Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Puur natuur.
Ik ben deze zomer ( in juni was het nog zomer) tot mijn meest natuurlijke bestaansvorm over gegaan. Ik heb namelijk een 2000km lange reis gemaakt, een fietsreis. Weigerend om gemotoriseerd tot een zekere startplaats gevoerd te worden, is de meest voor de hand liggende richting van het ‘buitenland’ natuurlijk Frankrijk. Weigerend, ja! Want ik wil daarbij terugvallen om mijn natuurlijke fysieke mogelijkheden, de kracht van mijn benen.
Maar omdat ik het geduld niet heb om echt te voet te stappen gebruik ik een moderne uiterst comfortabele fiets, een ligfiets. Ja mijn geduld is gevormd door de gewoonte aan onmiddellijke bevrediging. Wij lijden toch geen honger, geen minuut. We wachten niet op een briefvormig antwoord. We eten ook in de winter zomergroenten. Het is alsof de tijd voor ons verder opgesplitst is dan ze was voor onze grootouders. Onze eenheid van geduld is nu veel kleiner geworden. Opvallend is hoe we dan die tijd trachten te sparen en te winnen. Hoewel er geen enkel schuif, kast of kluis is waar we hem kunnen bewaren.
Nu, terug naar mijn geadrenaliseerd geduld. Ik neem dus de fiets omdat ik met voetverplaatsingen van laat ons zeggen 30km per dag, niet altijd voorbij de horizon komt. En die wil je toch weer telkens verleggen. Te voet kom je er niet, want we zien toch de Kemmelberg vanop 40km! Dus gebruik ik die moderne techniek waardoor mijn capaciteit ongeveer verdrievoudigt, toch wat de afstand betreft. Snelheid, x4, betekent dat mijn geduldstijd een vierde is van het natuurlijke stappen. Maar toch wel een stap (figuurlijk dan) in de goede richting, als ik vergelijk met de autobestuurder die op een twintigste zit en de TGV reiziger zelfs op een zestigste.
Nu goed, we kunnen toch niet zomaar helemaal uit ons cultureel bestaan springen. Naast de motorische voortbewegingsmiddelen laat ik ook de digitale contacten in rust thuis achter. Geen internet op de fiets, geen mails die mijn ritme zouden onderbreken. Los dus van die elektronische wereld, als een schip dat de kade verlaat.
Wat niet echt wil zeggen dat ik niets elektronisch mee heb. Uiteraard een GSM. .. Als je dit laatste zinnetje normaal vindt, wil dat zeggen dat je een GSM eigen vindt aan de aard van het menszijn. Was ooit wel anders hoor. In mijn jeugdjaren was telefoneren een gelegenheidsartikel. Vertel nu maar eens aan jonge mensen hoe je 40jaar geleden je liefje opbelde vanuit Antwerpen naar Veurne. Ze denken dat je fantaseert of vermoeden iets van Altzheimwee. Geen telefoon thuis, dus de fiets op naar de aangrenzende gemeente, waar het RTT-gebouw, een soort expo-barak, neergepoot was op een stukje grond naast de spoorweg. Het op te roepen nummer invullen op een papiertje en dan afgeven aan de bediende en dan nog wachten. “Nummer drie voor Veurne” riep die man dan vijf minuten later. Nummer drie stond voor een stinkend houten hokje met glazen deur, geluid afgesluitende wanden met gaatjes, met een voelbare bacterielaag op de hoorn die je dan toch heel dicht met je lippen moest benaderen. “Dag, tante van…, kun je haar even gaan halen?” “Ja!” en weg was tante de straat over, want dat was de dichtstbijzijnde telefoon in Veurne. En weer wachten. En dan na dit lange voorspel het eindelijk… contact.
Ja, dat is niet meer van deze tijd. Nu is er een altijd bestaande lijn met het thuisfront, die je binnen seconden kunt openen, onze nieuwe natuur!.
