Naar de inhoud

't front 1940

akke.beakke.be

Archief

Leieslag deel 15

27 mei sector 2 (deel2)

In Deinze gaat het er ook hard aan toe. Bewoners worden er uit hun kelders gehaald en worden als levend schild gebruikt, tegen de Belgische kogelregen, bij de berging van de zwaar gewonde Duitse officier; Oberst Wolff. Dit gebeuren vind plaats onder het bevel van Oberartz dokter Held(A.R.156). De burgers moeten op de straat blijven.Maar wanneer de Duitse artillerie opnieuw de Belgische stellingen gaat beschieten , slaat een Duitse obus te kort in! 29 inwoners van Deinze komen om!

In de namiddag is het ook tijd voor de teruchtocht van de laatste bataljons die nog aan het Afleidingskanaal van de Leie zitten.In Maldegem wordt een voorziene tegenaanval afgelast.

Ten noorden van Maldegem verweren de mannen van het 9de Jagers te Voet zich nog verbeten. Ten zuiden van de stad zijn de Belgische troepen zich echter al over een breedte van 10 km aan het terugtrekken, dit in de ricting van Oedelem – Beernem.

Deze sombere dag kent toch nog een merkwaardig wapenfeit! Tijdens de tegenaanval te Knesselare zorgt de kordate houding van de gemengde groepering er nog voor, om in die moeilijke uren een niet onaanzeinlijke buit aan zware wapens te veroveren maar ook om een 150 tal Duitsers krijgsgevangen te maken.  Die gebeurtenis is zeker een vermelding waard.  De mannen van het 1ste en 4de Carabiniers – Wielrijders, het 7de eskadron van het 1ste Jagers te Paard en de steungroep van het 17de Artillerie behalen hier een succes waartoe de grotere en veel beter bewapende Frans en Britse eenheden niet eens in staat toe zijn  geweest.



576246-f708c29ff1a58bcd298124bd1e7ff830.jpg

576246-6860083a4f6a40c9bd4775d975b6977b.jpg
Geschreven door DP om 09:11

Leieslag deel 16

 


28 mei sector 2

Dinsdag, op dag van de  wapenstilstand, worden nog negen mensen vermoord. Deze keer zijn het vluchtelingen op weg terug naar hun streek, naar hun huis, naar hun familie! Het noodlot laat hen echter op het verkeerde moment door Vinkt passeren. De Duitsers verzamelen alle vluchtelingen op een grote weide. Men schat het aantal op ongeveer 1.500. Deze mensen moesten lijdzaam toekijken hoe vijf onschuldige burgers, op be­schuldiging van spionage, een schop in de hand ge­duwd krijgen. Eerst moeten ze zelf hun graf delven, vervolgens worden ze neergeschoten Naast deze vijf worden er nog vier anderen op af­zonderlijke plaatsen vermoord, dit nadat de capitulatie al was ondertekend!

Een landbouwer die naar zijn aardappelveld trekt word opgepakt en rugwaarts aan een legerwagen gebonden, de paarden van de wagen worden met de zweep opgejut. Na een tiental meter rolt de man al over de stenen. Pas op 31 mei zal men het lijk van deze doodgemartelde man op een weide terugvinden, een barm­hartige Samaritaan heeft hem een kogel door het hoofd gejaagd.

 

In totaal zij op 27 en 28 mei 51 Vinktenaren en 35 vluchtelingen als slachtof­fer van deze Duitse barbarij gevallen . Onder deze laatste zijn er mensen bij vanuit Vilvoorde, Schaarbeek, Lier, Mechelen, Spa, Antwerpen, Melsbroek, Gent, Anderlecht, Aalst en uit vele ge­meenten in de buurt van Vinkt.

 

Na  de wapenstistand worden er al vlug verzin­sels verspreid om de verantwoordelijkheid van de nederlaag op de rug te steken van  een klein landje, dit vooral om de aandacht af te leiden van de blunders en de onmacht die ver­antwoordelijk zijn voor de beslissende doorbraak in Frankrijk.

Wat de Belgen immers niet weten, is dat men in Parijs al op 25 mei op het hoogste niveau overwoog of het niet beter zou zijn om met Duitsland vredesonder­handelingen te beginnen..

Het is zeker  gelogen als men beweert  dat het nieuws van de wapenstilstand bij ons overal met verslagenheid is vernomen. Zeer velen, en dit niet alleen onder de bevolking of onder de vluchtelingen maar ook in het leger, zijn opgelucht dat het constante levensbedreiging afgelopen is. De kille werkelijkheid van de bezetting zal pas later aangevoeld worden.

Afgezien van uit­zonderingstoestanden zoals die ondermeer in Vinkt, schijnt al­les er op te wijzen dat ook de Duitsers enkel vrede, orde en rust willen. Ze delen aan de vele vluchtelingen de rookwaren en het voedsel uit, dat in buitgemaakte legervoertuigen of in de no dampende veldkeukens word aangetroffen. En niet weinig gemobiliseerde Belgen geloven de Duitsers wanneer die beweren dat ze enkel nog een eindje moeten mee op te stappen om dan een stempel of een papiertje voor hun `Entlassung' af te halen. Velen volgen gedwee. Maar al vlug blijkt dat de tocht alsmaar verder en ver­der gaat, dit tot dat alle vluchtkansen verkeken zijn. De reis naar een krijgsgevangenkamp in Duitsland is begonnen.

Ondanks alles spannen onze legeraanvoerders zich uitermate in om de Belgische vaandels en standaarden uit de handen van de vijand te houden. Van de 125 em­blemen valt slechts één regimentsvaandel in Duitse handen.

Veel generaals en officieren voelen zich ge­roepen om hun opperbevelhebber in gevangenschap te vol­gen, dit nadat Koning Leopold III zelf in een pathetische oproep verklaard heeft dat hij het lot van zijn leger wil delen!

Wel schokkend zijn de gedetailleerde Belgische bevelen inzake het keurig afleveren van wapens en voertuigen aan de vijand, en het verplichtend samenhouden van de troepen in afwachting van verdere orders van de bezetter. De weinigen die de moed hadden om de sprong naar Engeland te wagen, worden door sommige generaals als `deserteurs' gebrand­merkt. Anderen maken van de gelegenheid gebruik om naar huis terug te keren, meestal in een geleend of gepikt burgerpak De stoutmoedigsten nemen een wapen mee naar huis, hoewel zij beseffen dat bij een zorgvuldige con­trole door een Duitse wachtpost dit fataal kan worden.

 

Lange rijen vluchtelinge trekken terug huiswaarts.Voor de meesten is de oorlog voorlopig voorbij ( dit denken ze toch!). Maar in de Belgische kuststreek vechten de Duitsers nog enkele dagen,  zowel op de grond als in de lucht,  door tegen Britse en Franse troepen.Op 31 mei valt het strand van De Panne onder het artillerievuur van de Duitse troepen.De Britten vluchten in de richting van de Noordfranse havenstad Duinkerken.Op 04 juni valt Duinkerken. In Frankrijk beginnen op 18 juni de besprekingen van de capitulatie, de wapenstilstand gaat pas in op 25 juni om 00u25.

