Autisme
De besparingen op leerlingenvervoer en de heisa rond Jason Arday maakten het autismesyndroom weer actueel. Iedereen die het wenst mag zich autistisch noemen, zo lijkt het wel.
Vroeger was er geen sprake van autisme, toch niet in het onderwijs. Ze waren er wel, de autisten, maar werden introverte en prikkelgevoelige kinderen genoemd, in gewone mensentaal. Nu krijgt elk afwijkend gedrag een wetenschappelijke benaming. Zo waren ADHD'ers vroeger gewoon 'stoute kinderen'. En stille, overgevoelige kinderen zijn nu autisten.
Als 'ontwikkelingsstoornis' is autisme ondergebracht in het type 9 van het buitengewoon onderwijs. Het populaire type 9 maakt het buitengewoon onderwijs aantrekkelijker dan vroeger. Vroeger had het een slechte reputatie. Ouders vonden het een schande als hun kind naar 'BLO' moest. Nu kennen de buitengewone scholen buitengewoon succes vanwege het betuttelende type 9, en daarom hebben ze steeds meer te maken met plaatstekort. Het type 9 is bijzonder kindvriendelijk, er wordt in kleine groepjes gewerkt en je hoeft er niet dom voor te zijn. Intelligentie en autisme... een droom voor vele ouders. En zo komt het dat er nu plaatstekort is in het 'BLO' van vroeger.
Graag noemen velen zichzelf autistisch, maar wie stelt de diagnose ASS (autismespectrumstoornis)? Niet de leerkrachten, niet de patiënt zelf, ook niet de huisarts, maar die kan wel verwijzen naar een psychiater of een klinsch psycholoog.
Toen Crevits nog onderwijsminister was, deed ze mee aan het pamperen van autisten. Zo stelde ze voor dat die leerlingen 1 dag per week mogen thuisblijven voor thuisonderwijs, zgz. om teveel prikkels te vermijden die leiden tot leerachterstand.














