Naar de inhoud

Een Achterhoekse in Drente

of... wie lang leeft kan veel verhalen
seniorennet.beseniorennet.be
Memories

Berichten van 1 augustus 2013 tot 31 augustus 2013

Homoet of Hoenwaard

Vaak heb ik Wim horen vertellen over zijn jeugd in Hattem, hoe hij zittend op het paard van buurman van 't Land naar Homoet ging om die weg te brengen. De boeren woonden allemaal nog in het stadje en in het voorjaar werd het jongvee naar de gemeente weide op Homoet gebracht. Dat werd dan eerst bij de pomp naast de Grote kerk gebrandmerkt en dan ging het in optocht naar de Hoenwaard, één van de uiterwaarden van de IJssel die nooit overstroomde maar waar tot midden vorige eeuw geen boerderijen stonden. De scholen waren dicht op die dag zodat de kinderen het hele gebeuren konden meemaken. Toen we vorige week in het Jan Voerman Museum in Hattem waren zag ik daar foto’s van de verhuizing van de koeien naar Homoet. Toen pas kon ik me er een echte voorstelling van maken. Tot dan had ik het alleen van horen zeggen. Beelden doen ook wat. Daarom deel ik ze graag met jullie.

Geschreven door Hetty om 19:51 Reageer op dit bericht Stuur door

De Verkentoren

In het Voerman Museum hangt dit schilderij van grote historische waarde. Het is geschilderd door Peter Snayers uit Antwerpen in 1629 en laat het Spaanse aanvalsregiment onder bevel van graaf Salazar zien. Op de achtergrond zie je de Grote kerk en de burcht de Dikke Tinne. De aanval op de poort mislukte, misschien wel zoals onderstaande legende vertelt, en de troepen trokken zich plunderend terug.

De Hattemer toren richting Hoenwaard heeft nòg een naam: de Vèrkentoren met de klemtoon op de eerste lettergreep en niet van het woord verkèn dat van het werkwoord verkennen komt. Het komt van het woord varken, knorremans, die in de Middeleeuwen vrij rondliep in het stadje en z’n kostje daar op kon scharrelen.
Als klein maar strategisch gelegen vestingstadje was Hattem in vroeger eeuwen vaak het doelwit van belegeringen. Grote legertroepen vlijden zich dan neer in het veld, betrokken hun stellingen en sloten de aan- en afvoerwegen af. Kaartspelen en dobbelstenen werden tevoorschijn gehaald om de lange uren te vullen en de verveling te verdrijven die gepaard ging met het langzaam uithongeren van de Hattemers binnen de muren.
Maanden en maanden kon dat ‘spel’ zo doorgaan in een ultieme strijd om de sterkste zenuwen.

Dat het met de moraal van de Hattemers wel goed zat blijkt uit de legende die de ronde doet over de naamgeving van de Verkentoren die een prachtig uitzicht gaf (en geeft) over de uiterwaarden en de weg richting Heerde

Het was weer eens raak. Al maanden lag de vijand voor de poorten van de stad om de Hattemers te dwingen een toontje lager te zingen. Er zat niet veel schot in de zaak. Aanvallen op de stevige stadsmuren en dito poorten hadden weinig effect en werden zonder al te veel moeite door de Hattemers afgeslagen dankzij de ketels kokende pek en olie die klaar stonden en de ervaren kruisboogschutters op de muren. Keer op keer toog de vijand onverrichterzake terug het veld in waar het lange wachten weer begon.
Maar… binnen de muren had men nog steeds voldoende voedsel. In de stallen van de vele stadsboerderijen liep tenslotte genoeg eetbaars rond en ook de molenaar op de stadswal had nog een aardige voorraad graan liggen voor het malen van meel en het bakken van verse broden. Toch werd men het wel zat om niet het vrije veld in te kunnen.
Jan de Slager werd het na geruime tijd eveneens zat en ging tot actie over. Hij was niet groot, eerder klein, maar met spieren als kabeltouwen. Hij dook de stal in, greep één van zijn varkens en toog ermee naar wat wij nu kennen als de Verkentoren.
Met enige moeite klom hij de trap op. Eenmaal boven gekomen tilde hij het varken boven zijn hoofd en schreeuwde de vijand met bravoure toe: “Hé jongens, hebben jullie honger? Kom dan maar een stukje halen als je durft!” De vijand gaf het op en met de staart tussen de benen dropen ze af. Sindsdien staat de toren richting Hoenwaard bekend als de Verkentoren.