Geschreven door DP om 09:15

Leiebrug van Ooigem en Desselgem door Bernard Delange

Leiebrug van Ooigem en Desselgem tot tweemaal toe vernield:

 

Geschreven door Bernard Delange

 

Zo is de Leiebrug van Ooigem en Desselgem tot tweemaal toe vernield. Uit mijn bijdrage "Bewogen geschiedenis van de Leiebrug in Desselgem" De Gaverstreke. Dit jaar verschijnt een andere kijk vanauit Ooigem in Leiesprokkels. Kunt u de informatie bevestigen of verbeteren en aanvullen ?
 
 De Leiebrug van Desselgem-Ooigem heeft geen van beide wereldoorlogen overleefd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef de brug nog overeind tot op woensdag 16 oktober 1918, toen de Duitsers de ijzeren Leiebrug lieten springen om de oprukkende Engelsen achter de rivier te houden. De Tweede Wereldoorlog bracht voor de Leiebrug reeds onheil op 23 mei 1940, toen de geallieerden probeerden de optocht van de Duitsers te stuiten door stelling te nemen achter de Leie en de Leiebruggen dynamiteerden.
 
Op 23 mei 1940 werd de gemeentelijke Leiebrug van Desselgem en Ooigem door het Belgisch leger vernietigd om de oprukkende Duitsers een tijdlang op te houden achter de Leie. Die dagen werd trouwens een bloedige veldslag geleverd in de Desselgemse Leikant. Een monument op het kerkhof van Desselgem herinnert aan achttien plaatselijke oorlogsslachtoffers en vier vermoorde vluchtelingen uit Aalst. Daar is geen herinnering meer aan de vier in Desselgem gesneuvelde Belgische militairen. Maar er zijn hier in de Desselgemse Leikant vooral veel Duitsers gesneuveld, van wie volgens getuigen het merendeel onmiddellijk is afgevoerd. Toch zijn er nog tientallen gesneuvelden achtergebleven en her en der begraven. In het Waregems stadsarchief is nog een lijst bewaard met 106 namen van in Desselgem begraven en nadien weer opgegraven Duitse soldaten.

De Belgische soldaten van het 1e Linieregiment, die zich in de Desselgemse Leikant bevonden, waren reeds op dinsdag 21 en woensdag 22 mei 1940 bezig met de Leie over te trekken, ondermeer ook ter hoogte van de strook tussen het sas van Ooigem en de verdwenen Broekstraat. Er lag daar een bootje. De Duitsers waren vanuit Deerlijk aan het naderen tot aan de Gentseweg en het Belgisch leger had de opdracht gekregen om binnen de zogenaamde operatie Dynamo de Duitsers op te houden achter de Leie. Bedoeling was zoveel mogelijk tijd te winnen om het Britse expeditiekorps toe te laten om terug te keren naar Engeland.
 

Binnen het kader van de expeditie Dynamo legden de genietroepen op 23 mei 1940 ‘s morgens springladingen aan onder de Leiebruggen van Harelbeke en Desselgem. Die donderdagvoormiddag omstreeks 10 uur in de voormiddag werd de omgeving opgeschrikt door een oorverdovend lawaai. Getuigen zagen nog de daarmee gepaard gaande stofwolk van het springen van de Leiebrug tussen Desselgem en Ooigem . Helemaal onverwacht kwam die hevige knal niet, want de mensen van de Ooigemstraat en de Plaetse in Desselgem en wellicht ook elders werden wel vooraf verwittigd. Ze werden aangeraden om hun ramen te beveiligen met plakband. De knal kwam niettemin angstaanjagend over.
 
We willen u hier een deel uit de getuigenis van Marcel Biebuyck over de Leieslag van mei 1940 niet onthouden, dit ter aanvulling van de belangrijke bijdragen hierover van Etienne Ducatteeuw in onze vorige jaarboeken van De Gaverstreke:
“De gedynamiteerde brug was er een van het ijzeren type, waarbij het staal met klinknagels aan elkaar geklonken zat. De brug was na het springen nog in dergelijke staat dat een avonturier met enig acrobatenwerk er nog kon in slagen om de overkant te bereiken. Maar niemand die er toen nog aan dacht om te spelen. Intussen waren in de namiddag nog een drietal Belgische soldaten op zoek om over de Leie te geraken. We konden hen verwijzen naar het bootje dat daar aan de wijnhandel Debrabandere voor een overtocht kon zorgen. Terwijl die soldaten daar rondliepen hadden we onze handen vol om onze koeien, die nog te grazen stonden in de weide aan de overkant van het sas, nog vlug in de stallen te drijven. Dat was niet zonder gevaar, want zelf was ik die voormiddag al driemaal het doelwit geweest van de Belgische soldaten. Die hadden zich ingegraven aan de overkant van de Leie en schoten blijkbaar zonder aarzelen op al wat bewoog aan de overkant.

Voor de bewoners van de Leikant werd het die donderdag al erg gevaarlijk wegens die beschietingen door de Belgen vanuit de overkant. Zelf hielden we ons wat koest binnen en in de stallen, maar het meest nog in de kelder. Toch bleven we nog op de hoeve aan de Leie tot de zaterdag, wanneer we de hevigste gevechten konden ontlopen om te kunnen gaan schuilen bij de familie Alfons Vandesompele in de Knokstraat. We mochten pas de maandag even terugkomen om de koeien te melken. Er waren heel wat slachtoffers in de Leieslag. Dat er minder slachtoffers waren in het westelijke deel van Desselgem, tussen de Terlindenstraat en de Ooigemstraat, is te verklaren in het feit dat dit een open vlakte was en dus door de Duitsers werd gemeden. Als ze zich daar zouden wagen zouden ze een schietschijf worden voor de Belgen aan de overkant van de Leie. Toch zijn er ook hier slachtoffers gevallen. Zo werden er een zestal Duitsers begraven aan de Leiebrug ter hoogte van het huidige 'tank'monument.

Er is ook een Duitse soldaat gesneuveld in de bloementuin van de familie Lambrecht van het Munkenhof. Een Duitse soldaat sneuvelde op de meers ter hoogte van het sas van Ooigem naast de vroegere hoeve Biebuyck. Op de overgang tussen de meersen van Biebuyck en Meerschman sneuvelden vier Duitsers. Een Belgische luitenant bloedde dood tussen de Terlindenstraat en Desselgem Plaetse. Er werd nog een Duitser begraven in een obusput nabij de woning van de familie Harinck. Tenslotte sneuvelde een 44-jarige oud-strijder uit de Eerste Wereldoorlog…”
 
Het bericht op dinsdagmorgen 28 mei 1940 dat koning Leopold III de slachtpartij beëindigde en capituleerde, kwam voor velen als een opluchting. Dat was zeker het geval voor veel soldaten, die de uitputting nabij waren. Een groot aantal kwam te voet terug langs het kanaal Roeselare-Leie en kon daar op een paar honderd meter van het sas van Ooigem op grondgebied Wielsbeke via een noodbrug de Leie oversteken naar Desselgem. Sylvére Devlaeminck getuigt hierover dat hij op dinsdagavond 28 mei al was aangekomen in Ooigem en daar na wat nachtrust het kanaal overstak over de sluisdeuren. Even verder, richting Wielsbeke, hadden de Duitsers al een noodbrug geslagen over de Leie, waar vluchtelingen en Belgische militairen onder toezicht van Duitse wachten de rivier konden oversteken.
 
