Donderdag 15 maart 2007
DE PRUIMENBOOM ( bijna vergeten versjes )

Een nog altijd leuk gedicht al is het er ééntje van de 18de eeuw , geschreven door Hieronijmus van Alphen. Gouda, 8/8/1746 / Den Haag 2/4/1803.Deze begon zijn kindergedichtjes te schrijven,na het overlijden van zijn vrouw,en hij alleen stond voor de opvoeding van zijn drie zoontjes.Zijn advocaten praktijk gaf hij op alsook zijn politieke ambities,om zicht toe te leggen op gedichtjes nadat die hem plots heel beroemd maakten.Jantje zag eens pruimen hangen
o! als eieren zo groot.
't scheen dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is , zei hij , noch mijn vader,
noch een tuinman die het ziet:
aan een boom zo vol geladen
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik om een handvol pruimen
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voort ging Jantje: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
kwam hem in een lopen tegen
vooraan op het middenpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader,
kom mijn kleine hartendief!
Nu zal ik U pruimen plukken;
nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging papa aan het schudden
Jante raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
en liep heen in een galop
o! als eieren zo groot.
't scheen dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is , zei hij , noch mijn vader,
noch een tuinman die het ziet:
aan een boom zo vol geladen
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik om een handvol pruimen
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voort ging Jantje: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
kwam hem in een lopen tegen
vooraan op het middenpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader,
kom mijn kleine hartendief!
Nu zal ik U pruimen plukken;
nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging papa aan het schudden
Jante raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
en liep heen in een galop















