Volmaakt

Alleen het zoete
heb ik gevoeld
tussen mij
en het tedere
in jou,
o vrouwe
*
Ik zong
van het licht
dat van je uitging...
*
En nooit kwam ik
dichter
bij het volmaakte...
Volmaakt
Alleen het zoete
heb ik gevoeld
tussen mij
en het tedere
in jou,
o vrouwe
*
Ik zong
van het licht
dat van je uitging...
*
En nooit kwam ik
dichter
bij het volmaakte...
Het einde van de reis
Daar stond ik dan
net als de eerste keer
naast jou
aan het verlaten strand
van verloren dromen...
En daar was jij
prachtig bloeiend
onder de tamarinde
Het blauwe maanlicht
kleurde je lippen...
Wat rest er nu nog
van het verhaal
van onze daden en gedachten
hier
aan het einde van de reis...
En waar zweven de mooie dagen
van weleer
Ze zijn voorgoed vergaan
vergaan
als bleke tranen
in een bodemloze zee...
Vrouw van mijn dromen

Reizend door vreemde zeeën
van gedachten, alleen...
Op zoek naar haar
in wiens ogen
ik vrede zal vinden...
Over vergrendelde diepten
dwaalt haar glimlach,
zet de stilte van de wereld
in vuur en vlam...
Kalm en diep als de oceaan
lacht zij in de golven,
waar schoonheid geboren wordt
in de ruisende klanke
van haar gelaat...
O vrouw van mijn dromen
zo wondermooi gemarmerd
Geef me de zachte huid van je vingers,
de dans van je magische leden.
Zwerf eeuwig met mij
door droefheidsloze landen
onder een gulden zon...
Zeezicht

Zonwitte stranden
Het gekrijt van de meeuwen
De wind voert de geur mee
van vergeten eilanden...
*
In de ijle luchten
zweeft de albatros
boven het zilver
van de eeuwige zee...
*
Een eenzame roep
weerklinkt
als stil verlangen
in het laatste goud
van de avondzon...
*
De duinrozen stralen
tussen het helmgras
De schuimende branding
ruist eindeloos
De nacht klopt aan...
Het gedroomde land

Mijn verlangen glanst
in de meren van je ogen
als honinggele warmte...
*
Ongeziene, vreemde werelden
bloeien als wonderbloemen
in de beelden
die je van mij bewaart...
*
En daar voorbij, eindeloos ver...
als een ongrijpbare belofte...
wasemt een goddelijke geur
een ondoorgrondelijk weten
een verborgen gloed...
de geheime tuin van Eden...
het gedroomde land
van volmaakte liefde...
Verbonden

*
Tussen de bomen
lag de vijver
het stille water...
Hij keek naar haar
en zij naar hem
weerspiegeld...
De wind rimpelde het water
en blies de gezichten weg...
Maar zij wisten :
dit is niet voor lang
En zij glimlachten, hand in hand..
Mijmering
Slechts af en toe heb ik het grote geluk gehad
een glimp te mogen opvangen van jou
Liefste van me,
Hartendief,
Wonderschone, verre koningin
*
In je tedere vlucht
heb je heel even
met ijle vingers
de tinnen van mijn geest beroerd
*
Maar dat was genoeg
genoeg om het kind in mijn hart
te laten dansen
op de tonen van een betoverend lied
vol mysterieuze schoonheid
even geheimzinnig
als jouw onnavolgbare glimlach
*
Mijn liefde voor jou
droeg haar eigen beloning in zich :
pure extase en vreugde
*
Maar soms wou ik meer dan een droom
en was de pijn verschroeiend
*
God, wat verlang ik nog steeds naar jou !
Maar mij rest alleen de brandend-witte rust
van de eenzaamheid...
Onbereikbaar

In de satijnen glans van parelmoer
De welving van de kinkhoorn
Haar huis
Zong zij voor hem
Vreemd maar o zo mooi
Van haar verlangen
Verdronken in het bleke maanlicht
Van de ruisende zee
En haar schuimbekkende paarden
Van het levende water
De dauwparels van de dageraad
*
Van haar stille woorden
Die ze nooit gesproken had
Maar teder bewaard
Voor hem die zij liefhad
Die droom, een mozaiek van kleuren
Een wazig beeld van tranen
Een zonnevlam van helder gelach
Beroerde haar moegeweende hart
Verslagen in hopeloze hunker
Naar een onbereikbare waan
Alleen jou

In het azuur
van klare luchten...
Onder de ceder
die schaduw belooft...
Nergens...
kan ik schrijven
van sterren...
dauwdruppels...
de steen, die rood kleurt
in de avondzon...
*
Alleen jou
schrijf ik neer
in dit bijzondere uur...
*
Jij...
de naam
van je liefde...
het verhaal achter je ogen...
de stilte van je lippen...
en jouw magie...
die ruist
in mijn bloed
als witte branding...
Voor altijd
*
*
Lang zijn de dagen
nog langer de nachten
voor het eenzame hart
Dan komt het ogenblik
dat ogen stralen
lippen fluisteren :
Kom nu lief, mijn lief...
Wees blij en dans...
Je wordt gedragen
over heuvels van stilte
over de wilde rivieren
van je pijn...
Je wordt gedragen
door sterke armen
armen vol vrede en rust...
vol tederheid, zekerheid...
voor altijd...
Lentewake