Nu moet ik even biechten, want ik heb nog een tweede GSM mee, een Franse, één om plaatsen te reserveren in ‘Chambres d’Hôtes’, want via België bellen is me wat te duur. Ja ‘Chambre d’hôtes’ voor het comfort van een stof- en zweetafspoelende douche, een goed bed, een stuk privacy, een verzorgd ontbijt en als het kan een gezellige ‘Table d’hôtes’. Dat mis ik toch niet graag. Misschien laat ik dan wel wat van mijn natuurlijk zijn vallen? Maar ja. En weer is vroeger daar! Ik weet niet meer hoe we het toen deden? Maar na een rit van Atnwerpen naar Veurne, toen ook reeds met de fiets, was er geen douche, zelfs geen badkamer bij mijn grootouders. Aan de pomp het stof wat afspoelen van gezicht, armen en knieën en voldoende klaar was deze kees. Zou onze neus dan anders gefunctioneerd hebben?
Nu in ieder geval heb ik dus twee onnatuurlijke GSM’s , die beroep doen om de onnatuurlijke masten van het ‘réseau’ en waarvoor ik twee even onnatuurlijke niet verwisselbare laders in mijn bagage stop.
Vroeger leerden we namen van de steden van buiten waar we moesten doorrijden en we volgden de wegwijzers. Voor de jonge mensen die dit fenomeen niet meer kennen: dit zijn plakkaten die de richting aangeven die je moet volgen om ergens te geraken. Zo ‘kon’ je vroeger door Gent gemakkelijk naar Deinze of naar Brugge zonder de weg te verliezen. Nu kan dit niet meer. Af en toe zie je nog een restant, maar dan kom je bijna zeker op een autoweg uit (autostrade zeiden we vroeger, want al de andere wegen zijn ook voor auto’s) Meestal valt dit niet in de smaak van de andere weggebruikers als ik me door die autowegwijzers laat misleiden, met mijn fiets. Een situatie die ik toch zo vlug mogelijk tracht te ontvluchten.
Maar bij gebrek aan fietswegwijzers moet ik beroep doen op een ander middel. Mooi woord hé ‘fietswegwijzer’! Weg de wijzer voor de fiets! Ik moet dus mijn vertrouwen geven aan een GPS en laat me dus leiden door de satellieten. Een nieuwe vorm van zich op de sterren richten. Maar, hoeveel kilometer zou ik met de fiets moeten rijden om de energie uit te sparen voor het lanceren van zo’n satelliet? En soms ziet mijn GPS er twaalf tegelijk.
Nu voor het psychisch comfort is het wel een zeer aangewezen instrument. Adresje invullen van volgende gereserveerde slaapplaats. Even kijken of er iets van de voorgeschreven weg moet bijgepast worden, daarvoor heb ik een papieren detailkaart van heel Frankrijk bij, de digitale zit thuis op rust onder Google. En daar gaan we, eerste straat links, dan drie verder rechts enz. Weg die wijzers, weg het van buiten leren, weg het zoeken. Hoe ver weg van het natuurlijk steunen op oren, ogen en gevoel voor richting. Hoewel de wind wat die richting betreft soms veel verduidelijkt. Natuurlijk is er weer zo’n lader en een reden te meer om te overnachten met elektriciteit, dus geen kampeertentje.
Zo’n terug-naar-de-natuur-belevenis wil je natuurlijk vastleggen in een aantal beelden. Nu, ik heb geen tijd of geduld om tekeningen te maken of omslachtige beschrijvingen. Daarvoor komen de indrukken trouwens te vlug. Dus dan maar een digitaal fototoestel. Duizend foto’s op één kaartje, waar is de tijd van “24 of 36 meneer?” Met natuurlijk weer nog een onnatuurlijke en specifieke lader.
Om mijn biecht volledig te maken, ik heb nog een speeltje mee, een digitale voice recorder, om indrukken onderweg vlug vast te leggen. Een hele geruststelling voor mijn geheugen dat alles vrij mag vergeten. Alleen mag ik dan de lader voor de herlaadbare batterijtjes niet vergeten! Maar die dient ook voor de batterijtjes van mijn MP3-radiotje.
Hoe zou ik overleven in de echte natuur? En hoe lang, vraag ik me ‘s avonds af op de ‘tempur’ matras van de kamer. Hoe zou het gaan zonder al mijn comfort dragers? En toch koester ik mij in een gevoel van ‘back to basic’. Of is het daar ‘back to Orange’?
