Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Giorgio Bassani: De tuin an de Finzi-Contini's

Giorgio Bassani: De tuin an de Finzi-Contini’s

 

Een roman over de joodse gemeenschap in Ferrara in de jaren dertig, tijdens de opkomst van het fascisme in Italië. De Finzi-Contini zijn een rijke joodse intellectuele familie in Ferrara. Hun grote huis is omgeven door een tuin die de ik-persoon altijd al heeft geïntrigeerd. Hij kent de familie oppervlakkig van de bezoeken aan de synagoge. Als de plaatselijke tennisvereniging de toegang aan de joden ontzegt, stelt de vader Finzi-Contini zijn tennisveld open voor de joodse jongeren. De hoofdpersoon wordt verliefd op de dochter van het huis, maar die affaire draait uit op niets.

 

De roman gaat in de eerste plaats misschien wel over de stad Ferrara. Hij werd geschreven in 1962 en de auteur heeft de sfeer uit de jaren dertig willen oproepen. De personages zijn overwegend intellectuelen met het gevolg dat er veel over cultuur in het boek wordt gepraat, vooral over mij onbekende Italiaanse auteurs.

 

De foto is uit de gelijknamige film van Vittorio de Sica uit 1971

Waardering: 8/10

 

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 11:42 Reageer op dit bericht

Cyriel Buysse: Het gezin van Paemel

Cyriel Buysse: Het gezin van Paemel

 

Dit toneelstuk is geschreven in het dialect van Nevele. Het werd voor het eerst opgevoerd in 1903 in de Multatuli-Kring in Gent. We kunnen het een sociaal plattelandsdrama noemen. Het gezin van boer Paemel, met drie zonen en drie dochters, pacht een hoeve van de baron. Er zijn onlusten in Gent waar de arbeiders in opstand zijn gekomen tegen de lage lonen. Ten huize Van Paemel zijn de meningen daarover verdeeld. De oudste zoon Eduard krijgt het aan de stok met zijn vader en verlaat het gezin. Een andere zoon wordt opgeroepen bij het leger en zal deserteren omdat hij niet op de arbeiders kan schieten. De derde zoon is gehandicapt. Hij werd in zijn been geschoten door de zoon van de baron. De familie van de baron komt op bezoek bij boer Van Paemel om de jongste dochter op te eisen als dienstmeid voor de zoon (die haar later met een kind zal opzadelen), om de pacht op te slaan en om te waarschuwen dat de verloofde van de andere dochter, een stroper, niet meer over de vloer mag komen.

Alles loopt verkeerd. Twee zonen zullen uitwijken naar Amerika, de gebrekkige zoon sterft, een dochter gaat in het klooster, een andere vertrekt naar Amerika. Uiteindelijk blijft de boer alleen met zijn vrouw.

 

Alle elementen voor een sociaal drama zijn dus aanwezig. Het voorbeeld voor Buysse was het toneelstuk De Wevers van Hauptmann. Buysse heeft zijn stuk gesitueerd op het platteland in de streek van Nevele. Het verhaal kan misschien niet meer overtuigen, daarvoor is het wat te eenvoudig en te stereotiep. De thema’s die aan bod komen zijn het conflict vader/zoon, de barre sociale en economische toestanden in die tijd, de willekeur van de landeigenaar, de emigratie naar Amerika, het stilzwijgend pact tussen kerk en adel, enz. Dit alles samengebald in een werk van nauwelijks 50 blafzijden. De taal, het dialect, is prachtig. Het moet de moeite zijn het echt te zien en te horen spelen. Het herinnert aan het Gents van Romain De Coninck. De gezinsleden van de baron spreken onder elkaar Frans en als ze het woord richten tot de Van Paemels, is dat in gebroken Nederlands. Een voorbeeldje. Moeder van Paemel had een dutje gedaan en richt het woord tot de baron en zijn vrouw:

Moeder Van Paemel: Wel, Menier den B’ron, en Mevreiwe, wa plezier van ulder hier te zien. Da es toch woarme, newoar? En zulk ’n schuen were! Excuseert, Mevreiwe: ’t es ’s morgens toch zuedoanig vroeg op te zijn en we lagen wij allemoal ’n uurken te noestonden. Kom binnen, Mevreiwe, en Menier den B’ron en gezelschap, ge goat ulder ’n beetse zetten en ’n beetse rusten. Zoedt-e gien gloazeke melk drijnken.