Op het kasteel de Wildenborch ging het er vergelijkbaar aan toe, alleen was hier het vlees echt op, op één varken na. Elke morgen werd het dier flink aan de staart getrokken zodat het gilde als een mager varken en de vijand dacht dat er al weer een varken geslacht werd en de voorraad onuitputtelijk leek. Ook daar droop de vijand af.

Geschreven door Hetty om 18:11 Reageer op dit bericht Stuur door

Vesting- en Hanzestad Hattem

Hattem wordt er een versterkte stad op de noordrand van de Veluwe. Het stadsplan van Hattem laat zien dat de huidige kerk dan al een belangrijke rol speelt . De tufstenen toren dateert uit de 12e eeuw en er wordt aangenomen dat er naast de parochiekerk op de Gadsbergh, al een kapel met toren stond op de huidige plaats in het centrum van Hattem. Met het verlenen van de stadsrechten in 1299 wordt dus ook het kerkelijke centrum verplaatst. De nieuwe kerk wordt gewijd aan de apostel Andreas en is zo de patroonheilige van Hattem.[1]
In 1401 kregen de burgers die binnen de stadsmuren woonden van hertog Willen de Hoenwaard, in de volksmond Homoet, waar ze hun vee mochten laten grazen en steen mochten bakken. In 1404 werd het kasteel St. Lucia gebouwd. Dit gebouw zou bekend worden als "de Dikke Tinne". Deze naam dankt het kasteel aan de dikke muren, die de dikste van Nederland waren. In 1778 werd dit kasteel gesloopt omdat de gemeente besloot om de stenen te verkopen. In 1786 werden Hattem en Elburg bekend omdat daar de prinsgezinde kandidaten voor de vroedschap niet werden geaccepteerd en de verkiezing als een interne zaak werd beschouwd. De sterke patriottische beweging stond onder leiding van de advocaat Herman Willem Daendels. Binnen een maand hebben de troepen van stadhouder Willem V de opstand onderdrukt. In het Voerman Museum zagen we o.a. een schilderij dat de Spaanse troepen, die in 1629 voor Hattem liggen, uitbeeldt. En deze tekening laat de de troepen van stadhouder Willem 5 zien, bovenaan op de tekening. De patriotten uit Hattem staan al klaar bij hun bootjes om over de IJssel te vluchten.

Geschreven door Hetty om 18:19 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Hattem

In het Bakkerij Museum heb ik al eens horen vertellen hoe de naam Hattem ontstaan zou zijn. Het is de 18e eeuwse legende van de duif.
De burgemeester had mooie duiven waarvan er op een dag eentje weg vloog. Hierdoor was de hele stad in consternatie. De stadspoorten werden meteen gesloten zodat de duif niet zou ontsnappen. Maar ja… een duif hè… die vloog er overheen.
Het was een geluk bij een ongeluk. Een oude vrouw die voor de poort stond ving de duif en riep: Hier… ik ‘had 'em’. En daarom is deze kreet verbasterd en werd het Hattem.
Het zou waar kunnen zijn....
In het Bakkerij Museum worden de Hattemer duifjes verkocht. Ze worden gemaakt van bloem, honing, suiker èn wat verfijnde specerijen. En daarbij nog wat noten en zuidvruchten.
Dat Bakkerij museum is zeker de moeite waard. Voor kinderen is er in vakantietijd en op woensdagmiddag een speciaal programma waarbij er zelf broodjes gebakken mogen worden en wordt er op een leuke manier een speciale voorstelling gegeven.