De Leiebrug tussen Ooigem en Desselgem bleef tijdelijk buiten dienst, maar nogal vlug moet het mogelijk geweest zijn om de Leie daar over te steken, eerst met een overzetdienst en later met een voetgangersbrug. Zoals hierboven reeds aangehaald kon aanvankelijk gebruik worden gemaakt van de tijdelijke hulpbrug tussen de vroegere Broekstraat in Desselgem en de zijdreef ter hoogte van wijnhandel Debrabandere in de Ooigemstraat in Wielsbeke. De nog in Desselgem overblijvende Duitse troepen hebben daar in mei 1940 de Leie overgestoken.


Het peil van de Leie lag er toen uitzonderlijk laag bij. Mogelijks was dit een gevolg van het laten springen op 23 mei omstreeks 11.45 u. van de Leiebrug in Sint-Eloois-Vijve. De afstand tussen het sas en de brug was maar 38 meter, zodat het niet ondenkbaar is dat de sasdeuren defect geraakt zijn door de explosie. Het kan ook bewust geregeld zijn door het vooraf openen van het sas of het ophalen van de schutbalken op de Barrage. Nader onderzoek moet ons hierover meer zekerheid geven. De Leie was dus leeggelopen en op sommige plaatsen niet breder dan een grote beek. Dat wordt ook bevestigd door Marie-Christine Martens van de Juliaan Claerhout-kring in Wielsbeke.

Voor meer informatie over de aanleg van een nieuwe brugverbinding tussen Ooigem en Desselgem kunnen we verder gebruik maken van documenten uit het archief van het Bestuur voor Waterwegen in Kortrijk. We hebben kunnen vaststellen dat de werkzaamheden van de dienst “Bruggen en Wegen” van het toenmalig “Ministerie van Openbare Werken en Werkverschaffing” gewoon is doorgegaan tijdens de Duitse bezetting. We vonden er alvast een aantal documenten omtrent de aanneming tot het Bouwen eener Voorloopige Brug te Desselgem in 1940 en een reeks herstellingswerken nadien wegens Averijen aan de noodbrug van Desselgem. We kunnen ook nog terugvallen op enkele documenten uit het archief van Desselgem, die handelen over oorlogsschade. Die stukken bevinden zich nu in het stadsarchief in Waregem. 

Door oorlogsomstandigheden was de voorlopige brug of noodbrug uit 1940 geen lang leven toebedeeld. De Duitse troepen hebben de houten noodbrug vernield achtergelaten bij hun vertrek in september 1944. Daarover hebben we op het ogenblik weinig informatie. In latere documenten wordt ook nergens verwezen naar de nood om de voorlopige brug eind 1944 te herbouwen. Bij de afhandeling van het dossier voor de bouw van de huidige brug ziet men deze steeds als vervanging voor de in mei 1940 vernielde brug en vinden we geen enkele allusie op de grondige renovatie in 1944-1945 van de toen gebruikte houten brug.
 
In tegenstelling met de oorlogssituatie in mei 1940 werden in september 1944 eerst de dorpen aan de rechterkant van de Leie bevrijd. De Duitse troepen zaten nog in Ooigem, terwijl de Engelsen al een hoofkwartier hadden ingericht op het Munkenhof. In het kasteel van Ooigem was een Duitse ziekenboeg ingericht, en de Duitse majoor-geneesheer wenste zich op vrijdag 8 september samen met 39 gewonde soldaten over te geven. Met bemiddeling van kasteelheer Charles Verhaeghe, Valère Vindevogel en Remi Peers werden ze die dag overgevaren naar het Munkenhof met een ijzeren boot, die aan het sas gemeerd lag.

Geschreven door DP om 11:49

Welk Duits regiment op 25 mei 1940 te Merendree?

Welk Duits regiment op 25 mei 1940 te Merendree?
 
Vraag van  Kurt De Bruyne, wie kan ons verder helpen alle info welkom

Geachte,

Vandaag ben ik via het internet op jullie gegevens gestoten. Mijn naam is Kurt De Bruyne uit Hamme bij Dendermonde / St-Niklaas. Momenteel ben ik mijn grootvader zijn oorlogsgebeuren aan het reconstueren met het oog op een uitgave bij de Heemkundige Kring hier in Hamme. Dit evenwel volledig belangeloos. Ik heb namelijk het geluk gehad de familie te leren kennen waar hij tijdens zijn krijgsgevangenschap in Oostenrijk moest gaan werken en die hem tevens heel dierbaar waren. Iets waar vele andere families niet in slagen, daar zij geen adressen hebben van die Duitse of Oostenrijkse families.

Ik ben ondertussen al in Evere geweest, op aanraden van iemand die ook in deze materie is begaan. En daar heb ik zijn persoonlijk dossier alsook copy's van de velddagboeken van de IIe groep van het 9e Artillerieregiment. Maar van de 6e batterij, IIe groep van het 9e Artillerieregiment (ofte 6/II/9A) hebben we
er 2 gevonden. We hebben beiden op copy, het 2e velddagboek hebben we fotografisch moeten overnemen omdat het in potlood op kleine velletjes stond. Het interessante is dat hier ook de mobilisatie stond in beschreven. Het ene is alvast van luitenant Verlende, de commandant van mijn grootvader. Volgens hetgene ik heb kunnen uitmaken heeft hij ook in de regio gezeten waar jullie info over zoeken, namelijk in de Vaartstraat in Hansbeke. Is dit correct?

Ik wou even melden dat ik bijna zeker voor 90% weet hoe de krijgsgevangenschap verlopen is, wat mijn grootvader betreft. Hij is op 24 mei om 6u 's morgens aangekomen aan Hansbekeveer (kant Zomergem) een uur later heeft hij positie genomen in de Vaartstraat te Hansbeke (gevonden aan de coördinaten die in het velddagboek stonden). En dus is hij in ondersteuning van het 6e linie gekomen (dit moeten we nog uitspitten). Het 'Lyskanal' van De Vos - Janssens meldt in voetnoot 21 dat een Duitse 'Morgenmeldung van 25 Mei 1940' meldt dat er 25 Belgische krijgsgevangenen van het 6e linie genomen zijn. Volgens de kaart in dat boek lagen zij net voor de Vaartstraat. Ongetwijfeld is hij één van die 25. Zijn Duitse krijgsgevangenkaart meldt: 'Krijgsgevangen op 25 Mei te Tielt'. Dit is ongetwijfeld rudimentair, maar Tielt ligt als grote stad vrij dicht bij Hansbeke. Volgens mij klopt de theorie. Hij heeft ooit tegen zijn collega-krijgsgevangene verteld dat zij opgesteld stonden in een boomga
ard en de Duitsers hen bij verrassing hebben krijgsgevangen genomen. Het enige wat ik nu zoek is welk Duits infanterieregiment van het Duitse 56e Leger hem heeft krijgsgevangen genomen. Van welk regiment is die 'Morgenmeldung'? Heeft u hier soms weet van, want het zijn de dezelfde Duitse troepen die op 25 mei 1940 in Merendree waren?