De Barones: Merci, Bazin Van Paemel, wij zul niets gebruik, maar breng ons hier wat stoel. Wij zijn moe en zul ’n beetje rust onder de booms.

 

Het werk staat in het deel over Buysse in de reeks Klassieken uit Vlaanderen, een uitgave van Meulenhoff Amsterdam en Manteau Antwerpen. Er zijn nog drie toneelwerken opgenomen en verder ook de novelle Tantes, waarover wat meer te lezen is op de weblog https://blog.seniorennet.be/reynaert/

 

 Waardering: 9/10

 

 


 

Hoe vind je dit bericht? 26 stemmen
Geschreven door john om 20:36 Reageer op dit bericht

Jan Slauerhoff: Schuim en Asch

Jan Slauerhoff: Schuim en Asch

 

Zoals je aan de titel kunt merken lees ik dit werk in een oude uitgave, van 1949, terwijl het in 1930 verschenen is. Het is een bundel met vijf zeer gevarieerde verhalen. Ik kende wel al de gedichten van deze scheepsarts, maar deze verhalen waar mijn eerste (plezierige) kennismaking met zijn proza. Het eerste verhaal De Erfgenaam is een Oosters verhaal. Over een zekere Hassein die wacht op de dood van een rijke oom. Die sterft en Hassein erft zijn rijkdom, die hem al vlug afhandig wordt gemaakt door sluwe medeburgers. Het verhaal begint met een gebed dat Hassein van een schriftgeleerde had gekocht en waarin hij Allah rijkdom afsmeekt. Ik typ het graag over, omdat het personage er zo kleinmenselijk uit naar voren komt en verwaand als hij denkt dat hij Allah kan overtuigen met zijn kromme redeneringen.

 

“O, Allah! De zielloze aarde zendt Gij na een tijd van droogte en verschroeiing toch eindelijk lafenis: Uw bevruchtenden regen.

Maar o, Allah, wanneer zult Gij mij rijkdom zenden, mij die van armoede en ontbering ben verschrompeld !

O, Allah ! als Gij U eindelijk ontfermt, zendt mij dan ook een Uwer liefelijkste dochteren om de genade die Gij gaaft met mij te deelen. Samen zullen wij Uw naam loven, iederen morgen voor den maaltijd, iederen avond voor de omhelzinge. Allah: hoe kan ik mij anders Uw verknochten dienaar toonen ?

Ging ik nu ter pelgrimstocht, ik verliet slechts een ellendig bestaan. Waar was de deugd? Zend mij rijkdom, en Gij zult zien dat ik mij toch opmaak en de lendenen omgord.

Zend mij Uw engel; ik zal mij losmaken uit haar heerlijke omhelzing, haar koele armen, om de felle hitte van de verre woestijnen, zoo schaars door U van oasen voorzien, het hoofd en de voetzool te bieden, en aldus onweerlegbaar U te bewijzen dat ik alle wereldsche weelden verzaak, dorstend naar het kussen van Uw Heiligen Steen.”

 

Een van de personen die Hassein zijn geld ontfutselen is de plaatselijke vorst. Zo ontvangt hij Hassein op zijn paleis: Hassein raakte met zijn voorhoofd den vloer. De vorst deed hem herrijzen. Daarna verhief ook hij zich. Het was hem een zichtbare moeite, maar hij had het voor Hassein over. Zijn buik werd gesteund door twee jonge kastraten.

 

Nadat Hassein hem zijn lievelingsvrouw heeft moeten afstaan, wordt hij beloond met het oppergezag over de vloot. Toen sloeg de sultan nogmaals op de bel en een vierde neger trad binnen. Hij droeg een gouden kooi, achter welker tralies het hoofd van den vorigen vlootvoogd grijnsde.

