't Is triestig dat het regent in den herfst...(Karel van de Woestijne)

We vinden dat Van de Woestijne gelijk heeft, want het regent vaak in de herfst...en dan zijn er nog die herfststormen, nochtans het zou zo'n mooi seizoen kunnen zijn...Herfst doet ons steeds de zaterdagen herinneren. De school was iets vroeger uit ( omstreeks elf (?)) en dan moesten we steeds de herfstbladeren samenvegen en het waren er wat (1) en dan nog een hele kist aanmaakhoutjes hakken. " Nu mag je gaan spelen" , zei moeder dan steeds net alsof we de hemel verdiend hadden. Als bladeren gevallen zijn en samengeveegd kwam de advent. We moeten eerlijk zijn, maar al die religieuze dingen maakten weinig indruk op me, maar het "Rorate caeli desuper et nubes pluant iustum" vonden we enig mooi. De muziek, de woorden, daar dachten we niet bij na. Dat gebeurde meer...het laatste jaren van de humaniora moesten we in februari voor een week op retraite naar de abdij van Zevenkerken. We hadden een boekentas vol boeken mee: Minnehandel van Steuvels, The end of the affair van Graham Green, Adriaen Brouwer van Timmermans en Agnes van Van Hemeldonck, dus veel bezinning en geestelijke lezingen zijn er niet van gekomen , maar toch elke avond was er bezinning in de kapel en dan kwamen alle benediktijner monniken, in de donkere kapel slechts met een paar kaarsen verlicht zingend naar voor: " Salve regina , mater misericordiae". We kregen er kippenvel bij...toch zegt de de tekst van het lied ons niets. Toen niet, nu helmaal niet meer . We werden vaak ontroerd, maar nooit geraakt door, de Heilige Geest, laat ons zeggen en zoals het moest van al degenen die het zogezegd goed moet ons meenden. We moesten bidden, maar we konden het niet. Zo herinneren we ons nog dat we ooit aan het ziekbed van een oom stonden en hij vroeg: " Zou je eens willen bidden voor broeder Isidoor" . We wisten geeneens wie het was, zegden uiteraard ja, maar deden het niet. Hoe langer we verder studeerden hoe meer het geloof achteruit boerde...als het er ooit was geweest, want toen iemand de dag voor onze eerste comminie in de klas stond te lullen over ons zuivere zieltje dat des anderendaags de heer zou ontvangen, begrepen we er niets van. Hoe langer hoe meer kregen we een afkeer van alle schijnheiligheid...In ons laatste jaar van de humaniora woedde er in Vlaanderen de schoolstrijd. De ziel van het kind diende gered en daarom zou men betogen in Brussel tegen ene minister Collard (2). Wij beslisten ,hoewel we niet mochten de kostschool in het geheim te verlaten en naar Brussel te gaan betogen. Eigenlijk de internen trokken naar Brussel, maar de externen bleven thuis om te studeren, want de proefwerken stonden voor de deur. We hebben het geweten, want de proefwerken waren zo afschuwelijk moeilijk dat we met zeer veel moeite slaagden en dan vooral door die korte derde trimester. We hadden de ziel willen redden. Daarna gingen we naar de universiteit, naar Leuven, maar de zonen van degenen die voorop stonden te schreeuwen dat de ziel van het kind diende gered te worden togen naar Gent...precies of dit geen rijksuniversiteit was. Later tijdens de carrière voerden collega's van de rijksuniversiteiten, nochatns in vrije scholen, het hoge woord in de lessenroostercommissie, examencommissie, directieraad, bovendien noemden ze ons de gefrusteerden...We hadden het vlug geleerd er telt maar één leuze in het leven: Luitser naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden...Neem de grote christen democraat: Wilfried Martens . Die in Leuven de passie preekte over kuisheid en gezin..., maar hoe verliep zijn liefdes leven? De grote socialist Vandenbossche, wie heeft er een groter kapitaal bijeengegraaid...?Neen, we hebben nooit in iets geloofd, gelukkig maar of toch een beetje ( veel) in de familie...!
(1) In oktober 1960 deden we het nog 's opnieuw, want tijdens een paar vrije dagen als soldaat hadden we in de Brugse Langestraat een gendarm vergeten te groeten...Een week kwartierarrest ...en driemaal daags blaren samenvegen...
(2) Toen we in Leuven geschiedenis studeerden kwam ooit de Nederlandse historicus professor Rogiers ( Nijmegen ) spreken voor Historia ( vereniging van de geschiedenisstudenten) Naderhand mochten we vragen stellen en toen vroeg de praeses" Wat ie vond van de wet-Collard?" ...Hij vond de wet zeker niet slecht, later zullen jullie het wellicht begrijpen"...Juist, de ziel van het kind diende niet gered, maar de macht van de kerk beschermd en/of gevrijwaard...










