Naar de inhoud

ZO MAAR EEN VRIJWILLIGER

ZO MAAR EEN VRIJWILLIGER
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

DE VOORZITTER HET VEN IN ......

Ook mag niet onvermeld blijven dat wij de volgende dag met zo veel mogelijk gasten naar een ven in de Oisterwijkse bossen gingen. Bij het ven aangekomen, alle gasten aan de waterkant neergezet. Om de gasten enigzins te vermaken werd de voorzitter door drie stafleden beetgepakt en met kleren en al zonder pardon het ven ingegooid.
Jammer van mijn pakje sigaretten.

Vrijdagsavonds hadden wij "als de laatste avond" altijd een feestavond met als het even kon levende muziek.Een bestuurslid had ergens nog wel een relatie! En zo stond er die avond een orkest van 4 man. Het werd een groot feest, compleet met polonaise lopen met de rolstoelen.

Er was toen nog geen aangepast vervoer. Dus de twee touringcars die wij inhuurden moesten wij zelf laden en lossen. Dit betekende weer, mensen in- en uit de bussen sjouwen. De bedpatient werd met een volkswagenbusje (zonder ramen!) vervoerd. In de bak stonden 4 groentekisten, daarop de brancard met de gast. Eén keer zijn we aangehouden door de rijkspolitie. Het mocht niet zo.... "ja, dat weten wij ook wel", "geef maar een bekeuring" was het advies van onze zijde. Dan zorgen wij wel dat we de krant halen en er misschien iemand is die een betere oplossing weet en/of wil betalen!!.. er is geen bekeuring gegeven!!

In de loop der jaren hebben wij de Staalberg geadviseerd bij het bouwen van een aangepaste vleugel. De gasten werden steeds ouder en bewerkelijker. Goed dat wij A-verpleegkundige hadden en een strenge hoor! De meisjes die hielpen mochten niet met hun achterste op het randje van het bed van de gast gaan zitten. "dat doe je toch niet "zei ze. Ook moesten alle meisjes en jongens "in het wit werken". Vrijwillig of niet, van vrijblijvend was geen sprake, er was een behoorlijke dicipline,  maar wel oer-gezellig.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

OPLOSSEN VAN MOEILIJKE PROBLEMEN !!

Door mijn werk kon ik niet altijd de vakantieleider zijn. Ik herinner mij nog dat een mede-bestuurslid het uiteindelijk van mij overnam. 's avonds belde hij mij dan op om; het een en ander door te spreken. Probleempjes waren er altijd wel !
Op een keer belde hij zeer ontdaan op.. Bij het wekken 'smorgens had hij een gast dood op bed aangetroffen... "hoe moet ik dat afhandelen?" Ja. het was de eerste keer dat zo iets gebeurde en er was ook geen draaiboek voor. Via de plaatselijke dokter is er een overlijdingsakte opgemaakt en 's middags werd de overledene naar Rotterdam gebracht. Ik adviseerde hem om het aan de overige gasten niet te vertellen, dat zou een te grote domper op de vakantie geweest zijn.

We hebben dit nog een keer in de Staalberg meegemaakt. Een echtpaar sliep aan de boskant in een tweepersoonshuisje. 's nachts overleed de man. Met de ervaring van de vorige keer werd dit adequaat opgelost. Het jaar daarop wilde de weduwe weer mee naar de Staalberg, tenminste... "als zij hetzelfde kamertje kreeg als waar haar man overleden was!" Na enig beraad onzerzijds stemde wij hierin toe. Eigenlijk vonden wij het raar dat iemand daar voor koos.  De eerste avond toen de gasten naar bed gingen hielden wij dit kamertje speciaal in de gaten, je wist maar nooit!
Na een uur ontdekte wij dat deze mevrouw haar kamertje vol met brandende kaarsen had staan. Zij was in een soort tranche en sprak voortdurend met haar overleden man. We hebben dit zijn gang laten gaan. Toen wij 's morgens vroegen of zij goed geslapen had, antwoordde zij; "nee, ik heb de hele nacht met mijn man gesproken, ik had gelukkig contact met hem, daarom wilde ik speciaal dat kamertje hebben, ik wist zeker dat hij er ook zou zijn!. "Wat heerlijk voor u dat u dat gelukt is"
Begrijpen doe je zo iets niet maar je hebt weer geleerd om iedereen in zijn waarde te laten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

NAAMSVERANDERING

In 1971 wordt in een landelijke vergadering besloten de K uit onze naam te schrappen. De naam van de Nederlandse Katholieke Invaliden Bond St. Liduina wordt de Gehandicapten Organisatie Nederland agfekort de GON. We hebben een eigen landelijk centrum in Eindhoven met een eigen directeur en natuurlijk een Hoofdbestuur van de vereniging.