 

U merkt het, veel humor en ironie. Het doet soms denken aan Joodse verhalen.

 

Een ander verhaal waarover ik nog wat wil schrijven, heet De laatste reis van de Nyborg. Het is een zeeverhaal met alle ingrediënten die eigen zijn aan zo’n verhaal: storm, muiterij, drank enz.

Het schip de Nyborg  is een mislukt vaartuig. Een enorme kist, die een voor- en achtersteven had gekregen om schip te worden.  De woordkeuze is niet willekeurig, want het schip vervoert wel een heel bijzondere lading. Dode Chinezen in kisten. Ze zijn gestorven in Amerika en worden naar China vervoerd om daar te worden begraven. Het wordt een lugubere en avontuurlijke reis die verkeerd afloopt. In een storm komen de doodkisten vrij uit het ruim en de beschrijving van dat spektakel is hallucinant.

 

De andere verhalen gaan over de zoektocht van een Russische landeigenaar-soldaat die op zoek gaat naar zichzelf, over een man die op zoek gaat naar een vrouw die hij vluchtig vanuit de trein had gezien, en die hij weer zal aantreffen op de meest onverwachte plaatsen in de wereld en ten slotte over een westers gezelschap dat in China aan de kost komt en daar een leeg bestaan lijdt.

 

Voor mij zijn deze verhalen een openbaring. Ik heb ze met veel plezier gelezen, vooral de twee die ik wat uitvoeriger heb besproken.

 

Waardering: 9/10.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 19:58 Reageer op dit bericht

Christophe Bataille: Annam

Christophe Bataille: Annam

 

Het debuut van een jonge Franse auteur uit 1993. Een korte (73 blz.) historische novelle.

 

Het verhaal begint in het jaar 1787, twee jaar voor de Franse revolutie. De keizer van Vietnam (een zevenjarige knaap) komt aan het hof van Lodewijk XVI om hulp vragen, want zijn vader was onttroond. Lodewijk heeft echter al problemen genoeg in eigen land en gaat niet in op het verzoek. Een bisschop aan het hof, Pierre Pigneau de Bréhaine vat sympathie op voor de jongen, hij brengt hem de eerste beginselen van het katholicisme bij, maar de jonge keizer sterft. De bisschop rust twee schepen uit met een aantal priesters en nonnen aan boord die naar Vietnam zullen reizen om daar het geloof te brengen. Van dan af volgen we geestelijken op hun reis door Vietnam. Twee (een man en een vrouw) blijven er over. Ze zijn het diepe binnenland ingetrokken,  leven onder de plattelandsbevolking, verliezen langzamerhand hun geloof en ontdekken op het eind de liefde, die hen nog het leven zal redden.

 

Het boek is geschreven in korte zinnen, in het begin nogal droog, maar na een tijdje begint men zich in te leven in het verhaal. De schrijver probeert aan te tonen dat het geen zin heeft om een godsdienst te exporteren en dat het geloof stilaan verloren gaat als de voedingsbodem wegvalt, in dit geval het contact met het vaderland. Het verhaal loopt over verschillende jaren en tussendoor krijgen we historische feiten over de nasleep van de Franse Revolutie, over de rol van de Fransen in Vietnam enz. Dat maakt het boek interessant.

 

Het boekje werd uitgegeven door De Geus in 1993.

