Ik ging naar het tehuis waar moeder leefde.
Het was een mooi gebouw, dat zeker
En in de sierlijke tuinen geurde de lente
Het licht van jeugd en leven
*
Binnen rook ik het verval
van verschrompelde lichamen
van aftakelende geheugens
die vergeefs zochten naar begrip
in een eindeloze, eenzame leegte
*
Toen zag ik haar, onherkenbaar verdord
Haar bloedloze, magere handen
plukten aan de lakens van het ledikant
de laatste tijd haar enige verblijf
*
Het was de vrouw die mijn baarde
Ooit een schitterende pianiste
Schepper van rotstuinen, bloemenpracht
De alomtegenwoordigheid in ons huis
*
Zij leek mij zo verloren nu
In haar ogen was het vuur gedoofd
haar blik dwaalde weg zonder mij te zien
als ontwaarde zij reeds de stille zee des doods...
*
2 reacties op dit bericht
hoi troebadoer
schieten woorden tekort.
Graag gelezen ♥
Een fijne zaterdag gewenst
ook al heb je soms een dip.
En denk je soms wel even
waarom voel ik me sip.
Met grote sprongen door het leven
je zelf bewonderen als het mag.
Want het leven duur maar even
dus leef van dag tot dag.
Nikki