Traumadour 14/7/2011
Hier encore
Hier encore / Charles Aznavour
Weet je ‘t nog ?
We waren twintig
we hielden van die tijd
en speelden met het leven
en met wat liefde kon geven
en vooral in de nacht
de dagen vergetend
die verdwenen in de tijd.
Ik ben veel begonnen
dat bleef zonder einde
zoveel hoopvolle plannen
zijn zomaar verdampt
dat ik nu achter blijf
elke richting kwijt.
speurend naar de hemel
maar mijn hart is geveld.
Weet je ‘t nog ?
We waren twintig
en verspilden de tijd
wilden hem dan stoppen
of ergens bewaren
misschien zelfs doen keren.
Maar we bleven enkel lopen
en vonden onszelf leeg.
Onbelangrijk verleden
de toekomst overschat
dus declameerde ik
overal mijn mening
en stuurde gesprekken
omdat ik het goede
met kritiek op de wereld
dacht te kunnen zaaien.
Weet je ‘t nog ?
We waren twintig
maar de tijd is weg
met gekke dagen
die me in werkelijkheid
niets anders opleverden
dan wat diepe rimpels
en schrik voor de toekomst.
Want mijn liefdes zijn dood
nog voor ze echt bestonden
Mijn vrienden zijn weg
en komen nooit terug
door mijn eigen fouten
is het leeg rond mij.
k’Heb het leven verspild
met mijn jonge jaren
En van regen en drop
heb ik het beste vergooid
mijn lach is verstomd
mijn tranen bevroren
Waarom heb ik dan toch
die mooie jaren zelf verkracht.
Traumadour 4/7/2011
Zeven
Zeven
Ik denk dat zeven
een getal is dat iets nieuws kan geven.
Tenminste uitgedrukt in jaren
gaan we verandering ervaren.
Denk aan de veelvouden van dit getal
waarbij telkens een nieuwe fase zich openen zal.
Zijn we zeven jaar oud
dan wordt een echt schoolkind gebouwd.
Ergens rond veertien
komt de puberteit plots zien
en bij eenentwintig
spreekt plots de levensernst voor zich.
Je hoeft zelf maar verder te gaan
maar ’t kan ook los van de ouderdom bestaan.
Zelf ondervind ik dat zeven jaar verdriet
zich nu voordoet als een soort limiet.
Nu ik die grens overschrijd
worden herinneringen van harde gevoelens bevrijd.
Toch kan ik mij niet voorstellen
wat de komende zeven dan voorspellen.
Misschien moet ik genieten weer leren
want daarna zou het lot zich wel eens kunnen keren.
Traumadour 28/6/2011
Terug, maar
moeilijk
Fabeltjeskrant
Fabeltjeskrant
addendum
Chimpansees zijn sociale dieren. Wij ook.
Chimpansees uiten emoties, duidelijk herkenbaar. Wij ook.
Chimpansees rouwen om vrienden. Wij ook.
Chimpansees helpen behoeftigen. Wij ook.
Chimpansees leren hun kinderen handigheden. Wij ook.
Chimpansees kennen een hiërarchie. Wij ook.
En voelen er zich goed bij. Wij ook.
Chimpansees onderwerpen zich aan dominantie. Wij ook.
En strijden voor een betere plaats. Wij ook.
Chimpansees bestraffen onaangepast gedrag. Wij ook.
En gebruiken dan agressie en geweld. Wij ook.
Chimpansees vinden de groep belangrijker dan zichzelf. Wij niet.
Traumadour 12/5/2011
Mijmeringen
Een gedachteproef
Stel een wereld van mensachtige wezens die gevoel, reuk en gehoor ontwikkelend hebben, maar geen zicht. De elektromagnetische straling van licht gaat gewoon nutteloos door hun ruimte, wordt niet waargenomen, maar bestaat, onvermoed. De mogelijkheden die wegvallen, zien wij duidelijk, maar zijn voor hen ook onvermoed, niet voorstelbaar. Maar vermits er in die wereld wordt gegeten, gedronken en gekweekt, loopt alles goed.
