

STAN LAUREL EN OLIVER HARDY: Helden met duizend gezichten.
Stan en Oliver vormden samen het wellicht meest komische filmduo, de gezelligste puinhoop uit de filmgeschiedenis. Als het leven dan al één grote puinhoop mocht zijn, dan voegden zij er alvast met overgave de hunne er aan toe en mocht het leven niet altijd een feest zijn, het is tenminste dan toch een puinhoop.
Vanuit yin- yang standpunt verhoudt zich de uiterlijke gestalte van Laurel tot Hardy als Yin tot Yang. Den Dikke(yang) en de Dunne(yin). Hardy is breed, groot en uitgezet, dus yang. Laurel daarentegen is klein, mager en tenger, dus yin. Maar, niets of niemand is yin of yang zondermeer, iets of iemand vertoont pas yinne of yange kenmerken ten overstaan van iets of iemand anders. Ten overstaan van Laurel lijkt Hardy yang, maar ten overstaan van de reus Gulliver zou Hardy een mietje zijn. (yinne uiterlijke kenmerken vertonen) Laurel daarentegen vertoont ten overstaan van Hardy yinne uiterkijke kenmerken, maar ten overstaan van een kabouter zou hij danig yang overkomen.
Niets is immers wat het lijkt. Iets is pas wat het is ten overstaan van iets anders of in relatie tot iets anders en bovendien heeft een elke yinne persoonlijkheid ook yange trekjes en omgekeerd. Een yinne persoonlijkheid die plots yang voor de dag komt kan een grappig effect sorteren.
Laurel en Hardy hadden beiden afzonderlijk een niet zo succesvolle solocarrière achter zich
vooraleer zij in 1927 met succes als komisch duo herbegonnen. Samen, en ook dit is niet te verwonderen vermits vanaf 1927 yin met yang “verbonden” werd. Waren zij echter te eng aan en met elkaar “gebonden”geweest dan hadden zij nooit zulke creatieve yange vlucht kunnen nemen. Hun yange creatieve impuls is bijna een eeuw later nog zichtbaar aanwezig. Beide “oerpolen” yin en yang waren vanaf 1927 verenigd, ze waren nauw met elkaar verbonden en zij slaagden er in om de mannelijke en vrouwelijke oerprincipes te ontdekken en die principes publiekelijk en succesvol te vertonen.
Dat de vereniging van yin - yang principes niet van een leien dakje liep(zoals trouwens iedereen wel op tijd en stond zelf kan ondervinden) spreekt voor zich, maar de spanning die daardoor ontstond werd in hun geval omgebogen tot voor iedereen herkenbare humor. Het deed de bioscoopbezoeker immers deugd om ook eens anderen herkenbaar te zien sukkelen in hun yin –yang relatie. Yin –yang is geen kwestie van discours, maar een kwestie van een helder discours: in hun films is Hardy de yange knorpot, de zelfzekere brombeer die van het eigen gelijk onwrikbaar overtuigd is.
Hardy: ” Well, here’s another fine mess you’ve gotten me into!” Vrij vertaald … dat het alweer de andere is (in dit geval Den Dunne) die Den Dikke in de “shit” helpt. Zulk verwijt is herkenbaar in elke relatie, want het is een feit dat het altijd de andere is die er een puinhoop van maakt. OK, in ons persoonlijk geval is dat daadwerkelijk ook zo, maar in alle andere gevallen, zoals in het geval van Den Dikke, komt zulke projectie nogal lachwekkend over. Humor ontstaat door herkenbaarheid van een herkenbare situatie en het is niet te verwonderen dat die herkenbaarheid voor de toeschouwer soms “helend” (heel makend) kan werken. Humor kan beide partners helen want “heel worden” is immers de diepere zin van hun vereniging, van hun verbinding. Samen heel worden is de reden (zelfs de noodzakelijkheid) voor hun gemeenschappelijke band, het is het nut van hun wederzijds verbond..
Karakterieel is Laurel de yinne tegenpool van Hardy, het verlegen Markske Vertongen, dat wat naïef, wereldvreemd en onaangepast niet is opgewassen tegen de hardheid van het “no nonsens bestaan”. Hardy is ook niet tegen het leven opgewassen, maar hij gelooft rotsvast van wel. Hij is er zelfs van overtuigd dat hij in alle omstandigheden altijd een stap of twee voor is op de rest van de wereld.
Zodoende en op die manier staan ze er dan samen als onafscheidelijk yin- yang duo. Zij beiden, Laurel en Hardy zijn de archetypische helden uit een oud verhaal. Deze beide heren
(want yin en yang zijn geslachtoverstijgende begrippen) geven er samen een lap op om er bij leven en welzijn, in goede en kwade dagen, door dik en dun, “één gigantische puinhoop in het kwadraat” met voorspelbare afloop van te maken.
Buiten de filmset in het werkelijke leven was Oliver een yinne persoonlijkheid, die als men hem iets vroeg steevast antwoordde:”Ask Stan”. Oliver was een gemakzuchtige ietwat inerte persoonlijkheid, de uitgezette dikkerd. Hij was wel een yinne persoonlijkheid wiens lichaam zich yang uitte, en ook dat is herkenbaar want elke “binnenvetter” heeft soms last van overgewicht.
Daarentegen was Stan in het werkelijke leven de yange persoonlijkheid, hij was alert, creatief en financieel goed bij de pinken. Hij was een pienter en driftig baasje.
Samen vertolkten, vertaalden en hertaalden zij op hun manier, in hun tijd en met hun middelen de oermythe van het vrouwelijke en het mannelijke, het verhaal van de animus en de anima, van yin en yang in vele voor elk mens herkenbare facetten en schakeringen. Zulke helden zullen altijddurend onder ons blijven leven, want mythische helden hebben tienduizend gezichten en ze sterven nooit. Zij zijn helden met een duidelijk verhaal en ze zijn bovendien helden met herkenbare gezichten die verdacht veel op dat van u en van mij lijken. Zij zijn de ware helden met de tienduizend gezichten. Helden sterven nooit.
auteur: Walter Marsoul










NIEUW: VOORTAAN OOK VOOR
