocence

Edith Wharton: The age of innocence

 

Edith Wharton is een Amerikaanse schrijfster die leefde van 1862 tot 1937.

 

Het verhaal is gesitueerd in de betere kringen van New York op het einde van de 19e eeuw. Het is een gesloten wereld die weinig openstaat voor nieuwe denkbeelden en geen oog heeft voor de veranderingen in de Amerikaanse samenleving. Een jongeman uit die kringen, Newland Archer, is verloofd met May Welland. Zij lijkt op het eerste gezicht een product van die burgerwereld: ze is naïef, onschuldig, ze gehoorzaamt haar ouders en wenst zich te houden aan de geplogenheden. Voor haar verloofde Newland is het allemaal nogal saai en weinig opbeurend en hij probeert May tot wat meer onafhankelijkheid te bewegen. Op sommige momenten schrikt een huwelijk hem af: … and with a shiver of foreboding he saw his marriage becoming what most of the other marriages about him were: a dull association of material and social interests held together by ignorance on the one side and hypocrisy on the other.

De wereldvreemheid van het meisje mag uit het volgende blijken. Hij stelt haar een vakantie voor : She smiled dreamily upon the possibility; but he perceived that to deam of it sufficed her. It was like hearing him read aloud out of his poetry books the beautiful things that would not possibly happen in real life.

 

In dat milieu ontstaat enige opschudding met de komst van de gravin Olenska. Ze was in Europa ongelukkig gehuwd, heeft haar man in de steek gelaten en is teruggekeerd naar Amerika bij haar familie. Ze overweegt om te scheiden van haar man, maar daar gaat haar Amerikaanse familie niet mee akkoord.  Newland Archer, die bij een advocatenkantoor werkt, moet haar trachten te overtuigen om niet te scheiden en hij slaagt in dat opzet. Intussen is hij echter verliefd geworden op deze dame en dat lijkt voor complicaties te zorgen.

 

Hier eindigt het eerste deel. Ik ben zelf benieuwd naar het vervolg en daarom zal ik verder ook niets verklappen.

 

Een van de hoofdthema’s in deze roman is de tegenstelling tussen Amerika en Europa (Een thema dat ook voortdurend aanwezig is in de romans van Henry James). Het maatschappelijke en culturele leven van die New Yorkse bourgeoisie is vastgeroest. Wat interessant is aan muziek en schrijvers moet uit Europa komen. De werken van de eigen schrijvers worden niet gewaardeerd. (Denk maar aan Herman Melville, die op 47-jarige leeftijd zijn schrijversloopbaan moest opgeven en aan de slag gaan als inspecteur bij de douane. Na twintig jaar ging hij met pensioen en dan heeft hij nog enkel zijn meesterlijke novelle Billy Budd geschreven, die pas in 1924 zou worden gepubliceerd).

 

Verder bevat het verhaal veel fijne psychologische observaties. Een voorbeeldje. De gravin wordt belaagd door een vreselijke man en ze probeert hem te ontvluchten. The question was whether she had fled because his importunities displeased her, or because she did not wholly trust herself to resist them.

 

Het boek is ook in het Nederlands vertaald en in de meeste bibliotheken beschikbaar. Engelse versies zijn gemakkelijk te vinden in tweedehandszaken. De roman is trouwens verschenen in de goedkope reeks Penguin Popular Classics.

 

Waardering: 9/10

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 18:14 Reageer op dit bericht

J.F. Cooper: De laatste der Mohikanen

J.F. Cooper: De laatste der Mohikanen

 

Wellicht kennen we dit verhaal allemaal wel uit een of ander jongensboek of als strip. Zelf herinner ik me er alleen van dat de held van het verhaal Uncas is, de laatste der Mohikanen.

De roman verhaalt een episode uit de Amerikaanse geschiedenis, de strijd van de Engelsen tegen de Fransen of Canadezen. Deze laatsten laten zich bijstaan door indianenstammen. De tijd is 1757, de locatie het wilde noordoosten van de VS, ten zuiden van de grote meren, aan de oevers van de Hudson.

Twee halfzusters Alice en Cora reizen in een klein groepje van fort Edward naar fort William Henry, waar hun vader zich bevindt. Ze krijgen een gids mee, maar dat blijkt een verrader te zijn. Onderweg beleven ze allerlei avonturen, waarbij de indianen de belagers zijn. De meisjes worden ontvoerd, bevrijd, enz. Uncas, die verliefd is op de oudste dochter, al alles doen om haar te bevrijden, maar zijn poging mislukt.