 

Waardering: 8/10

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:21 Reageer op dit bericht

Jürg Federspiel: Die Ballade von der Typhoid Mary

Jürg Federspiel: Die Ballade von der Typhoid Mary

 

 

Mary Mallon, of Typhoid Mary heeft echt bestaan. Ze werd geboren in 1869 in Cookstown, Ierland, en emigreerde naar Amerika toen ze 15 was. Ze was aanvankelijk werkzaam als dienstbode en later als kokkin. Van 1900 tot 1907 werkte ze op zeven verschillende plaatsen en daar werden 22 mensen ziek, van wie er een stierf. In totaal zou ze 47 mensen hebben besmet, van wie er drie zijn gestorven. (In de roman van Federspiel is het aantal slachtoffers veel groter). Mary was drager van de tyfusbacil, zonder dat ze er zelf last van had, maar ze besmette wel andere mensen, vooral door haar werk in de keuken. Er werd een specialist ter zake ingehuurd om de oorzaak van die uitbarstingen van tyfus op te sporen, namelijk Georges Soper, die ook in de roman voorkomt. Hij komt erachter dat de oorzaak bij Mary Mallon ligt en zijn eerste ontmoeting met haar verloopt als volgt:

 

I had my first talk with Mary in the kitchen of this house. . . . I was as diplomatic as possible, but I had to say I suspected her of making people sick and that I wanted specimens of her urine, feces and blood. It did not take Mary long to react to this suggestion. She seized a carving fork and advanced in my direction. I passed rapidly down the long narrow hall, through the tall iron gate, . . . and so to the sidewalk. I felt rather lucky to escape.2

 

De roman van Federspiel is gebaseerd op het leven van Typhoid Mary. Hij noemt het terecht een ballade, want het boek telt niet minder dan 45 korte hoofdstukjes, waarin telkens een episode in het leven van Mary wordt verhaald. De roman is niet waarheidsgetrouw, de fantasie speelt er een grote rol in. De roman begint met een schip dat in de haven van New York aankomt en dat een verschrikkelijke stank verspreidt. Aan boord is tyfus uitgebroken en nagenoeg alle passagiers zijn ziek. Een jong meisje, Mary, wordt ‘opgevangen’ door een arts die haar mee naar huis neemt, en haar niet alleen verzorgt. Hij zal het eerste slachtoffer worden. We volgen dan verder de belevenissen van Mary in Amerika en de vele slachtoffers die ze maakt. Uiteindelijk dringt het tot haar door dat zij de oorzaak is van al die sterfgevallen, maar ze aanvaardt dit niet, en blijft verder werken als kokkin, met alle nare gevolgen vandien. Ten slotte wordt ze opgespoord en in bewaring genomen. Dat dit ook in de werkelijkheid niet van een leien dakje verliep, mag blijken uit het Engelse citaat hierboven.

 

 

Enkele links met meer informatie over de echte Typhoid Mary:

 

http://www.pbs.org/wgbh/nova/typhoid/letter.html

 

http://history1900s.about.com/library/weekly/aa062900a.htm

 

De auteur Jürg Federspiel is een Zwitser die in 1931 is geboren. Hij heeft geregeld in New York gewoond en er ook over geschreven. Meer over hem vind je op het volgende adres:

 

http://www.onlinereports.ch/2001/FederspielSiebzig.htm

 

De roman is in 1982 uitgegeven bij de uitgeverij Suhrkamp.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:26 Reageer op dit bericht

Boekenmarkt

Boekenmarkt

 

Op zaterdag 17 september heeft in Bachte Maria Leerne een boekenverkoop plaats. Er zijn 37 verkopers ingeschreven, waaronder ikzelf. Als ik terugkijk naar de vorige jaren is het aanbod heel groot en interessant, maar waren er altijd te weinig kopers. Je vindt er van alles: literatuur, boeken over wetenschappen, godsdienst, antiquariaat, strips, kinderboeken, enz.

Er is een tent opgesteld waar je ’s middags iets kunt eten.  Ik heb stand 35, nogal afgelegen achter de tent. Ik zal er vooral staan met literatuur, Nederlandse, Franse, Engelse en Duitse. Enkele Italiaanse boeken, en mochten er gegadigden zijn dan breng ik ook Portugese boeken mee. Mijn boeken zijn niet duur.

 

Bachte Maria Leerne ligt op de baan van Gent naar Deinze, de N466. Wie via de E40 komt, neemt afrit 13 Drongen, Gent-West en volgt de richting Deinze. Het marktje bevindt zich in een zijstraat van die baan, ter hoogte van een instelling voor gehandicapten. Vergis u niet, wie van Gent komt, komt eerst in Sint Martens Leerne. Bachte Maria Leerne ligt een dorp verder in de richting van Deinze.

