Naar de inhoud

Een Achterhoekse in Drente

of... wie lang leeft kan veel verhalen
akke.beakke.be
Memories

Archief

Een wel héél oude schoolfoto uit 1890

Een heel oude schoolfoto uit omstreeks 1890. Het is de lagere school op het Medler en onze opoe Berendina Eggink-Jansen is hier te zien... vooraan derde van links. "Dat meisje dat eur hande zo mooi over mekare höldt", legde Erna uit.

A very old schoolpicture... about 1890. Our opoe Berendina Eggink-Jansen is on it. In front and the third left. "That girl with her hands so nice one upon the other", Erna said.



427149-d086b04d07de00f4453be879b26a7d2a.jpg

427149-02cb2fe8264ae843237b501c1ec7e1f5.jpg

In de oorlog was een persoonsbewijs verplicht. Dit is het persoonsbewijs van opoe Berendina Eggink- Jansen uit 1941.

In the 2e WW you had to keep your identity card always with you. This is opoe Eggink's identity card from 1941.



427149-2b194b9565559133cf5530b7a4acbf2a.jpg

De achterkant van haar persoonsbewijs.

The back side of her identity card

Geschreven door Hetty om 18:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Het trouwboekje uit 1903

Niets bijzonders zou je denken, maar wel uit 1903.
En als dit er niet geweest was zou de familie er anders uitzien?



426059-35f64a8f3172e7ab8f0906c09ba7a7c1.jpg

426059-67279479addecaa6c82ebedcaebf949a.jpg

De binnenkant. De data van overlijden zijn er bij gezet.
Opoe Berendina overleed: 10 maart 1957
Opa Johan: 29 december 1973



426059-6a4c2afe86296c8906e4192ead84b714.jpg

En natuurlijk de binnenkant met de geboorteaangiftes van hun 10 kinderen. Het is niet helemaal goed leesbaar.
Daarom:
Hermannus Hendrikus-- 17 Juli 1904-------------Herman
Hendrika Johanna-- 6 April 1906-------------Hanna
Hendrika Harmina-- 8 September 1907-------Dika
Johanna Hendrika-- 22 September 1909------Heintje
Hendrik Jan-- 21 Januari 1911----------Hendrik Jan
Berendina-- 11 December 1912-------Dina
Johanna-- 17 April 1914------------Jo
Evert Jan-- 9 Januari 1916----------Jan
Hendrika Wilhelmina-- 4 Juni 1918--------------Mies
Abraham Lambertus-- 5 November 1921--------Bram

Allemaal geboren te Laren Gld.

Geschreven door Hetty om 14:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Johan Eggink en Berendina Jansen

Niet alleen tante Hanna heeft veel brieven bewaard ,maar ook tante Jo is altijd zuinig geweest op haar foto’s en haar ontvangen post. Gisteren bracht ik het poëziealbum van Dina en wat foto’s terug naar tante Jo en Erna gaf me opnieuw een mapje mee met brieven, het trouwboekje van opa en opoe Eggink uit 1903, hun huwelijksakte en opoe’s persoonsbewijs uit 1941.
Hierbij eerst maar eens de Huwelijksakte van Johan Eggink en Berendina Jansen uit 1903.

It's not only tante Hanna who had kept carefully a lot of letters and pictures. Yesterday I brought Dina's poeziealbum and letters to tante Jo and Erna gave me new things out of opoe's basket to copy, thier marriagecertificate, opoe's identity card in the WO 2 from 1941 and a few letters from opa and Dina.
At first the marriage certificate of Johan Eggink and Berendina Jansen 17th of April 1903

Geschreven door Hetty om 20:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's begrafenis 3 Slot

Dit is vast op een bruiloft van één van de kleinkinderen. Voor zijn begrafenis had hij bedacht dat hij in de goedkoopste ruwe vurenhouten kist begraven wilde worden, indien mogelijk en dat we allemaal maar een bloem in 't knoopsgat moesten dragen. Dat laatste is niet gebeurd.