Het altijd eigenwijze Rotterdam besluit voorlopig de naam St. Liduina, afdeling Rotterdam te handhaven. We blijven wel aangesloten bij de GON maar hebben geen eigen revhtspersoonlijkheid. Landelijk staat de GON bekend als een elitaire groep met in het hoofdbestuur hoge ambtenaren die er niet veel van bakten. Het accent bij de afdelingen ligt op ontspanning en welzijn. Van belangenbehartiging was nog geen sprake. De voorzieningen vielen als rijpe appeltjes uit de bomen. En de overheid was bezig het hele sociale stelstel drastisch te verbeteren. Voor ons was er (nog niet) de noodzaak om als belangenbehartiger voor onze doelgroep op te komen. Bovendien deed het ons zeer dat onze oude naam. die in Rotterdam was uitgedacht en gebruikt vanaf 1946,  nu niet meer gebruikt zou worden. Juridisch kon dit helemaal niet maar we dreigden met het aanvragen van een eigen rechtspersoonlijkheid en dan zelfstandig door te gaan.  Het gaf wel de nodige spanningen tussen hoofdbestuur en Rotterdam.
 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

LOURDESREIS 1974

Ook in 1974 organiseerden we weer een Lourdesreis. Reisbureau Cristoffel bestond nog steeds dus was de organisatie niet zo moeilijk meer. Gewoon met de map van de vorige keer onder je arm naar binnen lopen en de rest gaat vanzelf. De spaarrekening bij de RABO leefde ook nog. Vol vertrouwen begonnen we eraan en het vliegtuig, weer van 99 personen, was zo volgeboekt. 
Deze keer kon ik wel mee, het ging zakelijk zo goed dat ik dat wel even aan de chefs over kon laten!
Daar gingen we voor de tweede keer... Boven Parijs...."luchtzakken"....... wat een klappen maakt zo'n vliegtuig dan! ik dacht; "hallo onze lieve heer, wat doe je nu, werk ik voor je, breng de mensen naar Lourdes toe en dan dit.." (toch maar even bidden !)  Wist ik veel wat die klappen betekenden, het was de eerste keer dat ik zoiets meemaakte! Maar toch goed aangekomen. We logeerden weer in hotel Esplanada, even buiten het centrum. We hadden een geweldige hostess daar, Annie heette ze, ze zei altijd: vertrouw maar op Maria, er kan hier niets gebeuren!


Ik was erg onder de indruk van het hele gebeuren in Lourden. Men zegt wel eens dat het commercieel is maar dat geldt alleen voor het dorpje Lourdes. Daar kun je plastic mariabeeldjes met  een kurk als kroontje op haar hoofd kopen, daar kan je dan Lourdeswater in meenemen!!
Op de heiligdommen zelf is niets van deze onzin te koop. Wel kaarsen, en als je geen geld hebt mag je ze ook zo meenemen en voor de grot neerzetten en aansteken. Er zijn kaarsen van wel een meter hoog met een diameter van wel 20 cm. Ik kom daar later in het verhaal nog op terug.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

WIE IS BERNADETTE SOUBIROUS ?