Stel dat er één is die als mutant licht waarneemt, alleen het verschil licht-duisternis, een mutatie van enkele zenuwen die anders warmtegevoelig waren. Hij zal dit in termen van voelen of horen of zelfs ruiken willen omschrijven. ‘Ik voel iets dat mooi is zonder aanraken, in de verte. Ik weet op voorhand dat het daar goed zal zijn, warm.’ Gek, denken en zeggen zijn medemensen. En hij zwijgt, tot hij er op een of ander manier voordeel uit haalt. Hij weet bijvoorbeeld zijn ‘kweekbak’ beter in het licht te zetten en heeft daardoor een beter resultaat. Voor hem een goddelijk geschenk, hij is wat uitverkoren. Anderen bewonderen helm, spreken dus van wonderen of geloven het niet en vermoeden valsspelerij.
Zienden en niet zienden gaan in die wereld een soort steekspel aan. Enerzijds geloven, anderzijds ontkennen wegens onbewijsbaarheid.
Kan er in ‘onze’ wereld geen trilling (iets) zijn die enkelen waarnemen en beschrijven als helder’zien’. Iets dat voor de gewone sterveling moeilijk aanvaardbaar is?
Kan omgekeerd de onmogelijkheid hiervan bewezen worden?
Wetenschappers gebruiken een gelijkaardige gedachteproef over een tweedimensionale wereld om meerdere ongekende dimensies te introduceren. Maar het bovenstaande aanvaarden ze niet, want er is geen kwantumtheorie die het nodig heeft!
Traumadour 11/5/2011
gesnoerde bek
Hoe lang kan een merel leven zonder bek ?
Die vraag bezorgt mijn maag telkens een trek,
want sinds vier dagen loop zij hier rond.
Ik strooi wat kruimels op de grond,
maar is het voor haar wel gezond?
Verleng ik daarmee haar voedingspijn
want sterven zou nu toch natuurlijk zijn?
Die bek is gewoon afgekraakt
misschien in een rattenval geraakt?
Zou zo’n bek gevoelig zijn
of is frustratie erger dan de pijn?
Grijpen naar de kruimel die je ziet
en telkens beseffen: het lukt me weer niet.
Het is dan nog duidelijk een merelwijfje
misschien met eieren in dat pluimenlijfje.
Straks kan ze zelfs haar nest niet bouwen
en de jongen geen worm voorhouwen.
Ik groet haar eerbiedig, om het pijnlijk streven
om desondanks toch verder te leven
en met een gesnoerde bek niet op te geven.
Traumadour 7/5/2011
paaspieker
paaspieker
Pasen, blije mensen,
paaseieren, zelfs gelukwensen.
Elk jaar is het feest
om wat ooit is geweest
of om wat men heeft verteld
van wat toch was voorspeld.
Het lijk dat verdwijnt,
de verrezene die verschijnt,
dat moet de mensen tonen
dat in god geloven zal lonen.
Vergeet men dan de stervenspijn
en ’t onrecht, die van deze wereld zijn?
Pasen toont evengoed
het levensdrama dat je doorstaan moet.
Het ieder jaar herdenken
moet een gevoel van vrede en aanvaarding schenken.
Wie krijgt het echte paaslicht
nu in zijn gezicht?
Als we een verhaal steeds herhalen
kan het de hardste werkelijkheid vermalen
tot een kneedbaar deeg van gedachten
dat past bij ons verlangen, bij ons verwachten.
Traumadour 24/4/2011
piekerstroom
Beelden.
Een documentaire van Rudy Vranckx toont het huidige Congo. En als we zouden uitspreken wat er in onze gedachten komt, dan zijn we racist. Nee, ze kunnen toch niet minderwaardig zijn, toch niet meer in onze tijd! Maar de volwassen soldaat, die dreigend mikt met een houten plankje in de vorm van een mitraillette gezaagd, wekt toch vragen. Verbijstering omdat dit mogelijk is, want het was echt geen spel! Een soort priester (bisschop?) roept zichzelf uit tot reïncarnatie van Patrice Lemumba. Hij is de zwarte Christus die Afrika gaat bevrijden van… Honderden, duizenden(?) volgelingen dansen, zingen voor hem, wensen zijn zegen te krijgen. Hij is de grote leider, de heilige man. En er zijn soldaten gewapend met ‘houten’ namaaktuig, met munitie van ‘heilig water’ in plastieken pillenflesjes. Geen enkel auteur is modern genoeg om zo’n samenhangende en onlogische opera in mekaar te steken. Hoe kan het? Onderwijs doet het of beter gebrek aan onderwijs. Die mensen zijn van nature leergierig en het enige dat hen geboden wordt is het verhaal van hun bevrijding. Ze grijpen zich vast.