Tussen wolkenflarden
wordt een druppel geboren
gevuld met helder zonlicht
een ijle sterrendroom...
*
Hij duikt vleugelloos
raakt je wang
als een felle traan
een zilveren parel...
*
Je staart naar de einder
de verre luchten
zo wonderlijk klaar
een magisch verschijnen...
*
De aarde ademt lente
het ontluikende leven
hel groen vol witte hartjes
een uitbundige vogelsymfonie...
Droomvallei

In de droomvallei
van zijn verlangen
zag hij haar staan
de vrouw
met zeegroene ogen
en de blik
vol eeuwigheid...
*
En hij zong...
over de tijd
die zij hem schonk...
stromend als water
eindeloos helder...
eindeloos diep...
*
over de magie
van haar woorden...
haar schoonheid...
haar lichtkoralen...
het leven met haar
zo mooi, zo mooi
zo mooi...
Zacht begrijpen

Ik wandel door de leegte
en alleen de wolken
zijn mijn gezel...
*
Ver, heel ver
hoor ik een zilveren lach
de stem van de jeugd…
denk ik toch…
of is het verbeelding
misschien…
het smachten
van mijn eigen, stil verlangen…...
*
Zacht raak ik de schors aan
van een oude beuk, eindeloos hoog
die zijn schaduw werpt
over mij en mijn mijmeringen...
*
Wees goed voor mij
schijnt hij te fluisteren
doe mij geen pijn
Mijn bladeren
zullen je beschutting geven
en ik zal je verhalen
over de geheimen van de wind
jij die zoekt
naar een zacht begrijpen...
*
Nacht van verlangen
Ik lag
naast je
in het bloeiende licht
van je blauwe adem
Hoorbaar
fluisterde ik je naam
en je glimlachte
in de vreemde wereld
van je droom
Verloren in de nacht
van verlangen
wachtte ik
op de geboorte
van een nieuwe dag
en op jou...
Eeuwig leven

*
Ik zie hen gaan
door de schemering der tijden,
de kinderen van het licht,
dragers van het magisch woord,
het mystieke vuur…
Voorbij de tekenen
van vergane jeugd
bloeit de gouden lotus
van onvergankelijk leven...
Lichamen verwelken
maar onder de mantel
van ijs en sneeuw
dromen zaden
van een nieuwe lente,
van het avontuur
van bewustzijn
en vreugde ...
Jouw ogen

*
*
Jouw ogen hebben
een boom geplant in mijn hart
Het smaragd van zijn kroon
is balsem voor mijn ziel
In zijn takken huist de troostervogel
*
Hij zingt over het azuur van bergkruinen,
de stilte van woud-doorzongen schaduwdalen,
de schoonheid van uitheemse eilandtuinen,
de magie van heldere stroomverhalen,
der winden diep-verliefde fluistertalen
*
Op de tonen van zijn lied
zwerf ik eeuwig door mooie werelden...
Allesroos
*
*
Daar ben je dan
o bloem die bloeide in mijn droom
zacht en open
teder en fel
Als maanlicht zwierf je
door de wouden van mijn geest
De tijdwind voerde ze mee
die glanzende ogen van jou
Even rustte ik aan hun oevers...
Kom liefste
woon nu voorgoed in mij
slaap in mijn huis
drink mijn liefde
fluister zacht
want zonder jouw
zoete woorden
kan ik niet
van schoonheid spreken
de heerlijkheid van het leven smaken
Jij bant de leegte uit mij
de verstenende kilte van het niets
Jij bent mijn zilverster
mijn allesroos
het zonnelied van mijn bestaan...
Als de liefde ontwaakt
*
*
Ik meen je te ontwaren
als sterrenlicht
als een stralenwind
in de kille ravijnen
van de blinde nacht...
*
De glans van je aura
weeft sublieme patronen
cirkels van smaragd
aureolen van zilverwit
door dit duister land...
*
Diep in de riften
van vervlogen dromen
bij de snaren van de ijsharp
slapen jouw ademkristallen
Zij wachten op het tere pastel
van een verre dageraad
het lied van de zuidenwind
vol zoet verlangen :
'Als de liefde ontwaakt'...
*
Jouw liefde
In het schemerrood
van de blauwe avond
dralen je woorden
en ik ontwaak
in de vreemde namen
van jouw nacht...
Ik zoek het raadsel
in je ogen
De wortels van de taal
die jij spreekt
om te leven...
Een glans ligt erover
als de geur van jasmijn
die bloeit
in het duister...
Uit die bloem
ontspruit ze...
jouw liefde...
Ik zie je graag

Ik droom er van met jou te gaan
door zonnige weiden
hand in hand in de jonge zomer
en mij te verblijden
dansend op een regenboog
van gouden tinten,
midden in je stralende aura
Ik wil in je ogen kijken,
peilloos diepe meren,
zoekend naar de beelden
die je van mij bewaart
Luisterend naar je zoete stem
die de onrust bedaart,
de kilte verdrijft
uit mijn droeve hart
Ik wil van je houden
een schouder bieden voor je verdriet
een troost zijn in donkere dagen
alle angst van je wegnemen
je pijn doen vervagen
in de gouden warmte
van ' Ik zie je graag '
2 reacties op dit bericht
Lieve groetjes dikke knuffel knappe foto en mooi geschreven en mooi clipje maatje
Dag Troebadoer