Met vriendelijke groet,

Kurt De Bruyne
Kerkstraat 34
9220 Hamme
Geschreven door DP om 07:23

18e Linie Regiment 23

VII  -  10 & 11 Mei 1940 – Op de CP van het 18° (Middensector)


De gebeurtenissen op de Commandopost (CP) van de Middensector in de nacht van 10 op 11 mei 1940, de terugtrekking van de CP op 12 mei.

 

Kolonel SBH DUEZ beschrijft nu de gebeurtenissen van beide dagen aan het front beleefd op zijn CP en de terugtrekking van zijn CP. Men merkt wel dat de originele tekst in het Frans opgesteld werd. Bepaalde zinsneden of uitdrukkingen zijn soms moeilijk te begrijpen en maken het noodzakelijk de originele Franse tekst ter beschikking te hebben, tekst die ik gelukkig heb. Maar om zo getrouw mogelijk bij de originele vertaling te blijven heb ik hem bijna integraal overgenomen, alleen waar echt nodig heb ik de tekst voor de duidelijkheid aangepast.

 

De bewegingen worden onzeker gemaakt door het volstrekte meesterschap in de lucht en de onverbiddelijke strijdlust, door het vijandelijke vliegwezen betuigt. Deze actie met die der valschermspringers gecombineerd, heeft de verbinding in de war gestuurd, de verplaatsingen van de renboden tot het uiterste vertraagd en het waarnemingsstelsel ontwricht.

Ze heeft de werking van de artillerie volledig verlamd : zo heeft de uitvoering van het vuur E 34 bis, door het Zuidkwartier gevraagd, – de brug was nog niet opgeblazen – tot gevolg gehad dat de batterij die het vuur moest afgeven, op twee en een halve minuut tot zwijgen werd gebracht !

De 10° mei, omstreeks 15:00 uur, komt een bom op de CP van de Middensector terecht en verbrijzelt de centrale der Transmissietroepen.

Het nadeel opgeleverd door de verbreking van de transmissies wordt omvangrijker, doordat een der eerste bommen, de 10°, de E.R.T.R.-post van de steungroep heeft vernietigd en doordat de CP van die groep niet bij deze van de Ondersector is gevestigd.

De artillerie zal slechts ’s nachts kunnen vuren, dat verklaart waarom de D.L.O. bevel ontving persoonlijk naar de groep te gaan om de verbinding eerst door E.R.T.P., daarna door draad opnieuw te verzekeren, en waarom de groep met aandrang werd verzocht de verbinding op het einde van de dag (17:00 uur) weer tot stand gebracht te hebben.

Wanneer er wordt gemeld dat de telefoonlijn hersteld is, wordt ze beproefd, maar reeds is ze stom !

Daardoor komt het dat de verbindingsofficier, gezonden om verslag uit te brengen over de toestand op het einde van de dag, aan de divisie zal vragen de steungroep zo goed als het kan aan te wenden ; aldus wordt die groep weer ingeschakeld in de gezamenlijke actie tegen de bruggen.

De traagheid der transmissies blijkt sprekend uit het feit dat de Ondersector te 20:30 uur bericht ontvangt, dat de I / 14 A te 20:00 uur een vernietigingsvuur op de bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven zal leggen! Van 20:15 uur tot 23:00 uur en in de laatste helft van de nacht tot vóór dageraad, buldert de ene artillerie tegen de andere op.

De naar de divisie gezonden inlichtingsofficier was onder meer belast met de boodschap : “Er is strijd op de tweede echelon. Zonder middelen om dat tweede echelon te steunen”.

De commandant van de Ondersector hoopte dat hij in de nacht één of meerdere verbindingsofficieren zou ontvangen hebben, die hem het aanrukken van versterkingen tegen dageraad komen berichten zijn. Hadden de Geallieerden niet aangekondigd dat, mocht België aangevallen worden, het antwoord “bliksemsnel” zou flitsen ?

Er was geen vertegenwoordiger van de divisie op de CP, hetgeen, gelet op de omstandigheden, geboden ware geweest.

De inlichtingen van 23:45 uur de 10° en van 02 uur de 11° mei toonden hoe erg de toestand was.

Groot was het ongeduld toen de inlichtingsofficier te 02:30 uur terugkomt met een bevel waarbij drie compagnies fuseliers ter beschikking van de Ondersector worden gesteld met de opdracht “hem van valschermspringers te zuiveren”.

 

Volgens de in de nacht ontvangen inlichtingen heeft de toestand zo geëvolueerd dat het mag gezegd, dat het tweede echelon niet meer veilig is. Ingerichte eenheden en valschermspringers bevinden zich tegenover ons. Dorpen, Hees waarschijnlijk, Kesselt stellig, moeten herwonnen worden. Het is zaak een tegenaanval in te zetten en door te drijven. Bij toepassing van de regel dat de tegenaanvalstroepen dienen geposteerd op een terreinlinie die men zeker is vóór de vijand te kunnen bezetten, beslist de commandant van de Ondersector de compagnies fuseliers te posteren op de dwarsstelling Rosmeer-Vlijtingen-Riemst, waardoor de artilleriestelling nog gedekt is.

Te 03:00 uur vertrekt de officier die het bevel naar de commandant van de versterking moet brengen drager van een kaart op het 20.000° met aanwijzing van de opstelling die vóór dageraad (05:00 uur) ten uitvoer moet zijn gebracht.

 

Te 03:45 meldt een bulletin van 02:55 van de commandant van de tweede echelon :

 

“Bij de 6° Cie biedt één enkel steunpunt (weg van Hees naar het Oosten) nog weerstand, het heeft veel gekwetsten en zal waarschijnlijk zonder munitie vallen”

“Te 01:00 uur worden de stellingen van de 7° Cie, de CP onder meer, door de vijand bezet. Ik vrees omsingeld te zijn, daar de 7° verdwenen is en de 6° er slecht voorstaat. Zonder nieuwe munitie weet ik niet hoe wij zullen standhouden. Wij zullen het onmogelijke doen”.

 

De commandant van de ondersector verheugt zich over de beslissing die hij te 03:00 uur trof. Het is gebiedend noodzakelijk dat er versterking komt. Zij zal maar juist tijdig op de gekozen lijn kunnen worden ingezet. De doorgang Vlijtingen-Riemst zal moeten worden verdedigd door het peloton verkenners en de sectie Mi van het 11° die van haar stelling ten N.O. van Vlijtingen dient teruggetrokken zodra de fuseliers van de 11° Cie de oostelijke toegangswegen naar dit dorp zal bezetten.

 

Maar te 04:14 komt de officier terug die de bevelen naar de commandant van het versterkingsbataljon is gaan brengen : Hij heeft de majoor niet gevonden, noch op de plaats door de divisie aangewezen, noch binnen een straal van 400 meter in de omgeving van het aangewezen punt.