Woorden.
In die rivier dreven overal lijken rond. Een jongen naast mij werd geschoten en zijn darmen vielen uit zijn buik. Hij was niet dood toen ze hem wegvoerden naar de kliniek. Ik had geluk.
Gedachten.
Hoe zou het zijn om plots doodgeschoten te worden? Zou er pijn zijn? Of is daar geen tijd voor? Zou er schrik zijn? Of blijf je ook dan geloven in redding? Zou er besef zijn, of een soort relativeren? En dan daarna? Niets of toch iets of helemaal opnieuw? Wil je dat wel, nog eens opnieuw?
Beelden.
Kinderen in een Koranschool moeten alleen Koranteksten leren, gedurende 6-7 jaar. Fouten worden lichamelijk bestraft. Ouders laten die kinderen over aan de zorgen van de leraars, die zelf niets anders dan de Koran hebben geleerd, en ja misschien wat Frans en wat praktische zaken buiten de school. Om te leven moeten de kinderen bedelen en vermits er een straf wacht als ze onvoldoende binnenbrengen, lonkt er overal een kleine stap, een eerste misstap. En als ze de liefde die ze kregen ooit zelf geven, dan zal de wreedheid welig tieren. Wat als ze ooit overtuigd worden dat alleen de Jihad hen hieruit kan bevrijden? Mededogen schijnt geen inheemse plant in Afrika.
Gevoelens.
Machteloos weten. Beseffen dat we nog veel meer ‘niet weten’. Concentreren op comfortproblemen. Schuld door geboortetoeval? Een filosofie aanhangen dat de maan alleen bestaat als je ernaar kijkt? Dan zouden die toestanden ook alleen bestaan als we ernaar kijken en moeten we Vranckx dringend reportages over vakantieoorden laten maken. Is de toner dan schuldig? En als de toner op is? Geen weten, geen gevoel?
Gedachte.
Ik ben het kind dat de handen voor de ogen houdt, maar tussen de vingers doorkijkt en de tanden stukbijt uit schrik voor de knal.
Traumadour 15/4/2011
Takken van ontwortelde bomen.
Takken van ontwortelde bomen.
Ik heb mijn lichaam getraind
om sterker te zijn dan de gemiddelde mens.
Ik heb mijn hersens getraind
om over alles te kunnen meepraten.
Ik heb mijn karakter getraind
zodat ze zeggen: voor jou is ’t beheersen gemakkelijk.
Maar ik heb mijn geest niet getraind
om vast te houden aan takken van ontwortelde bomen.
Mijn zoeken naar de stam die deze takken draagt
en naar de wortels die deze stam voeden,
bracht me altijd naar de aarde.
De aarde van een overtuiging
zweeft ergens in de ruimte van gestuurde mogelijkheden.
Aantrekkingskracht verslaaft de aarde,
zou godsliefde dat met de zielen ook doen?
De wetenschap loopt vast in snaren
en de filosofie in paradoxen.
Maar één zekerheid heb ik gevonden:
volg mij niet op mijn speurtocht!
Hou U vast aan die takken
zonder te kijken naar de wortels,
want in de ontdekking zit een nieuwe slavernij.
De boeien van het weten verhinderen
het opgaan in het leven,
het genieten van je greep op de tak,
het vertrouwensgevoel,
de zinvolheid.
De werfzonde.
Traumadour 12/04/2011
Frustratie!
cryptofeel
cryptofeel
Het is een wervelwind
maar dan heel traag en zacht,
als een wind van water,
dat geheel omsluit
en stevig ondersteunt.