Bernadette was een arm en ziekelijk meisje. geboren op 7 januari 1844 in de molen van Boly.
Op 11 januari 1858 verschijnt Maria voor de eerste keer in de grot in Lourdes aan Bernadette.
Maria verschijnt 18 maal aan Bernadette en de laatste verschijning was op 25 maart 1858.
Tijdens deze laatste verschijning noemt Maris zich "de onbevlekte ontvangenis " en ""ik ben de dienstmaagd van de heer "
In juli 1860 verlaat Bernadette het oudelijk huis en komt bij de kloosterzussen van het Gasthuis.
In augustus 1864 verlangt Bernadette opgenomen te worden door de Congregatie van de zusters van Nevers, maar haar gezondheid laat het niet toe.
op 3 juli 1866 verlaat zij Lourdes voor goed en gaat naar Nevers.
Te Nevers is haar leven een voorbeeld geweest van getrouwheid aan de Regel van gehoorzaamheid aan de Overste, van werkzaanheid en toewijding.
Op 30 oktober 1867 spreekt zuster Marie-Bernard ( kloosternaam) haar tijdelijke gelofte uit en op 22 september 1878 haar Eeuwige Gelofte.
Op 28 maart 1879 onving zij voor de derde maal het Heilig Oliesel. Een genademiddel voor een stervende.
Haar heengaan op 15 april 1879 rond drie uur in de middag herinnert aan de dood van Christus aan het kruis.
Zij werd begraven op het kerkhof, binnen de muren van het klooster. Toen het kerkhof werd opgeheven werd Bernadette ongeschonden opgegraven. Niemand durfde haar toen nog te begraven. Zij ligt, tot op de dag van heden, ongeschonden in haar glazen sarcogaaf binnen de muren van het klooster. U kunt haar daar gaan bezoeken. Ik zelf heb haar mogen aanschouwen, samen  met mijn gezin in Nevers, op doorreis naar Lourdes in 1964.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Bernadette Soubirous in 1858 (14 jaar )