Ik heb even in mezelf geglimlacht toen ik het stuk uit 2 Timotheus uitkoos voor vandaag waarin staat: ik heb de goede strijd gestreden. Hij heeft zijn geweldloze strijd inderdaad gestreden, maar dan tegen het geweld, met zoals hij eens schreef slechts met één wapen achter de hand, het geloof. In de naam van Jezus Christus, en wijzend op de Bergrede wees hij iedere vorm van geweld af. In theorie konden velen het met hem eens zijn, maar theorie was hem niet genoeg. Hij daagde je uit het waar te maken, het rond te bazuinen, er politieke consequenties uit te trekken. Hij had meer moed dan velen van ons. Hij was een begenadigd mens, die velen probeerde wakker te schudden, te helpen, de ogen te openen.
Hij en ik, we dachten daar wat anders over, het spiritisme was voor hem belangrijk, voor mij onbekend terrein. Het geeft niet, want wij wisten beiden dat ook de dood nader brengt tot God. Vertrouwen dat God de krans der rechtvaardigheid zal geven aan allen die zijn verschijning hebben liefgehad.
En dat had hij, met hart en ziel en verstand.
Daarom was hij een vriend voor velen,
Een boodschapper van God,
Een begenadigd mens.

Wie was hij dat hij dit doen mocht? Een wijze eenvoudige boer, een geroepene, die juist daardoor de mensen tot hun hart aansprak. Vriend Johan, die meer zag dan een ander, een ziener, vriend van God. Hij deed me vaak aan Henoch denken van wie geschreven staat dat hij wandelde met God. Zo zei hij het zelf: och sinds ik me echt aan God heb overgegeven staat God niet meer tegenover mij, maar naast me. Als m’n naaste kameraad. En daarnaast het verlangen Nader tot U. Als ik maar weet dat alles hier mij nader brengt tot U.
Zijn leven is voorbij. Opgeroepen tot Hoger Leven.

Slotwoord

Nu gaan wij Johan Eggink begraven.
Deze samenkomst wilde recht doen aan zijn leven en sterven.
Ik heb niet geprobeerd woorden van troost te spreken, dat hoefde geloof ik niet.
Soms zendt God mensen op ons pad die zelf zo vertroostend in ons leven binnenkomen dat je zelfs aan het eind van hun leven alleen maar dankbaar kan zijn.
Wij besluiten dit samenzijn hier met de woorden van een lied dat ook in zijn boekje stond:
In God rust mijn ziele
Zij leeft en rust in God.
Ik wil mijn aardse leven
In Zijne handen geven
En ginds mijn eeuwig lot.

Zo was Johan Eggink.
Maar meer nog: Zo is God.

ds Barnard 1974, één van opa's vrienden.

Amen

Geschreven door Hetty om 15:59 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's begrafenis 2

foto: Opa in gesprek met ome Hendrik Jan Groot Nuelend.