De commandant van de Ondersector vindt de zaak zo buitengewoon, dat hij de officier oplegt schriftelijk rapport over zijn opdracht uit te brengen.

De gevolgtrekking is verblindend : de vijand is doorgebroken, doorgebroken bij ons weten, sinds 1 uur ’s morgens, zegge sinds langer dan DRIE uren en, terwijl wij hoopten hem een nieuwe versperring, weliswaar zwak, maar toch nog een beschutting voor de artillerie, in de weg te leggen, moeten wij vurig verwachtte versterking derven. De commandant van de Ondersector vraagt zich af wat hij nog vermag.

Het ergste is, dat de vijand sedert het midden van de nacht de weg naar Tongeren heeft overmeesterd. De tijd ontbreekt om te Riemst, bij het krieken van de dag een element, hoe zwak het ook zij, tegenover hem te stellen.

De 10 mei te 21:55 nam het III° afscheid. Het II° nam afscheid op 11 mei te 02:55. De chefs van de beide bataljons zijn beproefde frontsoldaten van 1914-18.

 

Ter plaatse in de CP weerstand bieden ? Zulks komt er op neer, een afgezonderd punt op een front van 4,6 Km te bezetten, wat zelfs de vijand niet zou verhinderen de straatweg Lafeld-Vlijtingen te bezigen. Dat zal de vijand niet vertragen, die ons zelfs links kan laten liggen.

En wat zal de divisiecommandant zeggen, hij die versterking heeft, in ieder geval reeds drie compagnies fuseliers die misschien door andere zullen worden gevolgd, indien de commandant van de ondersector lijdzaam in zijn CP blijft en er zich langzaam laat vangen ? Wie is zó aangewezen om versterkingen in te zetten, als de commandant van de Ondersector, die piekfijn op de hoogte is van de situatie en het terrein en zijn inrichting grondig kent ?

De gezamenlijke actie in de Ondersector leiden is onbetwistbaar de eerste opdracht van de ondersectorcommandant. Op hem rust de taak de vijand vooreerst te betomen, en zo het Commando hem daartoe de nodige middelen verschaft, de tegenstander terug te slaan.

 

De commandant van de Ondersector neemt te 04:30 uur (11 mei) de beslissing het personeel van zijn CP terug te trekken op ’s Heerenelderen, bestuursechelon van de CP, en een kleine omweg te maken om zelf even aan te lopen bij de divisiecommandant, ten einde hem op de hoogte van de toestand te stellen.

 

De beslissing de CP te verplaatsen om van elders anders uit de aangekondigde middelen nog te kunnen inzetten, was des te gegronder, daar het na de oorlog werd uitgemaakt dat de commandant der versterkingscompagnies zich in de streek bevond en dat een vergissing van de Staf der Divisie in de aanwijzing van de plaats van dien commandant, oorzaak was dat hij niet werd gevonden.

 

Had de Staf der Divisie die vergissing niet begaan, dan zou de dwarsstelling Rosmeer-Vlijtingen-Riemst door de versterkingscompagnies bezet geworden zijn, terwijl de CP van de Ondersector op zijn plaats te Vlijtingen ware gebleven.

 

Wij verlaten de CP te 05:00 uur, nadat de nodige maatregelen zijn getroffen.

 

De Ondersectorcommandant die de stelling van de I / 14 A doorschrijdt, stelt deze eenheid op haar hoede. Vervolgens wendt hij zich naar de ravitailleringplaats om er bevel tot terugtrekken te geven. Hij richt zich dan zuidwaarts en, daar hij te 07:30 een vijandelijke groep heeft opgemerkt die ten Westen van Herderen naar Tongeren stapt, begeeft hij zich recht naar de CP van de 7° ID.

Het vijandige vliegwezen bewaakt de streek aandachtig : de opmars vordert zeer langzaam en het groepje is over meer dan één kilometer uitgerekt, wanneer de ondersectorcommandant in de divisie aankomt. Zijn eerste woorden tot de officieren, die hem tegemoetkomen, zijn : “Wij hebben de commandant van de versterkingen niet gevonden. Hebt u versterkingen?”. Het antwoord luidt ontkennend.

Door de commandant van de divisie ontvangen, zet de commandant van de Ondersector hem de toestand uiteen.

De Divisiecommandant vraagt : “Wat bent u voornemens ?”

Antwoord : “Ik heb de elementen van mijn CP naar ’s Heerenelderen gezonden, vanwaar ik meende te kunnen inzetten, hetgeen u me zou gegeven hebben”.

De generaal raadpleegt zijn kaart, keurt de opstellingsplaats goed en zegt : “Met hetgeen u er hebt heengezonden en hetgeen daar zal terugkeren, zult u de noordoostelijke en oostelijke toegangswegen naar Tongeren, op de lijn Werm-Membruggen-Genoelselderen, verdedigen. Ik trek het Hoofdkwartier van de D.I. terug op Piringen.”

 

Bij gemis aan versterkingen kan er slechts kwestie van zijn, de vijandelijke vooruitgang zo goed mogelijk te vertragen door trachten terug te keren naar K.W. Terwijl de divisiecommandant naar het Legerkorps gaat, begeeft de commandant van het 18° Linieregiment zich naar ’s Heerenhelderen.

Hij kwam er aan, om 09:45 uur. Het dorp is leeg. Een burger zegt dat er al Duitse pantserwagens zijn doorgetrokken, die uit het Zuiden kwamen.

Omstreeks 11 uur wordt het vliegwezen zeer bedrijvig boven de weg Tongeren-Bilsen.

Ofwel hebben onze telefonistenseingevers van het peloton verkenners, het wachten moe (ze hadden het dorp omstreeks 07:30 / 8 uur moeten bereiken); zich teruggetrokken, ofwel werden zij uiteengeslagen en wellicht door de pantsers gevangen genomen.

Het is klaarblijkelijk dat ’s Heernelderen vermeden wordt.

Er komt niets door. Aan verschillende zijden horen wij kogelvlagen uit automatische wapens ratelen. Valschermspringers strijken neer. Juist zoals de 10°, is het Duitse vliegwezen beslist heer en meester, de ganse dag.

In feite werd, te 11 uur, juist toen het van de CP / 18° overblijvend groepje zich naar Wijngaard-Bossschen terugtrekt, een officier van de 4 Rav (IV / 18) met een of twee voertuigen gevangen genomen door een pantserwagen, aan het kasteel van ’s Heerenelderen, in het park waarin hij zich schuilhield, wat verklaart dat wij hem niet gezien hebben.

Ten Westen van Wijngaard-Bossschen, eerste ontmoeting met de Belgische gemotoriseerde troepen : een officier van de Lansiers verklaart dat zijn troep noord-oostwaarts in contact is gekomen.

Te 13:50 gaan wij een gemotoriseerd kanon van 47 voorbij, dat bij paal 17,600 op de weg Kerniel naar Gors-Opleeuw is geposteerd.

Te 14 uur, bij het kruispunt benoorden paal 17, waarschuwen terugkerende burgers ons dat pantserwagens uit Borgloon op ons afrukken ; die wagens komen van achteren en tasten de verdediging in de rug aan.

