2012
2012 : Mijn moeder zou 100 jaar geworden zijn, dit jaar, mocht ze nog leven. Haar moeder nog veel ouder en mijn vrouw 66. Maar ze haalden het niet. Ze doen niet meer mee. Het bloed versleten of de zin of de toekomst.
Mijn vader was nooit alleen, mijn grootvader ook niet. Eenzaamheid heb ík geïntroduceerd in de familie. Door te overleven en koppig te weigeren opnieuw te beginnen.
Als er ruzie is zeggen ze: ‘Je bent altijd met twee om te ruziën.’
Als iemand uit het leven stapt denken ze: ‘Daar zal hij wel voor iets tussen zitten! Iets dat we niet weten, maar….’
Als je het tegendeel wil bewijzen, dan beloof je ‘trouw’ te blijven, op de begrafenis, in aanwezigheid van 600 mensen. Jouw belofte moet je onschuld bewijzen, maar wordt het zaad van die eenzaamheid.
Zoeken, hopen. Naar tekens. Die je meent te zien, toch links en rechts.
En om ze te verklaren en voor de zekerheid, zoek je bewijzen, getuigenissen, overeenstemming met de wetenschap. En de mensen die je volgden vallen weg. Je legt wonden bloot, doorprikt dromen.
Na jaren vindt je een mogelijke verklaring van het zijn, logisch uit de wetenschap afgeleid, in overeenstemming met esoterie. Maar niemand volgt nog.
En de onverwachte uitkomst van je theorie is een oplossen van het bewustzijn na de dood.
Ik heb dus trouw beloofd aan een leegte, aan een niet-meer-zijn. Tragisch.
En dat wordt 2012.
traumadour 1/1/2012