Familie en vrienden

Johan Eggink was een begenadigd mens. En daarover is hij tot op de laatste dag van zijn leven verwonderd geweest. Wie ben ik, vroeg hij zich voortdurend af, dat ik doen mag wat ik doe?
Ja, wie was hij? Daar kan ik zomaar geen antwoord op geven, hoogstens een paar dingen noemen die bepalend waren voor de wijze waarop hij in het leven stond.
Hij was een christen. Dat moet allereerst gezegd worden, want dat was bepalend voor heel zijn denken en doen. Boven het artikel in Hervormd Nederland, waarin het televisie-interview met hem stond afgedrukt staat: Johan Eggink, een weerbarstig christen. Dat was hij, in alle zachtmoedigheid inderdaad, omdat hij omwille van zijn overtuiging, bereid was om dwars tegen de gevestigde mening in te gaan. En dat de kerk met al zijn ambtsdragers dat niet durfde, nam hij de kerk kwalijk. Dat maakte dat hij tot de overtuiging kwam dat hij moest kiezen tussen Christus en de kerk, en hij koos voor Christus. Maar dan ook helemaal. Hij wist zich geroepen door God zelf. Hij kon het zo heel gewoon vertellen: toen hoorde ik een stem die zei: je moet daarheen gaan, en ik zei….
Zomaar alsof het heel gewoon is dat je een gesprek met God voert. Dan dacht ik altijd aan de verhalen uit het Oude Testament, waar dat ook zo vanzelfsprekend staat: en God sprak tot hem. Ik heb me altijd afgevraagd: hoe zou dat zijn als God zo direct tegen je spreekt? Maar Johan Eggink wist het. Begenadigd mens! Maar het maakt het leven niet gemakkelijk. O nee, dat niet. Het heeft hem veel strijd gekost voor hij tot twee beslissende ervaringen kon komen. Die ervaringen waren dat hij vanuit een grote angst leerde zeggen: ik stel me tot Uw beschikking. Je moet je zonder enige voorwaarde aan God overgeven, dat heb ik ook gedaan, schreef hij me vlak voor kerstmis. Daardoor werd hij bevrijd van alle angst, daardoor leerde hij zeggen: o mijn Vader.
De tweede ervaring. Eens was hij diep ongelukkig. Toen zei hij tegen God: als het Uw wil is dat ik mijn hele leven zo ongelukkig blijf, wil ik het ook.
Het antwoord op deze totale overgave, onvoorwaardelijke was een ervaring van vrijheid die niet in woorden was uit te drukken. Niet toevalig staat in het boekje waarin hij alles schreef wat hem trof een gedicht dat eindigt met de woorden:
Ge moet steeds u zelve vergeten,
Vergeten om “ik”te zijn.
Want: het enige wat ge moet willen
Is willen wat Hij wil.
Johan Eggink heeft de goede strijd gestreden, en het geloof behouden.
Vanuit deze diepe overgave aan God heeft hij zich beschikbaar gesteld voor tallozen, gevraagd en ongevraagd. Hij schreef brieven, bemoedigend, getuigend, vermanend, richting gevend. Ik heb er heel wat ontvangen, ik was er altijd dankbaar voor, en ik zal ze missen, dat de vellen papier, met de aanhef: lieve vriendin en de ondertekening vriend Johan niet meer bij mij in de bus zullen liggen. Vriend Johan, voor hoe velen is hij dat geweest! En al mogen we niet verdrietig zijn om zijn heengaan, hoe velen zullen hem missen. Zo’n mens is immers een geschenk van God in je leven! Natuurlijk riep zijn manier van denken ook weerstanden op bij velen. Ingezonden stukken die geweigerd werden, predikanten die bang waren voor zijn uitdaging ( en ik ook ), omdat hij zo radicaal was. Als hij geen gehoor vond deed hem dat verdriet, hij had zonder ook maar een moment hoogmoedig te zijn medelijden met hen die niet wilden luisteren. Het was immers niet zijn boodschap, maar die van God, die hij alleen maar doorgaf.

Geschreven door Hetty om 20:02 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's begrafenis 1

foto: opoe's mandje bij tante Jo en Erna.

In het mandje van opoe zat ook de toespraak van ds Barnard, een goede vriendin van opa, die ze hield bij zijn begrafenis in 1974. Ik geef het in drie delen weer:

Inleiding

We zijn hier samengekomen om recht te doen aan het leven en sterven van Johan Eggink.
Zelf noemde hij twee jaar geleden de begrafenis “de grote komedie”, waarbij misschien nog een geestelijke een heel spannende toespraak houdt.
Vrienden, dat is niet de bedoeling.
We zijn hier samen in de kerk uit zuiver praktische overwegingen, omdat wij u hier een zitplaats kunnen aanbieden. Maar dit is géén kerkdienst. Dat zou niet in de geest van Eggink zijn.
Het is ook geen rouwdienst, dat zou evenmin in zijn geest zijn. Daarom dragen wij ook geen rouwkleding, op zijn verzoek. Hij is immers opgeroepen tot Hoger Leven, zoals hij zelf formuleerde. Ik denk dat ik hier ook niet sta als geestelijke, als predikant, maar als vriendin van deze mens die voor mij “vriend Johan” was en daar ben ik trots op.
Ik hoop hier vanmiddag, om recht te doen aan zijn leven en sterven, kort samen te vatten wat hijzelf als een boodschap heeft willen uitdragen, want juist daardoor was hij een mens om lief te hebben, om eerbied voor te hebben.
Een man met een originele geest, maar vooral met een groot geloof. Daarvan getuigt het lied dat wij nu zingen.