Wij verbergen ons in een boomgaard. Enige ogenblikken later daagt een pantserwagen op en bekogeld ons terwijl een tweede pantserwagen het kanon 47 in de rug bestookt. Het personeel van dit stuk wordt gevangen genomen, eer het zelfs zijn wapen heeft kunnen omkeren.

Uitgestrekt in de boomgaard, op 30 m van een pantserwagen, tot de duisternis invalt, slagen wij er in omstreeks 20:45 te ontkomen. Onder begunstiging van een terreinplooi in de vijandelijke stelling, sluipen wij om de pantserwagens heen en omstreeks 23 uur overschrijden we de weg van Kerniel naar Kortessem, in het licht van de lantaarns van een op post geplaatst vijandelijk voertuig.

Dwars door de velden, ons richtend op de Poolster, geraken wij omstreeks 24 uur, te Wellen, en op 12 mei te 00:15 uur trekken wij, een tweede maal door de linies van onze gemotoriseerde troepen, die aan de Herk post hebben gevat.

Bij dageraad bereiken we Sint-Truiden, nadat wij op 24 uren 52 kilometer hebben afgelegd, waarvan 5 door veld en moeras, in de nacht.

Te 8 uur zijn we te Leuven.

Wij vervoegen er ons te 11 uur , op de Cesarsberg, bij de 7° D.I. : de hergroepering van de divisie, waarvoor Vilvoorde aanvankelijk was aangewezen, zal op de Heisel geschieden, waar wij te 13:30 uur aankomen (12 mei 1940).

 

Tot hier het relaas van de kolonel SBH DUEZ, de commandant van het 18° Linieregiment over de meidagen 1940, (10, 11 en 12 mei).

 

 

Geschreven door DP om 00:00

18e Linie de terugtocht van Bretagne tot in het Gers-departement

XIII  -  18° Linieregiment – de terugtocht van Bretagne tot in het Gers-departement

 

De 18° juni, te 3 uur ontvangen we de vertrekorder.

De divisie gaat ten Zuiden van de Loire en zal inkwartieren in de streek :

LEGE – ROCHESEVIERE – VIEILLEVIGNE – MONTAIGU;

Reisweg : MALESTROIT  –  PEAULE  –  LA ROCHE BERNARD  –  HERBIGNAC  – 

   SAINT-NAZAIRE (veerpont) – LEGE.

Te 06:45 uur vraagt het regiment dat aan de diensten orders voor de bevoorrading in levensmiddelen en benzine zouden worden gegeven, alsook voor de geneeskundige zorgen ; vraagt orders, om de lastwagens van het Autopeloton, leeg, de infanterie tegemoet te laten komen, tussen Malestroit en St-Nazaire, en, indien het niet meer mogelijk is de overtocht met het veer te maken, de infanterie langs Nantes om te leiden. In het laatste geval zouden de vrachtwagens van het 20 A, Trans.K. en Sanitaire Dienst, moeten gebruikt worden.

Te 8 uur meldt de divisiecommandant dat het marsorder voor de beweging richting van Saint-Nazaire, een beperking inhoudt : de infanterie mag in geen geval de brug over de Vilaine, te Roche-Bernard overschrijden.

De generaal hecht geloof aan een verdediging van Bretagne, vlak naar het Oosten, en het zou kunnen gebeuren dat de Bretoense havens niet meer toegankelijk zijn, indien wij ons ten Zuiden van de Vilaine verplaatsen.

De Stafchef en de commandant van het regiment worden respectievelijk naar BREST en SAINT-NAZAIRE gezonden om inlichtingen in te winnen over de mogelijkheden van een eventuele inscheping.

Van zodra de generaal te Légé (Loire Atlantique) zal aangekomen zijn zal hij de haven kiezen, daarbij rekening houdend met de inlichtingen die hij uit Brest en Saint-Nazaire moet ontvangen.

De divisiecommandant zal ons ’s middags bevestigen, dat we ten Noorden van de Vilaine moeten blijven en dat hij, in de loop van de voormiddag van de 19° juni een bezoek zal brengen aan de beide regimenten. De infanterie is op 100 km van de divisiestaf.

In plaats van een bezoek te brengen, “kuist” de generaal “zijn schop af” naar veiliger oorden, zijn infanterie in de steek latend, zoals we later zullen zien !

’s Middags verklaart de Admiraal, Bevelhebber van de Basis van Saint-Nazaire, dat we 24 uren te laat zijn voor de inscheping. De « JEAN-BART » moet ’s nachts vertrekken, maar er is geen sprake van, nog verschillende duizenden soldaten mee te nemen. Daardoor zouden ten andere, deze laatsten tijdig te Saint-Nazaire moeten zijn, en om daar te geraken, zou men moeten kunnen gebruik maken van de door de Britten achtergelaten vrachtwagens, waarvoor nog chauffeurs moeten gevonden worden.

Spijtig, dit had een flinke basis kunnen zijn voor een grotere Belgische eenheid in Engeland, samen met de latere Brigade Piron. Het heeft niet kunnen zijn, was het DUEZ gelukt over te zetten met de twee regimenten, hij was er wel degelijk ingevlogen in 1944.

In de loop van de namiddag wordt de infanterie tegengehouden op de baan tussen La Roche-Bernard en Péaule. De tocht geschiedde in tamelijk moeilijke omstandigheden : lange etappe, geen ambulantiewagen.

Bij het aanbreken van de dag waren de diensten van de divisie en het 20 A rechtstreeks ten Zuiden van de Loire gebracht : de infanterie was noch met levensmiddelen noch met benzine bevoorraad geworden.

Een persoonlijke oproep van de korpsoverste aan de Generaal die de Subdivisie van Vannes onder zijn bevel had (Fr), heeft voor gevolg dat we ’s avonds 800 broden van 1 kg en 700 dozen pastij ontvingen : dit voor 2500 manschappen (2° Kar. en 18° Li).

De Stafchef, terug uit Brest, komt langs te La Roche-Bernard. Er is evenmin mogelijkheid in te schepen te Brest als te St-Nazaire : de Britten hebben alles benut wat zeeklaar was.

De korpsoverste vraagt opnieuw aan de Stafchef van de divisie, de infanterie te doen afhalen door de vrachtwagens van de divisie.

Voor de nacht van 18 op 19 juni wordt bivak opgeslagen. Als een stortvloed stromen Franse troepen langs La Roche-Bernard naar Nantes. Men krijgt de indruk dat Bretagne leeg loopt. Een Franse militaire vrachtwagen komt de 19° om 4 uur voorbij en meldt de aanwezigheid van Duitse pantsers te Rochefort-en-Terre, op 15 km ten Noorden van Péaule !

Vruchteloos proberen we, van uit de gendarmeriepost van La Roche-Bernard, over Nantes, in verbinding te komen met Légé. Daarentegen vraagt men voortdurend aan de gendarmerie : “Niets ergs bij u ?”. Dit zijn peilingen. De korpsoverste vraagt telefonische verbinding met de subdivisie te Vannes ; na verscheidene pogingen antwoordt Vannes, dat de militaire centrale verlaten werd.