Wikipedia meldt twee heel andere redenen voor de naam Hattem:
De naam "Hattem" is een typische heemnaam. Wat deze naam echter precies betekent is onduidelijk. Er zijn grofweg twee veronderstellingen. Hattem zou het heem zijn van mensen die eerder tot de stam van de Chattuarii (ook wel Hattuarii of Hatten) behoorden of het heem van mensen wier leider Hatto heette. De laatste veronderstelling is gebaseerd op het feit dat de meer dan de helft van de heemnamen afgeleid is van een persoonsnaam. Waarschijnlijk vinden de Hattemers de laatste veronderstelling de juiste of de leukste, gezien de naam van de voetbalclub Hatto Heim
Hattem wordt omstreeks 800 voor het eerst in de geschiedschrijving genoemd. Hattem kreeg zijn stadsrechten in 1299 van graaf Reinoud I van Gelre en is een Hanze- en vestingstad.

Geschreven door Hetty om 17:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Bollebak en Kladdegat

Nichtje Suze en haar vriendin bij Kladdegat, afgelopen jaar op de brug aan de Dorpsweg. Hij ligt veilig aan de ketting. Het beeld werd gemaakt door Jan Erik Barendsen in 1993.

Zoals wij vroeger in Linde de Bollebak hadden waarmee je bang gemaakt kon worden, hadden ze in Hattem Kladdegat. Het was een soort hondachtig beest. Ik denk ook dat die misschien dezelfde functie had. De bollebak, een soort watergeest, huisde voornamelijk in gevaarlijke kolken of beekjes en opoe hield ons op die manier bij de gevaarlijke laoke weg.
Kladdegat was meer het Hattemer spook. Het hondachtige wezen huisde in de donkere tunnels onder de stadsmuren aan de Adelaarshoek, inderdaad, in het Spookhuys. De Hattemers rilden als ze ’s nachts het naargeestig gehuil en het gerammel van kettingen meenden te horen.
De spookhond was zo levensecht dat ze het ’s avonds laat niet waagden om zich in donkere hoekjes rondom de stadsmuur te begeven. Tot in de 20ste eeuw bestond er nog een heilig ontzag voor Kladdegat, waarvan opvoeders dankbaar gebruik van maakten: ‘Pas maar op, anders komt Kladdegat je halen.’

Angst. Aan de ketting, de ogen vol vuur.
Vastgeketend aan Hattems muur
Met een boog er omheen, anders doet hij u wat!
Waakt u voor spookhond 'Kladdegat'.

Geschreven door Hetty om 10:26 Reageer op dit bericht Stuur door

Het Spookhuys

Het restaurant het Spookhuys in het enig overgebleven gedeelte van de middeleeuwse burcht St. Lucia te Hattem, in de volksmond de Dikke Tinne genoemd vanwege de imposante torens.
Op deze unieke locatie waar volgens zeggen nog steeds een spook rondwaart, kunt u genieten van onze specialiteiten.

Vier jaar heb ik in Hattem gewoond, maar nooit heb ik verhalen als deze gehoord. Maar het Spookhuis bestond toen allang net als het Daendels poortje waar je af moest stappen als je er per fiets wilde passeren. Maar nu Kladdegat ter sprake komt, vind ik dit volgende verhaal:

Lang geleden vertelden de Hattemers uit eigen ervaringen dat de verhalen over spoken in 't Spookhuys geen sprookjes waren. Spoken die in de nachtelijke uren rond dwaalden en heimelijk, in de ondergrondse gangen, spookhond ´Kladdegat´ontmoetten.
Er zijn verhalen rondom die spookhond Kladdegat: Spoken bestaan.

