De Noordzee

De zon is oranje bolronde franje
wit de westenwind
kind
van de blauwe oneindigheid
oranje is het hart
blauw en wit
zijn de ruimten
En uit de kern aller dingen
springen
drie vonken
een zeiler een vlieger een meeuw
een golfslag , een wolkbreuk, een schreeuw
't Zijn waaiende wimpels
die draaien als schimmen
op de kimmen
van duizenden eeuwen
En geen mens die kan zeggen
of op het einde van dit zingen
een springvloed de aarde overspoelt
of verstolt en verkoelt
op het uitgeloogde zand?





