Een arm en ziekelijk )cholera, herfst 1855 ) meisje, geboren in grenzelose diepe armoede. Haar ouders trouwde op 17-jarige leeftijd, zij verhuizen van het ene naar het andere onderkomen en eindigen, vervolgd door armoede in een oud vervallen arresthuisje, "het cachot", een ongezond en duister hok dat zij gratis mochten bewonen!
11 februari 1858
Alles begon in een sfeer van armoede. Op vastenavond is het koud en grauw, in het Cachot is geen hout om vuur te maken. Bernadette en haar zusje Toinette, stellen voor om hout te gaan sprokkelen langs de oevers van de Gave. Jeanne Abadie, een buurmeisje vergezelt de twee zusjes. Bij de molen van Savy stelt Bernadette plos voor >eens te gaan kijken waar de beek in de Gave vloeit<. Aan de oevers gekomen ontdekken de meisjes bij de weide een hoop hout. Om deze schat te bereiken moeten zij de beek over. Het water is ondiep maar ijskoud. En bernadette weet hoe vatbaar zij is voor asthma.... zij aarzelt en wil haar schoenen uitrekken....
Maar laten wij hier Bernadette zelf de gebeutenissen verhalen. "Mijn twee gezellinen staken de beek over die zich voor de grot bevond. Ik bleef dus alleen aan de overkant. Ik vroeg hen een steen in het water te werpen zodat ik via de steen aan de andere kant kon komen. Het was onmogelijk. Ik kwam terug naar de grot. Nauwelijks had ik een kous uitgetrokken of ik hoorde een eigenaardig geluid, net een rukwind! Ik draaide mij om en keek naar de weide. De bomen bewogen niet. Ik begon de andere schoen uit te trekken, wederom hetzelfde geluid. Ik hief het hoofd naar de grot en zag een in het wit geklede dame; zij had een wit kleed, een witte sluier, een blauwe gordel en een gele roos op iedere voet. dezelfde kleur als het kettinkje van haar rozenkrans waarvan de kralen wit waren.
Angst greep mij aan; ik wreef mijn ogen uit, denkend dat zoiets toch niet kon! Maar dezelfde dame was er nog altijd. Ik zocht naar mijn rozenkrans en wou het kruisteken maken, maar mijn handen weigerden. Alhoewel ik zeer bang was bleef ik. De dame nam dan haar rozenkrans. en maakte het kruisteken. Ik was niet meer zo bang en pakte mijn rozenkrans weer. De angst verliet mij; ik maakte het kruisteken, viel op mijn knieen en prevelde de rozenkrans in haar tegenwoordigheid. De dame volgde ook op haar rozenkrans, maar haar lippen bewogen niet. Dan gaf zij mij een teken nader te komen. Ik durfde niet en bleef op mijn plaats staan. Even plots verdween zij als zij gekomen was. Ik trok mijn andere kous uit en waadde door de smalle rivier naar mijn gezellinen.
Inmiddels hebben de twee hout vergaard en staan gereed te vertrekken. Bernadette toont zich opgewekt. Toinette vemoedt iets: heeft zij Bernadette niet geknield voor de grot gezien? Zij ondervraagt haar maar Bernadette wil niets zeggen. Na lang aandringen vertelt zij het toch maar laat ze beloven het aan niemand te vertellen. Nauwelijks thuisgekomen vertellen zij dat ik in de grot een witte dame had gezien.
Haar moeder die zulke kletspraat niet verdraagt geeft beide kinderen met de stok en verbied hen nog een keer naar de grot te gaan.
Zondag 14 februari
Bernadette krijgt de gebeurtenissen niet uit haar hoofd en wil weer naar de grot om te zien of het allemaal echt is geweest
. Na erg lang aangedrongen te hebben mocht zij wel maar alleen met de twee meisjes erbij.
Hoe het ook zij, er zijn weldra 12 meisjes die samen met Bernadette de heuvel afstormen en de weg naar Massabielle in slaan. Maar de voorzorgen zijn genomen, allen hebben zij een beetje wijwater meegenomen. Bij de grot knielt Bernadette neer en begint de rozenkrans te bidden. Na het tweede tientje verschijnt het licht gevolgd door de dame. "ik haalde onmiddelijk mijn wijwater te voorschijn" vertelt Bernadette en zei haar; "blijf indien je van God komt, zoniet moet je weg ! Ik hield niet op met wijwater te sprenkelen. Zij glimlachte en boog lichtjes voorover. Ik besprenkelde haar steeds meer, tot de fles leeg was. De dame glimlachte en boog het hoofd. > Dan begint in het bijzijn van haar verschrikte vriendinnetjes de vervoering. Met moeite wordt zij door de anderen bij de grot verwijderd.
Donderdag 18 februari
De dame verschijnt voor de derde maal. "Zij is er, fluistert Bernadette". Gedurende haar extase prevelt zij haar gebeden