Op een nacht zat Arend- Janszoon rechtop in bed. Hij hoort de klok slaan en telt de slagen. Het is 12 uur, de tijd van het spook, hij weet het zeker. De koeien houden op met eten en staren verstijfd naar de trap als hij de klok 12 uur hoort slaan.
Ze zien hoe het spook de trap af dwaalt, over de deel zweeft en verdwijnt in de gangen onder ´t Spookhuys. Na enkele minuten is het weer rustig, helemaal stil, alsof er niets gebeurd is.
In de tuin van het huis staat een geraamte met een sabel, het ontzielde lichaam van een kozak, een verdwaalde Rus. In de nacht was deze overvallen door generaal Souman, de dappere generaal die de kozakken keerde. Nazaten van hem wonen nog in de stad.
Broer Albert neemt op een nacht de sabel mee in de hoop het spook te kunnen imponeren. Om twaalf uur 's nachts staat hij onder aan de trap, zwaaiend met zijn zwaard. Al zwaaiend zakt hij plotseling ineen als een pudding. Als hij bijkomt vertelt hij dat hij een vreemde man onder aan de trap heeft gezien. "Daarboven aan de trap," zegt hij "en hij heeft mij met vuurspuwende ogen aangekeken!"
Het spook in ´t Spookhuys deinsde nergens voor terug. In de onderaardse kerkers dwaalde hij rond. De kreten van zijn slachtoffers, aan ketenen gebonden, waren in de wijde omtrek nog te horen!
Het was Jan Visscher, een stoere bewoner van Hattem, die begin 1800 de spookhond te lijf ging. Het hondengat, waar de spookhond woonde, werd door Jan eigenhandig dichtgemaakt.
Een stenen muur van behoorlijk kalk en steen
maakte dat het spook 'Kladdegat' voorgoed verdween...

Geschreven door Hetty om 15:07 Reageer op dit bericht Stuur door

De geut'ndrieter

Hattem is niet alleen een heel oud middeleeuws stadje, 700 jaar stad is een paar jaar terug nog uitbundig gevierd, maar ook is heel veel bewaard gebleven zoals wij in het Voerman Museum ook het een en ander tegen kwamen. Maar wat ons bij de Dijkpoort meteen opviel was de stenen afbeelding van een zittend mannetje. Daar word ik altijd zo nieuwsgierig van en ging op zoek… en… vond.

De geut’ndrieter
Wat zit er toch op de muur achter de Dijkpoort?
Is het echt een man die hier zijn behoefte doet?
Jazeker. Het beeld verwijst naar de uitbouw van de poort. Deze fungeerde in de negentiende eeuw als toilet voor de poortwachters. Riolering hadden ze nog niet in de middeleeuwen, dus de uitwerpselen vielen zo naar beneden. Het beeld kreeg al gauw de bijnaam geut’ndrieter.

Toen ik Wim vertelde van de geut’ndrieter bij de Dijkpoort moest hij lachen: ’Echt Hattems um der zoiets van te maken, net as de Strontkleppe'.
Dat woord drieten wordt ook in de Achterhoek gebruikt èn in Twente. Een paar bekende uitdrukkingen:
Noe he'j ’t schaop an ‘t driet'n , --oh wat erg, nu hebben we gedonder in de tent
Ik loat mie nich in 'n tuk driet'n. --Ik heb met jou nog een appeltje te schillen,
Er is zelfs een songtekst van Jovink En De Voederbietels met : Schoap An't Drieten
‘s Winters as de boer'n ies driet dan is ’t kold. -- 's Winters, als de boeren ijs poepen dan is het koud)
Opoe Bijenhof bezigde het woord drieten vooral als ze kwaad was: Och … loop toch hen drieten.
En een klein kind werd vaak wat liefkozend: mien drietebuul genoemd
Wim kent trouwens nog een uitspraak van een echte Hattemer die goed kwaad was op een van de neven van der Kolk: ‘Kom es hier ie…dan za’k oew köppien op een päöltien zett’n. Wie het herkent mag het zeggen…

Geschreven door Hetty om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Een Achterhoekse in Drente

↑ Terug naar de berichten