Het is 10:30 uur, 19 juni 1940.

Er blijft maar één uitweg : de Franse autocolonnes te voet volgen naar Nantes toe. Maar de afstand naar Légé is zo lang, dat we absoluut van de divisie de beslissing moeten afdwingen, autovoertuigen naar de infanterie toe te sturen. Slechts aldus kunnen we Légé ’s nachts bereiken.

De infanteriecolonne zet zich onmiddellijk in beweging en het korpsgerij wordt gebruikt om de verplaatsingen te versnellen.

De korpsoverste vertrekt naar Légé. Onderweg verneemt hij dat de Fransen het opblazen van de brug te Nantes voorbereiden ; hij haast zich en, om niet belemmerd te worden bij het doortrekken van de stad, volgt hij de lanen die de stad omringen, daarbij geleid door een officier van het regiment.

De brug over de Loire wordt te 12:50 uur overschreden. Ze is gans vrij, maar een vernielingsinrichting is inderdaad aangebracht geworden. Alles is rustig in de omgeving van de brug.

Te 13:15 uur biedt Légé ons meer dan een ontgoocheling : Het brengt ons een gevoel van bitterheid.

Geen spoor van de divisiestaf. Een inwoner geeft ons de raad, inlichtingen in te winnen bij de handelaar in ijzerwaren : zijn dochter is bediende op de “mairie”. En zo is het dat we vernemen dat het Hoofdkwartier te 5 uur vertrokken is naar PONS (Charente Maritime). Een blik op de kaart : PONS is op 180 km. We zijn dus aan ons zelf overgelaten.

Bedankt, die fijne nieuwe generaal, best dat we zijn naam niet weten, zo maar twee infanterieregimenten aan hun lot overlaten, ’t was zeker ook één van die salonofficieren. Ik kan de verbittering en de woede van de kolonel DUEZ best begrijpen.

Terwijl we onze opzoekingen doen te Légé, brengen automobilisten die uit Nantes komen, de tijding dat de Duitsers reeds ’s morgens in de stad waren. We spreken dit tegen, wat verontwaardiging opwekt. We moeten ons nochtans vlug bij de klaarblijkelijkheid van de talrijke getuigenissen neerleggen : de Duitsers waren in de vroege voormiddag in het centrum van de stad en in het begin van de namiddag waren ze op enkel km ten Zuiden van de brug over de Loire gekomen.

Op het einde van de namiddag heeft het verkenningspeloton La Roche-sur-Yon nog niet bereikt, plaats die als contactpunt werd aangewezen : dit is een aanvullende inlichting. Anderzijds, bevestigen automobilisten ons te Légé, op het einde van de namiddag, dat de Duitsers VIAIS (10 km ten Zuiden van Nantes) bereikt hebben en dat moto’s naar het Zuiden trekken in de richting van La Roche-sur-Yon (Vendée).

Hachelijke toestand ! De korpsoverste heeft het vaandel in zijn wagen. De infanterie is, op zijn best beschouwd, op 45 km van Nantes, ten Noorden van de Loire ; de divisiestaf bevindt zich 180 km ten Zuiden van Nantes ! De doortocht over de Loire is afgesneden !

We hebben de keuze : ofwel ons aan de Duitsers overleveren, ofwel de divisie vervoegen, indien dit nog mogelijk is.

De korpsoverste verlaat Légé, te 19 uur en gaat naar La Roche-sur-Yon, waar hij bij de stadsoverheid verzoekt aan de infanterie-elementen van de 7° I.D., die de Loire zouden kunnen hebben overschrijden, de richting PONS aan te duiden.

 

Alleen het Installatiepersoneel van het 18° dat gevangen werd genomen te Nantes, en in burgerkledij naar het Zuiden kon ontsnappen, en een groep van een 200 manschappen – geleid door de officierwerktuigkundige – konden, op aanwijzing van de bevolking, ’s nachts, bij Nantes, de Loire met de veerpont overtrekken. (De Duitsers rukten Nantes binnen onder de kreten van “Friede”. Ze bevrijdden de krijgsgevangenen, waarvan het grootste aantal, einde juni, naar het land terugkeerden).

               ’s Avonds wordt het stadsbestuur van LA ROCHELLE op de hoogte gebracht van de richting die de eenheden van de 7° I.D. moeten nemen.

De 20° juni, te 12:15 uur, brengt een soldaat van het Wielrijderseskadron ons, te Saintes, een bevel dat ons moest bereiken de 19° ’s avonds. De motorrijder heeft onderweg een zwaar ongeval gehad. Tussen Saintes en Nantes bedraagt de afstand 190 km.

Bij onze aankomst te PONS, de 20° juni te 13:30, vernemen we dat de divisiestaf te 14 uur vertrekt naar BEAUMONT DU PERIGORD (Gers), 140 km verderop.

In de loop van de 21° juni komt een deel van de Staf van het 18° en het detachement, dat de Loire per veer heeft overgestoken ons vervoegen.

De divisie blijft de 21°, 22°, 23° juni in de streek. Al de gemeenten zijn ingenomen door Franse troepen, waarvan de officieren ons zeer kameraadschappelijk behandelen. De Fransen weten evenmin als wij, waarheen ze kunnen gaan om te ontsnappen aan de gevangenneming.

Onze divisiestaf is in contact gebleven met het Ministerie van Landsverdediging, en , op ons verzoek, vertrouwen we te Frontenac (Gironde) ons vaandel toe, aan het kabinet van het ministerie.

Eindelijk, de 24°, de laatste etappe, die ons te CAZAUBON ( Gers) brengt. Wat overblijft van het 18° Linieregiment, een gedeelte van de Staf en de 1° Cie legeren in het domein van le Bégué, reeds bezet door Franse troepen.

Zeer moeilijke materiele toestand. Pijnlijke morele situatie. We voelen de gruwel van de nederlaag aan ; het is alsof in onze borst, in plaats van ons hart, een zware steen ligt.

 

Opm :

Wanneer de kolonel over de “divisie” spreekt, meent hij meestal de Staf van de Divisie en niet de gehele 7° I.D., maar dat zult u wel al gemerkt hebben.

Geschreven door DP om 00:00

18e Linieregiment Wachten repatriëring

XIV  -  18° Linieregiment – Wachten – repatriëring.

 

Twee bekommernissen staan op het dagorder :

-        het lot van België

-        Ons eigen lot

 

De oud-strijders van 1914-18 zegden, op het IJzerfront : « Als het moet, zullen we ons terugtrekken tot aan de Pyreneeën, maar we zullen niet opgeven ».

Bij klaar weer kan men vanuit Cazaubon (Gers), in de verte de Pyreneeën zien !

 

Maar de Franse en Belgische legers zijn niet meer bij de oorlog betrokken.

Het Engelse leger heeft zich, overhaast, zonder zijn materieel over het Kanaal teruggetrokken.

Blijft nog : Engeland en zijn vloot.

 

Zoland dit land de overmacht op zee kan bewaren, zal men, om het te verslaan, het langs de lucht om moeten innemen. Door zweefvliegtuigen vervoerde infanterie kan niet volstaan : men zal moeten beschikken over artillerie, pantserwagens, munitie, voldoende bevoorrading om enkele dagen stand te houden en en keten van transport te kunnen vormen.

