Woensdag 26 juli 2006
DE BEDELAAR

Voor de kerk met een lange paternoster in zijn hand
is een blinde bedelaar gezeten
op een hoopje zand
Zijn gekrulde grijze lokken
Vlotten lijk gezwingeld vlas
Uit zijn mutse neder op de
krage van zijn winterjas
Langs hem ligt een winterhond te
slapen die van tijd tot tijd
wakker schiet en met zijn witte
tanden naar de vlooien bijt
De ogen van de blinde in hun
diepe holten hangen stil
en verdoofd gelijk de glazen
van een natbedoomde bril
Halve dage"n blijft hij daar gezeten
lijk een wassen beeld
en hij luistert naar de wind die
met zijn grijze lokken speelt
En de Winterdie de koude
grimmig uit het oosten zendt
rimpelt't grauwe vel van zijn
verdroogde kop lijk perkament
Geschreven door zee om 17:26
Reageer op dit bericht





