. De dame komt een beetje naar haar toe. Bernadette die in opdracht papier en een pen had meegenomen vraagt de dame of zei haar naam op het papiertje wilde schrijven.. De dame glimlacht en zegt; "Het is niet nodig, verleen mij de gunst hier vijftien dagen nog te komen". Bernadette aanvaardt het met haar hart vol blijkschap, en de vervoering blijft duren. Bernadette bidt en spreekt op intieme wijze met de dame. Later zal zij allen vertellen dat de dame zei; "ik beloof je niet in deze wereld gelukkig te maken, maar wel in de andere." De extase duurde een half uur.
Vrijdag 19 februari
Gisteren heeft Bernadette haar moeder vertelt wat zij aan de dame, die zij steeds 'Aquero (dit)noemt. beloofd heeft. Haar moeder beloofd deel te nemen aan haar tocht naar de grot. Bernadette ziet zich nu bij de grot in Massabiele omringt door een tiental personen. Bernadette begint haar rozenktans te bidden en reeds bij het derde weesgegroet veschijnt de dame en de vervoering begint. "Het is vijftien minuten lang een gesprek van hart tot hart, van dame tot het kind", : alleen de bijna doorzichtige schoonheid van het gelaat van Bernadette verraadt de tegenwoordigheid van de dame. "Het was een onvergetelijk genoegen haar aan te zien, ik kon niet laten haar aan te kijken.."vertelde later een ooggetuige.
Zaterdag 20 februari
De vijfde verschijning blijft even geheim als de voorgaande. Bij de grot zijn een dertigtal personen.
Bernadette bid de rozenkrans en na 15 minuten glimlacht zij en groet. Na een tijdje komt er droefheid over haar en groet zij de laatste maal. Bernadette vertelt geen woord over haar dialoog.
Zondag 21 februari
Bij dageraad gaat Bernadette naar de grot. Ondanks dit vroege uur staan er zeker honderd mensen bij de grot. Er zijn geen bijzonderheden over deze verschijning bekend.
Na de H.mis wordt Bernadette opgewacht door de veldwachter en de politiecommissaris Jacomet, die zegt dat zij mee moet komen. Zij wordt die dag langdurig ondervraagt. Het is bernadettes eerste ondervraging. De eerste in een hele reeks die volgen en Bernadette zal achervolgen tot op haar sterfbed in Nevers., maar deze verhoren zullen steeds, met meer zekerheid, haar oprechtheid en haar verstand  bevestigen. 
Dinsdag 23 februari
Op deze dag verschijnt de dame wel een uur aan Bernadette, nauwelijks heeft zij weer een weesgegroet gebeden of de vervoering begint. Die dag vertelt de dame haar drie geheimen die zij aan niemand mag doorvertellen. Ondanks de velen die geprobeerd hebben haar deze geheimen te ontfutselen heeft Bernadette die altijd geheim kunnen houden, zij zei alleen.. "dit is voor mij alleen bestemt en voor niemand anders".
Woensdag 24 februari
Twee tot driehonderd mensen zijn bij de grot als Bernadette daar aankomt. Zij ontsteekt haar kaars, knielt en maakt een kruisteken. Na 10 minuten tekent zich een diepe droefheid op het gelaat van Bernadete af. Op haar knieen gaat zij wenend naar de dame en spreekt tot de dame. Op haar knieen komt zij terug, de tranen rolde van haar wangen maar weldra glimlacht ze opnieuw. Na afloop wordt haar gevraagd wat de dame haar gezegd heeft:, zij antwoordt en herhaalt: " Doet boet.. boet... boet...bid tot God om bekering van de zondaars..
Donderdag 25 februari
Tijdens deze verschijning moet Bernadette van de dame de grond kussen, als boetedoening voor de zondaars. Zij staat op en loopt in de richting van de Gave, onderweg blijft zij staan, heft het hoofd en kijkt naar de grot. Zij knikt bevestigend, keert terug en gaat naar de linkerkant van de grot. Daarna gaat zij op haar knieen en maakt een putje in de grond. Een weinig slijkwater komt uit de bodem. Bernadette schept water op met haar handen en bevochtigd haar gelaat. dan drinkt zij het water tot vier maal toe. Ook eet zij een grashalm op. Daarna staat zij op en gaat weg.
Vrijdag 26 en Zaterdag 27 februari
Zij hernieuwt de boetedoeningen die de dame haar geleerd heeft, tevergeefs.. de dame blijft onzichtbaar... De volgende dag gaat zij de grot binnen en drinkt aan de bron een weinig slijkerig water. Het schijnt dat deze vervoering op 27 februari een van de langste is geweest.
Zondag 28 februari
Deze extase verloopt zoals de vorige: rozenkrans, kniebuiging, kussen van de grond en drinken van het bronwater. Alleen aan de uitstraling van haar gelaat kan men zien dat zij een verschijning heeft.
500 mensen zijn getuige van haar vervoering. Omdat het Zondag is gaat zij naar de hoogmis. Na de kerkdienst moet zij weer mee met de politiecommissaris. nu naar de onderzoeksrechter. De rechter leidt het onderzoek! Bernadette antwoordt kalm, zelfverzekert en vastberaden.
Dinsdag 2 maart