 

De streek zelf is ook een bezoek waard. In de buurt ligt het kasteel van Ooidonk en ook Sint Martens Latem ligt dicht in de buurt. Daar kunt u eventueel enkele musea bezoeken. In Deinze zelf is er het Museum van Deinze en de Leiestreek, met o.a. werken van Emiel Claus en andere schilders uit de Leiestreek.

 

In de buurt zijn ook talrijke verzorgde restaurants gevestigd en in Deinze op de markt zijn er enkele cafétaria’s.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 14:20 Reageer op dit bericht

Xavier De Maistre: Reis door mijn kamer

Xavier De Maistre: Reis door mijn kamer

 

Deze Franse auteur leefde van 1763 tot 1852. Hij is geboren in de Savoye toen die nog bij Italië hoorde. Hij was soldaat in het Sardijnse leger en toen de Savoye naar Frankrijk ging, moest hij het land verlaten en trok hij naar Sint-Petersburg. Hij zou daar sterven.

Dit boekje danken we aan een duel dat de auteur uitvocht in 1790 en dat hij won. Als straf kreeg hij 42 dagen kamerarrest en tijdens die dagen van opsluiting schreef hij dit werkje. Het duel was ook de aanleiding voor een eigenaardige gedachtekronkel. Aangezien het gebruik een duel toestaat, maar het bij wet verboden is, ontlokt die vaststelling hem de volgende gedachte: aangezien wet en gebruik met elkaar in strijd zijn, zouden de rechters hun uitspraak ook het best met dobbelstenen kunnen bepalen.

 

De schrijver beschrijft de voorwerpen in zijn kamer en de herinneringen die ze bij hem oproepen. Over het bed schrijft hij: En ten slotte is het in dat verrukkelijke meubel dat wij tijdens de ene helft van ons leven de narigheid van de andere helft vergeten. … Het is een met bloemen versierde wieg; - het is de troon der liefde;- het is een graf.

 

Hij begint met een (simpele) metafysische uiteenzetting die erop neerkomt dat hij de mens ziet als een samenstel van geest en beest. In het beest kan men met een beetje goede wil een voorloper zien van het onbewuste bij Freud. Er volgt een overzicht van de schilderijen aan de muur, hij heeft het over de jeugd met dit mooie stukje zin: de bossen hebben paden die je op latere leeftijd nooit meer terugvindt.

Over de dag dat zijn arrest wordt opgeheven schrijft hij:

Vandaag ben ik dus vrij of laat ik mij, liever gezegd, weer aan banden leggen. Het juk der dagelijkse beslommeringen zal opnieuw op mij drukken; ik zal geen stap meer zetten die niet door fatsoen en plicht is afgemeten.

 

Uit de voorbeelden is wel duidelijk waarover dit boekje gaat. Het is een curiosum, hoewel de auteur in de leer is geweest bij Laurence Stern (1713-1768) die in die trant A Sentimental Journey  through France and Italy schreef.

 

Het boekje werd in 1995 uitgegeven bij Uitgeverij Voetnoot Amsterdam. De vertaling en het nawoord zijn van Paul de Bruin.

 

Waardering: 7,5/10.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 21:09 Reageer op dit bericht

Haruki Murakami: Ten zuiden van de grens

Haruki Murakami: Ten zuiden van de grens

 

Een liefdesverhaal. Enkele taferelen uit de jeugd van de hoofdpersoon, vooral over zijn contacten met zijn vriendinnetjes. Een van hen heeft polio gehad en mankt. Door te veranderen van school verliezen ze elkaar uit het oog, maar twintig jaar later ontmoeten ze elkaar weer. De hoofdpersoon is dan getrouwd en heeft twee kinderen. De jeugdvriendin doet eigenaardig over haar leven. Ze heeft een kind gehad maar dat is na enkele dagen gestorven. De twee worden verliefd op elkaar, maar de vrouw verdwijnt opnieuw uit zijn leven.