Het fort William Henry, waar ze naartoe willen, wordt belegerd door de Franse generaal Montcalm die het bevel voert over een troep reguliere soldaten en indianen. Dit is een bekend historisch feit, daar de belegering uitliep op een massamoord. Na de overgave werden de indianen onvoldoende in bedwang gehouden en hebben zij een groot gedeelte van de bewoners van het fort uitgemoord. De schuld daarin van de generaal is niet uitgemaakt. Wie er meer wil over lezen, kan dit doen op het volgende adres: http://www.mohicanpress.com/mo08005.html

 

Het boek gaat dus grotendeels over indianen. Ik blijf met een aantal vragen zitten. Zo vraag ik me af of de indianen echt zo spraken zoals Cooper ze laat praten. Ik weet er te weinig van af om zeker te zijn. Het is de bekende taal waarin vooral in beelden wordt gesproken. Uit de roman zou ook blijken dat toespraken een grote invloed hadden op de indianen. Zij zouden gemakkelijk manipuleerbaar zijn.

Er wordt in het boek verder heel wat gemoord en gescalpeerd.

 

Cooper is in zijn beschrijving van de indianen nogal dubbelzinnig. Hij beschouwt ze overwegend als wilden, maar sommige figuren zijn dan weer heel edelmoedig, enz. Een keer laat hij zich betrappen op een vooroordeel. De zussen zijn weer eens gered, en vallen in elkaars armen.

 Heyward (een blanke en verloofde van een van de zussen) voelde zich niet te veel man om bij het aanschouwen van dit allerliefste tafereel een traan te storten, en Uncas (de held en indiaan), nog met vers bloed van de strijd bevlekt, stond kalm en schijnbaar onbewogen naar het tafereel te staren, maar met ogen die al veel van hun trots verloren hadden en waarin een deelneming blonk, die hem ver boven het begrip verhief en waarmee hij de levenswijze van zijn volk waarschijnlijk eeuwen vooruit was.

 

Het blijft al bij al een avonturenroman. Jongeren van nu zullen het nog moeilijk kunnen lezen vrees ik. Het is wel spannend, maar doet soms toch wat oubollig aan. Erg is dat niet, want deze jongeren hebben nu toch een Lord of the Rings ter beschikking, waarin ze hun fantasie kunnen voeden.

 

Cooper leefde van 1789 tot 1851.

 

Waardering: 7,5 / 10

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door john om 16:58 Reageer op dit bericht

Tomasi di Lampedusa: De tijgerkat

Tomasi di Lampedusa: De tijgerkat

 

Deze Siciliaanse schrijver wordt in Palermo geboren in 1896 en overlijdt er in 1957. Zoals zijn naam aangeeft, was hij van aristocratische afkomst. De laatste telg van een geslacht, zoals ook in de roman zal blijken. Hij had een grote belangstelling voor de literatuur van zijn tijd en zelf is hij pas op late leeftijd beginnen te schrijven. Naast deze roman heeft hij enkel nog enkele jeugdherinneringen geschreven. Aan de tijgerkat begint hij in 1954. In 1957 is het werk klaar, maar het wordt afgewezen door enkele uitgevers. Pas na zijn dood zal het worden uitgegeven.

 

De roman gaat over het verval van een aristocratische familie op Sicilië. De tijgerkat staat in het blazoen van de familie, vandaar de titel van de roman. Het verhaal speelt grotendeels in het jaar 1860. Het is een belangrijke periode voor Italië, dat mede onder invloed van Garibaldi tot één staat wordt gesmeed. Ook op Sicilië worden de gevolgen van die strijd gevoeld. Op het einde van de roman maken we enkele sprongen, naar 1883, het jaar waarin de hoofdpersoon don Fabrizio de Salina overlijdt, en naar 1910, waarin we zien wat er van de familie overblijft.

 

Het is een prachtige roman, een van de beste die ik ooit las. Toch een waarschuwing, het is geen werk voor snellezers. Je moet bij elke zin opletten. De hoofdpersoon is grandioos. Een man die het allemaal al heeft meegemaakt en het gedoe hier beneden nogal cynisch bekijkt (zijn hobby is naar de sterren kijken!). Er komen fantastische passages in, onder andere het overlijden van de hoofdpersoon. Dit is helemaal niet wreed beschreven, integendeel. Eerder afstandelijk, alsof de man al gedeeltelijk op weg is, en zijn laatste ogenblik is er een van, voor mij althans, enorme hoop en troost. U moet het zelf maar nalezen.

 

Ik kan niet beter doen dan enkele passages uit het voortreffelijk vertaalde werk citeren.

Over de jacht bijvoorbeeld.

Gestoord tijdens hun middagslaap vielen er een paar onfortuinlijke snippen en nog een konijn ten prooi aan de jagers, die wel meedogenloos raak schoten die dag, aangezien zowel Salina als Tumeo er aardigheid in had om die onschuldige diertjes te vereenzelvigen met don Calogero Sedarà.

 

Of deze beschrijving van een dorpje:

Hij draaide zich om, ging op zijn tenen staan en wees op een groepje huizen in de verte, die omlaag zouden glijden van een steile heuvelhelling, ware het niet dat een armzalige kerktoren ze met de grootste moeite vastgenageld hield: een gekruisigd gehucht.

 

Ten slotte nog een fragment waarin de oude prins danst met de jonge bruid van zijn geliefde neef.