Nergens voel je steun
van vaste ideeën
en je ziet telkens
hetzelfde herhaald
duidelijk onbereikbaar.
’t Zijn gedachten
die wentelen
in de zee van drieën;
enen: hoe is het mogelijk;
tweeën: is het wel echt;
drieën: gaan ze ’t dan nooit leren?
Enen: dat ze ’t niet zien;
Tweeën: dat ze blijven verwoesten;
Drieën: hun eigenbelang opzij zetten?
een: zeg het hen;
twee: toon het hen;
drie: verdraag het gelach, sukkelaar!
Een: woorden raken alleen wie luistert;
Twee: wat gij niet verbruikt is vlug verdeeld;
Drie: geef hier, je hebt er toch geen genot van!
Wat word je van wentelen?
zat;
gek;
vooral moe!
Traumadour 3/4/2011
Achterdenken.
Vreemd
Vreemdeling
Vreemdeling,
jij of ik ?
Als ik de mensen bekijk
rondom, grijpend, hebbend,
vechtend, verdrukkend,
dan ben ik hem,
die vreemdeling,
in deze tijd,
in deze soort,
in onze soort.
Niet begrijpend
hoe men verdrukken kan,
hoe men bommen werpt,
hoe men wapens richt,
hoe men mensen over haalt
tot haat,
tot valse waarden,
tot niet denken aan
de pijnlijk stervende,
de schrijnende overlevenden,
de ongestuurde wees,
de nieuwe vreemdeling.
Traumadour 26/3/2011
Mijn vossenstreken?
Waarmee ik bedoel dat je ze niet zo maar afleert.
Etymologie van blog.
Blog
àbloggen
àFrans uitspraak : blogguen
àVlaams begrijpen : blokken
àafkorting van : steenblokken
àen van: stenen blokken muur
àdus: stenen muur
àWest-Vlaams stenen= klagen
à steenmuur
à klaagmuur !
Een blog is dus een soort klaagmuur! Wel dan blijft er een opening (voor mij)! Waar moet ik er anders mee naartoe?
Wilde westerse woestelingen.
Vredebrengende kruisraketten.
Plots bevrijden van sinds eeuwen(?) onderdrukten.
En we doen ook mee,
want dat telt voor de prijs
van de benzine achteraf.
Oorlog lijkt gemakkelijker te beslissen
dan een BHV burenruzie, veel gemakkelijker!
We zijn acquisist tegen wil en dank.
Klein broertje België!
Meelopen met de grote puberlanden, dat kunnen we.
Wanneer worden die volwassen?
Traumadour 20/3/2011
... uitloop
Zorg voor huis en tuin worden vermeden
en ook je auto behoort tot het verleden.
Boodschappen moet je niet meer doen
en eten bereiden, da’s ook iets van toen.
De kinderen verzwijgen hun zorgen
daar doe je toch niets meer mee, morgen.
Wat je vroeger allemaal wist
verdwijnt onmerkbaar in een verdichtende mist.
Je hoeft niets meer te doen
dan eten, drinken, slapen, zelfs na de noen.
En het lichaam in conditie houden
om…. om het verleden dat we bouwden?
Daar heeft het niets mee te maken,
’t zijn eigenlijk dokters zaken!
Zo lang mogelijk blijven leven,
er steeds nieuwe dagen bijgeven!
Maar ondertussen moet je steeds meer loslaten,
en komen in herinneringen en kennis overal gaten.
Dan vind je ’t maar best zoveel te vergeten
en van die vreemde nieuwe wereld niets meer te weten.
31/5/2009
Nog een MOOI
Nog een MOOI..
