|
Ik kijk naar Thuis. Sommige van mijn Vlaamse vrienden halen daar hun neus voor op. Niet cultureel genoeg in hun ogen en ze kijken met die zuinige blik van lichte verontwaardiging en superieure glimlach. Maar ik, ondertussen alles schaamte voorbij, ik kijk. En ik kijk graag. En als ik niet kan kijken dan neem ik het op, of ik kijk terug. Een dag zonder Thuis, is een dag niet geleefd.
Mijn kennismaking met Thuis was trouwens geen bewuste keuze. Ik werd er in 2000 ingeloodst door mijn toenmalige Gentse vent, inmiddels al lang weer ex, die vond dat een degelijke inburgering in Vlaanderen niet kon zonder “F.C. de Kampioenen”. En “Thuis”...? Dat hoorde bij het pakket.
In het begin moest ik vooral wennen aan het taalgebruik, ik keek in die tijd nl zelden naar de Vlaamse tv. Met mijn Franse echtgenoot bevond ik mij eerder in een Franstalige inburgering: de televisie stond vrijwel uitsluitend op de Franstalige zenders. Alleen wanneer hij er niet was, keek ik naar Engelse series of de een of andere kookrubriek.
Vlaamse televisie was voor mij iets uit een ander universum. In mijn jeugd keken we er thuis nauwelijks naar. Behalve op zondagavond, wanneer Kapitein Zeppos en Johan en de Alverman ons toch voor het Vlaamse scherm kregen.
Ik kende ook geen Vlaamse zangers, Nou ja wel eens van Will Tura gehoord en van Eddy Merckx, maar verder…? Nederlandstalige muziek was sowieso niet “hip” bij mij en mijn leeftijdsgenoten. Wij waren Rock, Blues & Soul. Boudewijn de Groot, Rob de Nijs (kon nog net) en dan hield het wel op.
Bij sentimentele liedjes als “Huilen is voor jou te laat” van Corry en de Rekels en andere "noodnummers" ging de radio resoluut even uit, al kan ik dat nummer en veel anderen van dat soort liedjes nog steeds woord voor woord meezingen. Want zo werkt het geheugen: selectief, koppig en soms genadeloos.
Maar goed, "Thuis". Ik kijk dus naar “Thuis” Dat heimelijk pleziertje waar ik me niet meer voor schaam. Wat ooit begon als bijna verplichte kost en waar ik zo aan moest wennen, werd langzaam een bijna antropische fascinatie. De taal, de manier waarop conflicten altijd iets te snel worden opgelost of net iets te lang blijven sudderen.
En dan zijn er de personages van wie ik sommigen “haat” met een bijna gênante intensiteit, omdat ze mij doen denken aan mensen die ik ken. Mensen die ik zelf liever niet (meer) in mijn omgeving heb. Thuis is soms als een spiegel die zich elke avond voor mij neerzet. En ik herken en zucht…
|