De hond


De hond ligt in zijn hok en staart
hij weet zelf niet waarheen
Hij voelt zich triestig en bezwaard
en moederhonds alleen
De boer gaat naar het veld en Lies
zijn paard mag met hem mee
Maar dat de hond er nog is
Daar denkt geen der twee
Het kindje op het Neerhof speelt
En roept en zingt een lied
Maar dat de hond zich dood verveelt
Neen daaraan denkt het niet
Ik ben te oud en anemiek
Mijn dood is dat hun wens
Elkeen vergeet mij hier en toch
een hond is ook een mens





