Naar wat in 1940 bekend was, was de Duitse luchtvloot niet bij machte, een operatie van zulk een omvang te ondernemen : verschillende divisies zouden ineens aan de overzijde van het Kanaal moeten gebracht worden.

 

Maar zou Engeland er kunnen toe komen zijn maritime verbindingen te handhaven, ondanks de luchtmacht en de onderzeese bedreiging van de Duitsers, die beschikten over de Altlantische kust van Noorwegen tot de Pyreneeën ?

Moest Engeland daarin slagen, dan zou de oorlog des te langer duren, daar Duitsland, door een akkoord met Rusland, zijn beste krachten kon wijden aan de oorlog in het Westen.

De officieren van de Franse vloot beschouwen de oorlog niet als beëondigd : « Het leger is verslagen, maar onze twee vloten, de Engelse en de Franse, beheersen de zee : het is dus niet gedaan ».

In juni 1940 waren er aldus ernstige redenen te hopen : het meesterschap van de zee betekent : beschikken over de middelen van twee grootmachten.

Zij die hoop bleven koesteren waren klein in aantal, in vergelijking met degenen die, steeds aan de grond gehecht, de bestaande toestand aanvaardden.

 

Voor de eersten zou het conflikt onvermijdelijk van lange duur zijn en kon er dus geen spraak zijn van krijgsgevangenschap. Indien de overtocht naar Engeland onmogelijk bleek, was het evenmin aangeduid naar België terug te keren, vooraleer te weten of de terugkerende manschappen zouden gevangengenomen worden of niet.

 

De Frans bladen verklaren dat er geen sprake kan zijn manschappen, die bestemd zijn om de gevangenenkampen te vullen, terug te zenden in de bezette gebieden.

Vandaar de zeer moeilijke en lange onderhandelingen, die ongeduld opwekken in de ranen van hen die een terugkeer naar het land, en onder gelijk welke voorwaarden, boven alles stellen.

 

De vijand maakt natuurlijk propaganda om de uitgewekenen er toe aan te zetten terug te keren ; geruchten doen de ronde ; ze vermengen tegelijkertijd de bedreiging (verbeurdverklaring van de goederen van de afwezigen) en de vleierij (bijzonder bestuur voor België).

 

Maar hij is wel op zijn hoede verbintenissen aan te gaan, alhoewel hij niet de gewoonte heeft die te houden ; zodanig dat, moest op dit ogenblik de regering of zelfs Engeland, een welkdanige aanwijzing hebben gegeven, de afreizen naar het Zuiden, zonder twijfel zo talrijk zouden geweest zijn als deze naar het Noorden.

 

De officiele houding was, helaas, in dit ogenblik tegenovergesteld ; zij had de terugkeer naar het Vaderland in het oog.

 

Volgens een afvaardiging door de Minister naar Brussel gezonden – en dit kon enkel gebeuren met de toestemming van de regering – en die terugkwam op 20 juli, zouden de troepen van de 7° I.D. bij hun aankomst in België, niet geïnterneerd worden.

 

Het nationale feest van 21 juli 1940 wordt te Cazaubon en te Barbotan gevierd in een atmosfeer van diepe droefheid. De groep der optimisten groeit aan. Hij heeft nochtans en tegenstander : Hoeveel jaren zal men nodig hebben om de Duitse macht te ondermijnen ? Zal Engeland niet het eerst bezwijken ?

 

Een contakt tussen Belgen en Duitsers, op de scheidingslijn bij Mont-de-Marsan (Landes), verbaast beide kampen : de « pantsers » van Mont-de-Marsan zijn dezelfde die de 7° I.D. de 11° mei op het Albertkanaal hebben aangevallen, namelijk deze van de 4 Pz Div. Ze begrijpen noet hoe we hier gekomen zijn. Ze zeggen dat ze vanaf Gembloux, geen enkel schot meer hebben gelost.

 

Opslagplaatsen met wapens en munitie worden opgericht. Wapens en munitie moeten aan de Franse overheid worden overhandigd, het bewaken van de vervoermiddelen en van de uitrusting wordt toevertrouwd aan de Belgen. Slechts een klein aantal zal op officiële wijze in Frankrijk kunnen blijven. (slechts enkelen zullen erin slagen Engeland te bereiken).

 

De materiële moeilijkheden zijn groot. Op een bepaald moment schijnt het dat de Regering zich in de onmogelijkheid zal bevinden soldij en keukenvergoeding, bij gebrek aan deviezen, uit te betalen.

 

De morele moeilijkheden zijn niet minder groot. Onze neutraliteit is de oorzaak dat onze Regering, bij gemis aan overeenkomsten met de naburige grote Staten, verplicht is de Belgische troepen terug te zenden naar het bezet gebied. Kan men een pijnlijker toestand indenken, zo voor wie dit moet toepassen, als wie dit moet ondergaan ? maar de regering zelf zit veilig en wel in London.

 

Op de trein gebracht, de 23° augustus te Manciet, overschrijdt de 7° Infanteriedivisie de scheidingslijn te Vierzon. Een afgevaardigde van het Belgische Rode Kruis verzekert ons dat we niet zullen geïnterneerd worden.

 

We komen terug, niet enkel met de hoop, maar ook met vertrouwen.

De oorlog in het Westen is NIET ten einde.

 

We zijn  te Brussel de 26° augustus 1940, te 14 uur, na een reis van drie dagen.

 

Allen kunnen huiswaarts keren zonder verontrust te worden.

 

We hebben onze adressen uitgewisseld.

 

We hebben afspraak genomen voor de hersamenstelling van het regiment.

 

 

 

 

Kolonel SBH DUEZ

      Bevelhebben 18° Linieregiment
Geschreven door DP om 00:00

Enkele foto's van de gesneuvelden van het 18de Linie Regiment

En er zijn er nog zoveel meer … .

 

Overleden te Maastricht : meestal zwaar gewonden, overleden ten gevolge van hun opgelopen kwetsuren, overleden in het hospitaal te Maastricht.

 

Mijn oprechte verontschuldiging indien sommige namen verkeerd genoteerd zijn, de schrijfwijze werd overgenomen zoals vermeld in 1946 in het blad van de verbroedering van de oudgedienden van het 18° Linieregiment.



861305-394659692a460258b45a99f1424ea357.jpg

861305-7d108db512f6a6a929cd0d0ad3b593e8.jpg

861305-6dfe8354f0f8d8d2fe2fde1061251636.jpg

861305-9b81ee590d27c91277ce8f36280285e3.jpg

861305-4f8490bbdddf6ca2cd95779057e7796d.jpg

861305-4cf6bbd0622ddb1f84d8ad519cbe0a80.jpg

861305-b03bffd09032838a5ede8ca054f80880.jpg

861305-fc9e624f188aec38d71096487227d9e5.jpg

861305-1d7b6a1b2b825ea714feb7898fad6f47.jpg
Geschreven door DP om 00:00

Meer van 't front 1940

↑ Terug naar de berichten