Als men de commissaris Jacomet geloven mag zijn er die dag zestienhonderd mensen bij de grot. Ook deze keer gaat de vervoering net als alle voorgaande. Bernadette kijkt bezorgd na het gesprek. De dame in de grot heeft haar verzocht; "aan de priesters te zeggen dat Zij vraagt dat men hier een processie komen zou, en een kapel wenst. Als Bernadette dit vraagt aan de pastoor zegt hij: "ik wil van geen processie of een kapel weten, de pastoor wordt woedend: hij schreeuwt.. en ze staan buiten voor dat zij er erg in hebben.
Woensdag 3 maart
drie a vierduizend mensen van Lourdes en omstreken haasten zich naar de grot. Om twee uur zijn de beste plaaten bezet!!
Bernadette kan haast niet bij de grot komen zij houdt een kaars in haar hand, knielt en bidt een lange tijd. De droefheid op het gelaat van Bernadette wordt steed groter... Als ze op staat zijn haar ogen vol tranen... De dame komt niet..... Waarom niet?... De kletspraatjes doen de ronde >onwaardige mensen hebben die nacht in de grot doorgebracht... zij hebben haar onteerd.
'smiddags voelt zij zich onweerstaanbaar naar de grot gedreven. Met haar tante en haar neef daalt zij af naar Massabielle... glimlachend wacht de dame haar op De extase duurt kort, Bernadette vraagt namens de pastoor of zij haar naam wilt zeggen... zij glimlacht maar zegt niets. De pastoor is woedend, maar twijfelt heel erg...
Donderdag 4 maart
Vandaag moet het de laatste van de vijftien verschijningen zijn. Een dichte menigte trekt bij het eerste morgenlicht naar de grot. Achtduizend?. tienduizend mensen, misschien wel meer. Heel vroeg inspecteert  Jacomet de grot, er valt niets bijzonders te bespeuren. Rond vijf uur in de morgen komen drie geneesheren Bernadette onderzoeken. Om half zeven worden zij door Bernadette weggestuurd. Bernadette gaat naar de grot en moet door rijkswachters en soldaten uit het fort vooraf gegaan worden. Bernadette knielt bidt, en ontsteekt haar kaars. Het volk bidt met haar mee. Bij het derde AVE van het tweede tientje, begint de vervoering. Dit zal een uur duren. Nu eens schittert het gelaat van Bernadete van innerlijk geluk. Dan weer wordt zij droevig... (Zij glimlacht 34 maal, noteert Jacomet in zijn boekje) zij groet (24 maal noteert hij) zij maakt het kruisteken en bidt langzaam de rozenkrans. Na een dertigtal minuten is Bernadette opgestaan. Met de brandende kaars in haar hand treed zij de grot binen. Zij spreekt met de onzichtbare dame, komt terug en bidt. De vervoering is ten einde en Bernadette gaat terug naar het dorp. Zij spreekt met niemand!!
geen mirakels, geen buitengewone openbaringen; de liefhebbers van diepe ontroeringen zijn ontgoocheld.
Iedereen benaderd Bernadette om alles, ze kan geld krijgen voor alles dat zij heeft. Zij laat alles over haar heen komen en doet niets. Het gewone leven herstelt zich in het kleine dorpje en Bernadette gaat gewoon weer naar school.
Donderdag 25 maart.
's nachts droomt Bernadette dat aquero (dit) haar verwacht. Haar moeder laat haar gaan, het is nog geen vijf uur in de morgen... Wat een vreugde.. de dame verwacht haar. Onmiddelijk is Bernadette in volvoering. Bernadette is verrukt, de dame staat beneden aan de grot vlak naast haar. In een gebaar van offergave plant zij de kaars die haar tante haar gegeven had, tussen de ruwe stenen van het gewelf. Dan gaat zij terug naar het dorp rechtstreeks naar de pastorie. Zij vertelt: dat zij tot drie maal toe, namens de pastoor om de naam van de dame gevraagd had. nu, bij de vierde keer vouwde de dame de handen gekruisd voor haar borst en zei me dat zij: De onbevlekte ontvangenis was. De pastoor vroeg mij of ik dat welzeker wist. Ik zei hem van ja en dat ik die twee woorden de hele weg herhaald had om ze niet te vergeten. Bernadette wist helemaal niet wat deze twee woorden betekenden. Ze waren voor haar helemaal vreemd en zij wist niet dat hier de Heilige Maagd Maria bedoeld werd... "en zij wilde nog steeds dat er een kapel gebouwd wordt", voegt Bernadette eraan toe,
Deze dag van 25 maart is werkelijk het hoogtepunt van de verschijningen te Lourdes. Is het toeval of de voorzienigheid dat de dame haar naam onthult op de dag dat de kerk het mysterie van Maria Boodschap viert ? Wonderbaar is de gelijkenis tussen de woorden van Maria en haar optreden in beide gebeurtenisen.... ik ben de dienstmaagd van de heer   en  ik ben de onbevlekte ontvangenis. Dezelfde eenvoud en dezelfde bescheidenheid dezelfde herkenning van het mysterie van GOD in haar, dezelfde aanbidding in de grot van Lourdes.