 

De roman leest heel vlot. Hij heeft veel lovende kritieken gekregen en ik ken ook enkele mensen die het een heel goed boek vonden. Mij heeft het werk echter niet echt kunnen boeien. Er zijn al zoveel liefdesgeschiedenissen beschreven en in dit werk ontbrak toch wat originaliteit. Ook de neventhematiek, de corrupte zakenwereld in Japan kwam maar terloops aan bod en werd niet uitgewerkt.

 

De roman is van 1998 en werd uitgegeven bij Atlas – Amsterdam/Antwerpen

 

Waardering: 7/10

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door john om 12:51 Reageer op dit bericht

David Malouf: Herinnering aan Babylon

David Malouf: Herinnering aan Babylon

 

We bevinden ons in het midden van de 19e eeuw in een afgelegen nederzetting (ze heeft zelfs nog geen naam) van kolonisten in Queensland, Australië. Drie kinderen merken een haveloze man op die uit de moerassen opduikt en nauwelijks Engels spreekt. Hij werd 15 jaar geleden, als kind, over boord van een schip gezet en leefde al die tijd onder de inboorlingen. De komst van de man verwekt opschudding in de kleine gemeenschap. Hij wordt opgevangen door het gezin van de drie kinderen Mc Ivor. De plaatselijke dominee ondervraagt hem en de plaatselijke leraar tekent zijn verhaal op. In het volgende hoofdstuk lezen we hoe de jongen werd gevonden door de inboorlingen. (Een prachtige passage). Hij blijft jaren bij de stam tot hij verneemt dat er blanken gesignaleerd zijn. In de volgende hoofdstukken wordt het verleden van deze Gemmy nog beschreven en maken we kennis met de dorpsbewoners.

Het verhaal gaat verder met de vijandigheid die in de gemeenschap tegenover Gemmy ontstaat. De kolonisten vertrouwen hem niet en denken dat hij nog contact onderhoudt met de zwarten. Er ontstaan schermutselingen en Gemmy zal  ten slotte terugkeren naar de stam. In het laatste zijn we vijftig jaar later en lezen we wat er van enkele van de personages is geworden.

 

Tot zover de inhoud. Het boek is echter heel rijk aan thema’s. Het moeilijke leven en de angst van de kolonisten, de confrontatie met het andere, hier in de persoon van de halve wilde Gemmy, het contrast tussen wildernis en beschaving. De verschillende benadering van de natuur door Gemmy en de kolonisten. Bij de eerste is er nauw en intuïtief contact met de natuur. Het lijkt wel een pleidooi van de auteur om toch wat van de oorspronkelijkheid van het oude Australië in stand te houden. De roman bevat bovendien een groot aantal zeer gevarieerde karakters. En dan zijn er talrijke mooie passages, onder andere die met een meisje dat een zwerm bijen over zich heen krijgt.  Verder is het ontroerend hoe Gemmy (een stotteraar) opnieuw Engelse woorden ontdekt, en later, hoe hij heimwee voelt naar het veel rijkere leven (door de band met de natuur) van de inboorlingen.

 

De roman berust op fantasie, maar volgens een naberichtje heeft de auteur inspiratie gevonden bij een echt voorval.

 

David Malouf  is geboren in Brinsbane, Queensland, in 1934. De familie van zijn vader emigreerde in 1880 naar Australië vanuit Libanon. Hij heeft lang in Engeland geleefd. Wie een interview met de auteur wil lezen, kan terecht op het volgende adres: http://www.lib.latrobe.edu.au/AHR/archive/Issue-Sept-1996/intermal.html

 

Het boek heet oorspronkelijk Remembering Babylon en is van 1993. De Nederlandse vertaling door Annelies Roskam werd uitgegeven bij Van Gennep Amsterdam in 1994. Het boek telt 215 bladzijden.

 

Waardering: 8,5/10

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 15:29 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten