18e Linie Regiment 15
Maar, dit is het enige succes van de bemanningen van de zweefvliegtuigen of parachutisten niet. De compagniescommandant wordt in zijn CP gedood. De groepen van het achterpeloton van de 1° Cie worden met mitrailletten en granaten overmeesterd.
Van de twee rechtergroepen van het peloton aan de brug, ten Zuiden van de weg opgesteld, ligt de ene onder het zweeftoestel waarvan de bemanning van vlakbij aanvalt; de andere spant zich in om zich los te werken en zich weer bij de pelotonscommandant te voegen.
Het linkervoorpeloton van de 2° Cie wordt door vijf zweefvliegtuigen bestookt : één landt op de groep uiterst links, één op de groep uiterst rechts, één in ’t centrum op het kanon 47, dat het omverwerpt, één achter de schuilplaats A valt te pletter op de rand van het hellend vlak. De adjudant bij de sectie Mi nr 5, meent een neergeschoten zweefvliegtuig voor te hebben, doch er ratelt een mitraillette uit. Dadelijk legt de sectie Mi er vuur op, doch het vuur kan lastig worden afgegeven, daar de sectie in de rug beschoten wordt uit de richting van Mi nr 8, die in een gevecht met de bemanning van het achter het peloton gedaald zweefvliegtuig is gewikkeld. En midderwijl, beschut door de glooiing der kanaalgracht, bekampt de bemanning uit het zweefvliegtuig dat neergekomen is achter de schuilplaats, deze laatste in de rug.
De officier, commandant van de schuilplaats, staat buiten. Hij ziet de vijand de trap opkomen, trekt zijn zwaar pistool uit, maar de vijand lost mitraillettevlagen.
De officier bereikt de deur van de schuilplaats, is aan de hand gekwetst, struikelt, breekt zijn voet, maar het gelukt hem toch de deur te sluiten. De Duitsers bestoken gelijktijdig de deur en, daar ze op het dak van de schuilplaats geklommen zijn, van daar de schietgaten waarin ze granaten proberen te slingeren. De “vorken” waarvan de schuilplaats voorzien werden, zijn niet breed genoeg om de vijandelijke lanceerbuizen van de schietgaten verwijderd te houden. Die buizen kaatsen op de vorken terug en aldus verhoogt de slingerkracht.
De bovenverdieping wordt ontruimd. Op de benedenverdieping kan het personeel niet snel genoeg slaghoedjes in de granaten steken. Het was overbodig de kwartiercommandant op te bellen, er was geen stroom meer. De oproep tot de kazerne te Lanaken, werd in het Duits beantwoord !
De vraag om vuur, tot het fort van Eben-Emaal gericht, lokt het volgende antwoord uit : “Het fort levert slag, het gaat slecht, maar we zullen het mogelijke doen voor het vuur ...”
Terstond daarop schudt een hevige ontploffing de schuilplaats “als een schip”. Binnenin wordt het een slachting. Maar nogmaals verwaarloost de vijand de benedenverdieping, en de ontkomende, onder wie de officier en de sergeant, slagen erin zich buiten de schuilplaats te slepen.
De bemanningen van de zweefvliegtuigen wordt door middel van valschermen voorzien van radiotoestellen en springladingen. Met rode panelen bakent de bemanning de plaatsen af die ze bezet, en zodra het goed helder is, valt het vliegwezen in duikvlucht al aan, wat niet door de zijnen is bezet. Het peloton Mi voor grondverweer, dat in het linker peloton van de 2° Cie was opgenomen en dat op de zweefvliegtuigen had gevuurd, wordt geweldig onder handen genomen. Terwijl zijn stellingen ter hoogte van de grond waren toen het regiment in de ondersector is aangekomen, werd er haast gemaakt om beschutte schietstellingen te bouwen. Maar die stellingen worden door de Stuka’s woedend en hardnekkig met bommen bestrooid.
Te 8 uur oordeelt de chef van het linkervoorpeloton van de 2° Cie dat er niets meer weerstaat tussen de CP van de 1° Cie en Mi nr 5. Deze bestrijkt nog de toegangen naar de brug, maar de patronen voor karabijnen en zware pistolen zijn op !
Juist dan duiken de van schuilplaats A komende ontsnapten uit de kanaalgracht op. De adjudant bij Mi 5 deed ze bijna bevuren : “ze zagen zwart, hun gelaat was vol bloedende kloven, hun haar was verbrand, ze uitten jammerklachten”.
... De sergeant van schuilplaats A, op de stelling gekomen, ziet een FM op een Stuka schieten, doch de schutter wordt in de rug getroffen door een uit een ander vliegtuig geloste kogelvlaag.
Op dat ogenblik is de ganse 1° Cie en het linker voorpeloton van de 2° Cie buiten strijd.
De schuilplaatsen M en A zijn sinds 5 uur ’s morgens in vijands handen. De gevangenen werden oostwaarts van het kanaal afgevoerd. Het kanon 47 nr 3, waardoor de weg overlangs werd bestreken, is tot omstreeks 10 uur in actie.
In de CP van I slaan enkele mannen, onder de leiding van de commandant der 7c6, een aanvalspoging af, gewaagd door de bemanning van een in de onmiddellijke nabijheid geland zweefvliegtuig, dat vuur heeft gevat. Twee naar de CP gebrachte vijandelijke gekwetsten verklaren dat ze van Keulen komen en dat het aanvalsbevel daags te voren te 13 uur ontvangen werd. Een bode van de 2° Cie brengt te 6 uur in de CP een verslag. De commandant van I (eerste bataljon) beveelt de 2° Cie tegen aan te vallen, de bezette school van Vroenhoven in te nemen en vervolgens de brug, die niet gesprongen is. Het voorziene artillerievuur, zo de brug niet mocht springen, wordt gevraagd en bekomen. Een bode van de 3° Cie (heuvel van Montenaken) komt om mond- en schietvoorraad te vragen.
De CP wordt door vliegtuigen en artillerie beschoten. Enige elementen zetten tegen de CP een tweede aanval in. Een patrouille drijft de vijand terug, die enige doden op het terrein achterlaat.
Te 10 uur hevig luchtbombardement op de CP. Een torpedo treft doel, en te 11 uur wordt een nieuwe plaats betrokken in de loopgraven om de oude CP.