Penrose schrijft over hyperbolische meetkunde. Het is mooi dat er een wiskunde kan gebouwd worden die niet in de werkelijkheid (onze werkelijkheid) voorkomt. En dat het allemaal klopt en bewijsbaar is en samenhangt en terug te vinden is in de werken van Escher. Die fantastische tekeningen van andere werkelijkheden, bijna heerlijkheden. We zien ze en voelen de schoonheid aan en beseffen dat dat onze wereld ‘ontstijgt’. Die tekeningen lappen de natuurwetten aan hun laars en daarom fascineren ze. ’t Is een droom niet onderhevig te zijn aan de natuur. En dat blijkt een betrachting van de mensheid. We proberen die wetten opzij te schuiven. Langer leven, zelfs als we niet meer voortplanten bijvoorbeeld (biologisch nutteloos en zelfs nadelig voor de evolutie). Niet meer sterven door de meeste ziektes (waardoor overbevolking zorgt voor natuurvernietiging). Strijden om het individueel welzijn en geluk (tegen de stroom van de evoluerende natuur in). En noem maar op. En juist dat vinden we MOOI, dat het de illusie geeft dat het mogelijk is, die andere wiskunde, die Escherwereld en die blogwereld.
In mijn nota’s vind ik een kort gedichtje en ik weet niet meer of het van mezelf is:
Plots remt
de wereld
tot een mooie stilstand.
Moment
van schoonheid
tussen de realiteiten.
We moeten de wereld even laten stoppen om die schoonheid te zien. Dit is de kracht van het beeld, van de schilderij, van de foto. Tussen de realiteiten van het pijnlijk verleden en de dreigende toekomst zit soms een gelukkig NU van kunstwaardering.
Maar het is ook MOOI geweest.
Mijn blogtijd bedoel ik. Ik nam vannacht een besluit om die te veranderen, waarschijnlijk een stuk af te bouwen of zelfs te stoppen. Het was een experiment dat mij een aantal antwoorden bezorgde. Wat de mensen van hun blog maken, heb ik geleerd. Waar ze mee bezig zijn, wat ze willen horen, lezen of zien. Die ervaring op zich was mooi, bevestigend, bracht me niet echt nieuwe inzichten.
De mens heeft een natuurlijke drang om verhalen te vertellen, om zijn verhaal te vertellen. Onder alle mogelijke vormen, artistiek (schilderen), tonen van verzamelingen (beelden, uitspraken, gedichten) schrijven van belevenissen (dagboek, reiservaring). Dit stamt uit de tijd toen onze voorouders rond het vuur zaten en vertelden wat ze hadden meegemaakt, zodat anderen er profijt mee deden en de stam beter kon overleven, meer nageslacht kon produceren.
Het vertellen heeft ook een groeiproces. Door het vertellen van ons eigen verhaal, gaan we het zelf beter begrijpen. En het verhaal zal veranderen in de loop van de tijd (lees maar eens iets van tien jaar geleden.). Coelho zegt (in de Zahir): je moet je eigen verhaal zoveel vertellen, tot er slechts één gevoel overschiet, liefde. En inderdaad door het vertellen kan de ergernis, de kwaadheid, de haat afslijten en kunnen we onszelf naar de zaligheid van loslaten leiden. Daar zit weer MOOI in, dat we het beeld loslaten en genieten van iets abstracts.
Waarom doe ik dan niet verder?
Misschien heb ik mijn verhaal voldoende verteld? Ik denk het niet. Het was eerder omgekeerd. Een blog is voor mij geen blijvend middel voor mijn verhaal, omdat ik niet in herhaling wil vallen, omdat ik de mensen niet wil vervelen. Daardoor ga ik selecteren en rangschikken en inkorten en mijn geschrijf richten op wat men wil lezen. En daardoor verlies ik de voldoening van ‘het verhaal’. Ik mix oud en nieuw zodat de groei verstoord wordt. De echte komen niet meer met de diepe gevoelens. Door de tijdsdruk van ‘alle dagen een stukje’. Door het gericht schrijven.
Och, ik heb mijn zeg gezegd, ik heb me getoond en ik heb enkele mensen ontmoet (er moet dringend toch eens een nieuw werkwoord komen voor ontmoeten op internet) in die onwerkelijke ciberwereld. En we kennen mekaar niet, maar we reageren als de gevoelens raken.
Wat kan ik aan mijn blog nog toevoegen? Als ik mijn vroegere teksten bekijk, dan blijken die eerder negatief, dus niet wat men graag leest, over verdriet, verlies, aftakeling, milieuvernietiging. Allemaal onderwerpen waar ik mij niet los van kan maken.