De Levensweg.

Mijn voeten gaan vertragen, Heer: ik ben zo moe.
Zij willen enkel dragen Heer, mij naar U toe.
Ik zoek geen aardse lusten meer, ik zucht naar U.
Mijn hart zal nimmer rusten Heer, voor ’t rust in U.
Geschreven door Hetty om 23:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Anthonie Christiaan Wijnand Staring

Mocht je nieuwsgierigheid gewekt zijn over die voorletters van onze dichter Staring?
Harry Bruger stuurde de oplossing. Hij mailde een afschrift van de inschrijving van het huwelijk te Almen van deze ACW Staring met zijn eerste vrouw.
Het is misschien niet zo duidelijk op de foto. Daarom:

Den 6 Junij Zijn op Attest van Zutphen alhier getrouwd
Anthonie Christiaan Wijnand Staring en Everdina Maria van LobenSels


Jammer dat je hier niet met die mooie krulletters kunt schrijven.
In het doopregister heeft de naam wel evenveel letters maar met een e minder en een t meer.



422332-926ac578de8f53267cf37bd8ac4e5cdb.jpg

422332-6a591b35ee1bfd47396ab82bcbff0f0f.jpg

Bovendien stuurde hij ook een afschrift van de doopinschrijving van onze dichter. Hij werd gedoopt in Gendringen in 1767.
Opvallend vind ik de bladzijde met aan de linkerkant de dopeling, geboren uit een weledelgeboren heer en een weledele dame en aan de rechterkant de dopelingen van het gewone volk.
In de kerk moest er blijkbaar verschil wezen terwijl dat bij de inschrijving van het huwelijk niet het geval was.

Ook moeilijk te lezen op de foto. Daarom:

Anno 1767
Op 25. Januari
Antoni Christiaan Wijnandt.
De Vader de Weledelgeboren Heer Damiaan Hugo Staring Capitein ter Zee
en de Weledele Mevrouw Sophia Wijnanda Verheull.
De vader getuijge alleen.

Een doopinschrijving van een ander:
Op 9. Aug.:
Jenneken.
De Vader Gerrit Herbers, De Moeder Janna Salemincks
De vader getuijge alleen

Ik vind in dezelfde rechterrij toch nog één die een weledele afkomst heeft maar niet weledelgeboren en daarom blijkbaar toch in de rechterrij hoort:

Op 25. okt.
Frederick Salomon.
De Vader De Weledele Heer Gerrit Smits, Landschrijver Der Heerlijkheid Gendring Elten- niet goed leesbaar- De Moeder Juffr. Sara Boevelt
Getuijge De Heer Sweer Derck Boevelt

Harry bedankt!

Geschreven door Hetty om 21:01 Reageer op dit bericht Stuur door

De Hoofdige Boer van de Achterhoekse dichter ACW Staring

Een standbeeld van de dichter ACW Staring heeft een ereplaats gekregen in het centrum van Vorden.

Eene Zutphense Vertelling

"swerving from our father's rules
Is calling all our fathers fools."

Elk weet, waar 't Almensch Kerkje staat,
En kent de laan, die derwaart gaat,
Een duiker perst daar, onder 't spoor,
Zijn schuim tot in de Berkel door:
Al golft rondom de wintervloed,
Men komt ter preek met droogen voet,

Eens was het anders hier ter stee,
Wanneer een voord den weg doorsnee,
En 't brugje, naast die voord geleid,
Den smaad droeg van zijn nieuwigheid.
Ik vond een boek, dat meld daarvan,
Wat volgen moet, zoo 't rijmen kan.

De voord, dan min dan meerder diep,
Naar sloot en schiegrep stond of liep,
Was Almens gansche tempelschaar -
Vooral de Meisjes! tot bezwaar:
Met schade aan dure feestkleedij
Kwam menig aardig kind niet vrij;
Men raakte in 't zweet op 't lange pad;
Men vatt'e koude in 't modderbad;
En de ijver om ter kerk te gaan
Bragt buikpijn en geen stichting aan.