Op deze avond van 25 maart 1858 vermenivuldigden zich ontelbaar de lichtjes der kaarsen rond deze van Bernadette. Het licht dat zij verbeelden zal te Massabielle voortaan niet meer gedoofd worden......

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

DE GROOTSTE BEDEVAARTPLAATS

In lourdes komen er nog steeds miljoenen mensen uit de hele wereld, Hier de mensenmassa tijdens een van de H. Sacramentsprocessies
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

DE TERUGREIS UIT LOURDES

Ik zou u nog iets vertellen over die dikke kaarsen!
Annie, de hostess vroeg aan ons of wij het leuk zouden vinden een stomp kaars, die voor de grot gebrand had, als aandenken mee naar huis te nemen.
Daar voelden wij wel iets voor en er waren in de staf liefhebbers genoeg. Eén dag voor het vertrek kwam zij met heel veel van die stompen aan. Onze geestelijk adviseur, pater Wagenaar uit huize Antonius aan de nieuwe Binnenweg voelde er ook wel iets voor. Hij had op zijn kamer een Mariabeeld staan en wilde hem daarvoor laten branden. 
De belading van het vliegtuig zat aan de absolute grens, want alle rolstoelen die op de heenweg met een ander toestel waren vervoert, moesten nu ineens met dit vliegtuig mee. Pater Wagenaar wist dit en maakte zich zorgen daarover.
Toen ik aan het einde van alles nog een controlerende ronde door het hotel maakte, merkte ik op dat pater Wagenaar zijn kaars op zijn kamer had laten staan!! Toen ik hem dat vertelde zei hij; "nee Theo, ik heb hem laten staan omdat het vliegtuig al zo zwaar is. Ik wil niet dat de mensen door mij in de moeilijkheden komen!" "Oke , zei ik "dan laten wij hem staan!" Achter zijn rug om heb ik die kaars natuurlijk wél meegenomen.

Op Tarbes liepen wij tegen een groep Schotse vrijwilligers aan. Deze wilden voor ons wel het vliegtuig inladen. Veel mensen moesten daarin gedragen worden, dat was een hele klus! "Jullie hebben al hard genoeg gewerkt" was het commentaar. Het grondpersoneel van Tarbes eistte van ons dat wij alle bagage en al het matrerieel met onze vlucht zouden meenemen.  Die Schotten hebben het voor elkaar gekregen. Het hele vliegtuig zat propvol, zelfs op het toilet en in de loopgangen stonden bagage en rolstoelen. Ik dacht toen ook ... Als die nu maar van de grond los komt!! Pater Wagenaar had misschien toch wel een beetje gelijk! Om kort te gaan, we kwamen los van de grond en hadden een normale terugreis
!!

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

NAAR ANTONIUS MET DE TOURINGCAR

Toen we met de touringcar bij Huize Antonius aankwamen heb ik snel zijn kaars gepakt en zonder dat hij het merkte op zijn kamer voor het Mariabeeld neergezet en aangestoken.
Daarna gauw terug naar de bus en gelukkig, pater Wagenaar zat er nog in. (hij was ook moeilijk lopend). en dik in de 80 jaar. Ik heb hem opgewacht en gezegd dat ik hem wel naar zijn kamer zou rijden. Toen de deur van zijn kamer open ging zag hij de brandende kaars voor zijn Mariabeeld staan.... "Theo, kijk nu eens, de kaars staat hier op mijn kamer ".... "er is een wonder gebeurd"!. "Theo, dat gebeurt er nu als je naar Lourdes gaat!" Ik heb hem nooit verteld wie dat wondertje veroorzaakt had. Prachtig hé, zo'n ervaring.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

LOURDES IK ZAL JE NOOIT VERGETEN

In 1979 zijn we voor de laatste keer met een groep lichamelijk gehandicapten naar Lourdes geweest, weer met een vliegtuig en ook weer vol ! Wat kan je toch veel bereiken.... als je er maar voor 100 % achter gaat staan !!

Daarna heb ik mijn vrouw en mijn twee kinderen meegenomen en ben er met de auto in vakantiestemming naar Lourdes toe gegaan. Ik wilde hun laten zien en voelen wat ik daar allemaal beleefd had. Dat is niet helemaal gelukt. Het kwam denk ik, omdat je met een groep  in een heel andere sfeer bent en alles anders beleefd. Je moet veel organiseren enzovoort. Met 'eigen' en helemaal privé, zonder vedere contacten in Lourdes en vooral bij de grot en tijdens de processies beleef je dat op een heel andere manier. Mijn kinderen waren wel onder de indruk en zijn blij dat ze er ook geweest zijn. We waren daar dan ook uiteindelijk op vakantie en hebben veel tripjes in de omgeving van Lourdes gemaakt.


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van ZO MAAR EEN VRIJWILLIGER

↑ Terug naar de berichten