Maar misschien is de voornaamste reden dat ik mij wil vrij voelen, mij niet wil binden. Dat dagelijkse is teveel geweest en met de zomer voor de deur toch niet langer haalbaar. Tenzij ik mijn leven daarop zou afstemmen. Nee, dus niet meer dagelijks. Ik hou mijn blog wel nog open voor misschien een toevalstekst.
Daarom, mijn lezers, neem ik hier afscheid van U. Voorlopig, tot we elkaar eens opnieuw ontmoeten en er iets is dat mij zo raakt dat ik mijn mond niet kan houden. Maar dan zal het zuiver zijn en niet gericht op….
Traumadour 18/3/2011
Bruintje deel 2
Hij brengt me bij een wegwijzer: “Chapelle et table d’orientation”.
Hoe kan dat nu toch? Door toedoen van die hond kom ik er nu toch. Kan hij mijn gedachten lezen? Ik krijg er toch een raar gevoel bij.
Nu nog even doorbijten, nu ik de top ruik! Het eten kan wel wat wachten. Bruintje volgt duidelijk tegen zijn goesting en blijft lange stukken achter. Uiteindelijk stopt de grintweg op een soort primitieve parking en vandaar begint een echt bergpad met grove stenen, niets voor hondenpoten. Ik herontdek het genot van in de bergen wandelen, dank zij bruintje. Na een korte flinke inspanning ben ik boven bij de table d’orientation. Het zicht is prachtig, tientalllen kilometers ver zie ik de toppen van de bergen van de Auvergne. Allemaal uitgedoofde vulkanen. En er waait een verfrissende bries, een aangename beloning voor de inspanning.
Terwijl ik alle toppen in de omtrek bekijk, is daar plots weer … bruintje, wie anders! Naar beneden stap ik goed door, het gaat gemakkelijker en de honger begint parten te spelen. Aan “zijn” boerderij is er een ontmoeting met een oude versie van bruintje, misschien zijn moeder? Weer gaat op 10 plekken de poot omhoog en het volgen schijnt gedaan.
Ik ben alleen op stap. 1 kilometer, anderhalve en daar hoor ik weer nagels achter mij op de stenen! Hij is er weer!
Om het slijkpaadje te vermijden besluit ik de baan te nemen die volgens mijn schatting nabij de chambre moet passeren. Bruintje blijft wat achter, maar volgt nog steeds. Na een kwartuur draait de baan teveel weg van mijn richting naar mijn goesting en ik keer een tweetal kilometer terug om toch het slijkpaadje te nemen, waar ik zeker ben. Dit besluit krijgt de goedkeuring van bruintje, die niet meer slenterend achterloopt, maar vlot meegaat en zelfs voorloopt. Hij blijft in mijn omgeving tot bij de chambre. Het laatste stuk loopt hij verder vooruit alsof hij dacht: ‘Nu vind je het wel zelf!” Mijn half uurtje wandelen is uitgegroeid tot meer dan twee uur. Wat ik dacht niet meer te kunnen na mijn fietstocht, is me toch gelukt dank zij bruintje
Als ik half uitgehongerd mij op het terras installeer om te eten, zit bruintje te wachten en kijkt me meelijwekkend in de ogen. “Allé mijn gids, de eerste boterham met wat gesmolten kaas is voor jou!”. Voor ik er zelf een op heb, is hij er weer. Drie schijnt uiteindelijk genoeg te zijn voor deze gids, want dan gaat hij languit op het gras liggen dat stilaan verkoeling geeft.
Ondertussen is de uitbaatster van de chambre thuis. Als ik mijn verwondering over mijn gids uitdruk neemt ze alle betovering weg door te verklaren : “mais il fait ça tout le temps et avec tout le monde!”.
Spijtig! Ergens had ik toch gehoopt dat alleen ik die ervaring had en dat hij toch een beetje gedachten kon lezen.
Terwijl het stilaan donker wordt, ligt mijn gids-vriend van twee uur hier voor me in het gras af te koelen van deze hete zomerdag. Benieuwd of hij er morgen weer is.

2 reacties op dit bericht
Groeten van Fjak@
Dat is nu eens positief denken...