 

Angelica en Fabrizio vormden een prachtig paar. De enorme voeten van de prins bewogen zich verbazingwekkend delicaat en geen enkele maal liepen de satijnen muiltjes van zijn dame gevaar te worden geraakt. Kalm en krachtig omvatte zijn zware poot haar middel, en zijn kin rustte op de vergetelheid brengende golf van haar haar.

 

Het werk is uitgegeven bij Atheaeum – Polak @ Van Gennep in Amsterdam. Het is vertaald door Anthonie Kee. Deze heeft er een nawoord bijgeschreven en ook de historische context geschetst. Het is wel belangrijk die eerst te lezen.

En wie nog op zoek is naar een kerstcadeau, het boek ligt momenteel tegen een heel goedkope prijs (12 euro) bij Fnac.

Waardering: 10/10

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Toergenjew: Eerste liefde

Toergenjew: Eerste liefde

 

Een kennis had me dit verhaal aangeraden, en het heeft me niet ontgoocheld. Drie heren komen samen om over hun eerste liefde te vertellen. Bij de twee eerste stelde die niet zoveel voor, maar de derde persoon zou zijn verhaal op schrift stellen. Het is zijn verhaal dat we lezen. Als zestienjarige brengt hij de zomer met zijn ouders door op het platteland. Na een tijdje komt in een vleugel van het landhuis een moeder met haar dochter wonen. Deze vorstin is in armoede vervallen. De dochter, een flirt,  is beeldschoon en omringt zich met een schare aanbidders. Ze speelt spelletjes met hen, letterlijk en figuurlijk. Ook onze verteller gaat tot het kringetje behoren en hij wordt verliefd op het meisje Zinaïda die vijf jaar ouder is dan hij. Na een tijdje treedt er verandering op, want Zinaïda is werkelijk verliefd geworden. Alleen weten we nog niet op wie (de hoofdpersoon weet het niet, maar als lezer heb je het wel vlug door). Na een tijdje komt Wladimir met een schok te weten wie de geliefde is, namelijk zijn vader. Aan die relatie komt ook een einde en, zoals ik enkele weken geleden over Dostojewski schreef, kijken we ook nu op het eind van het verhaal een stukje in de toekomst en zien we hoe het met de protagonisten afloopt. Maar dat is eigenlijk van minder belang voor het verhaal.

 

Enkele beschouwingen. De vorstin en haar dochter zijn beiden in verval. De moeder financieel, de dochter in moreel opzicht, omdat ze nogal aan de lichtzinnige kant is. Tegenover die moeder en dochter staat aan de andere kant de vader en de zoon van het andere gezin. De vader is erg afstandelijk, hij is tien jaar jonger dan zijn echtgenote, en heeft weinig affectie voor zijn vrouw en zoon. Toch ziet de zoon op naar zijn vader. De vader realiseert namelijk waar de zoon van droomt, een relatie met Zinaïda. Opvallend in het verhaal is verder dat de schrijver voortdurend de gemoedstoestand van de zoon beschrijft, de onmogelijke liefde, terwijl de eigenlijke liefdesaffaire tussen zijn vader en Zinaïda enkel op de achtergrond aanwezig is. Hetzelfde contrast is er tussen het groepje dwepers dat de jongedame onafgebroken het hof maakt maar geen resultaat boekt, en de vader die aan al die spelletjes niet deelneemt, maar wel de overwinnaar is.

Verder zitten er veel symbolen in het verhaal. Verschillende dromen en verhalen die het verdere verloop voorspellen, Zinaïda die een roos plukt, als symbool voor het verlies van haar maagdelijkheid, enz.

Een andere eigenaardigheid in dit verhaal is de allusie op sociale toestanden. In het begin van het verhaal vermeldt de auteur terloops dat in een andere vleugel van de woning een bedrijfje voor het vervaardigen van behangselpapier is gevestigd. Ik ging menigmaal kijken hoe een tiental magere jongetjes in smerige stofjassen, met ingevallen wangen en verwarde haren, voortdurend op de houten hefbomen sprongen die de vierkante blokken van de pers neerdrukten, om zodoende met het gewicht van hun uitgemergelde lichamen, de bonte patronen op het behangselpapier aan te brengen.

Op het einde van het verhaal is hij aanwezig bij het overlijden van een arme oude vrouw. Bedekt met vodden, op harde planken, met een zak onder haar hoofd, stierf zij een moeilijke en zware dood.

Tussen die twee scènes speelt zich het verhaal af. Van mensen die weinig zorgen hebben, maar die toch niets van hun leven terecht brengen.

Nog een tafereel dat me trof. Op een bepaald moment gaan vader en zoon uit rijden. Terwijl de zoon op de paarden let, bezoekt de vader zijn geliefde. De zoon is er getuige van hoe zij de vader eerst afwijst, maar nadat deze haar een zweepslag op haar arm heeft gegeven, gaat ze op zijn avances in.

 

De personages, en vooral het meisje Zinaïda, zijn mooi geportretteerd.

 

Waardering: 9/10

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door john om 15:34 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten