Quid est veritas...? (Pontius Pilatus)

We gaan dus op zoek naar de waarheid...al is dat verdraaid moeilijk. Zo weet je meteen wat " Quid est veritas? " betekent...We herinneren ons nog een voorval van uit onze humanioratijd...( Ben Crabbé zegt nog steevast "humaniteiten") (1). In volle goede week lazen we de tekst uit de bijbel waar Pilatus die vraag stelde...en een humorist in de klas antwoordde: " Een winkel in 't stad". Nu we toch eventjes "uitweiden" ...Wisten jullie dat we lezers in Frankrijk hebben? Neen, wel we groeten hem dan langs deze in de rue de la Mairie 9 in 62630 Cormont ( France)...Bonjour, Georges, excuseer, ginder is het Georges, maar soms, als ie naar Vlaanderen komt...Joris...! Nu de waarheid... We eindigden zopas met het lezen van het laatste boek van Herman Brusselmans: "De Fouten". Ene Johannes Huyghe zou een biografie over Brusselmans geschreven hebben, maar ze staat vol fouten en Herman weerlegt de fouten één voor één. Aan de voorwaardelijke zin kon je wel afleiden dat die biografie er nooit kwam, maar dat Brusselmans een spijker zocht om zijn verhaal omtrent zijn jeugd eens op te hangen. Laten we eerst zeggen dat we alles van Brusselmans gelezen hebben, zelfs de verhalen over inspecteur Zeik en we vinden " De Fouten" één van de mindere verhalen. Herman is een veel schrijver, maar zouden de inspiratiebronnen aan het opdrogen zijn...Was de vlucht naar de politieroman reeds een veeg tegen? Maar plots zijn we ook gaan nadenken...Brusselmans grijpt graag terug naar zijn jeugdjaren in Hamme en naar het milieu van de veehandelaren, want zijn vader was veehandelaar...Laat dit nu een milieu zijn dat wij betrekkelijk goed kennen, want mijn grootvader en een oom waren ook veehandelaren...Naar het schijnt zouden er zelfs plannen bestaan hebben om mij ook in de veehandel in te wijden, maar toen de oom plots -- hij was al behoorlijk oud -- besloot te trouwen was de loopbaan in de veehandel niet meer mogelijk...en werd het studeren. Spijtig? We gaan er niet op antwoorden, maar beseffen wel dat we misschien al lang het lootje hadden gelegd, want het was een ruige wereld...Terug naar Brusselmans...Zijn jeugd in Hamme, inderdaad, maar we vragen ons af waarom ie nooit teruggrijpt naar zijn jaren in de humaniora en ook niet naar zijn belevenissen aan de universiteit...Vreemd. We hebben zo een vermoeden dat Herman in zijn studiejaren niet zo'n ruige kerel was als ie nu laat uitschijnen in zijn verhalen. Zou ie niet eerder een bedeesde jongen van buiten geweest zijn , die zich op de achtergrond hield en naarstig studeerde. Toen ie plots bij het schrijven succes kende met zijn soms, om niet te schrijven steeds gore taal, was ie verplicht naar zijn jeugdjaren in Hamme te grijpen, daar ie in de humaniora en aan de universtieit geen buitenbeentje was...Wellicht zouden de mede-scholieren en -studenten wel eens kunnen reageren en zich afvragen die Brusselmans was toch een seut...?We weten het uiteraard niet, maar het is toch vreemd dat die tien jaar van studietijd nooit aan bod komen. We hopen dat Brusselmans, hij zal dat stukje wel nooit lezen en zich niet kwaad zal maken of als ie het toch doet dan kan ie in zijn volgende boeken misschien over de studietijd vertellen, want hij deed het wel over zijn erectieproblemen...! !
(1) Humaniteit betekent de menselijkheid en heeft dus géén meervoud...Wie zal het eens aan Ben zeggen?