Kortom die voord was elks verdriet,
In Almens needrig dorpsgebied;
Van toen de Meid, _per_ bezemstok,
Den schoorsteen uit daar overtrok,
Tot, na verloop van eeuw en dag,
De Tooverkunst begraven lag;
Wanneer een Kerkedienaar kwam,
Die 't oud gebrek ter harte nam,
En, op een morgen, na 't sermoen,
Zijn woord aldus begon te doen:

"Mijn Vrienden, in mijn prillen tijd,
Ten herder van dit oord gewijd,
Zwom ik, met onbezweken trouw,
Mijn kudde voor, naar 't kerkgebouw.
Ook lìeden nog, hoe grijs van kin,
Schoot ik getroost den slibkuil in;
Maar 't wil niet meer, en blijft het dus,
Zoo heet ik ras emeritus.
Met droogen hoest en jicht bezocht,
Verlaat mij kracht en ademtogt.
Nog tweemaal als van daag doorweekt,
Eilaas, dan heb ik uitgepreekt!

Een Brug, op 't smalste, naast de voord,
Uit planken van 't geringste soort,
Ziet daar mijn wensch! Vergeet toch niet,
Wat ge in dien poel al schoenen liet!
Denkt aan uw kostlijk zondagsgoed,
Bedorven door dien moddervloed!
Ligt vindt gij, eer het werk verjaart,
Uw uitschot dubbel ingespaard;
En ik behoef dan baai noch drop,
En luik weer als een arend op!"

Hier zweeg den Man. Zijn aanspraak had
De luidjes bij hun zwak gevat.
Het stuk kwam ernstig op 't tapijt;
En wat men hoorde, wijd en zijd,
Was, viermaal dertig dagen lank,
Slechts palen, balken, rib en plank;
En, driemaal dertig andermaal,
Slechts planken ribben, balk en paal!
Ja, 't scheen zoo ver de Berkel vloeit,
Zou' ieder boord met hout beschoeid;
Of dat een reuzenzoldering
Den ganschen stroom verdekken ging.
Doch, met Aprilmaands lesten dag,
Moest blind zijn, die de brug niet zag!
Nog blinder, die met Julij kwam,
En niet van 't groen portaal vernam,
Ter dankbetoonende offerrand,
Door 't Maagdengild daarop geplant!

't Had reden! want, hoe kerksch men was,
De vlierpot bleef nu in de kas;
Kalmink noch sergie liep gevaar;
En schoenloos werd geen wandelaar.

Zoo groeide een wijsgegeven raad
Ten milden oogst van zegenzaad!
En toch, dat werk, met roem bedekt,
Had Scholte Stugginks gal gewekt!

Daar kwam hij! Zonder ba of boe;
Gelaarsd, tot aan de heupen toe;
Een knubbelstok in iedre hand,
Kwam onze Paai, en stak van land,
Zoo vaak de preekklok werd gehoord,
De brug bezijden, in de voord!
Het vroegre kerkvolk, droog daarnaast,
Was van dit vreemd bedrijf verbaasd,
En 't vragen keek uit elk gezigt;
Doch ieder hield zich wijslijk digt:
De troep kwam later op het pad,
Waar Scholte Stuggink praat voor had:
Zijn makkers, uit den gulden tijd,
Dien vlieger, tol en bal verblijdt.

't Waarom en 't hoe bleef dus gespaard,
Tot Wolter, naar den eisch bejaard,
door gunstig toeval, juist van pas
Getuige van 't spektakel was.

"In Goos naam, zeg ons, Scholtebuur"
Hief Wolter aan "wat raarder kuur!
Hoe plomt gij ons zoo dol voorbij?
Geloof, de brug draagt _u_ en _mij_!"

"Ja" klonk het uit de modderzee
"De scholtebuur en gij zijn twee!
Gelooft hij niet wat gij gelooft:
Zoo menig mensch, zoo menig hoofd.

Zie daar! al werd uw brug van steen,
Toch zal ze Stuggink nooit betreen!
Wie eere geeft krijgt eer weerom:
Onze ouders waren ook niet dom!
Een brug valt ligt in een te slaan;
Onze ouders hebben 't nooit gedaan;
Zij gingen, waar nu Stuggink gaat,
Eeuw in eeuw uit, de modderstraat.
Al weten wij de reden niet,
't Is vast op goeden grond geschied;
En hebt gij hier een brug gemaakt,
Zoo hebt ge uw' ouders eer geraakt!
Laat dit genoeg zijn, Wolterbuur;
De klok houdt op; 't is negen uur.
Bouwt GIJ een BRUG om droog te gaan?
Ik kom er ook, met LAARZEN aan!"

Geschreven door Hetty om 09:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Het arrest van de hoofdige boer, ome Gerrit.

Nu we het toch over onze oom Gerrit Voortman hebben….een bijzonder mens, koppig als de “hoofdige boer” uit het gelijknamige gedicht van ACW Staring 1767-1840. De boer die liever met laarzen aan door de voorde in de beek in Almen bleef gaan ipv over de pas gebouwde brug.
Gerrit was een fel tegenstander van het Landbouwschap die de boeren, behalve een verplicht lidmaatschap, allerlei regels oplegde o.a. inentingen. Hij deed daar dus niet aan mee met alle gevolgen van dien. Zijn vee is tot twee maal toe opgehaald en hijzelf heeft nog korte tijd in de gevangenis doorgebracht.
Hier staat hij dan met zijn glimmend gepoetste schoentjes, glimlachend als een boer die kiespijn heeft, terwijl hij opgehaald wordt om zijn straf uit te zitten, want betalen deed hij niet… nooit niet! Het zal niet vaak gebeuren dat een a.s. gevangene op deze manier gefotografeerd wordt
Later heeft hij zelfs de tv gehaald. Ik zie hem nog zitten ageren in dat programma en de beide vrouwen, Hanna en zus Bertha die vooraan zaten knikten bij iedere zin instemmend mee met hun hoofden.

While I mentioned ome Gerrit Voortman… I remember him as a special uncle, obstinate as the headstrong farmer in the poem of our Achterhoekse poet ACW Staring- 1767-1840: De Hoofdige Boer.
The farmer who preferred to go through the stream with his boots instead of using the walking bridge which was made to go to church with dry feet.
Gerrit used to be a sharp opponent of the Landbouwschap- a Agricultural Department- which forced the farmers not only to be a member but also to follow several rules such as to inject the cows against tuberculosis. He didn’t want to obey, to be forced…. No …never! So a few consequences followed. His cows were taken twice and even had to spend a short time in prison!
Here on this picture he is to be seen with his nice polished shoes ready to go with the policemen into prison.
Once later on he was on tv to tell about his rights as a free farmer. Both women, Hanna and sister Bertha were sitting in front and when Gerrit said something.... they were nodding yes yes with every sentence he said.

Geschreven door Hetty om 14:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman in 1946 bij de Voortmans

Na het overlijden van Hendrik Jan in 1946 kwam Herman naar Nederland. In zijn autobiografie- zie weblog 2 vanaf 3 februari 2009- vertelt hij daar heel nauwkeurig over. Het reizen in die tijd had nogal wat voeten in aarde. Hier is hij bij de Voortmans. Vandaar gaat het met hun koets verder richting Vorden naar ons op De Haar en daarna verder naar Barchem.

foto: Gerrit en Hanna, Herman, jonge Anton, een onbekende jongeman en dan Bertha en Antoon Voortman, zus en broer van Gerrit.

When Hendrik Jan passed away, caused by an accident with his motorcycle, Herman came over to Holland. In his autobiography he told very exact about the difficulties. Travelling just after the War wasn't easy. On this picture he is at the Voortman's in Eefde. From here Gerrit brought him with horse and carriage to us on De Haar in Vorden and later on to Barchem.

Geschreven door Hetty om 18:55 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Een Achterhoekse in Drente

↑ Terug naar de berichten